CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze Windproject Brielse Brug 34 GEANONIMISEERD

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Ingekomen stukken6.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

,5

VOSfaPE LANGE adv 0 eaten PER POST BEZORGD Gemeenteraad van Voorne aan Zee Postbus 13 3220 AA HELLEVOETSLUIS

Gemeente Voorne aan Zee ingekomen d.d.

PER KOERIER BEZORGD

- 4 MRT 2024

Gemeenteraad van Voorne aan Zee Oostzanddijk 26 3221 AL HELLEVOETSLUIS

Barendrecht, 29 februari 2024

Dossier Inzake Uw ref Betreft

:

: :

D20220091 Brielle / Advies Windproject Brielse Brug zienswijze

Geachte heer/mevrouw,

Terinzagelegging Het bovengenoemde windproject ligt tot en met donderdag 29 februari 2024 ter inzage. Hierdoor wordt mitsdien tijdig namens na te melden clienten een schriftelijke

zienswijze ingediend.

Zienswijze De zienswijze heeft betrekking op: - de ontwerpwerverklaring van geen bedenkingen; - het ontwerpbesluit omgevingsvergunning; - het ontwerp Maatwerkbesluit; - de ontwerpbeschikking Wet natuurbescherming;

en alle daarbij behorende stukken, zoals bekendgemaakt via: www.ruimteliikeplannen.nl onder de IMRO-code NL.IMRO.1992.OVWPBrielsebrug-

0120. Adres Park Barendrecht, 1' Barendrechtseweg 76-80, 2992 XC Barendrecht • Postadres Postbus 148, 2990 AC Barendrecht Telefoon 0180 - 695 115 • Telefax 0180 - 695 110 • E-mail info@vdladvocaten.nl • Wehsite www.vdladvocaten.nl Vos & De Lange Advocaten is de handelsnaam van Mr P.A. de Lange Advocatenpraktijk B.V. (KvK 24425183), Alle werkzaamheden worden verricht krachtens een overeenkomst van opdrachi met de vennootschap. ledere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald.

vos&DE LANGE advocaten

Cliënten

Hierdoor dien ik namens de volgende cliënten een schriftelijke zienswijze in: 1.

de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting Stichting Tegenwind Voorns aan Zee, gevestigd te Voorne aan Zee;

2.

de besloten vennootschap Trading Company P. van Adrighem B.V. ('de vennootschap'), gevestigd te Brielle;

+ 26 geanonimiseerde inwoners

*

2

5

VOSfaPE LANGE Online petitie

Naast clienten zijn veel omwonenden van mening dat er geen 249 meter hoge mega windturbines in de achtertuin van Brielle moeten komen. Op het moment van

schrijven van deze zienswijze is een petitie met een dergelijke strekking al 3.450 keer ondertekend. Zie daarvoor:

https://petities.nl/petitions/plaats-qeen-249-meter-hoqe-meqa-windturbines-in-deachtertuin-van-brielle?locale=nl Het aantal ondertekenaars van de petitie wijst erop dat draagviak voor de komst van

windturbines als deze ontbreekt, terwiji overigens de in de bestuursovereenkomst bedoelde participatie {‘zoveel mogelijk’) ontbreekt. Er wordt zo niet mee geprofiteerd

van de geplande ontwikkelingen. Inleiding Er is sprake van voorgenomen plaatsing van twee windturbines met een tiphoogte

van thans 230 meter en een opgesteld vermogen van 10 tot 14 Mw. Aan de besluitvorming en het proces dat daaraan ten grondslag ligt kleven de nodige

tekortkomingen en gebreken. Die worden onderstaand toegelicht. Deze staan op zich en/of in onderling verband in de weg aan definitieve vergunningverlening. Daar

moet dus bij de behandeling van de zienswijzeprocedure mee worden gerekend.

Windpark De punten 10 tot en met 12 van de considerans van de SMB-richtlijn (2001/42/EG)

luiden als voIgt: (10) Alie plannen en programma's die voor een aantal sectoren worden voorbereid en die een kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten vermeld in de bijiagen I en II bij Richtlijn 85/337/EEG van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten(7), en alie plannen en programma's waarvooruit hoofde van Richtlijn 92/43/EEG van de Read van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna(8) is vastgesteld dat een beoordeling nodig is, kunnen aanzienlijke miiieueffecten hebben en dienen als regel aan een systematische milieubeoordeling te worden onderworpen. Zijn de plannen en programma's bepalend voor het gebruik van kleine gebieden op lokaal niveau of houden zij kleine wijzigingen van de bedoelde plannen of programma's in, dan moeten zij slechts worden beoordeeid indien de lidstaten vaststeilen dat zij aanzienlijke miiieueffecten kunnen hebben. (11) Andere plannen en programme's die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten zullen weliicht niet in aiie gevallen aanzienlijke miiieueffecten hebben en dienen alleen te worden beoordeeid indien de lidstaten vaststeilen dat zij zuike effecten kunnen hebben.

3 ITTnnnnnnn

3

%

VOSfaPE LANGE adv ocaten (12) Wanneer de lidstaten zulke vaststeilingen doen, dienen zij rekening te houden met de in deze richtlijn opgenomen relevante criteria.

Uit genoemde punten voIgt dat slechts beoordeling plaatsvindt indien de lidstaten vaststellen dat zij aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Nu geen sprake is van een windturbinepark valt de activiteit niet binnen de reikwijdte van het Besluit

milieueffectrapportage en de mer-richtlijn. Feit is dat een windturbine aanzienlijke milieugevolgen heeft, met verstrekkende

gevolgen voor (de gezondheid van) de mens en diens leefomgeving. Binds de

invoering van de SMB-richtlijn zijn die windturbines zeer significant in hoogte en omvang toegenomen, wel tot drie a vier keer zo veel toe. Nederland heeft als lidstaat er tot op heden vanaf gezien vast te stellen dat een of twee windturbines

ook aanzienlijke milieueffecten hebben of kunnen hebben, dat ten onrechte. De effecten van een of twee windturbines staan immers naar aard en omvang inmiddels ten minste gelijk aan de gevolgen van drie of meer vroegere windmolens. De aanzienlijke milieugevolgen c.q. schadelijke gevolgen daaruit voor mens en milieu

overtreffen als zodanig evident en objectief de gevolgen van vroegere windparken die wel onder het bereik van de SMB-richtlijn vallen. Nederland heeft als zodanig ten

onrechte als lidstaat verzuimd ook op een of twee windturbines de SMB-richtlijn van

toepassing te verklaren, terwiji die beoogde milieubescherming wel nadrukkelijk onderdeel is van het beleid van de Unie op milieugebied (zie bijvoorbeeld artikel 191 VwEU).

De normen in het Activiteitenbesluit zijn ondeugdelijk bevonden. Het onderzoeken

en formuleren van nieuwe normen kost jaren tijd. Dat onderzoek loopt nog en is voorlopig nog niet afgerond. Op het gebied van gezondheid is bovendien meerjarig

onderzoek gewenst - of beter gezegd: vereist - en zelfs dat valt nu (ten onrechte) ondanks jarenlang onderzoek naar andere elementen buiten de scope van dat

onderzoek zoals door de centrale overheid vereist. Het onderzoek of windturbines voldoen aan de (oude) normen uit het Activiteitenbesluit maakt zoals gesteld niet dat

de uitkomsten daarmee kloppen. Inhoudelijk is er alle reden om die normen buiten

toepassing te laten. Er is geen sprake van zorgvuldigheid of volledigheid. De normen zijn niet vooraf getoetst en in orde bevonden. Dat had wel gemoeten.

m3 -

IIIIII nri

ij~i III

'

nnriil ItfTnnnnnnn

4

VOSfaPE LANGE adv ocaten Gezondheid

Clienten uiten hun bezorgdheid over het windproject. Zij zijn verbaasd dat de uitgezochte locatie voor de windturbines als geschikte locatie wordt omschreven

voor

de

realisatie

van

windenergie,

zeker als wordt gekeken

naar de

gezondheidsrisico's gerelateerd aan de windturbines. Indirecte schade aan de gezondheid als gevolg van de schadelijke effecten van

windturbines is al wetenschappelijk aangetoond. Directe schade wordt nog niet algemeen aangenomen, hoewel ook daar wel gerede aanwijzingen voor zijn.

Onderzoek blijft intussen ten onrechte achterwege. Hetzelfde geldt voor toepassing van het voorzorgsbeginsel. Blijkens artikel 1 van de considerans van de SMB-richtlijn (2001/42/EU) dient het beleid ter bescherming van

de gezondheid van de mens te berusten op het voorzorgsbeginsel. Daar blijkt in dit geval niet mee te worden gerekend.

Clienten begrijpen dat er lets meet gebeuren in de energietransitie en denken dat windenergie zeker een goed plan kan zijn, maar zij pleiten voor een andere locatie doordat de windturbines nu gepland zijn in de directe en nabije omgeving van vele

honderden woningen, waarvan sommigen al omringd worden door windturbines. Tevens zitten er binnen 1.000 meter van de geplande locatie een aantal kwetsbare locaties c.q. gevoelige objecten, zoals een basisschool en twee zorgboerderijen.

Clienten maken zich ook ernstig zorgen over de gezondheid van omwonenden,

maar zeker ook over de gezondheid van scholieren en mensen met een verstandelijke beperking en/of psychiatrische stoornissen, juist en temeer omdat dit

Speciale en kwetsbare doelgroepen zijn. Deze zorgen zijn al meermaals benadrukt.

Helaas zijn clienten niet op tijd betrokken bij het vooronderzoek - en is er nog geen sprake geweest van een mogelijkheid tot participatie - waardoor zij pas op het

moment dat de plannen al ver gevorderd waren, konden aangeven dat zij ons zeer veel zorgen maken over dit grote windproject. Hoe kan het dat de ene zorgboerderij

pas 1,5 jaar geleden is betrokken, doordat zij door hun buurman op de hoogte

gesteld zijn? Hoe kan het dat de andere zorgboerderij pas een dag voor de laatste informatiebijeenkomst is benaderd? (Namelijk op 12-2-24, nota bene slechts 15

dagen voor de zienswijzen ingediend moeten zijn).

5

irTnnnnnnn

5

VOSfaPE LANGE adv ocaten Clienten hebben kenbaar gemaakt dat zij meer informatie willen over de gezondheidsrisico's voor de omwonenden,

maar specifiek voor genoemde

kwetsbare doelgroepen. Tot hun spijt is er tot op heden weinig informatie te verkrijgen bij de initiatiefnemers, Pondera, DCMR, de GGD en u als gemeente wat betreft de gezondheidsrisico's bij het plaatsen en als gevolg van de exploitatie van

windturbines. Al circa 1,5 jaar geleden is bij een informatiebijeenkomst aan Pondera

gevraagd om wetenschappelijke artikelen en wetenschappelijke informatie over de

gezondheidsrisico's. Zij verwezen terug naar hun eigen sheets en naar de gegevens die het RIVM beschikbaar heeft gesteld, omdat zij die richtlijnen gebruiken. Deze

informatie is echter niet toereikend en onvolledig. Er is namelijk door artsen en wetenschappers onderzocht of de wetenschappelijke houdbaarheid en betrouwbaarheid van het RIVM voldoende zijn. Beoordeeld is dat dit niet het geval is.

Het RIVM blijkt voor een deel geen betrouwbare bron, omdat de wetenschappelijke kwaliteit op onderdelen als onvoldoende wordt beoordeeld

en omdat de

wetenschappelijke juistheid en onafhankelijkheid niet in alle gevallen in voldoende

mate lijkt te zijn gewaarborgd.

Het gebrek aan deze kennis werd helaas opnieuw duidelijk bij de meest recente informatiebijeenkomst (12-2-24), waar alle standhouders ons met gezondheids-

vraagstukken van clienten, verwezen naar de GGD, terwiji deze GGD aangaf dat ‘ze het niet wisten’. De GGD kwam slechts met een algemeen artikel van het RIVM, die ook al verkregen was, maar die lang niet toereikend bleek. Waarom beschikken de initiatiefnemers en/of Pondera nog steeds niet over meer

wetenschappelijke informatie betreft de gezondheidsrisico's? Of worden deze niet

gedeeld? Hoe kan het dat clienten nu 1,5 jaar later nog steeds antwoorden krijgen

als ‘we weten het niet..’ en ‘de zorgboerderij doelgroep is wei heel specifiek'. Dat klopt, maar het is al heel lang bekend dat zij daar zitten. Waarom lijkt dit maar niet serieus genomen te worden?

Wie heeft er gedurende dit lange project al gezondheidswetenschappers betrokken om wetenschappelijke

informatie te verkrijgen

waarop je

plannen

maakt,

ondersteunt en/of aanpast? Schiet het windproject hierin te kort? Je zou op zijn

minst verwachten dat de universiteiten benaderd zullen worden. Wie heeft zich hierover gebogen?

BXW

TO r

□□I 'ffnnnnnno

6

VOSfaPE LANGE adv 0 eaten Een onafhankelijk goed gedegen onderzoek is op zijn plaats en clienten denken dat dit het best door een van de universiteiten uitgevoerd kan worden gezien hun onafhankelijke rol en wetenschappelijke expertise.

Het is voorts zorgelijk dat tijdens de raadsvergadering over het windproject bleek dat

niet alle raadsleden op de hoogte waren van de nabijheid van de zorgboerderijen en

van de doelgroepen die hier wonen en werken. Wie is er verantwoordelijk om hen goed in te iichten alvorens zij een besluit moeten nemen over het windproject?

Clienten zijn blij dat wij de meeste raadsleden nu geinformeerd hebben en dat er een aantal zijn komen kijken welke specialistische zorg wij bieden. Hoe kun je als

raadsleden/college met deze beperkt beschikbare informatie over gezondheids-

risico's tot een gedegen en verantwoord besluit komen? Is het verantwoord om een besluit te nemen als er nog zoveel vraagtekens zijn over de gezondheidsrisico's?

Wie is er straks aansprakelijk als er aanzienlijk meer gezondheidsklachten zijn bij omwonenden of als er specifieke cognitieve problemen gesignaleerd worden bij de

scholieren of als de klachten van de psychiatrische patienten toenemen? Tijdens de laatste informatiebijeenkomst door Pondera is gezegd dat de

windturbines niet op momenten stilgezet worden als gezien wordt dat de

gezondheidsklachten toenemen. Wei zou het gesprek daarover gevoerd kunnen blijven worden.

Specifiek werd gevraagd als de slaap van een bewoner van de zorgboerderij met epilepsie verstoord wordt door het geluid van een windturbine, waardoor zij 3

nachten op rij niet goed slaapt en het risico op een epileptische aanval waardoor zij in het ziekenhuis beland groter is (dit naar aanleiding van eerdere ervaring en

gebleken relatie tussen epileptische aanvallen en verstoorde slaap), dan nog kan er niet gebeld worden om de windturbine stil te zetten in de nacht. Hoe kunnen we dit met elkaar accepteren? Er wordt hiermee uitgesproken dat als ze er staan, wij geen

controle meer hebben. De regie over het windproject is daarmee kennelijk uit handen gegeven aan initiatiefnemers en externe adviseurs. Clienten kunnen vanzelfsprekend geen genoegen geven met de onduidelijke en

onvolledige antwoorden die tot op heden zijn gegeven, zeker niet waar artsen en gezondheidswetenschappers aangeven dat het plaatsen van grote windturbines als waarvan in het onderhavige geval sprake is op zeer korte afstand van omwonenden

en gevoelige objecten eigenlijk onverantwoord is. g~ii~rn

□DE

III HI

7

■w

VOSfaPE LANGE adv ocaten Voor objectieve, deskundige, gespeciaiiseerde en onafhankelijke (medische)

informatie over een en ander verwijzen clienten graag naar de website van www.windwiki.nl.

Clienten hopen dat u alsnog de sterk levende vragen betrekken in de definitief te

nemen besluiten en die baseren op deugdelijk, onafhankelijk wetenschappelijk

onderzoek. Bij twijfel dient er niet vergund te worden. Er zijn andere locaties waar weinig mensen wonen en in elk geval geen zorginstellingen zijn. Het eind van de Krabbeweg vormt daarvan een goed voorbeeld.

Geluid In

het akoestisch

rapport van

Pondera zijn

10 geluidgevoelige objecten

meegenomen. Daarvan zijn er echter 4 verbonden aan de initiatiefnemers zelf. De

vraag is dan ook in hoeverre dat rapport als representatief en juist is te beschouwen.

Een jaargemiddelde normering is feitelijk gebaseerd op een stapeling van

aannames en uitgangspunten die slechts een beperkte relatie hebben met de

feitelijke situatie waarin handhaving zou plaatsvinden. Die normering is - ook volgens DCMR -

in de praktijk niet of nauwelijks te controleren, laat staan te

handhaven. Die normering biedt dan ook in werkelijkheid onvoldoende bescherming

en is eigenlijk niet uit te leggen. Clienten krijgen bovendien niet de beschikking over draaidata. In de praktijk zijn al zelfs al voorbeelden bekend dat de melding over het bronvermogen afweek van de latere metingen.

De gebezigde tokening met geluidscontour geeft overigens een ander beeld en

uitkomst dan de rekentabellen. Daar zit kennelijk een mismatch. Het louter meten op de gevel lijkt bovendien met de komst van deze hoge windturbines achterhaald. Geluid zal immers niet alleen via de gevel het geluidgevoelig object binnendringen, maar ook via het dak. De meetmethode voldoet daarmee ook niet in voldoende

mate en is als zodanig achterhaald. De vraag rijst ook of het hier gehanteerde akoestische rekenmodel wel juist en met gebruik van de juiste parameters is toegepast.

De hier gebezigde geluidsgrenswaarden zijn achterhaald en gedateerd.

IIIIII[—i~ri

□Ol

III III

□ODDDDDD

8

VOSfaPE LANGE adv 0 eaten Het Verdrag van Aarhus gaat overigens uit van meten in plaats van berekenen en inspraak geven op het moment dat alles opties nog open staan, Nu de locatie al is

gegeven is ook van dat laatste in dit geval geen sprake. Overigens meet de gemeente met twee maten. Bij het eveneens binnen de gemeente vallende windproject Haringviietdam zijn de (strengere) geluidsnormen van 45 dB Lden en 39 dB Lnight uit het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving van toepassing verklaard.

Daarenboven

zijn

ook

geluidsnormen

voor

momentaan

geluid

opgelegd

(LAeqIOmin). De omgevingsdienst (DCMR) heeft onder verwijzing naar dat project die normering ook voor dit onderhavige windproject aanbevolen, maar ook dat

ad vies wordt ten onrechte niet gevoigd.

Met (ultra)laagfrequent of infrasoon geluid wordt evenmin gerekend, dit eveneens

ten onrechte. Onduidelijk is wat in dit geval de gevolgen van cumulatie van geluid

en/of windparken zijn. Het is onduidelijkheid troef, ook op het punt van concrete maatregelen om te mitigeren, laat staan om daadwerkelijk te controleren en te handhaven. De

geluidsituatie is ter plaatse al slecht. Met zware bedrijven tot en met categorie 4.2 op het bedrijventerrein is niet gerekend. Het gaat niet aan de slechte situatie nog

verder te verslechteren. De in de rapportage gebezigde geluidbelastingkiasse lijkt niet juist te zijn ingevuld, althans foutief te zijn berekend.

Zolang onduidelijk is c.q. blijft welk windturbinetype geplaatst gaat worden is sprake

van een hoge mate van onzekerheden. Bovendien zijn er sterke aanwijzingen dat de gebruikte waardes voor de bronsterkte van een windturbine waarmee de berekening is uitgevoerd niet representatief zijn voor de windturbine gedurende de

levensduur. Het geluidsvermogen zal eerder 3 dB(A) hoger liggen dan thans is aangenomen. Ook het wiektype speelt daarbij een belangrijke rol.

Aan vroegere of meer actuele geluidgrenswaarden wordt niet voldaan. Er is geen deugdelijke basis voor vergunningverlening aanwezig.

Illi

III 11I

9

VOSfaPE LANGE advocaten Slagschaduw

Diverse woningen van belanghebbenden ondervinden op dit moment al hinder en overlast door slagschaduw van het nabijgelegen Windproject Hartelkanaal. Dus zelfs ingeval de hinder als gevolg van slagschaduw van de geplande windturbines

wordt gelimiteerd tot 1 uur is niet uitgesloten dat slagschaduw van meer dan 6 uur per jaar wordt ervaren.

Ook blijkt niet of en zo ja op welke wijze op overschrijding van de duur van slagschaduwhinder op juist en effectieve wijze kan worden gehandhaafd.

Veiligheid

Bestaande bedrijven zullen naast het ervaren van ernstige hinder en overlast met de komst van de windturbines worden beperkt in hun bestaande exploitatie en

eventuele toekomstige uitbreidingsplannen. Dat staat volkomen haaks op het concept van de ‘ondernemingspolder. De aanwezige ontwikkelingsruimte valt weg.

Ook lang niet alle vragen op het punt van veiligheid zijn onderzocht en/of beantwoord, zoals bijvoorbeeld - in het bijzonder voor de vennootschap:

- welke werkzaamheden niet meer kunnen worden uitgevoerd na plaatsing van de

windturbines; - wat de impact is voor werknemers werkzaam op het Seggelandse Industrie terrein

die buiten (dienen te) werken op circa 125 meter afstand van de windturbinelocaties,

wat de impact is op veilig werken wanneer sprake is van noodzakelijke communicatie, dit beoordeeld op de korte, midden en lange termijn;

- wat de invioed is van de windturbines op de bij de vennootschap opgestelde

kranen, meer specifiek op het punt van turbulentie, windbelasting en windvIagen en hoe een en ander van invioed is op de huidige bedrijfsvoering van de vennootschap; - de Arbeidsomstandigheden wet (‘de wet’) verplicht iedere werkgever om een

arbobeleid te voeren dat zo veel mogelijk gericht is op optimale arbeids­

omstandigheden. Daartoe behoort het opstellen van de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E artikel 5 van de wet). Daartoe zijn in de wet verschillende verplichtingen opgenomen.

mffl -

11 11 I Illi

III III

□□d TnannnoD

10

VOSfaPE LANGE adv ocaten De komst van windturbines dien voor aanvang bouw daarin te worden opgenomen en verwerkt, want vormt verplicht onderdeel van het RI&E-toetsingskader; - Clienten verneem graag van de gemeente waarmee concreet met de komst in de

RI&E dient te worden gerekend. Dat kan ook van invioed zijn op het wel of niet aantrekkelijk werkgever zijn en op de arbeidsvreugde van het ter plaatse werkzame

personeel: - de vraag wat geluid en slagschaduw doet op korte afstand doet met werknemers is

niet beantwoord. Denkbaar is dat als gevolg van die effecten vermoeidheid ontstaat, met een aanmerkelijk grotere kans op ongevallen dan waarvan thans sprake is. Vergelijkbare vragen rijzen op het punt van reflectie, ijsafworp, lichtschittering en wiekbreuk. In het geval van ijsafzettingen en wiekbreuk kunnen (zeer) grote delen ijs

of windturbinematerialen over een grote afstand worden weggeworpen en dodelijke of anderszins levensgevaarlijke en levensbedreigende projectielen in de omgeving

worden; - vanuit de vennootschap bezien kunnen ook de door hen ter plaatse aanwezige

kranen onverhoopt schade toebrengen aan de windturbines. Het komt immers al sinds jaar en dag met enige regelmaat voor dat de vennootschap kranen test van 215 tot circa 230 meter hoog. Er is met de komst van windturbines geen vrijeval

ruimte meer. Ook dat is kennelijk niet onderzocht; - etcetera.

Onderzoeken zijn ten onrechte niet aanwezig of niet voiledig, terwiji wel sprake is

van plaatsing in een gebied vol activiteiten en bijzondere risico’s.

Ecologie

Clienten maken zich ook ernstig zorgen over de natuur, biodiversiteit en vele andere aspecten zoals hieronder verwoord. De ‘natuur" in de breedste zin van het woord zal op een overweldigende manier schade ondervinden van deze windturbines. Veel

van die schade zal van onherstelbare aard zijn.

Ontheffing soortenbescherming Omgevingsdienst Haaglanden

De ontheffingsrapportage van Omgevingsdienst Haaglanden is onvolledig. In deze

ontheffing wordt een lijst van vogels opgevoerd waarbij een ontheffing verleend wordt voor het bewust doden van deze dieren.

11

*

VOSfaPE LANGE adv ocaten Uit de eerste resultaten van dit onderzoek blijkt dat er zeer gevoelige en bedreigde

vogels in de opsomming van Omgevingsdienst Haaglanden ontbreken. Deze vogels zijn heel duidelijk aanwezig en waarneembaar in het gebied. Verder is het opvallend dat er uitsluitend gesproken wordt over aanvarings-

slachtoffers. Er wordt immers op geen enkele wijze onderzoek gedaan naar de verstoringen van leef- en jachtgebieden van vogels, zoogdieren en insecten. TerwijI

deze industriele megaturbines onvermijdelijk ook indirecte slachtoffers zullen

maken. De rapportage van Haaglanden wordt afgesloten met een uitgebreide duur-

zaamheidsparagraaf waaruit is op te maken dat de schade aan flora- en fauna niet opweegt tegen het duurzaamheidseffect van dit project. Dit lijkt een onjuiste kort-

door de bocht analyse.

Radar onderzoek

Het radaronderzoek is in november en februari gedaan. Het is nu alsof je kijkt hoeveel water er uit de kraan loopt zonder dat deze aangesloten is op een

waterleiding. Veel beschermde vogelsoorten trekken vanaf September/ oktober naar

andere landen. De migratie begint daarmee 2 maanden voor het radaronderzoek. Het radaronderzoek is daarmee op het verkeerde tijdstip gedaan en zou voor de

zorgvuldigheid gedaan moeten worden op het moment dat de vogels hier daadwerkelijk zijn of passeren, bijvoorbeeld in de periode juni tot en met September.

Het rapport kwalificeert daarmee als feitelijk goeddeels onjuist en onbruikbaar. Onderzoeken waaraan gerefereerd wordt in de aanvraag met betrekking tot

viuchtbewegingen van de vogels zijn gebaseerd op windmolens tot 160 meter

tiphoogte. Om een goed beeld te krijgen zou eerst gedegen onderzoek gedaan moeten worden naar het effect van windturbines van deze grootte in landelijk

gebied. Dit ontbreekt echter in deze aanvraag. Hierbij is het belangrijk te beseffen

dat een windturbine met een tiphoogte van 160 meter een oppervlakte van 7.800 m2 bestrijkt met zijn rotors, terwiji dit bij een turbine met een tiphoogte van 230 meter 21.100 m2 is!

[~[~l [—]f1

pni

III III

nnnnnnn

12

VOSfaPE LANGE adv 0 eaten

Bij het onderdeel ganzentrek is gebruikt gemaakt van gegevens uit de Sabinapolder

uit 2012. Het betrof hier windmolens met een ashoogte van ongeveer 60 meter. Met alleen de gegevens uit dit verouderde onderzoek is het onmogelijk om een goede

conclusie te trekken over de invioed van de megaturbines in Brielle op de ganzentrek.

Onderzoek van de Vogelbescherming laat zien, dat vooral Zwartewaal een slechte plaats is om windturbines te plaatsen. Naar de voorgenomen plaats is op dit moment geen onderzoek gedaan. Aangezien Zwartewaal als hoog risicogebied

wordt gezien, lijkt een dergelijk onderzoek op de locatie Brielse Brug logisch,

aangezien dit slechts minder dan 2 km verder is. Vogels kunnen met hun viucht

gemakkelijk deze afstanden overbruggen. Daarnaast hebben de vogels door de windmolens aan de Al 5 minder uitwijkmogelijkheden, waardoor dit voor de

populatie gevaarlijke situaties kan opleveren. Er is een groot aantal beschermde vogelsoorten waargenomen, waar geen rekening

mee is gehouden in het onderzoek. Onder andere de siberische tjiftjaf. Dit is een andere dan de genoemde gewone tjiftjaf. De grote kruisbek is veel zeldzamer dan de gewone kruisbek. Daarnaast is de witkopstaartmees waargenomen in Brielle.

Deze wordt met reden steeds zeldzamer.

Daarnaast wordt in het onderzoek geen enkele waarneming van de buizerd en de kerkuil gedaan, terwiji deze aantoonbaar hun leefgebied in get betreffende

plangebied hebben. Het onderzoek zoals omschreven in hoofdstuk 6.3.5. op pagina

250 van document Windproject Brielse Brug Bijiage 5B - bijiagendocument v3.pdf is onjuist. Hier staat namelijk dat er niet tot nauwelijks eenden voorkomen in het

gebied. Dit is onjuist en zal (ook) opnieuw onderzocht moeten worden. Tevens is de bedreigde Wespendief waargenomen in de omgeving van het

plangebied waargenomen in Oostvoorne. Een nestkast is aanwezig op circa 1.200 meter van een geplande windturbines.

13

VOSfaPE LANGE adv ocaten Brietse Boer 2 me. >023 - 0

Veel potentie^ nieuw Jeven #oponzebo€rderij

Ee'der troffen we ai een eendwnest. Zat^dag vonden we vtakbij de schuur een nest van een fazant met liefst 13 (!) eieren. Een tijdje geleden zagen we vaker een manne^esfazant met twee vrouwtjes lekker eten van het gemorste stro van de paarden. Daar is dus iets moois van gekomen V We volgen op gepaste afstand het uitbroeden van de kuikens. En vandaag troffen we ook een scholekster nest op de akker waar aardappelen komen. Na de foto keerde moeder scholekster weer terug op het nest Dus ock dat wordt spannend of de drie eieren goed uitkomen. Het nest is geiukkig goed te herkennen. dus kunnw) we er straks r^ening mee houden met de

VIeermuizen De rosse vleermuis komt ook in dit gebied voor. Deze staat op rode lijst bedreigde diersoorten. Windturbines zijn een grote bedreiging voor de instandhouding van deze soort. De meeste vIeermuizen worden waargenomen in oktober, buiten de hier

onderzochte periodes. Het onderzoek is ook op dit gebied nogal beperkt doordat het in relatief korte periode heeft plaatsgevonden, waarbij bovendien de momenten ook

relatief kort waren De gebruikte ‘audiomoth’ is op een klein paaltje aan 1 kant van de n57 gebruikt. Dat geeft geen representatieve weergave noch een juist beeld. Het verwachte aantal slachtoffers in de gebruiksfase is getoetst aan de staat van instandhouding van de relevante vieermuissoorten.

Krom

gFCT

nni 'Bnonnnn

y

14

VOSfaPE LANGE advocaten Lintott et al. (2016) laten zien dat ecologisch onderzoek en ‘impactassesmenf een

slechte voorspellers blijken te zijn met de veel hogere impact van windturbines op slachtoffers bij vieermuizen. Voor een eerste indicatie van de effecten van sterfte op de populaties is deze vervolgens getoetst aan de 1%- mortaliteitsnorm. Net als bij vogels wordt ook bij vieermuizen getoetst aan de 1%-norm. Ook bij

vieermuizen willen wij aangeven dat er geen plaats (meer) is voor het gebruik van deze norm.

1) Zoals hierboven aangehaald, laten Lintott et al. (2016) zien dat state-of-the-art

ecologisch onderzoek veel lacunes kent en daarmee de effecten nauwelijks zijn in te schatten, onder andere door aantrekking van vieermuizen op turbines; 2) De rosse vieermuis staat op de rode lijst van bedreigde diersoorten en

windturbines zijn een gevaar voor de gunstige staat van instandhouding van de

populatie van deze soort. De plaatsing van turbines in gebieden met veel rosse

vieermuis activiteit zal hoogstwaarschijniijk de staat van instandhouding verder verslechteren, hetgeen in strijd is met de Habitatrichtlijn;

3) Vieermuizen zijn langlevende soorten, waarbij zij net als alle andere vieermuizen

maximaal een jong per jaar krijgen, waarbij waarschijniijk (hier zijn geen studies

naar gedaan) niet eens de helft van de jongen het eerste jaar overleeft. Aanvullende, niet natuurlijke mortaliteit heeft dan ook directe impact op de populatie,

lets waar de 1%-norm geen rekening mee houdt; 4) Deze norm houdt geen rekening met de cumulatieve effecten van alle in Nederland gebouwde en nog te bouwen windturbines op de sterfte van vieermuizen als gevolg van aanvaringen met turbines. Akerboom et al. (2021) rekenen dit na.

15

<»

VOSfaPE LANGE Mortaliteitsnorm Voor de natuur zullen de geplande turbines substantiele gevolgen hebben. Op dit

moment spreekt men over de 1%-norm. Daarmee wordt bedoeld dat per individueel

windpark 1% extra sterfte van de populatie van een vogelsoort of vieermuizensoort geen wezenlijke impact voor die soorten heeft. Pas wanneer deze 1% wordt

overschreden, zou er sprake van een reele impact op de betreffende soort. Inmiddels is duidelijk dat deze aanname niet langer is te gebruiken. Immers is er

overal in Nederland (en daarbuiten) sprake is van cumulatieve effecten van de gezamenlijke windparken op populaties van kwetsbare diersoorten. Het toepassen

van de 1% norm op individuele windparken werkt sterk verhullend op de gevolgen

voor de ‘staat van instandhouding’ van die soorten. Voor specifieke vogelsoorten is al aangetoond dat de overschrijding van deze 1%

norm op langere termijn tot veel grotere populatie-effecten leidt, nota bene van 224% op een termijn van 10 jaar. Het toestaan van een sterfte stijging van 5% tot bestaande sterfte resulteerde in een vermindering van 9% - 77% in de populaties na 10 jaar. Een procent extra aan natuurlijke sterfte vermindert de populatiegrootte van

bijvoorbeeld de visdief met 5% in 10 jaar en van de lepelaar en zeearend met 2-3%.

Voor vieermuizen worden soortgelijke conclusies getrokken. Ook hier blijven de

cumulatieve effecten ten onrechte buiten beschouwing.

De conclusie van clienten (en die van onder meer Natuurvereniging Hollandse Delta) is dat de 1%-norm niet langer houdbaar is. Er dient naar alle relevante aspecten gekeken te worden om reele uitspraken te kunnen doen over de werkelijke effecten van windturbines op de staat van instandhouding van vogels en vieermuizen.

Zoogdieren In de aanvraag wordt zeer beperkt omschreven wat de impact van de windturbines

zijn op grondgebonden zoogdieren. Het geluid van de windturbines op zoogdieren is hierin helemaal niet benoemd. Aangezien er in de omgeving met zekerheid te

stellen is dat er diverse zoogdieren aanwezig zijn welke effect kunnen ondervinden, dient hier (alsnog) gedegen onderzoek naar gedaan worden.

M JBt bI □panngp

mm ra p

16

V

VOSfaPE LANGE advocaten In een vergelijkbaar project (windproject A16) is gebleken dat er in het gunstigste

geval licht negatief effect is op grondgebonden zoogdieren. Dit rechtvaardigt de eis

om te onderzoeken wat het effect is in dit geval en of dit acceptabel is.

Overigens is het opvallend dat er geen notie gedaan is van de Noordse Woelmuis. De beide turbines bevinden zich vlakbij het leefgebied van dit zeldzame bedreigde zoogdier. De habitat van dit bijzondere dier is het afgelopen decennium uitgebreid door de aanleg van een uitgebreide ecologische hoofdstructuur op Voorne Putten.

Deze structuur van kreken en begroeiing bevindt zich in de directe nabijheid van de beoogde windturbines. Ontwatering

De totale oppervlakte van het beoogde project bedraagt een geschatte 11.260 m2 oppervlakte. Pondera neemt voor het gemak wegen van 5m breed, welke bijzonder

smal zullen zijn bij het vervoer van onder andere de wieken. Hierbij wordt dus al de vraag gesteld of het niet meer zal zijn dan de voorgenomen 11.260 m2. Indien een

project meer dan 1.500 m2 bedraagt, zullen additionele maatregelen moeten worden genomen. Dit project is daarmee 8x zo groot als toegestaan. Het water moet vertraagd afgevoerd worden. Zeker met de neerslag van afgelopen jaar zal dit nog een flinke uitdaging worden. Er is bovendien een watervergunning nodig. Dit wordt

in het onderzoek van Pondera al genoemd. Echter is er nog geen plan voor de

uitvoering hiervan en moet dit nog overlegd worden met het waterschap.

Nachtverlichting signaallampen

“Het effect van de obstakelverlichting op de windturbines op vogels is in deze studie

niet nader beschouwd. Uit eerder literatuuronderzoek (Lensink & van der Valk 2013)

is vast komen te staan dat luchtvaartverlichting op windturbines, zoals toegepast in

Nederland, niet leidt tot extra risico’s voor vogels.” Hierbij wordt verwezen naar een 11 jaar oud onderzoek waarbij toch opgemerkt

mag worden dat er in tussen wel als bevestigd mag worden beschouwd dat er veel zaken welke als niet relevant warden beschouwd in die periode welke nu als relevant worden beoordeeld.

ms

□DI

]-[—I Illi

III III

'□□□□nno

17

VOSfaPE LANGE advocaten Initiatiefnemers hebben aangegeven met de omgeving in gesprek te willen om een systeem te installeren wat de verlichting alleen inschakelt als er een vliegtuig nabij is. Dit is vanzelfsprekend een minimaal vereiste op een nieuwe installatie, maar ook

het effect van plotseling in en uitschakelen van de verlichting in de donkere uren van de dag is niet onderzocht en zeker nog niet geborgd.

Zodoende is het wenselijk om onderzoek te doen near de reactie in het gedrag van dieren op de aanwezigheid van obstakelverlichting op de windturbines.

Insecten

Het effect van windturbines om insecten is onvoldoende onderzocht in de aanvraag. Uit de aanvraag wordt in de context van amfibieen omschreven dat er nauwelijks insecten voorkomen. Dit lijkt bepaald geen goede weergave van de realiteit. Er is de laatste tijd veel te doen omtrent biodiversiteit. Vaak wordt er gezegd dat er

tegenwoordig veel minder insecten zijn dan ‘vroegef’. Het aantal insecten dat sterft door windturbines ligt niet vast. Er is simpelweg nog onvoldoende onderzoek naar

gedaan. Er is wel een Duits onderzoek dat ‘verrekencf is naar de Nederlandse situatie, hieruit kwam een inschatting van 115.000 kilo(!) dode insecten per jaar door windturbines. Een andere inschatting van Michiel Wallis De Vries (buitengewoon

hoogleraar Ecologie en Bescherming van Insecten aan Wageningen University and Research) komt tot een grove schatting van 87.000 kilo dode insecten door

windturbines in NL. Vaststaat is dat die miljarden insecten een cruciale rol spelen in

ons toch al wankele en kwetsbare ecosysteem. Door het plaatsen van steeds meer windturbines kan dat wankele evenwicht negatief laten uitslaan. Ook hier dient meer onderzoek plaats te vinden.

11 [ I I Illi

nni

III I [I

Tddddddd

18

VOSfaPE LANGE Lokale effecten Doordat het overgrote deel van de windturbines binnen de RES-regio in deze

omgeving staan is het goed mogelijk dat er juist hier een aanzienlijke (lokale) invioed is op onder andere de biodiversiteit, vogelsterfte, lokale instandhouding van bepaalde stoffen, milieuvervuiling, effecten van het vermengen van luchtlagen,

enzovoorts.

Coating/ schadelijke stoffen Clienten verlangen een gedegen onderzoek naar het type coating welke gebruikt

gaat worden bij de beoogde windturbines. Uit gerefereerd onderzoek van het RIVM blijkt dat er jaarlijks naar schatting tot 14 kg microplastics vrijkomen. Tot op heden is

er geen informatie beschikbaar over het type coating dat gebruikt gaat worden, dit terwiji dit wel degelijk van belang is. In onderstaande figuur een korte opsomming

van mogelijk schadelijke materialen in de windturbine. De vraag is of deze

inschatting correct is.

III'] ll~l

nni

III III

□□□□□□□□

19

«»

VOSfaPE LANGE adv ocaten ^^B'oridCTded IHIB turbine

Voofnaamste matedale

Inschattlng rd evantie voor emissies tijdens levensduw

Composiet van gias< of kootoofvezeis en ep oxy. coatings

Microplastics en toegevoegde stoffen tn coatings door sl^ge van coatings

WiekerVWaden

Hub/mkidetpunt IJzer (aanknopingspunt Waden)

.:-S«

te.r•

Geen

Gondel/naceDe (bevat generator en tandwielkast)

Overfcappingvanglasvezel Geen en epoxy of staal. staal. permanente magneten, eiektrcx^he printptaat, batter^n

Mast

Platformen en ladders van UWoging/lkhie aluminium, staal, coatings siqtage van (stoffen in) coatings

Fundament

Beton. staal enijzer

Overige

Kabetsenstroomrails LekkenSF« (plastic, koper. aluminium).

weetetll en/t^ aUterbottW ^ j

Geen

uoter

woierbodan .grondwoter

Verder geeft het RIVM aan dat de stoffen qua samenstelling vergelijkbaar zijn met coatings gebruikt in de luchtvaart, drinkwatersector, water- en wegenbouw. Een

aantal van de stoffen die aanwezig zijn in dergelijke coatings is geclassificeerd als

‘gevaarlijk' vanwege hun mogelijk schadelijke effecten op mens en ecosystemen.

De stoffen kunnen uitlogen uit de coatings waardoor ze in het milieu terechtkomen. Biologische testen {bioassays) met uitloogvioeistoffen van coatings laten zien dat er langs deze route inderdaad nadelige effecten, zoals verminderde voortplanting.

kunnen optreden bij in het oppervlaktewater levende organismen. Clienten willen

een complete inzage in welke chemische stoffen er toegepast worden bij deze

windturbines. Dit kan grote impact hebben op de biodiversiteit in het gebied (en

verder gezien waterwegen) waar de windturbines beoogd zijn. Mogelijk is er sprake van de zeer schadelijke stof Bisfenol A. Na vragen uit de raad

is er door de wethouder verteld dat door gebruik van coatings de slijtage van de leading edge beperkt wordt. Echter beperkte slijtage is niet 0 en hoeveel het exact is

wordt op dit moment niet duidelijk. Ook coatings zelf zijn schadelijk en aan slijtage onderhevig. Het grote aantal turbines in de omgeving van clienten, de onzekerheid

over hoeveel Bisfenol A, microplastics en coatings er exact in het milieu terechtkomen en het feit dat dit nooit meer verdwijnt maakt dat terughoudendheid

oftewel voorzorg geboden is. SB

DPI

11111 [~~n~]

III 111

'Tnnnnnnn

20

♦

VOSfaPE LANGE adv ocaten Netwerkaansluiting Volgens de plannen wordt aangesloten op het station Geervliet van Stedin. De

exacte ligging van de kabels naar dat aansluitstation dient nog bepaald te worden

en maakt geen onderdeel uit van dit plan.

Onduidelijk is of daadwerkelijk binnen de beoogde plantermijn een netwerkaansluiting gerealiseerd kan worden. Als die vraag negatief beantwoord meet worden is de uitvoerbaarheid van het project in het geding.

Stikstof

De vraag is of de Aerius berekening op de juiste gegevens berust en of die daarop gebaseerde berekening juist is uitgevoerd. Dat is op dit moment niet duidelijk.

Landschappelijke inpassing Windturbines als waarvan in dit geval sprake zijn zo hoog dat deze vanaf grote afstand zichtbaar zijn en niet in het landschap zijn in te passen. Er is sprake van

versnippering en verrommeling en bovendien sprake van een ernstige bedreiging

van de ecologische verbindingszone (onderdeel van het NNN) en beleving van het

landschap en aanwezige openbare recreatiegebieden en recreatie (waaronder camping, vakantiepark, horecagelegenheid, recreatieve stranden, kinderspeelparadijs en outdoorcentrum). Het gebied is aangewezen als een gebied met

specifieke waarde (categorie 2).

De kwaliteit van het gebied wordt niet verbeterd maar verslechterd.

De zichtlijnen vanaf de N57 richting Brielle en het open landschap worden niet versterkt

maar

verstoord

en

aangetast.

Er

is

interferentie

met

andere

windturbineopstellingen in de nabije omgeving, zoals de windturbines in de

Europoort. De locatie is ook pas later in beeld gekomen en was niet in VRRM, in Wervelender of in het convenant stadsregio opgenomen. Het betreft derhalve een ‘alternatieve

locatie’. Een goede onderbouwing voor deze alternatieve keuze ontbreekt.

m

~ 11111 rrn lu i ii '

nmll lirTnnnnnnn

21

>

VOSfaPE LANGE advocaten Obstakelverlichting Het minimaliseren van de negatieve effecten door verlichting is derhalve op geen

enkele manier geborgd. Alles is mogelijk met alle negatieve gevolgen voor de gezondheid tot gevolg. De vergunning is op dit punt ondeugdelijk. Voort geldt uiteraard ook hetgeen hiervoor al in het kader van ‘natuur’ is opgemerkt

(nachtverlichting signaallampen).

Ontwerpmaatwerkbesluit

Het maatwerkbesluit mist deugdelijke onderbouwing. De inhoud van dit besluit berust immers tevens op onderliggende onderzoeken en rapportages die naar aard

en inhoud onjuist zijn. Die fouten en gebreken werken door in dit besluit.

Mitigatie

Als slechts zoals in dit geval door mitigatie aan de vergunningsvereisten kan worden voldaan kan niet worden vergund. De vergunning zelf voldoet dan immers niet aan de daaraan te stellen eisen. Dat kan worden gemitigeerd is lets voor de

uitvoeringsfase, maar niet voor de aanvraagfase. Beleid

De inzet was in te zetten op werkelijke participatie in het proces, financiele participatie en leefkwaliteit. Daar is weinig tot niets van terecht gekomen. Er is zo

bezien strijd met het geformuleerd beleid. De concept besluitvorming is daarmee

onverenigbaar. RES

Ook merken clienten nog op dat vergunningverlening niet los kan worden gezien

van de Regionale Energie Strategic en daarop steunt. Die RES vormt een plan of

programme in de zin van de SMB-richtlijn, maar is niet vooraf planMER getoetst. Dat had wel gemoeten. Zonder die SMB-toets kan niet worden vergund.

22

*

VOSfaPE LANGE adv ocaten

Schaarse vergunning In dit geval wordt derhalve met het verlenen van de omgevingsvergunning een schaars recht toebedeelt. In dat geval had het bevoegd gezag een passende mate

van openbaarheid moeten garanderen met betrekking tot de beschikbaarheid ervan, de verdelingsprocedure, het aanvraagtijdvak en de verdelingscriteria. Dat alles is echter niet gebeurd. Dat is in strijd met dwingende en rechtstreeks werkende regels

van Unierecht (Dienstenrichtlijn). Bovendien wekt de gemeente dusdoende niet de schijn onbevooroordeeld, onafhankelijk en onpartijdig te opereren.

Bestemmingsplan Het windproject past niet in het geldende bestemmingspian. Voorwaarde voor

verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Nu deze ontwikkeling dat wel is kan niet worden afgeweken en niet worden vergund.

Onzorgvuldige voorbereiding

Uit voornoemde punten voIgt dat er sprake is van een ondeugdelijk een gemankeerde en daarmee onzorgvuldige voorbereiding. die ook nog eens als

onrechtmatig kwalificeert en geen goede waarborgen biedt voor een goede

ruimtelijke ordening noch een aanvaard woon-, werk- en leefkiimaat.

Dit klemt te meer nu de voormalige gemeente Brielle ophield te bestaan op 1 januari 2023. Het nieuwgevormde gemeentebestuur van de huidige gemeente wees de

bouw van windturbines op land expliciet af. De voormalige gemeente besloot echter

nog op 21 december 2022 een anterieure overeenkomst over de plaatsing van windturbines te sluiten. Aansluitend heeft het eveneens demissionaire college van b&w op 28 december 2022 het OBP Windturbines Haringviietdam Hellevoetsluis in

een niet reguliere vergadering vastgesteld.

ms

nni 'n nnnnnnn

23

* *

VOSfaPE LANGE adv ocaten Tot slot Het windproject is welbeschouwd onzorgvuldig voorbereid en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het leidt niet tot een aanvaardbaar woon- en leefkiimaat.

Bovendien is sprake van strijd met de SMB-richtlijn en worden met realisatie en

exploitatie van de voorgenomen windturbines dwingende regels van Unierecht

ontweken. Dat is onrechtmatig en daarmee ontoelaatbaar. De SMB-richtlijn heeft immers een hoog beschermingsniveau, moet ruim worden uitgelegd en ruim worden toegepast en mag niet worden ontweken. Aan strategieen om daaraan te ontkomen

moet een haltjazorden toegeroepen. Het windproject is daarmee ook onuitvoerbaar.

raag ontvang ik uw ontvangstbevestiging en bericht van verdere behandeling.

leze brief Deze briel stuur ik per gewone post alsmede per koerier op bovengenoemd adres

fftddijk 26 to Hellevoetekiis?^ Met vriendelijke greet.

P.,

le Lange

ram - roam mn

nnril! Ihnnnnnnn

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14015122/1