CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Windproject Brielse Brug Bijlage 5A - ruimtelijke onderbouwing v5

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Coördinatieregeling en verklaring van geen bedenkingen windproject Brielse Brug31.705 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ruimtelijke onderbouwing Windproject Brielse Brug Windproject Brielse Brug B.V. 720135 | V5.0 31-8-2023

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Ruimtelijke onderbouwing

Postadres

Versienummer

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

Projectnaam Windproject Brielse Brug

V5.0

Datum 31-8-2023

Project nummer 720135

Opdrachtgever Windproject Brielse Brug B.V.

Auteur Tom Herfs & Joost Sissingh

Nagekeken door Marjolein Pigge

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.

De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 nor

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

Beleid 2.1 2.2 2.3

3

Huidige situatie

18

Functionele structuur______________________________________________________ 18 Infrastructuur ____________________________________________________________ 19 Woningen ______________________________________________________________ 20 Bedrijvigheid ____________________________________________________________ 20 Windparken in de omgeving ________________________________________________ 20 Natuur _________________________________________________________________ 21 Landschappelijke structuur _________________________________________________ 21

Planbeschrijving 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

5

7

Beleid voor duurzame energie _______________________________________________ 7 Ruimtelijk beleid _________________________________________________________ 11 Conclusie ______________________________________________________________ 17

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

4

1

Aanleiding en doel ________________________________________________________ 1 Ligging plangebied ________________________________________________________ 2 Geldend bestemmingsplan __________________________________________________ 3 Juridisch kader ___________________________________________________________ 5 Leeswijzer _______________________________________________________________ 6

22

Gebieds- en locatiekeuze __________________________________________________ 22 De windturbines _________________________________________________________ 24 Kraanopstelplaats en ontsluiting _____________________________________________ 26 Aansluiting elektriciteitsnetwerk _____________________________________________ 26 Verhardingen ___________________________________________________________ 27 Obstakelverlichting en naderingsdetectiesysteem _______________________________ 29 Landschappelijk beeld_____________________________________________________ 30 Landschappelijke inpassing ________________________________________________ 32

Onderzoek 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12

36

Uitgangspunten __________________________________________________________ 36 Geluid _________________________________________________________________ 37 Slagschaduw____________________________________________________________ 51 Externe veiligheid ________________________________________________________ 59 Gezondheid_____________________________________________________________ 70 Ecologie _______________________________________________________________ 75 Cultuurhistorie en archeologie ______________________________________________ 82 Water _________________________________________________________________ 87 Bodem_________________________________________________________________ 91 Vliegverkeer en radar _____________________________________________________ 91 Overige aspecten ________________________________________________________ 96 Eindconclusie en voorwaarden omgevingsvergunning / maatwerkvoorschriften _______ 100

Ruimtelijke onderbouwing 720135 Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 1 van 3

6

Economische uitvoerbaarheid 6.1 6.2 6.3

7

Kostenverhaal __________________________________________________________ 101 Planschade ____________________________________________________________ 101 Financiële uitvoerbaarheid ________________________________________________ 101

Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 7.2 7.3

101

102

Procesparticipatie _______________________________________________________ 102 Vergunningprocedure en formele inspraakprocedure ____________________________ 102 Financiële participatie ____________________________________________________ 103

Ruimtelijke onderbouwing 720135 Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 2 van 3

Bijlagen In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt op plekken verwezen naar bijlagen 1. Een overzicht van de verwezen bijlagen is hieronder weergegeven:

1

▪ ▪

Bijlage 1: Selectie visualisaties Bijlage 2: Onderzoek geluid en slagschaduw

▪

Bijlage 3: Onderzoek externe veiligheid

▪

Bijlage 4: Landschap

▪ ▪

Bijlage 5: Natuurtoets Bijlage 6: Advies vliegveiligheid LVNL

▪

Bijlage 7: TNO radartoets

▪

Bijlage 8: Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Defensie

▪ ▪

Bijlage 9: Communicatie en participatieplan Bijlage 10: correspondentie WSHD

▪

Bijlage 11: AERIUS-berekening stikstofdepositie

Hier vallen niet de bijlagen van wetten onder.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 3 van 3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Drie particuliere grondbezitters (hierna: initiatiefnemers) zijn voornemens om twee windturbines te realiseren in de Nieuwe Ondernemingspolder (hierna: Ondernemingspolder), in de gemeente Brielle. De twee windturbines samen vormen het Windproject Brielse Brug met een gezamenlijk opgesteld vermogen van circa 10 tot 14 MW. Het Windproject Brielse Brug brengt naar verwachting tussen de 40 en 50 GWh per jaar aan elektriciteit op. Dit is genoeg windenergie om circa 13.000 huishoudens te voorzien van elektriciteit uit wind. Figuur 1.1 Voornemen windproject Brielse Brug

De oprichting van de nieuwe windturbines is ingegeven door het beleid op het gebied van duurzame (wind)energie en ruimtelijke ordening. Op provinciaal niveau (Omgevingsvisie) en regionaal niveau (RES Rotterdam Den Haag) is de beoogde locatie van de windturbine aangewezen als zoeklocatie voor (grootschalige) windenergie (zie ook hoofdstuk 2). In 2018 heeft de gemeente Brielle een bestuursovereenkomst gesloten met de provincie Zuid-Holland om zelf de opgave voor windenergie in de Ondernemingspolder te realiseren. In 2021 is het maximale vermogen zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst gewijzigd. Met de realisatie van de windturbines willen de initiatiefnemers invulling geven aan de landelijke, provinciale en regionale ambitie om het zoekgebied voor windenergie te benutten. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het opwekken van duurzame energie in Nederland, de energievoorzieningszekerheid van Nederland en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen om klimaatverandering te beperken.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 1

Afwijking bestemmingsplan Voor de realisatie van de windturbines is in ieder geval een omgevingsvergunning noodzakelijk. Verzocht wordt om planologische medewerking voor het windproject te verlenen. Het project wordt planologisch ingepast door middel van een afwijking als bedoeld in artikel 2.12. lid 1. Sub a. onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De voorliggende rapportage dient als ‘geeft de goede ruimtelijke onderbouwing’ (de wetgever gebruikt deze term) als onderdeel van in de omgevingsvergunning voor de afwijking van het vigerende bestemmingsplan. Op grond hiervan kan het bevoegd gezag beoordelen of bij de uitvoering van het plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging plangebied Het beoogde plangebied ligt in de Ondernemingspolder in het buitengebied ten oosten van de kern Brielle. Ten noorden van het plangebied is het Brielse Meer gelegen en verder naar het noorden het Hartelkanaal. Ten westen van het plangebied ligt de kern Brielle en ten oosten van het plangebied ligt de kern Zwartewaal. Ten zuiden van het plangebied ligt de provinciale weg N218. In noord-zuidelijke richting doorkruist de rijksweg N57 het plangebied. In Figuur 1.2 is de ligging van de Ondernemingspolder en globale ligging van het plangebied opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 2

Figuur 1.2: Globale ligging plangebied

1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van plangebied geldt het bestemmingsplan “‘Omgevingsplan Buitengebied Brielle”’ (vastgesteld op 28 januari 2020) van de gemeente Brielle (zie Figuur 1.3). Het betreft een bestemmingsplan met een verbrede reikwijdte en is al in ‘de geest’ van de nieuwe Omgevingswet opgesteld (zie Figuur 1.3). Ter plaatse van de boogde windturbines gelden de regels van ‘Algemeen grondgebruik’ (artikel 67 van het omgevingsplan). Gronden ter plaatse van deze aanduiding mogen gebruikt worden voor onder meer: a. weidegang en productiegrond bij een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 5 als ook; b. hobbymatige weidegang als ook ; c. parkeervoorzieningen op eigen erf ten behoeve van de bij de aangrenzende functie toegestane voorzieningen. Als er sprake is van ; d. voor zover sprake is van openbaar gebied zijn ook bijbehorende voorzieningen toegestaan zoals: 1. groen; 2. water; 3. speelvoorzieningen als ook verhardingen zoals; 4. voet- en fietspaden; 5. parkeervoorzieningen en; 6. bestaande wegen Het geldende bestemmingsplan laat de realisatie van de windturbines met bijbehorende voorzieningen niet toe, er is derhalve een afwijking van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk. In Figuur 1.3 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 3

Figuur 1.3: Uitsnede geldend bestemmingsplan

* Voor originele bron en legenda van het bestemmingsplan zie: http://brielle.crotec-omgevingsplan.nl/ Kader 1.1 Omgevingsplan, een bestemmingsplan met een bredere reikwijdte

Gemeente Brielle is één van de gemeenten die zich heeft aangemeld om voor haar buitengebied te experimenteren met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op grond van artikel 7c Besluit Uitvoering van de Crisis- en herstelwet (Chw). Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte heeft al het karakter van een omgevingsplan, het instrument dat het bestemmingsplan met in werking treden van de Omgevingswet (volgens planning op 1 juli 2023) gaat vervangen. Zo kan vooruitlopend op in werking treden van de Omgevingswet worden geëxperimenteerd met de onder de nieuwe wet beoogde verbreding van de reikwijdte van het instrument bestemmingsplan tot een omgevingsplan. Waar een bestemmingsplan normaal gesproken alleen regels over de ruimtelijke ordening mag bevatten bevat een 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Een 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' kent ook ander instrumenten dan een 'gewoon' bestemmingsplan zoals bijvoorbeeld een 'meldingsplicht' of 'gelijkwaardigheidsregels'. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden geldt een experimenteel omgevingsplan als een buitenwettelijk en vormvrij bestemmingsplan.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 4

1.4 Juridisch kader Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.).

Afwijking bestemmingsplan omgevingsvergunning Omdat het planvoornemen niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemers zijn voornemens om voor het bouwplan een aanvraag in te dienen voor ‘afwijking van het bestemmingsplan in de omgevingsvergunning’ (omgevingsvergunning voor de activiteit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo). Via deze procedure (ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegelicht en onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de goede ruimtelijke ordening.

Relatie met de milieueffectrapportage De procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft tot doel om te waarborgen dat voor besluitvorming met potentieel aanzienlijke gevolgen voor het milieu dit milieubelang volwaardig wordt betrokken in de besluitvorming. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage Dactiviteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark is aangewezen in het Besluit m.e.r. als categorie D22.2. Hierbij dient erop gelet te worden dat het bij de definitie van een windturbinepark gaat om 3 of meer windturbines. Bij een windturbinepark met een opgesteld vermogen van 15 MW (elektrisch) of meer, of bij een windturbinepark bestaande uit 10 of meer windturbines, moet de m.e.r.beoordelingsprocedure worden doorlopen. Bij een windturbinepark van 20 of meer windturbines is sowieso sprake van een m.e.r.-plichtig plan.

Voor dit project is sprake van de oprichting van twee windturbines, en dus formeel niet van een windturbinepark volgens de definitie van het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is daarom niet noodzakelijk.

Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan, hiervoor is wel een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad benodigd. Voor aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een omvang tussen de 5 en 100 MW zijn Provinciale Staten op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 bevoegd gezag voor het vaststellen van een inpassingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning. Het initiatief betreft meer dan 5 MW. De provincie Zuid-Holland heeft de bevoegdheid om te beslissen over het Windproject Brielse Brug bij de gemeente Brielle middels de bestuursovereenkomst overgedragen (zie paragraaf 2.1.6). Deze bevoegdheid ligt door de gemeentelijke herindeling van Brielle nu automatisch bij de nieuwe gemeente Voorne aan Zee.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 5

Coördinatieregeling De initiatiefnemers verzoeken de gemeente Brielle tot het toepassen van de coördinatieregeling als bedoeld in paragraaf 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening. Door coördinatie worden besluiten die met elkaar samenhangen gelijktijdig in procedure gebracht en worden daarover gegeven zienswijzen en ingestelde beroepen gelijktijdig afgehandeld. Er is dus geen aparte bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank, maar een rechtstreeks beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (beroep bij één instantie). Conform de procedure kunnen tegen de ontwerpbesluiten door een ieder zienswijzen worden ingediend.

Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er een versnelde afhandeling door de Raad van State geldt en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: •

projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I;

•

projecten van Bijlage II;

•

projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw).

De realisatie van de windturbines valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.2: “aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998”, waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de energietransitie is het zeer wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw. Dit brengt onder meer met zich mee dat: •

de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, na afloop van de beroepstermijn, een termijn van 6 maanden heeft voor het doen van een uitspraak op een beroep;

•

dat het beroepschrift meteen de gronden van beroep moet bevatten (het indienen van een pro-forma beroepschrift is niet mogelijk).

Het van toepassing zijn van de Chw dient vermeld te worden in bekendmaking, publicatie en besluitvorming.

1.5 Leeswijzer Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader geschetst. In hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het planvoornemen. In hoofdstuk 5 wordt het onderzoek naar de milieuaspecten beschreven. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de financieel-economische uitvoerbaarheid van dit plan. Hoofdstuk 7 geeft ten slotte een toelichting op de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 6

2 Beleid Dit hoofdstuk beschrijft beleid en wet- en regelgeving specifiek op het gebied van duurzame (wind)energie en ruimtelijke ordening. Ook wordt ingegaan op nut en noodzaak van windenergie.

2.1 Beleid voor duurzame energie 2.1.1 Mondiaal klimaatakkoord Klimaatverandering is een mondiale uitdaging en vereist dan ook een mondiale respons. Deze respons kwam in december 2015 toen op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21)2 195 landen, waaronder Nederland, instemden met een klimaatakkoord. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord: 

De gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius;

De partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen; Er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de

hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt; 

Alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en

onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen; Voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen. Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn. Het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven.

Zes jaar na het Akkoord van Parijs is tijdens de zesentwintigste klimaatconferentie van Glasgow (COP26) de balans opgemaakt en zijn nieuwe afspraken vastgelegd. Hieronder de belangrijkste punten: •

In lijn met de temperatuurdoelstelling van Parijs (beneden +2 graden en indien mogelijk +1,5 graden) moeten de deelnemende landen uiterlijk eind 2022 met aangescherpte klimaatdoelen voor 2030 komen.

•

Er wordt een oproep gedaan om de inspanningen op te voeren in het geleidelijk verminderen van het steenkool gebruik en een einde te maken aan subsidies voor fossiele brandstoffen.

•

Er gaat meet geld naar de ontwikkelingslanden om klimaatverandering tegen te gaan, vanuit de EU alleen al €100 miljoen.

•

Er wordt afgesproken de ontbossing tegen 2030 te stoppen en om te keren.

•

Er wordt afgesproken methaanuitstoot te verminderen.

•

Er zijn regels afgesproken die voortvloeien uit het Akkoord van Parijs, waaronder het opzetten van een mondiaal handelssysteem voor CO2-emissierechten.

2

De klimaatconferentie van Parijs 2015 (officieel: 2015 United Nations Climate Change Conference), die van 30 november tot 12 december 2015 plaatsvond in Parijs leidde tot het afsluiten van het "Akkoord van Parijs", dat op 22 april 2016 in New York is ondertekend. Het klimaatverdrag is 4 november 2016 in werking getreden. Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 7

2.1.2 Europese Klimaatwet Ook op Europees niveau zijn doelstellingen geformuleerd en vastgelegd om klimaatverandering tegen te gaan. Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (EU) hebben op 28 juni 2021 de Europese Klimaatwet vastgesteld. Met de vaststelling is de doelstelling om in 2030 40% minder CO2 uit te stoten dan in 1990 verhoogd naar 55%. Ook is vastgelegd dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Voor de productie en bevordering van duurzame energie uit hernieuwbare bronnen is algemeen beleid vastgelegd in de richtlijn hernieuwbare energie (2009/28/EG). Het vereist dat de EU tegen 2030 ten minste 32% van haar totale energiebehoeften met hernieuwbare energie vervult en bouwt voort op de reeds geboekte vooruitgang, waaronder de verwezenlijking van de EU-doelstelling van 20% hernieuwbare energie in 2020. Het tussendoel voor 2020 lijkt te zijn behaald met een aandeel van 21,3%. De beoogde windturbines dragen bij aan deze Europese doelstelling voor 2030.

2.1.3 Nationale Klimaatwet Om conform het Klimaatakkoord van Parijs de wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken heeft Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet vastgesteld. In de Klimaatwet staan drie doelen: 1. een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; 2. een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 3. 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Ter uitvoer van de Klimaatwet heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat op 1 april 2020 het Klimaatplan vastgesteld. Dit Klimaatplan bevat de hoofdlijnen van het nationale klimaatbeleid voor de komende 10 jaar (2021-2030). Daarnaast gaat het Klimaatplan, conform de Klimaatwet, in op de laatste wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, internationale beleidsontwikkelingen en de economische gevolgen. De inhoud van het Klimaatplan is voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, dat in juni 2019 tot stand is gekomen met betrokkenheid van meer dan 100 maatschappelijke (publieke en private) partijen. In het klimaatakkoord staan afspraken tussen de overheid en vijf betrokken sectoren (elektriciteit, industrie, bebouwde omgeving, landbouw en transport).

Deze afspraken moeten er voor zorgen dat in 2050 de doelen, zoals opgenomen in de Klimaatwet worden gehaald. Afspraken over de opwek van duurzame energie, waaronder windenergie, zijn vastgelegd in het hoofdstuk 'Elektriciteit' van het Klimaatplan. Zo is afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt voornamelijk met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken (zie Kader 2.1). Voor wind en zon op land is afgesproken dat in 2030 minimaal 35 TWh geproduceerd moet worden. De beoogde windturbines dragen bij aan deze Nederlandse doelstelling voor 2030.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 8

Kader 2.1 Windenergie ten opzichte van zonne-energie

Volgens het Rijksbeleid zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland windenergie en zonne-energie. In de toekomst komen daar technieken bij die nu nog verder doorontwikkeld moeten worden, zoals aardwarmte, restwarmte en groene waterstof. Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Vier duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, zonne-energie (met name elektriciteit uit zon-PV), wind op land en wind op zee. Bio-energie levert een belangrijk bijdrage aan de energievoorziening maar alsnog vrijkomende CO2-emissie en de beschikbaarheid hiervan (of van grondstoffen met de gewenste herkomst) beperkt de potentiële bijdrage. Zowel voor zonne-energie, wind op zee als wind op land wordt een grote bijdrage verwacht. Deze opgave is, gezien de huidige stand van zaken en de hoogte van de ambities, dermate groot dat de realisatie in de vorm van zon of wind op zee geen alternatief vormt voor het project. Er is een energiemix nodig waarbij alle vormen van duurzame energie, en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel zal krijgen. Onderhavig initiatief voorziet in het behalen van een dergelijke duurzame energiemix.

Noodzaak van een mix is ook het ongelijktijdig zijn van zon en wind (over de dag en over de seizoenen). Opwekking van elektriciteit met windenergie is gewenst vanwege de elektriciteitsproductie in de winter. Juist in dat seizoen neemt de toekomstige elektriciteitsvraag toe. Onder andere doordat we onze woningen steeds meer met warmtepompen gaan verwarmen en ook collectieve warmteoplossingen nodig hebben. Ook voor de netaansluiting is windenergie beter. Uit een analyse van de netbeheerders blijkt dat windenenergie in het algemeen beter en tegen lagere (maatschappelijke) kosten is in te passen in het elektriciteitsnetwerk dan zonneenergie. Dit komt omdat een windturbine meer uren per dag draait dan dat een zonnepaneel zon vangt. Bij wind rekenen we in dit deel van Nederland met 3.000 vollast-uren per jaar (tijdsduur waarin de energiebron effectief op vol vermogen energie heeft geproduceerd) en bij zon met 950 vollast-uren per jaar. Dit zijn gemiddelden, bij beiden is dit maatwerk en verschilt dit per opstelling, locatie en model. Zonne-energie heeft voornamelijk pieken terwijl windenergie een constantere bron is. Hoe meer zonne-energie, hoe groter de netcapaciteit dus moet zijn. Het net moet zo worden gebouwd dat op piekmomenten alle stroom terug geleverd kan worden aan het net. Hierdoor blijft een groot gedeelte van het netwerk onbenut wanneer de zon niet schijnt (piekt).

Dit is bij wind anders omdat dit een constantere bron is.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 9

2.1.4 RES Rotterdam Den Haag Een uitvloeisel van het Klimaatakkoord is dat 30 regio’s in Nederland een Regionale Energie Strategie (RES) opstellen. In de RES-en wordt per regio inzicht geven in het regionale bod voor grootschalige opwek van zonne- en windenergie dat bijdraagt aan doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 en concreet zorgt voor een opwek van 35 TWh hernieuwbaar op land. Gemeente Brielle is onderdeel van de RES-regio Rotterdam Den Haag. Binnen deze energieregio werken 23 gemeenten (waaronder gemeente Brielle), 4 waterschappen, 1 provincie, betrokken netbeheerders en maatschappelijke organisaties samen aan de doelstellingen. Hoewel de gemeenteraad van Brielle niet heeft ingestemd met de RES 1.0 heeft zij op 6 juli 2021 wel een motie aangenomen om deel te blijven nemen aan de RES. In regio Rotterdam Den Haag zien ze kansen om 2,8-3,2 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Daarmee dragen ze 8 á 9 % bij aan de nationale opgave uit het Klimaatakkoord. In de RES 1.0 is het plangebied van Windproject Brielse Brug ook aangewezen als zoekgebied voor windenergie. Met de ontwikkeling van de beoogde windturbines wordt een deel van deze bijdrage ingevuld.

2.1.5 Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten 2040 hebben de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne het plan om in de toekomst energieneutraal te worden 3. In de Routekaart Duurzaam Voorne-Putten is de regionale visie en aanpak voor een verduurzaming van Voorne-Putten geschetst (2018). De verschillende gemeenten maken hierin hun gezamenlijke doelstelling voor 2021 en 2030 kenbaar. Zij kiezen voor een ‘ambitieus scenario’. De doelstelling voor duurzame energie bedraagt achtereenvolgens 19% in 2021, 57% in 2030 en 100% in 2040. Voorne-Putten heeft daarnaast een handreiking naar de Provincie Zuid-Holland gedaan door een opgave van 45MW aan het realiseren van windenergie op land op zich te nemen. Hiermee levert Voorne-Putten een bijdrage aan het provinciaal doel van 735,5 MW aan windturbines op land in provincie Zuid-Holland, zoals afgesproken tussen Rijk en de provincie. De windturbines leveren een significante bijdrage aan de doelstelling. Daarnaast leveren de boogde windturbines tweemaal zoveel capaciteit als het uitgangspunt van 3 MW en kan er in totaal met minder windturbines het 45 MW doel worden gehaald.

2.1.6 Bestuursovereenkomst Windenergie Ondernemingspolder 2018 In 2018 heeft de gemeente Brielle een bestuursovereenkomst gesloten met de provincie Zuid-Holland om zelf de opgave voor windenergie in de Ondernemingspolder te realiseren4. Dat betekent dat de gemeente de verantwoordelijkheid heeft om samen met ontwikkelaars en andere belanghebbenden in het gebied de belangen af te wegen en te bepalen wat de beste plek is voor windturbines binnen de grenzen van de locatie. De gemeente heeft zich gecommitteerd om ten minste 6 MW en ten hoogste 9 MW aan totaal opgesteld vermogen te realiseren. Daarbij geldt ook de verplichting om ervoor te zorgen dat de omgeving zoveel mogelijk in het windpark kan participeren of kan meeprofiteren van de geplande ontwikkelingen. Bij het sluiten van de bestuursovereenkomst heeft de gemeenteraad de voorkeur uitgesproken voor maximaal 2 windturbines in de Ondernemingspolder.

3

https://www.brielle.nl/duurzaam-voorne-putten https://www.zuidholland.nl/publish/pages/19281/cf_bestuursovereenkomst_realisatie_n57_entree_noord_windenergie_brielle.pdf 4

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 10

In een wijziging van de bestuursovereenkomst is het maximaal vermogen windenergie van 9 MW gewijzigd naar twee windturbines met een totaal opgesteld vermogen kleiner dan 15 MW. De beoogde windturbines sluiten aan op de ambities van de Bestuursovereenkomst Windenergie Ondernemingspolder.

2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid Het ruimtelijk Rijksbeleid is vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn concrete regels opgenomen waar rekening mee moet worden gehouden.

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is op 11 september 2020 door het Rijk vastgesteld als structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden, wat naar verwachting op 1 juli 2023 zal gebeuren, geldt deze structuurvisie als een omgevingsvisie. De "Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte" (SVIR, maart 2012), die in de tijd voor de NOVI de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties was en waarin onder ander windenergie eveneens was aangemerkt als een nationaal belang, komt door de NOVI te vervallen. De strategisch relevante delen van de SVIR gaan op in de NOVI. De NOVI is gericht op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu door (a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede leefomgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Klimaatadaptie en de energietransitie vormen een van de vier prioriteiten van de NOVI, naast een duurzaam en economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied. De NOVI is erop gericht om voor deze vier prioriteiten de nationale strategische beleidskeuzes te formuleren en hanteert daarbij als afwegingsprincipes dat combinaties van functies voor enkelvoudige functies gaan, dat kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan en dat afwentelen wordt voorkomen. De NOVI geeft als algemeen beleidskader voor de realisatie van hernieuwbare energie op land het streven naar zuinig en zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, waarbij vraag en aanbod van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk dicht bij elkaar worden gebracht. Daarnaast moet er zoveel mogelijk worden aangesloten bij de gebiedsspecifieke ruimtelijke kwaliteit en gaat de voorkeur uit naar grootschalige clustering van duurzame energie.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 11

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Bij de vaststelling van een ruimtelijke plan voor de ontwikkeling van een windturbine dient rekening gehouden te worden met de regels die het Barro stelt. Van belang voor het plangebied zijn de volgende nationale belangen: 1.

Defensie;

2.

Primaire waterkeringen buiten het kustfundament.

Defensie In het Barro zijn regels opgenomen ten aanzien van militaire radarstations, beperkingen rondom een radarstation, als ook beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen. De beoogde windturbines vallen binnen de toetsingsvlakken van radarstations en overlapt een militaire laagvliegroute. De beoordeling van gevolgen van de windturbines vindt plaats in paragraaf 5.10. Primaire waterkeringen Aan de noord- en zuidzijde van de Ondernemingspolder liggen twee waterkeringen in het beheer van Waterschap Hollandse Delta. In het Barro is vastgelegd dat door de realisatie van een plan geen belemmeringen kunnen ontstaan voor het onderhoud, de instandhouding of de versterking van de waterkering. De beoordeling van gevolgen van de windturbines vindt plaats in paragraaf 5.8.

2.2.2 Provinciaal beleid Het windenergiebeleid van provincie Zuid-Holland is op 30 januari 2013 verankerd in de provinciale structuurvisie en de verordening ruimte (actualisering 2012). Daarmee hebben zij de basis gelegd voor het provinciaal ruimtelijk kader voor de realisatie van de Zuid-Hollandse windenergieopgave: vanuit ruimtelijke kwaliteit wordt gezocht naar een concentratie van windturbines op betekenisvolle plekken in het landschap. Indien mogelijk wordt daarbij aansluiting gezocht bij recent gebouwde bestaande opstellingen en worden windturbines zo geplaatst dat ook eventuele latere uitbreidingen landschappelijk inpasbaar zijn. De provincie heeft daarbij een voorkeur voor locaties die aansluiten bij grootschalige infrastructuur, grote bedrijventerreinen of op grote scheidslijnen tussen land en water.

Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) In de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM, juli 2014) en bijbehorende Verordening Ruimte (2014) zijn vervolgens de eisen vanuit windenergie en de voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit afgewogen en met elkaar in balans gebracht. Gebieden die vanuit landschappelijk, cultuurhistorisch, ecologisch of recreatief oogpunt kwetsbaar zijn, worden uitgesloten. Mede door de hoogte van moderne windturbines en daarmee gepaard gaande ruimtelijke invloed is het van belang om zoveel mogelijk in te zetten op concentratie in geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen. De locaties waren het resultaat van een afweging tussen eisen vanuit windenergie en voorwaarden vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit. De locaties combineren windenergie met technische infrastructuur, grootschalige bedrijvigheid en grootschalige scheidslijnen tussen land en water.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 12

In 2018 is met de vaststelling van de Herziene Visie Ruimte en Mobiliteit een groot aantal locaties voor windenergie toegevoegd aan de VRM en de Verordening. Gedeputeerde Staten (GS) van Zuid-Holland heeft een herziening van de VRM voorbereid waarmee 16 locaties voor windenergie in de Rijnmondregio worden toegevoegd aan de VRM en de Verordening. Het betreft deels locaties die voorheen deel uitmaakten van het Convenant Realisatie windenergie stadsregio Rotterdam. Voor deze herziening van de VRM en de Verordening is een planMER opgesteld. De Ondernemingspolder is met deze herziening aan de VRM toegevoegd. De Ondernemingspolder wordt in de kaart van de herziening aangeduid als ‘locaties E’ (zie Figuur 2.1). De locatie werden in het planMER als kansrijk geacht op basis van enkele aspecten zoals geluid en slagschaduw. In het planMER werden voor deze locaties een aantal aandachtspunten geopperd zoals effecten op ecologie, landschappelijke inpassing en dat een deel van het gebied als openbare recreatie wordt gebruikt. Deze aandachtpunten worden verder behandeld in hoofdstuk 5. Figuur 2.1: Locaties windenergie in de VRM

* Bron: Visie Ruimte en Mobiliteit

Omgevingsvisie- en verordening De Visie Ruimte en Mobiliteit en Verordening Ruimte is inmiddels opgevolgd door de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (april 2019) in deze visie en verordening is het windenergiebeleid van de provincie Zuid-Holland uit het VRM beleidsneutraal geïntegreerd.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 13

Omgevingsvisie De provincie Zuid-Holland biedt ruimtelijk mogelijkheden voor windenergie. Rijk en provincies hebben hierover afspraken gemaakt. Hiermee verbindt de provincie zich aan het realiseren van de internationale en nationale doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen en het energieverbruik te reduceren. Windenergie is, naast o.a. zonne-energie en warmte, een van de duurzame energiebronnen waar de provincie op inzet om dit doel te bereiken. Voor windenergie is in een bestuursakkoord tussen Rijk en provincies uitgewerkt over de realisatie van 6000 MW windenergie in Nederland, waarvan 735,5 MW in Zuid-Holland die nog niet gehaald is5. Om invulling te geven aan deze 735,5 MW wil provincie Zuid-Holland grote turbines geconcentreerd plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie voorkomen. De ruimtelijke uitgangspunten zijn daarbij dat windenergie passend is langs grootschalige infrastructuur (snelwegen), op grote bedrijventerreinen of op de grote scheidslijnen tussen land en water. Windturbines plaatsen we ‘daar waar het waait’ (denk aan kustgebieden), ‘daar waar energie gevraagd wordt’ (denk aan industrie) en ‘daar waar ze aan kunnen sluiten bij grote landschappelijke structuren’ (grootschalige overgangen land-water, grote lijnvormige (infra)structuren (havengebied).

Bij de plaatsing van windturbines beschrijft de provincie Zuid-Holland in haar Omgevingsvisie dat effecten ten aanzien van o.m. natuur, flora en fauna, bescherming van waardevol cultureel erfgoed, geluid, externe veiligheid, slagschaduw, lichtschittering, vaarwegen en waterstaatswerken, landschappelijke inpassing, watertoets en archeologie dienen te worden onderzocht. Het voorgaande dient in een MER en/of een ruimtelijke onderbouwing te worden vastgelegd. In onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden dergelijke effecten beoordeeld. Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland (geconsolideerd 2022) staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Zuid-Holland. In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen over de inhoud van ruimtelijke plannen van gemeenten en waterschappen op het gebied van milieu, water en ruimtelijke ordening. De verordening geeft ook regels voor de plaatsing van nieuwe windturbines. De provincie biedt ruimtelijke mogelijkheden voor windenergie in de door de provincie aangewezen ‘locaties windenergie’. Deze locaties zijn aangewezen op kaart 16 van de omgevingsverordening, een uitsnede van de locaties is weergegeven in Figuur 2.2. Het onderhavig initiatief valt binnen de locaties die zijn aangewezen voor de realisatie van windenergie.

5

https://www.rvo.nl/onderwerpen/windenergie-op-land/monitor Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 14

Figuur 2.2: Locaties windenergie Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland

2.2.3 Regionaal beleid Leidraad windenergie In de Leidraad windenergie Voorne-Putten staan de uitgangspunten en randvoorwaarden die de gezamenlijke gemeenten op Voorne-Putten hanteren bij het beoordelen van plannen met betrekking tot windenergie. Het biedt, naast het wettelijk kader, een afwegingskader dat wordt gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen voor het plaatsen van de windturbines. Hoewel iedere gemeente in principe een zelfstandige bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft voor het realiseren van de eigen locatie(s) dienen deze individuele locaties uiteindelijk in samenhang te worden bezien ten aanzien van de totale inzet van Voorne-Putten. De locaties, die in aanmerking komen voor de realisatie van windturbines zijn, mede op basis van een bestuurlijk aanbod van de Voorne-Putten gemeenten opgenomen in de herziening van de Visie Ruimte en Mobiliteit van de provincie Zuid-Holland. De gemeenten op Voorne-Putten vinden dat bij alle windprojecten invulling moet worden gegeven aan de randvoorwaarden participatie in het proces, financiële participatie en leefkwaliteit.

Gebiedsprofiel Voorne-Putten Gebiedsprofiel Voorne-Putten6 deelt het landschap van Voorne-Putten in vier hoofdlandschappen in. Het plangebied van Windproject Brielse Brug ligt op de overgang van het polderlandschap en het landschap van de grote groenstructuren (langs Brielse Meer en Bernisse). De Nieuwe Ondernemingspolder is aan het einde van de 19e eeuw ontstaan en behoort tot de nieuwe zeekleipolders. Voor dergelijke polders spreekt het Gebiedsprofiel de ambitie uit het regelmatige, grootschalige verkavelingspatroon te behouden, 6

Vastgesteld op 21 mei 2013. Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 15

evenals de openheid en uitgestrektheid. De dijk ten noordwesten van het plangebied is bestempeld als polderdijk. Daarvoor is de ambitie geformuleerd de dijk met bomen te beplanten, hem te benutten als recreatieve route en hem te ontwikkelen als onderdeel van een ecologisch netwerk van dijken. Het Gebiedsprofiel bepleit verder om bij de entrees naar het eiland (bij de N57) het eilandgevoel te behouden en te versterken door de overgang water – land te benadrukken.

2.2.4 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Landelijk gebied Op 5 juli 2016 heeft de gemeenteraad van de gemeente Brielle de nieuwe omgevingsvisie ‘Landelijk gebied Brielle’ vastgesteld. De omgevingsvisie geeft aan wat gemeente Brielle wil bereiken in het landelijk gebied van Brielle. Die zijn niet voor ieder gebied hetzelfde. Voor de deelgebieden zijn doelen geformuleerd en als er zich nieuwe initiatieven aandienen worden de volgende vier vragen gesteld: 1.

In hoeverre draagt het initiatief bij aan de gestelde doelen?

2. 3.

Wat vindt de samenleving van het initiatief (is er draagvlak)? Wat draagt het initiatief bij aan kwaliteit?

4.

Hoe kan het initiatief voldoen aan andere wet‐ en regelgeving?

Windproject Brielse Brug vindt plaats in het deelgebied ‘Agrarisch gebied’. Het gebied kenmerkt zich als een jonge zeekleipolder. Naast agrarische bedrijvigheid is er sprake van een open landschap, en is de ontstaansgeschiedenis nog terug te lezen in het landschap aan de hand van oude dijken, kreken en kreekresten. De gemeente wilt recreatief medegebruik stimuleren, specifieke cultuurhistorische kwaliteiten behouden en de infrastructuur en de verkeerssituatie verbeteren. Nieuwe ontwikkelingen in dit gebied worden getoetst op duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Verder stelt de gemeente Brielle in algemeenheid in haar Omgevingsvisie dat er vanuit landschappelijk perspectief weerstand bestaat tegen windenergie, maar dat toch aan de taakstelling zal moeten worden voldaan. In de herziening VRM is het landelijk gebied Brielle de Ondernemingspolder als locatie voor de realisatie van windenergie opgenomen om aan de taakstelling bij te dragen. Gebiedsperspectief Noordrand Voorne-Putten In de Omgevingsvisie Landelijk gebied Brielle wordt voor het gebied Brielse Meer en omgeving ter inspiratie verwezen naar het eerder opgestelde Gebiedsperspectief Noordrand Voorne-Putten7.

Daarin is de zone tussen de N218 en het Brielse Meer, waarbinnen het plangebied voor Windproject Brielse Brug valt, bestempeld als groene bufferzone, waarvoor ontwikkelingsrichtingen als energie- en werklandschappen worden geopperd. Pal ten noorden van beoogde turbineposities van Windproject Brielse Brug wordt ingestoken op een gebiedstransitie en het creëren van een robuust coulisselandschap. Werken aan de polders Werken aan de polders8 maakt een verdiepingsslag voor de ambities uit de Omgevingsvisie. Enkele (landschappelijke) aanbevelingen uit dit handboek zijn het versterken van cultuurhistorische lijnen, polderdijken en de landschapsstructuur, het behouden van de openheid en het kavelpatroon, het beleefbaar maken van het landschap door bij te dragen aan recreatieve routes en het bijdragen aan de opwekking van duurzame energie.

7 8

Gebiedsperspectief Geuzenlinie Noordrand Voorne-Putten, d.d. 1 september 2015. Werken aan de polders, Handboek kwaliteitsverbetering buitengebied gemeente Brielle, 2019. Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 16

Haalbaarheidsvisie Windenergie in de Ondernemingspolder In opdracht van de gemeente Brielle heeft Arcadis in september 2019 een visiedocument voor windenergie opgesteld. Een windenergieproject moet voldoen aan de (milieu)technische en maatschappelijke uitgangspunten en randvoorwaarden uit dit visiedocument. Het plan dient minimaal aan de wettelijke eisen te voldoen (harde eisen). Andere zachte randvoorwaarden zijn opgesteld om effecten op de omgeving te minimaliseren. Hierbij wordt gekeken naar het minimaliseren van hinder door geluid of slagschaduw, het beperken van eventuele effecten op ecologie, aandacht aan landschappelijke inpassing en aandacht aan participatie en communicatie. In de haalbaarheidsvisie wordt beschreven dat de minste weerstand vanuit de omgeving is naar initiatieven in nabijheid van de N57. In onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden de harde eisen en zachte randvoorwaarden van de haalbaarheidsvisie meegenomen.

2.3 Conclusie De ontwikkeling van Windproject Brielse Brug in de Ondernemingspolder sluit aan bij het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Windproject Brielse Brug levert daarnaast een bijdrage aan het realiseren van duurzame ambities, als uitgesproken in de RES-regio Rotterdam Den Haag en Routekaart duurzaam Voorne-Putten 2040. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de landschappelijke inpassing en een eerste aanzet gedaan naar een integraal ontwerp voor het plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 17

3 Huidige situatie 3.1 Functionele structuur Agrarisch gebied Het plangebied ligt in de Ondernemingspolder (zie Figuur 3.1), dit is een agrarische poldergebied met verspreid liggende agrarisch bedrijven. Dit zijn grondgebonden agrarische bedrijven gericht op het produceren van producten door middel van het telen van gewassen en/of houden van dieren. Het plangebied functioneert voornamelijk voor de akkerbouw.

Recreatie Naast de agrarische functie speelt de recreatieve functie een belangrijke rol in de Ondernemingspolder. Langs de noordrand van de Ondernemingspolder heeft van een recreatief karakter met veel groen. In het noordwesten van de Ondernemingspolder ligt het Vrijheidsbos Brielle, een bos waar circa 530 bomen zijn geplant. Langs het Brielse Meer liggen enkele recreatieve stranden. In het noorden van het plangebied, ten westen van de N57 ligt een restaurant en evenementenlocatie Breezze. Ten westen van de N57 liggen een camping en Kinderspeelparadijs De Ballebak Brielle. In het zuidoosten van het plangebied ligt de Brielse Boer, eigendom van één van de initiatiefnemers. Tot slot wordt direct ten oosten van het plangebied vakantiepark Roompot ontwikkeld, bestaande uit 160 recreatiewoningen (zie Figuur 3.2). Figuur 3.1: Luchtfoto plangebied in de Ondernemingspolder

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 18

3.2 Infrastructuur De rijksweg N57 loopt door het plangebied in noord-zuidelijke richting en kruist ten zuiden van het plangebied de provinciale weg N218. De N57 sluit via de Brielse Brug over het Brielse Meer aan op de rijksweg A15. Door het Brielse Meer en het Hartelkanaal lopen de vaarwegen Blankenburgse Rak en Hartelkanaal. Daarnaast lopen er verschillende lokale wegen en fiets- en wandelpaden in de Ondernemingspolder. Drie buisleidingen doorkruisen de Ondernemingspolder ten westen van de N57. Twee buisleidingen (Leiding Rotterdam-Antwerpen en Leiding Europoort-Venlo) zijn K1-leidingen die zeer brandbare vloeistof transporteren (K1 vloeistoffen zoals aardolie). De derde buisleiding is van Gasunie en transporteert aardgas. Rondom de Ondernemingspolder bevindt zich een regionale waterkering van het Waterschap Hollandse Delta. Een primaire waterkering ligt ten noorden van de Ondernemingspolder aan het Hartelkanaal (zie Figuur 3.2). Dichtstbijzijnde hoogspanning ligt ten zuiden op circa 1 km afstand van de Ondernemingspolder. Verder ligt dichtstbijzijnde spoorweg ten noorden op circa 680 meter afstand van de windturbines. Verder ligt Windproject Brielse Brug in het laagvlieggebied Voorne-Putten / Hoeksewaard, een gebied waar militaire helikopters van Defensie laagvliegoefeningen uitvoeren.

Ten oostnoordoosten van Windproject Brielse Brug ligt de luchthaven Rotterdam The Hague Airpot (RTHA), op zo’n 16 km afstand. Figuur 3.2 Infrastructuur nabij de beoogde windturbines

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 19

3.3 Woningen Buiten de woning van één van de initiatiefnemers liggen er geen woningen in het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied en binnen de Ondernemingspolder liggen 8 woningen, waarvan de dichtstbijzijnde woning op circa 430 meter afstand tot de dichtstbijzijnde windturbine (Maasdijk 18). Buiten de Ondernemingspolder ligt de dichtstbijzijnde woning, gelegen op het bedrijventerrein Seggelant, op een afstand van circa 460 meter tot de dichtstbijzijnde windturbine (Groene Kruisweg 2). In oostelijke richting van het plangebied ligt op circa 1,2 km afstand tot de dichtstbijzijnde windturbine de woonkern Zwartewaal. Ten zuidwesten ligt de woonkern Brielle op circa 600 meter. Ten zuiden ligt op circa 2 km de woonkern Vierpolders. In noordoostelijk richting ligt op circa 2,3 km de woonkern Rozenburg.

3.4 Bedrijvigheid Ten zuiden van het plangebied bevindt zich regionaal bedrijventerrein Seggelant met bedrijven in milieucategorie 3.1 t/m 4.2. op het bedrijventerrein is een verscheidenheid aan bedrijven aanwezig zoals gespecialiseerde ingenieursbureaus op het gebied van externe veiligheid tot aan autodealers en van een gespecialiseerde bedrijf in speelgoed tot aan een cateraar. Ten noordoosten van het plangebied ligt in de Ondernemingspolder een watersportgebonden bedrijf met een maximaal toegestane milieucategorie van 3.2. Op een grotere afstand ligt aan de overzijde van het Hartelkanaal het havengebied van Rotterdam.

3.5 Windparken in de omgeving In de omgeving van het plangebied liggen verschillende windturbineparken. Windpark Hartel II (24 MW) bestaande uit 8 windturbines ligt aan de A15 op circa 700 meter afstand ten noorden van het plangebied. Ten noorden van windpark Hartel II (op een afstand van respectievelijk circa 4,1 en 4,4 kilometer tot het plangebied) liggen windpark Landtong, bestaande uit twee windturbines, en windpark Nieuwe Waterweg, bestaande uit 6 windturbines,. Ten noorden op een afstand van circa 7,8 kilometer ligt nog één solitaire windturbine aan de N213. Ten oosten, op circa 2,7 km van het plangebied, ligt windpark Hartelbrug II (24 MW) bestaande uit 8 windturbines. Nabij windpark Hartelbrug II liggen de solitaire windturbines van ENCI en van Lage Landen. Ten noorden van windpark Hartelbrug II ligt windpark Vlaardingen op het RWZI terrein van Hoogheemraadschap Delfland, bestaande uit twee windturbines. Naast Windpark Vlaardingen (westelijk) wordt Windpark Oeverwind gerealiseerd bestaande uit twee windturbines en is onherroepelijk vergund. Windpark Vlaardingen en Oeverwind liggen op circa 6 kilometer afstand van het plangebied. Windparken Dintelhaven, bestaande uit 5 windturbines, en Suurhoffbrug, bestaande uit 4 windturbines, zijn in noordwestelijke richting op circa 5,7 km afstand van het plangebied aanwezig.

Ten noordwesten op circa 5 kilometer afstand van het plangebied wordt op de Landtong een windpark gerepowered. Het gaat hier om Windpark Landtong Rozenburg en is onherroepelijk vergund. Hier worden 10 oude windturbines vervangen voor 9 nieuwe moderne windturbines. In Figuur 3.3 is een overzicht van de bestaande en vergunde windturbines in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 20

Figuur 3.3: Bestaande en vergunde windturbines in de directe omgeving van het plangebied

3.6 Natuur Binnen het plangebied en de Ondernemingspolder ligt geen Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Ook liggen er geen stiltegebieden in het plangebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Voornes Duin en ligt op circa 6,7 km afstand van het plangebied.

3.7 Landschappelijke structuur Het noordelijke gedeelte van het plangebied bevindt zich in een gebied genaamd de Noordrand. De Noordrand vormt een parkachtige buffer tussen het buitengebied en het Rotterdams havengebied. De beslotenheid van de zone en de grootschalige aanwezigheid van groen en water zijn de belangrijkste dragers van deze bufferfunctie. Het zuidelijke deel van het plangebied ligt in de Jonge zeekleipolders, een gebied dat zich kenmerkt in een regelmatige, hoekvormige en grootschalige verkavelingsstructuur. In de jonge zeekleipolders wordt ingezet op het behouden en waar mogelijk versterken van het grootschalige en open landschap met grondgebonden agrarische bedrijven als landschappelijke en functionele drager. Het grootschalige, planmatige en open landschap wordt doorsneden door slingerende dijken en rechtlijnige polderwegen. Beide beoogde windturbineposities liggen in het gebied Jonge zeekleipolders. In feite vormen de dijken, de N57 en de bosschages het landschappelijke kader rondom de open agrarische ruimtes.

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 21

4 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een nadere beschrijving gegeven van het plan. Eerst komt het gebied aan bod. Daarna wordt stilgestaan bij de locatiekeuze. Vervolgens wordt het plan toegelicht.

4.1 Gebieds- en locatiekeuze Door de herziening van de VRM is de Ondernemingspolder aangewezen als gebied voor de ontwikkeling (grootschalige) windenergie. In de haalbaarheidsvisie9 blijkt dat er voldoende ruimte is om twee windturbines te ontwikkelen binnen het plangebied. De uiteindelijke windturbineposities zijn bepaald door rekening te houden met verschillende ruimtelijke aspecten zoals weergegeven in Figuur 4.1. De windturbines moeten op voldoende afstand staan van woningen, de N57 en ondergrondse buisleidingen. In de volgende kaart is te zien dat hierdoor een groot deel van de beschikbare percelen afvalt voor een mogelijke plaatsing van een windturbine. Vervolgens zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd, namelijk: •

Windturbines hebben geen overdraai over andere percelen;

•

Windturbines zo ver mogelijk plaatsen van bewoning Nolle, nieuwbouwwijk Nieuwland, Spanjaardseweg en de Staaldiepseweg;

•

Windturbines zo ver mogelijk plaatsen van recreatiegebied (Roompot Park Brielle) en Vrijheidsbos;

•

Windturbines zo ver mogelijk plaatsen van de kernen van Brielle en Zwartewaal;

•

Windturbines zo dicht mogelijk bij de N57;

•

De twee windturbines zoveel mogelijk in een rechte lijn plaatsen conform de landschappelijke lijnen zoals weergegeven in de Haalbaarheidsvisie Windenergie in de Ondernemingspolder;

•

10

Tussen de windturbines moet voldoende afstand zitten om onderlinge wind-afvang te beperken .

Op basis van bovenstaande uitgangspunten zijn de posities bepaald binnen de beschikbare ruimte (zie Figuur 4.2). Rondom het plangebied zijn visualisaties11 gemaakt van de windturbines om een beeld te geven van hoe de windturbines zich verhouden tot de omgeving. In de visualisaties is uitgegaan van windturbines met rotordiameter van 164m, ashoogte 167m en tiphoogte 249m. De visualisaties zijn te vinden in Bijlage 1.

9

Haalbaarheidsvisie Windenergie in de Ondernemingspolder (2019) Leveranciers van windturbines eisen een minimale onderlinge afstand tussen turbines om de energieopbrengst van de turbines te kunnen waarborgen. 11 De visualisaties zijn gemaakt door ter plekke 360 graden bolfoto’s te maken vanaf verschillende punten rondom de beoogde windturbines om vervolgens de windturbines er in te visualiseren. 10

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 22

Figuur 4.1: Ruimtelijke belemmeringen plangebied

Figuur 4.2: Windturbineposities Windproject Brielse Brug

Ruimtelijke onderbouwing 720135 | Windproject Brielse Brug | V5.0 | 31-8-2023 Pagina 23

4.2 De windturbines Het plan bestaat uit twee windturbines met bijbehorende voorzieningen. De maximale hoogte van de windturbines worden bepaald door een maximale tiphoogte van 249 meter. De maximale rotordiameter is 167 meter en de maximale ashoogte 164 meter (zie ook Tabel 4.1 voor bandbreedte afmetingen). Het gezamenlijk vermogen van de windturbines komt naar verwachting op circa 10 tot 14 MW te liggen, afhankelijk van het uiteindelijk te kiezen windturbinetype (het opgesteld vermogen is vanuit ruimtelijk perspectief niet relevant). In Figuur 4.3 is ter indicatie een illustratie van een windturbine weergegeven met de bandbreedte aan afmetingen De keuze voor het windturbinetype is nog niet gemaakt. De intentie van de aanvragers is om een flexibele vergunning aan te vragen. Deze flexibiliteit in afmetingen is nodig omdat: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13525473/1