Windproject Noordzeeboulevard Totaal zienswijzendocument geanonimiseerd
Tekst van het document
Gedeputeerde Staten Postadres Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum
Zie verzenddatum rechtsonder Ons kenmerk
DOS 2025-0002750 PZH 2025-877628456 Uw kenmerk
-
De gemeenteraad van Voorne aan Zee, t.a.v. afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis
Bijlagen
-
Onderwerp
Zienswijze inzake ontwerp omgevingsvergunning van Windproject Noordzeeboulevard Geachte raad van Voorne aan Zee , Inleiding De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is toegepast. Als onderdeel van die procedure wordt eerst een ontwerpbesluit bekendgemaakt, waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40, digitale vindplaats: Omgevingsbeleid - Provincie Zuid-Holland. In de visie, de Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Wij dienen tegen het ter visie liggende ontwerpbesluit van uw gemeente een zienswijze in vanwege een voorgestelde beperking van het windproject Noordzeeboulevard. De zienswijze heeft betrekking op de ontwerpbesluiten inzake windproject Noordzeeboulevard (WP Noordzeeboulevard), bestaande uit: • de ontwerp-omgevingsvergunning met zaaknummer 1992ESUITE2492352023 en OLO-kenmerk 8263979 (WT1); • de ontwerp-omgevingsvergunning met zaaknummer 1992ESUITE2491582023 en OLO-kenmerk 8244365 (WT2); en • de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van 5 juni 2025 met zaaknummer 64666-2025.
Beperking windproject Noorzeeboulevard onrechtmatig Gedeputeerde Staten zijn blij dat Voorne aan Zee stappen zet om windenergie te realiseren aan de Noordzeeboulevard. Voorne aan Zee handelt daarmee in lijn met de bestuurlijke afspraken met de provincie (bestuursovereenkomst bevoegdheden windenergie Westvoorne d.d. 9 december 2019, bijlage 1), de regiogemeenten in het Convenant windenergie Rotterdamse Regio en de RES
PZH-2025-877628456 dd. 24-07-2025
Ons kenmerk
2025-0002750
Rotterdam Den Haag. Wij constateren echter ook dat in de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de ontwerp-omgevingsvergunningen beperkingen worden voorgesteld, waardoor windproject Noordzeeboulevard minder kan bijdragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen dan gehoopt. De initiatiefnemer hanteert in haar aanvraag een bandbreedte voor de specificaties van de windturbines met een tiphoogte van minimaal 225 en maximaal 280 meter. Uit de ter inzage gelegde documentatie begrijpen wij dat er vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening geen bezwaren bestaan tegen de bovenkant van die bandbreedte. Op 5 juni 2025 heeft de raad er echter voor gekozen om in de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunningen de voorwaarde op te nemen dat de windturbines ontwikkeld worden binnen het kader van het raadsbesluit van Westvoorne van 23 maart 2022. Dat houdt volgens de voorwaarde in dat de twee windturbines gezamenlijk een opgesteld vermogen van maximaal 11.6 MW en met een tiphoogte van maximaal 225 meter mogen hebben. Deze voorwaarde is door uw college als voorschrift 13 opgenomen in de ontwerp-omgevingsvergunningen. Deze beperking zal tot gevolg hebben dat windproject Noordzeeboulevard niet optimaal kan functioneren.
Wij vinden het spijtig dat de raad beperkingen wil opleggen aan windproject Noordzeeboulevard waardoor dit windproject niet optimaal kan bijdragen aan de provinciale windenergieopgave. Daarnaast vragen wij ons af of deze beperkingen juridisch te rechtvaardigen zijn. Een verklaring van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan op grond van artikel 2.27, eerste, derde en vierde lid, Wabo en artikel 6.5, tweede lid, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) slechts worden geweigerd of onder voorwaarden worden verleend in het belang van een goede ruimtelijke ordening. De beperkingen van de windturbines tot een tiphoogte van maximaal 225 meter en een opgesteld vermogen van 11.6 MW moeten dus gebaseerd zijn op ruimtelijke argumenten. Die argumenten lijken te ontbreken. De ontwerp-omgevingsvergunningen en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen bevatten geen ruimtelijke onderbouwing van deze beperkingen. In de ontwerpverklaring van geen bedenkingen staat juist dat windproject Noordzeeboulevard niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat er geen weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 2.27, derde lid, Wabo en artikel 6.5, tweede lid, Bor van toepassing is.
De voorwaarde aan de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en het voorschrift in de ontwerpomgevingsvergunningen zijn opgenomen naar aanleiding van het amendement “Voorwaarden windopgave Voorne aan Zee”. In dit amendement wordt gesteld dat een hoger opgesteld vermogen van een windturbine ruimtelijk meer overlast veroorzaakt voor wat betreft het laagfrequent geluid en horizonvervuiling en meer impact heeft op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. In het amendement staat echter ook dat de raad bereid is om de beperking te laten vallen als het afwijzingsbesluit voor windproject Brielse Brug onherroepelijk is geworden en de locatie uit de Visie Ruimte van Mobiliteit van de provincie Zuid Holland voor dat windproject is vervallen. In navolging van deze voorwaarde heeft de raad de motie “Mogelijke route naar vervallen projectlocatie windturbines Brielse Brug” aangenomen.
2/3 PZH-2025-877628456 dd. 24-07-2025
Ons kenmerk
2025-0002750
De stelling dat een hoger opgesteld vermogen meer overlast veroorzaakt, is evenwel niet onderbouwd met (ruimtelijke) argumenten en verhoudt zich lastig tot de ruimtelijke onderbouwing bij de ontwerp-omgevingsvergunningen. Daaruit blijkt immers dat er vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordeningen geen bezwaren bestaan tegen een hogere tiphoogte en opgesteld vermogen. Het raadsbesluit van 23 maart 2022, waaruit de beperkingen voor windproject Noordzeeboulevard zouden volgen, bevat ook geen ruimtelijke argumenten. Verder merken wij op dat het feit dat de raad bereid is om de beperkingen van windproject Noordzeeboulevard te laten vallen als windproject Brielse Brug definitief niet doorgaat, ervan getuigt dat de raad windproject Noordzeeboulevard beperkt om redenen buiten de ruimtelijke sfeer. Wij zien ook niet in hoe een beperking van het opgestelde vermogen van de windturbines gerechtvaardigd kan worden met ruimtelijke argumenten omdat het opgestelde vermogen zelf geen ruimtelijke gevolgen heeft. Tot slot vragen wij ons af of het afhankelijk maken van het ene windproject van het vervallen van het andere windproject wel ruimtelijk relevant is.
Gelet op bovenstaande verzoeken wij u om de voorgestelde beperkingen voor windproject Noordzeeboulevard, die benoemd zijn in het amendement, de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de ontwerp-omgevingsvergunningen, niet op te nemen in de definitieve verklaring van geen bedenkingen en de omgevingsvergunningen, tenzij daaraan een grondige ruimtelijke onderbouwing ten grondslag kan worden gelegd. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens constateren wij dat het ontwerpbesluit op genoemde onderdelen niet in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader en daarom verzoeken wij u om het besluit alsnog op deze punten aan te passen.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, drs. K.P. Spannenburg Hoofd Beoordeling Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen.
3/3 PZH-2025-877628456 dd. 24-07-2025
Port of Rotterdam
Gemeenteraad Voorne aan Zee t.a.v. Afdeling Ruimtelijke ontwikkeling Postbus 13 3220 AA HELLEVOETSLUIS
Datum 24 juli 2025 Ons kenmerk HBR18122-449211569-475 Aantal bijlagen Contactpersoon Colinda Land Telefoon +31 (0)6 51 33 19 83 E-mail ca.land@portofrotterdam.com
En per e-mail aan: qemeente(a)voorneaanzee.nl
Onderwerp: Zienswijze Ontwerp besluit omgevingsvergunningen windproject Noordzeeboulevard
Geachte Raad,
Op 18 juni 2025 heeft het College van B&W bekend gemaakt dat u heeft besloten voor het ‘Ontwerp besluiten windproject Noordzeeboulevard Voorne aan Zee’ een ontwerp verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het verlenen van twee omgevingsvergunningen voor het realiseren van (ieder) één windturbine aan de Noordzeeboulevard (in totaal dus 2 windturbines). Via de kennisgeving van 18 juni jl. zijn vervolgens de officiële stukken ter inzage gelegd. De ter inzage legging eindigt op 31 juli 2025. Achtergrond Havenbedrijf Rotterdam N.V. (HbR) heeft in haar ondernemingsstrategie aangegeven te streven naar een klimaatneutrale haven. Windenergie op land en zee levert een bijdrage om die ambitie te realiseren. Waar mogelijk stimuleert HbR de ontwikkeling van windinitiatieven mits deze geen impact hebben op het functioneren van het Haven Industrieel Complex (HIC). Alhoewel wij in 2023 al door de gemeente Voorne aan Zee zijn betrokken bij deze planvorming hebben wij moeten constateren dat door omstandigheden de communicatie op dit dossier sinds februari 2025 is stilgevallen. Reeds in 2023 hebben wij kenbaar gemaakt zorgen te hebben op het effect van de windturbines op de leidingstroken van het HIC.
Wij moeten constateren dat op grond van de ontwerp omgevingsvergunningen en het gesprek met de ontwikkelaar en gemeente Voorne aan Zee op 24 juli 2025 die zorgen nog niet volledig zijn weggenomen. Mede gelet op het grote belang van de leidingstroken voor het functioneren van het HIC dienen wij deze zienswijze in. Externe Veiligheid High Impact Zone (HIZ) In de onderbouwing en de aanvullende onderzoeken met betrekking tot de leidingstrook wordt de nadruk gelegd op de leiding van Hytransport. Als beheerder en ontwikkelaar van het HIC kijken wij niet alleen naar het effect op individuele leidingen zoals die van Hytransport, maar ook naar het effect op de totale leidingstrook. Nog niet volledig gevulde leidingstroken bieden ruimte voor toekomstige buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Om de effecten goed in beeld te brengen, wordt gekeken naar de plaatsgebonden risicocontour (zie hierna) maar ook naar de HIZ van de windturbine.
Post Havenbedrijf Rotterdam N.V., Postbus 6622, 3002 AP Rotterdam Bezoek World Port Center, Havennummer 1247, Wilhelminakade 909, 3072 AP Rotterdam Website V7ww.portofrotterdam.com KvK 24354561 BIC INGBNL2A IBAN NL 39 ING B 0663 616476
Pagina
1/3
Datum 24 juli 2025 Ons kenmerk HBR18122-449211569-475
In de Handreiking Risicozonering Windturbines is opgenomen dat windturbines geen substantiële bijdrage mogen leveren aan een hoger risico voor buisleidingen. Uit onderzoek van Gasunie, RIVM en Havenbedrijf Rotterdam is gebleken dat van een hoger risico geen sprake is indien de afstand van de windturbine tot de leiding groter is dan de HIZ. Uit de onderzoeken blijkt dat windturbine 2 een High Impact Zone (HIZ) heeft die ligt over een bestemde leidingstrook, zie figuur 1.
Deze leidingstrook is een belangrijke verbinding voor kabels en leidingen vanaf de Maasvlakte naar de andere gebieden binnen het HIC en het achterland. In deze leidingstrook is de ligging van, met name, leidingen voor de energietransitie voorzien. De waterstofleiding van HyNetwork Services, die in de ruimtelijke onderbouwing van december 2023 nog als een toekomstige buisleiding is bestempeld, is inmiddels aanwezig in deze leidingstrook. Om de ligging van toekomstige leidingen te kunnen borgen is het niet acceptabel dat de HIZ over deze leidingstrook ligt.
I
Figuur 1 Windturbinelocaties met een HIZ van 220 meter (rode stippellijn) en de leidingstroken in geel In het externe veiligheidsrapport, de QRA en de memo risicocontouren is geen aandacht besteed aan de HIZ, dit had wel gemoeten en is ook in eerdere gesprekken door HbR aan de initiatiefnemers en de gemeente Voorne aan Zee gemeld. Wij verzoeken u om de maatvoering van de windturbines zodanig aan te passen dat de HIZ van de windturbine niet meer gelegen is over de leidingstrook. Dat is als gevolg van het Raadsbesluit ook het geval omdat de tiphoogte via een amendement is vastgesteld op maximaal 225 meter. In dat geval zal de HIZ niet over de leidingstrook liggen. Als dat
Pagina 2/3
Datum 24 juli 2025 Ons kenmerk HBR18122-449211569-475
kan worden gegarandeerd, vervalt daarmee voor HbR dit zorgpunt en kunnen we de zienswijze intrekken. Wij hebben echter vernomen dat de ontwikkelaar het niet eens is met deze voorwaarde in de
omgevingsvergunning en een zienswijze gaat indienen. Doel van de zienswijze is om een grotere
windturbine vergund te krijgen met een HIZ over de leidingstrook. Zoals uit het voorgaande is gebleken is dat voor ons niet acceptabel. Plaatsgebonden risicocontour
Na het lezen van de onderbouwing en de onderzoeksrapporten die als bijlage onderdeel uitmaken van de gepubliceerde stukken blijft het voor ons onduidelijk hoe de 10 ®- plaatsgebonden
risicocontour is bepaald. In het rapport (§ 2.2) wordt aangegeven dat de 10’®- risicocontour 194 meter bedraagt. Hiervoor wordt echter geen onderbouwing gegeven. Graag zouden we een onderbouwing
ontvangen van de wijze waarop de 10"®- risicocontour is berekend. Wij hebben namelijk twijfels over
de juistheid van de afstand van 194 meter, zeker gezien de masthoogte van 190 meter. Verder is in het advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is het volgende opgenomen:
“Beschouw vitale infrastructuur en (petro-) chemische industrie als kwetsbaar gebouw zoals bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zorg voor voldoende afstand tussen deze objecten en de te realiseren windturbine door een
minimale afstand aan te houden die gelijk staat aan de plaatsgebonden risicocontour
(PR) 10-6 van de windturbine". In de stukken wordt hier echter niet op ingegaan. Wij verzoeken u om de stukken hierop aan te vullen.
Wij hopen dat er een goede oplossing kan worden gevonden voor bovenstaande knelpunten en staan uiteraard open voor nader overleg. Mocht u naar aanleiding van bovenstaande vragen hebben, kunt u contact opnemen met de steller van deze brief, haar contactgegevens staan opgenomen op de eerste pagina.
Met vriendelijke groet, Havenbedriif Rotterdam N V
Margreet Pool PooK I General Coun^l
Pagina 3/3
De gemeenteraad van Voorne aan Zee T.a.v. afdeling Ruimtelijke ontwikkeling Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis gemeente@voorneaanzee.nl
Enschede, 29 juli 2025 Betreft: Windproject Noordzeeboulevard Geachte gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de zienswijze van WP Noordzeeboulevard B.V., Postbus 3141, 7500 DC Enschede op de ontwerp omgevingsvergunningen Noordzeeboulevard west en Noordzeeboulevard oost. Allereerst willen wij aangeven dat wij als initiatiefnemers van Windproject Noordzeeboulevard zeer teleurgesteld zijn dat wij genoodzaakt zijn een zienswijze in te dienen tegen de ontwerpvergunningen. Onze zienswijze is gelijkluidend voor beide ontwerpvergunningen en is gericht tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad van Voorne aan Zee en het voorschrift dat als voorwaarde 13 in beide ontwerpbesluiten van het college van b en w van Voorne aan Zee is opgenomen. Voorwaarde 13 luidt als volgt: De ontwikkeling dient binnen het kader van het raadsbesluit van de voormalige gemeente Westvoorne van 23 maart 2022 te blijven, inhoudende dat de twee windmolens met een opgesteld vermogen van 11.6 MW voor het totale project en een tiphoogte van 225 m. Dit voorschrift maakt de realisatie van de windturbines onmogelijk en is juridisch niet houdbaar. Ook raakt met dit voorschrift het nakomen van de door de gemeente gemaakte bestuursafspraken en het behalen van de huidige en toekomstige (gemeentelijke) duurzaamheidsdoelstellingen verder uit zicht.
Wij verzoeken u dan ook zeer dringend om deze voorwaarde niet op te nemen in de definitieve vergunningen. Hieronder lichten wij dit nader toe.
Er is sprake van een verkapte weigering Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) geldt dat de voorschriften aan een omgevingsvergunning niet mogen leiden tot een situatie waarin sprake is van een verkapte weigering van de aangevraagde activiteiten.1 Door het beperken van het vermogen tot 11.6 MW en het beperken van de tiphoogte tot 225 meter is er vrijwel geen keuze meer mogelijk tussen verschillende typen windturbines. Er resteert naar verwachting hoogstens één turbinetype, waarvan (i) onduidelijk is of dit turbinetype nog beschikbaar is op de markt tegen de tijd dat er een aanbesteding kan gaan plaatsvinden, (ii) de opbrengst van dit turbinetype naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende gaat zijn voor een reële business case en (iii) er geen aanbesteding mogelijk gaat zijn, waardoor de turbineleverancier weet dat wij afhankelijk zijn. Dit maakt een rendabele businesscase onmogelijk en brengt daarmee de uitvoerbaarheid van de vergunningen ernstig in gevaar. Met dit vergunningvoorschrift kunnen de windturbines dan ook niet worden gerealiseerd. Het verlenen van de omgevingsvergunningen met deze voorwaarde geldt daarmee als een verkapte weigering van de aanvraag.
Beslissen op de aanvraag Op basis van vaste rechtspraak van de Afdeling geldt dat een bestuursorgaan dient te beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend, waarbij het bestuursorgaan de grondslag van de aanvraag niet mag verlaten.2 Er zijn 2 separate aanvragen voor een omgevingsvergunning ingediend voor een windturbine met een bandbreedte voor een tiphoogte tussen 225 meter en 280 meter. Uit de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de ruimtelijke effecten van de windturbines binnen de bandbreedte aanvaardbaar zullen zijn. Uw gemeenteraad moet op basis van de aanvraag en de daarbij behorende onderbouwing een besluit nemen. Door in afwijking van de aangevraagde bandbreedte in het voorschrift de tiphoogte te beperken tot 225 meter verlaat de gemeenteraad op ontoelaatbare wijze de grondslag van de aanvraag. Een maximale tiphoogte van 225 meter is namelijk niet aangevraagd. Amendement ‘Voorwaarden windopgave Voorne aan Zee’ De gemeenteraad bevestigt in de overwegingen bij het amendement dat de bijdrage van gemeente Voorne aan Zee, in het licht van het regioconvenant dat is gesloten tussen Provincie Zuid-Holland en de voormalige gemeente Westvoorne, minimaal 9 MW bedraagt voor de windlocaties in de voormalige gemeente Westvoorne. De gemeenteraad kan zich daarom niet beroepen op het regioconvenant bij het stellen van een maximum aan het opgesteld vermogen.
Uit het convenant blijkt immers in geen enkel opzicht dat sprake is van een maximum aan opgesteld vermogen per windlocatie. Duidelijk is dat de doelstelling geldt als minimumdoelstelling.
1 2
Zie bijvoorbeeld ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3878, r.o. 6.2-6.3. Vergelijk ABRvS 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:799, r.o. 12-12.6.
Verder blijkt uit het amendement dat de raad van mening is dat het voor rekening en risico is van de initiatiefnemers van windproject Noordzeeboulevard om een vergunningaanvraag in te dienen met een bandbreedte ‘ruim boven het door de raad ingesteld maximum qua opgesteld vermogen en tiphoogte’. Niet duidelijk is wat de gemeenteraad bedoelt met ‘ingesteld’. Er gaat in elk geval geen kaderstellende werking uit van het raadsvoorstel of raadsbesluit van 23 maart 2022. Dit wordt later in deze zienswijze nader toegelicht. Initiatiefnemers mogen daarentegen wel vertrouwen op de Bestuursovereenkomst die is getekend tussen GS van Zuid-Holland en het college van b en w van Westvoorne (12 december 2019) waarin expliciet de verplichting is vastgelegd dat het college van b en w zich inspant om ten minste 9 MW aan windenergie te realiseren op de locatie Noordzeeboulevard. Met die overeenkomst is tevens het bevoegd gezag overgedragen aan het college van b en w. Het college of de gemeenteraad heeft nadien geen beleidskader, afwegingskader of visie vastgesteld waarin grenzen zijn gesteld aan opgesteld vermogen of afmetingen van windturbines op de windlocatie Noordzeeboulevard. In het amendement wordt ten onrechte het verband gelegd tussen een hoger opgesteld vermogen en milieueffecten als laag frequent geluid, horizonvervuiling en een grotere impact op flora- en fauna.
Vermogen (MW) zegt niets over milieueffecten De potentiële milieueffecten van windturbines op de omgeving zijn niet gerelateerd aan het vermogen in MW. Anders gezegd, windturbines met een groter vermogen kunnen minder milieueffecten hebben dat windturbines met een kleiner vermogen. Uit diverse uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt ook dat het aantal MW opgesteld vermogen niet leidend is in de ruimtelijke afweging.3 Het vermogen van het windpark is daarmee geen ruimtelijk relevant argument voor het stellen van aanvullende voorschriften in het kader van de goede ruimtelijk ordening. Voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid is daartegen van belang wat de milieueffecten van windturbines kunnen zijn, zoals de geluids- en slagschaduweffecten, en deze milieueffecten hangen niet samen met het vermogen in MW. Laagfrequent geluid In het Amendement is gesteld dat de gemeenteraad van mening is dat een hoger opgesteld vermogen van een windmolen ruimtelijk meer overlast geeft qua laagfrequent geluid. Niet duidelijk is waar de gemeenteraad zich op baseert. Bovendien is dit standpunt van de gemeenteraad onjuist. De hoeveelheid (laagfrequent) geluid die een windturbine produceert is specifiek afhankelijk van het turbinetype en heeft geen directe relatie met het vermogen van een windturbine.
Anders gezegd: het is mogelijk dat een windturbine met een lager geïnstalleerd vermogen meer (laagfrequent) geluid produceert dan een windturbine met een hoger geïnstalleerd vermogen. De beperking van het vermogen van de windturbines van Windproject Noordzeeboulevard kan dus juist leiden tot meer (laagfrequent) geluid, waarmee de gevolgen van het amendement strijdig zijn aan de intentie daarvan.
3
Zie bijvoorbeeld ABRvS 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947, r.o. 32-32.1
Zie onderstaande figuur waarin het maximale bronvermogen van enkele windturbinetypen tussen 225 m en 280 m tiphoogte zijn weergegeven.
Figuur 1
Afmetingen en luidheid van windturbinetypen
Bovendien is de locatie van Windproject Noordzeeboulevard dermate ver verwijderd van woningen dat een beperking van de geluidsproductie van de windturbines niet zal leiden tot enig positief effect. Daarbij gelden er geluidsnormen voor de windturbines, waarvan in algemene zin wordt aangenomen dat er voldoende bescherming wordt geboden aan laagfrequent geluid. Bovendien volgt uit het geluidonderzoek dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is gevoegd dat laagfrequent geluid binnen een woning op een afstand van circa 400 meter van een windturbine weliswaar waarneembaar is maar niet in hinderlijke mate. De dichtstbijzijnde woning staat in het geval van Windproject Noordzeeboulevard op een afstand van maar liefst bijna 3 kilometer van een windturbine. Ook geeft DCMR in haar beoordeling van de ruimtelijke onderbouwing aan dat er geen aanleiding is om bijzondere geluidhinder te verwachten. Mocht uw gemeente niettemin reden zien om vanwege laagfrequent geluid aanvullende bescherming te bieden, dan is dit mogelijk middels een vergunningvoorschrift gericht op die geluidseffecten. Een beperking in vermogen en hoogte van de windturbines gaat daarin haar doel voorbij. Ook heeft het vermogen van de windturbines geen direct verband met de afmetingen van de windturbines. Hogere windturbines kunnen een lager vermogen hebben.
Wel is de aangevraagde bandbreedte van afmetingen uiteraard te relateren aan de landschappelijke impact. De voorwaarde om de tiphoogte van de windturbines te beperken leidt er
daarentegen juist toe dat windturbines – los van het feit dat deze nooit gerealiseerd kunnen worden – een in verhouding grote rotordiameter zullen moeten krijgen. Hiermee wordt het aanzicht van de windturbines minder fraai omdat in hoge mate moet worden afgeweken van de gulden snede. Horizonvervuiling In het Amendement is opgenomen dat de gemeenteraad van mening is dat een hoger opgesteld vermogen ruimtelijk meer overlast geeft qua horizonvervuiling. Het vermogen houdt in geen enkel opzicht verband met de ruimtelijke uitstraling van een opstelling met windturbines. Als de gemeenteraad bedoelt dat windturbines met een tiphoogte van meer dan 225 m meer overlast geven qua horizonvervuiling ontbreekt daarvoor elke motivering. Naar de landschappelijke inpassing van de windturbines is in het kader van de aanvraag uitgebreid onderzoek verricht. Uit dit onderzoek volgt dat de aangevraagde hoogte van de windturbines ruimtelijk aanvaardbaar is te achten en bovendien akkoord is bevonden door welstand. De windturbines komen in een gebied dat al een industrieel karakter kent door de industrie en de bestaande windturbines welke al sterk aanwezig zijn in het landschap. In haar advies d.d. 5 februari 2024 geeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten dan ook aan dat het plan in principe goed aansluit bij het bestaande natuur - / (en zichtbaar aanwezige) industriële landschap.
Flora en fauna en Natura 2000 Vooropgesteld wordt dat de mogelijke ecologische gevolgen van Windproject Noordzeeboulevard uitgebreid zijn onderzocht. Op basis van dat onderzoek is vastgesteld dat deze gevolgen niet zodanig zijn dat dit aan de realisatie van de windturbines in de weg moet staan. De gemeenteraad heeft nagelaten om de inhoud van deze onderzoeken te betrekken bij de besluitvorming over het amendement, althans nergens blijkt uit welke ecologische effecten van de windturbines aanleiding zouden moeten geven tot de beperkende voorwaarde. Op dit punt is de besluitvorming van de gemeenteraad dan ook onzorgvuldig voorbereid en voorzien van een gebrekkige motivering. Uit het uitgebreide ecologisch onderzoek dat is uitgevoerd voor Windproject Noordzeeboulevard volgt dat een zo hoog als mogelijke tiplaagte een positief effect heeft op het gebied van ecologie. Dit wordt veroorzaakt, omdat veel vogelsoorten bij een hogere tiplaagte onder de rotorbladen doorvliegen in plaats van dat zij ter hoogte van het rotorvlak vliegen. Hiermee wordt de kans dat deze vogelsoorten slachtoffer worden van een aanvaring met de windturbines aanzienlijk verkleind.
De opgelegde beperking van de tiphoogte leidt er echter toe dat de windturbines (in het zuiver theoretische geval dat zij ondanks deze beperking toch gerealiseerd zouden worden) uitgevoerd moeten worden met een grote rotordiameter waardoor de tiplaagte lager wordt. De voorwaarde tot beperking van de tiphoogte tot 225 meter leidt dus tot meer impact op het gebied van ecologie en het Natura 2000-gebied, en is daarom strijdig aan het geformuleerde uitgangspunt van minder ecologische effecten. Vanuit ecologisch oogpunt is de beperking van de tiphoogte tot 225 meter zeer nadelig.
Raadsbesluit Westvoorne 23 maart 2022 In het aangenomen amendement d.d. 5 juni 2025 en in ontwerpverklaring van geen bedenkingen is opgenomen dat de raad van de voormalige gemeente Westvoorne op 23 maart 2022 heeft besloten het opgesteld vermogen op de locatie Noordzeeboulevard vast te stellen op 9 MW en dat daarbij is bepaald dat er aan de westelijke zijde van de Brielse Gatdam ruimte is voor 2 windturbines met een maximale tiphoogte van 220 meter. Het genoemde amendement geeft een feitelijk onjuiste omschrijving van het raadsvoorstel en raadsbesluit uit 2022. In het raadsvoorstel uit 2022 is opgenomen dat de gemeente Westvoorne ermee heeft ingestemd om – binnen de grenzen van de windlocatie Noordzeeboulevard – te kijken naar mogelijkheden van optimalisatie, door uitbreiding van capaciteit/hoogte of aantal windturbines. Ook blijkt uit dit raadsvoorstel dat in RES 1.0 is toegezegd deze windlocatie optimaal te zullen benutten voor windenergie, in het kader van het klimaatakkoord. In het raadsbesluit van 23 maart 2022 van de gemeenteraad is dus expliciet geen maximum gesteld aan het vermogen of de tiphoogte van windturbines op de locatie Noordzeeboulevard.
In het ongewijzigd aangenomen raadsvoorstel staat letterlijk: “ […] al moet uit het milieueffectenonderzoek blijken wat er werkelijke mogelijk is.” De beperkende voorwaarde in de omgevingsvergunning, waarmee alsnog een maximum aan het vermogen en de tiphoogte wordt opgelegd, kan daarom niet worden gerechtvaardigd met de stelling dat het project anders niet binnen het kader van het raadsbesluit zou passen. Ook zonder deze beperkende voorwaarde wordt het project namelijk uitgevoerd binnen de kaders van het raadsbesluit. De beperkende voorwaarde is zelfs in strijd met het raadsbesluit uit 2022, aangezien de beperking ertoe leidt dat deze locatie niet optimaal wordt benut en voorbij wordt gegaan aan de mogelijkheden die blijken uit het specifieke milieueffectonderzoek bij onze aanvragen. In het raadsbesluit van 23 maart 2022 heeft de gemeenteraad van Westvoorne opgeroepen om ook de RES opgave van 1,8 MW mogelijk te maken op windlocatie Noordzeeboulevard. Afgaande op die oproep geldt een opgave van 9 MW voor de gemeenteraad kennelijk weer niet als maximum, nog daargelaten dat niet duidelijk is of de ‘RES-opgave’ nu 1,8 MW (raadsbesluit) of 1,5 MW (raadsvoorstel) moet zijn en hoe dit dan zou optellen tot 11,6 MW.
Bovendien wijzen wij erop dat bij andere projecten in de gemeente Westvoorne, zoals de Haringvlietdam en de oude windturbines in Westvoorne, wél optimalisatie was toegestaan. Het hanteren van een strenger regime specifiek voor onderhavige windturbines zonder objectieve, ruimtelijk relevante motivering is in strijd met de wet en met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel en het fair play-beginsel.
Raadsvoorstel en raadsbesluit ontwerp vvgb Doelstelling/opgesteld vermogen In het raadsvoorstel voor de ontwerp vvgb heeft het college van b en w de voorgeschiedenis geschetst van de besluitvorming over de omgevingsvergunningaanvragen voor windproject Noordzeeboulevard. Daaruit blijkt dat in alle voorgaande convenanten en besluiten het doel van 9 MW opgesteld vermogen op geen enkele wijze als maximum gehanteerd. Duidelijk is dat ook bij de vaststelling van de RES 1.0 geen maximum is gesteld per zoekgebied. De doelstelling van minimaal 2,8 GWh voor de RES regio Rotterdam-Den Haag voor 2030 is nog lang niet in beeld. Het inperken van het opgesteld vermogen op één locatie zorgt er automatisch voor dat elders in de RES regio nieuwe ruimte moet worden gevonden voor opwekinstallaties. Ruimtelijke onderbouwing Op basis van art. 2.22, lid 2 Wabo mogen enkel voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning, die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit bij of krachtens wet is aangegeven en worden tevens voorschriften verbonden die volgen uit een afgegeven verklaring van geen bedenkingen. In dit geval zijn er geen ruimtelijke belangen die noodzaken tot de opgenomen beperkende voorwaarde.
Het besluit van de gemeenteraad tot verlening van de ontwerp vvgb stelt zelf ook “dat het project (en daarmee de aanvragen om omgevingsvergunning) niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en er geen weigeringsgrond, zoals bedoeld in artikel 2.27 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht, van toepassing is.” Dit onderstreept ook de afwezigheid van een belang om een beperkende voorwaarde op te nemen. Uit de verleende ontwerp verklaring van geen bedenkingen volgt dat het project en daarmee de aanvragen om omgevingsvergunning (en dus de gehele bandbreedte zoals deze is aangevraagd) voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiermee zijn de windturbines zoals deze zijn aangevraagd aanvaardbaar. U geeft in het aangenomen amendement geen valide ruimtelijke argumenten waarom uitsluitend de ondergrens van hetgeen aangevraagd is vergund wordt. De enige ruimtelijke argumenten, die marginaal worden benoemd in relatie tot een hoger opgesteld vermogen, zijn (i) ruimtelijk meer overlast door laagfrequent geluid en horizonvervuiling en (ii) meer impact op flora en fauna van Natura 2000-gebied. Hierop wordt hierna nader ingegaan.
Noodverordening duurzame energie Op de besluitvorming van de gemeenteraad op de aanvragen voor de omgevingsvergunningen voor de windturbines is de Europese Noodverordening van toepassing.4 De aanvragen zijn namelijk ingediend binnen de looptijd van de
4
Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen ("Noodverordening").
Noodverordening van 30 december 2022 tot en met 30 juni 2024.5 De aanvragen zijn namelijk op 22 december 2023 ingediend. Op grond van de Noodverordening wordt onder meer de planning van installaties voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen geacht van “hoger openbaar belang” te zijn.6 De Noodverordening verplicht lidstaten en bevoegde gezagen om bij plannings- en vergunningprocedures voorrang te geven aan de bouw en exploitatie van installaties voor de productie van hernieuwbare energie, wanneer in individuele gevallen rechtmatige belangen worden afgewogen.7 In dat kader dient dus bij de belangenafweging een zwaarder gewicht te worden toegekend aan het belang van de realisatie van hernieuwbare energieprojecten. De gemeenteraad heeft bij het formuleren van het vergunningvoorschrift belang gehecht aan een eerder raadsbesluit waarin het maximaal op te stellen vermogen is beperkt tot 9 MW en een maximale tiphoogte van 220 meter is bepaald. Daarnaast heeft de gemeenteraad gewicht toegekend aan de stelling dat een hoger opgesteld vermogen zou leiden tot meer milieueffecten. Nog daargelaten dat deze uitgangspunten feitelijk onjuist zijn en niet als grondslag kunnen dienen voor het opnemen van een onuitvoerbaar vergunningvoorschrift, geldt in het licht van de Noodverordening het volgende.
Gelet op de omstandigheid dat de twee windturbines van hoger openbaar belang zijn, had de gemeenteraad bij de belangenafweging in het kader van het opleggen van vergunningvoorschriften zwaarder gewicht moeten toekennen aan het belang van de komst en de realisatie van de twee windturbines. Door daarentegen zwaarder gewicht toe te kennen aan het raadsbesluit en de milieueffecten, handelt de gemeenteraad in strijd met de Noodverordening. Verruiming naar 15 MW De gemeenteraad stelt voor om ruimte te bieden voor verruiming van het opgesteld vermogen naar 15 MW voor het project Noordzeeboulevard, in geval VRM locatie Brielse Brug is komen te vervallen. Met deze overweging wordt ten eerste onderstreept dat de gemeenteraad de beperking van het opgesteld vermogen in het geheel niet heeft gerelateerd aan de vraag of sprake is van een goede ruimtelijke situatie ter plaatse van het projectgebied van windproject Noordzeeboulevard. De koppeling van deze beperkende voorwaarde met het Windproject Brielse Brug toont aan dat er geen dragende ruimtelijke argumentatie is gegeven voor de beperking van de windturbines van windproject Noordzeeboulevard. Blijkbaar is het de intentie om alsnog meer vermogen toe te laten bij Noordzeeboulevard als het Windproject Brielse Brug definitief niet doorgaat.
Beide windprojecten liggen echter op ruime afstand van elkaar, zodat er geen sprake kan zijn van een cumulatie van effecten. Anders gezegd, de (on-)aanvaardbaarheid
5
De aanvragen zijn ingediend op 22 december 2023. Art. 3 lid 1 Noodverordening. 7 Art. 3 lid 2 Noodverordening. 6
VOORNE € e? /PE PUTTEN ENERGIE J
pure# emi~rgye l
van hogere windturbines met meer vermogen op Windproject Noordzeeboulevard kan niet afhankelijk zijn van de effecten van het Windproject Brielse Brug. Ten tweede constateren wij dat deze 'verruiming' en 'voorwaarde' uit het Amendement niet zijn opgenomen/verwerkt in de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Deze ruimte voor verruiming komt geheel niet terug in de ontwerpverklaring en de ontwerp omgevingsvergunning. Op deze manier kan in de toekomst geen gebruik worden gemaakt van deze 'verruiming'. Al met al heeft de gemeenteraad nagelaten in de besluitvorming in te gaan op hetgeen in de aanvraag en de onderzoeken is opgenomen over de mogelijke effecten van laagfrequent geluid en de landschappelijke inpassing. Dit maakt op zichzelf dat de beperkende voorwaarde juridisch onrechtmatig is. Conclusie Wij verzoeken u om het bovenstaande te betrekken in uw definitieve besluitvorming en alsnog af te zien van het opnemen van Voorwaarde 13. lndien u besluit de beperkende voorwaarden loch te handhaven, verzoeken wij u om dit besluit uitvoerig en deugdelijk te motiveren conform art. 3:46 Awb.
lndien u ons verzoek om dit onuitvoerbare voorschrift niet aan de omgevingsvergunningen te verbinden niet honoreert, zien wij ons helaas genoodzaakt om alle ons ter beschikking staande (rechts)middelen aan te wenden teneinde de realisatie van Windproject Noordzeeboulevard alsnog mogelijk te ma ken en de door ons te leiden schade vergoed te krijgen. Voor eventuele vragen naar aanleiding van deze zienswijze kunt u contact opnemen met Jelle de Waart via j.dewaart@pure-enerqie.n]. Ook zijn wij graag bereid tot een mondelinge toelichting van onze zienswijze. Met vriendelijke groeten,
WP NOORDZEEBOULEVARD B.V. PUR ENERGIE WP NOORDZEEBOULEVARD B.V.
mkee M.A.M. Kok
Natuurvereniging Hollandse Delta KvK 40345744 Secr. P. Vermaas Schudegge 17 3224BP Hellevoetsluis secretaris@hollandsedelta.knnv.nl Aan: Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Voorne aan Zee T.a.v. afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis E-mail: gemeente@voorneaanzee.nl
Hellevoetsluis, 28 juli 2025
Betreft: Windproject Noordzeeboulevard Zienswijzen van KNNV Natuurvereniging Hollandse Delta (hierna ‘NHD’) tegen het verlenen van alle genoemde ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee:
De ontwerpverklaring van geen bedenkingen & ontwerpomgevingsvergunningen voor de realisatie van het aangevraagde windproject;
De ontwerpwatervergunning van het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta;
De ontwerpwatervergunningen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat c.q. Rijkswaterstaat;
De ontwerpontheffing voor aantasting NatuurNetwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland.
Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet van toepassing.
Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
1
Geacht college, Burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee hebben van 20 juni 2025 tot en met 31 juli 2025 de ontwerpbesluiten en alle bijbehorende stukken ter inzage gelegd, te weten
De ontwerpverklaring van geen bedenkingen & ontwerpomgevingsvergunningen voor de realisatie van het aangevraagde windproject ter visie gelegd.
De ontwerpwatervergunning van het dagelijks bestuur van het Waterschap Hollandse Delta;
De ontwerpwatervergunningen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat c.q. Rijkswaterstaat;
De ontwerpontheffing voor aantasting NatuurNetwerk Nederland (NNN) van Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland.
Genoemde ontwerpbesluiten zijn onderdeel van Cluster 1 van de gecoördineerde procedure, waarbij de Crisis- en Herstelwet van toepassing is.
De exploitant van de turbines is: WP Noordzeeboulevard B.V. Hengelosestraat 585 7521AG Enschede
De KNNV afdeling Hollandse Delta (KvK-nummer 40345744), statutair gevestigd te Brielle, secretarieel gevestigd aan de Schudegge 17, 3224 BP Hellevoetsluis, dient een zienswijze in op bovenstaande ontwerpverklaring, ontwerpvergunningen en ontwerpontheffing. Een kopie van de statuten van onze vereniging is bij de aanbiedingsbrief van dit bezwaarschrift gevoegd (bijlage). Preambule Introductie NHD De Natuurvereniging Hollandse Delta is een zelfstandige, regionale, afdeling van de Natuurvereniging KNNV, die zich al bijna honderd jaar bezighoudt met natuurstudie, natuureducatie en natuurbescherming op Voorne-Putten en aangrenzende gebieden in de gehele zuidwestelijke Delta. Onze ruim driehonderd leden/vrijwilligers doen o.a. onderzoek naar het voorkomen van alle soorten planten, dieren en paddenstoelen door het uitvoeren van inventarisaties en monitoringprojecten binnen ons werkgebied en hebben daardoor veel kennis opgebouwd over de kwaliteit van de natuur (biodiversiteit), zowel binnen de natuurgebieden, als daarbuiten (Basiskwaliteit Natuur). NHD doet dit onderzoek vaak in opdracht van terrein beherende organisaties zoals NM, ZHL, SBB, de Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
2
provincie Zuid-Holland, het Waterschap Hollandse Delta en recreatieschappen. Al onze data zijn openbaar toegankelijk via de NDFF en opvraagbaar via onze website. Al onze inventarisaties worden uitgevoerd conform de door de verschillende soortenorganisaties (floron, sovon, ravon, zoogdiervereniging, vlinderstichting, EISkenniscentrum insecten, mycologische vereniging, soortennl) vastgelegde standaarden en protocollen. Door de collectieve kennis van onze leden zijn onze rapportages van een dusdanig hoge kwaliteit dat door onze opdrachtgevers regelmatig wordt aangegeven dat die van een vergelijkbaar hoog niveau zijn (of hoger) als van veel professionele adviesbureaus. De natuurbeschermingsactiviteiten van NHD worden verzorgd door de Werkgroep Natuur & Beleid. Deze werkgroep richt zich op alle ontwikkelingen die natuur, klimaat, duurzaamheid en milieu aangaan. Zij doet dat vanuit een positieve grondhouding en is liever proactief betrokken bij participatietrajecten en inspraakprocedures, dan dat zij achteraf haar toevlucht moet zoeken tot juridische procedures. Dat laatste doet zij alleen als het echt niet anders kan.
Visie Natuurvereniging Hollandse Delta op natuurbescherming en het oplossen van de klimaatproblematiek Het uitgangspunt voor al onze activiteiten is gebaseerd op het inzicht dat door de wereldwijde bevolkingsexplosie van de afgelopen 100 jaar en het terechte streven naar een hogere levensstandaard voor alle mensen we de grenzen van de draagkracht van de aarde nu al ruimschoots overschreden hebben met enorme en zelfs existentiële problemen als gevolg. Werkgroep Natuur & Beleid onderschrijft daarom de sustainable development goals van de UN en de daarvan door Nederland overgenomen doelstellingen. NHD beschouwt, naast de vele andere crises, de wereldwijde klimaatcrisis en natuurcrisis als de twee meest urgente crises van deze tijd. Omdat beide crises nauw met elkaar verweven zijn en mede daardoor ook alleen in samenhang opgelost kunnen worden, noemen wij beide crises een Siamees tweelingprobleem. Bij het oplossen van het ene probleem moet je voortdurend ook rekening houden met het feit dat je het andere probleem niet mag verergeren. In december 2024 hebben 15.000 klimaatwetenschappers in een gezamenlijk rapport The 2024 state of the climate report: Perilous times on planet Earth nogmaals duidelijk gemaakt dat de urgentie, de schaal en het tempo van klimaatmaatregelen stevig omhoog moeten worden bijgesteld om een grote klimaatramp en de gevolgen daarvan te voorkomen.
Vrijwel tegelijkertijd heeft WWF het Living Planet Report 2024 uitgebracht waaruit blijkt dat eenzelfde actie noodzakelijk is voor herstel van natuur, ecosystemen en biodiversiteit. Beide rapporten maken duidelijk dat we nu echt alles op alles moeten zetten om beide rampen zoveel alsnog mogelijk is te voorkomen en daar waar dat al niet meer kan de schade te beperken of te compenseren. NHD is overtuigd van de ernst van de klimaatproblematiek. Hetzelfde geldt voor de natuurproblematiek. Wij zullen zo snel als mogelijk is wereldwijd uiteindelijk vrijwel volledig af moeten van het gebruik van fossiele brandstoffen en tegelijkertijd de wereldwijde natuur Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
3
herstellen. Dat gaat met het huidige tempo en omvang al niet meer lukken. De urgentie moet omhoog. Uitgangspunt van NHD is dat alles wat goed is voor de natuur ook goed is voor het klimaat, maar dat helaas niet alles wat goed is voor het klimaat ook goed is voor de natuur. NHD is o.a. actief betrokken bij allerlei procedures rondom de aanleg van windparken, zonneparken en kabeltracé’s en nemen deel aan alle mogelijke vormen van inspraak. Daarbij maakt zij duidelijk wat de gevolgen voor de natuur zijn van de aanleg van dit soort voorzieningen. De ervaring is dat daar vaak oplossingen bereikt kunnen worden in de vorm van mitigerende en/of compenserende maatregelen. Daarmee kan NHD helaas niet alle natuurschade voorkomen en dan weegt NHD af of dat een formele juridische procedure rechtvaardigt of dat de schade aan natuur moet worden geaccepteerd vanwege het klimaatbelang. Dat is volgens NHD nu bij de bouw van twee megawindmolens binnen het NNN en Natura 2000-gebied de Voordelta het geval. De NHD acht de schade aan de Voordelta (en de daaraan grenzende Natura 2000-gebieden Voornes Duin, De Duinen van Goeree & Kwade Hoek en Haringvliet dermate groot dat zij het standpunt inneemt dat het klimaatbelang in dit geval moet wijken voor het natuurbelang.
Er zijn ook voorbeelden waarbij NHD besloten heeft om geen bezwaar te maken, maar via overleg te komen tot voldoende mitigerende en compenserende maatregelen om de natuurschade binnen aanvaardbare grenzen te houden. Voorbeelden hiervan zijn het Windpark 2 van Eneco op de Maasvlakte en Hartel III (Kagiso) en op de Landtong Rozenburg (Pondera). Alle drie zijn gelegen in of tegen het Rotterdamse haven- en industriegebied aan. Alle drie de exploitanten blijken bereid te zijn (geweest) hier ver in mee te gaan en ook ruim boven de wettelijk verplichte maatregelen. Het gaat dan om geavanceerde vogel- en vleermuisradars in combinatie met een stilstandvoorziening (of trager draaiende wieken) en akoestisch waarschuwingssystemen. Ook lukt het soms om in zulke gevallen de minst slechte locatie binnen het zoekgebied gerealiseerd te krijgen. Door onze bezwaren bij MV2 wordt nu nauwkeuriger gemonitoord of en hoeveel vogelslachtoffers (en vleermuizen) er zijn en op basis van die bevindingen zal de stilstandvoorziening vaker in werking worden gezet. Eneco heeft zich verplicht om ons op de hoogte te houden, zodat wij kunnen controleren dat de 1% norm van het mortaliteitsrisico niet wordt overschreden. Uit het eerste monitoringrapport blijkt dat het aantal slachtoffers van de molens aanzienlijk hoger is dan destijds op basis van de natuurtoets (Waardenburg Ecology) werd voorspeld.
Wij komen daar verderop in onze zienswijzen nog uitgebreid op terug. Daarnaast zijn wij direct betrokken bij de uitvoering van compensatiemaatregelen o.a. in de vorm van broedeilanden voor de vogelsoorten die te lijden hebben van de turbines. NHD is ook betrokken bij grote projecten voor de aanlanding van de kabelnetwerken van windparken op de Noordzee. TenneT is daarbij tot nu toe vooral veel in gesprek met o.a NHD over de minst slechte route van de kabeltracé’s en de plekken voor aanlanding. Omdat dit voor een belangrijk deel ook buiten ons werkgebied ligt werken wij daarin samen met de ZHNMF en actiegroepen uit andere regio’s.
Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
4
Wet- en regelgeving NHD betrekt bij haar beoordeling van zaken altijd alle wet- en regelgeving m.b.t. natuur, klimaat en duurzaamheid. We vermelden de in dit dossier volgens NHD relevante zaken en vragen aan de betrokken overheden om deze ook allemaal te betrekken bij de afweging in deze zaak.
Internationale verdragen o Verdrag inzake Biologische Diversiteit NHD is van mening dat de voorliggende plannen strijdig zijn met art. 8 uit dit verdrag o Verdrag van Bern NHD is van mening dat niet wordt voldaan aan de artikelen 2 t/m 7 en dat ook de uitzonderingen genoemd in art. 9 in dit geval niet van toepassing zijn. o Verdrag van Bonn, Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten NHD is van mening dat bij de beoordeling van de ontheffing Soortenbescherming m.b.t. trekkende vogels en vleermuizen geen recht is gedaan aan de eisen van het Verdrag van Bonn. o Ramsarverdrag NHD is van mening dat niet wordt voldaan aan de eisen van de Ramsar Convention. o Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn o Omgevingsverordening Zuid-Holland o Omgevingsvisie Voorne aan Zee
De zienswijzes van NHD Zienswijze van NHD op de ontwerpomgevingsvergunningen OOST (WT2) en WEST (WT1) WT2 Zaaknummer: 1992ESUITE2491582023 OLO-kenmerk: 8244365 WT1 Zaaknummer: 1992ESUITE2492352023 OLO-kenmerk: 8263979 De eerste opmerking die NHD wil maken heeft betrekking op het gegeven dat er twee verschillende, maar identieke vergunningaanvragen zijn gedaan voor het bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van werken of werkzaamheden waarvoor handelingen noodzakelijk zijn die in strijd zijn met de regels ruimtelijke ordening. Beide aanvragen hebben betrekking op een en hetzelfde project. NHD is van mening dat dit een onnodig verwarrende manier van werken is. Nergens wordt gemotiveerd met welke bedoeling twee aparte aanvragen worden gedaan, waar onzes inziens ook had kunnen worden volstaan met een aanvraag voor twee molens. Dat dit niet alleen verwarrend is voor NHD blijkt wel uit de verdere procedure Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
5
waarbij de aanvrager en het bevoegd gezag op inconsequente wijze omspringen met de aanvraag of eigenlijk beide aanvragen. In veel stukken is sprake van twee windmolens en in andere van twee aparte molens.
Bezwaren tegen de locatie NHD heeft onoverkomelijke bezwaren tegen beide windmolens vanwege de gekozen locatie(s), die niet alleen in strijd zijn met het bestemmingsplan Zeegebied Westvoorne 2013, met de Wet Geluidhinder (de geluidzone) en met de regelgeving m.b.t. de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering, maar ook met de regelgeving m.b.t. de zgn. demarcatielijn: Aanwijzingsbesluit Voordelta als Natura 2000-gebied 19 februari 2008, kenmerk: DRZK/2008-113 Ontwerpbesluit beperking toegankelijkheid natuurgebieden ex art. 2.5. Wnb Natura 2000-gebied Voordelta. NHD is van mening dat de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn ook in strijd zijn met het voorliggende plan en daarom betrokken had moeten worden bij de vergunningaanvraag. Dat is niet gebeurd en dat maakt de vergunning aanvraag in haar ogen incompleet. NHD verzoekt daarom om deze procedure niet-ontvankelijk te verklaren, subsidiair deze regelgeving alsnog te betrekken bij het verlenen van ontheffingen en vergunningen in deze zaak. De beperkingen uit het aanwijzingsbesluit: Ten zuiden van de demarcatielijn in de Voordelta gelden namelijk verschillende beperkingen die vooral gericht zijn op het beschermen van natuurwaarden en het beperken van verstoring door menselijke activiteiten: • In het Bodembeschermingsgebied Voordelta (ca. 29.836 ha) is de zware boomkorvisserij (schepen >260 pk) verboden.
Dit verbod is ingesteld om de natuurcompensatie voor het areaalverlies door de aanleg van Maasvlakte 2 te realiseren. Andere vormen van visserij zijn niet standaard verboden, maar kunnen wel vergunningplichtig zijn op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). • In specifieke onderzoeksgebieden, zoals nabij de Brouwersdam, geldt een verbod op visserijactiviteiten met uitzondering van bepaalde hengel- en zegenvisserij, vooral ten behoeve van ecologisch onderzoek. • Er zijn vijf rustgebieden ingesteld waarbinnen gedurende delen van het jaar (soms jaarrond) vrijwel alle menselijke activiteiten zijn verboden om verstoring van doelsoorten zoals zeehonden en vogels te voorkomen. Deze rustgebieden zijn: Slikken van Voorne/Hinderplaat, Verklikkerplaat, Bollen van de Ooster, Middelplaat en Bollen van het Nieuwe Zand. • Industriële ontwikkelingen en havenuitbreidingen zijn op planologische gronden niet toegestaan ten zuiden van de demarcatielijn, om het natuurgebied te beschermen tegen verdere aantasting. Deze beperkingen zijn destijds juridisch vastgelegd in het Toegangsbeperkend besluit voor het Bodembeschermingsgebied Voordelta en in de bijbehorende beheerplannen, zoals benoemd in de officiële besluiten en beheerplannen voor het Natura 2000-gebied Voordelta en maken industriële ontwikkeling onmogelijk op de voorgestelde locatie.
NHD is van mening dat de bouw en exploitatie van twee megawindmolens ten zuiden van de demarcatielijn beschouwd moeten worden als Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
6
een industriële ontwikkeling. Een windmolen is goedbeschouwd niks anders dan een verticale energiefabriek. NHD vreest het scenario dat als er twee windmolens bezuiden de demarcatielijn geplaatst mogen worden, dat je er dan ook twintig neer mag zetten. NHD kan mede hierom niet instemmen met de conclusie dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat het plan aan de voorschriften van het Bouwbesluit en aan het bepaalde in de Bouwverordening voldoet en er voorts geen belemmeringen bestaan voor het verlenen van medewerking aan de omgevingsverordening. NHD is daarom van mening dat het besluit een Omgevingsvergunning te verlenen door het niet betrekken van de regelgeving m.b.t. de demarcatielijn gebaseerd is op onvolledige toetsing van Wet- en Regelgeving m.b.t. het project Noordzeeboulevard. Bij een gecoördineerde aanpak en als de Crisis- en Herstelwet van toepassing is waarbij in een later stadium geen nieuwe bezwaren aangevoerd mogen worden, moeten zeker ook de betrokken overheden zorgdragen voor een compleet pakket van te beoordelen ontheffingen en vergunningen. Bestemmingsplan ‘Zeegebied Westvoorne 2013’ Beoordelingsaspecten Wet Natuurbescherming/Stikstof NHD zal haar bezwaren tegen het verlenen van een ontheffing van de Natuurbeschermingswet bespreken in haar zienswijze op genoemde ontheffing. In die zienswijze komen ook de bezwaren van NHD aan de orde m.b.t.
stikstof en daarvoor uitgevoerde Aerius-berekeningen en haar bezwaren tegen de ecologische onderbouwing die door de aanvrager is ingediend ten behoeve van de Wnbontheffing. Ontheffing aantasting NNN-gebied NHD zal haar bezwaren tegen de door Gedeputeerde Staten van de Provincie ZuidHolland verleende ontheffing (kenmerk PZH-2024-864442703) kenbaar maken in haar zienswijze op deze ontheffing. Welstand en landschappelijke inpassing NHD is van mening dat de term ‘landschappelijke inpassing’ in deze situatie wel erg wrang te noemen is. Wie de lokale situatie kent, weet dat er helemaal geen inpassing nodig is, omdat de volledige noordrand van Voorne-Putten al uit een apocalyptischindustrieel landschap bestaat. Deze molens passen naadloos in dat industriële landschap omdat die molens een industrieel project zijn. Ook de eis van een beplantingsplan als voorwaarde bij de ontheffing komt lachwekkend over. Eerst en vooral omdat de natuurlijke ontwikkeling van de bouwplaats vanzelf voor haar eigen inpassing zal zorgdragen. Daarna ook omdat deze molens ongeacht welke beplanting dan ook zo hoog boven alles uitsteken dat een beplantingsplan alleen kan dienen als een niets veronthullende schaamlap.
Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
7
Zienswijze NHD op Bijlage 1: Voorwaarden Nader in te dienen gegevens: 2 t/m 23 NHD wil als belanghebbende organisatie graag op de hoogte gehouden worden van alle in de voorwaarden opgenomen meldingen met betrekking tot verdere procedurele afhandeling van het Project Noordzeeboulevard aan de Gemeente Voorne aan Zee. NHD verzoekt daarom voor toezending van een afschrift van deze meldingen. 5. NHD is van mening dat een beplantingsplan onzinnig is (zie hierboven) en stelt voor om ter plekke de natuurlijke ontwikkeling op en langs de bouwlocatie na de bouw haar gang te laten gaan. 13. NHD vraagt zich af waarom in de vergunningaanvraag allerlei variabele maten (bandbreedtes) zijn opgenomen in relatie tot de te bouwen turbines, terwijl al duidelijk is dat de molens een maximaal opgesteld vermogen mogen hebben van 11,6 MW voor het hele project en een tiphoogte van maximaal 225m? Opmerkingen NHD is van mening dat de aanvrager niet alleen aansprakelijk is voor beschadiging aan openbaar groen en/of bestratingen, maar ook voor beschadiging van natuur. NHD stelt daarom voor om naast een omgevingsfonds ook een specifiek natuurfonds te verplichten waarin de compensatiegelden van dit project gestort worden die uitsluitend kunnen worden besteed aan natuur gerelateerde projecten.
NHD gaat ervan uit dat gezien het raadsbesluit geen flexibiliteit in bandbreedtes zal worden toegestaan. NHD is desondanks van mening dat het verschil in oppervlakte van de draaicirkels bij verschillende rotordiameters ook expliciet vermeld zouden moeten worden. Dat kan iedereen uiteraard zelf ook uitrekenen, maar deze gegevens zijn zeer relevant voor de berekeningen van de kans op aanvaringen. Procedure NHD is van mening dat er geen sprake is van een ontvankelijke verklaring omdat Wet- en Regelgeving m.b.t. de demarcatielijn ten onrechte niet is betrokken bij de procedure. NHD is van mening dat de Wet-en Regelgeving m.b.t. de demarcatielijn ten onrechte niet is opgenomen in Cluster 1 (en Cluster 2) van de gecoördineerde procedure. Milieu-effectrapportage NHD blijft het bijzonder vinden dat geen MER is vereist bij projecten met minder dan drie windmolens, terwijl overduidelijk is dat deze molens onderdeel zijn van het totale conglomeraat aan molens in de directe omgeving. NHD vraagt daarom om alsnog een MER uit te voeren. Crisis-en Herstelwet NHD kan zich vinden in de verplichting om direct alle inhoudelijke beroepsgronden in te dienen, maar merkt op dat dat alleen geëist kan worden als ook is voldaan aan het Zienswijze NHD betr. ontwerpbesluiten van Cluster 1 voor Windproject Noordzeeboulevard te Voorne aan Zee
8
volledig opnemen van alle vereiste aanvragen en ontheffingen. Naar het oordeel van NHD is dat door het niet betrekken van de bepalingen m.b.t. de demarcatielijn niet is voldaan aan deze eis van de Crisis- en Herstelwet en verzoekt daarom de gevolgde procedure ongeldig te verklaren. Bestemmingsplan Zeegebied Westvoorne 2013 NHD zal haar zienswijze op alle relevante in het bestemmingsplan Zeegebied genoemde beoordelingsaspecten verderop bespreken in haar zienswijze ten aanzien van de hier aangegeven aspecten. NHD vermeldt daarom hier alleen dat zij de conclusie dat de ingediende stukken het voldoende aannemelijk maken dat het plan aan de voorschriften van het Bouwbesluit en aan het bepaalde in de Bouwverordening voldoet en er voorts geen andere belemmeringen bestaan voor het verlenen van medewerking aan een omgevingsvergunning NIET onderschrijft en verzoekt daarom de omgevingsvergunning niet te verlenen. Instandhoudingstermijn NHD heeft kennisgenomen van de verplichting dat na afloop van de exploitatieperiode de situatie met de wettelijk voorgeschreven toestand in overeenstemming moet worden gebracht. NHD merkt daarbij op dat zij het onmogelijk in te schatten vindt hoe de lokale en regionale situatie er dan uitziet en wat dat betekent voor de wettelijk beschreven toestand.
Over dertig jaar heeft de verzanding van de Slikken van Voorne zich zodanig voort ontwikkeld dat deze molens dan naar alle waarschijnlijkheid in een totaal andere omgeving zullen blijken te staan dan nu nog het geval is. De Slikken van Voorne gaan zich de komende 25 jaar ontwikkelen tot een hoogwaardig nieuw duingebied. NHD schat in dat over dertig jaar ook de nu al voorziene uitbreiding van haven- en industriegebieden in de vorm van Maasvlaktes III en IV zullen zijn uitgevoerd. Waar en hoe deze ontwikkelingen zullen gaan plaatsvinden is uiteraard nog niet helemaal duidelijk, maar de contouren van deze ontwikkelingen liggen al wel voor een groot deel vast. De natuur zal zich bezuiden de demarcatielijn gaan en mogen ontwikkelen en de uitbreiding van de Rotterdamse haven- en industriegebieden zullen zich ten noorden van de demarcatielijn moeten ontwikkelen. Dat uitgangspunt is ook bevestigd en volledig opgenomen in de NOVEX-plannen. Dat maakt eens temeer duidelijk dat de nu in procedure gebrachte locatie Noordzeeboulevard niet alleen onverstandig is, maar ook in strijd met alle toekomstige ontwikkelingen. NHD is van mening dat dit aspect volledig buiten beschouwing is gelaten en vraagt daarom ook om deze reden de procedurele eisen die aan dit project verbonden zijn als incompleet en daarom als niet ontvankelijk te verklaren.