Was-wordt-tabel wijziging APV Voorne aan Zee, tweede wijziging, met artikelsgewijze toelichting
Tekst van het document
Bijlage bij College- en raadsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging Was-wordt-tabel Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging, met artikelsgewijze toelichting Zaaknummer: 170788-2025 Het intitulé (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Intitulé Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee 2024
Nieuwe tekst Intitulé Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging
Artikel 1:1 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:
Bestaande tekst Artikel 1:1 Definities - badstrand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken tussen de strandpalen 12.000 en 13.300;
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities - badstrand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken tussen de strandpalen 12.000 en 13.400;
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
Artikel 2:10 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit), wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,2 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee; c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 3. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,2 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee, eerste wijziging; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7.
De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:24, eerste lid, (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit), wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:24 Begripsbepaling
Artikel 2:24 Begripsbepaling
2/23
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaand voor elk publiek toegankelijk verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. Bioscoop- en theatervoorstellingen; b. Markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. Kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. Het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. Betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. Activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39; g. Sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportwedstrijden als bedoeld in het tweede lid, onder f.
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke georganiseerde activiteit gericht op vermaak, cultuur, sport of ontspanning, waarbij een tijdelijke samenkomst van personen plaatsvindt, ongeacht of deze activiteit publiek toegankelijk of besloten is. Er geldt een uitzondering op: a. Bioscoop- en theatervoorstellingen; b. Markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. Kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. Verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2:28 geldt, mits die vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak; e. Betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. Activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39; g. Sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportwedstrijden als bedoeld in het tweede lid, onder f. h. Evenementen op eigen terrein waar geen publiek wordt toegelaten of waar geen gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte.
Artikel 2:25, vierde, vijfde, achtste en tiende lid, (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:25 Evenementenvergunning 4. Voor de bepaling van de vergunningplicht en de categorisering van een evenement wordt aangesloten bij de uitkomst van de (regionaal vastgestelde) risicoscan. Deze scan wordt door de gemeente ingevuld aan de hand van de gegevens van de vergunningaanvraag. De gemeente bepaald in overleg met de diensten in welke categorie een evenement ingedeeld wordt. 5. Indien uit de risicoscan blijkt dat om een ‘melding’ gaat en: a. Het aantal aanwezigen niet meer dan 150 personen bedraagt;
Artikel 2:25 Evenementenvergunning 4. Voor de categorisering van een evenement wordt aangesloten bij de uitkomst van de (regionaal vastgestelde) risicoscan. Deze scan wordt door de gemeente ingevuld aan de hand van de gegevens van de vergunningaanvraag. De gemeente bepaalt in overleg met de diensten in welke categorie een evenement ingedeeld wordt. 5. Van een meldingsplichtig evenement is sprake als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Het aantal aanwezigen niet meer dan 150 personen bedraagt;
3/23
b. Het evenement tussen 09.00 uur en 23.00 uur plaatsvindt; c. Er geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur; d. Er slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object; e. Er een organisator is; f. De directe omgeving wordt geïnformeerd over het eendaags evenement; g. De activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; h. De organisator uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan het evenementen daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; Dan bestaat er geen vergunningplicht. Er is dan sprake van een meldingsplicht. 8. Onverminderd het vierde lid kan de burgemeester aanvullende voorschriften verbinden aan een melding. 10. Een aanvraag voor evenementenvergunning bevat ten minste: a. Een ingevuld aanvraagformulier; b. Overzicht van inrichting van het evenemententerrein; c. Het activiteitenprogramma; d. Technische tekeningen (op schaal) van bouwwerken, podia en tenten op het evenemententerrein; e. Een veiligheidsplan; f. Een beveiligingsplan; g. Een verkeersplan; h. De maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden en eventuele overlast zoveel mogelijk te voorkomen; i. De maatregelen die de organisator zelf zal nemen in geval van calamiteiten.
b. Het een evenement is dat plaatsvindt tussen 09.00 en 23.00 uur of op een zondag tussen 13.00 en 23.00 uur; c. Het geluidsniveau op een afstand van 5 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 85 dB(A) en 95 dB(C); d. Er slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25m2 per object; e. Er een organisator is; f. De directe omgeving wordt geïnformeerd over het eendaags evenement; g. De activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; h. De organisator uiterlijk 10 werkdagen voorafgaand aan het evenementen daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester; Dan bestaat er geen vergunningplicht. Er is dan sprake van een meldingsplicht. 8. Onverminderd het vijfde lid kan de burgemeester aanvullende voorschriften verbinden aan de melding. 10. [vervallen]
Artikel 2:28, vierde en zesde lid (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit), worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
4/23
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. Winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van den openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. Zorginstelling; c. Museum; d. Bedrijfskantine of -restaurant; e. Automatiek; f. Broodjeszaak; g. Cafetaria; h. Croissanterie; i. Koffiebar; j. Lunchroom; k. Ijssalon; l. Snackbar; m. Tearoom; n. Traiteur; o. Pizzeria Tenzij in die openbare inrichtingen alcohol wordt verstrekt. 6. De vrijstelling, genoemd onder lid 5, wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het zesde lid, onder a.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 4. Geen vergunning is vereist voor winkels en culturele instellingen. Deze mogen onder bepaalde voorwaarden kleinschalige horeca aanbieden zonder aparte horecavergunning. Dit heet de basisvrijstelling. Het gaat hierbij om laagdrempelige horeca die ondersteunend is aan de hoofdfunctie, zoals detailhandel of maatschappelijke voorzieningen. De horeca mag geen zelfstandige horecabestemming hebben en moet een beperkte impact op de omgeving hebben. Voor de basisvrijstelling gelden de volgende voorwaarden: ▪ Openingstijden: De horeca mag open zijn tussen 6.00 en 22.00 uur. Dit is in lijn met de Winkeltijdenwet en de Winkeltijdenverordening Voorne aan Zee. ▪ Geen alcohol: Het schenken van alcohol is niet toegestaan. ▪ Muziek: Alleen achtergrondmuziek is toegestaan. 6. De vrijstelling, genoemd onder lid 5, wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
Artikel 2:28a (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit), wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28a Terrassen In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10, beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting aanwezige terrassen, voorzover deze zich op de weg bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. Hij beoordeelt hierbij de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 2:10.
Artikel 2:28a Terrassen 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10, beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting aanwezige terrassen, voorzover deze zich op de weg bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. 2. Het is verboden zonder vergunning een terras te exploiteren op de openbare weg. 3. Een terrasvergunning wordt slechts verleend indien het terras voldoet aan de afmetingseisen, voldoet aan redelijke eisen van welstand, geen schade toebrengt aan de weg, binnen het bestemmingsplan past en geen belemmering vormt voor de openbare veiligheid en toegankelijkheid. 4. Terrassen mogen worden gebruikt binnen de volgende tijden:
5/23
Maandag tot en met zondag: 7.00 tot 23.00 uur.
Maandag tot en met zondag: 7.00 tot 1.00 uur voor horecaondernemers binnen de vestingen van Hellevoetsluis en Brielle.
5. Een ontheffing van de sluitingstijd is niet van toepassing op de openingstijden van het terras. 6. De exploitant is verantwoordelijk voor het voorkomen van geluidsoverlast en het schoonhouden van het terras en directe omgeving.
Artikel 2:29, tweede lid, sub a en b (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit), komen te vervallen: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:29 Sluitingstijd 2. a. Terrassen mogen jaarrond geopend blijven om bij te dragen aan de levendigheid van de binnenstad. b. Openingstijden terrassen: o Zondag t/m donderdag: 07.00 - 00.00 uur. o Vrijdag en zaterdag: 07.00 - 01.00 uur. o Een ontheffing van de sluitingstijd is niet van toepassing op de openingstijden van het terras.
Vervallen
Artikel 2:34b, derde lid, (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 3. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging. a. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod genoemd in lid 3 voor ten hoogste twaalf dagen per jaar. b. De paracommerciële rechtspersoon meldt een bijeenkomst als bedoeld in
Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 3. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging. a. De paracommerciële rechtspersoon meldt een bijeenkomst als bedoeld in lid 3 ten minste twee weken voor aanvang aan de burgemeester.
6/23
lid 3 ten minste twee weken voor aanvang aan de burgemeester. Artikel 2:34c, eerste lid, (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven 1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken in inrichtingen: a. Gelegen binnen de voormalig gemeente Brielle: 1. Waarin onderwijs wordt gegeven; of 2. die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of –instellingen, met uitzondering van watersportverenigingen; of 3. die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen; of 4. waarin, of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verkocht. b. Gelegen binnen de voormalig gemeente Westvoorne: 1. Waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten, worden verkocht; of 2. Welke deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties; of 3. Welke deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer sportorganisaties of -instellingen, met uitzondering van watersportverenigingen.
Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven 1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken in inrichtingen: a. waarin onderwijs wordt gegeven; of b. die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of -instellingen, met uitzondering van watersportverenigingen; of c. die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties- of instellingen; of d. waarin, of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verkocht.
Artikel 2:34e (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet zwak-alcoholhoudende drank te
Artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet zwak-alcoholhoudende drank te
7/23
verstrekken vanuit winkels, warenhuizen en andere locaties en ruimten als bedoeld in artikel 18, tweede lid, en artikel 19, tweede lid, onder a, onderdeel 1, van de Alcoholwet: a. gedurende de volgende tijdsruimten: 1°. Jaarlijks op 1 april van 00.00 uur tot 24.00 uur in de voormalig gemeente Brielle; b. in de volgende gebieden: 1°. Binnenstad Brielle; 2°. Thoevelaweg Brielle.
verstrekken vanuit winkels, warenhuizen en andere locaties en ruimten als bedoeld in artikel 18, tweede lid, en artikel 19, tweede lid, onder a, onderdeel 1, van de Alcoholwet: a. gedurende de volgende tijdsruimten: 1°. Jaarlijks op 1 april van 00.00 uur tot 24.00 uur; b. in de volgende gebieden: 1°. Binnenstad Brielle; 2°. Thoelaverweg Brielle.
[Artikel 2:34e sub b onder 2° bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: Thoelaverweg Brielle.]
Na artikel 2:47 (artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) wordt een artikel ingevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Niet van toepassing
Artikel 2:47a Verboden aanwezigheid op openbare plaatsen Ter voorkoming van overlast voor de omgeving is het verboden zich op een door het college aangewezen openbare plaats te bevinden gedurende de door het college aangewezen uren met een door het college aangewezen hoeveelheid personen.
Artikel 2:60, eerste lid, (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:60 Voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren te voeren.
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels; c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; of d. te voeren.
8/23
Na artikel 2:60 (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) wordt een artikel ingevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Niet van toepassing
Artikel 2:60a Voederen van dieren 1. Het is verboden op een openbare plaats dieren, anders dan huisdieren, te voeren. 2. Het verbod geldt niet: a. voor personen die dieren voeren of bijvoeren in opdracht van de beheerder van de openbare plaats of het openbaar water; b. voor personen die sportvisserij beoefenen en in het bezit zijn van een daartoe bestemde geldige VISpas, voor zover dit het gebruikmaken van vismaterialen ten behoeve van de sportvisserij betreft; c. in door het college aan te wijzen gebieden of ten aanzien van door het college aangewezen gevallen.
Artikel 2:71 (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:78 (artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:78 Wijkverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod aangewezen gebied gedurende een in het verbod neergelegde periode. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan degene aan wie eerder een wijkverbod als
Artikel 2:78 Wijkverbod 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om zich te bevinden op in dat verbod aangewezen gebied binnen de gemeente gedurende een in het verbod neergelegde periode. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan
9/23
bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een wijkverbod opleggen om zich gedurende een in dat wijkverbod genoemd tijdvak van ten hoogste 30 dagen te bevinden op een in dat wijkverbod aangewezen gebied. 3. Een wijkverbod krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd indien strafbare feiten of andere openbare orde verstorende handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerder wijkverbod, opgelegd op grond van het eerste of het tweede lid zijn geconstateerd. 4. De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid opgelegde wijkverboden, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 5. het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd wijkverbod.
een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste zes maanden in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod. 5. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 3:8, eerste lid, sub b (artikel I, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) komt te vervallen: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 3:8 Weigeringsgronden 1. b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij;
[vervallen]
Artikel 4:2 (artikel I, onderdeel R, van het wijzigingsbesluit) komt te vervallen: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
Vervallen
10/23
dagdelen. 3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer van de volgende delen: a. Hellevoetsluis: bepaald gebied binnen de gemeente. b. Brielle: de kern Brielle, de kern Vierpolders en de kern Zwartewaal. c. Westvoorne: de kern Rockanje, de kern Oostvoorne en de kern Tinte. 4. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Geluidniveaus per grondgebied van de voormalige gemeenten: i. Westvoorne: Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 65 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur; 60 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 55 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. ii.
Westvoorne: Indien er binnen een afstand van 50 meter van de inrichting geen gevoelige gebouwen aanwezig zijn, bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) veroorzaakt door de inrichting, niet meer dan 65 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur; 60 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 55 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur, gemeten op een afstand van 50 meter van de inrichting op een hoogte van 1,5 meter. iii. Hellevoetsluis en Brielle: Het equivalente geluidniveau gedurende 3 minuten (LAeq, 3 min) veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan de in de tabel opgenomen waarden op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld of op 2/3e van de verdiepingshoogte. Tabel 4:2
LAeq, 3 min op de gevel van gevoelige
7.0019.00 uur
19.002.00 uur
65 dB(A)
50 dB(A)
11/23
gebouwen
LAeq, 3 min in inen aanpandige gevoelige gebouwen
50 dB(A)
35 dB(A)
De in de tabel 4:2 aangegeven grenswaarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. D 8. De in de tabel 4:2 aangegeven grenswaarden op de gevel, zoals opgenomen in lid 6 onder iii, gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 9. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, (benoemd per grondgebied van de voormalige gemeenten) uiterlijk beëindigd om: a. Hellevoetsluis: maandag tot en met vrijdag om 01.00 uur en op zaterdag en zondag om 02.00 uur. b. Brielle: maandag tot en met vrijdag om 01.00 uur en op zaterdag en zondag om 02.00 uur. c. Westvoorne: maandag tot en met vrijdag om 01.00 uur en op zaterdag en zondag om 02.30 uur. 10. De geluidnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. Voor de buitenruimte geldt geen ontheffing van de reguliere grenswaarden. Artikel 4:3 (artikel I, onderdeel S, van het wijzigingsbesluit), wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Ten aanzien van de afhandeling van verzoeken om ontheffing van de sluitingstijd geldt het volgende: a. Er worden maximaal 12 ontheffingen van de openingstijd per horeca-inrichting per jaar toegestaan. Dit aantal komt overeen met het aantal dagen dat horeca-inrichtingen voor incidentele activiteiten niet hoeven te voldoen aan de geluideisen uit het
Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van
12/23
Activiteitenbesluit. b. Per ontheffing geldt een verlenging van de openingstijd van de onderneming van maximaal 2 uur. c. Op zaterdagen en zondagen wordt ingestemd met een verlenging van de openingstijd van maximaal 1 uur. d. Tijdens Koningsdag en Oud en Nieuw geldt een sluitingstijd van 05.00 uur voor alle horecaondernemingen in Voorne aan Zee. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Geluidniveaus per grondgebied van de voormalige gemeenten: i.
Westvoorne: Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan [aantal] dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 65 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur; 60 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 55 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. ii. Hellevoetsluis en Brielle: Het equivalente geluidniveau gedurende 3 minuten (LAeq, 3 min) veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan de in de tabel opgenomen waarden op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld of op 2/3e van de verdiepingshoogte. Tabel 4:3
toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college en direct omwonenden. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteiten is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Tijdens deze incidentele festiviteiten is het toelaatbaar geluid door de activiteiten in het bebouwde deel van de inrichting niet hoger dan de waarde, bedoeld in de onderstaande tabel.
Tabel Waarde voor toelaatbaar geluid ten gevolge van incidentele festiviteiten in het bebouwde deel van de inrichting 07.0 19.0 23.00 0019.0 23.0 24.00 0 uur 0 uur / 02.00 uur Equivalent geluidniveau Leq, 3 min als gevolg van activiteiten ter plaatse van geluidgevoelig e bestemmingen Equivalent geluidniveau
55 dB(A )
50 dB(A )
35 dB(A)
40 dB(A
35 dB(A
30 dB(A)
13/23
07.0 019.0 0 uur
19.0024.00/02.0 0 uur
LAeq, 3 min op de gevel van gevoelige gebouwen
65 dB(A
50 dB(A)
LAeq, 3 min in inen aanpandig e gevoelige gebouwen
50 dB(A )
35 dB(A)
7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. De in de tabel 4:3 aangegeven grenswaarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 9. [vervallen] 10. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 12. Omwonenden dienen door de houder van de inrichting tijdig in kennis worden gesteld van de festiviteit. 13. De genoemde geluidsniveaus in dit artikel gelden niet voor festiviteiten waar door de gemeente een maatwerkvoorschrift met betrekking tot het geluidsniveau is opgelegd. 14. Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Brielle geldt dat het maximaal aantal incidentele festiviteiten als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verminderd met de aangewezen collectieve festiviteiten, zoals bedoeld in artikel 4:2, indien deze gelden voor het gebied waarin een inrichting gevestigd is, alsmede met het aantal door de houder van de inrichting in de nabijheid van de inrichting georganiseerde evenementen in de zin
Leq, 3 min als ) ) gevolg van activiteiten binnen in- of aanpandige geluidgevoelig e bestemmingen 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in het bebouwde deel van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 9. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, in het bebouwde deel van de inrichting uiterlijk om 00.30 uur beëindigd met uitzondering van de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag. Hiervoor geldt dat het ten gehore brengen van extra muziek in de nacht van vrijdag op zaterdag en de nacht van zaterdag op zondag uiterlijk om 02.00 uur wordt beëindigd. 10. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 11. Voor de beoordeling van muziekgeluid wordt de muziektoeslag uit de Omgevingsregeling bijlage IVh buiten beschouwing gelaten.
14/23
van artikel 2:25.
Artikel 4:5, derde lid, (artikel I, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 3. Voor de duur van [aantal] uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
Artikel 4:5 Onversterkte muziek 3. Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
Artikel 4:20, eerste lid, (artikel I, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:20 Vissen vanaf het strand 1. Het is verboden om gedurende het badseizoen op of aan het strand van strandpaal 12.000 tot strandpaal 13.300: a. visnetten, fuiken en dergelijke vistuigen in zee te plaatsen of te hebben op een afstand minder dan vijfhonderd meter gemeten uit de zomerhoogwaterlijn; b. te vissen tussen 08.00 uur en 18.00 uur.
Artikel 4:20 Vissen vanaf het strand 1. Het is verboden om gedurende het badseizoen op of aan het strand van strandpaal 12.000 tot strandpaal 13.400: a. visnetten, fuiken en dergelijke vistuigen in zee te plaatsen of te hebben op een afstand minder dan vijfhonderd meter gemeten uit de zomerhoogwaterlijn; b. te vissen tussen 08.00 uur en 18.00 uur.
Artikel 4:21, eerste lid, (artikel I, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:21 Zeilvaartuigen 1. Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeilvaartuig te bevinden op het strand tussen strandpaal 12.000 en 13.300 of op zee binnen een afstand van tweehonderd meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand.
Artikel 4:21 Zeilvaartuigen 1. Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeilvaartuig te bevinden op het strand tussen strandpaal 12.000 en 13.400 of op zee binnen een afstand van tweehonderd meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand.
Artikel 4:24 (artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
15/23
Artikel 4:24 Zeil- en kitesurfplanken Het is verboden, voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement, om zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeil- en kitesurfplank te bevinden op het strand of op zee binnen een afstand van 200 meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand tussen de strandpalen 12.000 en 13.300.
Artikel 4:24 Zeil- en kitesurfplanken Het is verboden, voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement, om zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeil- en kitesurfplank te bevinden op het strand of op zee binnen een afstand van 200 meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand tussen de strandpalen 12.000 en 13.400.
Artikel 5:22, tweede lid, (artikel I, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:22 Definitie 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
Artikel 5:22 Definitie 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Artikel 5:34 (artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het verbod geldt voorts niet voor zover het betreft: a. het stoken van snoeihout ontstaan als gevolg van het onderhoud van erfbeplantingen of andere kleine landschapselementen gelegen in het buitengebied van de gemeente Voorne
16/23
429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
aan Zee voor zover het stoken plaatsvindt in het buitengebied: b. het stoken van kamp- en vreugdevuren; 4. In de gevallen als bedoeld in lid 3, onder a en onder b, dient minimaal een week voorafgaand aan het stoken daarvan melding te worden gedaan aan het college op een daartoe door het college vastgesteld formulier. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 6. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale Omgevingsverordening.
Artikel 6:7 (artikel I, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Voorne aan Zee 2024.
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging.
Toelichting Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A (Wijziging intitulé) Deze wijziging houdt verband met het volgende. Door de wijziging luidt de APV voortaan: Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee, tweede wijziging. In dit kader wordt tevens verwezen naar de wijziging van artikel 6:7, betreffende de citeertitel. Artikel I, onderdeel B (Wijziging artikel 1:1 Definities) De wijziging van de definitie van badstrand houdt verband met een verschrijving. Het einde van het badstrand is bij paal 13.400 en niet bij paal 13.300. Het wijzigen van de definitie schept hier duidelijkheid over. De wijziging van de definitie van gebouw houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet (artikel II, onderdeel V, Verzamelbesluit Omgevingswet, Stb. 2023, 298, resp. artikel I, onderdeel CW van de Verzamelwet Omgevingswet 20.., Stb. 2023, 376). Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd. Deze wijziging is in lijn met de wijziging van de model-APV (zomer 2024) van de VNG. Artikel I, onderdeel C (Wijziging artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg)
17/23
Deze wijziging houdt verband met het volgende. In het huidige artikel 2:10 geldt het verbod om de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, alleen als er sprake is van (mogelijke) schade aan de weg of (mogelijke) belemmering voor het verkeer of voor het onderhouden van de weg. Met de huidige versie van dit artikel zijn er veel gevallen waarin iemand de vrijheid krijgt om de weg in gebruik te nemen, zolang hij aan de eerdergenoemde voorwaarden voldoet. Zo mogen bijvoorbeeld puincontainers blijven staan, zolang ze geen schade, belemmering voor het verkeer of onderhoud van de weg (kunnen) veroorzaken. De overgang van een algemene regel met ontheffingsmogelijkheid naar een vergunningplicht, heeft als doel voor duidelijkheid te zorgen: de houder van de vergunning weet waar hij aan toe is, net als de gemeentelijke toezichthouder. Artikel I, onderdeel D (Wijziging artikel 2:24 lid 1 Begripsbepaling) De wijziging van artikel 2:24, eerste lid, houdt verband met het volgende. De oorspronkelijke formulering beperkt de definitie van ‘evenement’ tot activiteiten die publiek toegankelijk zijn en gericht op vermaak. Dit sluit echter besloten georganiseerde activiteiten uit die wel degelijk van belang zijn voor de openbare orde en veiligheid.
Door de definitie uit te breiden naar “elke georganiseerde activiteit gericht op vermaak, cultuur, sport of ontspanning, waarbij een tijdelijke samenkomst van personen plaatsvindt, ongeacht of deze activiteit publiek toegankelijk of besloten is”, wordt een vollediger en duidelijker kader geschetst. Dit maakt het mogelijk om ook besloten evenementen goed te reguleren en te waarborgen dat de regels rondom vergunningen, veiligheid en overlast op een consistente manier kunnen worden toegepast. De wijziging van artikel 2:24, eerste lid, sub d, houdt verband met het volgende. Door deze wijziging, is voor muziek in de inrichting geen evenementenvergunning nodig. Muziek in de inrichting moet worden aangevraagd middels een Melding Incidentele Festiviteit, artikel 4:3. Voor muziek op het terras is wel altijd een evenementenvergunning of een melding evenement nodig, tenzij de muziek op het terras onder de exploitatievergunning al toegestaan is. Met de wijziging sluit de APV aan op de Beleidsregels Horeca. De toevoeging van artikel 2:24, eerste lid, sub h, houdt verband met het volgende. Door toe te voegen dat een uitzondering geldt voor evenementen op eigen terrein waar geen publiek wordt toegelaten of waar geen gebruik wordt gemaakt van de openbare ruimte, wordt hiermee bijvoorbeeld een bruiloft of privéfeest in de tuin uitgesloten.
Artikel I, onderdeel E (Wijziging artikel 2:25 lid 4, 5, 8 en 10 Evenementenvergunning) De wijziging van artikel 2:25, vierde lid, houdt verband met het volgende. De vergunningplicht wordt niet bepaald met een risicoscan. Artikel 2:25, vijfde lid, beschrijft de voorwaarden voor een melding. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, geldt een vergunningplicht. De wijziging van artikel 2:25, vijfde lid, sub b, houdt verband met het volgende. In de huidige voorwaarden is de Zondagswet niet beschouwd. In de nieuwe voorwaarden is de Zondagswet wel beschouwd. De wijziging van artikel 2:25, vijfde lid, sub c, houdt verband met het volgende. Het huidige artikel 2:25, vijfde lid, sub c, is niet meer nodig, nu muziek altijd binnen evenementtijden moet vallen. In het gewijzigde artikel 2:25, vijfde lid, sub c, zijn grenswaarden voor geluidniveau opgenomen, zodat voor luidruchtiger evenementen een vergunningplicht geldt, waarmee betere regulering mogelijk wordt. De wijziging van artikel 2:25, achtste lid, houdt verband met het volgende. In het huidige artikel 2:25, achtste lid, wordt verwezen naar het vierde lid. Dit is een kennelijke verschrijving en dit moet een verwijzing naar het vijfde lid zijn. Door de wijziging wordt de kennelijke verschrijving hersteld.
18/23
De reden waarom artikel 2:25, tiende lid, komt te vervallen is als volgt. Hetgeen in artikel 2:25, tiende lid, is opgenomen, staat reeds genoemd in de Beleidsregels evenementenvergunningen. Artikel I, onderdeel F (Wijziging artikel 2:28 lid 4 en lid 6 Exploitatie openbare inrichting) De wijziging van artikel 2:28, vierde lid, houdt verband met het volgende. Huidig artikel 2:28, vierde lid, komt niet overeen met de Beleidsregels Horeca. De nieuwe tekst van artikel 2:28, vierde lid, komt wel overeen met de Beleidsregels Horeca. De wijziging van artikel 2:28, zesde lid, houdt verband met het volgende. Dit lid bevatte een kennelijke verschrijving. Door de wijziging wordt deze kennelijke verschrijving hersteld. Artikel I, onderdeel G (Wijziging artikel 2:28a Terrassen) De wijziging van artikel 2:28a houdt verband met het volgende. Allereerst is artikel 2:28a aangevuld met voorwaarden uit de Beleidsregels Horeca. In artikel 2:28a, derde lid, zijn de voorwaarden uit artikel 2:10 opgenomen. Nu in artikel 2:28a bepalingen zijn opgenomen over terrassen, is het logischer om de openingstijden van terrassen op te nemen in artikel 2:28a in plaats van in artikel 2:29. Deze zijn opgenomen in artikel 2:28a, vierde lid.
Artikel I, onderdeel H (Verwijdering artikel 2:29, tweede lid, sub a en b Sluitingstijd) De verwijdering van artikel 2:29, tweede lid, sub a en b, houdt verband met het volgende. Nu in artikel 2:28a bepalingen zijn opgenomen over terrassen, is het logischer om de openingstijden van terrassen op te nemen in artikel 2:28a in plaats van in artikel 2:29. Artikel 2:29, tweede lid, sub a, komt te vervallen. De reden hiervoor is dat dit geen toevoeging is. Dit zou wel een toevoeging zijn als terrassen niet jaarrond geopend mogen zijn. Dit is echter niet het geval. Artikel I, onderdeel I (Wijziging artikel 2:34b lid 3 Regulering paracommerciële rechtspersonen) De wijziging van artikel 2:34b, derde lid, houdt verband met het volgende. Hetgeen in artikel 2:34b, derde lid, sub a, is opgenomen, komt niet overeen met de Beleidsregels Horeca. Artikel I, onderdeel J (Wijziging Artikel 2:34c lid 1 Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven) De wijziging van artikel 2:34c, eerste lid, is als volgt. In de nieuwe tekst is geen onderscheid opgenomen tussen de voormalige gemeenten. Artikel I, onderdeel K (Wijziging artikel 2:34e Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven) De wijziging van artikel 2:34e houdt verband met het volgende. Er wordt op dit moment niet meer gesproken van een voormalig gemeente Brielle.
Daarnaast is de kennelijke verschrijving hersteld in de nieuwe tekst van artikel 2:34e, betreffende de Thoelaverweg in Brielle. Artikel I, onderdeel L (Toevoeging artikel 2:47a Verboden aanwezigheid op openbare plaatsen) De toevoeging van artikel 2:47a houdt verband met het volgende. Met dit artikel wordt de mogelijkheid gecreëerd voor het college om middels een Aanwijzingsbesluit plaatsen aan te wijzen ter voorkoming van overlast. Dit kan zien op plaatsen waar overlast wordt geconstateerd, bijvoorbeeld in de vorm van samenscholen tot in de nachtelijke uren. Artikel I, onderdeel M (Wijziging artikel 2:60 lid 1 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren) De wijziging van artikel 2:60, eerste lid, houdt verband met het volgende. Het kan voor de omgeving
19/23
hinderlijk zijn als iemand dieren houdt. Er moet kunnen worden ingegrepen als overlast of schade voor de volksgezondheid dreigt. Dan moeten belangen worden afgewogen. Daarom is gekozen voor de constructie dat het college bevoegd wordt verklaard om de plaatsen aan te wijzen waar naar zijn oordeel het houden van bepaalde dieren overlast of schade voor de volksgezondheid veroorzaakt. Waar het college bij een aanwijzing bevoegd is verklaard daarbij nadere regels te geven inzake het houden van dieren, is er sprake van delegatie van verordenende bevoegdheid als bedoeld in artikel 156 van de Gemeentewet. Tevens wordt in dit verband nog gewezen op de Wet natuurbescherming, waarin onder meer regels worden gegeven ter bescherming van dieren. Met de wijziging wordt het artikel in overeenstemming gebracht met de model-APV van de VNG. Artikel I, onderdeel N (Toevoeging artikel 2:60a Voederen van dieren) De toevoeging van artikel 2:60a houdt verband met het volgende. Dieren worden ziek van mensenvoedsel Veel mensen vinden het fijn om in het wild levende dieren zoals zwanen, vogels en reeën te voeren, maar realiseren zich niet dat het niet goed is voor deze dieren om gevoerd te worden. Van brood en ander mensenvoedsel worden zij ziek ook al eten ze het graag. Dieren zullen zelf op zoek gaan naar voedsel dat in hun dieet past.
Een verbod op het voeren van dieren, anders dan huisdieren, zorgt ervoor dat er minder dieren ziek worden of doodgaan. Dit voorkomt onnodige inzet van organisaties binnen onze gemeente om de zieke dieren op te vangen of de dode dieren af te voeren en voorkomt de gezondheidsrisico’s die zieke of dode dieren kunnen vormen. Voeren zorgt voor meer ongedierte Wanneer voedsel wordt achtergelaten komen hier ratten, meeuwen en muizen op af. Door eten buiten te laten liggen, krijgen deze dieren een onnatuurlijk voedselaanbod. Hierdoor groeien zij in aantallen wat leidt tot verstoring van de natuur, veel vogelpoep en gezondheidsrisico’s voor mensen. Voedselresten in het water zijn slecht voor onze gezondheid Voedselresten in het water zijn slecht voor de kwaliteit van het water. Dit kan zorgen voor algen en bacteriën die het water vervuilen en dat maakt mensen ziek. Kortgezegd zorgt dit verbod voor een gezondere leefomgeving voor mens en dier. Dit sluit aan bij de Uitvoeringsagenda Dierenwelzijn 2026-2030, die op 11 november is geagendeerd voor het college. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief in de raad van 18 december. In de Uitvoeringsagenda is onder meer opgenomen dat meer wordt gedaan aan voorlichting van inwoners over dierenwelzijn en dat aandacht wordt gegeven aan in het wild levende dieren en hun welzijn.
Het artikel in de APV helpt om naast voorlichting, ook te kunnen handhaven, mochten mensen alsnog de dieren blijven voederen. Artikel I, onderdeel O (Wijziging artikel 2:71 Definitie) De wijziging van artikel 2:71 houdt verband met het volgende. Artikel 2:71 is gewijzigd naar aanleiding van de wijziging van de model-APV (najaar 2023) van de VNG. Bij ministeriële regeling op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar mag worden gesteld. De toevoeging van de categorieaanduidingen F1, F2 of F3 in de definitie is overbodig. Artikel I, onderdeel P (Wijziging artikel 2:78 Wijkverbod) De wijziging van artikel 2:78 houdt verband met het volgende. Artikel 2:78, tweede lid, is geconcretiseerd naar aanleiding van de wijziging van de model-APV (najaar 2023) van de VNG. In het licht van proportionaliteit en subsidiariteit is het geboden om slechts tot oplegging van een lang(er)durend wijkverbod als bedoeld in het tweede lid over te gaan, wanneer de gedraging waarop deze oplegging betrekking heeft binnen een bepaalde periode na oplegging van de eerdere
20/23
gebiedsontzegging plaatsvindt. In het tweede lid is die periode gesteld op zes maanden. Ook bepaalt het tweede lid hoelang het lang(er)durend wijkverbod maximaal kan duren. Gekozen is voor een looptijd van ten hoogste zes maanden. Op grond van de Beleidsregel Overlastgevende personen Voorne aan Zee 2025 is een verlenging, in de zin van artikel 2:78, tweede lid, van steeds 30 dagen mogelijk met een maximum van zes maanden. Nu de sancties zijn neergelegd in voornoemde Beleidsregel, is gekozen om in het artikel van de APV enkel het maximum op te nemen. Met de Beleidsregel kan maatwerk worden toegepast. In artikel 2:78, derde lid, is de mogelijkheid toegevoegd voor de burgemeester om op aanvraag tijdelijk ontheffing te verlenen van een tijdelijk verbod. Dit is in lijn met de wijziging van de modelAPV (najaar 2023) van de VNG. Tot slot is de nieuwe tekst van artikel 2:78, vijfde lid, toegevoegd. Ook dit is in lijn met de wijziging van de model-APV (najaar 2023) van de VNG. Als iemand de openbare orde verstoort, kan er overlap ontstaan tussen de bevoegdheid van de officier van justitie om met een gedragsaanwijzing op grond van artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a van het Wetboek van Strafvordering op te treden en de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van deze bepaling met een wijkverbod op te treden.
De nieuwe tekst van artikel 2:78, vijfde lid, geeft voorrang aan de gedragsaanwijzing door de officier van justitie boven een wijkverbod door de burgemeester. Artikel I, onderdeel Q (Verwijdering artikel 3:8, eerste lid, sub b) De verwijdering van artikel 3:8, eerste lid, sub b, houdt verband met het volgende. Met de wijziging wordt het artikel in overeenstemming gebracht met de model-APV van de VNG. Artikel 3:8, eerste lid, sub b, bevatte de weigeringsgrond ‘de exploitant of beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij’. Sinds 2015 is wettelijk sprake van ‘beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij’. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. In verband hiermee is ook in de Drank- en Horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. Artikel I, onderdeel R (Verwijdering artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten) De reden waarom artikel 4:2 komt te vervallen is als volgt. In het Horecabeleid 2025-2028 en de Beleidsregels Horeca zijn de collectieve festiviteiten niet opgenomen. Dit maakt dat dit artikel overbodig is geworden en wordt verwijderd uit de APV. Artikel I, onderdeel S (Wijziging artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten) De wijziging van artikel 4:3 houdt verband met het volgende. Artikel 4:3, eerste lid, is in de recente wijziging van de APV (per 23 juli 2025) niet correct gewijzigd.
Abusievelijk zijn er twee dingen door elkaar gehaald met deze recente wijziging, waardoor de APV op dit moment niet kloppend is. Artikel 4:3, eerste lid, wordt om deze reden aangepast, waardoor de correcte tekst uit de APV Voorne aan Zee (geldig tot 23 juli 2025) wederom wordt opgenomen in de geactualiseerde APV. Bovendien is het huidige artikel 4:3, twaalfde lid, met de voorgestelde wijziging verwerkt in artikel 4:3, eerste lid. In artikel 4:3, tweede lid, is de termijn van tien werkdagen met de voorgestelde wijziging veranderd naar een termijn van twee weken. Dit is nu in lijn met de termijn in artikel 4:3, eerste lid. Artikel 4:3, vierde lid, is geconcretiseerd. Waar in de bestaande tekst is opgenomen dat het formulier tijdig moet worden ingeleverd, is in de nieuwe tekst opgenomen dat dit ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteiten dient te gebeuren. Dit zorgt voor duidelijkheid. Artikel 4:3, zesde lid, is gewijzigd. In de nieuwe tekst is geen onderscheid opgenomen tussen de voormalige gemeenten. De nieuwe tabel is aangeleverd door de DCMR. In de nieuwe tabel is gekozen voor de beoordelingsgrootheid equivalente geluidniveau Leq, 3 min omdat dat voor festiviteiten een betere beoordelingsgrootheid is dan het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT. Bij het Leq wordt geen muziektoeslag en geen bedrijfsduurcorrectie toegepast; hierdoor kan
21/23
bij een geluidmeting de gemeten waarde direct getoetst worden aan de grenswaarde. De in de tabel opgenomen waarden zijn een verhoging van +15 dB(A) ten opzichte van de standaardwaarden voor het LAr,LT. Een verhoging van + 15 d(B)A wordt aanvaardbaar geacht voor incidentele festiviteiten. Artikel 4:3, achtste lid, is gewijzigd. Het voormalige artikel 4:3, achtste lid is komen te vervallen. De reden hiervoor is dat onder artikel 4:3, zesde lid, ‘geluidgevoelige bestemmingen’ zijn opgenomen. Gevoelige terreinen vallen hieronder. In het nieuwe artikel 4:3, achtste lid, is opgenomen dat ramen en deuren gesloten moeten blijven bij het ten gehore brengen van muziekgeluid in het bebouwde deel van de inrichting, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Dit was voorheen opgenomen in artikel 4:3, elfde lid. In artikel 4:3, negende lid, is een nieuwe tekst opgenomen. De onderbouwing voor de eindtijden is dat een binnengeluidniveau van 30 dB(A) (na 23 uur) leidt tot slaapverstoring. Dit komt omdat normaal in een slaapkamer een achtergrondgeluidniveau van circa 20 dB(A) (zeer rustige, landelijke omgeving) tot 30-35 dB(A) (zeer drukke, stedelijke omgeving) optreedt. Een muziekgeluidniveau van 30 dB(A) is dan zonder twijfel hoorbaar en hinderlijk.