CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze Windproject Brielse Brug Stichting Windmolens N57 Nee!

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Ingekomen stukken2.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het College van B&W en Gemeenteraad van Voorne aan Zee Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis Onderwerp: Zienswijze op Ontwerpbesluit Windproject Brielse Brug

Hellevoetsluis, 28 februari 2024

Geacht Bestuur, Als voorzitter van de Stichting Windmolens aan de N57 Nee! ontvangt u hierbij onze zienswijze op het Ontwerpbesluit Windproject Brielse Brug. Ik teken hierbij aan dat wij ons het recht voorbehouden om aanvullingen te doen tot er geen sprake meer is van een redelijke termijn tot het uitkomen van de nota van beantwoording/ zienswijzen nota. Algemeen Vanaf dat de VRM in 2017-2018 is vastgesteld, heeft vanaf dat moment de ontwikkeling van Industriële windturbines -verder te noemen IWT- niet stilgestaan en is de industrie verdergegaan met het ontwikkelen van steeds hogere IWT met meer vermogen. In 2024 wordt inmiddels gesproken over plannen van 230-280-300 m tiphoogten. Tiphoogten die tijdens de periode 2017-2018 ondenkbaar waren, maar waarop wel bestuurlijke besluiten zijn genomen. Als Stichting trachten wij het voorzorgbeginsel voor de omwonenden met name op het gebied van gezondheid en gelet op de SMB-richtlijn, zoveel mogelijk bij de afzonderlijke colleges op Voorne-Putten onder de aandacht te brengen. In het kader van zorgvuldige besluitvorming waarbij alle belangen zijn afgewogen, is het effect van steeds hoger wordende IWT en het niet onderzochte effect daarvan op de leefomgeving en gezondheid omwonenden veelvuldig aan de orde gebracht.

Onze weerstand betreft in eerste instantie niet de locatie maar richt zich op het: - steeds hoger worden van IW; - vooruitlopen en meegaan in de voorstellen van de ontwikkelaars door het college van B&W in de vergunningverlening voor plaatsing van deze IWT, terwijl de landelijke normen voor IWT nog niet op orde zijn; - effect van plaatsing op de leefomgeving en het milieu van deze IWT onvoldoende onderbouwd zijn met wetenschappelijk onderzoek. Waar hoge IWT- zoals op deze locatie zijn gepland- zijn geplaatst, leidt dit in de leefomgeving na plaatsing tot één en dezelfde klachten bij omwonenden. Op het gebied van gezondheid vooral het niet meer kunnen doorslapen, dat andere klachten veroorzaakt, maar ook druk op de borst wordt ervaren. Qua geluid variëren de klachten van irritante zoefgeluiden en bromtonen tot het ervaren van in het bij elkaar komen van alle ‘geluiden’ en trillingen in huis, ook binnenkomend door openingen zoals ramen en weerkaatsen tegen wanden, vloeren en meubels enz. ook wel Schoederfrequenties genoemd. In de woning ervaren mensen een heel spektakel en samenspel van geluiden en trillingen, waarbij de 1

wanden als luidspreker membraan optreden, spiraalmatrassen gaan meetrillen, maar terug naar gezondheid ook lichaamsorganen zo rond de 8 Hz in resonantie kunnen komen. Wat slecht is voor de organen. De voet van de mast brengt namelijk trillingen in alle 3 richtingen op de fundatie over. Verticaal door geodetische hoogteverschillen en horizontaal door het afwisselend roterend zeiloppervlak links en dan weer rechts van de mast. Ook de generator heeft grote invloed op torsietrillingen. De trillingen (0-20 Hz) kunnen door de grond gemakkelijk tientallen kilometers ver dragen. In de wetgeving is hier geen aandacht aan besteed, omdat de wetgeving alleen gericht is op het hoorbare geluid en niet het zogenaamde infrasone geluid (0-20 Hz). Dergelijke ernstige klachten van omwonenden kunnen daardoor niet adequaat worden opgelost. Bij windparken het Hartelkanaal, het Spui, Kroningswind, N33, en bij Ospeldijk is al tientallen jaren getouwtrek tussen de gemeente/provincie als vergunningverlener en omwonenden om de ervaren ernstige hinder op te lossen. Hetgeen niet lukt vanwege de gebrekkige wetgeving. Ook het Ontwerpbesluit Windturbine00bepalingen Leefomgeving biedt daarin geen soelaas. Bij de zogenaamde nieuwe normen wordt opnieuw alleen uitgegaan van het hoorbare geluid.

Naar aanleiding van deze punten is bij de stichting voortschrijdend inzicht ontstaan en zijn wij de mening toegedaan dat dergelijke hoge IWT niet meer op land of in de zee geplaatst kunnen en mogen worden. De inwoners van Brielle, Zwartewaal en Vierpolders worden door de in de ruimtelijke onderbouwing aangegeven normen van 47 dBLden en 41 dBLnight onvoldoende beschermd. Anterieure overeenkomst Per 1 januari 2023 is Brielle opgegaan in de gemeente Voorne aan Zee. Echter op 21 december 2022 heeft het college van B&W de anterieure overeenkomst in een niet reguliere vergadering vastgesteld. Deze vergadering was slechts bedoeld om enkele eenvoudige en maatschappelijk niet gevoelige zaken af te ronden. Het onderhavige besluit valt daar niet onder. De Stichting is van oordeel, dat het besluit om de anterieure overeenkomst op 21 december 2022, ondanks maatschappelijke weerstand, toch vast te stellen in een niet reguliere B&W vergadering door het oude college en daarbij een demissionaire raad, een onrechtmatig besluit is. De raad van de gemeente Brielle, in oude samenstelling, is daardoor niet in de gelegenheid gesteld haar controlerende taak uit te oefenen. MER Voor dit windproject is een Plan-MER verplicht en deze ontbreekt.

De kern van de uitspraak van de Raad van State (RvS) betreft het niet voldoen aan de Strategische Milieu Beoordelings-richtlijn (verder te noemen SMB-richtlijn) en Unierecht, waardoor de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit- en regeling buiten werking zijn gesteld. Al verschillende keren heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitgesproken dat wanneer men beoogt een windturbine te plaatsen of daar zelfs premature planvorming voor heeft, maakt of vaststelt of voornemend is vast te stellen, de SMB-richtlijn gevolgd moet worden. Hoewel in onze taal een richtlijn vrijblijvend lijkt, is dit in de Europese Verdragen een wetgevingsinstrument, dat wordt gebruikt om de bepalingen van deze verdragen vorm te geven. De richtlijn vormt daarbij een bindende opdracht aan de lidstaten om hun wetgeving daarop aan te passen. Dit is niet gebeurd in Nederland en moet hersteld worden. Het effect is dus breder dan alleen maar het herstel van een niet gelopen procedure. Ten aanzien van de windturbinebepalingen betekent dit, ook als deze lokaal worden opgesteld, dat op grond van de SMB-richtlijn vooraf met wetenschappelijke zekerheid moet worden vastgesteld dat geen verslechtering in de leefomgeving optreedt. Die bepalingen zijn 2

voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk. Daarbij dient het aspect gezondheid een zelfstandig onderdeel te zijn dat in de breedste zin getoetst moet zijn, ook voordat de windturbinebepalingen Leefomgeving waar het Rijk nu mee bezig is, worden vastgesteld en inwerking zijn. De SMB-richtlijn heeft directe werking en kan niet worden omzeild of buiten toepassing worden gelaten. Zowel beleidsregels als milieuregels zijn plannen of programma’s in de zin van de SMB-richtlijn en dienen plan-MER getoetst te worden. Ook als het gaat om bestemmingsplannen of structuurvisies die ruimte bieden aan opstellingen voor windturbines dan is ook bij premature planvorming een plan-MER altijd verplicht. De beoogde windturbines zijn van een dusdanige hoogte dat deze nog niet gebruikelijk zijn in Nederland en waarvan de gevolgen op de leefomgeving en het milieu onvoldoende zijn onderzocht. Al was er in 2017 een MER uitgevoerd, dan is deze niet conform de SMB-richtlijn en is de hoogte van de beoogde windturbines daarin niet meegenomen. Gesteld kan worden dat de vergunningaanvraag en onderliggende documenten voor het windproject Brielse Brug niet voldoen aan de eisen gesteld in de SMBrichtlijn. Gezondheid De bescherming tegen overlast en gezondheidsklachten veroorzaakt door IWT op land is volstrekt ontoereikend.

De huidige normen voldoen niet aan de normen van de WHO en beschermen niet tegen gezondheidsrisico’s. De normen zijn niet wetenschappelijk onderbouwd en niet, althans niet goed uitvoerbaar en handhaafbaar. WHO De WHO heeft voor windturbinegeluid een voorwaardelijke aanbeveling gegeven voor een, advieswaarde van 45 dB Lden. Boven deze waarde treden nadelige gezondheidseffecten op, maar uit het rapport van de WHO volgt niet duidelijk welke effecten dat zijn en in welke mate die effecten optreden. Voor Lnight heeft de WHO geen aanbeveling gedaan. In het Ontwerpbesluit Windturbinebepalingen leefomgeving wordt uitgegaan van 45 Lden en 39 Lnight en tweemaal de tiphoogte afstand tot een woning. In het ter inzage gelegde Ontwerpbesluit, is de hoogte van de beoogde windturbines verlaagd zodat voldaan kan worden aan de norm tweemaal de tiphoogte uit het Ontwerpbesluit Windturbinebepalingen Leefomgeving. De daarbij horende lagere geluidsnormen zijn echter niet overgenomen. Gelet op het advies van de WHO treedt met de door de initiatiefnemers voor het windproject gekozen geluidsnormen van 47 dBLden en 41 dB Lnight, onvoldoende bescherming op voor de omgeving en zeker nu bekend is dat binnen de geluidscontouren twee geluidsgevoelige objecten, zijnde zorgboerderijen en een school gelegen zijn.

Handhaving Bovendien dient opgemerkt te worden dat door het hanteren van het Lden principe er sprake is van een jaargemiddelde, waardoor de handhaafbaarheid van deze normen in het momentum van overlast niet kan. Omwonenden zullen daardoor regelmatig geconfronteerd worden met opeenvolgende pieken in geluid, die toch binnen de marge van het jaargemiddelde vallen. Juist in de nachtelijke uren zorgen deze pieken voor slaapverstoring doordat het omgevingsgeluid wegvalt. Daarbij is nog een verschil op te merken: auto’s rijden voorbij en het geluid is weg, maar de windturbine blijft op zijn plek staan en geluidspieken produceren. Slaapverstoring is slecht voor de gezondheid en de ontwikkeling van kinderen. Het rapport voor de ruimtelijke onderbouwing geeft te weinig zicht op dit effect van het windproject op de leefomgeving en wat de initiatiefnemers eraan gaan doen om dit te voorkomen.

3

Gebrekkige onderbouwing Een verlaging naar de door de WHO geadviseerde waarde van 45 dB Lden leidt waar mogelijk tot een afname van het aantal ernstig gehinderden. Pondera heeft echter geen afdoende definitie opgesteld voor de term (ernstig) gehinderden, waardoor berekeningen niet tot onvoldoende inzicht geven over het aantal te verwachte (ernstig) gehinderden. Gelet op de hoeveelheid woningen in de directe omgeving van dit windproject en het feit dat er geen ervaring is met dergelijke hoge IWT vlakbij woonkernen dient dit onderdeel beter ruimtelijk onderbouwd te worden, wat gebeurt er bij 47 dB Lden/41 dB Lnight en bij 45 dB Lden/ 39 dB Lnight, zodat de raad een besluit kan nemen waarbij alle belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Daarbij dient, gelet op de SMB-richtlijn de bescherming van de leefomgeving voorop te staan. De onderbouwing hiervoor ontbreekt in zijn geheel. Evenzo ontbreekt het effect van 0-20 Hz geluid in de vorm van trillingen. Men weet dat door het ontwerp van het bouwwerk en de werking van een IWT dit type onhoorbaar geluid wordt voortgebracht. Het in de nachtelijke uren meest slaap verstorende geluid. En daardoor indirect slecht voor de gezondheid. Door dit type geluid niet nader uit te werken in het rapport ruimtelijke onderbouwing wil het niet zeggen dat het er niet is en niet onderzocht dient te worden.

Je kunt pas zaken uitsluiten als je weet dat het geen negatief effect heeft op de leefomgeving. En juist dat effect is niet onderzocht. Het rapport ruimtelijke onderbouwing blijft daardoor ernstig in gebreke. DCMR De DCMR is vanwege het verlengd lokaal bestuur de aangewezen adviseur en handhaver voor de gemeente Voorne aan Zee als het om milieuzaken gaat. Zij heeft namens de deelnemende gemeenten een zienswijze ingediend op het Ontwerpbesluit Windturbinebepalingen Leefomgeving. Zowel de handhaafbaarheid van het geluid, als de mate van bescherming van omwonenden komen hier uitgebreid aan het woord. Ik citeer enkele delen uit de zienswijze, die ook betrekking kunnen hebben op het thans ter inzage gelegde Ontwerpbesluit windproject Brielse Brug. Voor meer informatie is de zienswijze van de DCMR als bijlage bijgevoegd. -

-

-

“De Lden-methode gaat uit van metingen die in praktijksituaties vaak niet uitvoerbaar zijn (bijvoorbeeld omdat de voorgeschreven meetlocaties niet bereikbaar of niet geschikt zijn) of die alleen een indicatief resultaat kunnen opleveren voor een “steekproefsgewijze controle De bescherming van het woon- en leefklimaat en de handhaafbaarheid worden ons inziens onvoldoende geborgd met alleen een jaargemiddelde geluidnorm en de bijbehorende meet voorschriften. De genoemde tekortkomingen zijn te ondervangen door, aanvullend op een jaargemiddelde norm, mogelijk te maken dat een LAeq-voorschrift kan worden opgenomen (in een vergunning, maatwerkvoorschrift of het omgevingsplan), dat ziet op de feitelijke situatie waarin het geluid door omwonenden wordt ondervonden. Een soortgelijke werkwijze wordt onder de Omgevingswet ook toegepast voor activiteiten op industrieterreinen met geluidproductieplafonds (GPP’s): de toets aan de GPP’s vindt plaats op basis van de jaargemiddelde geluidniveaus en de vergunning bevat voorschriften op basis van LAeq-waarden. Om de bescherming van het woon- en leefklimaat, de handhaafbaarheid en de duidelijkheid (met name voor omwonenden) op een voldoende niveau te brengen, verzoeken wij de geschetste LAeq methode, als mogelijke aanvulling op de nu voorgestelde Lden-methode, toe te voegen in de regels over het geluid van windturbines.

Recent is in door de gemeente Voorne deze methodiek ook opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan ‘Windturbines Haringvlietdam Hellevoetsluis’2.”

Deze opmerkingen over het Lden uit de zienswijze van de DCMR sluiten aan op hetgeen door onze stichting meermaals bij verschillende wethouders en raadsleden is aangegeven 4

door de jaren heen. Niet handhaafbaar en geen garantie dat omwonenden voldoende worden beschermd. In de afweging voor het wel of niet verlenen van de verklaring van geen bedenkingen voor dit windproject, maar ook voor die bij Oostvoorne waar gesproken wordt over tiphoogte 300 meter, wordt u als bestuur en vooral ook als raad gevraagd meer notitie te nemen van de zienswijze van de DCMR op het Ontwerpbesluit windturbinebepalingen, voordat u een besluit neemt tot vergunningverlening voor plaatsing van windturbines. Immer u dient conform de Algemene wet Bestuursrecht alle belangen zorgvuldig af te wegen. Nu deze zienswijze van de DCMR in uw bezit is, deze onvoldoende bescherming van omwonenden aangeeft bij Lden gebruik van normen, kunt u deze in uw afweging niet negeren. Ingegeven via de mogelijkheid om lokale normen op te stellen voor een windproject, is vorig jaar (met geluk voor de omwonenden) bij de raad het besef ontstaan dat het anders moet heeft dit geleid tot het aannemen van een motie met aangepaste normen in LAeq bij de vergunningverlening voor de windturbines aan de Haringvlietdam. Gelet op het gedane voorstel van het college van B&W is toen en het voorstel nu, is geen enkele uitvoering gegeven aan onze bijdrage in kennis over niet handhaafbaar en onvoldoende bescherming van omwonenden met de voorgestelde Lden normen.

Oproep tot extra toezicht en controle Dit geschreven hebbende, roep ik met deze zienswijze de raad op extra toezicht en controle uit te oefenen op het college van B&W en in het bijzonder op de verantwoordelijke wethouder, wanneer u halverwege dit jaar een verklaring van geen bedenkingen voor de plaatsing van windturbines moet afgeven en opnieuw de Lden en Lnight in het advies naar vorenkomt. Uw taak als volksvertegenwoordiger ter bescherming van de omwonenden en in het bijzonder bij het windproject Brielse Brug de bewoners van de zorgboerderijen en de kinderen op de nabij gelegen school. Krantenartikel De roep om extra toezicht en controle op het college wordt versterkt door het onlangs verschenen artikel in het AD: Megaclaim bij weigeren windmolens lariekoek, d.d. 29 februari 2024. Zie bijlage. Veronderstelde financiële risico’s in de vorm van een aanzienlijke claim tegen de gemeente bij het niet doorgaan van het windmolenproject, zijn wellicht ongegrond. Deskundige juridische analyse geeft mogelijke misleiding in de besluitvorming van de gemeenteraad aan. Dit is, indien bewezen, kwalijk en leidt op veel gebieden tot schade in het vertrouwen in de overheid. Immers de misleiding is gericht geweest op het bevorderen van een besluit om over te gaan tot plaatsing van windturbines.

Bescherming en het hanteren van het voorzorgsbeginsel zijn daarbij aan de kant gezet door het college. Meerkosten DCMR Wel zorgen om een megaclaim, maar in de advisering aan de raad wordt geen afweging gemaakt wat de kosten zijn die de gemeente gaat maken ten aanzien van onderzoeken en handhaving van de klachten en vormen een onderdeel van het Werkplan DCMR. Een argument dat weten we niet is in deze niet aan de orde, omdat er inmiddels legio locaties in Nederland zijn waar onoplosbare problemen zijn met windturbines. Sinds Kroningswind operationeel is, zijn de klachten vanuit Goeree Overflakkee significant gestegen bij de DCMR. Dit betekent meer werk voor de DCMR in afhandeling klachten en het verrichten van metingen. Nu er drie IWT plekken op Voorne bij dreigen te komen, zal dit ongetwijfeld effect hebben op de begroting van de DCMR en dus ook op de begroting van de gemeente. Dergelijke maatschappelijke kosten zijn niet meegenomen in de afweging bij dit project, maar in de kosten-baten analyse, zijn zij naast de afspraken in de anterieure 5

overeenkomst een essentieel onderdeel van het Werkplan DCMR en de gemeentelijke begroting. Erosie De bladen van IWT zijn onderhevig aan erosie en dit heeft negatieve gevolgen op het milieu. Erosie van de rotorbladen (of wieken) van windmolens is in dit Ontwerpbesluit een onderschat probleem. Aangezien de rotorbladen van IWT opgebouwd zijn uit Epoxyharsen en polyurethaanharsen komen bij erosie (door bv. contact met regendruppels en hagel) schadelijke stoffen vrij. Epoxyharsen en polyurethaanharsen ontgassen vrijwel permanent en zijn gevoelig voor vocht. De harders (de tweede component bij de constructie van rotorbladen) bevatten meestal zeer toxische stoffen, waaronder Bisfenol, Titaniumdioxide, Kobalt enz. Deze stoffen zijn vrijwel nooit opgenomen in de risicoanalyses en de gevarenklassen. Terwijl deze een gevaar vormen voor het leefmilieu. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat erosie van windturbinebladen leidt tot het vrijkomen van microplastics die isocyanaten en andere stoffen bevatten welke kankerverwekkend en allergeen zijn. Epoxy bevat, in tegenstelling tot polyester, 33% Bisfenol A (BPA) wat als zeer schadelijk voor de gezondheid wordt beschouwd zeker wanneer dit in het grondwater of de voedselketens terecht komt. Een goede analyse ten aanzien van het effect van deze stoffen op de omgeving ontbreekt. De IWT komen op agrarische grond te staan.

Welk effect hebben deze stoffen op de gewassen, grond- en oppervlaktewater. Dat het verlies aan stof marginaal is, gaat in deze niet op. Gelet op de strengere gestelde norm voor deze stoffen in het milieu dient hierop in het rapport ruimtelijke onderbouwing in het kader van veiligheid en gezondheid een afweging te worden gemaakt, zodat de raad een besluit kan nemen waarbij alle belangen zorgvuldig zijn afgewogen. Hoogachtend,

Voorzitter Stichting ‘Windmolens aan de N57 Nee!’ Secretariaat: Langeweg 2 3222 Hellevoetsluis Bijlagen - Zienswijze DCMR op Ontwerpbesluit Windturbinebepalingen Leefomgeving - AD-artikel d.d. 29-02-2024 – Megaclaim weigeren windmolens Lariekoek

6

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14015116/1