CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2744 Aanbiedingsbrief dd 28-03-2025 BSGR Kaderbrief 2026

Gemeenteraad Voorschoten 15 mei 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger5.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2026

Steller Leiden

6 maart 2025 Onderwerp - Kaderbrief begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026-2029 Inleiding Graag informeren wij u over de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029. Het doel van de onderliggende kaderbrief is om de uitgangspunten voor de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 weer te geven. Procedure De begroting wordt ieder jaar opgesteld en wordt voorafgegaan door een kaderstelling (kaderbrief), die daarmee meteen de start is van elke jaarcyclus planning en control. In de kaderbrief worden de raden en de Verenigde Vergadering geïnformeerd over de financiële en de programmaontwikkelingen. Dit betreft de algemene financiële en beleidsmatige kaders die van betekenis zijn voor de volgende begroting van de BSGR. Deze financiële gevolgen worden verwerkt in de meerjarenbegroting 20262029. De ontwerpbegroting wordt na de behandeling in het Dagelijks Bestuur vóór 18 april 2025 aan het Algemeen Bestuur van de BSGR en aan de gemeenteraden en de Verenigde Vergadering van onze deelnemers voorgelegd via een zienswijze procedure, zodat zij in staat worden gesteld een formele reactie te geven op de plannen van BSGR. Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen bekijkt BSGR of de ontwerpbegroting aangepast moet worden.

Met het vaststellen van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 in september 2025 worden de afspraken, over wat de BSGR wil bereiken, welke diensten er worden geleverd en wat dit mag kosten, definitief gemaakt. In het overzicht hieronder is de procedure voor de vaststelling van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 opgenomen. Nr. Onderwerp Datum 1 Behandelen Kaderbrief 2026 in regieoverleg 13 februari 2025 2 Behandelen Kaderbrief 2026 in Dagelijks Bestuur 20 februari 2025 3 Behandelen Kaderbrief 2026 in Algemeen Bestuur 6 maart 2025 4 Bespreken concept begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026-2029 in regieoverleg 3 april 2025 5 Bespreken concept begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026-2029 in Dagelijks Bestuur 10 april 2025 6 Versturen concept begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026-2029 aan AB en deelnemers (zienswijze) vóór 18 april 2025 7 Bespreken concept begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026-2029 in Algemeen Bestuur 24 april 2025 8 Zienswijzen deelnemers concept begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026-2029 retour vóór 11 juli 2025 9 Behandeling begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026 inclusief zienswijze in regieoverleg 21 augustus 2025 10 Behandeling begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026 inclusief zienswijze in Dagelijks Bestuur 28 augustus 2025 11 Vaststellen begroting 2026 & meerjarenbegroting 2026 inclusief zienswijze in Algemeen

Bestuur 4 september 2025 12 Aanbieden aan Provincie Zuid-Holland vóór 15 september 2025

Met deze kaderbrief wordt formeel het begrotingsproces 2026 ingezet.

Pagina 2/11 Kaderbrief 2026 BSGR

Hoofdlijnen kaderbrief 2026 Strategie Vanaf de operationele start van de BSGR in 2011 is er hard gewerkt om op het huidige zeer optimale prijs-kwaliteitsniveau te komen waarop de organisatie nu presteert. Het verkrijgen van de ISAE3402 type 2 verklaring, een waarborg voor de validiteit en betrouwbaarheid van de belastingprocessen is daar een voorbeeld van. Tot op heden is de BSGR nog steeds de enige belastingorganisatie in Nederland die in het bezit is van deze type 2 kwalificatie. Ook voor de komende jaren zal het behoud van deze certificering centraal staan. Certificering is daarmee een belangrijk “unique selling point” in de aansluiting van nieuwe deelnemers bij de BSGR. Om interessant te blijven voor de huidige en nieuwe deelnemers is een optimale prijs-kwaliteit verhouding essentieel. Continue aandacht voor kostenreductie blijft noodzakelijk, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening door de BSGR minimaal op hetzelfde niveau blijft. De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie.

Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijs-kwaliteitsniveau. Toenemende vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt dwingt de BSGR om de mogelijkheden voor schaalvergroting te onderzoeken. Personeel met kennis van lokale belastingen wordt landelijk meer en meer een schaars goed, waarbij de uitstroom van kennis als gevolg van de vergrijzing de continuïteit van belastingorganisaties onder druk zet. Samenwerking met andere belastingkantoren kan gelet op bovenstaande niet alleen kostenvoordelen bieden maar ook voorzien in de steeds hogere eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de medewerkers en het beheersbaar houden van de interne organisatie. Naast samenwerking is uitbreiding van het deelnemersbestand een mogelijkheid om het huidige kostenniveau (grotendeels) te handhaven en een mogelijke sterke stijging van kosten op de langere termijn te dempen.

Pagina 3/11 Kaderbrief 2026 BSGR

Programma 1: Heffen Het programma Heffen omvat het tijdig, correct en volledig opleggen van zowel subject- als object gebonden aanslagen waterschapslasten en gemeentelijke heffingen. Dit is inclusief de vergaring en verwerking van de daartoe benodigde gegevens vanuit interne en externe bronnen (onder andere Basisregistraties en de door de gemeenten en het waterschap aan te leveren belastinggrondslagen). Daarnaast omvat het programma de activiteiten met betrekking tot het behandelen en afdoen van bezwaren tegen plicht en maatstaf. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2026 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: Aanpassing belastingstelsel waterschapsheffingen Het huidige belastingstelsel van de waterschappen bevat enkele knelpunten. De Unie van Waterschappen heeft daarom in december 2020 een voorstel ingediend bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat om het belastingstelsel aan te passen. Het wetsvoorstel voor aanpassing van het belastingstelsel is op 18 april 2024 behandeld in de Tweede Kamer. Op 23 april is er gestemd over de moties en amendementen en is het wetsvoorstel aangenomen. De behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer startte op 14 mei 2024. Op 9 juli 2024 was er in de Eerste Kamer een technische briefing van de Commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (IWO).

Hierna reageerde op 23 september de Eerste Kamer schriftelijk met vragen op het wetsvoorstel. Vervolgens beantwoordde de minister van Infrastructuur en Waterstaat deze vragen op 17 oktober 2024 in de nota naar aanleiding van het verslag. De Eerste Kamercommissie heeft in een tweede verslag van 12 november 2024 nieuwe vragen gesteld over het wetsvoorstel. Op 28 januari 2025 heeft de Eerste Kamer plenair het wetsvoorstel behandeld. Op 4 februari 2025 volgen stemmingen. De waterschappen hopen op een snelle besluitvorming om genoeg tijd te hebben om zich voor te bereiden op de invoering. De watersysteemheffing zorgt voor de middelen voor waterveiligheid en voldoende en schoon oppervlaktewater. Volgens de huidige systematiek moeten de waterschappen de kosten voor een belangrijk deel verdelen op basis van de waarde van gebouwen, grond en natuurterreinen. Het belangrijkste knelpunt van deze heffing is de onredelijke invloed die de hoge waarde van wegen en spoorwegen op de tarieven van de eigenaren van onbebouwde grond heeft. Hierdoor stijgen de kosten voor deze groep zonder dat er extra voorzieningen tegenover staan. Het voorstel van de waterschappen gaat uit van een model waarin de kosten op basis van gebiedskenmerken worden verdeeld.

Het model geeft de algemeen besturen daarbij meer mogelijkheden dan nu om bij het verdelen van de kosten rekening te houden met specifieke omstandigheden in het gebied en met de taakuitoefening. Toepassing leidt tot een gelijkmatiger ontwikkeling van de tarieven voor alle betalende categorieën. Knelpunt hierbij wordt het aanpassen van automatisering. Ten eerste zijn er bij onze leverancier mogelijk onvoldoende resources aanwezig om alle wijzigingen die doorgevoerd moeten worden in dit tijdschema gereed te hebben. Zolang er nog geen definitieve specificaties vrijgegeven zijn, zal er door een automatiseerder niet ontwikkeld worden. Invoering per 1 januari 2026 komt daardoor mogelijk onder druk te staan. Ontwikkeling belastingheffing Binnen de BSGR is een trend zichtbaar dat deelnemers steeds meer kiezen voor een niet standaard wijze van heffing die inrichting- en uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt. Vaak gaat deze wijziging in de heffing ook gepaard met een afhankelijkheid van externen die gegevens moeten aanleveren. De afhankelijkheid van die gegevens en de uitval bij de verwerking ervan zorgt voor veel meer handmatig werk dan bij een standaardheffingsmethodiek. Hierdoor is uitbreiding van de personele formatie onontkoombaar.

Pagina 4/11 Kaderbrief 2026 BSGR

Daarnaast leidt dit tevens tot een toename van het aantal bezwaren. De BSGR is voornemens om de kosten van de bezwaarafhandeling via het kostprijscalculatiemodel afzonderlijk aan de betreffende deelnemer door te gaan belasten. Programma 2: Informatie & Inning Het programma Informatie & Inning omvat het gehele proces van doelgerichte acties om de opgelegde aanslagen in te vorderen: binnengekomen belastinggelden worden ingeboekt, in voorkomende gevallen wordt automatisch dan wel na beoordeling kwijtschelding verleend en zo nodig worden belastingplichtigen gemaand tot betalen. Het uitblijven van betaling, ook na een betalingsherinnering Kan uitmonden in een traject van dwanginvordering. De BSGR verzorgt het gehele invorderingsproces, inclusief de dwanginvordering, grotendeels zelf. Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden vanaf 2026 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: 1. Kwijtschelding 3.0 - Met kwijtschelding 3.0 krijgt de klant meer regie en inzicht in zijn eigen gegevens. Hij kan deze inzien, controleren en meesturen bij een kwijtscheldingsverzoek. Het volledig implementeren van kwijtschelding 3.0 is complex en op dit moment nagenoeg onmogelijk. Burgers hebben veel moeite met digitale toegangen om alle benodigde documenten te verzamelen.

Daarnaast is er een toename zichtbaar in belemmeringen die het Inlichtingenbureau constateert voor het automatisch toekennen van kwijtschelding. Op dit moment wordt ruim 60% van de kwijtscheldingsverzoeken geautomatiseerd verwerkt. Op termijn zou de ontwikkeling van kwijtschelding 3.0 kunnen leiden tot uitvoeringsproblemen, doordat mogelijk alle kwijtscheldingsverzoeken handmatig moeten worden afgedaan. Het gevolg hiervan is een forse uitbreiding van de personele capaciteit; 2. Dwanginvordering – De focus van invordering ligt op het voorkomen van ‘instroom’ van nieuwe wanbetalers. Invordering zal meer en meer informatie gestuurd gaan worden. Het vooraf raadplegen van verschillende interne en externe informatiebronnen kan mede bepalen welke invorderingsactie de meeste kans op resultaat biedt. Het leggen van beslag op roerende zaken zal verder gaan veranderen. Door de opkomst van ‘private-lease’ wordt het steeds lastiger om beslag te leggen, doordat het eigendom ligt bij de leasemaatschappij. De belastingdeurwaarders van de BSGR kunnen bij een bezoek aan een wanbetaler beoordelen welke invorderingsmaatregel genomen kan worden. Hierdoor wordt dwanginvordering meer en meer maatwerk; 3. Vroegsignalering – de gemeentelijke en waterschapslasten zijn nog geen signaalpartner voor de vroegsignalering tot 2026.

Bij enkele gemeenten loopt er op dit moment een pilot, waarvan in 2025 de evaluatie zal plaatsvinden; 4. Herzien incassostelsel – het Nederlandse incassostelsel nodigt uit tot escalatie. Vorderingen lopen hoog op door bijkomende kosten en het systeem zet aan om schuldeisers te laten gaan voor eigen gewin. In een onderzoeksrapport ‘Schulden klein houden en perspectief bieden’ worden aanbevelingen gedaan voor een fundamentele verandering van het stelsel van schulden, vorderingen en incasso. Kern van de voorgestelde aanbevelingen is een verschuiving van de focus: van inning die niet langer gericht is op afzonderlijke vorderingen maar op collectief belang van debiteur en schuldeisers. Een en ander zou kunnen leiden tot aanzienlijk lagere invorderingsopbrengsten voor de deelnemers; 5. Aanpassing Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 – met de aanpassing wordt ingezet op een vermindering van de administratieve lasten van burgers en bedrijven. Een belangrijk element van deze aanpassing gaat over de rechtsbescherming van de burger, die bezwaar in kan dienen tegen een kwijtscheldingsbesluit in plaats van een administratief beroep. Deze ontwikkeling is uitgesteld tot 1 januari 2027, maar zou bij inwerkingtreding kunnen leiden tot aanzienlijk meer werk voor de afdeling I&I en hoge proceskostenvergoedingen.

Dit kan uiteindelijk leiden tot een nieuw werkgebied en verdienmodel voor NCNP-bureaus; 6. Aanpassing uitvoering Algemene wet bestuursrecht - om de dienstverlening van de overheid richting burgers te verbeteren en fouten bij de uitvoering te voorkomen, zal er bij elk besluit dat

Pagina 5/11 Kaderbrief 2026 BSGR

een financieel gevolg zou kunnen hebben voor de directe bestedingsruimte van de burger, vóóraf persoonlijk contact dienen te worden opgenomen om te verifiëren of van de juiste informatie wordt uitgegaan; 7. Rijksincasso – met ingang van 2025 zal de Rijksbelastingdienst kosteloze herinneringen gaan versturen. De verwachting is dat vanaf 2026 het versturen van kosteloze herinneringen een wettelijke verplichting zal gaan worden. Daarnaast streeft de Rijksincassovisie een mensgerichte invordering na met zo veel mogelijk persoonlijk contact met de schuldenaar. De BSGR stuurt overigens, in tegenstelling tot veel andere belastingsamenwerkingen, wel kosteloze betalingsherinneringen. Programma 3: Waarderen Het programma Waarderen omvat het beheer van gegevens van objecten, benodigd om tot een jaarlijkse waardebepaling en waarde-vaststelling van die objecten te komen en deze gegevens en waarden beschikbaar te stellen aan de interne processen en externe afnemers. Onder het gegevensbeheer valt ook het onderhouden van de relaties tussen de WOZ en (externe) basisregistraties, bijvoorbeeld de basisregistratie BAG bij de gemeenten. De BSGR voert het WOZproces inclusief de taxaties grotendeels in eigen beheer uit.

Daarnaast omvat het programma Waarderen alle activiteiten met betrekking tot het tijdig (juridisch) behandelen en afdoen van waarde gerelateerde bezwaarschriften en wordt verweer opgesteld en gevoerd tegen zowel ingediende WOZals plichts- en maatstaf(hoger)beroepschriften. De situatie rondom de afhandeling van de enorme hoeveelheid WOZ-bezwaren van belastingjaar 2023 heeft de afdeling WOZ – ondanks de inzet van externe inhuurkrachten – enigszins op achterstand gezet voor wat betreft de tijdigheid van de reguliere procesonderdelen. Met name het toegenomen aantal beroepsschriften als gevolg van bovenstaande speelt ook in 2025 nog een rol van betekenis. De ambitie is om vanaf 2025/2026 weer volledig aan de tijdigheid te kunnen voldoen. De inzet van nieuwe tooling en opkomst van nieuwe technologieën als robotic process automation (RPA) en AI/ML (Artificial Intelligence/Machine Learning) zal hierin ondersteunend zijn en biedt de BSGR nieuwe kansen. Naast het uitvoeren en optimaliseren van de reguliere werkzaamheden worden vanaf 2026 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: Onderzoek tweejaarlijkse herwaardering en het bredere gebruik van de WOZ-waarde Door de gemeenten Katwijk en Gouda is in 2024 tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG de motie ‘Tweejaarlijkse herwaardering WOZ’ ingediend. Er vindt op dit moment onderzoek plaats naar de toepasbaarheid hiervan.

Daarvoor is opdracht verstrekt aan ESBL (Studiecentrum Erasmus Universiteit) om eerst de mogelijkheden en gevolgen voor gebruikers en belanghebbenden van één keer per twee jaar herwaarderen te onderzoeken en om het bredere gebruik van de WOZ-waarde in kaart te brengen. De motie werd ingegeven door de ontstane druk op de uitvoering van de WOZ welke, mede door het aantal bezwaren door No-Cure-No-Pay bureaus, enorm is toegenomen. Om deze druk te verlagen, (inhuur)kosten te reduceren en een extra kwaliteitsimpuls in combinatie met tijdigheid van de primaire WOZ-processen te kunnen bewerkstelligen, zou een tweejaarlijkse herwaardering uitkomst kunnen bieden. Tevens zou hiermee (makkelijker) invulling kunnen worden gegeven aan de wens (en/of toekomstig wettelijke vereiste) tot intensivering van informeel contact met de burgers/inwoners zoals de rijksoverheid voor ogen heeft. Nieuw modern taxatieverslag voor woningen Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven; onze leverancier Centric heeft de afgelopen jaren (nog) geen wijzigingen of aanvullingen beschikbaar gesteld. De afgelopen jaren hebben de Waarderingskamer en de VNG gewerkt aan het moderniseren van het taxatieverslag voor woningen.

Het doel van dit gemoderniseerde taxatieverslag is om de WOZ-waardebepaling begrijpelijker en overzichtelijker over

Pagina 6/11 Kaderbrief 2026 BSGR

te brengen aan de belastingplichtige. Daarnaast zou dit moderne taxatieverslag voor woningen ervoor moeten zorgen dat gemeenten en belastingsamenwerkingen voldoen aan het verstrekken van alle – op de zaak betrekking hebbende - stukken in of voorafgaande aan de bezwaarfase aan de belanghebbende conform arresten van de Hoge Raad op dit vlak. De verplichte invoering van dit nieuwe taxatieverslag staat nu gepland voor belastingjaar 2026 (waardepeildatum 1-1-2025) en zal uiteindelijk (tijdig en) geautomatiseerd door de softwareleverancier ter beschikking moeten worden gesteld. De Staatssecretaris van Financiën is regelgeving aan het voorbereiden om eerdergenoemde modernisatie van het taxatieverslag vast te leggen in wet- en regelgeving; de wijzigingen zouden vanaf belastingjaar 2026/2027 van toepassing kunnen zijn. Dit is onderdeel van de aanvullende maatregelen ter verbetering van het proces van de waarderingen op grond van de Wet WOZ. Intensivering informeel contact met belanghebbenden Naast het moderne taxatieverslag wordt ook de invoering van een verplicht informeel traject verkend hetgeen neer zou komen op een verplicht contactmoment tussen gemeenten en woningeigenaren voorafgaand aan de vaststelling van de WOZ-waarde.

Deze maatregelen zouden dan in de toekomst worden opgenomen in de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet WOZ en nader worden uitgewerkt in een wijzigingsregeling. Afhankelijk van de uitkomsten van de thans lopende verkenning op dit vlak en afhankelijk van de wijze waarop dit gerealiseerd dient te worden, zou deze maatregel in de komende jaren tot (veel) hogere personele inzet kunnen gaan leiden. Inzetten op een portaal voor secundaire kenmerken Een aantal grote WOZ-uitvoeringsorganisaties – waaronder BSGR - is in samenwerking met de Landelijke Vereniging voor Lokale Belastingen (LVLB) proactief aan de slag om op innovatieve maar eenvoudige wijze informeel contact met de inwoners te gaan vormgeven. Het intensiever informeel contact met de burger draagt bij aan het vertrouwen in de overheid in het algemeen en vertrouwen in de totstandkoming van de WOZ-waarde in het bijzonder. Het idee is om woningeigenaren zoveel mogelijk te betrekken bij de registratie van de secundaire kenmerken; woningeigenaren kennen de eigen woning immers het beste en zij kunnen gemeenten en belastingorganisaties betrouwbare input geven. Omgevingswet en Digitiaal Stelsel Omgevingswet (DSO) De nieuwe Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden en brengt regels voor ruimtelijke ontwikkeling en milieu samen.

Ze beoogt regelgeving te vereenvoudigen en introduceert nieuwe juridische instrumenten en werkwijzen. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt dit juridische stelsel digitaal. Tegelijk met de Omgevingswet is ook de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) in werking getreden. Deze laatste heeft als doel om de kwaliteit van de registraties op peil te houden vanuit landelijke afspraken hoe gemeenten met de bijhouding van geregistreerde gegevens om moeten gaan. Het nieuwe stelsel houdt tevens in dat gemeenten, veel meer dan voorheen, zelf mogen bepalen of er een vergunningplicht, meldingsplicht of algemene regels gelden voor activiteiten die de fysieke leefomgeving (blijvend en tastbaar) wijzigen en waarvoor zij bevoegd gezag zijn. Deze regels moet de gemeente opnemen in het Omgevingsplan. Daarvoor is een overgangstermijn tot 2030 van kracht. Totdat de gemeente zelf het Omgevingsplan heeft ingevuld, zijn hierin van rechtswege bestaande regels opgenomen. Als gevolg van bovenstaande zal het aantal vergunning vrije bouwactiviteiten verder toenemen en bouwactiviteiten -en daarmee aanpassingen in de WOZ-administratie - steeds vaker achteraf geconstateerd gaan worden. De intrede van de Omgevingswet heeft dus grote impact op de werkprocessen voor gegevensbeheer bij nieuw- en verbouw.

Het vraagt om (sterk) aangepaste informatiestromen en/of processen om objectgegevens in te winnen waarbij de BAG als bronhouder – naast de ‘eigen WOZ-bronnen’- de belangrijkste informatiebron is.

Pagina 7/11 Kaderbrief 2026 BSGR

IM WOZ 3.20 (informatiemodel WOZ) Het nieuwe informatiemodel WOZ (IMWOZ), geeft de inhoudelijke specificaties van de WOZadministraties en daarmee de definitie van de basisregistratie WOZ, de specificaties van de inhoud en de specificaties van de gegevens die gemeenten en uitvoeringsorganisaties vastleggen om de wet WOZ goed te kunnen uitvoeren. De gegevens van het IMWOZ-model zijn ook belangrijk voor de afnemers vanwege de gevolgen voor de inhoud van de Landelijke Voorziening WOZ (LV WOZ), en voor alle gegevens die gemeenten en uitvoeringsorganisaties gebruiken. Voor de planning van toekomstige ontwikkelingen is het WOZ-domein afhankelijk van de architectuurprincipes van Common Ground. Het IMWOZ-model gaat op termijn de Catalogus Basisregistratie WOZ, de Catalogus WOZgegevens voor afnemers en het Gegevenswoordenboek WOZ vervangen. Inkoop en aanbesteding Mede gezien de eerder beschreven invoering van de Omgevingswet zullen in 2025/2026 - samen met de BAG afdelingen van gemeenten – de mogelijkheden van samenwerkingsportalen onderzocht worden om de aanpassing in processen rondom aanlevering en uitwisseling van informatie (beter) vorm te kunnen gaan geven. De ontwikkelingen op dit gebied bij onze huidige softwareleverancier zullen hierin worden meegenomen.

Met de huidige waarderingsapplicatie wordt op het gebied van doorontwikkeling en performance steeds meer tegen de maximale grenzen aangelopen. In 2025 zal een marktverkenning plaatsvinden voor mogelijke aanschaf van een nieuwe waarderingsapplicatie. Doel is om op een betrouwbare en transparante wijze – gebruik makende van de bij deze tijd passende mogelijkheden zoals Artificial Intelligence/Machine Learning – in de toekomst de WOZ-waarderingen efficiënter te kunnen uitvoeren. Eventuele ingebruikname wordt – na een Europese aanbesteding - niet eerder dan 2027/2028 verwacht. De afdeling WOZ wil graag de komende jaren ook nadrukkelijker inzetten op de kansen die robotisering (RPA) ons biedt voor werkzaamheden in grote volumes waarbij sprake is van repeterende handelingen. Door gebruik te maken van RPA worden (menselijke) fouten voorkomen en ontstaat voor medewerkers de kans om meer de focus te kunnen leggen op verhogen van de kwaliteit, meer gerichte analyse(s) en controlewerkzaamheden. Programma 4: Bedrijfsvoering (voorheen: Overhead) Onder bedrijfsvoering vallen de directie, staf, en alle ondersteunende activiteiten ten behoeve van het primaire proces. Dit zijn onder andere de financiële administratie, bestuur en beleid, P&O, facilitair en ICT. Ook horen de Interne Controle (o.a. VIC en ISAE3402) werkzaamheden en de managementinformatie tot dit programma.

Naast het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden worden in 2026 o.a. de volgende ontwikkelingen verwacht: Personeel Een primaire activiteit binnen bedrijfsvoering is voor de afdeling personeelszaken het faciliteren en ontzorgen van de organisatie bij inhuur van personeel en werving en selectie. In de huidige arbeidsmarkt zullen wij in toenemende mate creatief moeten zijn door bijvoorbeeld onervaren competente medewerkers aan te trekken en zelf op te leiden. Door de juiste mensen aan boord te krijgen, kan HR bijdragen aan het opbouwen van een sterke en competente organisatie. Uitdagingen zijn: 1. Werving: Voor de BSGR is het vaak lastig om concurrerend te zijn. Voor het aantrekken en behouden van medewerkers is goed en aantrekkelijk werkgeverschap een belangrijke randvoorwaarde.

Pagina 8/11 Kaderbrief 2026 BSGR

2. Vergrijzing en kennisoverdracht: Als gevolg van vergrijzing krijgt de BSGR op (korte) termijn te maken met het vertrek van ervaren medewerkers die met pensioen gaan. Dit kan leiden tot het verlies van waardevolle kennis en expertise. 3. Inhuur personeel: Het ‘ombuigen’ van inhuur personeel naar vast personeel is een continue uitdaging. Ook hierbij is creativiteit en opleiding van onervaren, competente medewerkers een mogelijkheid. Huisvesting De BSGR huurt in het kantoorpand aan de Lammenschansweg drie verdiepingen. Het huurcontract met de verhuurder loopt eind oktober 2026 af. Met het oog op de aangekondigde bezuinigingen bij de gemeenten in 2026, gaat de BSGR begin 2025 in gesprek met de verhuurder om uiterlijk vanaf november 2026 een wijziging door te voeren in het huurcontract. Uitgangspunt hierbij is dat de BSGR één verdieping minder zal gaan huren. Inkoop en aanbesteding De huidige salarisverwerker ADP heeft aangekondigd dat zij eind 2027 stopt met de ondersteuning en uitvoering van de personeels- en salarisverwerking. Als gevolg van dit besluit gaat de BSGR in 2025 een marktverkenning starten met als doel om in het 2e halfjaar 2025 een implementatie- traject te starten om over te gaan naar een ‘nieuwe’ HRM-softwareoplossing. Hierdoor zijn vanaf januari 2026 het online HR-management, de processen en workflows tijdig gewaarborgd.

Informatiebeveiliging en privacy Door een toename van het aantal datastromen, koppelingen van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds belangrijker. De BSGR zal daarom op dit gebied de weerbaarheid en bewustwording op peil moeten houden. Dit vergt een toenemende inspanning van de BSGR waarvoor extra capaciteit zal moeten worden ingezet. De BSGR maakt op dit gebied gebruik van de diensten van de Informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD). Robotisering Voor de verwerking van de toenemende datastromen zal de BSGR ook meer en meer robotisering moeten gaan inzetten (RPA ‘Robotic Process Automation’). Hierbij worden handelingen die herhaald worden door middel van software geautomatiseerd. BSGR doet dit op dit moment nog veelal door middel van scripting. Naast de technische mogelijkheden zullen ook de medewerkers van BSGR zich moeten bekwamen in het verwerken van data en is aanvullende kennis op het gebied van data-analyse wenselijk. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) De regering wil in het kader van een digitaal werkende overheid komen tot een implementatie van het wetsvoorstel modernisering elektronisch berichtenverkeer.

Het kabinetsbeleid is er op gericht dat de overheid voor bedrijven en burgers digitaal bereikbaar moet zijn voor officiële berichten. Elektronisch verkeer kan bijdragen aan de vermindering van administratieve lasten van burgers en bestuurlijke lasten van bestuursorganen. De wet neemt belemmeringen weg en stelt randvoorwaarden aan de modernisering en digitalisering van werkprocessen binnen de publieke sector. Het wetsvoorstel wil daarom de rechten en waarborgen voor burgers en bedrijven versterken. Daartoe regelt de wet het volgende: • Het recht op elektronisch inzenden van een bericht; • Een verplichte ontvangstbevestiging; • Het recht op een afschrift van de ingevoerde gegevens; • Een verbod op het afdwingen van niet verplichte gegevens; • Een verlengde indieningstermijn bij storing. Met betrekking tot berichten van de overheid in een berichtenbox geldt het volgende:

Pagina 9/11 Kaderbrief 2026 BSGR

• • • •

Verplichte notificatie bij plaatsing van een bericht in een berichtenbox; Het opnemen van essentiële informatie in een notificatie; De verplichting voor de overheid om langs een andere weg contact op te nemen; De bewijslast komt bij het bestuursorgaan te liggen.

Bij alle communicatie met de overheid (ook via niet elektronische weg) draagt het bestuursorgaan zorg voor passende ondersteuning bij (berichten)verkeer met het bestuursorgaan. NIS2 richtlijn Vanuit Europa is de NIS2 richtlijn sinds 17 oktober 2024 van kracht. Nederland implementeert deze richtlijn in de cyberbeveiligingswet (Cbw). De Cbw verplicht overheidsorganisaties te voldoen aan strenge eisen op het gebied van informatiebeveiliging. In essentie vereist de Cbw dat de BSGR volledig voldoet aan de vereisten van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO). De Cbw legt verder een meldplicht en een zorgplicht op. In die zorgplicht is onder meer een ketenaansprakelijkheid opgenomen. De BSGR zal zich moeten vergewissen dat haar leveranciers aan de eisen voldoen. Er komt voor de overheid een toezichthouder, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur, die moet gaan toezien dat wordt voldaan aan de gestelde eisen. AI Act De AI Act is een Europese verordening en kent een directe werking. Deze verordening is vooral gericht op leveranciers van AI producten. Indien er sprake is van hoog risico toepassingen (toepassingen die ingrijpen op het leven van inwoners en ondernemers) zijn er strenge eisen ten aanzien van verantwoording en transparantie. Archiefwet De nieuwe Archiefwet treedt, naar verwachting, op 1 januari 2027 in werking.

In essentie brengt deze vernieuwing de archiefwet naar het digitale tijdperk. Informatiesystemen moeten dan over toereikende archieffunctionaliteit beschikken en de organisatie moet zich in de omgang met digitale informatie bewust zijn van de afspraken rond archivering en invulling kunnen geven aan deze afspraken. EiDAS Vanuit Europa wordt de eIDAS richtlijn aangepast naar eIDAS 2.0. Dit betekent dat er een digitale ‘wallet’ komt voor alle Europese burgers waarmee zij kunnen inloggen en bewijzen kunnen aanleveren. Er zal een acceptatieplicht voor deze ‘wallet’ komen. Dit betekent dat de digitale voorzieningen aan moeten sluiten op deze ‘wallets.’ Dat lijkt vooral een zaak van softwareleveranciers te zijn, maar de BSGR zal er wel voor moeten zorgen dat zij via de eIDAS wallets haar dienstverlening kan vormgeven. Uit een onderzoek van Berenschot in 2024 is geconcludeerd dat de BSGR momenteel niet in voldoende mate zou zijn toegerust om op bovengenoemde IV/IT ontwikkelingen in te spelen. De BSGR inventariseert in 2025 middels tijdelijke inhuur van een kwartiermaker hoe het aan deze wetten kan voldoen.

Financiële kaderstelling & uitgangspunten begroting 2026 De uniforme taakstelling voor de gemeenschappelijke regelingen, als aandeel in de op- en neergang van het Gemeentefonds, wordt elk jaar door de bestuurlijke klankbordgroep Financiële kaderstelling namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden vastgesteld. Deze financiële kaderstellingen worden verwerkt in de begroting 2026, voor wat betreft de begrotingsjaren 2026 tot en met 2029. De geadviseerde indexering van de deelnemersbijdrage 2026 ten opzichte van 2025 is een waardevaste indexering voor lonen en prijzen, waarbij de indexering voor 2026 gecorrigeerd is met ontwikkelingen in de jaren 2024 tot en met 2025, zoals is aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2024. Het stijgingspercentage is voor lonen 2,1% (inclusief een gecorrigeerde indexering van -1,4%) en prijzen 2,7% (inclusief een gecorrigeerde indexering van +0,5%).

Pagina 10/11 Kaderbrief 2026 BSGR

Voor het begrotingsjaar 2026 is door de krimp van het gemeentefonds een uniforme taakstelling opgelegd voor alle gemeenschappelijke regelingen van 6%. De overige uitgangspunten zijn: • Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 is de jaarrekening 2024 en de begrotingswijziging 2025; • De activa zullen op lineaire basis worden afgeschreven waarbij toerekening plaatsvindt t.o.v. het effectieve rentepercentage; • Een bovengrens van de algemene reserve van 5% van de totaal begrote lasten en een ondergrens van de algemene reserve van 3% van de totaal begrote lasten conform het besluit van het Algemeen Bestuur op 25 juni 2020; • Boven 5% wordt uitgekeerd aan de deelnemers en onder de 3% wordt aangevuld door de deelnemers; • Verantwoorden van taakvelden in de begroting en jaarrekening conform het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording); • Indien sprake is van nieuwe wettelijke eisen/taken dan wel uitbreiding van de vraagsturing door deelnemers worden de financiële consequenties/investeringen hier tijdig en gedetailleerd van in kaart gebracht indien de insteek is additionele middelen beschikbaar gesteld te krijgen. Bestuurlijke behandeling taakstelling BSGR Binnen het Algemeen Bestuur zijn mogelijke bezuinigingen om aan bovenstaande taakstelling te kunnen voldoen besproken.

Naar aanleiding van deze taakstelling heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland het volgende standpunt ingenomen: ‘De waterschappen zijn voor hun inkomsten volledig afhankelijk van de belastingheffing via de gezamenlijke belastingkantoren. Het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) geeft aan dat zij zeer tevreden is over het functioneren van de BSGR en bij andere waterschappen problemen ziet bij de belastingheffing. Het HHR is geen lid van de Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden en ook niet betrokken bij de besluitvorming. Het HHR heeft ingestemd met het verkennen van bezuinigingsmaatregelen en daarbij nadrukkelijk aangegeven dat een besparing geen negatieve gevolgen mag hebben voor de taken die de BSGR ten behoeve van het Hoogheemraadschap uitvoert. Mocht dat wel het geval zijn, dan wenst het Hoogheemraadschap hiervoor gecompenseerd te worden’. Afwijking taakstelling 6% in begroting 2026 en meerjarenbegroting 2026-2029 In de door het Algemeen Bestuur besproken notitie ‘Financiële kaderstelling 2026 – verdieping bezuinigingen begroting 2026’is beschreven welke bezuinigingsmogelijkheden er zijn binnen de BSGR die de dienstverlening en de belastingrealisatie van het HHR niet ‘raken’. De totale deelnemersbijdrage van de BSGR bestaat uit een gemeentelijk deel en een deel van het HHR.

Op basis van de geprognosticeerde begroting 2026, die is opgenomen in de primaire meerjarenbegroting 2025-2028, die is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 5 september 2025, bedraagt de taakstelling dan 610K. Dit bedrag is 6% van het totaal van de deelnemersbijdrage van alle gemeenten in 2026. Doordat bezuinigingen enkel doorgevoerd kunnen worden op gemeentelijke taken, dreigt een scenario dat het combineren van belastingaanslagen (HHR en gemeenten op één aanslagbiljet) in februari/maart niet meer tot de mogelijkheden behoort. Dit vanwege het feit dat bezuinigingen op gemeentelijke taken op termijn zorgen voor een vertraging in de OZB-aanslagoplegging en de afhandeling van WOZ-bezwaren. Hierdoor zullen de belastingaanslagen van het HHR in februari/maart enkelvoudig worden opgelegd, wat een aanzienlijk kostenverhogend effect heeft voor het HHR.

Pagina 11/11 Kaderbrief 2026 BSGR

Daarnaast zal door bezuinigingen zowel de herwaardering als de afhandeling van WOZ-bezwaarschriften onder druk komen te staan. Dit kan niet losgezien worden van de kwaliteit van beide activiteiten die sterk zal gaan dalen. Dit betekent dat een tijdige uitvoering, conform de wet WOZ en de richtlijnen van de Waarderingskamer, niet meer realiseerbaar is. Het niet kunnen voldoen aan de wettelijke termijn in de WOZ-bezwaarafhandeling leidt op termijn tot een significante kostenstijging (o.a. door uitbetaling van dwangsommen). Gelet op bovenstaande heeft het Algemeen Bestuur van de BSGR op 17 januari 2025 ingestemd om in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029 de volgende bezuiniging door te voeren: 1. Het beperken van de inhuur van het aantal m2 kantoorruimte door afstoten van de tweede verdieping van het pand aan de Lammenschansweg 144, in ieder geval per 1 november 2026 en eerder indien mogelijk. Deze bezuiniging in het programma Overhead van 100K op jaarbasis zal pro-rato worden verwerkt in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 20262029. Tevens heeft het Algemeen Bestuur de volgende besluiten genomen die direct impact hebben op de invulling van de Kaderstelling van 6%: 2. Gelet op de grote financiële risico’s die kleven aan het bezuinigen op de uitvoering van de Wet WOZ bij de afdeling WOZ (programma 3: Waarderen) geen bezuinigingen door te voeren; 3.

Op dit moment geen verdere besparingen door te voeren, aangezien deze impact kunnen hebben op de kwaliteit en tijdigheid van de aanslagoplegging van het HHR. Bovenstaande besluiten zullen worden verwerkt in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029. Overigens kunnen door in de uitvoering van de belastingheffing meer te kiezen voor standaardisatie in plaats van maatwerk individuele deelnemers hun bijdrage aan de uitvoeringskosten van de BSGR verlagen. Areaaluitbreiding De gevolgen van de areaaluitbreiding van de WOZ-objecten bij bestaande deelnemers resulteren in een hogere deelnemersbijdrage. Voorafgaand aan het opstellen van de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026 worden de gevolgen van de areaaluitbreiding over de jaren 2023-2024 inzichtelijk gemaakt en verwerkt in de begroting 2026 en de meerjarenbegroting 2026-2029. Dit resulteert in een hogere deelnemersbijdrage. Hiertegenover staan structureel hogere belastingrealisaties die al vanaf 2024 jaarlijks worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=731eaefb-b8cf-4d2f-bcaa-c362d1af1e54