Wijzigingstabel verordening Jeugdhulp
Tekst van het document
Bijlage Wijzigingstabel Verordening jeugdhulp Gemeente Voorne aan Zee 2025 (inhoudelijke wijzigingen) Hoofdstuk Hoofdstuk 2:
Wijziging In de nieuwe verordening spreken we over algemene, vrij toegankelijke, voorzieningen en niet vrijtoegankelijke jeugdhulp (individuele voorzieningen)
Gevolg In de huidige verordeningen wordt gesproken over ‘vormen van jeugdhulp’ en overige voorzieningen. Dit schept verwarring waardoor nu een duidelijkere formulering is opgenomen.
Er is een apart artikel toegevoegd, waarin de rollen in het sociaal gebiedsteam worden beschreven.
Duidelijkheid voor inwoner en uitvoering.
Dyslexiezorg is een vorm van jeugdhulp, waarbij eerder wordt gedacht dat dit onder de onderwijs wetgeving valt. Dit kan verwarring geven. Dyslexiezorg wordt apart omschreven in artikel 2.4.
Het artikel maakt duidelijk dat dyslexiezorg jeugdhulp is en niet onder onderwijswetgeving valt.
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk toegevoegd dat toeziet op individuele voorzieningen voor vervoer
Hoofdstuk 4:
Toegevoegd dat wij onderzoek doen naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de aanvrager van jeugdhulp en wat wij als college tijdens deze fase onderzoeken om tot een passend besluit te komen. Ook noemen wij dat de bescheiden, die voor het onderzoek nodig zijn en waarover redelijkerwijs beschikking te krijgen is, worden overhandigd aan het college door jeugdige, zijn ouders, dan wel zijn wettelijk vertegenwoordigers.
Er waren aparte jeugdhulp vervoersregelingen voor Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle. Deze zijn geharmoniseerd en opgenomen in de nieuwe verordening. Het afgelopen jaar zijn er rechtszaken geweest waarin naar voren kwam dat de het onderzoek voorafgaand aan de besluitvorming met betrekking tot toewijzen van een individuele voorziening niet goed verlopen is. Het onderzoek is niet zorgvuldig genoeg gedaan. Daarom lijkt het verstandig in hoofdstuk drie de stappen van het onderzoek toe te voegen aan de verordening.
De voorwaarden voor een individuele voorzienig worden beschreven. Toegevoegd is dat bij een individuele voorziening gefinancierd vanuit een PGB de budgethouder een bedrag ontvangt dat niet hoger is dan het bedrag van dezelfde soort jeugdhulp in zorg in natura. Het kan zijn dat een budgethouder duurdere zorg wenst en dan een deel van de kosten zelf moet betalen.
Duidelijkheid voor inwoner en uitvoering.
Opgenomen is dat er alleen via de medische verwijsroute (huisarts, jeugdarts, medisch specialist) naar gecontracteerd aanbod kan worden verwezen.
Via de medische verwijsroute (huisarts, jeugdarts, medisch specialist) kan een verwijzing gedaan worden naar jeugdhulp. Binnen de jeugdwet is het zo geregeld dat zij een officiële verwijzer zijn en het college de individuele voorziening dient te verstrekken wanneer de jeugdhulpaanbieder gecontracteerd is. De jeugdhulpaanbieder dient zich aan de contractafspraken met de gemeente te houden. Wanneer de jeugdhulpaanbieder niet gecontracteerd is en de jeugdhulp moet vanuit een PGB gefinancierd worden, dient het college zelf het onderzoek uit te voeren en tot een besluit te komen. Dit kan niet via de medische verwijsroute.
Opgenomen is dat de jeugdhulpaanbieder, die een verwijzing ontvangt via de medische verwijsroute (huisarts, jeugdarts, medisch specialist), als en
Hiermee zorgen we dat we op de hoogte blijven van elkaars verwijzingen en behandelingen, zodat het streven van een integrale benadering en het
In de oude verordening stond in artikel 6, lid 5 een zin over een ouderbijdrage. Dit betreft dus geen ouderbijdrage. Ouders kopen zelfstandig hun zorg in en dienen vanuit die hoedanigheid op de hoogte te zijn van de kosten. In de beschikking is opgenomen wat de hoogte van het PGB is. Ouders dienen de rekensom zelfstandig te maken en hierdoor te overzien wat zij eventueel zelf bij moeten betalen.
Hoofdstuk 5
voor zover deze van oordeel is dat de inzet van jeugdhulp nodig is, in contact treedt met het college over de in te zetten jeugdhulp.
uitgangspunt – 1 gezin -1 regisseur – 1 plan, in het bijzonder bij multiproblematiek, zo goed mogelijke verwezenlijkt kan worden.
De Gecertificeerde instelling en kinderrechter wordt opgenomen als verwijzer voor toegang tot jeugdhulp in de verordening.
Duidelijkheid voor inwoner en uitvoering.
Nieuw in de verordening is een hoofdstuk opgenomen over eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. Daarnaast is er een artikel gewijd aan respijtzorg.
Eigen kracht en gebruikelijke hulp is een thema in de hervormingsagenda jeugd. Wanneer levert een ouder meer dan gebruikelijke hulp en heeft recht op een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet hiervoor? Wanneer kunnen we beoordelen dat gedrag ‘normaal’ is of dat de ouder zelf een oplossing kan bieden voor het probleem? Hierover was niks opgenomen in de huidige beleidsregels en in de praktijk was hier dus lastig uitvoering aan te geven. Het gevolg is dat er informele pgb’s afgegeven worden voor tientallen uren bovengebruikelijke zorg per week (uren per week x 20 euro). Bovengebruikelijke zorg is voor de jeugdige noodzakelijke zorg en begeleiding die boven de normale dagelijkse zorg en begeleiding uitstijgt, die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Van ouders wordt verwacht dat zij hun kind de zorg bieden die het nodig heeft voor zover dat, gelet op de omstandigheden, in hun vermogen ligt.
Dit hoofdstuk helpt om de afweging beter te maken voor de jeugdige en ouders zelf maar ook voor de jeugdconsulenten, die de aanvraag moeten beoordelen.
Hoofstuk 6
Hoofdstuk zes wordt toegevoegd om aan te geven welke voorzieningen en wetgeving voorliggend zijn op de jeugdwet. In de beleidsregels wordt verder ingegaan op de afbakening tussen deze wetgeving.
Hoofdstuk 7
In de nieuwe verordening wijden we een hoofdstuk aan het pgb
Er zijn diverse voorzieningen en wetgevingen voor en van toepassing op jeugdigen. Het is dus continu afstemmen met alle partijen, die betrokken zijn en/of betrokken kunnen raken bij een jeugdige en diens ouders, dan wel wettelijk vertegenwoordigers.
Om namens het college een besluit te nemen over een aanvraag pgb moet je duidelijke afspraken op papier gezet hebben. Ook richting de aanvrager dien je duidelijk te maken hoe de procedure loopt en welke verplichtingen er zijn. Hierover stond in de oude verordening een klein stuk beschreven. In de beleidsregels zoomen we verder in op het ‘hoe’. Het uitgangspunt dat de De gemeente is verplicht om jeugdige en zijn ouders een voor de gedecentraliseerde individuele voorziening in taken een dekkend aanbod natura krijgen is voor jeugdhulp in te kopen. toegevoegd. De jeugdige en Dit doen wij en kunnen dit ouders dienen aan te tonen dus bieden aan onze dat de jeugdhulp jeugdigen en hun gezinnen. gefinancierd vanuit een PGB Daarnaast willen wij graag doelmatiger en efficiënter is zicht houden op de kwaliteit dan ons ingekochte en rechtmatigheid van de jeugdhulp aanbod. geboden jeugdhulp via onze contracten en evaluaties daarop. Vandaar dat wij ons ingekocht aanbod als voorliggend zien op jeugdhulp gefinancierd vanuit een pgb. Toegevoegd is dat er geen sprake mag zijn van risico
Dit onderdeel was nog niet opgenomen in de huidige
op overbelasting bij toekenning van een pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk.
Toegevoegd is dat wij geen pgb afgeven voor jeugdhulp, die is ingekocht (Zorg in natura).
Toegevoegd is de beschrijving van formele en informele hulp.
verordening en van wezenlijk belang voor de beoordeling van een aanvraag voor een informeel PGB. Wanneer iemand geen kwalitatief goede hulp kan bieden vanwege overbelasting, moet deze persoon niet verder belast worden met jeugdhulp taken op basis van een arbeidsrelatie, gefinancierd vanuit het pgb. Hierdoor houden wij zicht op de rechtmatigheid en kwaliteit van de jeugdhulp binnen onze contracten en heeft de jeugdige/ ouders geen extra administratieve last vanwege het beheren van het pgb. Voor de bepaling van het pgb-tarief wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. Voor formele hulp geldt het hogere pgbtarief en voor informele hulp geldt het lagere tarief op basis van het wettelijk minimumloon. Dit sluit aan bij de systematiek die binnen de Wet langdurige zorg (Wlz)en Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt gehanteerd. Van formele hulp is, kortweg, sprake als de hulp verleend wordt in het kader van de uitoefening vaneen bedrijf of beroep. De hulp wordt dan verleend door een jeugdhulpaanbieder of door een zelfstandige jeugdhulpverlener (ZZP-er). Van formele hulp is ook sprake als de hulpverlener een BIG of SKJ-registratie heeft. Informele hulp is alle hulp die wordt geboden door personen die niet beroepsof bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen. In de praktijk gaat het dan meestal om
personen uit het sociaal netwerk. Volgens de beroepsnormen die gelden voor geregistreerde professionals is het verlenen van hulp aan directe familie in strijd met de beroepsnorm van de professionele distantie. Om deze reden zijn 1e en 2e graads bloeden aanverwanten nadrukkelijk uitgesloten van het professionele tarief.
De tarifering voor pgb is aangepast. De Pgb-tarieven zijn berekend op basis van 90% en 75% van de tarieven voor de ingekochte Zorg In Natura (ZIN). Het 90% tarief is voor ondersteuning door niet-gecontracteerde professionele instellingen, het 75%-tarief voor niet gecontracteerde zelfstandige professionals (zzp-ers) en voor informele hulp door niet-professionals hanteren wij het minimumloon. Er wordt een bijlagen toegevoegd met daarin de gehanteerde tarieven. Voor Hellevoetsluis en Westvoorne is dit in de huidige verordening 100% van het tarief in ZIN en voor Brielle 80% van het tarief in ZIN. Toegevoegd is dat wanneer een jeugdige logeert bij netwerk op basis van onverplichte verleende jeugdhulp, daar (enkel) een tegemoetkoming van 47 euro per etmaal tot een maximum van 141 euro per kalendermaand voor mogelijk is. Hoofdstuk 8
Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden
De gemeente is verplicht om voor de gedecentraliseerde taken een dekkend aanbod voor jeugdhulp in te kopen. Dit doen wij en kunnen dit dus bieden aan onze jeugdigen en hun gezinnen. Daarnaast willen wij graag zicht houden op de kwaliteit en rechtmatigheid van de geboden jeugdhulp via onze contracten en evaluaties daarop. Vandaar dat wij ons ingekocht aanbod als voorliggend zien op jeugdhulp gefinancierd vanuit een pgb. Wij willen kwalitatief goede jeugdhulp aanbieders stimuleren zich te laten contracteren.
Wanneer jeugdhulp nodig is en er meer nodig is dan 2-3 keer logeren bij netwerk in een maand, moet onderzocht worden of deeltijd pleegzorg meer passend is. Het netwerk wordt gescreend op veiligheid en begeleiding wordt geboden voor de problematiek. Een jeugdige heeft jeugdhulp nodig, zo is
Hoofdstuk 9
ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. In de huidige verordening was dit na zes maanden. Hoofdstuk 9 voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik is toegevoegd.
beoordeeld en krijgt zes maanden geen jeugdhulp. Er moet eerder gekeken worden of er iets anders nodig is of dat de jeugdhulp niet meer noodzakelijk is.
In de huidige verordeningen staat weinig over de bestrijding van fraude en oneigenlijk gebruik opgenomen. De jeugdwet geeft de opdracht om daar in de verordening wat over op te nemen. Artikel 2.9 Jeugdwet zegt: de gemeenteraad stelt bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet in ieder geval regels: (…) d. voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Het opnemen van regels over misbruik en oneigenlijk gebruik dient dus verplicht in de verordening te worden opgenomen. Dit kan zowel beperkt als uitgebreid worden opgenomen. Gezien het feit dat er steeds meer berichten zijn over oneigenlijk gebruik en fraude in de jeugdhulp zijn wij van mening dat hierover een meer uitgebreide bepaling in de verordening dient te worden opgenomen. Dit geeft ook onze toezichthouder handvatten bij de uitoefening van haar werkzaamheden. In het komende jaar zal gewerkt worden aan een integraal beleidsplan voor toezicht en handhaving. Voor nu geeft
Hoofdstuk 10
Toelichting Bijlagen 1
Bijlagen 2
Inspraak en medezeggenschap is aangepast naar hoe wij het nu geregeld hebben. De toelichting is aangepast op de nieuwe verordening. Bijlagen 1 is toegevoegd als bijlagen bij hoofdstuk 5
De tarieven die gehanteerd worden voor de jeugdhulp producten zijn toegevoegd met daarbij de tarieven, die gehanteerd worden voor hetzelfde product gefinancierd vanuit een persoonsgebonden budget.
de inhoud van hoofdstuk 7 voldoende handvatten om toezicht te houden op de rechtmatigheid van ingezette jeugdhulp voorzieningen. In de toekomst kan gekeken worden naar hoe wij inwoners nog meer kunnen laten participeren. Duidelijkheid voor de lezer. Inzichtelijk wordt gemaakt van welke vaardigheden uitgegaan kan worden wanneer gesproken wordt over gebruikelijke zorg