CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2637 Brief dd 31-10-2024 Werkgroep financieel kader gemeenschappelijke regelingen 2026 (incl. bijl.)

Gemeenteraad Voorschoten 12 december 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger20.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Duiding dashboard Hecht is te typeren als een uitvoeringsorganisatie waar het grootste deel van de begroting bestaat uit personeelskosten. In het dashboard is van een standaard verloop van 10% (gemiddeld gemeentelijk realisatiecijfer) uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Het feitelijk verloop bij Hecht bevindt zich lager dan deze 10% (7,5% in 2023, 6,5-7% verwacht in 2024). Dit maakt de keuzeruimte bij Hecht kleiner op basis van natuurlijk verloop. Het vrijspelen van de keuzeruimte vraagt dus eerst om een analyse van de taken en het maken van keuzes daarin. Deze analyse is nu nog niet gemaakt, maar wordt voorbereid door Hecht, waarbij het de doelstelling is dat het bestuur de gemaakte keuze in het AB van 18 december bevestigd. Een groot deel van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door specialisten, het kiezen voor afbouw van deze specialistische taken leidt dan ook niet (altijd) 1:1 een uitstroom op deze plekken. De doorschuif mogelijkheden van deze specialisten naar andere posities binnen Hecht is beperkt, zodat de geschetste afbouw niet kosteloos zal kunnen geschieden. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 13% of € 17 miljoen op de gehele begroting. Indien hiervan RAV wordt uitgezonderd betreft het een keuzeruimte van 20% in 2026.

De RAV is als niet beïnvloedbaar voor de gemeentelijke bijdragen in het dashboard verwerkt. In de methodiek is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€ 1,8 miljoen), personele kosten (€ 52,2 miljoen) en verplichtingen (€ 3,9 miljoen). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden

24/32

of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. Hierbij moeten de kanttekeningen die hierboven reeds zijn opgenomen over het natuurlijk verloop en de inzet van specialisten in ogenschouw genomen worden. De kapitaallasten zijn grotendeels opgenomen onder de Centraal ondersteunende Diensten. Daarom is daar de keuzeruimte kleiner (13%) Binnen de overige resultaatverantwoordelijke eenheden is een gelijkmatige verdeling van kostensoorten en daarmee ook de beïnvloedbaarheid aanwezig. In de RVE Zorg- en Veiligheidshuis (24%) en Gezondheidsbevordering en onderzoek (23%) is de keuzeruimte iets groter. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR In het domein van publieke gezondheid en veiligheid komen een aantal maatschappelijke ontwikkelingen op de gemeenten en Hecht af. Dit betreft onder andere de pandemische paraatheid. In dat kader is het programma versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid door het ministerie van VWS in het leven geroepen. Het regeerprogramma laat zien dat deze investering de komende jaren volledig wordt teruggedraaid. Hecht houdt daarom rekening dat er alleen incidenteel middelen voor versterking zijn.

Financiering hiervan verloopt vooralsnog via een Specifieke Uitkering aan gemeenten en GGD’ en. Echter is het voornemen om de SPUKS met een korting van 10% naar het gemeentefonds over te hevelen. Indien dit voor deze SPUK ook geldt blijft wel de taak staan maar komen de middelen in de integrale afweging van gemeenten terecht. Dit betreft bijvoorbeeld de extra middelen via een SPUK via het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA )met betrekking tot het versterkingen van de kennisfunctie van de GGD en de Integraal Zorg Akkoord (IZA). Als derde ontwikkeling is sprake van een taak voor de ontheemden uit Oekraïne. De kosten hiervan verlopen via de gemeentelijke bijdragen. Daarnaast zijn er nog beleidsontwikkelingen ten aanzien van de forensische geneeskunde en is sprake van een tekort op de bijdrage voor de gezondheidsadviseurs gevaarlijke stoffen (GAGS). Deze raken beide de gemeentelijke bijdragen. Tot slot is de taak voor de Maternale Kinkhoest vaccinatie van het RIVM naar de GGD overgegaan. De financiering hiervan is overgeheveld naar het Gemeentefonds en daarmee raakt dit de gemeentelijke bijdragen vanaf 2025. Zoals hiervoor reeds opgemerkt gaat in 2025 de GHOR taak over van Hecht naar de VRHM. Vooralsnog is daarom geen gemeentelijke bijdrage voor de GHOR taak meer opgenomen in de begroting van Hecht.

Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen In voorbereiding op het begrotingsproces 2026 heeft het dagelijks bestuur opdracht gegeven voor een financiële en inhoudelijke doorlichting van de producten die Hecht uitvoert. Deze opdracht bestaat uit een analyse van de kostprijs per product, het uitwerken van een begrotingsrekentool en het analyseren van de impact van de producten van Hecht. Deze drie onderdelen maken dat gemeenten in de toekomst beter inhoudelijk en financieel kunnen sturen op de resultaten van Hecht. Gemeenten kunnen op basis van de resultaten keuzes maken over de taken van Hecht, zodat Hecht maximaal bijdraagt aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Momenteel voert Hecht hierover een takendialoog met het bestuur en de gemeenten. Het Algemeen Bestuur heeft als wens om vanuit de takendialoog en de keuzes die gemeenten maken tot een herziening van de taakopdracht van Hecht te komen, waarbij de taken en de daarvoor beschikbaar te stellen budgetten met elkaar in lijn zijn. Dit is een politiek debat waarin politieke keuzes gemaakt moeten worden. De directie van Hecht heeft aangegeven de ontwikkelingen en voorbereidingen vanuit de werkgroep FKGR voor de kaders van de begroting 2026 te betrekken bij deze takendialoog

25/32

waarmee deze trajecten elkaar aanvullen en versterken. De kaders van uit de werkgroep FKGR, zijn generiek ingestoken. De uitkomsten van de takendialoog dienen in detail uitgewerkt te worden, waarbij per keuze een frictiekosten overzicht gemaakt dienen te worden.

26/32

1.8

Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland (BSGR)

Overzicht 2026

Beleidsproduct Algemene dekkingsmiddelen Heffen Informatie & Innen Overhead Waarderen Totaal

Begroting 2026 € 63.309 € 2.358.413 € 3.142.034 € 5.974.389 € 4.503.690 € 16.041.835

Niet beïnvloedbaar € 50.647 € 1.886.730 € 2.639.552 € 4.977.537 € 3.602.952 € 13.157.418

Beïnvloedbaar € 12.662 € 471.683 € 502.482 € 996.852 € 900.738 € 2.884.416

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) is een gemeenschappelijke regeling die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelasting. BSGR neemt deze taak uit handen van de deelnemende gemeenten en waterschappen, wat zorgt voor een efficiëntere en uniforme afhandeling van lokale belastingzaken. Daarnaast verzorgt de BSGR ook de vaststelling van de WOZ-waarde van woningen en ander onroerend goed in de deelnemende gemeenten. De WOZ-waarde vormt de basis voor diverse belastingen. De BSGR voert jaarlijks herwaarderingen uit en behandelt bezwaren van inwoners over de WOZ-waarde.

% 20% 20% 16% 17% 20% 18%

27/32

Deelnemende gemeenten zijn Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Velsen, Voorschoten, Waddinxveen, Wassenaar en Zoeterwoude. Ook is het hoogheemraadschap van Rijnland deelnemer van de BSGR. Gemeentelijke bijdragen Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland

2020 11.848.000

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in €

Mutatie bijdrage t.o.v. voorgaand jaar in % Teruggave opbrengsten invorderingskosten -1.680.000 Gemeentelijke bijdragen minus invorderingskosten 10.168.000 Mutatie bijdrage minus invorderingskosten in € Mutatie bijdrage minus invorderingskosten in % *incl. teruggave jaarrekeningresultaat **volgens opgave van BSGR uit belastingrapportages en incl. teruggave jaarrekeningresultaat

2021 13.141.000 1.293.000 10,91% -1.268.000 11.873.000 1.705.000 16,77%

2022 13.524.000 383.000 2,91% -1.379.000 12.145.000 272.000 2,29%

2023 14.753.000 1.229.000 9,09% -2.140.000 12.613.000 468.000 3,85%

2024 16.582.000 1.829.000 12,40% -1.242.000 15.340.000 2.727.000 21,62%

2025 15.687.263 * -894.737 -5,40% ** 15.687.263 347.263 2,26%

De tabel laat een significante groei zien in de gemeentelijke bijdragen aan de BSGR tussen 2020 en 2024. Hoewel deze cijfers een sterke stijging tonen, zijn de invorderingsopbrengsten niet in de begroting van BSGR opgenomen. Deze komen rechtstreeks ten goede aan de gemeenten. Om die reden zijn deze aanvullende cijfers toegevoegd aan de tabel. De stijging in 2021 is onder andere het gevolg van de toetreding van de gemeente Velsen. Waardestijgingen van de WOZ-waarde zijn een belangrijke factor in de toename van de bijdrage. Het gevolg hiervan is onder andere een forse stijging in het aantal WOZ bewaren. Dit drukt op de begroting, want het te laat oppakken van bezwaren kost de BSGR €1.300 per bezwaar. Deze stijging heeft aldus BSGR geleidt tot een (incidentele) verhoging van de deelnemersbijdrage in 2024 als gevolg van de toename van proceskostenvergoeding en inhuur personeel om de bezwaren 2023 te kunnen afhandelen. In 2025 is deze stijging niet opgenomen in de begroting en heeft er alleen indexatie plaatsgevonden Duiding dashboard De begroting van de BSGR bestaat uit verschillende onderdelen: Heffen, Informatie & innen, Waarderen, Algemene dekkingsmiddelen en Overhead. Omdat de BSGR een uitvoeringsorganisatie is, is het grootste deel van de begroting personeelslasten.

In het dashboard wordt voor personeel een standaard natuurlijk verloop van 10% per jaar uitgegaan die inzetbaar is voor keuzeruimte indien de onderliggende taak ook zou worden geschrapt. Omdat het taakveld Belastingen ook de keuzevrijheid bevat van de tariefbepaling en BSGR een uitvoeringsorganisatie is die alleen de waardering, heffing en inning verzorgt is een handmatige aanpassing toegepast die past bij een uitvoeringsorganisatie en is de koppeling gelegd met het taakveld ‘overhead’. In het dashboard is op basis van de analyse van Berenschot een overall keuzeruimte in 2026 zichtbaar van 18% of € 3 mln. op de gehele begroting. Hierbij is rekening gehouden met de lasten die vastliggen als gevolg van kapitaallasten (€0,2 mln.), personele lasten (€8,1 mln.) en contracten (€0,9 mln.). Bij de berekening van deze keuzeruimte wordt uitgegaan dat géén contracten hoeven te worden opgebroken, personele frictie optreedt of kapitaalvernietiging plaatsvindt. Zodra nieuwe investeringsbeslissingen genomen moeten worden of contracten aflopen is er een nieuw afweegmoment waarbij keuzes gemaakt kunnen worden in de uitvoering en neemt de beïnvloedbaarheid toe. Daarom is het % beïnvloedbaarheid in latere jaren hoger. Indien op onderdelen meer bespaard wordt is de verwachting dat wél frictiekosten optreden. BSGR heeft aangegeven in totaal voor € 3,5 miljoen aan contracten te hebben lopen.

Het grootste deel loopt vóór 2026 af. In een aantal van deze contracten is een optie opgenomen om deze contracten te verlengen. BSGR geeft aan voornemens te zijn hiervan ook daadwerkelijk gebruik te willen maken omdat volgens BSGR aanbesteden uiteindelijk naar verwachting leidt tot hogere kosten.

28/32

De taakuitvoering hangt samen met de realisatie van de belastingopbrengsten die voor de gemeenten wordt geïnd. Aanpassingen van de taakuitvoering moeten in samenhang met mogelijke effecten op de opbrengstrealisatie worden bezien. Beleidsmatige ontwikkelingen bij de GR De omgeving van de BSGR is onderhevig aan vele, snelle veranderingen op het gebied van wetgeving en technologie. Het volgen van deze ontwikkelingen is een noodzaak en dit heeft consequenties voor de bedrijfsvoering, processen en systemen van de BSGR die aangepast moeten worden op de gewijzigde wet- en regelgeving en de veranderende technologie. Deze ontwikkelingen zorgen voor druk op het kunnen handhaven van een optimaal prijskwaliteitsniveau. In 2023 is wetgeving ingevoerd waardoor de wettelijke proceskostenvergoeding wordt gematigd. De hoeveelheid en kosten bezwaren zijn echter ook sterk afhankelijk van de waardeontwikkeling op de woningmarkt. Bij BSGR is verder sprake van 'seizoeneffecten’. Zowel voor wat betreft het waarderen als de bezwaarafhandeling worden daarmee gekoppeld aan tijdelijke inhuur in de piekperioden. Proces ombuigingen en mogelijke maatregelen BSGR heeft bij de begroting 2025 een notitie ‘bezuiniging deelnemersbijdrage’ opgesteld.

Hierin zijn drie lijnen geschetst: 1e lijn: bezuiniging op de bedrijfsvoering 2e lijn: Bezuiniging op de dienstverlening 3e lijn: schaalvergroting BSGR heeft onder de 1e lijn aangegeven dat het huurcontract met de verhuurder in oktober 2026 afloopt. In 2025 zal daarom een keuze gemaakt moeten worden over het verlengen van het huurcontract of het mogelijk inhuizen bij een deelnemer. Dit kan een besparing van € 0,1 miljoen opleveren. BSGR heeft onder de 2e lijn aangegeven dat bezuinigingen mogelijk zijn door standaardisatie. Indien gemeenten op het gebied van de belastingheffing en invordering tot éénduidige grondslagen en methoden komen zijn besparingen mogelijk tot ca € 0,4 miljoen. Daarmee wordt de beleidsvrijheid voor de deelnemers beperkt. De deelnemers beschikken echter over deze keuzemogelijkheid. Daarnaast is aangegeven dat tot afschaffing van kwijtschelding kan worden overgegaan. Dit verlaagt de uitvoeringskosten maar past niet in het huidige maatschappelijk beeld alsdus BSGR. De BSGR ziet verder nog mogelijkheden in controle op parkeren. Het strenger controleren op parkeren biedt geen directe besparing op kosten, maar vergroot de inkomsten door het innen van parkeerboetes. Hoewel deze maatregel financieel voordelig kan zijn, zal het ook leiden tot een toename van bezwaren.

Bovendien vereist deze maatregel dat er budget wordt vrijgemaakt om (meer) parkeercontroles te kunnen uitvoeren. Dit betekent dat er eerst in geïnvesteerd moet worden, en dat de voordelen zich pas later uitbetalen. De voordelen komen overigens direct in de begroting van gemeenten terecht en niet in die van BSGR.

BSGR heeft onder de derde lijn aangegeven dat door vergrijzing en schaarste op de arbeidsmarkt kennis en capaciteit schaars wordt. Dit dwingt BSGR te zoeken naar schaalvergroting. Op termijn kan met een fusie met een gelijkwaardig samenwerkingsverband een besparing van 15-20% op de kosten bereikt worden. Voor overige informatie wordt verwezen naar de notitie ‘begroting 2025 bezuiniging deelnemersbijdrage’.

29/32

BSGR beschikt over een beperkte algemene reserve (€0,8 miljoen). Dit is iets hoger dan 5% van de totale lasten (begroting 2025). Daarmee beschikt de GR over beperkte middelen om eventuele incidentele frictielasten op te vangen.

30/32

1.9

Serviceorganisatie Zorg (SOZ)

Overzicht 2026

Beleidsproduct Onvoorzien Overhead (SOZ) Personele informatie Programma- en materiele kosten Totaal

Begroting 2026 € 50.000 € 985.978 € 2.784.304 € 279.204 € 4.099.486

Niet beïnvloedbaar € 37.423 € 788.782 € 2.227.443 € 208.973 € 3.262.622

Beïnvloedbaar € 12.577 € 197.196 € 556.861 € 70.231 € 836.864

Duiding keuzeruimte in de begroting Algemeen De Serviceorganisatie Zorg is opgericht door de deelnemende gemeenten in regio Holland Rijnland en regelt alle zaken rond inkoop en het contracteren van jeugdhulp. Serviceorganisatie Zorg is sinds 2023 een zelfstandige GR. Gezamenlijk inkopen van jeugdhulp is efficiënter en zorgt ervoor dat kinderen en gezinnen passende en betaalbare jeugdhulp ontvangen. Deelnemende gemeenten (13): Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Zoeterwoude, Alphen aan den Rijn *, Kaag en Braassem. Alphen aan den Rijn koopt de gespecialiseerde jeugdhulp zelf in. Voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en gesloten jeugdhulp maakt deze gemeente wel gebruik van de Serviceorganisatie Zorg.

% 25% 20% 20% 25% 20%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=56047b01-480a-42f0-a58c-351bb7656636