2788 Brief dd 15-05-2025 Centraal+ met reactie op nieuws omtrent handhavingsverzoek (incl. bijlage)
Tekst van het document
Geachte portefeuillehouders en raadsleden, Onlangs heeft het Commissariaat voor de Media (CvdM) uitspraak gedaan over een handhavingsverzoek jegens de stichtingen die samen de officiële lokale omroep Centraal+ vormen. Dit handhavingsverzoek is ingediend door van Sleutelstad Media B.V. kort nadat de omroep de samenwerking met hem heeft stopgezet. De periode waar dit verzoek over gaat betreft ook de periode waarin actief was binnen de omroep. Gezien de publiciteit die hierover naar buiten is gekomen hebben wij behoefte u breder en genuanceerder te informeren over de achtergrond van dit verzoek, het uitgebreide onderzoek wat door CvdM is uitgevoerd, de conclusies die zijn getrokken en afspraken die zijn gemaakt. U vindt in de bijlage het integrale besluit van het Commissariaat. Het CvdM heeft geconcludeerd dat er geen reden is om een vorm van handhaving toe te passen op Centraal+ Het CvdM heeft zijn besluit als volgt geformuleerd: “wijst de verzoeken van Sleutelstad Media B.V. om handhavend op te treden tegen de stichtingen af”. Er zijn in het handhavingsverzoek door Sleutelstad diverse beschuldigingen tegen en vermeende misstanden bij Centraal+ naar voren gebracht. Hieronder worden van de belangrijkste onderwerpen verdere achtergrond en de conclusies van het CvdM weergegeven. •
Het bestaan en functioneren van het Programma bepalend Orgaan (PBO), Conclusie CvdM: “Het Commissariaat concludeert dat hij geen overtreding heeft geconstateerd van de regelgeving uit de Mediawet die ziet op het PBO. Gelet hierop treedt het Commissariaat met betrekking tot dit onderdeel niet handhavend op”.
•
De ICE normen (een bepaald % van de programmering moet Informatie, Cultuur en Educatie bevatten) Het CvdM heeft slechts gekeken naar de programmering op de radiozender(s) van Centraal+. Hierbij is door hen aangegeven dat “Het Commissariaat erkent dat het voor lokale media-instellingen vaak lastig is om de ICE-norm te halen vanwege het gebrek aan capaciteit en financiële middelen. Het Commissariaat begrijpt de uitdagingen die er zijn met betrekking tot het halen van de ICE-norm op met name radiokanalen”. De toelichting gegeven door Centraal+ en het verbeterplan wat is opgeleverd heeft het CvdM doen besluiten tot het geven van een waarschuwing en tot het besluit dat niet tot handhaving hoeft te worden overgegaan.
•
Nevenactiviteiten Op dit punt treedt het CvdM ook niet handhavend op gezien de toelichting die Centraal+ heeft verstrekt en de al eerder doorgevoerde wijzigingen in de organisatie van de omroep en de ontvlechting die al sinds medio 2024 heeft plaatsgevonden tussen commerciële activiteiten en lokale omroep activiteiten. Naar aanleiding van het onderzoek van het CvdM zijn nog verdere aanscherpingen aangebracht.
•
•
Dienstbaarheid Het CvdM concludeert: “Uit de verschillende deelconclusies volgt dat de stichtingen met betrekking tot het laten gebruiken van diens merknamen door Rudeboy Media B.V. zonder dat die namen in licentie zijn gegeven, het dienstbaarheidsverbod hebben overtreden”. en “Met betrekking tot de samenwerking tussen de stichtingen en Rudeboy Media B.V., vertegenwoordigd door de heer Slappendel, signaleert het Commissariaat grote risico’s met betrekking tot het dienstbaarheidsverbod. In de hernieuwde opdrachtovereenkomst zijn weliswaar maatregelen getroffen om dit risico te verminderen, maar de voorzitter en het bestuur van de stichtingen moeten er alert op blijven dat de samenwerkingsconstructie en het delen van een directeur door de stichtingen en Rudeboy Media B.V. niet leidt tot toekomstige overtredingen van het dienstbaarheidsverbod.” Centraal+ is reeds medio 2024 gestopt met het werken met producenten maar zijn er contracten afgesloten waarbij o.a. afgesproken is dat andere ondernemingen van medewerkers van Centraal+ geen merknamen van de Stichting mogen gebruiken zonder voorafgaande expliciete toestemming. Belangenverstrengeling “Het Commissariaat concludeert dat er geen sprake is van de gestelde belangenverstrengeling. Met betrekking tot dit punt treedt het Commissariaat niet handhavend op.”
Centraal+ trekt met het CvdM de conclusie dat er een beperkt aantal verbeterpunten naar aanleiding van dit onderzoek naar voren zijn gekomen maar dat het merendeel van de aantijgingen onterecht gebleken zijn. Wij zullen ons met energie, enthousiasme en passie blijven inzetten om nieuws, informatie en ontspanning naar de lokale gemeenschap te blijven brengen en daarmee te verbinden, te informeren en te inspireren. Met vriendelijke groet, Voorzitter Streekomroep Centraal+
Besluit Kenmerk: 9984094 / 1001517 Betreft: Besluit op de handhavingsverzoeken van Sleutelstad Media B.V. Het Commissariaat voor de Media gezien de verzoeken van 19 juli 2024 en 16 augustus 2024 om handhavend op te treden tegen Stichting Agglomeratieomroep Holland Centraal, Stichting Radio en Televisie Leiderdorp en Stichting Lokale Media Wassenaar. gelet op het bepaalde in de Mediawet 2008 en de Algemene wet bestuursrecht overweegt als volgt,
A.
Procedure
1.
Op 19 juli 2024 en op 16 augustus 2024 ontving het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) een handhavingsverzoek van Sleutelstad Media B.V. 1 De handhavingsverzoeken richten zich tegen de Stichting Agglomeratieomroep Holland Centraal, Stichting Radio en Televisie Leiderdorp en Stichting Lokale Media Wassenaar (hierna: de stichtingen). Volgens Sleutelstad Media B.V. handelen de stichtingen in strijd met verschillende regels uit de Mediawet 2008 (hierna: de Mediawet).
2.
Naar aanleiding van de handhavingsverzoeken is het Commissariaat een onderzoek gestart naar de hierin beschreven vermeende overtredingen. Dit onderzoek leidde tot een onderzoeksrapport, welke op 6 januari 2025 werd vastgesteld. Na vaststelling van dit rapport voerde het Commissariaat een gesprek met de stichtingen over de inhoud van het onderzoeksrapport. Dit gesprek werd gehouden op 25 februari 2025. Vanuit de stichtingen waren de voorzitter de heer Cooijmans en de directeur de heer Slappendel aanwezig.
Aanwijzing 3. De drie stichtingen zijn ieder individueel aangewezen als lokale publieke media-instelling voor hun eigen verzorgingsgebied. De stichtingen werken samen onder de namen Centraal+ en Unity. Hierbij kennen zij een gezamenlijk bestuur en eenzelfde Programma Bepalend Orgaan (hierna: PBO). De samenwerking is geïnitieerd vanuit de ambitie van de stichtingen om in 2027 gezamenlijk een streekomroep te vormen. Opbouw besluit 4. Het besluit heeft de volgende opbouw. Het verloop van de procedure is beschreven (A). Hierna volgt het wettelijk kader (B) en worden de verschillende onderdelen van het handhavingsverzoek uiteengezet en beoordeeld (C).
1 In overleg met Sleutelstad Media B.V. zijn de twee handhavingsverzoeken gebundeld en wordt er één
besluit genomen.
-1-
Hierna wordt een conclusie getrokken (D). Tot slot wordt ingegaan op de openbaarmaking van dit besluit (E) en volgt het besluit (F).
B. 5.
C.
Wettelijk kader Voor een overzicht van de relevante wettelijke bepalingen wordt verwezen naar bijlage 1 bij dit besluit.
Beoordeling
6.
Het Commissariaat stelt vast dat de handhavingsverzoeken van Sleutelstad Media B.V. voldoen aan de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde eisen, zodat de verzoeken ontvankelijk zijn en inhoudelijk kunnen worden behandeld.
7.
In het kader van de twee handhavingsverzoeken deed het Commissariaat onderzoek naar de verschillende onderwerpen uit die verzoeken. Hiertoe verzond het Commissariaat meerdere informatieverzoeken aan de stichtingen en ontving het Commissariaat in reactie verschillende stukken en informatie. Die stukken en informatie zijn verwerkt in het onderzoeksrapport van 6 januari 2025. Dit onderzoeksrapport en de uitkomsten van het gesprek dat het Commissariaat op 25 februari 2025 voerde met vertegenwoordigers van de stichtingen betrekt het Commissariaat, voor zover relevant, bij de beoordeling van de handhavingsverzoeken. Hieronder wordt steeds per onderwerp uiteengezet wat hierover is opgenomen in de handhavingsverzoeken, wat hierover volgt uit het onderzoeksrapport en het gesprek en tot slot hoe het Commissariaat hierover oordeelt.
PBO 8. Sleutelstad Media B.V. stelt dat het PBO van de stichtingen onvolledig is en niet voldoet aan de wettelijke bepalingen hieromtrent. Vergaderingen worden slechts bezocht door twee leden uit het PBO en of de overige leden nog in functie zijn is volgens Sleutelstad Media B.V. zeer de vraag. 9.
Het Commissariaat ontving van de stichtingen een overzicht van alle in functie zijnde PBO leden. De stichtingen werken samen in een streekomroepverband en kennen daarom één identiek PBO. De stichtingen hebben in reactie op het informatieverzoek met vragen over het PBO aangegeven dat in de selectieprocedure voor PBO-leden expliciet is meegewogen of een kandidaat-lid een relatie heeft met een belangenbehartigingsorganisatie van een vereiste stroming. De stichtingen hebben verder aangegeven dat er regelmatig contact is tussen de leden van het PBO en het bestuur. Ter onderbouwing stuurden de stichtingen een overzicht van alle PBO-leden en de verslagen van hun vergaderingen uit de periode 2022 tot en met 2024. In die verslagen staat wie van het PBO daarbij aanwezig was.
10. Uit het overzicht van de PBO-leden blijkt dat de volgende stromingen door de volgende hoeveelheden leden wordt vertegenwoordigd: Kerkgenootschappen (1 lid), etnische culturele minderheden (2 leden), kunst en cultuur (2 leden), maatschappelijke zorg en welzijn (2 leden), werkgevers (1 lid), sport en recreatie (1 lid) en jongeren (1 lid). Uit de verstrekte verslagen van de vergaderingen blijkt dat telkens een deel van de PBO-leden aanwezig is, gemiddeld 5 leden.
-2-
Overwegingen 11. Voordat een lokale media-instelling kan worden aangewezen moet die media-instelling, op grond van artikel 2.61, tweede lid, Mediawet, beschikken over een PBO dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Als tijdens de aanwijzingsperiode bij het Commissariaat ernstige twijfel bestaat of de lokale publieke media-instelling nog aan de eisen van artikel 2.61, tweede lid, van de Mediawet voldoet, kan hij een tussentijds advies vragen aan de gemeenteraad. 12. Het Commissariaat concludeert dat er op 28 oktober 2024 10 PBO-leden zijn en een voorzitter. Die leden vertegenwoordigen een aantal belangrijke in de gemeente voorkomende stromingen. Om diens taak uit te kunnen voeren moet het PBO regelmatig bijeenkomen, minimaal drie vergaderingen per jaar, maar vaker kan vanzelfsprekend ook. 2 Op basis van de ontvangen verslagen stelt het Commissariaat vast dat in 2024 het PBO drie keer bijeenkwam, in 2023 vier keer en in 2022 drie keer. Dit is aldus voldoende.
Het Commissariaat heeft verder geen aanwijzingen die erop duiden dat er tijdens de aanwijzingsperiode ernstige twijfel bestond over of de stichtingen over een representatief PBO beschikten, dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Er bestond aldus geen noodzaak om de gemeenteraad om een tussentijds advies te vragen over de samenstelling van het PBO. Conclusie 13. Het Commissariaat concludeert dat hij geen overtreding heeft geconstateerd van de regelgeving uit de Mediawet die ziet op het PBO. Gelet hierop treedt het Commissariaat met betrekking tot dit onderdeel niet handhavend op. ICE-norm 14. Sleutelstad Media B.V. stelt dat de stichtingen sinds 8 juli 2024, na het beëindigen van de samenwerking met Sleutelstad Media B.V. de ICE-norm van 50% uit artikel 2.70 Mediawet niet halen. Na beëindiging van de samenwerking is de ‘nieuwstak’ van de stichtingen niet vervangen. 15. Het Commissariaat heeft bij de stichtingen per programmakanaal een ingevuld programmaschemaformulier opgevraagd voor de berekening van het aandeel informatie, cultuur en educatie. Voor alle radioprogrammakanalen is gevraagd om de opnamen van de volledige uitzendingen in de periode maandag 16 september 2024 tot en met zondag 22 september 2024.
De stichtingen zenden radioprogrammering uit via de radioprogrammakanalen Centraal+ en Unity NL. Stichting Agglomeratieomroep Holland Centraal en Stichting Lokale Media Wassenaar zenden uit via Centraal+ en Stichting RTV Leiderdorp behield het eigen radioprogrammakanaal UnityNL. 16. Op basis van de ingevulde programmaschemaformulieren en de opnamen stelt het Commissariaat in zijn onderzoeksrapport dat op het radioprogrammakanaal Centraal+ een ICE-percentage wordt gehaald van afgerond 18% en op het radioprogrammakanaal UnityNL van afgerond 24%. Ten aanzien van het gedeelde televisieprogrammakanaal van de stichtingen verrichtte het Commissariaat geen uitgebreid onderzoek omdat hij snel kon constateren dat hierop het vereiste ICE-percentage wordt gehaald. 2 Dit stelde het Commissariaat in de handleiding ‘Spelregels voor de lokale publieke omroep in Nederland’
op pagina 12.
-3-
Overwegingen 17. Op grond van artikel 2.70 uit de Mediawet moet het programma-aanbod van een lokale publieke media-instelling per programmakanaal voor ten minste 50% van de duur bestaan uit aanbod van informatieve, culturele en educatieve aard dat in het bijzonder betrekking heeft op de gemeente waarvoor het aanbod bestemd is. Gezien de gegevens dat op de radioprogrammakanalen van de stichtingen respectievelijk 18% en 24% aan ICE wordt gehaald, staat vast dat het vereiste percentage van 50% niet wordt gehaald. 18. In het gesprek van 25 februari 2025 dat het Commissariaat met de stichtingen voerde, is gesproken over het niet halen van de ICE-norm. In dit gesprek is van de zijde van de stichtingen aangegeven dat zij proberen om dichter bij het vereiste percentage van 50% te komen en dat zij in 2024 en in 2025 op verschillende manieren probeerden en blijven proberen om meer ICE-programmering uit te zenden via de radio. Vertegenwoordigers van de stichtingen vertelden dat zij in 2024 een subsidie ontvingen van het Stimuleringsfonds van de Journalistiek en dat zij met die subsidie hebben geïnvesteerd in een live ochtendshow voor de radio. Ten behoeve van het halen van het vereiste ICEpercentage is geprobeerd om die ochtendshow op de radio herhaaldelijk uit te zenden.
Ook worden er audiofragmenten van televisieprogramma’s uitgezonden via de radio en blijven de stichtingen zoeken naar mogelijkheden om dichter bij het percentage van 50% te komen. 19. Tegelijkertijd is van de zijde van de stichtingen, tijdens de onderzoeksfase en in het gesprek, aangegeven dat het halen van de ICE-norm een uitdaging is. Enerzijds is dit een financiële uitdaging en anderzijds willen de stichtingen, met het oog op hun luisteraars, ICE-programmering niet de gehele dag herhalen of bijvoorbeeld een door hen geproduceerde podcastuitzending in zijn geheel uitzenden op de radio, om op die manier dichter bij het vereiste percentage te komen. Volgens de stichtingen willen luisteraars via de radio ook graag muziek horen. In het gesprek kwam verder naar voren dat de subsidie van het Stimuleringsfonds van de Journalistiek in 2025 niet is verkregen. Hierdoor moest worden gestopt met de live ochtendshow. Tot slot is aangegeven dat de stichtingen via persberichten, journalistieke en politieke verslaggevers een goede nieuwvoorziening bieden, maar die nieuwsvoorziening bestaat met name uit artikelen op de website van de stichtingen. 20.
Tijdens het gesprek heeft het Commissariaat aan de stichtingen gevraagd om in een document inzichtelijk te maken welke inspanningen zij nu verrichten met betrekking tot het halen van de ICE-norm en welke inspanningen zij hiervoor in de komende periode gaan verrichten. Hierbij is aangegeven dat het Commissariaat concrete actiepunten wil zien met betrekking tot het verbeteren van het ICE-percentage op de radioprogrammakanalen. 21. Op 24 maart 2025 ontving het Commissariaat van de stichtingen een document waarin het vorenstaande inzichtelijk is gemaakt. In het document is aangegeven hoeveel redacteuren er op dit moment werkzaam zijn voor de radioprogrammakanalen van de stichtingen en welke activiteiten zij verrichten. Die redacties werken dagelijks aan het produceren van nieuws. Er is een camerajournalist die iedere dag een nieuwsitem produceert. De audio hiervan wordt uitgezonden in diverse radio-uitzendingen. Daarnaast is er op de radioprogrammakanalen ieder uur nieuws uit de regio te horen en er worden korte interviews uitgezonden. De radioprogrammakanalen beschikken over een aantal inhoudelijke programma’s. Zo is in het twee uur durende programma ‘VrijMiBo’ ieder half uur iemand te gast om te praten over actualiteit, politiek of cultuur.
-4-
De stichtingen stellen dat zij op de radioprogrammakanalen muziek en inhoudelijke programmering in een juiste balans afwisselen. Het beschikbare geld wordt met name besteed aan de redactie. Ten aanzien van de items die de redacties maken, bekijken de stichtingen of de audio van die items kan worden uitgezonden op de radio. 22. Het document sluit af met verbetermaatregelen. De stichtingen geven aan zich in te willen zetten voor het verhogen van het ICE-percentage. Met betrekking tot het radioprogrammakanaal UnityNL zullen meer lokale artiesten worden ingezet. De stichtingen stellen dat zij extra ICE-programmering kunnen produceren en de hoeveelheid muziek zullen verminderen. Zo komt er in het weekend een programma waarin een overzicht wordt gegeven van het nieuws gedurende de week. Ook kan er een radioprogramma worden gemaakt rondom twee televisieprogramma’s die politieke informatie bevatten. De stichtingen stellen meer ICE-programmering te zullen gaan produceren voor radio en nog slimmer om te zullen gaan met de programma’s en nieuwsitems die door de redacties worden geproduceerd voor televisie en online. Delen van die programma’s willen de stichtingen gaan inzetten op de radio. 23. Het Commissariaat erkent dat het voor lokale media-instellingen vaak lastig is om de ICE-norm te halen vanwege het gebrek aan capaciteit en financiële middelen.
Het Commissariaat begrijpt de uitdagingen die er zijn met betrekking tot het halen van de ICE-norm op met name radiokanalen. Aan de andere kant blijft de ICE-norm een wettelijke verplichting waaraan lokale publieke media-instellingen zich moeten houden. Het Commissariaat heeft ook altijd de verwachting uitgesproken dat lokale mediainstellingen zich zo veel mogelijk moeten inspannen om het ICE-percentage te halen. Op zijn website heeft het Commissariaat op 10 januari 2022 ook aangegeven dat in het geval de ICE-norm niet wordt gehaald het Commissariaat kijkt naar de redenen hiervoor en de omstandigheden waar de lokale media-instelling mee te maken heeft. Daarbij kijkt het Commissariaat of die media-instelling zich maximaal inspant om dichter bij het vereiste percentage te komen. Als een media-instelling zich niet voldoende inspant of het percentage te ver van de vereiste 50% afligt, kan het Commissariaat besluiten om handhavend op te treden. Conclusie 24. Het Commissariaat concludeert dat de stichtingen artikel 2.70, eerste lid, van de Mediawet hebben overtreden. De ICE-norm van 50% wordt niet gehaald op het radiokanaal Centraal+ en niet op UnityNL. 25. In reactie op die overtreding kan het Commissariaat uit verschillende handhavingsinstrumenten kiezen. Bij die keuze betrekt hij zijn handhavingsbeleid. De inzet van een handhavingsinstrument moet proportioneel en effectief zijn.
In zijn keuze betrekt het Commissariaat onder andere de houding van de overtreder, de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en of er maatregelen zijn getroffen om een toekomstige overtreding te voorkomen. 26. Het Commissariaat ziet dat de stichtingen zich meer willen inspannen om het ICEpercentage te verhogen. De stichtingen willen maatregelen inzetten om in de toekomst meer ICE-programmering uit te zenden. Met betrekking tot de verwijtbaarheid, erkent het Commissariaat de uitdagingen die de stichten ervaren bij het halen van het ICEpercentage op radiokanalen. Gezien deze factoren beslist het Commissariaat om geen bestuurlijke boete op te leggen. Hij kiest ervoor om een waarschuwing te geven aan de stichtingen voor het overtreden van artikel 2.70, eerste lid, van de Mediawet. Een waarschuwing is proportioneel gezien het gegeven dat de percentages te ver afliggen van de 50%. In die waarschuwing zal staan dat de stichtingen daadwerkelijk moeten
-5-
overgaan tot het uitvoeren van de verbetermaatregelen en dat het Commissariaat altijd kan monitoren of die maatregelen zorgen voor een verhoging van het ICE-percentage. Nevenactiviteiten 27. In één van de handhavingsverzoeken staat dat de stichtingen niet toegestane nevenactiviteiten verrichten. Zij organiseren namelijk commerciële evenementen, ook buiten hun verzorgingsgebied. Een voorbeeld van zo’n commercieel evenement betreft ‘Unity NL on Tour’. ‘Unity NL on Tour’ is te boeken en voorziet in een muziekprogramma waarbij lokaal talent optreedt. 28. Tijdens het onderzoek heeft het Commissariaat de stichtingen vragen gesteld over het organiseren van Unity NL on Tour. Vragen die zijn gesteld zijn onder wiens verantwoordelijkheid het evenement valt, of er van het evenement een radio- en/of televisieregistratie is gemaakt en uitgezonden, of dit evenement in het verleden is aangemeld als nevenactiviteit bij het Commissariaat en er is gevraagd om alle overeenkomsten die aan dit evenement ten grondslag liggen. 29. Naar aanleiding van de ontvangen informatie en documenten van de stichtingen stelt het Commissariaat in het onderzoeksrapport dat Unity on Tour een muziekprogramma betreft dat onder de verantwoordelijkheid valt van de stichtingen. Van het evenement zelf wordt geen televisieregistratie gemaakt.
Wel worden er tijdens het evenement fragmenten voor een televisieprogramma opgenomen. Voor die fragmenten worden diverse artiesten en personen uit het publiek geïnterviewd. In 2024 zijn er een aantal edities van het evenement georganiseerd en die evenementen zijn niet aangemeld als nevenactiviteit bij het Commissariaat. 30. Zowel in reactie op de vragen van het Commissariaat en tijdens het gesprek van 25 februari 2025 hebben de stichtingen aangegeven geen verklaring te hebben voor het niet aanmelden van deze evenementen als nevenactiviteit. Overwegingen 31. Publieke media-instellingen en zo ook lokale publieke media-instellingen oefenen de publieke media-opdracht uit. Dit is hun hoofdtaak en staat in artikel 2.1 van de Mediawet. Activiteiten die onder deze opdracht vallen zijn bijvoorbeeld het maken van programma’s. Naast het uitoefenen van de publieke media-opdracht heeft de wetgever ruimte gecreëerd voor publieke media-instellingen om in bepaalde gevallen activiteiten te verrichten die buiten de hoofdtaak vallen en waarmee een commerciële markt wordt betreden. Dit zijn nevenactiviteiten. Het organiseren van kleinschalige theatervoorstellingen en tours, maar ook meer grootschalige evenementen zoals festivals en markten kunnen een nevenactiviteit zijn. 32.
Als een publieke media-instelling een evenement zoals een muziektour organiseert met als doel om als programma verspreid te worden, de zogenaamde programmatische evenementen, staan die activiteiten rechtstreeks ten dienste aan de uitvoering van de publieke media-opdracht en zijn dit geen nevenactiviteiten. Als er geen volledige registratie heeft plaatsgevonden van het evenement of als een registratie niet onverkort maar bijvoorbeeld als korte fragmentjes wordt verspreid of uitgezonden, dan zijn de evenementen nevenactiviteiten. 33. Of er sprake is van een toegestane nevenactiviteit beoordeelt het Commissariaat aan de hand van een aantal criteria nadat die nevenactiviteit bij hem is gemeld. Als de nevenactiviteit aan alle criteria voldoet, geeft het Commissariaat toestemming.
-6-
De verplichting om een nevenactiviteit te melden en om hiervoor toestemming te verkrijgen, staat in artikel 2.132 van de Mediawet. 34. Aangezien de evenementen Unity NL on Tour niet zijn georganiseerd met het doel om dit evenement onverkort als programma te verspreiden, is er geen sprake van vervulling van de hoofdtaak. Er is sprake van een nevenactiviteit. De stichtingen hadden derhalve voor het uitvoeren van die nevenactiviteiten in 2024 om toestemming moeten vragen bij het Commissariaat. Conclusie 35. Het Commissariaat concludeert dat de stichtingen met het uitvoeren van de nevenactiviteiten, waarvoor geen toestemming is gegeven door het Commissariaat, artikel 2.132 van de Mediawet hebben overtreden. Het Commissariaat besluit hiertegen niet handhavend op te treden. In het gesprek van 25 februari 2025 is de overtreding besproken en is de regelgeving betreffende nevenactiviteiten behandeld. Na het gesprek heeft het Commissariaat een e-mail gestuurd om resterende vragen van de stichtingen betreffende nevenactiviteiten te beantwoorden. In het gesprek en in de e-mail heeft het Commissariaat aldus duidelijk uitleg gegeven over de regelgeving en heeft er aldus normoverdracht plaatsgevonden. De stichtingen hebben aangegeven dat zij de regelgeving nu goed begrijpen en in de toekomst nevenactiviteiten zullen melden.
Gezien dit gegeven vindt het Commissariaat het proportioneel en effectief om nu hiermee te volstaan. Verder is niet vastgesteld dat de stichtingen eerder de regelgeving met betrekking tot nevenactiviteiten hebben overtreden, waardoor er geen sprake is van recidive. Het Commissariaat kan, als zich in de toekomst soortgelijke overtreding voortdoen, het gegeven dat er nu sprake is van een overtreding en de inhoud van het gesprek en de e-mail betrekken bij zijn afweging of en zo ja, hoe hij handhavend zal optreden. Dienstbaarheidsverbod 36. Sleutelstad Media B.V. stelt dat de directeur van de stichtingen, de heer Slappendel, eigenaar is van Rudeboy Media B.V., een foodtruck ‘Tante Suikerspin’ en twee vestigingen van ‘Danice Ice café’. De stichtingen zouden voor een aantal maanden ieder uur reclameboodschappen en sponsorvermeldingen hebben uitgezonden met betrekking tot deze partijen via hun radio- en televisieprogrammakanaal. Hier staat volgens Sleutelstad Media B.V. geen enkele tegenprestatie tegenover en hiervoor worden door de stichtingen geen facturen gestuurd. Dit levert meer dan normale winst op voor die bedrijven. 37. Ook stelde Sleutelstad Media B.V. dat Rudeboy Media B.V. tegen betaling commerciële evenementen organiseert waarvan vrijwel standaard een programma wordt gemaakt voor het televisieprogrammakanaal van de stichtingen. Tot slot stelde Sleutelstad Media B.V.
dat Rudeboy Media B.V. tot voor kort stond ingeschreven op hetzelfde adres als de stichtingen. De holding van de heer Slappendel is momenteel nog op dit adres gevestigd. De kosten van die vestiging zouden voor rekening komen van de stichtingen. De door Sleutelstad Media B.V. genoemde activiteiten zouden de stichtingen dienstbaar maken aan het maken van meer dan normale winst voor derden, hetgeen een overtreding van het dienstbaarheidsverbod oplevert. 38. Ten aanzien van dit onderdeel uit de handhavingsverzoeken heeft het Commissariaat onderzoek verricht naar vier onderwerpen. Namelijk het uitzenden van reclameboodschappen en sponsorvermeldingen om niet, het standaard uitzenden van evenementen georganiseerd door Rudeboy Media B.V. op de kanalen van de stichtingen, het beschikbaar stellen van bedrijfsruimte door de stichtingen aan Rudeboy Media B.V.
-7-
en de holding van de heer Slappendel en de samenwerking van de stichtingen met Rudeboy Media B.V. in zijn geheel. Per onderdeel wordt een deelconclusie getrokken omtrent de mogelijke overtreding van het dienstbaarheidsverbod. Na de behandeling van alle onderdelen wordt een conclusie getrokken omtrent of en zo ja, hoe handhavend wordt opgetreden. De samenwerking met Rudeboy Media B.V. 39. Het Commissariaat verrichtte onderzoek naar de samenwerking van de stichtingen met Rudeboy Media B.V. Het Commissariaat ontving op 31 oktober 2024 van de stichtingen een opdrachtovereenkomst tussen de stichtingen en Rudeboy Media B.V. De datum op de overeenkomst is 1 juli 2024. In die overeenkomst wordt Rudeboy Media B.V. vertegenwoordigd door de heer Slappendel. De heer Slappendel is de algemeen directeur en enig medewerker van Rudeboy Media B.V. De stichtingen huren de heer Slappendel ook in als eigen freelancedirecteur. In de overeenkomst staat dat Rudeboy Media B.V. operationele- en adviesdiensten verricht voor de stichtingen in het kader van het produceren en verzorgen van journalistieke producties en presentatiewerkzaamheden.
In het gesprek hebben de stichtingen gesteld dat er geen sprake is van een producentenrol voor Rudeboy Media B.V., dat er wordt gewerkt aan het in dienst nemen van de heer Slappendel als directeur van de stichtingen en dat medewerkers die de heer Slappendel binnen de stichtingen aanstuurt rechtstreeks worden betaald door de stichtingen. 40. Dat de heer Slappendel directeur is van de stichtingen en van Rudeboy Media B.V. is een groot risico met betrekking tot het dienstbaarheidsverbod. Een directeur van een publieke media-instelling moet de publieke belangen van die instelling behartigen. Dit wordt moeilijker gemaakt als hij tegelijkertijd een commercieel bedrijf voert die activiteiten voor die publieke media-instelling verricht. In het gesprek van 25 januari 2025 maakte het Commissariaat duidelijk dat de heer Slappendel de belangen die hij heeft bij het bedrijf Rudeboy Media B.V. gescheiden moet houden van zijn rol als directeur van de stichtingen. 41. In het gesprek van 25 februari 2025 stelde het Commissariaat verder dat de stichtingen alleen met een commercieel bedrijf zouden moeten samenwerken als dat bedrijf de beste keuze hiervoor is, niet omdat het bedrijf wordt geleid door een voor de stichtingen werkzaam persoon, de heer Slappendel. Als van dit laatste sprake is, wordt het dienstbaarheidsverbod overtreden. 42.
Het Commissariaat heeft in het gesprek de opdracht aan de stichtingen gegeven om de overeenkomst tussen hen en Rudeboy Media B.V. en het daarin opgenomen contract van de heer Slappendel aan te scherpen. Hieruit moet ten minste blijken hoe de heer Slappendel zijn rol als directeur van de stichtingen invult en hoe de stichtingen ervoor zorgen dat het dienstbaarheidsverbod niet wordt overtreden. Uit het contract moet duidelijk blijken welke beslissingen de heer Slappendel neemt en waar hij geen beslissingen over mag nemen. 43. Op 24 maart 2025 ontving het Commissariaat een vernieuwde opdrachtovereenkomst tussen de stichtingen en Rudeboy Media B.V. De opdrachtovereenkomst geldt voor een periode van een jaar. Rudeboy Media B.V. wordt hierin vertegenwoordigd door de heer Slappendel. In de overeenkomst staat dat opdrachtnemer operationele- en adviesdiensten verricht op het gebied van leiding geven aan de stichtingen, het produceren van journalistieke producties en het verrichten van presentatiewerkzaamheden. Hiermee is de algemeen directeur van Rudeboy Media B.V., de heer Slappendel ook de directeur van de stichtingen.
-8-
44. In de overeenkomst staat verder dat de directeur zijn activiteiten beperkt tot de zakelijke aangelegenheden van de stichtingen. De directeur is onder andere verantwoordelijk voor de aansturing van de medewerkers in dienst van de stichtingen en de werknemers die als zzp’ers werkzaam zijn. Opgenomen is dat hij hierbij geen enkele bemoeienis zal hebben met het journalistieke beleid van de stichtingen of de hieraan gerelateerde activiteiten van medewerkers. Hiervoor zijn de eindredacteur en de redactie coördinator verantwoordelijk. De eindredacteur en de redactie coördinator zijn eindverantwoordelijk voor de journalistieke content die de heer Slappendel met zijn Rudeboy Media B.V. maakt en de presentatiewerkzaamheden die worden verricht. De redacties gaan over de content die wordt gemaakt. Bij het maken van de content kan Rudeboy Media B.V. kiezen waar en wanneer die content wordt opgenomen, regieaanwijzingen geven en creatieve inbreng verschaffen. De stichtingen zijn echter niet gehouden het beeldmateriaal te gebruiken. In de overeenkomst staat verder dat het Rudeboy Media B.V. niet is toegestaan om de merknamen van de stichtingen voor diens eigen onderneming te gebruiken. Rudeboy Media B.V. heeft de mogelijkheid om mee te dingen naar opdrachten die moeten worden verricht voor de stichtingen, maar de stichtingen kiezen hiervoor de meest passende partij. 45.
Tot slot stelt de overeenkomst dat Rudeboy Media B.V. zich bij de vervulling van de opdracht houdt aan de relevante regelgeving die geldt voor de stichtingen, in het bijzonder de door het Commissariaat opgestelde richtlijnen met betrekking tot reclame en het dienstbaarheidsverbod. Overwegingen 46. Op grond van artikel 2.141 van de Mediawet zijn publieke media-instellingen met al hun activiteiten niet dienstbaar aan het maken van winst door derden en tonen zij dit desgevraagd naar genoegen van het Commissariaat aan. Met de vernieuwde opdrachtovereenkomst treffen de stichtingen enerzijds verschillende maatrelen om het risico op overtreding van het dienstbaarheidsverbod te verminderen. Zo staat er in de overeenkomst dat de heer Slappendel als directeur van de stichtingen zich voor wat betreft leidinggeven beperkt tot zakelijke aangelegenheden. Het Commissariaat overweegt dat er in de overeenkomst zelf geen directe overtreding van het dienstbaarheidsverbod besloten ligt. Anderzijds neemt dit niet weg dat de heer Slappendel als directeur van de stichtingen een bepaalde zeggenschapsfunctie heeft met betrekking tot de activiteiten van de stichtingen en diens medewerkers.
Hierdoor blijft het in de praktijk voor de heer Slappendel mogelijk om die functie te gebruiken in het voordeel van zijn commerciële bedrijf Rudeboy Media B.V., waar hij nog altijd ook directeur van is en waarmee hij betaalde werkzaamheden verricht voor de stichtingen. Deze constructie is een groot risico voor een toekomstige overtreding van het dienstbaarheidsverbod, ondanks de maatregelen uit de overeenkomst en de tekstgedeelten over dat hij zich bij de vervulling van zijn opdracht houdt aan de regels met betrekking tot het dienstbaarheidsverbod. Het Commissariaat ziet de constructie op zich als onwenselijk en roept daarom de voorzitter en de overige bestuurders van de stichtingen met klem op op om alert te zijn op de risico's van de samenwerkingscontructie en op de activiteiten die de heer Slappendel verricht en die zouden kunnen leiden tot een overtreding van het dienstbaarheidsverbod door de stichtingen. In de nieuwe opdrachtovereenkomst staan wel maatregelen om het risico op overtreding van het dienstbaarheidsverbod te beperken, maar het is van groot belang dat de samenwerking in de praktijk daadwerkelijk geen overtreding oplevert. Dat hiervan ook in de praktijk geen sprake is, moet scherp worden gecontroleerd door de voorzitter en de overige bestuurders en worden gedocumenteerd op een manier die het Commissariaat kan verifiëren.
Het Commissariaat kan hier namelijk in zijn toezichtaanpak altijd om vragen.
-9-
47. Dan meer specifiek, in de overeenkomst staat dat de heer Slappendel als zijnde Rudeboy Media B.V. programma’s enkel produceert in opdracht van en onder begeleiding van de redactie van de stichtingen en dat hij zich niet bezighoudt met het journalistieke beleid van de omroep. Ook staat er dat de redacties beslissen of de geproduceerde content wordt gebruikt. Op die manier wordt geprobeerd te voorkomen dat Rudeboy Media B.V. evenementen kan verkopen met de garantie dat die evenementen worden uitgezonden door de stichtingen. Er is echter nog een probleem met de overeenkomst. Uit de nieuwe opdrachtovereenkomst blijkt dat er een looptijd is van één jaar. Er staat niet in of de opdrachtovereenkomst na dit jaar wordt verlengd. Het Commissariaat stelt dat in de overeenkomst de vraag moet worden beantwoord hoe wordt bepaald of de overeenkomst wordt verlengd. Ook moet duidelijk worden dat op de samenwerking herhaaldelijk wordt gereflecteerd door het bestuur van de stichtingen, zonder betrokkenheid van de heer Slappendel. Het bestuur van de stichting moet bij de keuze voor de voortzetting van de samenwerking steeds in het belang van de organisatie kunnen stellen dat Rudeboy Media B.V. de juiste samenwerkingspartner is vanwege de werkzaamheden die zij verrichten en niet vanwege het feit dat de heer Slappendel hier ook de directeur van is.
Als de stichtingen vaststellen dat Rudeboy Media B.V. niet meer de juiste samenwerkingspartner is, moeten zij zonder betrokkenheid van de heer Slappendel die samenwerking kunnen beëindigen. Deelconclusie 48. De nieuwe opdrachtovereenkomst bevat enkele maatregelen om het risico op overtreding van het dienstbaarheidsverbod te verminderen. Met de samenwerkingsconstructie blijft er echter een groot risico bestaan op toekomstige overtredingen van het dienstbaarheidsverbod. Als directeur van de stichtingen moet de heer Slappendel enkel de publieke belangen van die stichtingen behartigen. Of dit in werkelijkheid kan, is zeer de vraag. De voorzitter en de overige bestuursleden moeten hier alert op zijn. Daarnaast moet de overeenkomst worden uitgebreid. De stichtingen hebben onvoldoende maatregelen getroffen om in ieder geval de schijn van bevooroordeeldheid in de keuze voor Rudeboy Media B.V. als samenwerkingspartner weg te nemen. De stichtingen moeten duidelijk maken hoe die samenwerking wordt geëvalueerd en dat een beslissing om die samenwerking door de zetten wordt gemaakt op basis van objectie criteria en zonder inmenging van de heer Slappendel. Tot slot moet het Commissariaat altijd aan het bestuur kunnen vragen of en hoe in de praktijk een overtreding van het dienstbaarheidsverbod wordt voorkomen. Desgevraagd moeten zij dit kunnen aantonen. Reclameboodschappen om niet 49.
De stichtingen hebben in het kader van het onderzoek facturen gestuurd aan het Commissariaat. Die facturen zijn door de stichtingen verstuurd aan de ondernemingen van de heer Slappendel voor het uitzenden reclameboodschappen in 2024. De reclameboodschappen zijn aldus niet uitgezonden om niet, maar hiervoor is betaald. Er is geen bewijs gevonden voor de stelling dat er wel reclameboodschappen en sponsorvermeldingen worden uitgezonden om niet. Deelconclusie 50. Met betrekking tot dit onderwerp uit het handhavingsverzoek is niet vast komen te staan dat de stichtingen het dienstbaarheidsverbod overtreden. Uitzenden evenementen 51. Daarnaast heeft het Commissariaat niet kunnen vastgesteld dat er door Rudeboy Media B.V. evenementen worden georganiseerd die standaard worden uitgezonden via de
-10-
kanalen van de stichtingen. Sleutelstad Media B.V. heeft in de handhavingsverzoeken ook geen concrete programmatitels, uitzenddata en uitzendtijden ge die dit tegenspreken. 52. In het gesprek van 25 februari 2025 heeft het Commissariaat aan de stichtingen gevraagd of er door Rudeboy Media B.V. georganiseerde evenementen worden uitgezonden door de stichtingen. De vertegenwoordigers van de stichtingen hebben hierop aangegeven dat Rudeboy Media B.V. evenementen in de regio organiseert, maar dat nimmer bij de verkoop van die evenementen wordt afgesproken dat die evenementen worden uitgezonden door de stichtingen. De redactie van de stichtingen bepaalt in de redactievergaderingen welke programma’s er waarover worden gemaakt. De heer Slappendel eigenaar van Rudeboy Media B.V. en directeur van de stichtingen, maakt geen deel uit van die redactievergaderingen. De keuze voor het uitzenden van programma’s over evenementen maken de redacteuren onafhankelijk en rekening houdend met de belangen van de stichtingen. Het Commissariaat heeft geen aanleiding om hieraan te twijfelen en heeft dientengevolge niet vast kunnen stellen dat er ten aanzien van dit punt overtredingen zijn begaan. 53. Met betrekking tot een aantal edities van het evenement Unity NL on tour is vastgesteld dat er voor de organisatie van die evenementen facturen zijn verzonden door Rudeboy Media B.V.
aan de partijen die deze evenementen hebben afgenomen. De stichtingen hebben echter aangegeven dat de evenementen onder hun verantwoordelijkheid vallen en dat zij de organisator zijn van die evenementen. Het geld dat voor de evenementen is betaald, hebben de stichtingen uiteindelijk ook ontvangen. De stichtingen hadden daarom de facturen moeten verzenden en niet Rudeboy Media B.V. Door het versturen van de facturen door Rudeboy Media B.V. lijkt de B.V. de organisator van het evenement. Hierin maakt Rudeboy Media B.V. gebruik van de naam Unity NL, een merknaam van de stichtingen. Met het laten gebruiken van de merknamen van de stichtingen door derden, zonder dat hier een tegenprestatie tegenover staat, hebben de stichtingen het dienstbaarheidsverbod uit artikel 2.141 van de Mediawet overtreden. 54. In het gesprek van 25 februari 2025 is deze overtreding met de stichtingen besproken. De vertegenwoordigers van de stichtingen stelden dat die facturen niet vanuit Rudeboy Media B.V. maar vanuit de stichtingen hadden moeten worden verstuurd. De stichtingen organiseerden de evenementen en de evenementen vielen onder diens verantwoordelijkheid. Voor edities van Unity NL on tour die meer recent zijn gehouden zijn de facturen wel verzonden vanuit de stichtingen. Deelconclusie 55. Met betrekking tot het laten versturen van de facturen uit naam van Rudeboy Media B.V.
waarin de naam Unity NL werd gebruikt, zonder dat die naam in licentie is gegeven, hebben de stichtingen het dienstbaarheidsverbod uit artikel 2.141 van de mediawet overtreden. Bedrijfsruimte 56. Het Commissariaat heeft verschillende vragen gesteld aan de stichtingen met betrekking tot het mogelijk beschikbaar stellen van bedrijfsruimte van de stichtingen aan derde partijen. Hierop hebben de stichtingen aangegeven dat de stichtingen zijn gevestigd op Sisalbaan 13 in Leiderdorp en dat Rudeboy Media B.V. is gevestigd op de Husingosingel 20 in Den Haag. Stichting Agglomeratieomroep Holland Centraal betaalt de kosten voor de vestiging op de Sisalbaan 13 en het huurcontract staat op naam van die stichting. 57. Op 20 november 2024 heeft het Commissariaat de website van Rudeboy Media B.V. bekeken. Hierop staat dat het bezoekadres van Rudeboy Media B.V. de Sisalbaan 13 in
-11-
Leiderdorp betreft. Dit is het vestigingsadres van de stichtingen en die informatie strookt niet met wat de stichtingen aan het Commissariaat verklaarden. Raadpleging van de Kamer van Koophandel op 20 november 2024 geeft echter aan dat Rudeboy Media B.V. is gevestigd op de Husingosingel 20 in Den Haag. 58. In het gesprek van 25 februari 2025 hebben de vertegenwoordigers van de stichtingen aangegeven dat de tekst op de website van Rudeboy Media B.V. niet correct is. Na de ontvangst van een afschrift van het onderzoeksrapport, op 30 januari 2025, is die tekst aangepast. De heer Slappendel is als directeur werkzaam voor de stichtingen, maar zijn onderneming Rudeboy Media B.V. is niet gevestigd op het adres van die stichtingen. Ondanks de tegenstrijdigheden in de informatie op de website, de informatie uit de KVK en de verklaringen in het gesprek, is niet komen vast te staan dat Rudeboy Media B.V. of de holding van de heer Slappendel is gevestigd op hetzelfde adres van de stichtingen, waarvoor die stichtingen de kosten dragen. Deelconclusie 59. Gezien het vorenstaande is met betrekking tot dit onderdeel niet komen vast te staan dat de stichtingen het dienstbaarheidsverbod hebben overtreden. Gebruik merknaam stichtingen 60. Met betrekking tot de teksten op de website van Rudeboy Media B.V. staat in het onderzoeksrapport dat Rudeboy Media B.V. producent is van Unity.Nu en UnityNL.
Er staat dat Rudeboy Media B.V. sinds 2006 de productie van de lokale omroep Unity.Nu regelt. Dit doet Rudeboy Media B.V. in opdracht van de stichtingen. Het Commissariaat kwam de teksten tegen in het kader van zijn onderzoek naar de vestigingsadressen en heeft die teksten betrokken in zijn onderzoeksrapport. 61. Op grond van het dienstbaarheidsverbod zijn de stichtingen verantwoordelijk voor het bewaken van het gebruik van namen en merken van de stichtingen door derde partijen. Gezien de samenwerking tussen de stichtingen en Rudeboy Media B.V. en het feit dat de heer Slappendel directeur is van de stichtingen en eigenaar is van Rudeboy Media B.V., hadden de stichtingen moeten weten van deze berichtgeving op de website. In die berichtgeving maakt Rudeboy Media B.V. reclame voor zichzelf door de merknamen van de stichtingen te gebruiken en aan te geven dat zij voor hen produceert. De stichtingen hebben nagelaten om maatregelen te treffen die hieraan een einde maken waardoor dit een overtreding van het dienstbaarheidsverbod oplevert. 62. In het gesprek van 25 februari 2025 is de tekst op de website van Rudeboy Media B.V. en het gebruik van de merknamen besproken. De vertegenwoordigers van de stichtingen lichtten toe dat de tekst op de website verouderd is. Een bewijs hiervoor betreft dat er geen kanaal van de stichtingen met de naam Unity.NU meer is.
De tekst op de website is na ontvangst van een afschrift van het onderzoeksrapport verwijderd en Rudeboy Media B.V. bedient zich niet meer van de merknamen van de stichtingen op diens website. 63. Het gebruik van de merknamen en de tekst op de website leverde promotie op voor Rudeboy Media B.V. zonder dat voor de gebruikmaking van de merknamen een licentie was gegeven door de stichtingen. Deelconclusie 64. De stichtingen hebben geen grip gehouden op het gebruik van diens merknamen op de website van Rudeboy Media B.V. Aangezien dit pormotie opleverde voor die B.V. hebben de stichtingen het dienstbaarheidsverbod uit artikel 2.141 van de Mediawet overtreden.
-12-
Conclusie 65. Uit de verschillende deelconclusies volgt dat de stichtingen met betrekking tot het laten gebruiken van diens merknamen door Rudeboy Media B.V. zonder dat die namen in licentie zijn gegeven, het dienstbaarheidsverbod hebben overtreden. Het Commissariaat besluit hiervoor nu geen bestuurlijke boete op te leggen, maar een waarschuwing. Het Commissariaat kiest hiervoor omdat er geen gegevens zijn dat er sprake is van herhaling van een eerdere overtreding, de stichtingen in het gesprek hebben aangegeven dat de overtreding direct is beëindigd na ontvangst van het onderzoeksrapport en dat zij met de kennis van nu grip gaan houden op het gebruik van hun merknamen door commerciële partijen zodat toekomstige overtredingen zich niet zullen voordoen. Verder hebben de stichtingen in de vernieuwde overeenkomst met Rudeboy Media B.V. opgenomen dat het die B.V. niet is toegestaan om de merknamen van de stichtingen te gebruiken voor diens eigen activiteiten. Op die manier proberen de stichtingen grip te houden. 66. Met betrekking tot de samenwerking tussen de stichtingen en Rudeboy Media B.V., vertegenwoordigd door de heer Slappendel, signaleert het Commissariaat grote risico’s met betrekking tot het dienstbaarheidsverbod.
In de hernieuwde opdrachtovereenkomst zijn weliswaar maatregelen getroffen om dit risico te verminderen, maar de voorzitter en het bestuur van de stichtingen moeten er alert op blijven dat de samenwerkingsconstructie en het delen van een directeur door de stichtingen en Rudeboy Media B.V. niet leidt tot toekomstige overtredingen van het dienstbaarheidsverbod. Verder geeft het Commissariaat de stichtingen de opdracht om de overeenkomst aan te passen, zoals gesteld in randnummer 47 en 48 van deze beslissing. Belangenverstrengeling 67. Tot slot stelt Sleutelstad Media B.V. dat er problemen zijn in het kader van belangenverstrengeling met betrekking tot het bestuur van de stichtingen. Een bestuurssecretaris is de echtgenoot van een wethouder uit Zoeterwoude. Die wethouder moet door de stichtingen gecontroleerd kunnen worden. Voor een ander bestuurslid geldt dat hij een hoge ambtelijke functie bekleedt bij de gemeente Wassenaar. De nieuwe voorzitter is verder ook voorzitter van de afdeling Leiderdorp-Zoeterwoude van de VVD. Die functies en relaties verenigen zich niet met het zijn van bestuurder of voorzitter van een publieke lokale media-instelling. 68. Bij brief heeft het Commissariaat hierover verschillende vragen gesteld aan de stichtingen. Hierop is aangegeven dat de echtgenoot van een bestuurder inderdaad wethouder is in Zoeterwoude.
De wethouder heeft bij haar sollicitatie aangegeven dat zij betrokken is geweest bij de lokale omroep en dat haar echtgenoot bestuurslid is van de stichtingen. In de gemeenteraad is afgesproken dat de wethouder zich onthoudt van stemmen of inbreng bij het bespreken van onderwerpen aangaande de stichtingen. De controlerende taak van de stichtingen naar de gemeente toe is verder niet de verantwoordelijkheid van het bestuur, waarin haar partner zitting heeft, maar de verantwoordelijkheid van de redactie. Eén van de bestuursleden is beleidsadviseur economische zaken bij de gemeente Wassenaar, een gemeente uit het verzorgingsgebied van de stichtingen. Die persoon is op geen enkele wijze betrokken bij het dossier lokale omroep. Ook ten opzichte van deze persoon ligt de controlerende taak van de omroep niet bij het bestuur, maar bij de redactie. Tot slot is één van de bestuursleden de voorzitter van de lokale afdeling van de VVD. Het politieke mandaat van die afdeling ligt echter bij de lokale fracties. Ook hier geldt dat de controlerende taak van de stichtingen naar de gemeente toe de verantwoordelijkheid is van de redactie en niet van het bestuur.
-13-
Overwegingen 69. Uit het voorgaande volgt dat er aldus functies en relaties zijn in de lokale politiek van bestuursleden van de stichtingen. Dit leidt volgens het Commissariaat echter niet tot de constatering dat sprake is van belangenverstrengeling. Geen van de bestuursleden was betrokken vanuit de gemeente tijdens de aanwijzingsprocedure en de functies en relatie zorgen er niet noodzakelijkerwijs voor dat de stichtingen de gemeentelijke ambtenaren niet meer kunnen controleren. Zoals de stichtingen aangaven, maken de redacties de keuzes voor het media-aanbod en kunnen in dit media-aanbod de ambtenaren worden gecontroleerd. Conclusie 70. Het Commissariaat concludeert dat er geen sprake is van de gestelde belangenverstrengeling. Met betrekking tot dit punt treedt het Commissariaat niet handhavend op.
D.
Conclusie
71. Uit het voorgaande volgt dat de stichtingen de regelgeving omtrent de ICE-norm, omtrent nevenactiviteiten en het dienstbaarheidsverbod hebben overtreden. Het Commissariaat geeft de stichtingen met betrekking tot de ICE-norm en het dienstbaarheidsverbod een waarschuwing en geeft hierin een opdracht aan de stichtingen mee. Het Commissariaat geeft de stichtingen de opdracht om de getroffen maatregelen voor het verhogen van het ICE-percentage te gaan uitvoeren. Ook geeft het Commissariaat de stichtingen de opdracht om de opdrachtovereenkomst aan te passen. Hoewel er aldus twee waarschuwingen worden gegeven, leidt dit tot de conclusie dat het Commissariaat de handhavingsverzoeken afwijst. Dit volgt uit het gegeven dat het Commissariaat niet besluit om een formeel handhavingsinstrument in te zetten. Zonder de inzet van een formeel handhavingsinstrument wordt er geen formeel besluit genomen om handhavend op te treden en daarom wijst het Commissariaat de verzoeken af.
E.
Openbaarmaking
72. Het Commissariaat zal de volledige tekst van het besluit, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar maken door publicatie op zijn website. De publicatie vindt plaats veertien dagen nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het Commissariaat ziet daartoe geen belemmering op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid.
F.
Besluit
Het Commissariaat: 1.
wijst de verzoeken van Sleutelstad Media B.V. om handhavend op te treden tegen de stichtingen af;
-14-
2.
besluit dat de volledige tekst van dit besluit openbaar wordt gemaakt door publicatie op de website van het Commissariaat, veertien dagen na de voorgeschreven bekendmaking daarvan, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens.
Hilversum, 22 april 2025 Hoogachtend COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA,
drs. Amma Asante Voorzitter
mr. Peter Eijsvoogel Commissaris
Belanghebbenden die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt bezwaar maken bij het Commissariaat voor de Media, postbus 1426, 1200 BK, te Hilversum. Bezwaar kan ook worden gemaakt via het E-loket op de website van het Commissariaat voor de Media ('www.cvdm.nl').
-15-
Bijlage 1: Juridisch kader Mediawet 2008 Artikel 2.61 1. Voor de verzorging van de publieke mediadiensten op regionaal en lokaal niveau kan het Commissariaat regionale respectievelijk lokale instellingen als publieke media-instellingen aanwijzen volgens de bepalingen van deze paragraaf. 2. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking instellingen die: a. rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn; b. zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op regionaal respectievelijk lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. 3. Aanwijzing geschiedt nadat provinciale staten hebben dan wel de gemeenteraad heeft geadviseerd over de vraag of de instelling aan de eisen, bedoeld in het tweede lid, voldoet.
Artikel 2.70 Het programma-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadienst bestaat per programmakanaal: a. voor ten minste vijftig procent van de duur uit aanbod van informatieve, culturele en educatieve aard dat in het bijzonder betrekking heeft op de provincie respectievelijk gemeente waarvoor het aanbod bestemd is; en b. voor ten minste uit een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage aanbod als bedoeld in onderdeel a dat door de regionale respectievelijk lokale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. Artikel 2.132 1. De NPO en de publieke media-instellingen mogen alleen na voorafgaande toestemming van het Commissariaat nevenactiviteiten verrichten. 2. Nevenactiviteiten zijn activiteiten, directe of indirecte deelnemingen in rechtspersonen daaronder begrepen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van de uitvoering van de publieke mediaopdracht, met uitzondering van verenigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.136. 3.Toestemming kan alleen worden gegeven als een nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht en direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling, op marktconforme wijze wordt verricht en ten minste kostendekkend is. 4.
In afwijking van het eerste lid is geen voorafgaande toestemming van het Commissariaat nodig voor het bij wijze van experiment van beperkte omvang en duur verrichten van nevenactiviteiten die bestaan uit het leveren van goederen of diensten, met inbegrip van rechten en verplichtingen aan: a. b.
mediabedrijven ten behoeve van de versterking en verbetering van de nieuws- en informatievoorziening; of culturele instellingen.
-16-
5. De NPO en de publieke media-instellingen melden nevenactiviteiten als bedoeld in het vierde lid bij het Commissariaat. 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over: a. de wijze van melden; b. de omvang en duur van het experiment; c. de aard en inhoud van de nevenactiviteiten; en d. de samenwerking met de in het vierde lid, onderdelen a en b, bedoelde instellingen. Artikel 2.141 1. De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen zijn met al hun activiteiten niet dienstbaar aan het maken van winst door derden en tonen dat desgevraagd naar genoegen van het Commissariaat aan. (…).
-17-