Windproject Brielse Brug Bijlage 1 - Toelichting op de aanvraag
Tekst van het document
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning Windproject Brielse Brug Windproject Brielse Brug B.V. 720135 | v3.0 1-5-2023
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning
Postadres
Projectnaam Windproject Brielse Brug
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Versienummer
Vestiging South East Asia
Datum
Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
v3.0
1-5-2023
Project nummer 720135
Opdrachtgever Windproject Brielse Brug B.V.
Auteur Joost Sissingh
Nagekeken door Jan-Willem Broersma
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Inhoudsopgave 1
Toelichting op de aanvraag 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8
2
Inleiding_________________________________________________________________ 2 Onderdelen van de aanvraag ________________________________________________ 2 Gegevens initiatiefnemer ___________________________________________________ 3 Termijn _________________________________________________________________ 4 Flexibiliteit in de vergunning _________________________________________________ 5 Overige vergunningen ______________________________________________________ 6 Procedure en bevoegd gezag ________________________________________________ 6 Leeswijzer _______________________________________________________________ 7
Locatie 2.1 2.2
3
8
Omschrijving locatie _______________________________________________________ 8 Eigendomssituatie _________________________________________________________ 9
Bouwen van een bouwwerk 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
4
10
Inleiding________________________________________________________________ 10 Type bouwwerk __________________________________________________________ 10 Fundaties ______________________________________________________________ 16 Vloeroppervlak en inhoud __________________________________________________ 19 Gebruik ________________________________________________________________ 19 Kosten _________________________________________________________________ 20
Afwijken bestemmingsplan 4.1 4.2 4.3
5 6
2
21
Inleiding________________________________________________________________ 21 Geldende bestemming ____________________________________________________ 21 Ruimtelijke onderbouwing __________________________________________________ 23
Later aan te leveren gegevens en bescheiden Bijlagen
24 25
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunningWindproject Brielse BrugToelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 1 van 1
1
Toelichting op de aanvraag
1.1 Inleiding Windproject Brielse Brug B.V. is voornemens om twee windturbines te realiseren in de Nieuwe Ondernemingspolder in de gemeente Brielle. Zie Figuur 1.1 voor de situering. Het voornemen bestaat uit de bouw en exploitatie van twee windturbines. Figuur 1.1 Plangebied en beoogde posities windturbines
1.2 Onderdelen van de aanvraag Onderhavige aanvraag voorziet in de bouw en exploitatie van twee windturbines. Ten behoeve van het bovenstaande vraagt Windproject Brielse Brug B.V. een omgevingsvergunning in het kader van Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aan voor: •
het bouwen van een bouwwerk, zijnde twee windturbines (artikel 2.1, lid 1 onder a Wabo);
•
het afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, lid 1 onder c en art 2.12, lid 1 sub a onder 3 Wabo).
De bouw van de windturbines is vergunningplichtig, maar de voorliggende ontwikkeling betreft een activiteit die als geheel valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Het is dus niet benodigd om voor deze windturbine-installaties een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu in te dienen (artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wabo). Voor het oprichten en in werking hebben van de windturbines is een melding Activiteitenbesluit nodig. Deze melding is gelijktijdig ingediend met voorliggende aanvraag omgevingsvergunning via de Activiteitenbesluit internet module (AIM). Daarnaast Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 2
is er op grond het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling maatwerkvoorschriften aangevraagd voor de milieuaspecten geluid en slagschaduw (zie ruimtelijke onderbouwing in bijlage 5 voor een toelichting). De elektrische infrastructuur (kabels) en overige bijbehorende voorzieningen zoals een kraanopstelplaatsen, inkoopstation, (toegangs)wegen worden nog nader uitgewerkt en zijn derhalve geen onderdeel van voorliggende aanvraag. Eventuele vergunningen voor deze onderdelen worden op een later moment aangevraagd. Voor de aanvraag is gebruik gemaakt van het aanvraagformulier omgevingsvergunning. Op een aantal plaatsen wordt in dit formulier verwezen naar bijlage 1. Bijlage 1 in het aanvraagformulier is dit document. Dit document vormt een toelichting op de via het Omgevingsloket Online (OLO) ingediende aanvraag. Daar waar in het OLO een 0 is opgegeven, kan dit op twee manieren geïnterpreteerd worden: 1. Het is daadwerkelijk een hoeveelheid van 0 of het komt 0 keer voor; 2. In dit document wordt een toelichting op de gevraagde informatie gegeven, omdat deze informatie niet met enkel een getal is te beschrijven. Als het aanvraagformulier niet overeenkomt met informatie in deze toelichting, dan is deze toelichting op de aanvraag (bijlage 1) leidend.
1.3 Gegevens initiatiefnemer In onderstaande tabel staan de gegevens van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer is ook de aanvrager van de omgevingsvergunning. Tabel 1.1 Gegevens initiatiefnemer Bedrijf KvK-nummer
86958216
Vestigingsnummer
000052893081
Statutaire naam
Windproject Brielse Brug B.V.
Contactpersoon Voorletters
N
Achternaam
Rodenburg
Functie
Initiatiefnemer
Geslacht
Man
Vestigingsadres bedrijf Straatnaam + Huisnummer
Maasdijk 18
Postcode
3238 LB
Woonplaats
Zwartewaal
Contactgegevens
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 3
Telefoonnummer
(+31)6- 25452188
E-mailadres
n.rodenburg@kpnplanet.nl
De initiatiefnemer wordt bijgestaan door een adviesbureau. Het adviesbureau in onderstaande tabel is tevens de gemachtigde voor het indienen van de omgevingsvergunningaanvraag. De machtiging is opgenomen in Bijlage 2: Machtigingsformulier. Tabel 1.2 Gegevens adviesbureau Bedrijf
Pondera Consult B.V.
Gemachtigde Voorletters
S.
Achternaam
Van de Bilt
Functie
Directeur
Geslacht
Man
Vestigingsadres bedrijf Postcode
6814 CM
Huisnummer
13
Straatnaam
Amsterdamseweg
Woonplaats
Arnhem
De heer Sissingh van Pondera Consult is contactpersoon voor de aanvraag. De contactgegevens zijn opgenomen in Tabel 1.3. Tabel 1.3 Gegevens contactpersoon adviesbureau Contactpersoon
J.U. Sissingh
Bedrijf
Pondera Consult B.V.
Functie
Adviseur
Telefoonnummer
088-7663372
E-mailadres
j.sissingh@ponderaconsult.com
1.4 Termijn De aanvraag betreft het oprichten van twee windturbines voor het opwekken van elektriciteit uit wind. Aangezien nog niet precies bekend is wanneer het voornemen wordt gerealiseerd en in bedrijf genomen, is in het formulier een voorlopige aanvangs- en einddatum genoemd te weten de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2050. De realisatie van de windturbines zal een periode van circa 3 tot 6 maanden beslaan. De voorbereidingen
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 4
voor de bouw van de windturbines zullen naar verwachting starten eind 2023. De fysieke bouw van de windturbines vindt in 2024 plaats en de installatie wordt naar verwachting in bedrijf genomen in 2025. De windturbines hebben een technische levensduur van meer dan 25 jaar. Deze levensduur is te verlengen door het strategisch vervangen van relevante delen van de turbine, of en wanneer dit opportuun is, is op dit moment niet aan te geven. Als levensduur wordt uitgegaan van 25 jaar. Gezien het voorgaande wordt de aanvraag voor een periode vanaf het moment van verlenen van de omgevingsvergunning tot 25 jaar na in bedrijfsname van de windturbines gevraagd. Het moment van in bedrijfsname betreft het moment nadat de windturbines zijn opgeleverd door de fabrikant. Rekening houdend met een bouwperiode, exploitatieperiode en sloop van de turbine, wordt een periode van 30 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning als totaal aangehouden in de aanvraag. Vanzelfsprekend zal tijdig een melding gedaan worden van het moment van start van de werkzaamheden en de definitieve in bedrijfsname. Het voorstel is om dit uiterlijk één maand voor aanvang van de betreffende momenten te doen.
1.5 Flexibiliteit in de vergunning De aanvrager vraagt een omgevingsvergunning aan, waarin enige mate van flexibiliteit is opgenomen. De aanbesteding van de windturbines vindt op een later moment plaats. Bij de aanbesteding vindt pas de selectie en nadere specificatie van het windturbinetype plaats. Dit betekent dat voor het onderdeel bouwen en strijdig gebruik een vergunning wordt aangevraagd op basis van de maximale en minimale afmetingen voor de ashoogte, rotordiameter en de tiphoogte en de maximale dimensionering van de funderingen. In paragraaf 4.2 van de ruimtelijke onderbouwing (bijlage 5) is nader beargumenteerd waarom deze flexibiliteit belangrijk is. Voor de aanvraag is in de ruimtelijke onderbouwing per relevant milieuaspect gekeken naar de maximale impact van deze bandbreedte op de omgeving. Daarmee wordt aangetoond dat, ongeacht de uiteindelijk turbinetype keuze, aan de geldende normen kan worden voldaan en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In Tabel 1.4 zijn de minimale en maximale afmetingen van de windturbines weergegeven. Tabel 1.4 Minimale en maximale afmetingen (bandbreedte) windturbines Bandbreedte (in meter) Eigenschap
Minimaal
Maximaal
Ashoogte
149
167
Rotordiameter
149
164
Tiphoogte
230
249
Gezien het bovenstaande wordt verzocht om in de omgevingsvergunning conform artikel 2.7 van de Regeling omgevingsrecht, een voorschrift op te nemen waarin gesteld wordt dat de specificaties en definitieve constructiegegevens van de windturbines op zijn minst drie weken voorafgaand aan de start van de bouw aan het bevoegd gezag aangeleverd worden, ter goedkeuring. Voor deze specifieke windturbines moet op dat moment ook een rapport worden ingediend waaruit blijkt dat dit type aan alle wettelijke vereisten en gestelde voorschriften ten aanzien van geluid, slagschaduw en externe veiligheid kan voldoen.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 5
1.6 Overige vergunningen Voor het project is tevens een aanvraag voor een ontheffing (soortenbescherming) in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) benodigd. Het bevoegd gezag is de provincie Zuid Holland, die de uitvoering hiervan heeft gedelegeerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Deze aanvraag is separaat ingediend op 7 juli 2022. Hierdoor is de aanhaakplicht komen te vervallen. Gelijktijdig met voorliggende aanvraag is een melding activiteitenbesluit ingediend via de Activiteitenbesluit internetmodule (AIM) voor het oprichten van de windturbines (de inrichting). Daarnaast is er op grond het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling maatwerkvoorschriften aangevraagd voor de milieuaspecten geluid en slagschaduw.
1.7 Procedure en bevoegd gezag Hieronder wordt ingegaan op de procedurele context voor dit plan en samenhang met de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.).
Bevoegd gezag Primair is de gemeenteraad bevoegd gezag voor het vaststellen van een bestemmingsplan en burgemeester en wethouders voor het afwijken van het bestemmingsplan (met een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad). Voor aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een omvang tussen de 5 en 100 MW zijn Provinciale Staten op basis van artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998 bevoegd gezag. De provincie heeft echter haar bevoegdheid gedelegeerd aan de gemeente Brielle1. De gemeente Brielle is daarmee bevoegd gezag voor voorliggende aanvraag.
Relatie met de milieueffectrapportage De procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft tot doel om te waarborgen dat voor besluitvorming met potentieel aanzienlijke gevolgen voor het milieu dit milieubelang volwaardig wordt betrokken in de besluitvorming. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De bouw van een nieuw windturbinepark is aangewezen in het Besluit als categorie D22.2. Voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangetoond te worden dat geen formele m.e.r.-(beoordeling) doorlopen behoeft te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan. Binnen dit project is er sprake van de oprichting van twee windturbines.
Er is dus formeel geen sprake van een windturbinepark volgens de definitie van het Besluit m.e.r. Het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is daarom niet noodzakelijk.
1
In 2018 heeft de gemeente Brielle een bestuursovereenkomst gesloten met de provincie Zuid-Holland om zelf de opgave voor windenergie in de Ondernemingspolder te realiseren1. Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 6
Coördinatieregeling De gemeenteraad is bevoegd de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren op grond van artikel 3.30 Wro. De gemeenteraad van de gemeente Brielle is verzocht de Coördinatieregeling Wro toe te passen voor het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan en de bijbehorende vergunningen voor het ruimtelijk mogelijk maken van Windproject Brielse Brug. De uitvoeringsbesluiten voor Windproject Brielse Brug die onder de coördinatieregeling dienen te vallen zijn in ieder geval de volgende besluiten: •
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning)
•
Besluit opleggen maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit/-regeling milieubeheer
•
Wet natuurbescherming (ontheffing Wnb)
Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo. Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er een versnelde afhandeling door de Raad van State geldt en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: •
projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I;
•
projecten van Bijlage II;
•
projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw).
De realisatie van de windturbines vallen onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.2: “aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998”, waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de energietransitie is het zeer wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw. Dit brengt onder meer met zich mee dat: •
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, na afloop van de beroepstermijn, een termijn van 6 maanden heeft voor het doen van een uitspraak op een beroep;
•
dat het beroepschrift meteen de gronden van beroep moet bevatten (het indienen van een pro-forma beroepschrift is niet mogelijk)
Het van toepassing zijn van de Chw dient vermeld te worden in bekendmaking, publicatie en besluitvorming.
1.8 Leeswijzer Dit document volgt de opbouw van het formulier van het Omgevingsloket. In deze ‘Toelichting op de aanvraag’, waarnaar in het formulier wordt verwezen, wordt in hoofdstuk 1 ingegaan op het algemene deel van de aanvraag en bevat de informatie over aanvrager en indiener. Vervolgens wordt in het tweede hoofdstuk de locatie van het project beschreven. In het derde hoofdstuk wordt de aanvraag voor de deeltoestemming ‘bouwen’ toegelicht en in hoofdstuk 4 voor de deeltoestemming ‘afwijken van het bestemmingsplan’. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven welke bescheiden en gegevens later zullen worden Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 7
aangeboden aan het bevoegd gezag. In het laatste hoofdstuk wordt aangegeven welke informatie in de bijlagen is opgenomen.
2
Locatie
2.1 Omschrijving locatie Het plangebied waar de windturbines komen te staan ligt in de Ondernemingspolder (zie Figuur 2.1). De Ondernemingspolder ligt in het noordelijk deel van Voorne-Putten aan weerszijden van de rijksweg N57 (Brielse Brug). De windturbines zijn aan weerzijden van de Brielse Brug voorzien. Het gebied bestaat uit een agrarisch polderlandschap met daarin verspreid liggende woningen. Buiten het gebied liggen de woonkernen van Brielle en Zwartewaal, en bedrijventerrein Seggelant. Aan de noordzijde grenst het gebied aan het Brielse Meer.
Figuur 2.1 Locatie windturbines
Bron: Pondera Consult, 2022
In Tabel 2.1 zijn de coördinaten van het hart van de mast van de voorgenomen windturbines en de perceelnummers opgenomen. Tabel 2.1: Coördinaten windturbinepositie (Rijksdriehoekstelsel) Kadastrale gegevens X-coördinaat
Y-coördinaat
Kadastrale gemeente
Sectie
Nummer
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 8
Windturbine 1
73.026
434.800
Brielle
F
104
Windturbine 2
73.379
434.586
Brielle
F
1137
2.2 Eigendomssituatie De twee windturbines worden gerealiseerd op de percelen in eigendom van initiatiefnemers (blauwe arcering in Figuur 2.1. Deze grondeigenaren hebben gezamenlijk Windproject Brielse Brug B.V. opgericht. De percelen, waarop de windturbines worden geplaatst, zijn beschikbaar voor aanvrager ten behoeve van realisatie en exploitatie.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 9
3
Bouwen van een bouwwerk
3.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat de informatie ten behoeve van de aanvraag (omgevingsvergunning bouw, artikel 2.1, onder a Wabo) voor het bouwen van de windturbines op de in paragraaf 2.1 beschreven locaties.
3.2 Type bouwwerk Een windturbine is een serieproduct. Het ontwerp en de fabricage zijn gecertificeerd conform de internationale ontwerpnorm voor windturbines, de IEC 61400-1. De belangrijkste hoofdonderdelen van een windturbine zijn, ongeacht het type; •
de rotorbladen;
•
de gondel waarin de generator zich bevindt;
•
de mast, en;
•
het fundament.
Deze onderdelen zijn in Figuur 3.1 weergegeven. Figuur 3.1 Algemeen aanzicht windturbine
De hoofdonderdelen van de windturbine worden hieronder toegelicht: •
Drie rotorbladen die met de klok mee draaien;
•
De gondel met generator die de hoofdonderdelen bevat waar de rotor aan bevestigd wordt;
•
De generator voor het omzetten van de draaiing van de rotorbladen in elektriciteit; Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 10
•
De hub is de naaf waar de rotorbladen aan bevestigd zijn;
•
De transformator brengt de opgewekte elektriciteit naar een gewenst spanningsniveau (deze wordt onderin de mast of in de gondel geplaatst). De elektriciteitskabel leidt de opgewekte stroom naar een inkoopstation;
•
Bladadaptors, verbinden de rotorbladen met de hub (de ‘neus’ van de windturbine) waarmee de hoek van het rotorblad kan worden aangepast aan de heersende windomstandigheden;
•
Het fundatieblok bestaat uit gewapend beton en wordt ondersteund door palen (hei- of schroefpalen);
•
De mast waarop de gondel wordt geplaatst zal rond en conisch gevormd zijn.
Voor de windturbine is een bandbreedte opgenomen voor afmetingen van de rotorbladen en de ashoogte. Daarnaast is voor de windturbine een maximale en minimale tiphoogte vermeld. In Figuur 3.2 is een aanzichttekening opgenomen die een schematische representatie weergeeft van de windturbine. Een volledige aanzichttekening is opgenomen in Bijlage 4. Beide windturbines van Windproject Brielse Brug zullen van hetzelfde type zijn en een gelijke verschijningsvorm hebben. De verhouding tussen ashoogte en rotordiameter zal bij benadering 1:1 zijn. Er is geen hekwerk nodig zijn om de windturbines af te schermen.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 11
Figuur 3.2 Aanzicht windturbine
* Bron: Pondera
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 12
De overige bouwgerelateerde eigenschappen zijn weergegeven in Tabel 3.1. Zodra de specificaties bekend zijn, worden de definitieve bouwgerelateerde eigenschappen gemeld aan het bevoegd gezag. Tabel 3.1 Bouw gerelateerde eigenschappen windturbine Eigenschap
Minimum
Maximum
Rotordiameter (m)
149
167
Ashoogte (m)
149
164
Tiphoogte (m)
230
249
Tiplaagte (m)
74,5
80,5
Diameter fundering (m)
15
30
Uitvoering
Gewapend beton
Materiaal mast
Beton / staal / combinatie beton en staal (hybride)
Aantal rotorbladen
3
Draairichting
Met de klok mee (vanaf vooraanzicht bekeken)
Kleurstelling mast
Lichtgrijs (indicatief)
Kleurstelling bladen
Lichtgrijs (indicatief)
Kleurstelling gondel
Lichtgrijs (indicatief)
Zoals aangegeven wordt voorafgaand aan de start van de bouw een definitieve keuze gemaakt in de exacte afmetingen. Deze afmetingen zullen binnen de vergunde bandbreedte blijven. Verzocht wordt om in de vergunning een voorschrift op te nemen waarin gesteld wordt dat de keuze voor een windturbinetype uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de start van de bouw aan het bevoegd gezag gemeld dient te worden.
Doorsnede windturbine De belangrijkste te betreden ruimtes in een windturbines zijn de gondel en de mast. Het ontwerp van de gondel en de mast is afhankelijk van het te kiezen windturbinetype. Zoals aangegeven worden de windturbinespecificaties van het definitieve windturbinetype 3 maanden voorafgaand aan de bouw van het windpark aangeleverd aan het bevoegd gezag. Op dit moment worden dan ook de exacte specificaties en doorsnedes van de gondel en mast gegeven.
Om in dit stadium een beeld te krijgen van het ontwerp van een gondel en mast zijn hieronder indicatieve figuren toegevoegd van de gondel, mastvoet en mast. De windturbines zijn in principe onbemande installaties, waarin enkel personen zich bevinden tijdens installatie en onderhoud. In de mast is een lift aanwezig om personeel naar de gondel te brengen. Voor noodgevallen is er ook een ladder aanwezig om naar boven of beneden te gaan. In zowel de gondel als in de mastvoet zijn er brandblussers aanwezig.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 13
Figuur 3.3 Doorsnede en onderdelen gondel windturbine
Bron: Technische beschrijving Nordex N131 Figuur 3.4 mastvoet windturbine
Bron: Nordex
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 14
Figuur 3.5 Doorsnede mast windturbine met lift
Bron: Nordex Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 15
Obstakelverlichting en naderingsdetectiesysteem Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020) voorzien dient te worden van obstakelverlichting. Dit geldt dus ook voor de beoogde windturbines. Voor de windturbine wordt voor de aanvang van de bouw een definitief verlichtingsplan uitgewerkt gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Windproject Brielse Brug zal zich inspannen om een naderingsdetectiesysteem voor obstakelverlichting toe te passen. Middels een naderingsdetectiesysteem worden de obstakelverlichting alleen aangezet wanneer er een vliegtuig in de nabijheid van het windproject vliegt. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op de windturbine dient voorafgaand aan de realisatie ter instemming worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De op dat moment best beschikbare technieken voor een naderingsdetectiesysteem kunnen dus ook in het verlichtingsplan betrokken worden.
3.3 Fundaties De windturbines worden bevestigd op een fundament. Elk windturbinetype heeft een eigen principe ontwerp van het fundament dat op basis van locatie specifieke eigenschappen (grondwaterstand en draagkracht) nader uitgewerkt zal worden. Dit fundament wordt onderheid met palen. Een heipaal bestaat uit beton en wapeningsstaal en heipalen worden tot circa 1 meter boven maaiveld in de grond geslagen. Het wapeningsstaal wordt verbonden aan de wapening van het fundament. In de kern van de fundering komt de ankerkooi, waar de mast van de windturbine wordt verankerd (zie Figuur 3.6 en Figuur 3.7). Figuur 3.6 Ankerkooi en wapeningsstaal heipalen (voorbeeld)
Figuur 3.7 Wapening van fundament (voorbeeld)
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 16
In Figuur 3.8 is schematisch een voorbeeld gegeven van de palenfundering met daarop gelegen de betonnen sokkel/poer. De in het rood aangegeven stalen ring (ankerkooi) betreft de aansluiting van de sokkel/poer op de mast van de turbine. Het onderste torendeel van de turbine past precies op de ankerkooi. De sokkel/poer kan een dikte hebben van circa 4 meter, waarvan maximaal 2 meter zich boven het maaiveld bevindt (dit is sterk afhankelijk van de turbine leverancier en het type turbine). Het aantal palen varieert eveneens. De diameter en de lengte van de palen hangt sterk af van het uiteindelijke funderingsontwerp, van het type windturbine en van de lokale ondergrond bij de turbine. Veelal dient rekening te worden gehouden met paalschachtdiameter die groter zijn dan 450 mm. De lengte van de palen zal grofweg variëren tussen de 15 en 30 meter. Figuur 3.8 Schematische weergave paalfundering windturbine
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 17
Het krachtenspel op de fundering bestaat uit een verticale en horizontale kracht en een torsiemoment zoals in Figuur 3.9 schematisch weergegeven. Figuur 3.9 Schematische weergave krachtenspel
Ter voorbereiding op de bouw van de windturbines vindt detail engineering van de fundatie plaats, op basis van sonderingen en maatgevende belastingen op de fundatie van de definitief te plaatsen windturbine. Deze wordt specifiek afgestemd op de locatie van een individuele windturbine. De vereiste constructie- en sterkteberekeningen zullen dan ook – gezamenlijk met de exacte dimensies en detaillering van het fundament – uiterlijk 6 weken voor de start van de bouw ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. De fundatieberekening dienen te voldoen aan het bouwbesluit en in de windbranche gebruikelijke normen. Op dit moment is dus nog niet duidelijk hoe de exacte opbouw van de fundatie eruit zal zien. Hieronder is wel funderingsprincipe tekening opgenomen. Er wordt uitgegaan van een fundatie met een maximale diameter van 30 meter en een maximale hoogte van 2 meter boven maaiveld. De principefundatie is weergegeven in Figuur 3.10. Het fundament voor het uiteindelijke windturbinetype blijft binnen deze Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 18
afmetingen. In het geval de fundering in het definitieve ontwerp boven maaiveld uit zal komen zal de fundering, afhankelijk van het ontwerp en windturbinetype, in het landschap worden opgenomen door inpassing in groen of de realisatie van een terp. Een nadere detaillering over de landschappelijke inpassing van de fundering zal volgen in het definitieve ontwerp dat uiterlijk 6 weken voor de start van de bouw ter goedkeuring aan het bevoegd gezag zal worden voorgelegd. Figuur 3.10 Principetekening fundament (indicatief)
3.4 Vloeroppervlak en inhoud In algemene zin geldt dat de windturbines niet bestemd zijn voor het verblijf van personen, zij het dat deze wel toegankelijk is voor het uitvoeren van inspectie-, controle en onderhoudswerkzaamheden.
Bruto vloeroppervlak De bruto oppervlakte van de vloer van een windturbine wordt in Tabel 3.3 weergegeven en is gelijk gesteld aan de maximale oppervlakte van de fundering. De oppervlakte van de fundering is gebaseerd op een maximale fundatiebreedte van 30 meter (710 m²). Het uiteindelijke vloeroppervlak zal kleiner zijn dan 710 m2, omdat de mastdiameter bij de voet altijd kleiner zal zijn dan de funderingsdiameter.
Bruto inhoud De bruto inhoud van het bouwwerk ‘windturbine’ is hier geïnterpreteerd als de bruto inhoud van de gondel. De afmetingen van de gondel is afhankelijk van het te kiezen windturbinetype. De bruto-oppervlakte van de gondel is gebaseerd op de maximale afmetingen van een gondel binnen deze bandbreedte, te weten 30 x 15 x 15 meter (L x B x H). Deze ruimte is nagenoeg volledig gevuld met de generator en regelsystemen van de turbine. Met uitzondering van periodiek bezoek van onderhoudspersoneel is geen sprake van aanwezigheid van personen in deze ruimte. Tabel 3.2 Maximale afmetingen oppervlakten en inhoud per turbine Onderdeel
Bruto vloeroppervlakte bouwwerk
Bruto inhoud bouwwerk
Windturbine
710 m²
6.750 m³
3.5 Gebruik De twee nieuwe bouwwerken betreffen windturbines, welke gebruikt worden voor het opwekken van elektriciteit uit wind en welke beiden 24 uur per dag in bedrijf zijn. Het bouwwerk is niet bestemd voor het verblijf van personen, het betreft dan ook een onbemande machine installatie. Uiteraard is het bouwwerk wel toegankelijk voor inspectie, onderhoud en reparatie. Het betreft een bouwwerk met overige gebruiksfunctie.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 19
3.6 Kosten Bouwkosten zijn de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de realisering van een bouwproject. De bouwkosten zijn nog niet in detail te geven, gezien dit onder andere afhangt van de windturbine specificaties, gesloten contracten en het moment waarop de turbine wordt gebouwd (om die reden is ‘0’ aangegeven in het aanvraagformulier). In overleg met het bevoegd gezag zal de hoogte van het legesbedrag worden afgestemd.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 20
4
Afwijken bestemmingsplan
4.1 Inleiding Omdat het planvoornemen niet past in het geldende ruimtelijk kader is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemer vraagt om die reden een bouwplan aan in afwijking van het ruimtelijk kader (omgevingsvergunning voor de activiteit het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het ruimtelijk plan, artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo). Via deze procedure (ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 Wabo) is het mogelijk om af te wijken van het geldende planologisch regime. Voorwaarde voor verlening van de vergunning is dat de activiteit niet in strijd mag zijn met een goede ruimtelijke ordening. Bijlage 5 betreft een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ die voorziet in de onderbouwing daarvan.
4.2 Geldende bestemming Ter plaatse van de beoogde windturbines geldt het bestemmingsplan ‘Omgevingsplan Buitengebied Brielle’ (vastgesteld op 28 januari 2020) van de gemeente Brielle (zie Figuur 4.1). Het betreft een bestemmingsplan met een bredere reikwijdte en is al in ‘de geest’ van de nieuwe Omgevingswet opgesteld (zie Kader 4.1). Ter plaatse van de boogde windturbines gelden de regels van ‘Algemeen grondgebruik’ (artikel 67 van het omgevingsplan). Gronden ter plaatse van deze aanduiding mogen gebruikt worden voor: a. b.
weidegang en productiegrond bij een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 5; hobbymatige weidegang;
c.
parkeervoorzieningen op eigen erf ten behoeve van de bij de aangrenzende functie toegestane voorzieningen;
d.
voor zover sprake is van openbaar gebied: 1. groen; 2.
water;
3.
speelvoorzieningen;
4. 5.
voet- en fietspaden; parkeervoorzieningen;
6.
bestaande wegen met ten hoogste 2x1 doorgaande rijstrook, alsmede invoegstroken, opstelstroken, busstroken en daarmee gelijk te stellen bijzondere rijstroken.
Het geldende bestemmingsplan laat de realisatie van de windturbines niet toe, er is derhalve een afwijking van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 21
Figuur 4.1: Uitsnede geldend bestemmingensplan
*Voor originele bron en legenda van het bestemmingsplan zie: http://brielle.crotec-omgevingsplan.nl/ Kader 4.1 Omgevingsplan gemeente Brielle
Gemeente Brielle is één van de gemeenten die haar gebieden, waarvoor verschillende bestemmingsplannen gelden, heeft aangemeld om te experimenteren met een bredere reikwijdte van het bestemmingsplan. Daarmee krijgen deze bestemmingsplannen het karakter van een omgevingsplan. Zo kan worden geëxperimenteerd op de in de toekomstige Omgevingswet beoogde verbreding van het bestemmingsplan tot een omgevingsplan. Zolang de Omgevingswet niet is vastgesteld en in werking is getreden, geldt een experimenteel omgevingsplan als een buitenwettelijk en vormvrij plan. Met behulp van artikel 7c Besluit Uitvoering van de Crisis- en herstelwet (Chw) wordt aan deze plannen een wettelijke grondslag gegeven. Waar een bestemmingsplan normaal gesproken alleen regels over de ruimtelijke ordening mag bevatten, mag een 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' meer bevatten, namelijk alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Daarnaast mag een dergelijk plan ook ander type instrumenten gebruiken dan een 'gewoon' bestemmingsplan. Het gaat dan bijvoorbeeld om een 'meldingsplicht' of 'gelijkwaardigheidsregels'. Het Omgevingsplan Brielle is daarmee een omgevingsplan vooruitlopend op de Omgevingswet maar nog niet een omgevingsplan conform de omgevingswet.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 22
4.3 Ruimtelijke onderbouwing Voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het ruimtelijk plan is dat het project niet in strijd mag zijn met de goede ruimtelijke ordening. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn in bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing enkele voorschriften voorgesteld. Door middel van voorliggende aanvraag verzoekt de aanvrager het bevoegd gezag de betreffende voorschriften als vergunningsvoorwaarden aan de te verlenen omgevingsvergunning te verbinden. Het gaat om de volgende voorschriften: •
de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van de te bouwen windturbines mag niet meer bedragen dan 183 meter.
•
De windturbines moet worden voorzien van obstakelverlichting. Daartoe dient eerst een verlichtingsplan te worden goedgekeurd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
•
Ter voorkoming van ijsafworp dienen de windturbines voorzien te worden van een ijsdetectiesysteem die de windturbines automatisch stil zet indien zich meteorologische omstandigheden voordoen die zorgen voor ijsaangroei.
Bovenstaande voorschriften en de ruimtelijke aanvaardbaarheid ervan worden in bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing nader toegelicht.
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 23
5
Later aan te leveren gegevens en bescheiden In onderstaande tabel is aangegeven welke bescheiden en gegevens later, doch uiterlijk 3 weken voor de start van de bouw zullen worden aangeboden aan het bevoegd gezag, conform artikel 2.7 van de Ministeriele regeling omgevingsrecht. Tabel 5.1 In te leveren bescheiden en gegevens in de periode voorafgaand aan start bouw Gegevens/bescheiden
Aanlevertermijn uiterlijk
Definitieve keuze windturbinespecificaties
3 maanden voor start bouw
Rapportage akoestiek, slagschaduw en externe veiligheid voor definitieve windturbinetype
6 weken voor start bouw
Definitieve ontwerp fundatie windturbine (incl. sterkte- en constructieberekeningen onderbouwd met sonderingen)
6 weken voor start bouw
Ontwerpcertificaat IEC 61400-1
3 weken voor start bouw
Nulsituatiebodemonderzoek (indien noodzakelijk)
3 weken voor start bouw
Overige gegevens en bescheiden ten behoeve van toetsing aan overige voorschriften van het Bouwbesluit. Dit heeft hoofdzakelijk betrekking op het bouwveiligheidsplan en eventuele detaillering van trappen en liften.
3 weken voor start bouw
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 24
6
Bijlagen Voor de aanvraag is gebruik gemaakt van het aanvraagformulier omgevingsvergunning. Het aanvraagformulier zelf is het document waarop de aanvraag gebaseerd is. Op een aantal plaatsen wordt in dit formulier verwezen naar bijlage 1. Dit betreft de toelichting op de aanvraag, het onderhavige document. Aan de aanvraag zijn tevens andere bijlagen gevoegd. Ten behoeve van het overzicht worden de bijlagen bij de aanvraag onderstaand opgesomd. Bijlage 1: Toelichting op de aanvraag (onderhavig document) Bijlage 2: Machtigingsformulier Bijlage 3: Overzichtstekening Bijlage 4: Aanzichttekening windturbine Bijlage 5A: Ruimtelijke onderbouwing Bijlage 5B: Bijlagedocument ruimtelijke onderbouwing
Toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning 720135| Windproject Brielse Brug | v3.0 | 1-5-2023 Pagina 25