CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

2399 Brief dd 31-01-24 Bomenbond Rijnland zienswijze Starrenburg III

Gemeenteraad Voorschoten 7 maart 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Brief van instelling / burger1.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorschoten, 31 januari 2024

Zienswijze van de Bomenbond Rijnland op het uitwerkingsplan voor Starrenburg III. De Bomenbond Rijnland heeft als doel het opkomen voor de natuur in haar geheel en voor bomen in het bijzonder in en buiten de regio Rijnland. Vanuit die doelstelling reageren wij op het uitwerkingsplan Starrenburg III. Het gebied Starrenburg III heeft de bestemming wonen. Opgenomen in het bestemmingsplan Voorschoten Oost is de verplichting een uitwerkingsplan op te stellen. Wij spreken onze waardering uit voor de zorgvuldige wijze waarop dit uitwerkingsplan tot stand is gekomen. Er zijn wel zaken die naar onze mening concretisering en nadere uitwerking behoeven. Deze noemen wij puntsgewijs op basis van de documenten.

•

Er worden geen buiten de (volgens de Wnb bepaalde) bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand.

Allereerst wijzen wij op de omgeving van Starrenburg III. Starrenburg III ligt tegen de bebouwde kom van Voorschoten aan en wordt begrensd door de Vliet en de Veurseweg. Aan de andere kant van de Vliet ligt het natuurgebied Vlietland. De gemeente Voorschoten is ambitieus op het gebied van bomen. In de begroting voor 2024, in november 2023 vastgesteld, staat de ambitie het bomenareaal uit te breiden: Bomen hebben een positief effect op de bestrijding van het hittestress-effect. We breiden het bomenareaal daarom gestaag uit. Zodat we in 2050, 5% meer bomen hebben ten opzichte van 2021. 1_ De Bomenbond Rijnland is daarom van mening dat, in het licht van genoemde ontwikkelingen en ambities, deze kans benut dient te worden om zoveel mogelijk bomen te planten in Starrenburg III en op termijn minstens een toename van 5% te realiseren ten opzichte van 2021.

2_ Daarbij bij voorkeur te kiezen voor bomen van eerste grootte met een groot kroonvolume vanwege de schaduwwerking bij hitte en ook een gevarieerd aanbod van vooral inheemse boomsoorten die de biodiversiteit bevorderen. Bij (her)plant zou dan voldoende wortelruimte aangebracht dienen te worden voor de nieuwe bomen. Wat dit laatste betreft zouden kabels en leidingen zoveel mogelijk gebundeld moeten worden. Tenslotte zou een bomenbalans voor dit gebied en voor heel Voorschoten inzicht kunnen geven in het netto aantal bomen dat overblijft na de realisatie van de bouwplannen. 3_ De Bomenbond Rijnland is van mening dat schade aan bomen net buiten het gebied, de abelen op het erf van de Eikenlaan 18, voorkomen moet worden door een Boom Effect Analyse uit te voeren en op basis daarvan beschermende maatregelen te nemen ten tijde van de bouwwerkzaamheden.

•

Conclusie effectbeoordeling: Negatieve effecten van de plannen op beschermde soorten (indien aanwezig) zijn niet uit te sluiten.

Het gaat dan onder andere om jaarrond beschermde vogels (Buizerd, Sperwer en Ransuil) en vleermuizen. 4_ De Bomenbond Rijnland is van mening dat maatregelen genomen dienen te worden om deze soorten te beschermen en ook om de ecologische verbindingen op voorhand te bewaken voor onder andere reptielen en amfibieën. 5_ Wij vinden dat waar mogelijk bestaande waardevolle groene stukjes behouden dienen te worden en ingepast in het plan; daar dus geen zandpakket overheen. En het behouden, of bewust creëren van 'natuurlijke rommelhoekjes' in het gebied zodat kleine dieren zich daar kunnen verschuilen en/of overwinteren (struweel, houtwallen, paddenpoelen, etc.). 6_ De Bomenbond Rijnland vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk heggen en hagen aaneengesloten worden aangelegd door het gehele gebied zodat deze verbindingen vormen voor egels spitsmuizen. Hetzelfde geldt voor bomenrijen ter geleiding van vleermuizen (zie ook de aanbeveling op bladzijde 28 van de natuurtoets). 7_ Vleermuis-vriendelijke verlichting tijdens de bouw en ook qua straatverlichting na de oplevering is dringend gewenst. Er zitten minimaal zeven soorten vleermuizen in het gebied.

•

Het geplande project leidt tot verhoogde emissie van stikstof. Aanbevolen wordt een analyse uit te voeren van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op gevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Als deze

depositie boven 0,00 mol/ha/jaar komt bestaat een vergunningsplicht. 8_ De Bomenbond Rijnland is van mening dat de genoemde analyse uitgevoerd dient te worden. Een teveel aan stikstofemissie is immers slecht voor de natuur. Ook vinden wij dat bij deze analyse de cumulatieve effecten betrokken dienen te worden zoals de uitvoering van andere bouwplannen in de omgeving van Starrenburg III en de toename van het wegverkeer. Gezien de staat van onze natuur verdient het ook aanbeveling te onderzoeken wat de gevolgen van de plannen zijn voor de niet beschermde gebieden als NNN en Natura 2000: ook de natuur buiten deze gebieden heeft bescherming nodig, zoals blijkt uit onderzoek.

•

Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de bestemming 'Agrarisch' waar agrarische bedrijven mogelijk zijn. In algemene zin wordt als vuistregel uitgegaan van een minimale afstand van 50 m in verband met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Aan deze richtafstand wordt met een afstand kleiner dan 50 m tot het plangebied niet voldaan. Om die reden is een nadere onderbouwing nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en dat het bedrijf niet wordt belemmerd in de bedrijfsvoering. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan gezondheidsrisico's met zich meebrengen voor omwonenden.

9_ De Bomenbond Rijnland is van mening dat in beginsel niet afgeweken zou dienen te worden van de richtafstand. Een goede en overtuigende onderbouwing is dan nodig om daarvan wel af te willen wijken, gezien ook de cumulatie van vervuilende invloeden op ons (grond)water. Juist de gewasbeschermingsmiddelen zijn nu veelvuldig in het nieuws vanwege hun negatieve effecten op gezondheid en biodiversiteit.

•

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. tuinen; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone parkeergarage': een ondergrondse parkeergarage, met inachtneming van de regels onder 15.1; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin parkeerplaats': mede voor parkeeropstelplaatsen op eigen terrein, met een maximum van 2 plaatsen per woning; 10_ De Bomenbond Rijnland is van mening dat een concreet aandeel onverhard groen in de tuinen verplicht gesteld zou dienen te worden. Ook

vinden wij dat de genoemde parkeeropstelplaatsen op eigen terrein zoveel mogelijk beperkt dienen te worden en dat hieraan als voorwaarde wordt gesteld dat deze van een waterdoorlatend, natuurvriendelijk materiaal zijn gemaakt.

Met vriendelijke groet,

Monique Lamers, Voorzitter Bomenbond Rijnland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=7de0c235-42da-4ed5-b09b-b930dbc4665a