2639 Brief dd 22-11-2024 Werkgroep Financiële kaderstelling GR HM voor begrotingen 2026 (incl bijlage)
Tekst van het document
Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden
Aan het Algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Hollands Midden T.a.v de heer J.J. Zuidijk
Datum Ons kenmerk Onderwerp
22 november 2024 Z/24/3752082
Contactpersoon Doorkiesnummer
Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2026.
Geachte heer Zuidijk, Dank voor uw reactie op ons uitgebrachte advies aan de gemeenschappelijke regelingen en colleges voor het financieel kader 2026. De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft een technisch advies geven voor het financieel kader voor de begroting 2026. Uw reactie vergt een bestuurlijke- en politieke afweging. Die afweging is niet aan onze werkgroep en behoort ook niet tot onze opdracht. Het toepassen van ons advies, evenals als het afwijken daarvan, is aan uw bestuur en de deelnemers van uw gemeenschappelijke regeling. In onze brief hebben wij daarom ook uitdrukkelijk gewezen op het complex samenspel en de uitdagingen die we als gemeenten en gemeenschappelijke regelingen samen hebben. Daarom vind ik het ook goed om te lezen dat u uw verantwoordelijkheid neemt binnen uw mogelijkheden. Uw reactie op ons advies stuur ik met mijn antwoord door naar de colleges van B&W en de gemeenteraden in Hollands Midden. Wij zullen als werkgroep de discussies en besluitvorming bij u en andere gemeenschappelijke regelingen met belangstelling volgen. Met vriendelijke groet,
Kees van der Zwet Voorzitter bestuurlijke werkgroep FKGR
Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden
Postadres Postbus 1123 2302 BC Leiden
24 oktober 2024 Ons kenmerk: D2024-00034746 Datum:
Telefoon:
Uw kenmerk:
Onderwerp:
Bijlage:
E-mail:
Advies werkgroep FKGR
Uw brief van: Contactpersoon:
Graag bij correspondentie kenmerk en onderwerp vermelden.
Geachte leden van de werkgroep FKGR, Wij zijn er bekend mee dat veel gemeenten, ook binnen het werkgebied van de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM), voor een forse financiële opgave vanaf 2026 staan. Als Algemeen Bestuur van de VRHM voelen wij de verantwoordelijkheid om binnen onze mogelijkheden daaraan bij te dragen. De directie van de VRHM heeft ons een terugkoppeling gegeven van hetgeen behandeld is in het overleg met u als werkgroep FKGR, op 11 oktober jongstleden. De eerder verstrekte overzichten en de informatie die tijdens dat overleg werden gedeeld, vervullen het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio met zorg en noodzaken ons u deze brief te zenden. In deze brief schetsen we daarom eerst de financiële context van de VRHM en de toekomstige inhoudelijke opgaven waarvoor de veiligheidsregio gesteld staat. We besluiten de brief met een oproep. Context VRHM De VRHM is in belangrijke mate een parate uitvoeringsorganisatie die verantwoordelijk is voor de belangrijkste kerntaak van de overheid: de veiligheid van de inwoners in onze regio. De pijlers zijn de brandweer, GHOR en bevolkingszorg, die zich richten op incidentbestrijding, risico-advisering en crisisbeheersing. De dagelijkse bedrijfsvoering is primair gericht op personele en materiële instandhouding, inclusief opleiding, oefening en training.
Daarbij is de VRHM, anders dan andere gemeenschappelijke regelingen, een kapitaalsintensieve organisatie: er is sprake van veel materieel en gebouwen die over lange termijn worden afgeschreven, zoals kazernes en voertuigen. Daarnaast is sprake van een groot aandeel in de begroting voor personele lasten. De VRHM-begroting kent geen structurele ontwikkelbudgetten; ontwikkelingen worden tot op heden gefinancierd uit onderuitputting. Die onderuitputting neemt door de grote materieelvernieuwing in de komende jaren af, terwijl de ontwikkelnoodzaak toeneemt. Daarmee ontbreekt het zowel aan structurele als aan incidentele financiële middelen om nieuwe ontwikkelingen het hoofd te bieden.
De VRHM heeft medio 2023, om meer inzicht te krijgen in kosten en formatie van de organisatie in verhouding tot andere veiligheidsregio’s, deelgenomen aan de benchmark Veiligheidsregio’s. Deze benchmark schetst het beeld dat voor zowel de primaire processen als de overheadprocessen, aanzienlijk minder geld beschikbaar is dan bij andere veiligheidsregio’s. Deze schraalheid is een gevolg van een bezuiniging van 16,6% die in de periode 2011 – 2018 is doorgevoerd om de VRHM-begroting te verlagen naar het beschikbare budget in het subcluster Brandweerzorg en Rampenbestrijding van het Gemeentefonds. Recent Cebeon-onderzoek heeft aangetoond dat op dit moment slechts 83% van dit cluster wordt besteed aan deze doelen. Dat betekent dat gemeenten per saldo nu meer uit het gemeentefonds ontvangen dan aan bijdragen aan de veiligheidsregio wordt betaald. Noodzaak om voor te bereiden op de nieuwe tijd De VRHM heeft de voortdurende opgave om ‘bij de tijd’ te blijven en zich voor te bereiden op ‘de nieuwe tijd’. Het gaat hierbij om opgaven als voorbereiding op stedelijke verdichting, klimaatverandering en de energietransitie. Hiervoor is een stevige impuls nodig. In het voorbereidingstraject van het Regionaal Beleidsplan 2024-2027 was in 2023 een groeiscenario ter grootte van € 4,8 miljoen opgenomen in de kadernota 2024.
Deze claim bestond onder andere uit gelden voor versterking van (brandweer)vakbekwaamheid, onze ontwikkelcapaciteit om ons voor te bereiden op nieuwe risico's zoals hierboven omschreven, vernieuwing en verduurzaming van huisvesting en goed werkgeverschap, gericht op het vinden en binden van voldoende beroeps- en kantoormedewerkers en vrijwilligers. Het Algemeen Bestuur koos er destijds voor deze claim gedurende de beleidsplanperiode 2024 2027 gefaseerd te behandelen. De huidige financiële situatie van gemeenten bemoeilijkt dat, maar de opgaven zijn daarmee echter onverminderd aanwezig. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt ten gunste van ontwikkelingen die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding op deze uitdagingen. De keuze om in 2026 geen extra claim in te dienen, maar via reallocatie middelen te besteden aan deze opgaven, vraagt al dat er ingewikkelde keuzes gemaakt moeten worden in mensen, materieel en toekomst. Dat komt bovenop nieuwe opgaven als preventie van PTSS, verduurzaming van huisvesting (kazernes) en de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (DBA), waardoor onze flexibele schil van docenten, instructeurs en andere vakbekwaamheidsfunctionarissen anders moet worden vormgegeven. Ook krijgt de VRHM onverwachts te maken met een korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk.
In de Miljoenennota is een bezuiniging van 10% op de BDuR opgenomen, wat resulteert in een korting van ongeveer € 1 miljoen (structureel). Via het Veiligheidsberaad ondernemen we pogingen het kabinet hierover op andere gedachten te brengen, maar de uitkomsten daarvan zijn onzeker. In het licht van het bovenstaande is een korting van 6% op de gemeentelijke bijdragen voor de VRHM, hetgeen zich vertaald in een aanvullende bezuiniging van ruim €4 miljoen, niet uitvoerbaar zonder te raken aan de veiligheid van de inwoners. Daarbij moet worden gedacht aan keuzes die niet alleen raken aan de planvorming en bedrijfsvoering, maar ook aan incidentbestrijding. Voorbeelden hiervan zijn het moeten inkorten van oefenprogramma's en het sluiten van kazernes, met als gevolg daarvan langere aanrijtijden. Oproep Vanaf deze zomer heeft bureau Berenschot in opdracht van u als werkgroep in kaart gebracht welk deel van onze uitgaven beïnvloedbaar is. De VRHM heeft hierover veel informatie verstrekt, in de hoop dat dit zou leiden tot realistische inzichten om te komen tot inhoudelijke gedachtenvorming over financiële mogelijkheden. Uit het tussentijds verstrekte overzicht bleek het percentage beïnvloedbare kosten het laagste te zijn van de onderzochte GR’en. Volgens Berenschot zijn bij de VRHM louter de personeelskosten beïnvloedbaar. Besparingen zouden dan 2
moeten plaatsvinden door bij uitstroom geen nieuwe medewerkers te werven. De VRHM is echter in hoge mate een continuïteitsorganisatie: het niet-invullen van vacatures raakt aan het uitvoeren van onze taken en daarmee aan de veiligheid van onze inwoners in de regio. Het (concept)advies om tot een generieke taakstelling van 6% (ruim €4 miljoen) te komen, brengt ons in een impasse als kapitaalintensieve organisatie. Temeer daar de VRHM zich reeds gesteld ziet voor de bovengenoemde opgave van €1 miljoen korting op BDuR-gelden, niet toegekende €4,8 miljoen ontwikkelgelden en een interne reallocatie om in deze moeilijke tijden voorlopig niet aanvullend om structurele middelen te verzoeken in het belang van de gemeenten. De Veiligheidsregio is zich bewust van het uitdagend financieel perspectief van gemeenten en begrijpt dat op onderdelen bijsturing nodig is. De keuzes waarmee we als Veiligheidsregio te maken hebben, moeten echter te verantwoorden zijn. Een niet onderbouwde taakstelling van 6% brengt ons echter tot een onrealistisch pad van takendiscussies in een context waar wij ons moeten klaarmaken voor de toekomst. De VRHM roept derhalve op om: 1. De voorgestelde taakstelling van 6% niet af te geven aan de VRHM dan wel met een inhoudelijk onderbouwde toelichting hierop te komen; 2. Hierover alsnog het eerder aangekondigde bestuurlijk gesprek te voeren.
Mocht daartoe niet meer de mogelijkheid zijn, verzoeken wij u deze brief mee te sturen met uw advies aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De Veiligheidsregio staat met vele beroepskrachten en vrijwilligers klaar om hulp te bieden ten tijde van incidenten en crises: overal in de regio en altijd. Namens het Algemeen Bestuur van de VRHM,
P.J. Heijkoop, Eerste plv. voorzitter
J.J. Zuidijk, Secretaris
3