CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2825 Brief dd 07-07-2025 Klankbordgroep Rekenkamer over Evaluatie Rekenkamer WVOLV 2025

Gemeenteraad Voorschoten 10 juli 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger4.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BÀ@'

u,J

gemeente vooRscHoïEN

'rtl' 0emeente

H

lilas$ettau

v

*d

Aan de raden van de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg

Datum 30 juni 2025 Nummer Onderwerp Raadsbrief informeren over de resultaten van de evaluatie van de Rekenkamer Portefeuillehouder Raad

t. Aanleiding Op grond van artikel 13, tweede lid van de gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Wassenaar Voorschoten Oegstgeest Leidschendam-Voorburg moeten de gemeenteraden de regeling minimaal eenmaal in de vier jaar evalueren. De voorlaatste evaluatie heeft in 2020 plaatsgevonden. Daarom heeft eind 2024weer een evaluatie plaatsgevonden. ln deze raadsbrief informeert de Klankbordgroep de vier gemeenteraden over de uitkomst van de uitgevoerde evaluatie.

2. lnhoudelijkeuiteenzetting De (digitale) evaluatie heeft plaatsgevonden eind november 2024. De vragenlijst is uitgezet onder alle raads- en commissieleden (12ó personen)van de vier gemeenten. Daarvan hebben 29 personen de enquête ingevuld (23%). De enquête is ook uitgezet onder collegeleden en

gemeentesecretarissen (23 personen). Daarvan hebben 1ó de enquête ingevuld. (69,6%).De collegeleden hebben overigens niet alle vragen hoeven te beantwoorden.

Wat de uitkomst betreft is de conclusie dat men in het algemeen tevreden is over het functioneren van de Rekenkamer en de rapporten die worden aangeleverd. Twee punten vergen extra aandacht:

t. 2.

Het aantal onderzoeken per jaar De opvolging van de aanbevelingen

De meeste raadsleden zijn van mening dat het aantal onderzoeken per jaar voldoende is. De collegeleden geven aan liever minder onderzoeken te willen, met de focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Daarnaast lijken de collegeleden vooral bezorgd over de praktische bruikbaarheid van aanbevelingen, wat ook invloed heeft op de opvolging ervan. Als het gaat om de opvolging van de conclusies en aanbevelingen zijn de raadsleden iets positiever dan de collegeleden, al hebben de raadsleden niet altijd zicht op wat met de aanbevelingen gebeurt. Er is dan ook verbetering mogelijk op de monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen.

De collegeleden vinden dat de aanbevelingen niet altijd bruikbaar zijn en uiten zij kritiek over de timing, context en specificiteit van de onderzoeken. Dit heeft ook een relatie met de hoeveelheid en kwaliteit van de onderzoeken. Voor het overige zijn er geen aandachtspunten die er echt uitspringen. Daarom kunnen de raden de uitkomsten van de evaluatie voor kennisgeving aannemen. Ten slotte nog een opmerking over het contact tussen de Rekenkamer en de gemeenteraden. Het contact loopt in feite via drie lijnen. Allereerst is er contact met de leden van de Klankbordgroep, waar van elke raad twee leden in zitten. En daarnaast geeft de Rekenkamer in de meeste gevallen een presentatie aan de gemeenteraden over de conclusies en aanbevelingen van een onderzoek in de beeldvorming. Tot slot hebben de griffiers van de gemeenten vier keer per jaar overleg met de Rekenkamer. Op deze manier is er voldoende contact met respect voor de onafhankelijke positie van de Rekenkamer. Klankbordgroep Rekenkamer Wassenaar Voorschoten Oegstgeest Leidschendam­Voorburg,

secretaris

voorzitter

Bijlage behorende bij deze raadsbrief: Evaluatie Rekenkamer WVOL 2025 Uitkomst

Pagina 2

Evaluatie Rekenkamer WVOLV Onderstaand een kort overzicht van de belangrijkste conclusies die zijn te trekken uit de evaluatie van de Rekenkamer 2024 (de derde evaluatie sinds de vier gemeenten samenwerken). Daarbij is in eerste instantie uitgegaan van de vragenlijst die is aangeboden aan de raads- en commissieleden. Relevante zaken die zijn af te leiden uit de antwoorden vanuit de colleges zijn daarbij meegenomen. Bijzonderheden die kunnen worden afgeleid uit de antwoorden van de colleges, die niet in verband kunnen worden gebracht met de antwoorden gegeven door raadsleden, zijn aan het einde apart vermeld. Ten aanzien van de respons kan nog worden opgemerkt dat de vragenlijst is uitgezet onder alle raads- en commissieleden (126 personen). Daarvan hebben 29 personen de enquête ingevuld (23%). De enquête is ook uitgezet onder collegeleden en gemeentesecretarissen (23 personen). Daarvan hebben 16 de enquête ingevuld. (69,6%). Samenvatting In het algemeen is er tevredenheid is over het functioneren van de Rekenkamer en de rapporten die worden aangeleverd. Twee punten vergen aandacht: 1. Het aantal onderzoeken per jaar 2. De opvolging van de aanbevelingen Betrokkenheid en relevantie: -

Raadsleden zijn overwegend positief over hun betrokkenheid bij onderwerpkeuze en onderzoeksvraagstelling

-

De onderzoeksonderwerpen worden als bestuurlijk relevant beschouwd en sluiten aan bij de wensen van de raad

-

De rapporten helpen bij het raadswerk en de controlerende taak van de raad (biedt bredere context (vergelijking met andere gemeenten), geeft diepere inzichten en ondersteunt de besluitvorming)

Verschil in waardering tussen raad en college: -

Raadsleden zijn positiever over de bruikbaarheid van conclusies en aanbevelingen dan collegeleden (maar soms kun je een rapport alleen voor kennisgeving aannemen)

-

Collegeleden uiten kritiek over de timing, context en specificiteit van de onderzoeken

Aantal onderzoeken: -

Raadsleden vinden het huidige aantal onderzoeken (twee grote en enkele kleine) voldoende

-

Collegeleden geven aan liever minder onderzoeken te willen, met focus op kwaliteit in plaats van kwantiteit

Lokale binding: -

Raadsleden zijn overwegend positief over de lokale binding van Rekenkamerleden

-

Een deel vindt deskundigheid belangrijker dan lokale binding

1

Effectiviteit en doorwerking: -

Een meerderheid ziet toegevoegde waarde voor de controlerende taak van de raad

-

Er is verbetering mogelijk in het monitoren van de implementatie van aanbevelingen

-

Veel raadsleden hebben onvoldoende zicht op wat er met de aanbevelingen gebeurt

Bestuurlijke hoor en wederhoor: -

Er is brede consensus dat bestuurlijke hoor en wederhoor met het college toegevoegde waarde heeft

Samenwerking: -

De samenwerking tussen Rekenkamer en raden wordt als effectief beschouwd

-

Over de samenwerking tussen Rekenkamer en college/ambtelijke organisatie hebben raadsleden weinig zicht

Presentaties: -

Presentaties worden als nuttig ervaren, vooral voor het kunnen stellen van vragen

-

Ze worden gezien als aanvullend op de behandeling van een rekenkameronderzoek

Extra over de rol en bijdrage van de Klankbordgroep ­

De meeste leden zien hun rol als constructief en waarderen de directere communicatie met de Lokale Rekenkamer

­

Sommige leden zijn echter zoekende naar hun meerwaarde en merken op dat het soms eenrichtingsverkeer lijkt

­

De frequentie van bijeenkomsten (2x per jaar) wordt door de meesten als prima ervaren, hoewel sommigen dit te veel of juist te weinig vinden

Ten slotte De collegeleden lijken vooral bezorgd over de praktische bruikbaarheid, specifieke relevantie voor hun gemeente, en de verhouding tussen investering (tijd, middelen) en opbrengst van de rekenkameronderzoeken. De raadsleden zien kansen om de impact te versterken door betere zichtbaarheid, implementatiebewaking (wat is gedaan met de aanbevelingen) en raadsbetrokkenheid. De leden van de klankbordgroep zijn verdeeld over de effectiviteit van hun rol en de mate waarin de rekenkamer daadwerkelijk gebruik maakt van hun input. Tegelijk waarderen zij de mogelijkheid om direct met de rekenkamer te communiceren over onderwerpkeuze, werkwijze en effectiviteit. Respondenten Raads- en commissielid inclusief griffier

21

46,7%

Lid Klankbordgroep

8

17,8%

Raads- en commissieleden totaal

29

64,5%

Collegelid inclusief gemeentesecretaris en/of concerncontroller

16

35,5%

Totaal respondenten

45

100%

De collegeleden hebben niet alle vragen hoeven te beantwoorden.

2

Vraag 1: De gemeenteraden worden voldoende betrokken bij de onderwerpkeuze en onderzoekvraagstelling. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens

10

34,5%

8

38%

2

25%

overwegend mee eens

8

27,5%

4

19%

4

50%

Neutraal

2

7%

1

5%

1

12,5%

overwegend mee oneens

5

17,25%

4

19%

1

12,5%

Geheel mee oneens

1

3,5%

1

5%

Heb ik geen zicht op

3

10,25%

3

14%

totaal

29

21

8

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Buiten de Auditcommissie is er vanuit de raad bijzonder weinig zicht op de Rekenkamer.

-

De raden zijn niet bepalend bij de onderzoekskeuze en vraagstelling.

-

De rekenkamer haalt onderwerpen op bij de raad.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Het ophalen van onderwerpen gebeurt doorgaans niet in de raad maar in de auditcommissie

-

De status van aangedragen voorstellen is niet duidelijk. Is het breed gedragen of een eenling die wat roept.

-

De raden mogen onderwerpen aandragen maar in de praktijk worden niet veel overgenomen.

Conclusie: De raden zijn overwegend positief over de betrokkenheid bij de onderwerpkeuze en onderzoeksvraagstelling, hoewel een belangrijke minderheid ook kritisch is. In een toelichting geeft een raadslid aan dat raadsleden bij de auditcommissie weinig zicht hebben op de rekenkamer en dat het ophalen van de onderwerpen niet in de rad maar in de auditcommissie gebeurt.

3

Vraag 2: De onderzoeksonderwerpen zijn bestuurlijk relevant en sluiten aan op de wensen en behoeften van de raad. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens

8

27,5%

6

28,5%

2

25%

overwegend mee eens

13

45%

8

38%

5

62,5%

Neutraal

4

13,5%

3

14, 5%

1

12,5%

overwegend mee oneens

2

7%

2

9,5%

Heb ik geen zicht op

2

7%

2

9,5%

totaal

29

Geheel mee oneens 21

8

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Al diverse malen gebruik kunnen maken van de resultaten om tot goede besluitvorming te komen.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Niet altijd zijn de onderwerpen bestuurlijk relevant, maar de raad en de klankbordgroep hebben goede voorstellen over bestuurlijk relevante onderwerpen, maar vaak selecteert de rekenkamer niet die onderwerpen. Zo draag je wel wat aan, maar waarom zou je dat doen, immers de Rekenkamer is zelfstandig/onafhankelijk in de keuze en legt toch vaak keuze van de een betrokken klankbordlid naast zich neer. Dat levert teleurstelling op.

-

Niet alle voorstellen voor onderwerpen worden overgenomen.

Conclusie: Het algehele beeld is positief. Feit blijft dat de rekenkamer autonoom is en uiteindelijk zelf de onderwerpen kiest.

4

Vraag 3: De onderzoeksonderwerpen helpen bij het raadswerk en de controlerende taak van de raad. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens

10

34,5%

8

38%

2

25%

overwegend mee eens

13

45%

8

38%

5

62,5%

Neutraal

2

7%

2

9,5%

overwegend mee oneens

2

7%

1

5%

1

12,5%

Geheel mee oneens

1

3,5%

1

5%

Heb ik geen zicht op

1

3,5%

1

5%

totaal

29

21

8

Vraag 4: Kunt u aangeven hoe de onderzoeksrapporten helpen bij het raadswerk? (open vraag). Opmerkingen raadsleden -

Meer info ook over de buurgemeenten.

-

Als Raad hebben we weinig zicht 'dieper' de organisatie in. En we zijn leken dus hebben onvoldoende kennis (en tijd) om dieper te kijken. Dus ondersteuning RKC is top.

-

Raadsleden hebben de onderzoeken vaak niet scherp, ongeacht de inhoudelijke kwaliteit.

-

Bij relevante raadsvoorstellen kun je teruggrijpen op bevindingen van de RKC(-rapporten en aanbevelingen).

-

Een breder plaatje maken door niet alleen naar eigen gemeente te kijken maar te bezien in relatie tot andere gemeenten. Dat helpt voor de beeldvorming enorm. Ook kan het rapport gebruikt worden om gefundeerd uitspreken te doen die het college kan beamen of weerleggen. Voer voor interessante discussies.

-

De rapporten geven goed inzicht in de lokale situatie over belangrijke onderwerpen.

-

Wij kennen niet de onderliggende vraagstellingen cq context. En de representatieve waarde van het onderzoek is ook niet duidelijk.

-

Al diverse malen gebruik kunnen maken van de resultaten om tot goede besluitvorming te komen

-

Aanbevelingen leiden soms tot initiatieven.

-

De rapporten geven niet alleen een goede brede achtergrond, maar ook een leerzaam inkijkje in de keuken van de andere gemeenten.

Opmerkingen leden klankbordgroep -

Relevante onderwerpen met concrete voorstellen.

-

Deze rapporten geven een goede input en ondersteuning bij het voorbereiden van relevante raadsvoorstellen.

-

Geeft meer inzicht, ook in relatie tot financiën .

-

De onderzoeken leveren inzichten o.g.v. effect van beleid.

-

Ze geven analyses die je normaal gesproken niet bij een raadsvoorstel aantreft. Ook analyses die los staan van concrete voorstellen, maar die wel aanleiding geven tot nadere gedachtenvorming.

Conclusie: Het algehele beeld is positief over de rekenkamer als instrument van de raad, vooral voor het diepere inzicht dat de rapporten geven.

5

Vraag 5: De rapporten van de RKC leveren bruikbare conclusies en aanbevelingen op waar de raad en het college mee uit de voeten kunnen. Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Totaal Geheel mee eens

7

overwegend mee eens Neutraal

Raad

KBG

15,5%

5

23,75%

2

25%%

18

40%

10

22,25%

9

43%

5

62,5%

3

14,25%

overwegend mee oneens

5

11,25%

Geheel mee oneens

1

2,25%

1

4,75%

Heb ik geen zicht op

3

6,5%

3

14,25%

totaal

45

1

21

12,5%

8

colleges 4

25%

7

43,75%

4

25%

1

6,25%

16

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Soms kunnen we niet meer dan het voor kennisgeving aannemen.

-

De reactie van college is interessant en kan wel leiden tot vervaging van de conclusies en daarvoor moet ik als raadslid waken.

-

Soms kun je wat met de resultaten als ze gebaseerd zijn op een feitenanalyse. Soms is wel te weinig kennis van de lokale situatie.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Ik kan niet altijd volgen of het college ook daadwerkelijk de aanbevelingen opvolgt.

-

Met name de reactie van een college kan voor en goede follow up leiden.

-

De conclusie zijn vaak over het geheel van de vier gemeentes terwijl de resultaten per individuele gemeente vaak nogal verschillen..

Opmerkingen collegeleden -

Het mag meer toegespitst worden per gemeente, bijv. aanbeveling is omgevingsvisie opstellen, maar dit was al gedaan bij de gemeente Oegstgeest.

-

De rekenkamer doet uitspraken over bedrijfsvoering, waarbij vaak de context / kennis ontbreekt. Daarbij lijkt de rekenkamer politiek te bedrijven, iets dat niet passend is.

-

Nee dat vind ik niet altijd het geval. De timing is soms ingewikkeld, als ook de aansluiting bij de feitelijke stand van zaken van dossiers. Dit kan tot complicaties leiden. Ook de verhouding met bestaand beleid is niet altijd optimaal.

-

Loopt merendeel van de keren achter de feiten aan en brengt weinig meerwaarde derhalve

-

zeer beperkt toepasbare aanbevelingen.

-

Op meerdere onderwerpen zijn de betrokken gemeenten sterk afwijkend ten opzichte van de voor ons relevante Leidse regio.

Conclusie: Hoewel het algehele beeld positief is, valt op dat de raadsleden positiever zijn over de bruikbaarheid van de conclusies en aanbevelingen dan de collegeleden. Opmerkingen: loopt achter de feiten aan, weinig meerwaarde, te weinig toegespitst per gemeente, de betrokken gemeenten zijn sterk afwijkend, bij uitspraken over bedrijfsvoering ontbreken vaak context en kennis, de timing is zijn ingewikkeld.

6

Vraag 6: Twee grote en enkele kleine onderzoeken per jaar is voldoende. Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Totaal

Raad

KBG

colleges

Liever meer onderzoeken Het is voldoende

26

57,75%

14

66,75%

7

87,5%

5

31,25%

Liever minder onderzoeken

13

28,75%

2

9,5%

1

12,5%

10

62,5%

Heb ik geen zicht op

4

8,75%

3

14,25%

1

6,25%

Andere

2

4,5%

2

9,5%

Totaal

45

21

8

16

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Ik heb liever alleen twee grote onderzoeken.

-

Het "huiswerk" moet voor raadsleden wel behapbaar blijven; we komen nu al vaak tijd tekort.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Beter minder onderzoeken en meer kwaliteit van onderzoeken. Kleine onderzoeken voegen nagenoeg niets toe. Deze worden vaak voor kennisgeving aangenomen.

Opmerkingen collegeleden -

Liever 1 relevant onderzoek voor onze gemeente dan meerdere irrelevante onderzoeken. Zonde van het geld.

-

Het gaat niet om het aantal, het gaat om op het juiste moment het juiste onderzoeken. Daarbij helpt het niet dat het onderzoek voor vier gemeentes uitgevoerd moet worden.

-

Ik zou focussen op 1 á 2 grote. Maar wel afhankelijk van de behoefte. Niet onderzoeken om te onderzoeken.

-

Liever bijvoorbeeld 2 goede onderzoeken, dan het streven naar een bepaald aantal per jaar. Het gaat op de kwaliteit niet om de kwantiteit.

-

Toegevoegde waarde in kwaliteit (of kwantiteit) van uiteindelijke besluitvorming is niet groot.,

-

zoals ze nu gedaan worden is de toegevoegde waarde zeer beperkt.

Conclusie: In ieder geval niet meer onderzoeken. Wat opvalt is dat de colleges liever minder onderzoeken willen. En in de toelichting komt ook naar voren dat men zeker niet meer wil en de teneur is liever een goede kwaliteit, de kwantiteit is niet belangrijk.

7

Vraag 7: De rekenkamer is gebaat bij lokale binding van de leden, dat wil zeggen de leden wonen in de gemeente die hen heeft voorgedragen. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens

8

28,5%

6

40,63%

2

25%

overwegend mee eens

10

35,75%

7

31,25%

3

37,5%

Neutraal

9

32,25%

6

12,5%

3

37,5%

1

3,5%

1

3,13%

overwegend mee oneens Geheel mee oneens Heb ik geen zicht op totaal

28

20

8

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Binding brengt ander informatie met zich mee maar ook grote(re) betrokkenheid.

-

Heeft wel zijn voordeel als één lid lokaal is.

-

Zolang het kundige en maatschappelijk betrokken mensen zijn, is woonplaats minder relevant.

-

Verdient als het kan wel de voorkeur dat ten minste één van de leden binding met de eigen woonplaats heeft.

-

Lijkt me van belang om de lokale situatie te (kunnen) beoordelen.

-

Kwaliteit / materiekennis is belangrijker dan de lokale binding.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Zonder last en ruggespraak onderwerpen noemen in de klankbordgroep, maar vaak is de politieke signatuur duidelijk. Er wordt geen onderbouwing gegeven waarom een onderwerp wordt genoemd. Lukraak onderwerpen noemen, helpt dan niet.

-

Naar mijn weten worden de onderzoeken door externe bureaus gedaan. Die hebben ook geen binding met de gemeente en toch schrijven ze de rapporten.

Conclusie: De raden zijn overwegend positief over de lokale binding, maar een groep vindt deskundigheid belangrijker dan lokale binding.

8

Vraag 8: De lokale binding van de leden van de rekenkamer is zinvol voor het bepalen van voor de raad relevante onderzoeksonderwerpen. Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Totaal

Raad

Klankbordgroep

college

Geheel mee eens

9

20,45%

4

20%

2

25%

3

18,75%

overwegend mee eens

17

38, 65%

9

45%

4

50%

4

25%

Neutraal

14

31,9%

4

20%

2

25%

8

50%

overwegend mee oneens

2

4,5%

2

10%

Geheel mee oneens

1

2,25%

1

6,25%

Heb ik geen zicht op

1

2,25%

totaal

44

1

5%

20

8

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Is minder relevant.

-

Heeft wel zijn voordeel als één lid lokaal is.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Echter ik heb tot nu niet gezien wat die relevantie is. Transparantie ontbreekt.

Opmerkingen college ­

Mee eens.

­

Het is niet aan de rekenkamer om te bepalen wat er onderzocht kan worden, dat is aan de politiek

­

Kan, beetje afstand kan ook gezond zijn.

­

Ik denk dat het beter is dat de Raad zélf meer aan het stuur zit daaromtrent.

­

Geen voordeel, geen nadeel, afstand t.o.v. materie kan ook voordelen hebben.

­

zou moeten zijn, want is op dit moment niet echt het geval.

­

Enige lokale is m.i. belangrijk voor een goede afweging voor het onderzoeksonderwerp.

Conclusie: Een kleine meerderheid ziet de lokale binding als zinvol voor het bepalen van de relevante onderzoeksonderwerpen. Maar een grote groep is daar neutraal over, waaronder de helft van de collegeleden.

9

Vraag 9: De onderzoeken van de rekenkamer hebben effect gehad, anders gezegd, hebben toegevoegde waarde voor de controlerende taak van de raad. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens

6

21,3%

5

25%

1

12,25%

overwegend mee eens

11

39,25%

7

35%

4

50%

Neutraal

3

10,75%

1

5%

2

25%

overwegend mee oneens

3

10,75%

2

10%

1

12,25%

Geheel mee oneens

2

7,2%

2

10%

Heb ik geen zicht op

3

10,75%

3

15%

totaal

28

20

8

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Onderzoeken vaak onbekend bij raadsleden.

-

Die onderzoeken bepalen je wel "Extra" bij de controlerende taak.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Ik kan geen voorbeeld geven van die toegevoegde waarde voor de controlerende taak. Welk raadslid heeft op basis van een onderzoeksrapport de controle uitgeoefend? Ik kan geen raadslid noemen.

-

Er wordt nooit gecheckt wat er met de aanbevelingen is gedaan.

Conclusie: In het algemeen kan gesteld worden dat men overwegend positief reageert op deze stelling, al is er een niet verwaarloosbare minderheid die de toegevoegde meerwaarde niet ziet.

10

Vraag 10: Heeft u inzicht in de effecten van doorwerking van de overgenomen aanbevelingen, anders gezegd, is het duidelijk wat met de overgenomen aanbevelingen wordt gedaan. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens overwegend mee eens

9

32%

6

30%

3

37,25%

Neutraal

7

25%

4

20%

3

37,25%

overwegend mee oneens

4

14,25%

3

15%

1

12,25%

Geheel mee oneens

3

10,75%

2

10%

1

12,25%

Heb ik geen zicht op

5

18%

5

25%

totaal

28

20

4

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Het is niet altijd zichtbaar wat ermee wordt gedaan.

-

Wat met overgenomen aanbevelingen wordt gedaan is niet altijd meetbaar binnen één raadsperiode.

-

Soms is het wel zichtbaar, soms niet.

-

Daar heb ik minder zicht op; is wellicht een punt van aandacht om scherper als raad op te letten.

Opmerkingen leden Klankbordgroep ­

Ja het college rapporteert terug als de tijd daar is. 1x per jaar.

­

Ik heb nog te weinig ervaring binnen de raad om de effecten uit een RKC onderzoek te filteren uit de uitvoering.

­

Follow up en duidelijke afspraken over de acties en resultaten moeten wat strikter gemaakt worden

­

Er wordt nooit gecheckt wat er met de aanbevelingen is gedaan.

Conclusie: Een minderheid zegt inzicht te hebben in de effecten van de aanbevelingen. Een enkeling zegt overigens daar zelf scherper op te moeten zijn.

11

Vraag 11: De raad heeft een goed beeld van de implementatie van de aanbevelingen. Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens overwegend mee eens

8

28,5%

4

20%

4

50%

Neutraal

7

25%

5

25%

2

25%

overwegend mee oneens

5

18%

4

20%

1

12,25%

Geheel mee oneens

3

10,75%

2

10%

1

12,25%

Heb ik geen zicht op

5

18%

5

25%

totaal

28

20

4

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden -

Soms wel, soms niet

-

Daar heb ik, los van de formele, schriftelijke reactie van het College, minder zicht op; wellicht een punt van aandacht om scherper als raad op te letten.

-

De raad volgt dat niet op.

Opmerkingen leden Klankbordgroep ­

College rapporteert 1 x per jaar.

­

Ik heb nog te weinig ervaring binnen de raad om de effecten uit een RKC onderzoek te filteren uit de uitvoering.

­

follow up en duidelijke afspraken over de acties en resultaten moeten wat strikter gemaakt worden.

­

Er wordt nooit gecheckt wat er met de aanbevelingen is gedaan.

Conclusie: Hier valt wel wat te verbeteren. De meerderheid zegt namelijk dat beeld niet te hebben of is hooguit neutraal. Maar uit de toelichting blijkt ook dat daar niet scherp op wordt toegezien.

12

Vraag 12: Bestuurlijke hoor en wederhoor met het college voordat het rapport wordt aangeboden aan de raad is nodig voor het goede gesprek in de commissie- en raadsvergadering (de raad wil weten wat het commentaar van het college is) Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Totaal

Raad

KBG

College

Geheel mee eens

26

59,25%

12

42,75%

5

62,25%%

9

56,25%

overwegend mee eens

13

29,5%

6

21,5%

2

25%

5

31,25%

Neutraal

3

6,75%

1

3,5%

1

12,25%

1

6,25%

Geheel mee oneens

1

2,25%

1

6,25%

Heb ik geen zicht op

1

2,25%

totaal

44

overwegend mee oneens 1

3,5%

20

8

16

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden ­

Dit is nodig om het complete beeld te krijgen.

­

Meerwaarde zit in lokale accenten die daaruit te voorschijn komen .

­

Aan de ene kant snap ik dat wel, aan de andere kant vind ik dat iets tussen de raad en het college zelf.

­

Dat wel maar misschien is het ook handig om de raad in het onderzoek te betrekken.

Opmerkingen leden Klankbordgroep ­

Belangrijk om dat advies te hebben voordat besloten wordt over de aanbevelingen.

­

Niet altijd kloppen de onderzoeksresultaten.

Opmerkingen collegeleden ­

Maar dan is het niet meer nodig om nog eens als raad een wensen en bedenkingen te geven op het initiatiefvoorstel van de raad. Dat is dubbelop.

­

Het is een rapport van de gemeenteraad en niet van het college. Als de raad wil weten wat het commentaar van het college is, zijn er voldoende instrumenten om dat te weten te komen.

­

Lijkt me logisch proces.

­

Cruciaal voor een goed debat.

Conclusie: Hier is men het in grote lijnen over eens dat bestuurlijke hoor en wederhoor toegevoegde waarde heeft.

13

Vraag 13: De samenwerking tussen rekenkamer en raden is effectief Totaal

Raad

Klankbordgroep

Geheel mee eens

7

26%

6

30%

1

14,25%

overwegend mee eens

8

29,5%

4

20%

4

57,25%

Neutraal

5

18,5%

4

20%

1

14,25%

overwegend mee oneens

2

7,5%

1

5%

1

14,25%

Geheel mee oneens

2

7,5%

2

10%

Heb ik geen zicht op

3

11%

3

15%

totaal

27

20

7

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden ­

Voor zover ik teruggekoppeld krijg als raadslid, die niet in de klankbordgroep zit, is er sprake van een goed contact.

­

Dat wel maar misschien is het ook handig om de raad in het onderzoek te betrekken.

­

Zou beter kunnen. Ik denk dat er een behoefte is aan meer tekst/uitleg in wat wij voor elkaar kunnen betekenen.

Opmerkingen leden Klankbordgroep -

Mag een betere onderlinge communicatie zijn.

Conclusie: Men is overwegend positief pover de effectiviteit van de samenwerking.

14

Vraag 14: De samenwerking tussen rekenkamer en het college en ambtelijke organisatie is constructief Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Totaal

Raad

KBG

College

Geheel mee eens

2

4,5%

1

5%

1

12,25%

overwegend mee eens

12

27,25%

1

5%

4

50%

7

43,75%

Neutraal

6

13,75%

1

12,25%

5

31,25%

overwegend mee oneens

1

2,25%

1

6,25%

Heb ik geen zicht op

23

52,25%

3

18,75%

totaal

44

Geheel mee oneens 18

90%

20

2 8

25%

16

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden ­

Dit is nodig om het complete beeld te krijgen.

­

Meerwaarde zit in lokale accenten die daaruit te voorschijn komen .

­

Aan de ene kant snap ik dat wel, aan de andere kant vind ik dat iets tussen de raad en het college zelf.

­

Dat wel maar misschien is het ook handig om de raad in het onderzoek te betrekken.

Opmerkingen leden Klankbordgroep ­

Belangrijk om dat advies te hebben voordat besloten wordt over de aanbevelingen.

­

Niet altijd kloppen de onderzoeksresultaten.

Geen opmerkingen collegeleden Conclusie: Hier heeft een groot deel van de raad geen zicht op. Opvallend is het verschil in de antwoorden tussen de raadsleden (geen lid van de klankbordgroep) enerzijds en de collegeleden en klankbordgroepleden anderzijds.

15

Vraag 15: De presentaties van de rekenkamer in de commissie- en raadsvergaderingen zijn aanvullend op de behandeling van een rekenkameronderzoek en geven inzicht in de meerwaarde van het onderzoek. Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Totaal

Raad

KBG

College

Geheel mee eens

10

23,25%

7

37%

2

25%%

1

6,25%

overwegend mee eens

17

39,5%

8

42%

4

50%

5

31,25%

Neutraal

9

20,75%

2

10,5%

1

12,25%

6

37,5%

overwegend mee oneens

2

4,75%

1

12,25%

1

6,25%

Geheel mee oneens

2

4,75%

1

5,25%

1

6,25%

Heb ik geen zicht op

3

7%

1

5,25%

2

12,5%

totaal

43

19

8

16

Bij de toelichting zijn de volgende relevante opmerkingen geplaatst: Opmerkingen raadsleden ­

Ook vanwege de mogelijkheid om vragen te stellen.

­

Soms hebben de presentaties geen aanvullende waarde omdat het onderzoeksrapport al duidelijk genoeg is.

­

Die presentaties zijn zeker nuttig, een soort onmisbare "warming-up" in de overvloed van info die je als raadslid ontvangt.

­

Er is te weinig tijd om diepgaand op het onderzoek in te gaan. Vragen over relevantie en representativiteit komen niet aan de orde .

­

Tot nu toe heb ik één keer de rekenkamer in een beeldvorming gezien, verder niet.

Opmerkingen leden Klankbordgroep ­

Soms is de presentatie van toegevoegde waarde, soms ook niet.

­

Als dit wel consequent en frequent wordt doorgevoerd.

­

De presentaties zijn meestal een mondelinge opsomming van het rapport dat men al gelezen heeft. Wel is het nuttig dat men vragen kan stellen.

Opmerkingen collegeleden ­

In commissievergadering wel, maar niet in raadsvergadering.

­

Het is vooral de vraag wat er nu precies moet gebeuren met de onderzoeken. Bovendien moeten er thema's worden onderzocht in alle aangesloten gemeenten, terwijl deze niet altijd relevant zijn. Het zijn ook vaak hele forse rapporten, hetgeen de toegankelijkheid en leesbaarheid niet ten goede komt.

­

Niet altijd meerwaarde, omdat er soms veel tijd zit tussen publicatie en presentatie.

Conclusie: De presentaties hebben nut voor het kunnen stellen van vragen.

16

Vraag 16. Heeft u nog aanvullende opmerkingen en/of suggesties? Deze vraag is ook beantwoord door de colleges. Alle respondenten is aan het einde gevraagd eventuele aanvullende opmerkingen mee te geven. Onderstaand een globaal overzicht van de opmerkingen Raadsleden Niet het geval; ga zo door zou ik zeggen! Leden klankbordgroep -

Ik vind dat de Lokale Rekenkamer meer aanwezig moet zijn op andere sociale media kanalen dan alleen LinkedIn. Op die manier bereik je meer bewoners.

-

De inwoners zichtbaar en aantoonbaar betrekken bij de onderwerpskeuze is van waarde. Er wordt te veel informatie uitgewisseld in de klankbordgroep dat niet te maken heeft met de onderwerpskeuze. Dat is niet efficiënt gebruik maken van de tijd van klankbordleden, die al genoeg te doen hebben.

Collegeleden -

Het is vooral de vraag wat er nu precies moet gebeuren met de onderzoeken. Bovendien moeten er thema's worden onderzocht in alle aangesloten gemeenten, terwijl deze niet altijd relevant zijn. Het zijn ook vaak hele forse rapporten, hetgeen de toegankelijkheid en leesbaarheid niet ten goede komt.

-

Het beeld over de adviezen dat bij mij regelmatig blijft hangen is dat de adviezen soms onvoldoende concreet zijn om zonder interpretaties te implementeren.

Conclusie: Vanuit de klankbordgroep de oproep om meer te doen aan het betrekken van de inwoners. Vanuit het college twee opmerkingen over wat met de onderzoeken moet gebeuren.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=3d1ad3bb-ae42-4b85-9f5e-27873d889e48