CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag beeldvormende raadsinformatiebijeenkomst 03092024

Commissie Ruimte 3 september 2024, gemeente Voorne aan Zee4.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag van de beeldvormende raadsbijeenkomst windproject Brielse Brug, gehouden op dinsdag 3 september 2024 om 20.00 uur in de raadzaal van het gemeentehuis te Hellevoetsluis. Aanwezig:

mevrouw A. Vermeer, mevrouw M. Bunschoten, mevrouw M. de Rijke, mevrouw G.J. Witte, mevrouw H. van Noort, mevrouw H.D. Boender, mevrouw P. Feelders-Heijndijk, mevrouw L.M. Hamstra, mevrouw B. Verschoor, mevrouw S. Visser en de heren A. van Vliet, J. Noordermeer, F. de Reus, B.W.J. Voncken, W.A.J. Borgonjen, E. Hoogzand, N.P. Braal, E. Mulder, R. de Zoete, L.T. van Ravenhorst, H.S.A. Abrahams, A.H. van Dort, R. Peperkamp, J. Houtman, M. Mentink, E. Noordzij en H. de Jong.

Mede aanwezig:

burgemeester A. Scheepers en de wethouders P. Schop en I. Bal.

Voorzitter:

de heer B. van Stijn.

Griffier:

mevrouw M. Hoek-Bosland

Notulist:

M. van Eijsden-Briggeman.

Opening. De voorzitter opent de bijeenkomst en heet iedereen welkom. Een speciaal welkom aan burgemeester Scheepers, die voor de eerste maal aanwezig is tijdens een raadsbijeenkomst. Hij blikt vervolgens terug op een informele bijeenkomst op 27 augustus jongstleden in het Dijkhuis in Vierpolders, waarbij iedereen zijn of haar zorgen kon delen over het windproject Brielse Brug, en er vragen gesteld konden worden. Vanavond is een beeldbepalende avond en bedoeld om zoveel mogelijk technische informatie te verkrijgen van het college en is apolitiek. De politieke discussie zal plaatsvinden in de commissie Ruimte van 11 september aanstaande, en de besluitvorming vindt plaats in de raadsvergadering van 26 september aanstaande. De voorzitter geeft aan dat er vanavond een drietal presentaties wordt gegeven. -een presentatie door de heer Krijnen (DCMR); -een presentatie door mevrouw De Vries (van Ardenne & Crince Le Roy Advocaten Rotterdam); -een presentatie door de heer Simons (gemeente Voorne aan Zee). Na iedere presentatie is er gelegenheid tot het stellen van technische vragen.

1

Presentaties. Presentatie door de heer Krijnen (adviseur milieueffectrapportage bij de DCMR, en tevens het eerste aanspreekpunt voor windenergie). De heer Krijnen neemt de raad mee in een notendop in de regelgeving van de milieueffectrapportage en wat dit wel, of niet betekent voor het project Brielse Brug. Mevrouw Witte (Vrij Voorne) zegt dat het haar verbaast, dat er bij drie windturbines sprake is van een windmolenpark en er dan een mer- beoordeling van toepassing is, en bij twee windturbines dit niet het geval is, en er andere spelregels gelden. De heer Borgonjen (CDA) vraagt of het beter is te wachten tot er nog een plan- mer gaat komen voor de RES 1.0 voor dit project, of dat het beter is nu een besluit te nemen, en of het een juridische belemmering is als niet wordt gewacht op de mer- RES 1.0. De heer Mulder (D66) vraagt waarom voor het project de oude wetgeving van toepassing is maar de nieuwe wetgeving van toepassing is bij plan- mer RES 1.0 De heer Noordermeer (PVaZ) vindt het jammer dat de heer Krijnen niets verteld heeft over de toekomstige wetgeving, en dan met betrekking tot het ontwerpbesluit windturbines qua leefomgeving. Hij constateert dat er een beoordeling heeft plaatsgevonden van het activiteitenbesluit milieubeheer, ingediend in de zomer van 2022, en dat de maatwerkvoorschrifen van mei 2023 zijn beoordeeld, en dit op basis van de oude wetgeving is gedaan.

De heer Noordermeer is van mening, dat er zou moeten worden gekeken naar de toekomstige wetgeving. Mevrouw Hamstra (VVD) vraagt wat de vereiste zijn voor een windturbinepark, en vraagt zich af of een aantal windturbines op korte afstand van elkaar, niet aangemerkt zouden kunnen worden als een windturbinepark. De heer De Zoete (D66) zegt dat de gemeente Rotterdam aan de noordkant van het Hartelkanaal twee windturbines gaat plaatsen met een verkorte procedure. Hij zegt dat deze twee windturbines hemelsbreed wel erg dicht bij de twee windturbines in de ondernemingspolder komen te staan, en vraagt of dit nog consequenties heeft voor het windproject. De heer Krijnen zegt dat er geen juridische mogelijkheid is om als gemeente het besluit te nemen om een mer-beoordeling te laten toepassen. Naar aanleiding van de vraag van de heer Borgonjen zegt de heer Krijnen, dat de feitelijke situatie is, dat er al geruime tijd nagedacht wordt over een plan-mer voor de RES 1.0, maar omdat er nog geen besluit is genomen over de Brielse Brug dit nog geen autonome ontwikkeling is, en moet er in een plan-mer voor een bovenliggend plan alsnog naar de locatie worden gekeken. Waarschijnlijk wordt hier een NRD (Notitie Reikwijdte en Detailniveau) voor ter inzage gelegd, en mogelijk is hier nog een andere route in te vinden.

Op de vraag of het een juridische belemmering is als niet wordt gewacht op de mer-RES 1.0 zegt de heer Krijnen, dat de omgevingsverordening van de Provincie het juridisch kader is, en dit is onderbouwd met een plan-mer. Door mevrouw De Vries wordt aanvullend gezegd dat het mogelijk is, dat in een later stadium er alsnog een plan-mer wordt uitgevoerd, voor de Res 1.0 maar datdit juridisch gezien feitelijk nog niet aan de orde is, dus ook bij de besluitvorming kan hiermee geen rekening worden gehouden, omdat dit geen geldend toetsingskader betreft. 2

De heer Krijnen zegt vervolgens dat er nu wordt getoetst aan de oude wetgeving, omdat de aanvraag is ingediend onder de oude wetgeving, dus ook onder de oude wetgeving behandeld moet worden. Hij zegt dat er nieuwe landelijke normen zijn aangekondigd, die mogelijk in werking treden in juli 2025. Tot de nieuwe regelgeving er is, geldt het oude recht. Naar aanleiding van de vragen over windturbineparken of losse windturbines zegt de heer Krijnen, dat hier inmiddels jurisprudentie is geformuleerd. Er kan sprake zijn van organisatorische en/of technische samenhang. Bij organisatorische samenhang moet je denken aan: Windturbines van dezelfde eigenaar. Bij technische samenhang kun je denken aan 1 netaansluiting. Met betrekking tot de afstand zegt hij, dat op basis van jurisprudentie valt af te leiden, dat een rechter dit een zodanige afstand vindt, dat hij dit niet als een windpark ziet. Met betrekking tot de opmerking dat er een verkorte procedure zou zijn voor windenergie Hartel 3 zegt hij dat dit project verschilt van het windproject Brielse brug, en grotendeels binnen het bestaande bestemmingsplan zou passen, en er daarom een versnelde procedure gevolgd kan worden. De heer Mentink (VVD) vraagt naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State over windpark Delfzijl, of het zo is dat de raad normen zou kunnen stellen waaraan de windturbines moeten voldoen.

De uitspraak windpark Delfzijl gaat er over dat algemene regels uit het Activiteitenbesluit niet gebruikt kunnen worden voor windturbineparken omdat voor deze regels geen milieueffectrapport was opgesteld. De uitspraak houdt in, dat de toepasbaarheid van het activiteitenbesluit milieubeheer alleen geldt voor windturbineparken, zoals gedefinieerd in het besluit-mer, dus drie of meer windturbines. De aanvraag voor het windproject Brielse Brug is gedaan op die grondslag, dus het college dient hier naar te handelen. Presentatie door mevrouw De Vries van Ardenne en Crince Le Roy advocaten, die de gemeente adviseert in het dossier windproject Brielse Brug. Mevrouw De Vries geeft een korte terugblik van de vorige presentatie, en geeft aan waar het proces op dit moment staat. Vervolgens geeft zij het beoordelingskader aan dat geldt voor zienswijzen, en staat stil bij het verdere vervolg. Mevrouw De Rijke (LEF!) vraagt wat het betekent voor de inspanningsverplichting die op de gemeente rust door het aangaan van een overeenkomst, en wanneer de raad besluit om de verklaring van geen bedenkingen af te wijzen. De heer Noordermeer (PVaZ) zegt dat het van belang is te weten dat er geen hiaten zijn om te kunnen besluiten een verklaring van geen bedenkingen af te geven. Er kan alleen een vergunning worden afgegeven als er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing.

De heer Mentink (VVD) vraagt of het juist is dat de Provincie heeft gesteld, dat de voormalige gemeente Brielle twee windturbines moet plaatsen, omdat er in de bestuursopdracht wordt gesproken over maximaal twee windturbines met een bepaald minimaal en maximaal vermogen.

3

De heer Borgonjen (CDA) vraagt ten aanzien van het niet nakomen van de overeenkomst en de daaruit voortvloeiende schadeplichtigheid of het hier alleen gaat om de uitgaven die zijn gedaan, of dat in de toekomst gederfde inkomsten hier ook onder vallen. Met betrekking tot de beperkte beslissingsbevoegdheid van de raad vraagt de heer Borgonjen welke elementen hier van belang zijn. Tenslotte vraagt hij of dat bij een afwijzing door de raad, en wanneer de Raad van State de initiatiefnemer in het gelijk stelt, de gemeente dan direct verplicht is de twee windturbines te plaatsen, of moet er dan een nieuw besluit worden genomen. Mevrouw Feelders GL/PvdA vraagt of er enkele voorschriften kunnen worden genoemd, die in het besluit kunnen staan, waardoor de initiatiefnemers naar de Raad van State kunnen stappen. De heer Mulder (D66) vraagt zich af of er in het kader van de schadeplichtigheid een verplichting is om aanpassingen te doen naar aanleiding van zienswijzen. Vervolgens vraagt hij met betrekking tot een betoog dat eerder is gehouden over de gevolgen voor mensen met autistische klachten, of de argumentatie, dat dit misschien waarschijnlijk is, maar niet wetenschappelijk bewezen is voldoende is, en daarom wordt afgewezen.

De heer Van Dort (ONS Brielle) vraagt zich af of het nog uitmaakt of de raad wel of geen verklaring van geen bezwaar afgeeft, omdat dit te allen tijde bij de Raad van State zal eindigen. Mevrouw Witte (Vrij Voorne) vraagt of de mogelijke waardedaling van percelen in de omgeving mee kan wegen. Vervolgens vraagt mevrouw Witte zich af hoe het kan, dat er een anterieure overeenkomst is opgesteld, en er een inspanningsverplichting is aangegaan, terwijl de voormalige gemeente Brielle tegen de RES 1.0 heeft gestemd. Mevrouw De Vries zegt ten aanzien van de inspanningsverplichting, dat zowel het college als de raad onderdeel is van de gemeente, waardoor de inspanningsverplichting ook doorwerkt op de raad. Zij zegt dat de ruimtelijke beoordeling in de commissie van 11 september en de raad van 26 september moet worden gemaakt. Wanneer niet wordt voldaan aan de inspanningsverplichting, geldt dit als het niet nakomen van de anterieure overeenkomst. Met betrekking tot de vraag van de heer Noordermeer zegt mevrouw De Vries, dat niemand kan zeggen wat wetenschappelijke inzichten op enig moment zullen gaan doen, echter er moet wel getoetst worden naar dit moment toe. Er wordt door de afdeling gekeken welke inzichten, en of er aanknopingspunten zijn waaruit iets anders volgt. Wanneer dit niet het geval is wordt uitgegaan van de kennis, zoals die er nu is.

Vervolgens zegt mevrouw De Vries ten aanzien van de bestuursovereenkomst en de inspanningsverplichting, dat deze als volgt luidt: ‘De gemeente neemt de inspanningsverplichting op zich dat uiterlijk 31 december 2025 op de locatie windenergie N57 NTR Noord windturbines worden gerealiseerd met een totaal opgesteld vermogen van tenminste zes megawatt en ten hoogste negen megawatt’. In een latere overeenkomst is tevens het aantal megawatt nog bijgesteld naar 15 megawatt, en wordt gesproken over maximaal twee windturbines. Met betrekking tot de schadeplichtigheid bij een eventuele toerekenbare tekortkoming zal de initiatiefnemer bepalen of er wel of geen schadeclaim wordt ingediend, en hoe hoog deze dan zal zijn, en welke schade hier wel en niet onder valt. 4

De heer Borgonjen (CDA) zegt dat het wel belangrijk is om te weten, of dit kosten zijn die in het verleden al zijn gemaakt, of in de toekomst gederfde inkomsten. Hij vraagt in hoeverre de jurisprudentie hier iets over zegt. Mevrouw De Vries zegt dat wordt gekeken naar de huidige situatie, en wat de situatie zou zijn geweest als de gebeurtenis zich niet had voorgedaan, of als de afspraak wel was nagekomen. De heer Van Ravenhorst (GL/PvdA) vraagt of het juist is dat bij schadetoerekening het gaat om kosten die in het verleden zijn gemaakt, en ook winsten die in de toekomst zouden kunnen worden gemaakt. Mevrouw De Vries zegt dat dit het geval zou kunnen zijn, maar zegt hierbij dat in een dergelijke procedure moet blijken wat hier allemaal onder valt, en onder kan vallen. Met betrekking tot de beperkte beslisruimte van de raad zegt mevrouw De Vries, dat het toetsingskader van de raad bij ruimtelijke projecten altijd de goede ruimtelijke ordening was, en dit onder de omgevingswet de fysieke leefomgeving is. Een aspect dat hier ook onder valt is, of er sprake is van strijdigheid met het gemeentelijk, provinciaal of rijksbeleid. De heer Borgonjen (CDA) vraagt of de kaders, die in een beleidsnota van de voormalige gemeente Brielle zijn gesteld voor dit initiatief richtinggevend zijn, of dat hiermee wat losser om kan worden gegaan.

Mevrouw De Vries zegt dat er bij de haalbaarheidsvisie randvoorwaarden zijn gesteld waarbinnen initiatieven zijn getoetst. De ruimtelijke aspecten hebben een eigen toetsingsmoment. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Van Dort of het nog uitmaakt wat de raad beslist, omdat het sowieso bij de Raad van State komt. Mevrouw De Vries zegt dat het een rechtmatig besluit moet zijn, en dat de afdeling zal toetsen of dit besluit op ruimtelijke gronden is genomen. De ruimtelijke afweging wordt getoetst aan de hand van het dossier. Indien de gemeente een onrechtmatig besluit zou nemen heeft dit gevolgen. Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Feelder of er voorschriften kunnen worden genoemd waar de initiatiefnemer het niet mee eens zou kunnen zijn, wordt door mevrouw de Vries een voorbeeld gegeven. Met betrekking tot de vraag of de aanpassingen na een zienswijze verplicht zijn zegt zij, dat de zienswijzen worden beoordeeld aan de hand van het geldende toetsingskader, de onderzoeksplicht van het college, en er wordt advies gevraagd aan diverse adviespartners. Wanneer een zienswijze niet leidt tot aanpassing van het besluit moet dit gemotiveerd worden, en eveneens wanneer een zienswijze wel leidt tot aanpassing van het besluit. De heer Mulder (D66) vraagt hoe dit zich verhoudt tot de inspanningsverplichting.

Mevrouw De Vries zegt dat de inspanningsverplichting in dit geval inhoudt, dat de uniforme uitgebreide voorbereidingsprocedure wordt gevolgd, en de zienswijzen beoordeeld en beantwoord moeten worden, zodat wordt voldaan aan het proces. Naar aanleiding van de vraag met betrekking tot gezondheid in relatie tot de ruimtelijke ordening verwijst mevrouw De Vries naar de volgende presentatie van vanavond. 5

Met betrekking tot een eventuele waardedaling van percelen zegt zij dat hiervoor nadeelcompensatie (vroegere planschade) geldt, en in de anterieure overeenkomst is geregeld dat deze kosten voor de initiatiefnemer zullen zijn. Indien de ruimtelijke ontwikkeling zou leiden tot waardevermindering, kan degene die nadeel hiervan ondervindt een verzoek tot vergoeding indienen. Met betrekking tot de vraag over het niet instemmen met de RES 1.0 door de voormalige gemeente Brielle zegt mevrouw De Vries dat dit niet relevant is omdat de VRM afspraken van toepassing zijn. De heer Borgonjen vraagt wat er gebeurt wanneer de raad een verklaring van geen bedenkingen afwijst, en de initiatiefnemer door de Raad van State in het gelijk wordt gesteld. Moet de gemeente dan op last van de Raad van State de windmolens plaatsen of moet er dan een nieuw besluit worden genomen. Mevrouw De Rijke (LEF!) is van mening dat de raad geen inspanningsverplichting heeft, omdat in de anterieure overeenkomst staat dat de raad zelf kan beslissen. Zij vraagt waarop de inspanningsverplichting wordt getoetst bij een eventuele schadeclaim. Mevrouw De Vries zegt dat de inspanningsverplichting doorwerkt op de raad, omdat de raad onderdeel is van de gemeente.

De inspanningsverplichting houdt in, dat binnen de publiekrechtelijke belemmeringen en de bevoegdheden, de omgevingsvergunning procedure goed moet worden doorlopen. Wanneer partijen zich niet houden aan de inspanningsverplichting kan er sprake zijn van schadeplichtigheid, en wanneer de afwijzing niet berust op ruimtelijke gronden, en er dus een onrechtmatig besluit wordt genomen. Tenslotte zegt zij dat de Raad van State ingeval van een onrechtmatig besluit de volgende instrumenten heeft: - een kale vernietiging (de gemeente moet een nieuw besluit nemen); - een bestuurlijke lus (er is een gebrek in de besluitvorming, en de mogelijkheid wordt geboden om dit gebrek op te lossen) - de Raad van State kan in het besluit opnemen, wat het besluit zou moeten zijn. De vergadering wordt vervolgens geschorst voor een korte pauze van 21.22 tot 21.30 uur. Presentatie door de heer Simons van de gemeente Voorne aan Zee (programmamanager windenergie, en projectleider windprojecten Haringvlietdam en Noordzeeboulevard). De heer Simons neemt de raad mee in de nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbesluiten windproject Brielse Brug. Hij zegt dat de haalbaarheidsvisie niet bij de stukken zit maar dat deze terstond aan de griffie is toegezonden. De heer De Zoete (D66) vraagt of er ook gesprekken hebben plaatsgevonden met basisschool ‘de Verwondering’.

Met betrekking tot de cumulatie van geluid wordt gesproken over andere bestaande windturbines, maar deze staan volgens de heer De Zoete op Rotterdams grondgebied. De heer Peperkamp (Vrij Voorne) vraagt met betrekking tot de geluidsbelasting of ook het omgevingsgeluid van de industrie, vervoer en andere windturbines hierin wordt meegenomen.

6

Mevrouw Verschoor (GL/PvdA) vraagt welk kader de ruimtelijke commissie heeft gehanteerd voor de landschappelijke inpassing. Vervolgens vraagt mevrouw Verschoor hoe een jaargemiddelde geluidsnorm werkt. Mevrouw Verschoor merkt tenslotte op dat zij het besluit mist, dat in december 2022 door de voormalige colleges van Brielle en Hellevoetsluis is genomen, en wat dit besluit voor effect heeft. De heer Abrahams (CDA) vraagt wat de extra strenge normen, die opgenomen zijn in de maatwerkvoorschriften precies inhouden. Vervolgens vraagt hij ten aanzien van het activiteitenbesluit waarom er geen LAeq norm is opgenomen. De heer Borgonjen vraagt of het niet beter is de WHO norm voor geluid te volgen. De heer Mentink (VVD) vraagt of de DCMR contact heeft gehad met Peutz, en vraagt nader in te willen gaan waarom dit niet van toepassing is. Mevrouw Hamstra (VVD) merkt op dat er wordt verwezen naar een uitspraak van de Raad van State over windpark Delfzijl, en vraagt zich af of je de uitspraak over Delfzijl hier ook op van toepassing kan laten zijn, temeer omdat de windmolens in Delfzijl veel korter zijn dan degene die hier zijn gepland.

Mevrouw Vermeer (PVaZ) zegt met betrekking tot de effecten op de gezondheid van kinderen met autisme, en kinderen met een verstandelijke beperking er geen wetenschappelijk onderzoek bekend is, echter is het niet uit te sluiten dat het wel invloed heeft op de gezondheid. De heer Noordermeer (PVaZ) constateert dat er in een aantal gevallen wordt gerefereerd aan uitspraken van de Raad van State die positief zijn ten opzichte van de plaats van de windturbines, en vraagt waarom dit zo eenzijdig wordt belicht, omdat hij ook uitspraken kent die negatief zijn. Hij zegt dat het de bedoeling is dat de raad toetst op basis van een open blik. De heer Mulder (D66) begrijpt niet waarom er aanvullende maatregelen worden getroffen en zou veel liever zien dat er gezegd zou worden dat iemand gelijk heeft met zijn zienswijze. De heer Simons zegt dat de belangen van de school ‘de Verwondering’ zijn meegewogen, en zegt dat de afstand tussen de school en de windturbines dermate is, dat daar geen hinder van verondersteld hoeft te worden. Hij zegt dat dit is opgenomen in de nota van beantwoording. Met betrekking tot de vraag over de cumulatie van geluid van andere windturbines zegt de heer Simons, dat dit ook te maken heeft met de windturbines aan de overzijde van het water en andere geluidsbronnen.

Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Verschoor, welk kader de ruimtelijke commissie heeft gehanteerd voor de landschappelijke inpassing wordt meegedeeld, dat er is gerefereerd aan de visie noordrand, die voor het eiland geldt, en dat er tevens een landschappelijke studie is gemaakt door een extern bureau. De heer Simons zegt dat in het verslag van de ruimtelijke commissie dat bij de stukken is gevoegd e.e.a. is terug te vinden. Met betrekking tot de vraag hoe een jaargemiddelde geluidsnorm werkt zegt de heer Simons dat de heer Krijnen hierop terug zal komen.

7

Met betrekking tot de opmerking dat er niets is terug te vinden over het besluit dat destijds is genomen door de voormalige gemeenten Brielle en Hellevoetsluis zegt de heer Simons, dat de anterieure overeenkomst destijds is afgesloten door het college van Brielle. Brielle is opgegaan in Voorne aan Zee, en daarmee blijven de afspraken die in het verleden zijn gemaakt gelden, en dienen deze te worden nagekomen. Hij zegt dat dit ook geldt voor de haalbaarheidsvisie uit 2019. Mevrouw Verschoor zegt dat er eind december 2022 door het college van Brielle en Hellevoetsluis een besluit is genomen, en vraagt waarom dat niet wordt genoemd, omdat zij niet meer precies kan herleiden welk besluit er destijds is genomen door het college. De heer Simons zegt dat dit terug te vinden is in de nota algemene beantwoording onder het kopje proces en participatie. Met betrekking tot de vraag waarom er geen LAeq norm is opgesteld zegt de heer Simons, dat er moet worden vastgehouden aan het activiteitenbesluit, echter is er in de regio een handreiking1 verschenen, over welke andere normen zouden kunnen gaan gelden onder het nieuwe recht. Hierbij is ook de LAeq norm opgenomen, echter die handreiking geldt alleen voor het nieuwe recht, en voor een project dat niet valt onder het activiteitenbesluit. In het windproject Brielse Brug moet worden uitgegaan van de normen in het activiteitenbesluit.

De handreiking kan eventueel worden toegezonden en is terug te vinden op internet De heer Abrahams vraagt of het een optie zou kunnen zijn om in overleg met de initiatiefnemers de jaargemiddelde norm om te rekenen naar de LAeq norm. De heer Simons zegt dat het in theorie een mogelijkheid is om de jaargemiddelde norm om te rekenen naar de LAeq norm. De raad zou na de behandeling in de commissie of in de besluitvorming aan kunnen geven, dit als een aanvullende maatregel te zien als extra bescherming voor de burgers. Hij zegt dat het de raad vrij staat om met de initiatiefnemers hierover in overleg te gaan. Met betrekking tot de vraag over het WHO advies wordt meegedeeld dat het WHO advies uitgaat van 45 dB Lden, echter dit geldt feitelijk voor aanvragen die vallen onder het kader dat er lokale normen gesteld kunnen worden, danwel in afwachting van nieuwe landelijke normen. Hij zegt dat de aanvraag van dit windproject geldig is vanaf 2022, en dit zal moeten worden beoordeeld. Met betrekking tot de vraag of er contact is geweest tussen de DCMR en Peutz zegt de heer Simons dat dit niet het geval is geweest, echter het rapport van Peutz is grondig door de geluidsdeskundige bekeken. Het advies van de DCMR heeft geleid tot de beantwoording van de zienswijze.

Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Hamstra over de verwijzing naar de uitspraak van de Raad van State over windpark Delfzijl zegt de heer Simons, dat het onderdeel laag frequent geluid uit de uitspraak is gehaald, om aan te geven dat en laag frequent geluid niet tot extra hinder leidt, ten opzichte van normaal geluid. De reden dat er positief getinte uitspraken zijn weergegeven in de beantwoording heeft te maken, dat hiermee kan worden aangegeven hoe het college op basis van jurisprudentie tot een oordeel komt, dat sommige zienswijzen geen aanpassing behoeven.

1

Handreiking lokale normering windparken regio Rotterdam, https://helpdeskwindopland.nl/praktijkvoorbeelden/2158310.aspx

8

Met betrekking tot de opmerking van mevrouw Vermeer, dat ook niet valt uit te sluiten dat het wel invloed heeft op de gezondheid van kinderen met autisme, en kinderen met een verstandelijke beperking zegt de heer Simons, dat langdurig wetenschappelijk onderzoek dit moet aantonen, totdat het tegendeel is bewezen. Naar aanleiding van de vraag van de heer Mulder, waarom er niet gewoon kan worden aangegeven dat een zienswijze correct is wordt meegedeeld, dat de besluiten die deels gewijzigd zijn, deels voortkomen uit zienswijzen maar ook deels uit inzichten. Er zijn eveneens tussentijds gesprekken gevoerd. De maatwerkvoorschriften zijn een extra garantie voor de inwoners die zich zorgen maken. Een aantal wethouders is zeer begaan met de visie van inwoners en betrokkenen, en heeft daarom gemeend dat het terecht is om extra maatwerkvoorschriften toe te voegen aan de vergunning. E.e.a. is ook besproken met de initiatiefnemers. De heer Mentink (VVD) vraagt zich af waar de raad ja of nee tegen gaat zeggen. Er ligt een opgave tussen de 6 en15 megawatt, maar ziet dit nergens terug. De heer Simons zegt dat de vergunningsaanvraag ‘worst case’ wordt beoordeeld. Er is een range afgesproken in de overeenkomst, en de turbines mogen tussen de 92 en 15 megawatt zijn.

Wanneer er een vergunning wordt afgegeven, zal er een aanbestedingstraject van start gaan waarbij er binnen een bepaalde range zal worden gezocht naar een prijshaalbare windturbine. Er wordt altijd gerekend met de meest lawaaiige turbine, dus in werkelijkheid zou het zo kunnen zijn dat de geluidbelasting op de omgeving minder erg is dan gerekend. De heer Mentink concludeert uit het antwoord dat wordt gegeven, dat dit tegenovergesteld is aan de beantwoording op het rapport van Peutz, en vraagt hierover opheldering. De heer Simons zegt toe, dat hier voor de commissievergadering van 11 september aanstaande op terug wordt gekomen. Sluiting. De voorzitter bedankt iedereen voor zijn of haar inbreng en sluit de bijeenkomst om 22.24 uur.

2

De letterlijke tekst uit de bestuursovereenkomst luidt: De gemeente neemt de inspanningsverplichting op zich om zo snel als mogelijk, doch uiterlijk 31 december 2025 op de locatie windenergie N57 Entree Noord maximaal twee windturbines met het meest optimale vermogen worden gerealiseerd met een totaal opgesteld vermogen van ten minste 6 MW en kleiner dan 15 MW. Onder deze inspanningsverplichting valt ook het actief zoeken naar een initiatiefnemer indien deze niet of niet meer beschikbaar is.

9

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14512467/2