2597 Brief dd 09-10-2024 Holland Rijnland over ETHOS-telling oktober 2024 (incl. bijlagen)
Tekst van het document
12 De conclusies in deze rapportage komen grotendeels overeen met de conclusies die beschreven staan in de onderzoeksrapportages van de andere vijf regio’s die deelnamen aan de ETHOS-telling in 2024. 60
61
samenvatting en conclusies
5.2.4 Veel mensen verblijven noodgedwongen in niet-conventionele woonruimten
5
5.2 Conclusies
samenvatting en conclusies 5
Veel draagvlak voor de telling De betrouwbaarheid van de resultaten hangt sterk af van de mate waarin relevante stakeholders zoals gemeenten, zorginstanties en maatschappelijke organisaties bereid zijn om aan de telling mee te werken en de methode onderschrijven. In regio Holland Rijnland was er veel draagvlak voor de telling: in grote lijnen waren alle relevante organisaties bereid om aan de telling deel te nemen. Deze organisaties lieten bovendien een grote betrokkenheid bij de telling zien. In totaal telden 54 organisaties mee. Veel groepen goed in beeld Samen met medewerkers van de betrokken gemeenten en andere telorganisaties in regio Holland Rijnland reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling de situatie in hun regio goed weergeven. De betrokkenen geven aan dat dit in grote lijnen het geval is. Zij onderstrepen dat de ETHOS-telling veel groepen in beeld brengt die niet in andere cijfers voorkomen. Op basis van de resultaten uit ronde 1 en ronde 2 concluderen we daarom dat de ETHOS-telling beter zicht geeft op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was. Op enkele groepen is onvoldoende zicht Net als bij de eerste telronde zijn een aantal specifieke groepen niet volledig in beeld gebracht.
Daarbij gaat het om dak- en thuisloze arbeidsmigranten, personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken en personen die vanwege gebrek aan een passend alternatief verblijven in antikraakwoningen. In deze tweede ronde van de ETHOS-telling hebben de deelnemende organisaties extra ingezet op het in kaart brengen van deze groepen. Hierdoor zijn deze groepen bij deze ronde iets beter in beeld gekomen. Op basis van de gesprekken met professionals in regio Holland Rijnland kunnen we echter concluderen dat de genoemde groepen ook deze ronde niet volledig in beeld zijn gebracht. Dit komt voornamelijk doordat deze groepen niet in contact staan met de organisaties die deelnemen aan de telling. Redenen hiervoor kunnen zijn dat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of dat zij contact met instanties bewust uit de weg gaan. In het geval van arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zien we ook dat mensen bewust onder de radar worden gehouden door uitzendbureaus.
Regio holland rijnland
Toenemend bewustzijn van eigen rol in aanpak dakloosheid Tijdens de informatiesessies is veel gesproken over stereotype beelden van dak- en thuisloosheid. Ook kwam gedurende het onderzoeksproces regelmatig aan de orde dat zichtbare dakloosheid slechts het topje van de ijsberg is en dat een groot deel van de dak- en thuisloze mensen vaak buiten beeld blijft. Veel deelnemers gaven aan dat zij door deelname aan de informatiesessies en door hun bijdrage aan het onderzoek anders zijn gaan kijken naar dak- en thuisloosheid. Het bewustzijn dat dak- en thuisloosheid heel divers is nam door het onderzoek toe. Veel medewerkers van de betrokken organisaties waren zich voorheen niet bewust van het feit dat zij met dak- en thuisloze personen in contact staan. Door de telling groeide het besef dat de problematiek van dak- en thuisloosheid veel breder is dan vaak wordt gedacht en dat een veelheid aan partijen noodzakelijk is in het signaleren en aanpakken van dak- en thuisloosheid in de regio. Dit is belangrijk, omdat al deze partijen een rol kunnen spelen bij het oplossen van dak- en thuisloosheid.
62
63
6
blik op de toekomst
blik op de toekomst
6 Blik op de toekomst
6
6.1 Van tellen naar oplossen Voor effectief beleid is inzicht in het werkelijke aantal dak- en thuisloze mensen en hun profielkenmerken cruciaal. Met de resultaten van deze telling bieden we gemeenten in regio Holland Rijnland dit verdiepende inzicht. De regio kan de resultaten van de telling benutten bij het ontwikkelen van een aanpak gericht op het uitbannen van dakloosheid in 2030, de ambitie van het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030). De telling brengt bijvoorbeeld groepen in beeld die voorheen cijfermatig voor beleidsmakers onzichtbaar waren, geeft handvatten voor beleid en laat zien waar versterking van een preventieve aanpak nodig is. Dit doen gemeenten in samenspraak met belangrijke regionale partijen die ook betrokken waren bij de telling. Samenwerking tussen regionale partijen versterkt Door het gezamenlijk uitvoeren van deze telling is de samenwerking tussen de betrokken partijen versterkt. In totaal was er gedurende het proces contact met meer dan 300 verschillende professionals bij 54 organisaties die direct of indirect met het thema dak- en thuisloosheid betrokken zijn. Dit is een belangrijk resultaat van het onderzoeksproces. De diversiteit aan organisaties die deelnamen aan de telling laat zien dat het oplossen en voorkomen van dakloosheid vraagt om de inzet en samenwerking van een groot aantal partijen.
De gemeenten uit de regio werkten al veel samen aan de aanpak van dak- en thuisloosheid en kunnen dat met de nieuwe inzichten nog gerichter gaan doen. Zij kunnen daarbij voortborduren op de samenwerking die door de organisatie en uitvoering van de telling is ontstaan. In regio Meijerij en Bommelerwaard heeft een aantal gemeenten op basis van de resultaten van de telling in de eerste ronde al veel concrete stappen gezet om dak- en thuisloosheid aan te pakken (Wewerinke et al., 2023b). Herhaling van de telling De uitgevoerde telling is een belangrijke nulmeting. Effecten van nieuw beleid gebaseerd op deze telling zullen naar verwachting zichtbaar beginnen te worden na een periode van drie tot vier jaar. Een nieuwe telling kan dan een belangrijk middel zijn om na te gaan in hoeverre de getroffen maatregelen effectief zijn.
6.2 Derde telronde (2025)
Regio holland rijnland
Het is de ambitie van Hogeschool Utrecht en Kansfonds om in heel Nederland heldere, betrouwbare en vergelijkbare cijfers van dak- en thuisloosheid te verkrijgen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op het in kaart brengen van alle dak- en thuisloze mensen aan de hand van de ETHOS-Light definitie. Het afgelopen jaar zijn er vanuit de nationale politiek een aantal initiatieven genomen om de ETHOSLight definitie leidend te maken in beleid en wettelijk vast te leggen als de geldende definitie van dak- en thuisloosheid (Beckerman & Westerveld, 2014). Daarnaast werd het zicht krijgen op de groep dak- en thuisloze mensen op regionaal niveau onderdeel van het ‘Dashboard Aanpak Dakloosheid’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waarmee de uitvoering van het Nationaal Actieplan Dakloosheid in iedere Maatschappelijke Opvangregio gemonitord wordt. De komende jaren werken wij in samenwerking met het Rijk en gemeenten verder aan een landelijke opschaling van de ETHOS-tellingen. Op weg naar deze landelijke opschaling breiden we het aantal regio’s dat deelneemt aan de ETHOS-tellingen opnieuw uit: in 2025 nemen maar liefst 9 regio’s met in totaal 57 gemeenten deel aan de ETHOS-tellingen. Deze regio’s zijn: Amsterdam-Amstelland, Den Haag, Den Helder, Eindhoven, IJssel-Vecht, MaastrichtHeuvelland, Maassluis-Vlaardingen-Schiedam, Valleiregio en Zaanstreek.
De resultaten van de derde telronde verwachten we in oktober 2025. Voor de vierde telronde (2026) hebben 11 nieuwe regio’s zich aangemeld. We zien bij alle regio’s die willen deelnemen een sterke ambitie om dakloosheid goed in beeld te brengen en om de inzichten die voortkomen uit de ETHOS-telling te gebruiken voor het versterken van de regionale aanpak. Regio’s die interesse hebben in het organiseren van een ETHOS-telling kunnen hiervoor contact opnemen met Kansfonds. 66
67
Referenties
Bijlagen
Al Shamma, S., Van Straatten, B., Boersma, S., Rodenburg, S., Van der Laan, J., Van de Mheen, D. & Wolf, J. (2015). Dakloze mensen in de vier grote steden: veranderingen in 2,5 jaar. Eindrapportage Coda-G4. Rotterdam: Instituut voor Verslavingsonderzoek.
Bijlage 1: ETHOS-classificatie
Baptista, I., & Marlier, E. (2019). Fighting homelessness and housing exclusion in Europe: A study of national policies. European Social Policy Network (ESPN). European Commission. Beckerman, S., & Westerveld, L. (2014). Initiatiefnota Dakloosheid: ‘Er moet wat gebeuren, dit is mensonwaardig. Verkregen via: https://www.sp.nl/sites/default/files/initiatiefnota_dakloosheid.pdf Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6, 219-226. FEANTSA. (2005). ETHOS: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Verkregen via: https://www.feantsa.org/ download/ethos2484215748748239888.pdf FEANTSA. (2018). ETHOS Light: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Measurement of Homelessness at European Union Level. Verkregen via: www.feantsa.org/download/fea-002-18-update-ethos-light-0032417441788687419154.pdf. Hermans, K. (2021). Tellingen dak- en thuisloosheid. Globaal rapport. Verkregen via https://media.kbs-frb.be/nl/media/7768/ pub2021_3767_dakenthuisloosheid_globaal_nl_def.pdf.
ETHOS What is ETHOS?
ETHOS is the European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. It was developed by FEANTSA as a transnational framework definition for policy and practice purposes. It provides a shared language for transnational exchange. It does not attempt to harmonise national definitions of homelessness in Europe. ETHOS classifies living situations that constitute homelessness or housing exclusion. ETHOS identifies 4 main categories of living situation: Rooflessness, Houselessness, Insecure Housing and Inadequate Housing. These conceptual categories are divided into 13 operational categories that can be used for different policy purposes, such as mapping the problem of homelessness, as well as developing, monitoring and evaluating policies.
Ministerie van Binnenlandse Zaken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid & Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2022). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030). Verkregen via: https://open.overheid.nl/documenten/ ronl-bb529bd58adc8061e5c058d2fe9671197ba6244f/pdf ROOFLESS
OPERATIONAL CATEGORY
MPHASIS (Mutual Progress on Homelessness through Advancing and Strengthening Information Systems) (2009). Final Technical Implementation Report. Verkregen via: https://app.dundee.ac.uk/geddesinstitute/projects/mphasis/ Raad Volksgezondheid en Samenleving (2020). Herstel begint met een huis: Dakloosheid voorkomen en verminderen. Den Haag, verkregen via: https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/04/21/herstel-begint-met-een-huis---dakloosheidvoorkomen-en-verminderen
Wewerinke, D., Schel, S., de Vries, J. & van Doorn, L. (2023b). De opbrengst van de ETHOS telling reikt verder dan inzicht in cijfers.
1.1
2
People in emergency accommodation
2.1 Night shelter
3
People in accommodation for the homeless
Public space or external space
People with no usual place of residence who make use of overnight shelter, low threshold shelter
3.1 Homeless hostel 3.2 Temporary accommodation
Where the period of stay is intended to be short term
HOUSELESS
People in Women’s Shelter
4.1 Women’s shelter accommodation
Women accommodated to experience of domestic violence and where the period of stay is intended to be short term
5
People in accommodation for immigrants
5.1 Temporary accommodation/reception centres
Immigrants in reception or short term accommodation due to their immigrant status
6
People due to be released from 6.1 Penal institutions institutions 6.2 Medical institutions (*)
8
People receiving longer-term support (due to homelessness) People living in insecure accommodation
9
People living under threat of eviction
10
People living under threat of violence
11
People living in temporary/ non-conventional structures
12
People living in unfit housing
No housing available prior to release Stay longer than needed due to lack of housing
6.3 Children’s institutions/homes
No housing identified (e.g. by 18th birthday)
7.1
Long stay accommodation with care for formerly homeless people (normally more than one year)
Residential care for older homeless people
Supported accommodation for formerly 7.2 homeless people 8.1 Temporarily with family/friends
Living in conventional housing but not the usual place of residence due to lack of housing
8.2 No legal (sub)tenancy
Occupation of dwelling with no legal tenancy illegal occupation of a dwelling
8.3 Illegal occupation of land
Occupation of land with no legal rights
9.1 Legal orders enforced (rented)
Where orders for eviction are operative
9.2 Re-possession orders (owned)
Where mortagee has legal order to re-possess
10.1 Police recorded incidents
Where police action is taken to ensure place of safety for victims of domestic violence
11.1 Mobile homes
Not intended as place of usual residence
11.2 Non-conventional building
Makeshift shelter, shack or shanty
11.3 Temporary structure
Semi-permanent structure hut or cabin
12.1 Occupied dwellings unfit for habitation
Defined as unfit for habitation by national legislation or building regulations
13
Regio holland rijnland
GENERIC DEFINITION Living in the streets or public spaces, without a shelter that can be defined as living quarters
4
7
INADEQUATE
Sociaal Bestek. Verkregen via: De opbrengst van de ETHOS telling reikt verder dan inzicht in cijfers (sociaalbestekpremium.nl)
Conceptual Category
Wewerinke, D., Schel, S., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023a). Anders tellen geeft een beter beeld van dakloosheid. Sociale Vraagstukken. Verkregen via: https://www.socialevraagstukken.nl/anders-tellen-geeft-een-beter-beeld-van-dakloosheid/
People Living Rough
5.2 Migrant workers accommodation
INSECURE
Vermeir, E., & Samyn, S. (2021). Telling dak- en thuisloosheid: Lokaal Rapport – Gent. KU Leuven, verkregen via: https://www.kbs-frb. be/nl/Activities/Publications/2021/20210311NT1_
LIVING SITUATION
1
3.3 Transitional supported accommodation
Rijksoverheid (z.d.). Kan ik mijzelf laten inschrijven op een briefadres? Verkregen via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ gemeenten/vraag-en-antwoord/kan-ik-een-briefadres-krijgen-als-ik-geen-vast-woonadres-heb Schel, S., Wewerinke, D., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Nieuwe telling van dak- en thuisloosheid. Sociaal Bestek. Verkregen via: Nieuwe telling van dak- en thuisloosheid (sociaalbestekpremium.nl)
EUROPEAN TYPOLOGY OF HOMELESSNESS AND HOUSING EXCLUSION
People living in extreme 13.1 Highest national norm of overcrowding Defined as exceeding national density standard for over-crowding floor-space or uesable rooms Note: Short stay is defined as normally less than one year; Long stay in defined as more than one year.
(*) Includes drug rehabilitation institutions, psychiatric hospitals etc.
68
69
Bijlage 2: ETHOS-Light
ETHOS
Bijlage 3: Deelnemende diensten en (sub)organisaties
Light
EUROPEAN TYPOLOGY OF HOMELESSNESS AND HOUSING EXCLUSION
A Harmonised Definition of Homelessness for Statistical Purposes Sometimes referred to as ETHOS ‘Light’, this is a version of the ETHOS typology developed in the context of a 2007 European Commission study: Measurement of Homelessness at European Union Level. It is a harmonised definition of homelessness for statistical purposes. It is a pragmatic tool for the development of homelessness data collection, rather than a conceptual and operational definition to be used for a range of policy and practice purposes.
OPERATIONAL CATEGORY 1
2
3
4
5
Regio holland rijnland
6
People living rough
People in emergency accommodation
People living in accommodation for the homeless
People living in institutions
People living in nonconventional dwellings due to lack of housing Homeless people living temporarily in conventional housing with family and friends (due to lack of housing)
LIVING SITUATION 1
2
Public spaces / external spaces
Overnight shelters
DEFINITION Living in the streets or public spaces without a shelter that can be defined as living quarters People with no place of usual residence who move frequently between various types of accommodation
Brijder Leiden
2.
Cardea
3.
COOL
4.
De Bakkerij
5.
De Fabel
6.
De Haardstee
7.
De Sleutels
8.
Fiscale Adviespraktijk GH Offringa
9.
Forensisch Centrum Teylingereind
10.
Gemeente Alphen aan den Rijn
11.
Gemeente Katwijk
12.
Gemeente Leiden
13.
Gemeente Leiderdorp
14.
Gemeente Nieuwkoop
15.
Gemeente Noordwijk
16.
Gemeente Oegstgeest
17.
Gemeente Voorschoten
18.
Gemeente Zoeterwoude
19.
Gemiva
20.
GGZ Rivierduinen
21.
HaBeKo wonen
22.
Hecht Zorg- en Veiligheidshuis
23.
Incluzio Leiderdorp
24.
Jeugdbescherming West
25.
Jeugdteam Leidse Regio
26.
Kamers met Aandacht
27.
Kwadraad
3
Homeless hostels
4
Temporary accommodation
5
Transitional supported accommodation
6
Women’s shelters or refuge accommodation
28.
Openbare Bibliotheek Voorschoten Wassenaar
7
Health care institutions
Stay longer than needed due to lack of housing
29.
Padua
8
Penal institutions
No housing available prior to release
30.
PI Alphen aan den Rijn
31.
Politie-eenheid Den Haag
32.
Portaal
33.
Pret in herstel
34.
Rijnhart Wonen
35.
Sociaal Team Oegstgeest
36.
Sociaal Wijkteam Leiden
37.
Stek Wonen
38.
Stichting BarkaStichting de Binnenvest
39.
Stichting de Brug
40.
Stichting Jeugdteams Leidse Regio
41.
Stichting Lumen Holland Rijnland
42.
Stichting Straatpastoraat Leiden
43.
Tom in de buurt
44.
Veilig Thuis
45.
Verloskundigen Noordwijk-Noordwijkerhout
46.
Verloskundigenpraktijk Voorhout
47.
Vluchtelingenwerk Holland Rijnland
9
Mobile homes
10
Non-conventional buildings
11
Temporary structures
12
Conventional housing, but not the person’s usual place of residence
70
Where the period of stay is time-limited and no long-term housing is provided
1.
Where the accommodation is used due to a lack of housing and is not the person’s usual place of residence Where the accommodation is used due to a lack of housing and is not the person’s usual place of residence
71
Regio holland rijnland
Bijlage 3: Deelnemende diensten en (sub)organisaties - vervolg 48.
Voor ieder1
49.
Voorschoten voor Elkaar
50.
Vrouwenopvang Rosa Manus
51.
Woningstichting Ons Doel
52.
Woondiensten Aarwoude
53.
Woonforte
72
73
Inhoud
2
Voorwoord
Resultaten per regio
Ervaringsverhaal Eti
•
Gelderland-Zuid
Methode
•
Hart van Brabant
•
De ETHOS-Light definitie van dakloosheid
•
Holland Rijnland
•
Aanpak: ‘point in time’ telling
•
Regio Breda
Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal
•
Westelijke Mijnstreek
Ervaringsverhaal Vania
•
West-Friesland
Aanvullend kwalitatief onderzoek
Ervaringsverhaal Wiola
•
Belangrijkste conclusies
Dak- en thuisloze arbeidsmigranten
Ervaringsverhaal Adrian
Ervaringsverhaal Davy
•
Noodgedwongen verblijf op campings en
Reflectie op de telling
vakantieparken
Hoe nu verder
Ervaringsverhaal Aniek
•
Van tellen naar oplossen
•
Derde telronde (2025)
Bronnen en colofon
3
Voorwoord ‘Iedereen telt mee.’ De titel van deze rapportage heeft een dubbele betekenis. Allereerst is het een fundamenteel uitgangspunt van de telling om alle mensen in een leefsituatie van dakloosheid mee te tellen. Dat klinkt logisch, maar is nog niet de norm. Veel dakloze mensen komen niet in bestaande cijfers over dakloosheid voor vanwege hun leeftijd, hun veronderstelde zelfredzaamheid of hun wettelijke status. In de tweede plaats gaat de titel over het telproces: bij de ETHOS-telling betrekken we alle organisaties die in contact staan met dak- en thuisloze mensen. Honderden betrokkenen droegen in april 2024 bij aan aan de tellingen om dak- en thuisloosheid in hun regio zo goed mogelijk in beeld te brengen. De eerste ETHOS-tellingen in Nederland vonden plaats in 2023 in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Daar namen 12 gemeenten aan deel. Deze publieksrapportage geeft de belangrijkste resultaten weer van de tweede ronde ETHOStellingen in Nederland in april 2024. Aan deze tweede ronde namen maar liefst 55 gemeenten in zes regio’s deel. Het is positief om te zien dat de ETHOS-telmethode, ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Leuven, ook in Nederland passend blijkt om dak- en thuisloosheid in kaart te brengen. De resultaten geven in algemene zin een consistent beeld. Dak- en thuisloosheid is divers en treft heel veel verschillende mensen.
Het aantal getelde dak- en thuisloze personen is opnieuw schrikbarend hoog.
4
Onze dank gaat uit naar alle mensen die de telling mogelijk maakten. We danken de regionale coördinatoren vanuit de zes telregio’s en al hun collega’s in de regiogemeenten die met veel toewijding en doorzettingsvermogen de telling organiseerden. Ook danken we alle mensen die de vragenlijsten hebben ingevuld voor hun inzet en betrokkenheid. We danken het onderzoeksteam van de Katholieke Universiteit Leuven voor het beschikbaar stellen van de methode en voor hun waardevolle adviezen. In het bijzonder gaat onze dank uit naar de (voormalig) dak- en thuisloze mensen die hun ervaringen delen, in deze rapportage en op vele andere momenten.
West-Friesland
Holland Rijnland Gelderland-Zuid
Regio Breda Hart van Brabant
Westelijke Mijnstreek
Een laatste woord van dank gaat uit naar Fonds 1818, Robin Jung Fonds, Vogelgezang Foundation en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor hun financiële bijdrage aan de telling. We kijken ernaar uit om samen met het Rijk en gemeenten de landelijke opschaling van de ETHOS-telling verder vorm te geven. De deelname van 9 nieuwe regio’s in 2025 is daarbij een enorme stap. Met alleen een telling lossen we dakloosheid in Nederland niet op. Wel is een goed beeld van de aard en omvang van dakloosheid een belangrijke voorwaarde voor een gedegen aanpak van dakloosheid. We zien bij deelnemende regio’s en telorganisaties grote motivatie om met behulp van de resultaten van de telling hun aanpak van dakloosheid te versterken. We vertrouwen erop dat deze resultaten hen daarbij gaan helpen. Hogeschool Utrecht en Kansfonds
5
Eti
“Het heeft niks te maken met arm of rijk zijn, het kan iedereen gebeuren.”
6
Eti
Na haar scheiding stond Eti van de ene op de andere dag op straat. De opvang zat vol, dus sliep ze bij vrienden en in een tent. Nu woont ze al bijna vier jaar noodgedwongen met haar twee zoontjes en kat Charlie in een stacaravan. Makkelijk is het niet, maar ze blijft positief en strijdbaar. “Ik heb een half jaar van vrienden naar vrienden gehopt, en in een driepersoonstent gezeten met mijn kinderen. Die waren toen bijna acht en vijf. Dat was wel het dieptepunt in mijn leven. Ik realiseerde me toen dat dakloosheid iedereen kan overkomen, ook mij. Zeker toen het winter werd en een tent gewoon veel te koud was voor de kinderen. Ik ben de vrienden bij wie we toen terechtkonden nog steeds heel erg dankbaar. Dat vergeet je nooit meer.” Eti klopte aan bij verschillende instanties, maar kreeg niet de hulp die ze nodig had. “Niemand kon helpen, terwijl ik als moeder alles wilde doen in het belang van mijn kinderen. Op een gegeven moment ben ik zelfs met mijn zoontjes naar het politiebureau gegaan om te zeggen: ‘Help! We staan op straat en ik weet niet wat ik moet doen.’ We kregen een glaasje water, maar verder konden ze niks doen ‘want we zijn geen bemiddelingsbureau.’ Terwijl ik een bepaalde veiligheid en steun had verwacht.”
Overlevingsstand
“Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niet boos ben geweest. Ik was razend, op alles en iedereen. Ook had ik het gevoel dat ik de enige was. Ik schaamde me omdat ik dakloos was en niks meer had. Maar op een gegeven moment kom je in de overlevingsstand. Zo van: hoe ga ik dit voor elkaar krijgen,
vooral met het oog op mijn kinderen? Hun belang staat voorop. Kinderen moet je een veilige haven bieden.” Uiteindelijk vond ze al googelend een camping waar ze met haar zoons terechtkon. Hun stacaravan is niet groot, maar ze hebben een dak boven hun hoofd. “Ik ben deze en andere campings heel erg dankbaar dat ze onderdak bieden aan ouders met kinderen. Het is een fijne plek, omdat je aanspraak hebt en het veilig is voor de kinderen. Men let wat meer op elkaar op een camping, op een positieve manier.”
Andere mindset
Haar zoons zijn nu bijna twaalf en negen. Ze zijn blij dat mamma een eigen plek heeft, maar nog liever zouden ze willen dat ze een eigen huis had. “Ze willen later rijk worden en dan een huis voor me aanschaffen. Een met veel verdiepingen. Mijn jongste heeft zijn droomhuis getekend en die tekening hangt nu al een tijdje op onze koelkast.” “Ik vind het erg dat ze zich zo jong al bewust zijn van mijn situatie. Aan de andere kant heeft het hen ook wel op een bepaalde manier gevormd. Want dit hoort wel bij het leven. Zelfs in een welvarend land als Nederland kan het iedereen gebeuren. Het heeft niks te maken met arm of rijk zijn.” Ook zelf is ze anders tegen dingen gaan aankijken. “Ik heb hier veel van geleerd en daardoor een andere mindset gekregen.”
7
“Ik had het fijn gevonden als iemand gewoon naast me was komen zitten en had gezegd: ik help je. We gaan samen zoeken naar een woning.” Lotgenotencontact
containerwoningen neer. Doe iets met leegstaande gebouwen. Geef ouders met kinderen voorrang, want kinderen moet je gewoon helpen. En zorg dat het aanvragen van een urgentie overal hetzelfde is. Nu moet ik er bijvoorbeeld 200 euro voor betalen, terwijl het in Utrecht en Amsterdam gratis is. En als ik niet urgent genoeg ben, ben ik mijn geld kwijt. Dus die 200 euro geef ik liever uit aan de huur van mijn stacaravan of aan mijn kinderen.”
Bij haar gebeurde het tegenovergestelde. Ze is teleurgesteld dat instanties niet vroegen wat ze nodig had, maar voor haar gingen denken. “Er werd te makkelijk gezegd: Kun je niet bij vrienden of familie terecht? Maar logeren is een tijdelijke oplossing, daar los je het probleem niet mee op. Bovendien hebben die vrienden toch ook recht op hun privacy?” Ook vonden instanties dat de kinderen wel bij hun vader konden wonen. “Maar de moeder heeft evenveel recht op de kinderen als de vader. Nederland heeft dan wel het VN Kinderrechtenverdrag ondertekend, maar leeft het niet na. Een kind kan je niet op straat zetten. En kinderen zijn de toekomst van Nederland. Die moet je niet de rug toe keren, maar dat gebeurt nu wel.”
Door de krachten te bundelen met andere ervaringsdeskundigen hoopt Eti veranderingen in gang te kunnen zetten. “Ik wil daden in plaats van woorden. Ik weet wat ik doe omdat ik weet waar ik het over heb en dat is het grote verschil met mensen die geen ervaring hebben met dak- en thuisloosheid. Ik heb gezien dat je het van de overheid niet moet hebben. We moeten elkaar daarom maar helpen, want samen sta je sterk.”
Eti is strijdbaar. Ze wil ouders die hetzelfde hebben meegemaakt als zij, of er nog middenin zitten, bij elkaar brengen. “Ik wil ze een luisterend oor bieden. Of begeleiden. Het vangnet zijn. Want je leven staat totaal op z’n kop. Je weet niet waar je moet beginnen. Ik had het fijn gevonden als iemand gewoon naast me was komen zitten en had gezegd: ik help je. We gaan samen zoeken naar een woning.”
Oplossingen
Daarom bepleit ze dat er naar oplossingen wordt gezocht. “Ik hoor steeds: nee, dat kan niet. Daar ben ik klaar mee. Zet
8
Methode > De ETHOS-Light definitie van dakloosheid > Aanpak: ‘point in time’ telling
De ETHOS-Light definitie van dakloosheid Dit onderzoek maakt gebruik van de Europese ETHOS-Light definitie van dakloosheid. Deze definitie wordt in Europa gezien als de best onderbouwde manier om dakloosheid te meten. Ook het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) zet in op het in kaart brengen van dakloosheid aan de hand van ETHOS-Light. ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en definieert dakloosheid als een gebrek aan volwaardige huisvesting. De brede ETHOS definitie omvat in totaal 13 categorieën van uitsluiting van behoorlijke huisvesting. Voor het meten van dakloosheid werd in 2006 een afgeslankte versie van de ETHOS-definitie geïntroduceerd met 6 categorieën: ETHOS-Light (zie figuur 1). Bij de ETHOS-Light definitie staat de leefsituatie van mensen centraal: iedereen die zich bevindt in een leefsituatie die valt onder de ETHOS-Light categorieën wordt beschouwd als dak- of thuisloos. De ETHOS-Light definitie brengt niet alleen zichtbare dakloosheid in beeld (mensen die op straat en in de nachtopvang verblijven), maar geeft ook zicht op groepen die vaak buiten beeld blijven, omdat zij bijvoorbeeld worden aangemerkt als zelfredzaam of niet rechthebbend. Vaak verblijven zij in andere leefsituaties van dakloosheid zoals bij vrienden, familie of derden of in niet-conventionele woonruimten, zoals
9
een auto, stacaravan, schuur of woning zonder basisvoorzieningen. In navolging van het onderzoeksteam uit België voegden wij een zevende categorie toe aan de ETHOS-Light definitie: mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting. Net als in België is dit in Nederland een bekende route naar dakloosheid.
Figuur 1 ETHOS-Light categorieën + dreigende huisuitzetting 1 Mensen die leven in de openbare ruimte 2 Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen 3 Mensen in tijdelijke opvang voor dakloze mensen 4 Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting 5 Mensen in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan passende huisvesting 6 Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of derden + Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting
Aanpak: ‘point in time’ telling De ETHOS-tellingen zijn uitgevoerd op 9 april 2024 in de regio’s Gelderland-Zuid, Westelijke Mijnstreek en WestFriesland en op 11 april in de regio’s Breda, Hart van Brabant en Holland-Rijnland. De gehanteerde methode is de zogeheten ‘point in time’ telling. Een ‘point in time’ telling brengt dakloosheid in kaart op een specifiek moment in een geografisch afgebakend gebied. De telmethode vereist een intensieve samenwerking met alle organisaties in de regio’s die met dak- en thuisloze personen in contact staan. Medewerkers van deze organisaties vullen voor alle personen in een leefsituatie van dak- en thuisloosheid een korte vragenlijst in. Daarmee worden naast aantallen ook belangrijke profielkenmerken van dak- en thuisloze personen verzameld. De organisatie van de tellingen was in elke regio grotendeels in handen van een regionale coördinator die in dienst is bij de betreffende regio. De coördinatoren organiseerden de tellingen in nauwe samenwerking met het onderzoeksteam en met een regionale werkgroep met vertegenwoordigers van de belangrijkste deelnemende organisaties, waaronder ook mensen met ervaringskennis. Met de regionale werkgroepen werd geïnventariseerd welke organisaties in contact staan met mensen die zich bevinden in de verschillende leefsituaties van ETHOS-Light. Naast organisaties die zich specifiek richten op
dak- en thuisloze personen, zoals maatschappelijke opvangorganisaties en bemoeizorg, waren dit onder andere buurtteams, (school)maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties, jeugdhulpverlening, boswachters, havenopzichters, woningcorporaties, gemeentelijke afdelingen zoals burgerzaken en werk en inkomen, GGZ-instellingen, penitentiaire inrichtingen en ziekenhuizen. In totaal namen 377 organisaties deel aan de tellingen. Om medewerkers van de deelnemende organisaties te informeren over het onderzoek en het invullen van de vragenlijst verzorgden de onderzoekers informatiesessies op verschillende plaatsen in de regio’s. Ook werd een handleiding bij de vragenlijst verstrekt. Om te zorgen dat de verzamelde informatie niet herleidbaar is naar individuele personen, zijn in de vragenlijsten geen namen of BSN-nummers vastgelegd. Dubbeltellingen werden uitgefilterd door de onderzoekers aan de hand van een naamcode bestaande uit de eerste letter van de voornaam en de eerste en laatste letter van de (volledige) achternaam. Na het verwijderen van dubbeltellingen werden de naamcodes en de exacte leeftijd van de getelde personen uit het databestand verwijderd. Deze zijn opgeslagen in een beveiligde digitale kluis van Hogeschool Utrecht om de privacy van de getelde personen te waarborgen.
10
11
Om te toetsen in hoeverre de resultaten een goede weerspiegeling zijn van de werkelijke situatie in de regio’s werden de resultaten tijdens feedbackbijeenkomsten voorgelegd aan vertegenwoordigers van de telorganisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten. Zij reflecteerden uitgebreid op alle resultaten. Daarmee werd nagegaan in hoeverre de resultaten aansluiten bij de situatie in de regio’s, zowel in omvang als in aard en diversiteit van leefsituaties van daken thuisloze mensen.
Aanvullend kwalitatief onderzoek
Er is aanvullend onderzoek gedaan naar de situatie van daken thuisloze arbeidsmigranten en mensen die verblijven op campings en vakantieparken vanwege gebrek aan passende huisvesting. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van deze groepen, en om te achterhalen hoe het komt dat deze groepen met de ETHOS-telling tot dusver onvoldoende in beeld komen. In de periode van maart tot juni 2024 zijn in alle zes regio’s online focusgroepen gehouden met professionals die in contact staan met betreffende mensen. 39 personen namen deel aan de focusgroepen gericht op dak- en thuisloze arbeidsmigranten. 36 personen namen deel aan de focusgroepen gericht op campings- en vakantieparken. Deelnemers waren onder andere medewerkers van gemeenten (beleidsmedewerkers en BOA’s), maatschappelijke opvangorganisaties, GGD, wijkteams, brancheverenigingen vakantieparken, provinciale aanpak vakantieparken, campingeigenaren en Stichting Barka.
Meer informatie over de onderzoeksmethode en een uitgebreide weergave van de resultaten van het kwalitatieve onderzoek is te vinden in de uitgebreide regionale onderzoeksrapportages via ETHOS Telonderzoek | Hogeschool Utrecht (hu.nl)
Resultaten tweede telronde zes regio’s totaal
12
West-Friesland
Holland Rijnland Gelderland-Zuid
Regio Breda Hart van Brabant
Westelijke Mijnstreek
6 regio's 55 gemeenten 2.383.214 inwoners
Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal
13
Volwassenen
%
Waarvan mannen
Waarvan vrouwen
Kinderen
%
1 In openbare ruimte
318
6
291 (92%)
25 (8%)
-
-
2 In noodopvang voor dakloze mensen
313
6
262 (84%)
51 (16%)
6
1
3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen
896
18
508 (57%)
374 (42%)
300
27
4 In instelling
549
11
447 (81%)
95 (17%)
67
6
5 In niet-conventionele woonruimte
912
18
610 (67%)
278 (30%)
167
15
6 Bij familie/vrienden/derden
1.623
33
1.057 (65%)
556 (34%)
475
43
+ Dreigende huisuitzetting
234
5
148 (63%)
83 (35%)
76
7
Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd
117
2
85 (73%)
28 (24%)
10
1
Totaal
4.962
100*
3.408
1.490
1.101
100
ETHOS-Light categorie
* Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet op tot 100%
55 GEMEENTEN IN ZES REGIO’S: Gelderland-Zuid, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Regio Breda, Westelijke Mijnstreek en West-Friesland
9 en 11 apil 2024
377
deelnemende organisaties
4.962 6.063
volwassenen
*
dak- en thuisloze personen
1.582
Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouder wel.
* 38 personen zijn geteld in twee regio’s. In de totale cijfers is hiervoor gecorrigeerd.
1.101 kinderen
Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal GENDER #4.962
69%
30%
Man
Vrouw
#3.408
#1.490
<1%
Anders #6
14
SAMENSTELLING HUISHOUDEN #4.962
<1%
70%
5%
3%
Non-binair
Alleenstaand zonder kinderen
Koppel zonder kinderen
Anders
#6
#3.478
#224
#155
1%
10%
3%
9%
Onbekend
Alleenstaand met kinderen
Koppel met kinderen
Onbekend
#52
#509
#159
#437
Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal
15
NATIONALITEIT #4.962 Van mensen met niet-Nederlandse nationaliteit #1.021
40%
57%
3%
ID-CARD
EU-burger #411
68%
56%
Nederlandse nationaliteit
Geboren in Nederland
#3.389
Top 3 andere geboortelanden Polen Syrië Marokko
5% 5% 2%
#2.792
Aantal verschillende nationaliteiten
78
Niet-EU-burger #584
Staatloos #26
Verblijfstatus van niet-EU-burgers #584
26%
46%
Permanent verblijfrecht
Tijdelijk verblijfrecht
#152
#267
11%
Onwettig verblijf #67
Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal
16
LEEFTIJD #6.063 30% 25%
25% 22%
20% 18%
17%
15% 10%
11%
5% 4%
0%
0-17 jaar
18-27 jaar
28-39 jaar
40-49 jaar
50-59 jaar
60-69 jaar
DUUR DAK- EN THUISLOOSHEID #4.962 30% 25% 24%
20% 15%
24%
16%
15%
16%
10% 5%
5%
0% <4 maanden
4-12 maanden
1-2 jaar
≥2 jaar
Er is nog Onbekend huisvesting*
* Dit betreft de personen met een dreigende huisuitzetting
1%
70-79 jaar
<1%
1%
80 jaar Onbekend of ouder
17
Vania
“Het gaat elke dag wat beter met mijn zoontje, maar met een eigen huis zou het nog veel beter gaan.”
18
Vania
De Braziliaanse Vania kwam ooit voor de liefde naar Nederland. Maar haar echtgenoot bleek bezitterig en agressief. Na haar scheiding belandde ze opnieuw in een gewelddadige relatie. Een jaar geleden durfde ze eindelijk bij hem weg te gaan. Sindsdien verblijft ze met haar zoontje van vier in de crisisopvang. Vania vertelt haar verhaal in de kamer die ze met haar zoontje deelt. De kleine ruimte is gevuld met een bed, een keukentje, een tafel en stoelen, wat kleding en speelgoed. Meer heeft ze ook niet. Vania ontmoette haar eerste man in 2010 in Brazilië, waar hij op dat moment werkte. De jaren erna verbleef ze afwisselend in Brazilië en Nederland, maar vanaf 2015 woonde ze permanent in Nederland. “Vanaf toen werd onze relatie steeds slechter. Hij wilde niet dat ik naar Nederlandse les ging en ik mocht ook niet werken. Hij was bang dat ik verliefd zou worden op een andere man. Ik zat alleen maar thuis en had last van depressies en paniekaanvallen.” Ze wilde deze verstikkende relatie ontvluchten, maar waar kon ze naartoe? Op een feestje van een Braziliaanse vriendin ontmoette ze een man die zei dat ze voor weinig geld in zijn appartement mocht wonen. Vania wilde niets liever dan zo ver mogelijk weggaan van haar bezitterige echtgenoot, en verhuisde naar de andere kant van het land.
Van kwaad tot erger
Binnen een mum van tijd viel ze voor de charmes van deze reddende engel, die haar tegen haar stalkende ex beschermde. Ze werd zwanger en was gelukkig. “Het was altijd al mijn droom geweest om moeder te worden.” In coronatijd beviel ze van haar zoontje en alles ging goed, totdat haar partner een auto-ongeluk kreeg en niet meer kon werken. Hij begon
slaappillen te nemen, en later ook cocaïne, en veel te drinken. Het ging van kwaad tot erger. “Hij kreeg hallucinaties en werd enorm agressief. Hij begon steeds meer te geloven in complottheorieën en verbood mij bijvoorbeeld om een coronavaccinatie te nemen. Hij dreigde steeds dat hij mijn zoon van me af zou pakken, en dat dat hem ook zou lukken, want hij was Nederlands en ik niet. Nu weet ik dat ik ook rechten heb, maar toen niet. Ik was bang om mijn zoon te verliezen, dus ik bleef.”
Veilige plek
Juli vorig jaar barstte de bom. Na de zoveelste ruzie werd Vania door haar partner op straat gezet. Ze had niks bij zich, zelfs geen telefoon, en haar zoontje was nog binnen. “Ik kon niet meer, was doodop van alle stress en toestanden en wilde weg, maar absoluut niet zonder mijn zoontje. Hij is mijn alles.” Gelukkig had ze af en toe al contact gehad met iemand van het wijkteam en die belde ze nu op vanuit een winkel. Medewerkers van het wijkteam en de politie praatten urenlang in op haar partner en uiteindelijk kreeg ze haar zoontje terug. Na twee uur bellen werd er een veilige plek voor hen gevonden in een logeerhuis, waar ze uiteindelijk twee maanden konden blijven. Het begin was moeilijk. “Ik was het dekentje van mijn zoon vergeten en hij kon niet slapen
“Sinds ik in Nederland ben, ben ik nooit echt vrij geweest. Eerst moest ik de regels van mijn exen volgen en nu die van de opvang.” zonder dat dekentje, dus de eerste week huilde hij verschrikkelijk veel. Hij at niet en wilde met niemand contact. Daarna ging het met ons allebei gelukkig elke dag iets beter.”
Beter leven voor mijn zoontje
De verhuizing naar de plek waar ze nu wonen, een eigen kamer in de crisisopvang, veroorzaakte een terugval bij haar zoontje. “Hij schreeuwde en huilde veel. De andere bewoners klaagden over zijn gedrag en waren boos op mij. Het was erg moeilijk en vermoeiend.” Inmiddels krijgen ze allebei hulp om hun traumatische ervaringen te verwerken. “Mijn zoontje loopt wat achter in zijn ontwikkeling en praat weinig door alles wat er in zijn jonge leventje is gebeurd. Sinds we een veilige plek hebben en begeleiding krijgen gaat het elke dag een beetje beter met hem, maar het zou nog veel beter gaan als we ons eigen huis zouden hebben. We hebben ruimte nodig. Vooral mijn zoontje. Hij heeft nog nooit een eigen kamer gehad. Hij heeft een plek nodig waar hij kan spelen en muziek kan maken en dat kan hier niet. Hij moet stil zijn, anders gaan de andere mensen klagen.”
Wil vrij zijn
Vania gunt haar zoontje een beter leven. Ze heeft urgentie aangevraagd voor een sociale huurwoning in twee steden, maar weet nog niet of ze die krijgt. “We moeten wachten en
19
wachten. Dat is lastig. Niet voor mezelf, maar wel voor een vierjarig jongetje. Ik ben dankbaar dat we een ruimte hebben om te wonen, maar het is ook een plek waar we niet echt vrij zijn. Sinds ik in Nederland ben, ben ik nooit echt vrij geweest. Eerst moest ik de regels van mijn exen volgen en nu die van de opvang. Ik kan niet wachten totdat ik kan leven zoals ik dat wil, samen met mijn zoon.” Vania werkt er hard aan om steviger in haar schoenen te staan, zodat ze niet weer in een afhankelijke positie terechtkomt. Ze wil haar inburgeringsexamen gaan halen en weer gaan werken. Vania deelt haar verhaal om andere vrouwen die in eenzelfde situatie zitten als zij, kracht te geven. “Je kunt eraan ontsnappen. Blijf geloven dat ook wij ooit een goede toekomst zullen hebben.”
20
Aanvullend kwalitatief onderzoek > Dak- en thuisloze arbeidsmigranten > Noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken
Dak- en thuisloze arbeidsmigranten Aanvullend kwalitatief onderzoek laat zien dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op dak- en thuisloosheid bij arbeidsmigranten. Dit komt doordat: • Arbeidsmigranten zich vaak niet inschrijven bij de gemeente. Zij weten niet dat dit belangrijk is, zijn bang voor negatieve gevolgen of hun werkgever houdt hen verborgen voor instanties. • Kennis over arbeidsmigranten versnipperd is over verschillende beleidsterreinen en organisaties. • Bij veel gemeenten onvoldoende draagvlak is om deze groep actief in beeld te brengen, vanwege gebrek aan capaciteit en vrees voor extra zorg- en huisvestingsvragen.
“Formeel zijn ze niet eens in Nederland, terwijl ze er wel zijn. [....] Als ik een kind geboren zie worden en beide ouders niet in de BRP staan ingeschreven, dan wordt het kind niet ingeschreven. Dat kind valt volledig buiten beeld. Zo hebben we veel spookburgers, spookarbeiders, die overal buiten vallen.” Provinciaal medewerker aanpak vakantieparken
“Vijf locaties, ongeveer vijftig arbeidsmigranten aangetroffen en slechts één persoon was geregistreerd. Ze hadden geen huurovereenkomst. Ze hadden niks.” Beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente
Profielkenmerken Meestal mannen, maar ook vrouwen en gezinnen Vooral mensen uit Polen, Bulgarije, Roemenië Vaak laaggeschoold, sociaal kwetsbaar Een deel krijgt te maken met geweld, (seksueel) misbruik en uitbuiting
“Een jonge vrouw koos voor het slapen in een auto, zij wilde niet terug naar Polen, zij wilde niet naar de winteropvang. Ze was gefixeerd op het idee dat ze een nieuwe baan zou vinden. Het verblijf in de auto was iets ‘van haar’, haar eigen spulletjes. Ze wilde dat niet loslaten. Ze werd misbruikt door mannen. Jonge vrouwen zijn vooral kwetsbaar omdat ze niet zo ervaren zijn. Mannen kunnen hen gemakkelijk manipuleren.” Medewerker Stichting Barka
21
Dak- en thuisloze arbeidsmigranten Leefsituaties • • •
•
Een deel verblijft in de openbare ruimte. Een klein deel verblijft in de opvang (meestal alleen de winternoodopvang). De grootste groep verblijft in niet-conventionele woonruimten zoals een auto, werkplek, stacaravan, hotel of vakantiewoning. Woonruimten zijn vaak in slechte staat en overbewoond.
Opvallende bevindingen Betrokken professionals zien een forse toenamevan daken thuisloze arbeidsmigranten, met name jonge mensen. Zij staan vaak niet ingeschreven en zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten. Hierdoor hebben zij geen toegang tot voorziening (uitkeringen, zorg, opvang. etc). Sommige gemeenten hebben een outreachende, actieve aanpak. Andere gemeenten werken alleen reactief op zorg- en overlastmeldingen.
“Ik hoor vaak de vraag van de gemeente: zijn ze hier vijf jaar of langer? Dat is vaak de eerste vraag. Dat betekent niet dat ze geen rechten hebben. Ook als ze hier drie jaar zijn, kunnen ze al rechten hebben. We moeten bewijzen dat ze hier hebben gewerkt, belasting hebben betaald en een zorgverzekering hebben. Ik probeer alles om dit te bewijzen.” Medewerker Stichting Barka
“Wij zagen bij de illegale kamerverhuur dat er een afhankelijkheidsrelatie is. Je kan niet klagen tegen je huisbaas want dat is ook je werkgever en dan verlies je misschien je baan. Het zijn slechte kamers, met slechte isolatie en waar schimmels zijn. Het is geen goede huisvesting. Enkele bedrijven doen het wel goed, maar het merendeel werkt met arbeidsbureaus. Ook wordt soms de huur ineens verhuurd met 200 euro, zonder dat dit mag.” Medewerker maatschappelijke opvang
Veel gemeenten vermoeden dat de problematiek zeer groot is, maar hebben onvoldoende mogelijkheden voor handhaving, alternatieve huisvesting en ondersteuning.
“Ik kwam erachter dat er 12 mensen in een huisje zaten, terwijl er maar 6 bedjes waren. Dus bedjes worden dubbel verdeeld.” Medewerker aanpak vakantieparken
22
Adrian
Na woningbrand woont Adrian in zijn schuurtje
23
24
Adrian
kwam in 2007 voor het eerst naar Nederland om hier te werken. Van zijn verdiende geld kocht hij een aantal jaar geleden een oude arbeiderswoning. Vorig jaar sloeg het noodlot toe: zijn huis ging in vlammen op. Hij verbleef daarna afwisselend in ho(s)tels, bij vrienden en familie en in de winteropvang. Sinds maart leeft hij in een schuurtje in zijn tuin totdat zijn huis weer bewoonbaar is. De renovatie begint op te schieten. De muren zijn opnieuw gestuct, de vloer gelegd, de bovenverdieping is hersteld, en er is een nieuwe trap geplaatst. Maar een keuken ontbreekt nog en ook de badkamer is nog een kale, lege ruimte. “Douchen doe ik bij vrienden.” Adrian is zenuwachtig. Hij wil zijn verhaal vertellen, maar dat ook goed doen. Hond Fibi, sinds 2019 zijn steun en toeverlaat, helpt hem zich te ontspannen. Ook zijn vriend Marek is erbij als hij terugblikt op vorig jaar zomer. “Ik was in de keuken bezig toen ik wat hoorde. Ik ging naar de woonkamer en tilde de zware deken op die op mijn bank lag. Meteen sloegen de vlammen eruit. Het ging echt van whoosh.” Het eerste wat hij deed was Fibi roepen. “Fibi was het enige waar ik me druk om maakte. Zij was eigenlijk slimmer dan ik want ze liep naar de voordeur, om de straat op te kunnen gaan, maar ik riep haar terug en bracht haar naar de tuin.”
Onbewoonbaar
Achteraf hoort hij dat de brand waarschijnlijk is ontstaan door zijn telefoon die aan de oplader lag en in zijn bank is gevallen. Zonder telefoon kan hij ook geen hulp inroepen, maar gelukkig bellen de buren de brandweer. Die is er binnen een kwartier, maar dan is het al te laat. Alles is in vlammen opgegaan en Adrians huis is onbewoonbaar.
Dat het vuur zo snel om zich heen grijpt, komt omdat Adrian zijn huis ook als opslag gebruikt van zijn handelswaar. “Ik had tegen allerlei muren voorraden Yerba Mate liggen. Die droge theebladeren vatten snel vlam.” Gelukkig komt hij er zelf met wat brandwonden aan zijn voorhoofd vanaf. “Dat is het allerbelangrijkste: ik leef nog en ik heb ook Fibi op tijd in veiligheid weten te brengen. En mijn vriend Alex, die bij me inwoonde, was gelukkig net op bezoek bij zijn familie.”
Hectische tijd
Daarna volgt een hectische tijd. Vanuit het ziekenhuis waar hij werd behandeld voor zijn brandwonden wordt hij naar een hotel gebracht. “65 kilometer verderop! Waarom zo ver weg was mij niet duidelijk.” Na twee dagen wordt hij daar opgehaald door een vriend. Samen proberen ze uit te zoeken hoe het nu verder moet. “Ik had geen telefoon, geen kleren, niks meer. En ik kon mijn huis niet in want dat was dichtgetimmerd.” Ze gaan naar de politie en de brandweer. Die adviseren om contact op te nemen met zijn verzekeraar. “We hebben wel 100 telefoontjes per dag gepleegd naar de verzekeringsmaatschappij. Het was zo’n geregel. En ik ben langsgegaan bij mijn werk om te vertellen wat er was gebeurd. Ze schrokken toen ze me zagen, want ik had een groot verband om mijn hoofd.”
25
“Het maakt niet uit hoe vaak je valt, als je maar weer opstaat.”
Winteropvang
Hij overnacht die eerste maand achtereenvolgens bij een vriend, in een hostel en daarna, op kosten van de verzekering, in een hotel. In oktober gaat hij naar Polen om de 18e verjaardag van zijn zoon te vieren, die daar bij zijn ex-vrouw woont. Daar gaat het mis. Adrian is alcoholist, maar drinkt al een hele tijd niet meer. “Ik maakte de fout te denken dat ik het bij een paar biertjes kon houden. Maar als je alcoholist bent, lukt dat niet.” Hij blijft zes weken in Polen waar hij wordt behandeld voor zijn verslaving en mentale problemen, en komt daarna terug naar Nederland. Weer verblijft hij eerst bij een vriend en daarna in een hotel. Als dat in januari de deuren sluit, klopt hij aan bij de winteropvang. “Overdag konden we daar niet zijn, dus ik liep hele dagen op straat. Het regende en regende. Ik was doornat.”
Eenzaam
Als de winteropvang in maart dichtgaat, besluit hij in het schuurtje achter zijn huis te gaan wonen. Dat is soms best zwaar, en vooral eenzaam. “Ik ben af en toe best depressief. Dan is het verleidelijk om weer te gaan drinken. Zeker omdat er niemand is die tegen me zegt dat ik dat beter niet kan doen. Dus soms gaat het dan weer mis.”
Adrian is de eerste om te erkennen dat hij verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. “Het is mijn fout hoor, niet die van iemand anders. Ik heb al eens 2,5 jaar niet gedronken, maar daarna kreeg ik toch een terugval. Nu kan ik ook maanden niet drinken, om dan toch weer voor de bijl te gaan. Therapieën hebben tot nu niet geholpen, dus ik wil nu ook even geen professionele hulp. Mijn probleem is dat ik niemand vertrouw.”
Niet opgeven
Op dit moment leeft Adrian van een uitkering. Hij vult zijn dagen met Fibi, en gaat regelmatig langs bij vrienden. Het contact met zijn zoon, moeder en zus in Polen verloopt meestal per telefoon. Zijn vader die elders in Nederland werkt, ziet hij regelmatig. “Hij is mijn idool. Ik ken geen betere mensen dan mijn vader en moeder.” Hij wil graag weer aan het werk, maar wel pas als hij zich weer elke dag kan douchen. “Je gaat niet stinkend naar je werk.” Adrian hoopt dat zijn woning voor de winter klaar is, en als dat niet lukt, probeert hij de nachten weer door te brengen in de opvang. Hij wanhoopt niet. “Kennelijk vond God dat ik me moest realiseren dat ik al veel had, maar dat niet besefte. En ik ben al vaker weer opgeklauterd. Het maakt niet uit hoe vaak je valt, als je maar weer opstaat. Dat geldt ook voor mij. Ik geef niet op en ik klaag niet. Ik weet als geen ander dat je leven elke seconde kan veranderen, in negatieve maar zeker ook in positieve zin.”
Noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Aanvullend kwalitatief onderzoek laat zien dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Dit komt doordat: • Veel mensen zich niet kunnen of willen inschrijven (sommige mensen willen onder de radar blijven). • Beleid en uitvoeringspraktijk versnipperd zijn over gemeentelijke afdelingen en beleidsterreinen. • De samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties en eigenaren van vakantieparken beperkt is.
Profielkenmerken
De groep mensen die noodgedwongen verblijft op campings/vakantieparken is zeer divers. Het gaat onder andere om: Alleenstaande mannen Alleenstaande ouders en volledige gezinnen Jongeren en starters op de woningmarkt
“Het is vooral belangrijk om met alle domeinen aan tafel te zitten, anders krijg je nooit het hele beeld. […] Het bij elkaar brengen van al die verschillende domeinen vanuit de gemeente is al een uitdaging. Vanuit het zorgdomein is er inderdaad weinig zicht op, maar als je met veiligheid gaat praten hebben ze vaak wel een beetje een beeld, of de afdeling die verantwoordelijk is voor de BRP inschrijvingen. Het bij elkaar brengen, daar win je het mee. Het is echt een integrale aanpak, problematieken op vakantieparken zijn echt heel divers, die kun je nooit vanuit één domein oppakken.” Projectleider bij een provincie op het gebied van vakantieparken
“Ze associëren een dakloze met problemen en zeggen: ‘Wij hebben hier geen problemen.’ Maar als je dan doorvraagt, blijken er wel degelijk daklozen op de camping te zitten. Ze willen geen aandacht daarvoor.” Medewerker gemeente
Arbeidsmigranten
“De intentie is vaak: ik verblijf daar even en als ik een huis gevonden heb ga ik daar weer weg. Maar in [naam gemeente] zijn de wachttijden tussen de 6 en 8 jaar voor een woning. Particuliere huur is voor veel mensen niet te doen, mensen zijn aangewezen op sociale huurwoningen, urgentie is vaak niet bereikbaar. Gewoon scheiden is geen argument meer [voor urgentie], ook niet met kinderen.” Professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken
26
Noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Leefsituaties • • •
(Sta)caravans; Busjes; Vakantiewoningen.
Geregeld gaat het om caravans of huisjes die in slechte staat zijn en niet geschikt zijn voor (permanente) bewoning.
“Er zijn hele mooie huisjes waarbij je denkt: daar wil ik ook wel verblijven, maar er zijn ook caravans waarbij de achterwand van het toilet ontbrak. Het varieert van incomplete woningen tot mooie paleisjes. Er wonen ook vaker kinderen in caravans en vakantiewoningen van slechte kwaliteit.” Professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken
27
Opvallende bevindingen Beleid en uitvoering ten aanzien van campings en vakantieparken verschilt sterk per gemeente. Gemeenten moeten mensen volgens de wet inschrijven, maar dit gebeurt vaak niet. Inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) is cruciaal voor toegang tot voorzieningen. Gemeenten kunnen vaak geen alternatieve huisvesting bieden. Daarom gedogen zij permanente bewoning en reageren zij meestal alleen op overlast- en zorgmeldingen.
“Mensen wonen in een caravan, maar hebben geen uitweg. Die caravan is niet geschikt voor bewoning, bij wijze van spreken zak je zo door de vloer heen. Daar wonen mensen met een grote rugzak, die ook ziek zijn soms. Het is niet uit te leggen dat je mensen daar laat wonen. Soms kun je niet anders, maar het is de vraag of je dat moet willen.” Medewerker gemeente
Professionals pleiten voor een actievere out-reachende betrokkenheid van gemeenten. Capaciteit is hierbij een uitdaging.
“Mensen met verslaving zorgen soms voor overlast en de huisvesting waar ze in wonen is vaak heel beroerd, niet brandveilig. Daar zit een volgend probleem, mensen zitten er vaak omdat ze nergens anders meer terecht kunnen. Als wij gaan handhaven dan is er geen vervangende woonruimte en moeten deze mensen naar de maatschappelijke opvang, en dat is ook een dilemma.” Medewerker gemeente
28
Aniek
“Je bent in de overleefstand bezig.”
29
Aniek
en haar partner hebben het goed voor elkaar. Totdat ze de hypotheek niet meer kunnen betalen en geen betaalbare andere woning kunnen vinden. Vier jaar lang wonen ze noodgedwongen in een caravan. Ook nu ze weer een huis hebben, voelt Aniek de stress nog in haar lijf. Bijna anderhalf jaar wonen Aniek en haar man nu in een klein huurappartement. Ze is er enorm blij mee, maar het is ook nog wel wennen. “De eerste paar weken had ik echt iets van: oh ja, ik mag hier blijven. Ik hoef niet meer na te denken over ‘wat als we hier wegmoeten?’ Eigenlijk voelt het pas sinds kort echt als ons thuis.” Aniek vindt het spannend om haar verhaal te delen, maar doet het omdat ze wil laten zien dat dakloosheid iedereen kan overkomen en om de bewustwording te vergroten bij gemeenten zodat ze zich constructief in willen gaan zetten. “Nog steeds denken heel veel mensen dat je het over jezelf hebt afgeroepen. Dat je domme beslissingen hebt genomen. Of je leven niet op orde hebt. Maar dat is niet zo. Wij waren niet psychisch in de war, niet verslaafd, we konden op onze eigen benen staan. En toch waren we vier jaar lang dakloos. Ik noemde het niet altijd zo, omdat we wel die caravan hadden, maar we waren het wel. Thuisloos zeker.”
Samenloop van omstandigheden
Bij Aniek en haar man “is het een beetje een samenloop van omstandigheden geweest.” Ze kopen een huis op het moment dat de prijzen hoog liggen, maar omdat ze allebei een baan met carrièreperspectief hebben gaan ze ervan uit dat die
hypotheek geen probleem zal zijn. “Alleen kwam toen de crisis. Ik verloor mijn baan, en een nieuwe baan vinden in mijn vakgebied bleek moeilijk. Ik deed veel laagbetaald werk, dus het was altijd aanpoten om de rekeningen te betalen. Toen zijn we allebei ook nog eens voor onszelf begonnen, omdat dit na doorrekening een beter alternatief leek dan hoe we tot dan toe aan het werk waren, maar de praktijk bleek anders. Op een gegeven moment konden we onze hypotheek niet meer betalen.” Ze besluiten hun huis te koop te zetten, en op zoek te gaan naar een goedkopere woning. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot.
Eten bij je ouders
“We wisten natuurlijk niet wanneer we ons huis zouden verkopen, en dubbele lasten konden we al helemaal niet betalen. Je wordt wel heel creatief, maar op een gegeven moment lukt het echt niet meer. Dan ga je aan het eind van de maand maar een weekje bij je ouders eten.” Hun huis verkopen ze pas na twee jaar, en ook nog met verlies. De houding van de bank doet Aniek nog steeds pijn. “We hebben een tijdje wat minder afbetaald, maar te veel om een particuliere huurwoning te kunnen betalen. En om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen moet je zeker vijftien jaar ingeschreven staan. De bank heeft liever dat
30
“We dachten dat het maximaal een half jaar zou duren voordat we een woning zouden vinden. Nou, niet dus.”
je thuisloos blijft en je rekeningen probeert te betalen dan dat jij een woning, toch een eerste levensbehoefte, hebt.”
Maximaal een half jaar
Aniek en haar vriend besluiten een groot deel van hun spullen op Marktplaats te zetten en een caravan te kopen. “Eentje uit de jaren 80, van twee bij vier, met een voortent erbij. Daar zijn we samen met de kat ingetrokken. We moesten toch iets, want we hadden niets meer. We dachten dat het maximaal een half jaar zou duren voordat we een woning zouden vinden. Nou, niet dus.” Van alles hebben ze geprobeerd. Ze blijven reageren op sociale huurwoningen en op antikraakplekken. Doen oproepen in Facebookgroepen. Sluiten zich aan bij een tiny house project, maar dat komt uiteindelijk niet van de grond. Ze kloppen aan bij hulpinstanties en gemeenten. Het levert niets op. Vier jaar lang verblijven ze op verschillende plekken, eerst in hun kleine caravannetje, later in een wat grotere caravan, “een soort pipowagen”.
Een grote blubberboel
Op hun eerste camping zitten ‘gewone gasten’, maar ook heel veel mensen die net als zij geen huis hebben. Als het seizoen voorbij is, gaat de camping dicht en komen ze op een winter-
camping terecht. In coronatijd sluit ook deze camping haar deuren, net als alle andere campings. “Toen hebben we een hulpkreet op Facebook gezet. Daar reageerde iemand op die in een soort van gedoogd tiny house woonde, en nog plek had voor onze caravan. Daar hebben we de hele coronaperiode kunnen staan. Maar na de coronaperiode stuurde de gemeente de handhaving op ons af. Heel bijzonder, want we hadden gewoon goed contact met de gemeente.” Weer moeten ze verkassen en belanden uiteindelijk op een camping alias landgoed van een nukkige eigenaar. “Dat was niet heel fijn. Vanwege die eigenaar, maar ook omdat het in onze caravan heel vochtig en koud was en het terrein een grote blubberboel was. Als daar iets was gebeurd, had er geen ambulance kunnen komen.”
Geen briefadres dus je bestaat niet
Als ze bij gemeenten en instanties aankloppen voor hulp, worden ze van het kastje naar de muur gestuurd. “Je wordt echt enorm tegengewerkt. We zijn bijvoorbeeld bij drie gemeenten geweest om een briefadres te krijgen. Want je hebt natuurlijk geen adres, en daardoor kun je niks. Je kan je verzekering niet veranderen, en je huisarts niet. Ik ben heel blij dat ik net op tijd mijn rijbewijs had verlengd, want