Windproject Brielse Brug Bijlage 5B - bijlagendocument v3
Tekst van het document
Bijlagen document Bijlagen document ruimtelijke onderbouwing Windproject Brielse Brug Windproject Bielse Brug B.V.
720135 | v1.0
10-2-2023
Onderhavig document is het bijlagen document bij de ruimtelijke onderbouwing van Windproject Brielse Brug. De bijlagen waarnaar wordt verwezen in de ruimtelijke onderbouwing zijn hier onder elkaar te vinden. Het betreft de volgende bijlagen die volgordelijk hieronder zijn te vinden: •
Bijlage 1: Selectie visualisaties
•
Bijlage 2: Onderzoek geluid en slagschaduw
•
Bijlage 3: Onderzoek externe veiligheid
•
Bijlage 4: Landschap
•
Bijlage 5: Natuurtoets
•
Bijlage 6: Advies vliegveiligheid LVNL
•
Bijlage 7: TNO radartoets
•
Bijlage 8: Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Defensie
•
Bijlage 9: Communicatie en participatieplan
•
Bijlage 10: correspondentie WSDH
•
Bijlage 11: AERIUS-berekening
Bijlage 1 Selectie visualisaties 720135 | V1.0
27-6-2022
In deze bijlage is een selectie aan visualisaties weergegeven die rondom Windproject Brielse Brug zijn gemaakt. De visualisaties zijn gemaakt door ter plekke 360 graden bolfoto’s te maken vanaf verschillende punten rondom de beoogde windturbines om vervolgens de windturbines er in te visualiseren. Hierdoor is een beeld te geven van hoe de windturbines van Windproject Brielse Brug zich verhouden tot de omgeving. In de visualisaties is uitgegaan van windturbines met rotordiameter van 164m, ashoogte 167m en tiphoogte 249m. In Figuur1 is een overzicht weergegeven van alle fotopunten van Windproject Brielse Brug. Vervolgens zijn achtereenvolgens van alle fotopunten (FP) een visualisatie weergegeven van de bestaande situatie en van de situatie Windproject Brielse Brug. Ter aanvulling met behulp van het programma Windplanner ook een visualisatie toegevoegd vanaf de Brielse Brug en Botlek, zie onderaan dit document. Dit is niet op basis van 360 graden bolfoto’s, maar middels een uitsnede van Google Streetview. Figuur1: Overzicht van alle fotopunten Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 1
Fotopunt 1 – Bestaande situatie
Fotopunt 1 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 2
Fotopunt 2 – Bestaande situatie
Fotopunt 2 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 3
Fotopunt 3 – Bestaande situatie
Fotopunt 3 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 4
Fotopunt 4 – Bestaande situatie
Fotopunt 4 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 5
Fotopunt 5 – Bestaande situatie
Fotopunt 5 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 6
Fotopunt 6 – Bestaande situatie
Fotopunt 6 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 7
Fotopunt 7 – Bestaande situatie
Fotopunt 7 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 8
Fotopunt 8 – Bestaande situatie
Fotopunt 8 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 9
Fotopunt 9 – Bestaande situatie
Fotopunt 9 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 10
Fotopunt 10 – Bestaande situatie
Fotopunt 10 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 11
Fotopunt 11 – Bestaande situatie
Fotopunt 11 – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 12
Fotopunt Brielse Brug – Bestaande situatie
Fotopunt Brielse Brug – Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 13
Fotopunt Botlek– Bestaande situatie
Fotopunt Botlek– Windproject Brielse Brug
Bijlage 1Selectie visualisaties Pagina 14
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines Windproject Brielse Brug Windproject Brielse Brug B.V. 720135 | v1.0 8-7-2022
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines
Postadres
Projectnaam Windproject Brielse Brug
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Versienummer
Vestiging South East Asia
Datum
Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
v1.0
8-7-2022
Project nummer 720135
Opdrachtgever Windproject Brielse Brug B.V.
Auteur K. de Haan – Pondera Consult
Nagekeken door S. Flanderijn – Pondera Consult
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.
De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3
2
Akoestisch onderzoek 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
3
5
Beoordeling ______________________________________________________________ 5 Invoer rekenmodel ________________________________________________________ 8 Windaanbod _____________________________________________________________ 9 Geluidbron Nordex N163/5.X _______________________________________________ 10 Rekenresultaten _________________________________________________________ 11 Beoordeling geluid _______________________________________________________ 12 Voorzieningen geluid _____________________________________________________ 12 Cumulatieve effecten met andere windturbines _________________________________ 14 Aantal ernstig gehinderden _________________________________________________ 16 Cumulatieve effecten met andere geluidbronnen ________________________________ 18 Geluid bij niet-gevoelige objecten ____________________________________________ 25
Onderzoek slagschaduw 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
1
Beschrijving van de locatie __________________________________________________ 1 Regelgeving _____________________________________________________________ 2 Gegevens windturbine _____________________________________________________ 3
27
Normstelling ____________________________________________________________ 27 Slagschaduwgebied ______________________________________________________ 27 Potentiële slagschaduw ___________________________________________________ 28 Rekenresultaten _________________________________________________________ 29 Hinderduur bij woningen ___________________________________________________ 30 Maatregelen ____________________________________________________________ 31 Cumulatie met andere windturbines __________________________________________ 31 Slagschaduw ter plaatse van niet-gevoelige objecten ____________________________ 32
4 Conclusie 35 Bijlage 1 Verklarende begrippenlijst 37 Bijlage 2 Objecten rekenmodel akoestiek 39 Bijlage 3 Situering objecten rekenmodel akoestiek 49 Bijlage 4 Rekenresultaten akoestiek 55 Bijlage 5 Geluidcontour 47 dB Lden 60 Bijlage 6 Geluidcontour 41 dB Lnight 62 Bijlage 7 Geluidcontour 47 dB Lden – geluidmitigatie 64 Bijlage 8 Geluidcontour 41 dB Lnight – geluidmitigatie 66 Bijlage 9 Geluidcontour 47 dB Lden – referentiesituatie 68 Bijlage 10 Geluidcontour 41 dB Lnight – referentiesituatie 70 Bijlage 11 Geluidcontour 47 dB Lden – cumulatie 72 Bijlage 12 Geluidcontour 41 dB Lnight – cumulatie 74 Bijlage 13 In- en uitvoergegevens slagschaduw 76 Bijlage 14 Slagschaduwcontouren Windproject Brielse Brug 87 Bijlage 15 Slagschaduwcontouren referentiesituatie 89 Bijlage 16 Slagschaduwcontouren cumulatief 91 Bijlage 17 Slagschaduwkalender referentiewoningen (zonder zomertijd) 93 Bijlage 18 Slagschaduwkalenders niet-gevoelige objecten (met zomertijd 2021)110
1 Inleiding In opdracht van windproject Brielse Brug B.V. is een akoestisch onderzoek en een onderzoek naar slagschaduw uitgevoerd voor twee op te richten windturbines in de gemeente Brielle. De op te richten windturbines worden in het rapport aangeduid als WT01 en WT02 en het gehele windpark wordt aangeduid als Windproject Brielse Brug. De coördinaten van de windturbines zijn gegeven in Tabel 1.1. Tabel 1.1 Nieuwe windturbines Windproject Brielse Brug X- en Y-coördinaten Windturbine
X-coördinaten
Y-coördinaten
WT01
73026
434800
WT02
73379
434586
Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag, ruimtelijke onderbouwing en melding Activiteitenbesluit. In het kader van het akoestisch onderzoek is gerekend met windturbines met een relatief luide geluiduitstraling voor haar klasse. Voor het onderzoek naar slagschaduwhinder is uitgegaan van maximale afmetingen binnen de bandbreedte. De bandbreedte en de daarbij gehanteerde windturbines voor het akoestisch- en slagschaduwonderzoek zijn gegeven in Tabel 1.2. Tabel 1.2 Bandbreedte afmetingen windturbines Windproject Brielse Brug Parameter
Windturbines Windproject Brielse Brug
Ashoogte [m]
149 – 167 m
Rotordiameter [m]
149 – 164 m
Tiphoogte [m]
230 – 249m
Referentieturbine akoestisch onderzoek
Nordex N163/5.X op 167 m ashoogte
Referentieturbine slagschaduwonderzoek
GE 5.0-164 op 167 m ashoogte
Voor een vergunningsaanvraag dient enkel te worden getoetst aan de normen uit het Activiteitenbesluit (zie paragraaf 2.1.1). Het toetsen aan de normen uit het Activiteitenbesluit wordt gedaan voor Windproject Brielse Brug afzonderlijk en voor de cumulatieve situatie van Windproject Brielse Brug met bestaande windturbines in de omgeving. Voor de ruimtelijke onderbouwing wordt daarnaast ook aandacht besteed aan cumulatie met andere windturbines, cumulatie met andere geluidbronnen, de geluidbelasting bij nietgevoelige objecten en laagfrequent geluid (zie paragraaf 2.1.2). Voor slagschaduw zijn voor de ruimtelijke onderbouwing naast de slagschaduweffecten op gevoelige objecten, tevens de effecten op nabijgelegen niet-gevoelige objecten inzichtelijk gemaakt.
1.1 Beschrijving van de locatie Het plangebied van het te realiseren windpark ligt ten oosten-zuidoosten van de stad Brielle. Ten westen van het plangebied ligt bedrijventerrein Seggelant. Uitgestrekt van het noordwesten tot zuidoosten van het plangebied ligt het Hartelkanaal en bedrijventerrein Maasvlakte/Europoort. Ten zuidoosten ligt bedrijventerrein Botlek-Vondelingenplaat. Het plangebied ligt nabij diverse hoofdwegen met ten noorden de A15, ten zuiden de N218 en tussen de windturbines door de N57. Er zijn meerdere bestaande
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 1
windturbines gelegen in de omgeving. De directe omgeving bestaat uit voornamelijk grasland. In Figuur 1.1 is de locatie van het plangebied weergegeven. Figuur 1.1 Locatie plangebied
1.2 Regelgeving Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn1. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Als gevolg van de uitspraak mogen de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer toegepast in het geval van windparken (drie of meer windturbines). Voor één of twee windturbines zijn de algemene normen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling nog steeds van toepassing. De uitspraak gaat er namelijk van uit dat het Activiteitenbesluit niet meer toepasbaar is vanwege een onjuiste implementatie van de Europese SMBrichtlijn. De SMB-richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is alleen van toepassing op “De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark”. Een windturbinepark is volgens de begripsbepaling van het Besluit m.e.r. een “park bestaande uit ten minste drie windturbines”. Het Besluit m.e.r.
is dus niet van toepassing op één of twee windturbines en dus reikt de uitspraak niet tot 1 ECLI:NL:RVS:2021:1395 Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 2
projecten van één of twee windturbines. De normen uit het Activiteitenbesluit zijn hier dus nog rechtstreeks van toepassing, waarbij wel in het achterhoofd gehouden moet worden dat de norm eventueel kan gaan veranderen bij vaststelling van een nieuwe AmvB. Dit wordt ook bevestigd in de kamerbrief van de Staatsecretaris2. Aangezien Windproject Brielse Brug zal bestaan uit twee windturbines, kunnen de algemene normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling wel worden toegepast bij de beoordeling van Windproject Brielse Brug. In deze rapportage wordt daarom in eerste instantie getoetst aan de algemene normen van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Om ook een inhoudelijke motivering voor toepassing van deze norm te geven zal voor het specifieke project worden beschouwd wat de effecten van deze algemene normen zijn op het betreffende plangebied en de omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn al meerdere bestaande windturbines gesitueerd. Voor geluid is daarom ruimer dan de normgrens gekeken door te onderzoeken naar de mogelijkheid om cumulatief te voldoen aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit.
Tevens zijn de effecten op de omgeving inzichtelijk gemaakt wanneer cumulatief wordt voldaan aan de geluidnorm, door het inzichtelijk maken van de geluidbelasting van het project op de omgeving en vervolgens het bepalen van het aantal personen dat mogelijk ernstige hinder kan ervaren als gevolg van windturbinegeluid (verder toegelicht in paragraaf 2.1.2). De inrichting valt onder paragraaf 3.2.3 van het Activiteitenbesluit milieubeheer3. Volgens artikel 1.11 derde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer moet bij de melding een rapport van een akoestisch onderzoek worden overlegd. Het akoestisch onderzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig de ministeriele regeling4. Binnen een afstand van twaalf maal de rotordiameter vanaf de locatie van de windturbine bevinden zich meerdere gevoelige bestemmingen, zodat ook een onderzoek naar slagschaduwhinder uitgevoerd is. Ook in het slagschaduwonderzoek is een bredere insteek gehanteerd dan enkel de toetsing van de norm uit het Activiteitenbesluit, om de milieugevolgen voor de omgeving breed inzichtelijk te maken en te bekijken of de gehanteerde norm ook vanuit inhoudelijk perspectief toepasbaar is.
1.3 Gegevens windturbine 1.3.1 Akoestisch onderzoek: Nordex N163/5.X De Nordex N163/5.X heeft een rotordiameter van 163 m met drie rotorbladen. Het toerental van de rotor is continu en bij nominaal toerental circa 10,7 rpm. De turbine wordt geplaatst op een conische stalen buismast op 167 m hoogte. De tiphoogte bedraagt daarmee 249 m. In de nacelle zit de generator van 5.700 kW. De kleur van de rotorbladen is lichtgrijs, het generatorhuis en de mast zijn grijs. De rotorbladen zijn semi-mat. De grootste breedte van het rotorblad is circa 4,2 m. In het akoestisch onderzoek is uitgegaan van de Nordex N163/5.X zonder serrated edges. De Nordex N163/5.X is een relatief luide windturbine voor zijn klasse. Bij eventuele realisatie van een luidere turbinetype zal mogelijk extra geluidmitigatie moeten worden toegepast om aan de gestelde normen te kunnen voldoen. 2
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/07/06/kamerbrief-over-de-gevolgen-van-de-uitspraakvan-de-raad-van-state-over-de-milieubeoordeling-voor-windturbinenormen 3 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, 19 oktober 2007, nr.07.00113, Staatsblad 2007/415. 4 Reken- en meetvoorschrift windturbines, Staatscourant nr 19592, 23 december 2010. Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 3
1.3.2 Slagschaduwonderzoek: GE 5.0-164 Voor het slagschaduwonderzoek wordt een GE 5.0-164 gehanteerd met een rotordiameter van 164 m en ashoogte van 167 m (tiphoogte 249 m). Met een maximale rotordiameter en tiphoogte binnen de bandbreedte worden de maximale effecten inzichtelijk gemaakt.
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 4
2 Akoestisch onderzoek 2.1 Beoordeling 2.1.1 Normstelling Volgens artikel 3.14a eerste lid van het Activiteitenbesluit wordt het geluidniveau vanwege een windturbine of een combinatie van windturbines dat optreedt op de gevels van gevoelige bestemmingen en geluidgevoelige terreinen, tenzij deze bestemmingen en/of terreinen zijn gelegen op een gezoneerd bedrijventerrein, getoetst aan de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB. De geluidbelasting wordt op enkele referentiewoningen (toetspunten) inzichtelijk gemaakt om te onderzoeken of aan deze geluidnorm wordt voldaan. Bij de toepassing van artikel 3.14a, tweede lid van het Activiteitenbesluit, wordt geen rekening gehouden met een windturbine of een combinatie van windturbines die behoort tot een andere inrichting waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel een vergunning in werking en onherroepelijk was. Dit overgangsrecht (Activiteitenbesluit artikel 3.14a, vijfde lid) geldt voor windturbines met een vergunning van voor 1 januari 2011. Er zijn 16 bestaande windturbines in de omgeving die dateren van na 1 januari 2011. Daarnaast zijn er 4 bestaande windturbines in de omgeving die dateren van vóór 1 januari 2011.
2.1.2 Overige beoordeling Cumulatie met andere windturbines De geluidnormen in het Activiteitenbesluit gelden per inrichting. Het bevoegd gezag kan maatwerk voorschrijven wanneer de geluidbelasting cumulatief boven de waarden Lden=47 dB en Lnight=41 dB komt. Er hoeft voor wat betreft het opstellen van mogelijke maatwerkvoorschriften enkel rekening worden gehouden met de bestaande turbines met een vergunning na januari 2011, zie paragraaf 2.1.1. Voor dit project is echter besloten om de cumulatieve geluidbelasting met alle bestaande windturbines in de directe omgeving inzichtelijk te maken, omdat het in de praktijk geen verschil maakt of momenteel een geluidbelasting wordt ondervonden van windturbines die vóór of na 1 januari 2011 zijn gerealiseerd. Langs het Hartelkanaal staan 3 windturbines van windpark Hartelkanaal (WP Hartelkanaal), 8 windturbines van windpark Hartel II (WP Hartel II), 8 windturbines van windpark Hartelbrug II (WP Hartelbrug II) en een solitaire windturbine, zie Figuur 2.1. De cumulatieve geluidbelasting met deze 20 bestaande windturbines is inzichtelijk gemaakt om te kunnen bepalen welke toevoeging aan het akoestisch klimaat de nieuwe windturbines van Windproject Brielse Brug veroorzaken. In Figuur 2.1 zijn ook overige bestaande windturbines met grijs symbool afgebeeld die verder weg zijn gelegen van Windproject Brielse Brug.
Er wordt verwacht dat het aandeel van deze overige windturbines in de cumulatieve geluidbelasting verwaarloosbaar is ten opzichte van de dichterbij gelegen bestaande windturbines. Daarom zijn deze overige bestaande windturbines niet meegenomen in het onderzoek.
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 5
Figuur 2.1 Overzicht nieuwe en bestaande windturbines
Bepaling aantal ernstig gehinderden Zoals beschreven in paragraaf 1.2 kunnen de normen uit het Activiteitenbesluit nog worden toegepast voor Windproject Brielse Brug, maar wordt tevens beschouwd wat deze normen betekenen voor de omgeving. In een onderzoek van TNO5 is hinder door geluid van windturbines beschouwd. Op basis van ervaringen van mensen die wonen nabij windturbines is een dosis-effectrelatie vastgesteld waarmee aan de hand van de geluidbelasting Lden iets kan worden gezegd over de kans dat iemand ernstige hinder (binnenshuis) ondervindt van windturbinegeluid. Om de effecten van Windproject Brielse Brug op de omgeving te bepalen is op basis van de dosiseffectrelatie uit het TNO-rapport het aantal personen bepaald die naar verwachting ernstige hinder kan ervaren als gevolg van windturbinegeluid.
Cumulatie met andere geluidbronnen Cumulatie met andere geluidbronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). In de nabijheid van de beoogde planlocatie zijn de bedrijventerreinen Seggelant, Botlek-Vondelingenplaat en Maasvlakte-Europoort gelegen, waardoor industrielawaai als gevolg van de bedrijventerreinen is beschouwd. Verkeerslawaai van de autowegen A15, N218 en N57 en geluid van scheepvaart over het Hartelkanaal zijn tevens meegenomen als geluidbronnen. In de omgeving van het plangebied lopen meerdere spoorbaandelen, waardoor railverkeerslawaai is meegenomen. Het plangebied van Windproject Brielse Brug ligt in het 5
Hinder door geluid van windturbines, TNO, 2008-D-R1051/B Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 6
laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard en is tevens nabij Rotterdam The Hague Airport gelegen. Luchtverkeerslawaai is derhalve beschouwd. Tot slot is cumulatie met de 20 bestaande windturbines in de omgeving beschouwd. De geluidbronnen wegverkeer, scheepvaart, railverkeer, industrie, luchtverkeer en bestaande windturbines zijn meegenomen in de beschouwing van cumulatie met andere geluidbronnen.
Geluidbelasting bij niet-gevoelige objecten Een bedrijf/kantoor wordt in de Wet Geluidhinder in beginsel niet aangemerkt als geluidgevoelig object. Hetzelfde geldt voor vakantiewoningen6. Een specifiek wettelijk kader ontbreekt, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening zal wel een afweging moeten worden gemaakt om te beoordelen of de bedrijven/kantoren en recreatiewoningen in het gebied niet worden blootgesteld aan onaanvaardbare geluidbelasting. Met andere woorden: of sprake is van een goede ruimtelijke ordening na realisatie van het initiatief. Daarom is tevens de geluidbelasting bij een nabijgelegen Roompot vakantiepark dat in ontwikkeling is en de omliggende kantoren/bedrijven, inzichtelijk gemaakt.
Laagfrequent geluid Er is geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden waarmee laagfrequente geluidhinder kan worden geobjectiveerd. Laagfrequent geluid (LFG) is geluid in het voor mensen laagst hoorbare frequentiegebied, onder 200 Hz. Windturbines stralen, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid uit. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD-en de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht7. Uit dit onderzoek blijkt dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is. Bij een A-gewogen normstelling van 47 dB Lden is geen noodzaak voor een aanvullende normstelling van laagfrequent geluid. De mate van bescherming bij een geluidnorm van 47 dB Lden wordt eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek8 naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL. Ook hier zijn geen aanwijzingen dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Tenslotte is door de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu, mede namens de minister van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu over het onderwerp laagfrequent geluid van windturbines een brief aan de Tweede kamer gestuurd9. Deze brief baseert zich onder andere op bovengenoemd onderzoek van het RIVM waarin wordt gesteld dat:
6
Vakantiewoningen die naar hun aard niet bestemd zijn voor bewoning in de zin van de WGH maar voor recreatief verblijf hoeven niet bij de besluitvorming te worden betrokken (ABRvS 30 mei 2000, nummer 199901166/1, Geluid, september 2000). 7 Windturbines: invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden, GGD Informatieblad medische milieukunde Update 2013; RIVM-rapport 200000001/2013. 8 Literatuuronderzoek laagfrequent geluid windturbines, LBP Sight in opdracht van Agentschap NL, projectnummer DENB 138006 september 2013. 9 Brief d.d. 31 maart 2014, betreft laagfrequent geluid van windturbines, kenmerk IenM/bsk-2014/44564, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu Wilma J. Mansveld. Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 7
•
laagfrequent geluid bij windturbines in samenhang met hogere frequenties wordt gehoord en niet afzonderlijk hiervan;
•
dit impliceert tevens dat de effecten van laagfrequent geluid op mensen niet anders zullen zijn dan effecten van geluid met hogere frequenties zoals hinder, slaapverstoring, moeheid, concentratieproblemen en dergelijke;
•
voor beweringen dat laagfrequent geluid van windturbines allerlei klinische ziekten bij mensen kan veroorzaken is geen betrouwbare bewijsvoering aangetroffen, hetgeen in lijn is met de voorgaande inzichten;
•
het feitelijke aandeel laagfrequent geluid in het brongeluid van een windturbine gering is. Daarom is ook het aandeel in de geluidbelasting op een woninggevel gering;
•
bij het groter worden van turbines (tot 5 of 7,5 MW) zal dit aandeel met hooguit 1 à 2 dB toenemen. Het bij de Nederlandse norm voor windturbinegeluid voorgeschreven reken- en meetvoorschrift is goed in staat om hiermee rekening te houden zodat een correcte toetsing aan de norm mogelijk is;
•
de Deense norm voor laagfrequent windturbinegeluid in het binnenmilieu van een woning geen extra bescherming biedt ten opzichte van een norm van 47 dB Lden voor de gevelbelasting in geval van een standaard geïsoleerde woning.
Op grond van de brief van de Staatssecretaris kan worden gesteld dat toetsing aan een geluidnorm van 47 dB Lden (zoals in dit rapport gebeurt) voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid. Het is dan ook niet noodzakelijk onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor deze windturbines. Ook uit een recentere literatuurstudie10 van het RIVM (2020) blijkt dat laagfrequent geluid niet zorgt voor extra hinder dan hinder gerelateerd aan ‘gewoon’ geluid.
2.2 Invoer rekenmodel Van de situatie is een akoestisch rekenmodel opgesteld met behulp van het programma Geomilieu® versie V2021.1. Hiermee zijn de jaargemiddelde geluidniveaus berekend. De modellering en de overdrachtsberekening zijn uitgevoerd conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines. De geometrie van de omgeving is vastgesteld aan de hand van kaartmateriaal (BAG, TOP10NL), luchtfoto’s, aangeleverde documentatie en telefonisch verkregen informatie. In het gebied zijn bodemgebieden standaard aangeduid als akoestisch absorberend (B=0,9). Relevante wegen, verhardingen, wateroppervlakken en kassen zijn aangeduid als akoestisch reflecterend (B=0). Gebieden met gedeeltelijke verharding en gedeeltelijke begroeiing zijn aangeduid met een bodemfactor B=0,5. Bebouwing (bedrijventerrein, woonwijken) is aangeduid met een bodemfactor van B=0,3. De windturbines zijn akoestisch gemodelleerd met drie rondom uitstralende puntbronnen (dag-, avond- en nachtemissie) ter hoogte van de rotoras. De geluidsberekeningen ten behoeve van de geluidcontouren worden uitgevoerd op een raster van rekenpunten op een hoogte van 5 meter boven het maaiveld. Daarmee worden geluidcontouren bepaald, ofwel lijnen waar de geluidbelasting overal dezelfde waarde heeft. Daarnaast wordt voor een set referentiewoningen de geluidbelasting bepaald.
Wanneer bij deze woningen wordt voldaan aan de geluidnorm uit het Activiteitenbesluit, zal ook ter plaatse van verder gelegen woningen worden voldaan. De referentiewoningen zijn representatief voor de situatie en zijn hieronder weergegeven in Tabel 2.1. 10
Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM-rapport 2020-0214, I. van Kamp & G.P. van den Berg Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 8
Tabel 2.1 Referentiewoningen Toetspunt
Adres
Afstand tot dichtstbijzijnde windturbine [m]
1
Spanjaardweg 1
800
2
Onderneming 2
500
3
Onderneming 1
520
4
Buitengronden 3a
510
5
De Nolle 24
790
6
Seggeweg 61
760
7
Groene Kruisweg 2
460
8
Maasdijk 20
440
9
Maasdijk 18
440
10
Maasdijk 16
760
Naast de bovengenoemde referentiewoningen, is er voor een aantal extra woningen de geluidbelasting als gevolg van windturbinegeluid inzichtelijk gemaakt. Deze extra woningen zijn gelegen in de nabijheid van bestaande windturbines waarvan al een geluidbelasting wordt ervaren. Op de extra woningen wordt de geluidbelasting bepaald van bestaande windturbines, de geluidbelasting als gevolg van Windproject Brielse Brug afzonderlijk en de cumulatieve geluidbelasting van de bestaande windturbines en Windproject Brielse Brug. De extra woningen zijn gegeven in Tabel 2.2. Tabel 2.2 Extra referentiewoningen Toetspunt
Adres
Afstand tot dichtstbijzijnde windturbine [m]
11
Veckhoekse Sluisweg 2
620
12
Staaldiepseweg 14
1.050
13
Staaldiepseweg 5
1.020
14
Visserijweg 11
1.720
De referentiewoningen zijn gemodelleerd als gebouwen met 5,5 meter hoogte boven het maaiveld. Op elke gevel(oriëntatie) van de gebouwen zijn toetspunten geplaatst op een beoordelingshoogte +5 meter hoogte boven het maaiveld11. Op elk toetspunt is het jaargemiddelde geluidniveau berekend. Details van de invoergegevens van het rekenmodel zijn gegeven in Bijlage 2 en de situering van de toetspunten op kaart is gegeven in Bijlage 3.
2.3 Windaanbod De jaargemiddelde bronsterkte LE van een windturbine is afhankelijk van de optredende windsnelheden op ashoogte. Door het KNMI zijn gegevens gepubliceerd over de distributie van voorkomende windsnelheden op 10 tot 260 m hoogte. Deze KNMI-gegevens zijn gebaseerd op langjarige windstatistiek. Deze
11
https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-op-land/geluid/geluidsberekening-windturbines Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 9
distributies zijn gespecificeerd voor de dag-, de avond- en de nachtperiode. De data is gebaseerd op het meteo-model van het KNMI en beschikbaar op raster-punten over geheel Nederland12. Voor de geluidberekeningen is uitgegaan van de windverdeling op maximale ashoogte (167 m) voor een windturbine met een rotordiameter van 163 meter. In Figuur 2.2 is de windverdeling weergegeven op 167 m ashoogte voor de dag-, avond- en nachtperiode. Windsnelheden boven 20 m/s zijn hier niet weergegeven omdat de kans dat deze voorkomen erg laag is, echter de berekening houdt er wel rekening mee. Figuur 2.2 Voorkomende windsnelheden op ashoogte +167 m
2.4 Geluidbron Nordex N163/5.X Nordex heeft geluidgegevens van de Nordex N163/5.X beschikbaar gesteld13. De bronsterkten zijn gerapporteerd bij windsnelheden op ashoogte van 5 t/m 18 m/s. Door een gebrek aan beschikbare informatie is het octaafspectrum van de Nordex N149/4.0-4.514 gebruikt om de overdracht te berekenen. Het gebruikte octaafspectrum is gegeven bij een windsnelheid van Vas=12 m/s. De maximale bronsterkte bedraagt 109,2 dB(A) en treedt op bij windsnelheden op ashoogte vanaf 10 m/s. De gerapporteerde bronsterkten van de Nordex N163/5.X (grijze staven in Figuur 2.3) zijn omgerekend naar jaargemiddelde bronsterkten in relatie tot de windsnelheid op een ashoogte van 167 m.
12
Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4, Reken- en meetvoorschrift windturbines, §3.4.3 bepaling windsnelheidsverdeling. 13 Noise level, Power curves, Thrust curves Nordex N163/5.X, F008_276_A13_EN Revision 02, 2020-02-17 14 Octave sound power levels Nordex N149/4.0-4.5 Variable Power Curve Modes Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 10
Figuur 2.3 Verdeling bronsterkten Nordex N163/5.X, ashoogte 167 m
Ter informatie: in de grafiek zijn ook de gecorrigeerde bronsterkten weergegeven per windsnelheidsklasse voor de dag, de avond en de nacht. De gele, blauwe en rode staven representeren de bronsterkten gecorrigeerd voor het percentage van de tijd dat de betreffende windsnelheidsklasse optreedt. Cumulatie van deze bronsterkten over alle windsnelheidsklassen levert de jaargemiddelde bronsterkten op. Deze waarden LW,j variëren en bedragen voor een ashoogte van 167 m 106,4, 106,7 en 107,2 dB(A) voor respectievelijk de dag, de avond en de nacht.
2.5 Rekenresultaten Voor de referentiewoningen zijn in Tabel 2.3 de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden gegeven die optreden op +5 m hoogte. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: •
Het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;
•
Het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 11
Tabel 2.3 Rekenresultaten Windproject Brielse Brug [dB(A)] Geluidbelasting Toetspunt
Adres Lnight
Lden
1
Spanjaardweg 1
38
44
2
Onderneming 2
43
49
3
Onderneming 1
42
49
4
Buitengronden 3a
42
48
5
De Nolle 24
38
44
6
Seggeweg 61
39
45
7
Groene Kruisweg 2
44
50
8
Maasdijk 20
43
49
9
Maasdijk 18
43
49
10
Maasdijk 16
39
45
Voor de extra woningen zijn de resultaten gegeven in Tabel 2.4. Tabel 2.4 Rekenresultaten Windproject Brielse Brug extra referentiewoningen [dB(A)] Geluidbelasting Toetspunt
Adres Lnight
Lden
11
Veckhoekse Sluisweg 2
42
48
12
Staaldiepseweg 14
37
43
13
Staaldiepseweg 5
37
44
14
Visserijweg 11
35
41
De rekenresultaten zijn tevens gegeven in Bijlage 4. In Bijlage 5 en Bijlage 6 zijn de berekende geluidcontouren op een waarneemhoogte van +5 m weergegeven voor Lden=47 dB alsmede voor Lnight=41 dB.
2.6 Beoordeling geluid De resultaten in Tabel 2.3 en Tabel 2.4 laten zien dat de geluidnorm Lden=47 dB en Lnight=41 dB wordt overschreden ter plaatse van meerdere toetspunten. De vetgedrukte waarden laten de overschrijdingen zien. Om aan de geluidnorm uit het Activiteitenbesluit te voldoen, zijn geluidmitigerende voorzieningen voor de gehanteerde windturbine aan de orde.
2.7 Voorzieningen geluid Om te voldoen aan de normstelling kan er voor worden gekozen om een andere windturbine met een lagere geluidemissie en of lagere ashoogte te nemen. Ook kan er voor worden gekozen om (voor specifieke perioden) de instellingen van specifieke turbines te wijzigen. Met deze instellingen worden de bronsterkten van de turbines gereduceerd door bijvoorbeeld het toerental te verlagen en/of de bladhoek te verdraaien. Dit gaat enigszins ten koste van de energieopbrengst. Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 12
Voor Windproject Brielse Brug is onderzocht om de windturbines in geluidmitigerende modi te laten draaien gedurende het etmaal. Bij het bepalen van de benodigde mitigatie is rekening gehouden met de geluidbelasting die de referentiewoningen al ontvangen van bestaande windturbines. Er is gekeken om het geluid als gevolg van Windproject Brielse Brug te mitigeren totdat cumulatief wordt voldaan aan 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Er is hierbij geen rekening gehouden met de woningen die maatgevend zijn voor de bestaande windturbines van WP Hartel II. In paragraaf 2.8 is dit verder toegelicht. In Tabel 2.5 zijn de instellingen voor geluidvoorzieningen gepresenteerd waarmee op alle toetspunten (naast de referentiewoningen eveneens voor alle andere omliggende woningen) wordt voldaan aan de norm Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Het betreft standaardinstellingen welke door de turbinefabrikant mogelijk zijn gemaakt. De benamingen verwijzen naar de benamingen van deze standaardinstellingen. Tabel 2.5 Bedrijfsinstelling windturbines Windturbine
Dag (7:00-19:00u)
Avond (19:00-23:00u)
Nacht (23:00-07:00u)
WT01
Mode 1
Mode 2
Mode 10
WT02
Mode 3
Mode 3
Mode 6
In Tabel 2.6 zijn per toetspunt de jaargemiddelde geluidniveaus met geluidvoorzieningen gegeven. In Tabel 2.7 zijn de resultaten gegeven voor de extra referentiewoningen. In Bijlage 2 en Bijlage 4 zijn respectievelijk de akoestische gegevens en de rekenresultaten gegeven. In Bijlage 7 en Bijlage 8 zijn de berekende geluidcontouren voor Lden en Lnight gegeven. De berekening ter plaatse geven, na toepassen van de geluidvoorzieningen, geen overschrijding van de norm. Tabel 2.6 Rekenresultaten Windproject Brielse Brug met geluidmitigatie [dB(A)] Geluidbelasting Toetspunt
Adres Lnight
Lden
1
Spanjaardweg 1
33
41
2
Onderneming 2
39
46
3
Onderneming 1
39
46
4
Buitengronden 3a
39
46
5
De Nolle 24
34
41
6
Seggeweg 61
35
42
7
Groene Kruisweg 2
40
47
8
Maasdijk 20
40
47
9
Maasdijk 18
40
47
10
Maasdijk 16
35
42
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 13
Tabel 2.7 Rekenresultaten Windproject Brielse Brug met geluidmitigatie extra referentiewoningen [dB(A)] Geluidbelasting Toetspunt
Adres Lnight
Lden
11
Veckhoekse Sluisweg 2
38
45
12
Staaldiepseweg 14
33
40
13
Staaldiepseweg 5
34
41
14
Visserijweg 11
32
39
Aangezien zonder de toepassing van geluidmitigatie met het doorgerekende windturbinetype niet kan worden voldaan aan de geluidnorm, zal een toekomstige situatie met realisatie van Windproject Brielse Brug alleen kunnen bestaan met toepassing van voorzieningen voor geluidmitigatie of het kiezen van een windturbine met een lagere geluidbelasting. Daarom wordt in de hierop volgende berekeningen (voor cumulatie met bestaande windturbines, cumulatie met andere geluidbronnen en geluidbelasting bij nietgevoelige objecten) slechts uitgegaan van de realisatie van Windproject Brielse Brug met geluidmitigatie.
2.8 Cumulatieve effecten met andere windturbines Cumulatie met de 20 bestaande windturbines is inzichtelijk gemaakt. Voor de bestaande windturbines van WP Hartel II, WP Hartelbrug II, WP Hartelkanaal en de solitaire windturbine zijn Bijlage 2 de bronnen vermeld op basis waarvan de geluidemissie van de bestaande windturbines is bepaald. In Bijlage 2 zijn tevens de bronemissies op ashoogte gegeven bij variërende windsnelheden voor de dag-, avond- en nachtperiode. De cumulatieve geluidbelasting van de bestaande windturbines (referentiesituatie) en de nieuwe windturbines van Windproject Brielse Brug is gegeven in Tabel 2.8. In Tabel 2.9 zijn de resultaten gegeven voor de extra referentiewoningen. De rekenresultaten zijn tevens gegeven in Bijlage 4. De geluidcontouren Lden=47 dB en Lnight=41 dB van de referentiesituatie en de cumulatieve geluidcontouren zijn gegeven Bijlage 9 t/m Bijlage 12.
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 14
Tabel 2.8 Cumulatie met andere windturbines [dB(A)]
Toetspunt
Referentiesituatie
Windproject Brielse Brug*
Cumulatief
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Adres
1
Spanjaardweg 1
34
41
33
41
36
43
2
Onderneming 2
35
42
39
46
40
47
3
Onderneming 1
38
45
39
46
40
47
4
Buitengronden 3a
38
44
39
46
40
47
5
De Nolle 24
29
35
34
41
35
42
6
Seggeweg 61
28
34
35
42
36
43
7
Groene Kruisweg 2
28
35
40
47
40
47
8
Maasdijk 20
29
36
40
47
40
47
9
Maasdijk 18
30
37
40
47
41
47
10
Maasdijk 16
31
38
35
42
36
43
* Resultaten voor Windproject Brielse Brug met mitigatie.
Tabel 2.8 laat zien dat in de cumulatieve situatie de geluidbelasting niet hoger is dan 47 dB L den en 41 dB Lnight. Zoals beschreven in paragraaf 2.7 is dan ook rekening gehouden met de geluidbelasting als gevolg van bestaande windturbines voor het bepalen van de benodigde geluidmitigatie. Met de gekozen geluidmitigatie voor Windproject Brielse Brug wordt cumulatief voldaan aan 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de referentiewoningen. Tabel 2.9 Cumulatie met andere windturbines extra referentiewoningen [dB(A)]
Toetspunt
Referentiesituatie
Windproject Brielse Brug*
Cumulatief
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Adres
11
Veckhoekse Sluisweg 2
39
46
38
45
40
47
12
Staaldiepseweg 14
40
48
33
40
41
48
13
Staaldiepseweg 5
40
47
34
41
40
47
14
Visserijweg 11
42
48
32
39
42
48
* Resultaten voor Windproject Brielse Brug met mitigatie.
Bij de extra referentiewoningen uit Tabel 2.9 valt op te merken dat in de referentiesituatie toetspunt 12 en 14 een geluidbelasting Lden van meer dan 47 dB ontvangen en dat toetspunt 14 tevens een geluidbelasting Lnight van meer dan 41 dB ontvangt. De geluidbelasting als gevolg van Windproject Brielse Brug afzonderlijk is laag ten opzichte van de al aanwezige geluidbelasting in de referentiesituatie. Als gevolg van de relatief lage geluidbelasting van Windproject Brielse Brug, is in de cumulatieve geluidbelasting een gering effect te zien. Bij toetspunt 12 wordt in de cumulatieve geluidbelasting de geluidnorm van Lnight=41 dB niet overschreden en blijft de cumulatieve geluidbelasting Lden gelijk aan 48 dB, net zoals in de referentiesituatie. Bij toetspunt 14 is er geen verschil in de cumulatieve geluidbelasting en geluidbelasting in de referentiesituatie, waarin beide situaties een geluidbelasting wordt ondervonden van 48 dB Lden en 41 dB Lnight.
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 15
De resultaten uit Tabel 2.9 laten zien dat toetspunten 12 t/m 14 een aanzienlijke geluidbelasting hebben in de referentiesituatie en dat Windproject Brielse Brug hier een zeer gering effect op heeft in de cumulatieve geluidbelasting. Deze toetspunten liggen tevens op een aanzienlijk grotere afstand (>1.000 m) van de windturbines van Windproject Brielse Brug ten opzichte van de andere referentiewoningen (zie Tabel 2.1 en Tabel 2.2). Deze toetspunten zijn maatgevend voor de bestaande windturbines van WP Hartel II en verdere mitigatie van Windproject Brielse Brug zal er niet toe leiden dat er bij al deze woningen cumulatief kan worden voldaan aan een norm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Van de extra referentiewoningen is toetspunt 11 dichter gelegen bij Windproject Brielse Brug (620 m). De resultaten uit Tabel 2.9 laten zien dat er bij deze woning cumulatief kan worden voldaan aan L den=47 dB en Lnight=41 dB.
2.9 Aantal ernstig gehinderden Voor het plangebied van Windproject Brielse Brug is op basis van de dosis-effectrelatie uit het TNOrapport per woning het verwachte percentage ernstig gehinderden binnenshuis bepaald en vermenigvuldigd met het gemiddelde aantal personen per huishouden15 om het werkelijk aantal ernstig gehinderden te bepalen. Er is hierbij van uitgegaan dat Windproject Brielse Brug wordt gemitigeerd tot een niveau waarop cumulatief wordt voldaan aan de geluidnorm Lden=47 dB en Lnight=41 dB. Alle woningen die een geluidbelasting van 37 dB Lden of hoger ervaren als gevolg van de twee windturbines van Windproject Brielse Brug zijn meegenomen in het bepalen van het aantal ernstig gehinderden. Volgens het TNOrapport is het percentage ernstig gehinderden bij een geluidbelasting lager dan 37 dB L den nog slechts 0,5%. Dit wordt derhalve als zeker aanvaardbaar beschouwd. Binnen de 37 dB Lden contour zijn 499 woningen gelegen. Vermenigvuldigd met de gemiddelde bezetting per huishouden betekent dit dat er circa 1093 personen in en rond het plangebied (verder naar verwezen als de ‘populatie’). Het aantal ernstig gehinderden binnen de 37 dB Lden contour is bepaald voor de referentiesituatie (bestaande windturbines) en in de nieuwe situatie met Windproject Brielse Brug en de referentiesituatie opgeteld.
Het aantal ernstig gehinderden en percentage ernstig gehinderden zijn gegeven in Tabel 2.10.
15
Voor gemeente Brielle is het gemiddeld aantal personen per huishouden 2,2 in het jaar 2021, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/70072ned/table?dl=697D8 Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 16
Tabel 2.10 Aantal ernstig gehinderden en percentage ernstig gehinderden Aantal ernstig gehinderden (binnenshuis)
% van de populatie (1093 personen)
Referentiesituatie
3,0
0,3%
Cumulatief Windproject Brielse Brug
16,2
1,5%
Het aantal woningen dat een bepaalde geluidbelasting ervaart in de referentiesituatie en in de nieuwe situatie is gegeven in Tabel 2.11. Tabel 2.11 Aantal woningen met bepaalde geluidbelasting in de referentiesituatie en de nieuwe situatie Geluidbelasting Lden [dB(A)]
Referentiesituatie
Nieuwe situatie: Cumulatief Windproject Brielse Brug
< 37
474
0
37
6
13
38
2
129
39
0
189
40
0
122
41
1
6
42
1
9
43
0
6
44
1
1
45
1
4
46
2
2
47
3
10
48
8
8
Totaal
499
499
Uit de resultaten in Tabel 2.10 blijkt dat er in de referentiesituatie circa 3 personen zijn die ernstige hinder ondervinden als gevolg van geluid van bestaande windturbines. Het aantal ernstig gehinderden neemt toe tot circa 16 personen na realisatie van Windproject Brielse Brug. Het aandeel ernstig gehinderden ten opzichte van de gehele populatie gaat van 0,3% in de referentiesituatie naar 1,5% in de nieuwe situatie. Uit Tabel 2.11 kan worden opgemaakt dat er in de referentiewoningen 8 woningen zijn die een geluidbelasting van meer dan Lden 47 dB ervaren. In de nieuwe situatie na toevoeging van Windproject Brielse Brug zijn er nog steeds 8 woningen met een geluidbelasting hoger dan 47 L den. Het aantal woningen met een geluidbelasting van 47 dB Lden neemt toe van 3 naar 10 in de nieuwe situatie. Door toevoeging van Windproject Brielse Brug is er met name een verschuiving te zien in het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 38 en 43 dB Lden.
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 17
2.10 Cumulatieve effecten met andere geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4). Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht, zij wordt gebruikt ter indicatie van het heersende en gewijzigde leefklimaat. De kwaliteit van de akoestische omgeving wordt met onderstaande tabel beoordeeld (ook wel bekend als ‘methode Miedema’). Tabel 2.12 Classificering kwaliteit van akoestische omgeving in milieukwaliteitsmaat volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving
Geluidbelasting
Goed
< 50 dB Lden
Redelijk
< 55 dB Lden
Matig
< 60 dB Lden
Tamelijk slecht
< 65 dB Lden
Slecht
< 70 dB Lden
Zeer slecht
≥ 70 dB Lden
Toegepaste kleurcode
De cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode moet de geluidbelasting L bekend zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. Hieruit ontstaat een voor die bronsoort vervangende geluidbelasting L* die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt. •
Windturbine
L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB
•
Wegverkeer
L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL
•
Scheepvaart16
L*SL = 0,975 * LSL - 0,7 dB
•
Railverkeer
L*RL = 0.95 * LRL – 1,40
•
Industrie
L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB
•
Luchtvaart
L*LL = 0,98 * LLL + 7,03
De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai en scheepvaartlawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt.
Windturbines Er is sprake van cumulatie met 20 nabijgelegen bestaande windturbines, zoals eerder beschreven in paragraaf 2.8. De toegepaste geluidgegevens van de bestaande windturbines zijn gegeven in Bijlage 2.
16
Voor scheepvaart is uitgegaan van het gemiddelde van wegverkeer en railverkeer, omdat de (enige bekende) dosishinderrelatie tussen die van wegverkeer en railverkeer lijkt te liggen (Geluidseffecten scheepvaartlawaai, PV.W3629.R01, december 2004) Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 18
Wegverkeer De geluidbelasting als gevolg van de autowegen A15 en N57 is gebaseerd op het Geluidregister Wegverkeer17. Deze is geraadpleegd in mei 2022 en betreft de versie van 11 mei 2022. In het Geluidregister zijn geen gegevens opgenomen van de N218. Daarom is de geluidbelasting als gevolg van de N218 bepaald op basis van weekdagintensiteiten over de N218 in 2019, vrijgegeven door de Provincie Zuid-Holland18. De verdeling in type motorvoertuigen en over de dag-, avond- en nachtperiode zijn gebaseerd op gerapporteerde intensiteiten uit bestemmingsplan Brielle landelijk gebied 19. De invoergegevens voor wegverkeer van de N218 zijn gegeven in Bijlage 2.
Scheepvaart Het aantal scheepsbewegingen over het Hartelkanaal wordt geschat op 103 bewegingen per etmaal 20. Bij gebrek aan informatie over de verdeling in het aantal scheepsbewegingen per periode gedurende een etmaal is er uitgegaan van een verdeling van 80%, 10% en 10% in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. De invoergegevens voor het bepalen van geluidbelasting als gevolg van scheepvaart zijn gegeven in Bijlage 2. Nabij Windproject Brielse Brug ligt tevens het Brielse Meer waar voornamelijk recreatievaarbewegingen plaatsvinden. Aangezien hier geen zware vrachtschepen over varen, zijn de vaarbewegingen over het Brielse Meer buiten beschouwing gelaten.
Railverkeer Langs de noordzijde van het Hartelkanaal zijn meerdere spoorbaandelen gelegen. De geluidbelasting van railverkeer op de toetspunten is berekend op basis van het Geluidregister Spoor21, geraadpleegd in mei 2022.
Industrie In de nabijheid van Windproject Brielse Brug zijn de bedrijventerreinen Seggelant, Maasvlakte-Europoort en Botlek-Vondelingenplaat gelegen. Het bedrijventerrein Seggelant is, in tegenstelling tot MaasvlakteEuropoort en Botlek-Vondelingenplaat, geen geluidgezoneerd bedrijventerrein. Er zullen hierom geen grote installaties aanwezig zijn of werkzaamheden plaatsvinden met aanzienlijke geluidsproductie. Om deze reden wordt het bedrijventerrein Seggelant buiten beschouwing gelaten in het bepalen van industrielawaai. Een factor die wel een rol kan spelen in geluidsproductie is de af- en aanvoer van transportverkeer via de N218. Deze factor wordt reeds meegenomen in wegverkeerslawaai. De bedrijventerreinen Maasvlakte-Europoort en Botlek-Vondelingenplaat zijn grote gezoneerde terreinen. De geluidbelasting op de toetspunten als gevolg van deze bedrijventerreinen is berekend middels de geluidmodellen van de bedrijventerreinen, vrijgegeven door de omgevingsdienst DCMR.
17
https://geluidregister.rijkswaterstaat.nl/geluidregister/#!/nav/index/ Intensiteiten provinciale wegen Zuid-Holland, Staat van Zuid-Holland, https://staatvan.zuidholland.nl/portfolio_page/intensiteiten-provinciale-wegen/ . 19 Brielle landelijk gebied: bestemmingsplan – toelichting, RBOI, 13-3-2007. 20 Landaanwinning; Inrichtingsmogelijkheden en achterlandverbindingen; de landaanwinning als duurzaam bedrijventerrein, AAN-02-141, PMR-EC maart 2003. 21 http://www.geluidregisterspoor.nl/geluidregister.html 18
Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 19
Luchtverkeer Laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard Windproject Brielse Brug ligt in het laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard, een gebied waar militaire helikopters van Defensie laagvliegoefeningen uitvoeren. Deze vliegbewegingen kunnen van invloed zijn op de geluidbelasting ter plaatse van de referentiewoningen als gevolg van luchtverkeer. Het plangebied van Windproject Brielse Brug beslaat een klein deel van het gehele laagvlieggebied, zie Figuur 2.4. Daarnaast is in Figuur 2.5 te zien dat een deel van de referentiewoningen buiten het laagvlieggebied gelegen zijn. Afgesproken namelijk in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT-2) is dat de bebouwde kernen van onder andere Brielle buiten het laagvlieggebied zijn gebracht22. Figuur 2.4 Laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard
22
Evaluatie van de laagvlieggebieden voor helikopters, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-73670.pdf Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 20
Figuur 2.5 Laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard en ligging toetspunten
Uit een rapport van het Ministerie van Defensie23 blijkt dat in de periode 2011-2016 het gemiddeld aantal gerealiseerde vliegbewegingen in laagvlieggebied Voorne-Putten/ Hoeksewaard 23,3 uur per jaar telde. Als worst-case wordt aangenomen dat deze vlieguren allemaal in de omgeving van het plangebied van Windproject Brielse Brug zijn uitgevoerd, zou dit betekenen dat 0,3% van de tijd in een kalenderjaar helikopterbewegingen in deze omgeving hebben plaatsgevonden waarbij hinder van het geluid kan zijn ondervonden. Het werkelijke aantal vlieguren in deze omgeving zal echter lager liggen dan deze worstcase aanname aangezien het volledige laagvlieggebied veel verder reikt dan slechts het plangebied van Windproject Brielse Brug. Daarnaast ligt het plangebied van Windproject Brielse Brug aan de rand van het laagvlieggebied, waarmee het aannemelijk is dat niet alle jaarlijkse vliegbewegingen zich hier centreren. Hiermee kan worden gesteld dat het deel van de tijd gedurende een kalenderjaar waarop vliegbewegingen in het plangebied van Windproject Brielse Brug kunnen plaatsvinden, lager zal uitvallen dan 0,3%. In het geval dat er wel sprake is van laagvliegbewegingen, is er ook een verschil in de mate van geluidhinder die kan worden ervaren gerelateerd aan de duur van de vliegbewegingen.
Over het algemeen kan worden gesteld dat minder hinder wordt ervaren wanneer een helikopter kortstondig passeert en dat meer hinder wordt ervaren wanneer een helikopter langdurig (op lage afstand van het maaiveld) boven één gebied hangt. In het eerder aangehaalde rapport van het Ministerie van Defensie is het aantal klachten (bijv. overlast van langdurig laagvliegen, avondvluchten, opgejaagd vee) gerapporteerd per laagvlieggebied. In de periode 2012-2016 zijn in het gebied Voorne-Putten / Hoeksewaard gemiddeld 5,2 klachten per jaar ontvangen. Op basis het lage aantal klachten binnen het gehele laagvlieggebied wordt
23
Evaluatie van de laagvlieggebieden voor helikopters, 20-12-2017, Ministerie van Defensie, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-830050.pdf Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 21
verondersteld dat er weinig of geen momenten zijn geweest waarop helikopters langdurig stil hebben gehangen boven gebieden waar men veel hinder kan ondervinden van de helikopters. Hiermee wordt verwacht dat eventuele geluidhinder die kan worden ervaren voornamelijk zal komen van helikopters die kortstondig passeren. Een exacte bepaling van de te verwachten cumulatie met Windproject Brielse Brug zou zijn door de geluidbelasting als gevolg van laagvliegbewegingen te bepalen op de referentiewoningen. In correspondentie met een contactpersoon van Defensie Noord- en Zuid-Holland (in juni 2020) is door de contactpersoon aangegeven dat door de verschillende vliegbewegingen die plaatsvinden op verschillende hoogten geen geluidbelasting kan worden bepaald in het laagvlieggebied (dit wordt alleen gedaan bij militaire luchthavens waar helikopters volgens vaste routes vliegen). Daarnaast is bepaalde informatie naar vliegbewegingen binnen het laagvlieggebied en de geluidbelasting als gevolg van de vliegbewegingen gedeeltelijk geclassificeerd. Wegens gebrek aan informatie kan er geen exacte geluidbelasting als gevolg van vliegbewegingen in het laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard en cumulatie met Windproject Brielse Brug worden bepaald.
Hierboven is toegelicht dat er een laag aantal vliegbewegingen in het plangebied van Brielle en beperkte mate van geluidhinder bij het passeren van de helikopters worden verwacht. Daarom wordt verondersteld dat er jaargemiddeld geen significante cumulatie van geluid wordt verwacht als gevolg van de vliegbewegingen van het laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard. Rotterdam The Hague Airport Ten oostnoordoosten van Windproject Brielse Brug ligt de luchthaven Rotterdam The Hague Airpot (RTHA), op zo’n 16 km afstand. In het geluidonderzoek van RTHA24 zijn de geluidcontouren van de luchthaven bepaald voor verschillende uitbreidingsalternatieven. De meest nabijgelegen 40 dB Lden contour van de uitbreidingsalternatieven ligt op ongeveer een kilometer afstand van de 40 dB L den contour van Windproject Brielse Brug. In Figuur 2.6 zijn de 40 dB Lden geluidcontouren van de luchthaven en Windproject Brielse Brug gegeven. Door de grote afstand tussen de contouren wordt geen significante cumulatie verwacht met luchtverkeer van RTHA op de referentiewoningen.
24
Deelonderzoek geluid – MER Luchthavenbesluit RTHA, Advanced Decision Systems Airinfra, 14-9-2015. Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 22
Figuur 2.6 Geluidcontouren 40 dB Lden van uitbreidingsalternatieven RTHA en 40 dB Lden contour van Windproject Brielse Brug. De geluidcontouren van RTHA zijn verkregen uit het geluidonderzoek MER Luchthavenbesluit RTHA.
Cumulatie Voor de referentiewoningen is inzichtelijk gemaakt wat de realisatie van Windproject Brielse Brug betekent voor de cumulatieve geluidbelasting25. De geluidbelasting in de referentiesituatie (als gevolg van bestaande windturbines, wegverkeer, scheepvaart, railvaart en industrie) is gegeven in Tabel 2.13. Luchtverkeer is hierin niet meegenomen aangezien geen cumulatie met luchtverkeer wordt verwacht, zoals eerder beschreven. Voor de cumulatieve geluidbelasting in onderstaande tabel zijn de kleurcodes toegepast als gedefinieerd in Tabel 2.12. Voor de diverse geluidbronnen is de vervangende geluidbelasting L* weergegeven (de geluidbelasting die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt). De daadwerkelijk optredende geluidniveaus (in dB Lden en dB Letmaal) zijn gegeven in Bijlage 4.
25
In dit onderdeel worden de berekeningen gedaan voor de toetspunten 1 t/m 10. De extra referentiewoningen (11 t/m 14) worden hierin niet meer meegenomen maar waren beschouwd voor een analyse van de cumulatie met bestaande windturbines. Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw twee windturbines 720135 | Windproject Brielse Brug | v1.0 | 8-7-2022 Pagina 23
Tabel 2.13 Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie [dB(A)] Toetspunt
Adres
LVL = L*VL
L*SL
L*RL
L*IL
L*WT
Cumulatieve geluidbelasting Lcum
1
Spanjaardweg 1
51
38
45
57
48
59
2
Onderneming 2
56
40
46
59
50
61
3
Onderneming 1
66
42
48
59
54
67
4
Buitengronden 3a
56
41
48
59
53
61
5
De Nolle 24
51
35
41
54
38
56
6
Seggeweg 61
60
35
40
54
37
61
7
Groene Kruisweg 2
65
35
41
54
38
65
8
Maasdijk 20
54
36
44
55
39
58
9
Maasdijk 18
54
36
44
55
40
58
10
Maasdijk 16
50
38
46
56
42
57
Tabel 2.13 laat zien dat bijdrage van scheepvaartlawaai en railverkeerlawaai relatief laag is in vergelijking tot verkeerslawaai en industrielawaai. De geluidbelasting als gevolg windturbinelawaai van bestaande windturbines is logischerwijs hoger bij de referentiewoningen die dichterbij deze windturbines gelegen zijn. Op basis van de ligging van de 40 dB Lden contour van RTHA, zal de geluidbelasting bij de toetspunten als gevolg van luchtverkeer van RTHA lager zijn dan 40 dB L den, gelijk aan een gecorrigeerde geluidbelasting L*LL van minder dan 46 dB Lden. Dit ligt ten minste 10 dB onder de cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van de toetspunten (zie Tabel 2.13). Gezien het aanzienlijke aandeel van andere geluidbronnen bevestigt dit de verwachting dat het aandeel van luchtverkeer van RTHA verwaarloosbaar is in de cumulatieve geluidbelasting. De cumulatieve geluidbelasting op de referentiewoningen voor de toekomstige situatie waarbij Windproject Brielse Brug is gerealiseerd, is gegeven in Tabel 2.14. De cumulatieve geluidbelasting is met kleurcodes geclassificeerd zoals gedefinieerd in Tabel 2.12.