Was-wordt lijst beleidsregels schulddienstverlening, als antwoord op vraag fractie FvD
Tekst van het document
Artikel
Was: Verordening Toelating tot schulddienstverlening Brielle 2012
Artikel
Wordt: Beleidsregels schulddienstverlening Voorne aan Zee 2023
Artikel 2 Doelgroep gemeentelijke schulddienstverlening
1. Tot de doelgroep van de schulddienstverlening behoren alle natuurlijke personen van 18 jaar en ouder die inwoners zijn van de gemeente Brielle. 2.Onder de in het eerste lid genoemde doelgroep worden tevens verstaan de ondernemers met een eenmanszaak of vennootschap onder firma die schulden hebben in verband met de liquidatie van een onderneming, onder de voorwaarde dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd.
Artikel 2 Doelgroep
1. Alle inwoners van de gemeente Voorne aan Zee van 18 jaar en ouder met persoonlijke schulden kunnen zich tot het college wenden voor schulddienstverlening. 2. Inwoners jonger dan 18 jaar kunnen zich tot de gemeente wenden voor informatie en advies op het gebied van schuldenproblematiek. 3. De inwoner die ondernemer is of is geweest als bedoeld in artikel 1 wordt doorverwezen naar een derde partij die gespecialiseerd is in schulddienstverlening voor ondernemers.
Artikel 3 Aanbod schulddienstverlening en de vorm van ondersteuning
1. Het college verleent aan schuldenaar schulddienstverlening indien het college zulks noodzakelijk acht. De aanvraag wordt getoetst aan de visie en uitgangspunten zoals neergelegd in het beleidsplan Integrale schulddienstverlening 2012-2015. 2.Het college besluit geen aanbod aan de schuldenaar te doen indien: a. de noodzaak hiertoe niet aanwezig wordt geacht; b. sprake is van een onregelbare schuldensituatie in combinatie met een onregelbare schuldenaar; c. sprake is van recidive als bedoeld in artikel 8 of 9; d. sprake is van een openstaande fraudevordering als bedoeld in artikel 11. 3.Bij de afweging welke vorm van ondersteuning het meest geschikt is voor de schuldenaar, weegt het college de volgende zaken tegen elkaar af: a. de doelmatigheid van de ondersteuning; b. de zwaarte c.q. omvang van de schuldensituatie en de regelbaarheid daarvan; c. de mate van zelfredzaamheid van de schuldenaar; d. houding en gedrag van schuldenaar; e. de zienswijze van de schuldenaar; f. een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening; g. de aanwezigheid van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan.
Artikel 3 Criteria
1. Het college bepaalt of het noodzakelijk is dat verzoeker in aanmerking komt voor schulddienstverlening. Als de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college kan een verzoek worden geweigerd. 2. De toegang tot schulddienstverlening wordt in een beschikking vastgelegd. In deze beschikking wordt een plan van aanpak opgenomen waarin het aanbod schulddienstverlening en de daarbij behorende voorwaarden in concrete stappen zijn uitgewerkt 3. Bij de afweging van de noodzakelijkheid en de inhoud van een aanbod schulddienstverlening aan een verzoeker, kan het college in ieder geval de volgende factoren betrekken: a. de doelmatigheid van de ondersteuning met het oog op de aard, zwaarte en omvang van de schulden en de regelbaarheid van deze schulden; b. de mate van zelfredzaamheid en de financiële vaardigheden van de verzoeker; c. de oorzaak van het ontstaan van de schuldenlast; d. een eventueel eerder gebruik van schulddienstverlening.
Artikel 4 Vorm van ondersteuning
1. Fase 1: diagnose, budgetadvies en besluitvorming. Deze fase is gericht op het stellen van een brede diagnose en resulteert in een eenmalig advies, een besluit van het college tot het doen van een aanbod schulddienstverlening dan wel tot afwijzing daarvan en bestaat uit de volgende voorzieningen: a. Centraal meldpunt budgetadvies en schuldbemiddeling.b. Indicatiegesprek.c. Budget adviesgesprekken. 2.Fase 2: budgetbegeleiding. Deze fase is gericht op het voorkomen van (problematische) schulden en/of het creëren van een stabiele situatie. Schuldenaren worden begeleid bij het zo veel mogelijk zelf oplossen van de schuldensituatie. Binnen deze fase worden de volgende trajecten onderscheiden: a. traject gericht op beheersbare schulden; b. traject gericht op het saneringsrijp maken. 3.Fase 3: schuldbemiddeling Deze fase is gericht op het schuldenvrij maken van de schuldenaar. Dit traject wordt pas gestart als de schuldenaar “saneringsrijp” is. Naast budgetbegeleiding kunnen één of meer van de volgende voorzieningen worden ingezet: a. betalingsregeling 100%; b. minnelijke schuldregeling; c. wettelijke schuldregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). 4.Fase 4: nazorg. Deze fase is gericht op het voorkomen van terugval na een succesvol afgesloten traject gericht op beheersbare schulden, traject schuldbemiddeling of wsnp-traject.
Deze schuldenaren krijgen binnen drie tot zes maanden na beëindiging van het traject een vorm van nazorg. 5.Beschermingsbewind en budgetbeheer kunnen deel uitmaken van de trajecten uit fase 2 en 3, maar kunnen ook als losse voorzieningen worden ingezet.
Artikel 4 Verplichtingen
1. Cliënt is verplicht om alle medewerking te verlenen die het college noodzakelijk acht tijdens het traject van schulddienstverlening. 2. Onder medewerking als bedoeld in het vorige lid wordt in ieder geval verstaan: a. het nakomen van gemaakte afspraken en, indien van toepassing, nadere, schriftelijk opgelegde individuele verplichtingen; b. het tijdig verschijnen op afspraken; c. de inspanning om het inkomen te verhogen en deze inspanning aantoonbaar te maken; d. de inspanning om de uitgaven te verminderen en deze inspanning aantoonbaar te maken; e. het verkopen van bezittingen die niet noodzakelijk zijn en de opbrengst inzetten ten behoeve van vermindering van de schuldenlast; f. het meewerken aan een traject schulddienstverlening en trajecten en dienstverlening van andere instanties waarnaar is verwezen ter ondersteuning van het traject schulddienstverlening; g. het meewerken aan het oplossen of verminderen van psychosociale of verslavingsproblematiek als dit noodzakelijk is om het traject schulddienstverlening succesvol af te kunnen ronden of om terugval met betrekking tot de genoemde problematiek te voorkomen; h. het deelnemen aan een traject gericht op financiële zelfredzaamheid als dit noodzakelijk is om het traject schulddienstverlening succesvol af te kunnen ronden of om terugval met betrekking tot de financiële zelfredzaamheid te voorkomen; i.
de voor de schulddienstverlening van belang zijnde informatie door de gemeente te doen inwinnen bij en te verstrekken aan ketenpartners; j. het nalaten van hetgeen de voortgang van het traject schulddienstverlening belemmert; k. het in voldoende mate bereid zijn tot het inzetten van de maximale afloscapaciteit voor de aflossing van de schulden; l. het onverwijld gevraagd en ongevraagd verstrekken van juiste en volledige informatie en bewijsstukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het traject schulddienstverlening; m. het niet aangaan van nieuwe schulden vanaf het moment dat de verzoekperiode is aangevangen; n. het tijdig betalen van de vaste lasten; o. het door de cliënt tentoonspreiden van, naar algemeen aanvaarde maatschappelijke normen gemeten, correct gedrag jegens medewerkers van de gemeente of van een organisatie die tevens bij de schulddienstverlening is betrokken. 3. Onder de informatie als bedoeld in het vorige lid, onder l, wordt in ieder geval verstaan wijzigingen in gezinssamenstelling, burgerlijke staat of woonsituatie en wijzigingen in inkomsten, uitgaven, bezittingen en schulden.
Artikel 6 Beeïndiging schulddienstverlening 1.Indien schuldenaar niet of in onvoldoende mate de verplichtingen bedoeld in artikel 5 nakomt besluit en hersteltermijn het college om de schulddienstverlening te beëindigen. 2.Alvorens tot beëindiging te besluiten, wordt schuldenaar eenmaal een redelijke termijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.
Artikel 5 Beeïndiging
Als de cliënt niet of in onvoldoende mate de op hem van toepassing zijnde verplichtingen uit artikel 4 nakomt, kan de schulddienstverlening worden beëindigd.
Artikel 7 Beeïndiginggronden
Onverminderd de overige bepalingen in deze verordening, besluit het college tot beëindiging van de schulddienstverlening indien: a. de schuldenaar niet langer tot de doelgroep behoort; b. het traject succesvol is afgerond; c. schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit schulddienstverlening, ernstig misdraagt; d. de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf of via zijn sociale netwerk te regelen; e. de geboden ondersteuning, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) doelmatig is; f. de schuldenaar hier nadrukkelijk om verzoekt.
Artikel 6 Overige afwijzings- en beëindigingsgronden
1. Het college kan tevens een verzoek afwijzen of de schulddienstverlening beëindigen indien: a. het traject van schulddienstverlening succesvol is afgerond; b. de cliënt niet of niet langer tot de doelgroep behoort; c. de cliënt in staat is om zijn schulden zelf of via zijn sociale netwerk te regelen; d. de geboden ondersteuning, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verzoeker, niet of niet langer passend is; e. de inkomens-, woon- of leefsituatie van de verzoeker dermate onzeker is, dat schulddienstverlening niet of nog niet mogelijk is; f. de cliënt naar een andere gemeente verhuist, tenzij er sprake is van een lopende schuldbemiddeling; g. de cliënt hier zelf om vraagt; h. het traject van schulddienstverlening geen kans van slagen heeft door gebrek aan medewerking van één of meerdere schuldeisers; i. een verklaring als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onderdeel f, van de Faillissementswet is afgegeven; j. de schuldregeling niet is geslaagd en de verzoeker geen gebruik wenst te maken van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen als bedoeld in Titel III van de Faillissementswet; k. de cliënt is overleden.
Artikel 8 Recidivisten fase 3
1.De schulddienstverlening wordt geweigerd indien de schuldenaar minder dan 5 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend reeds eerder gebruik heeft gemaakt van een door het college geboden vorm van schulddienstverlening bedoeld in fase 3. 2.Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, telt de schulddienstverlening die door het college is verleend vóór de inwerkingtreding van deze verordening eveneens mee. 3.Dit artikel is niet van toepassing op de producten uit fase 1, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.
Artikel 7 Weigering bij herhaald verzoek
1. Als de schulddienstverlening is beëindigd met toepassing van artikel 5, kan de verzoeker gedurende een periode worden geweigerd van schulddienstverlening. 2. De periode, als bedoeld in het vorige lid bedraagt: a. 6 maanden bij schending van artikel 4, tweede lid, onder a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, en k; b. 1 jaar bij herhaaldelijke schending van de informatieplicht als genoemd in artikel 4, tweede lid, onder l; c. 3 jaar bij herhaaldelijke schending van de verplichting als genoemd in artikel 4, tweede lid, onder m, n en o; d. 5 jaar vanaf de datum van aanvang van de strafrechtelijke veroordeling in geval van fraude als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet, met uitzondering van de eventuele verstrekking van informatie en advies. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onder c en d van dit artikel, kan het college op grond van specifieke omstandigheden een kortere periode hanteren dan is aangegeven in dit artikel.
Artikel 9 Recidivisten fase 2
1.De schulddienstverlening wordt geweigerd indien de schuldenaar minder dan 1 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend reeds eerder gebruik heeft gemaakt van een door het college geboden vorm van schulddienstverlening bedoeld in fase 2. 2.Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, telt de schulddienstverlening die door het college is verleend vóór de inwerkingtreding van deze verordening eveneens mee. 3.Dit artikel is niet van toepassing op de producten uit fase 1, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.
Artikel 10 Recidivisten fase 1
1.De schulddienstverlening wordt geweigerd indien de schuldenaar minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend reeds eerder gebruik heeft gemaakt van een door het college geboden vorm van schulddienstverlening bedoeld in fase 1 en daarbij voortijdig is uitgevallen. 2.Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, telt de schulddienstverlening die door het college is verleend vóór de inwerkingtreding van deze verordening eveneens mee.
Artikel 5 Verplichtingen
Voor de schuldenaar gelden de volgende verplichtingen: 1. Schuldenaar doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de schulddienstverlening. 2. Schuldenaar is verplicht alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor het welslagen van de schulddienstverlening. De medewerking bestaat onder andere uit: a. het, binnen de kaders van de privacybescherming, verlenen van toestemming om de voor de schulddienstverlening van belang zijnde informatie in te winnen bij, en te verstrekken aan derden; b. het volledig meewerken aan het onderzoek naar de mogelijkheden van schulddienstverlening als bedoeld in fase 1; c. het (tijdig) verschijnen op een oproep in het kader van de schulddienstverlening; d. het zich tot het uiterste inspannen betaald werk te behouden dan wel fulltime betaald werk te verkrijgen, tenzij het college voor dit laatste een ontheffing heeft gegeven; e. het treffen van overige maatregelen om de afloscapaciteit te verhogen, waaronder begrepen het beroep doen op alle relevante inkomensverhogende regelingen en het, waar nodig, verkopen van niet noodzakelijke bezittingen; f. geen nieuwe financiële verplichtingen aangaan; g.
het stipt nakomen van de met de budgetcoach/schuldbemiddelaar overeengekomen aflossingsverplichtingen; h. het zich houden aan eventuele nadere, schriftelijk, opgelegde individuele verplichtingen; i. het nalaten van hetgeen de realisatie van het traject belemmert.
Artikel 11 Fraudevorderingen
1. De schulddienstverlening wordt geweigerd indien sprake is van een openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die betrekking heeft op een periode van 4 jaar voorafgaand aan het verzoek om schulddienstverlening en de schuldenaar in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. 2.Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, tellen openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze verordening mee. 3.Dit artikel is niet van toepassing op de producten uit fase 1, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.
Artikel 12 Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de schuldenaar afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing hiervan leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 8 Hardheidsclausule
1. Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels indien toepassing van de beleidsregels leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid van overwegende aard. 2. In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien beslist het college.