CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening Jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen Verordening Jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 202514.993 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verordening Jeugdhulp Gemeente Voorne aan Zee 2025

3 oktober 2024

Geldend van 01-01-2025 t/m heden Intitulé Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 De raad van de gemeente Voorne aan Zee; gehoord de commissie samenleving, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2024, nummer xxxxxx; gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet; gezien het advies van commissie samenleving; overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; en dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen over de door het college te verlenen individuele voorzieningen en algemene voorzieningen, met betrekking tot de voorwaarden voor toekenning en de wijze van beoordeling van, en de afwegingsfactoren bij een individuele voorziening, over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen, de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet, en regels ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor

de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; overwegende dat het voorts wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk; BESLUIT vast te stellen de Verordening Jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen..................................................................................6 Artikel 1.1 Definities..........................................................................................................6 Hoofdstuk 2 Jeugdhulp......................................................................................................8 Artikel 2.1 Algemene voorzieningen.................................................................................8 Artikel 2.2 Vormen van niet vrij-toegankelijke jeugdhulp (individuele voorzieningen)......8 Artikel 2.3 Het sociaal gebiedsteam.................................................................................9 Artikel 2.4 Dyslexiezorg....................................................................................................9 Hoofdstuk 3 Vervoer........................................................................................................10 Artikel 3.1 Afwegingskader vervoer................................................................................10 Artikel 3.2 Financiering vervoer......................................................................................11 Hoofdstuk 4 Toegang tot jeugdhulp...............................................................................12 Paragraaf 4.1 Toegang via het

college...........................................................................12 Artikel 4.1 Toegang tot jeugdhulp via het college...........................................................12 Artikel 4.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren............12 Artikel 4.3 Identificatie.....................................................................................................13 Artikel 4.4 Voorwaarden individuele voorziening............................................................13 Artikel 4.5 Het verslag.....................................................................................................13 Artikel 4.6 Inhoud beschikking........................................................................................14 Artikel 4.7 Advisering......................................................................................................14 Paragraaf 4.2 Toegang tot jeugdhulp niet via het college..............................................15 Artikel 4.8 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts.............15 Artikel 4.9 Toegang jeugdhulp via de gecertificeerde instelling of kinderrechter............15 Hoofdstuk 5 Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen.......................16 Artikel 5.1 Wettelijk

Kader...............................................................................................16 Artikel 5.2 Algemeen afwegingskader...........................................................................16 Artikel 5.3 Normaliseren.................................................................................................17 Artikel 5.4 Sociaal netwerk & eigen kracht.....................................................................19 Artikel 5.5 Criteria ontoereikende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen........................................................................................................................20 Artikel 5.6 Onderzoeksfactoren bovengebruikelijke zorg...............................................21 Artikel 5.7 Respijtzorg.....................................................................................................21 Hoofdstuk 6 Afbakening met andere domeinen............................................................23 3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

3

Artikel 6.1 voorliggende voorzieningen...........................................................................23 Hoofdstuk 7 Persoonsgebonden budget.......................................................................24 Artikel 7.1 Persoonsgebonden budget............................................................................24 Artikel 7.2 Onderscheid formele hulp en informele hulp.................................................26 Artikel 7.3 Hoogte van een pgb-tarief.............................................................................27 Hoofdstuk 8 Nieuwe feiten en omstandigheden...........................................................28 Artikel 8.1 Herziening of intrekking.................................................................................28 Artikel 8.2 Terugvordering Pgb bij de Pgb-aanbieder.....................................................28 Artikel 8.3 Opschorting betaling uit het Pgb....................................................................29 Hoofdstuk 9 Voorkomen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik.............30 Artikel 9.1 Controle.........................................................................................................30 Artikel 9.2 Toezichthouders............................................................................................30 Artikel 9.3 Maatregelen ter voorkoming en bestrijding

van misbruik of oneigenlijk gebruik............................................................................................................................31 Artikel 9.4 Fraudepreventie.............................................................................................31 Artikel 9.5 Wangedrag....................................................................................................32 Hoofdstuk 10 Overige bepalingen..................................................................................33 Artikel 10.1 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering.................................................33 Artikel 10.2 Vertrouwenspersoon....................................................................................33 Artikel 10.3 Klachtregeling..............................................................................................33 Artikel 10.4 Inspraak en medezeggenschap...................................................................33 Artikel 10.5 Nadere regels..............................................................................................34 Artikel 10.6 Hardheidsclausule.......................................................................................34 Hoofdstuk 11

Slotbepalingen..........................................................................................35 Artikel 11.1 Intrekking oude verordening en overgangsbepalingen................................35 Artikel 11.2 Inwerkingtreding en citeertitel......................................................................35 Toelichting........................................................................................................................36 Algemeen........................................................................................................................36 Vrij toegankelijk...............................................................................................................36 Toegang jeugdhulp via de gemeente.............................................................................36 Toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist...................................37 Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting..........................37

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

4

Toelichting per hoofdstuk...............................................................................................39 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen.................................................................................39 Hoofdstuk 2. Jeugdhulp..................................................................................................40 Hoofdstuk 3 Vervoer.......................................................................................................40 Hoofdstuk 4 Toegang tot jeugdhulp................................................................................40 Hoofdstuk 5 Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen............................42 Hoofdstuk 6 Afbakening met andere domeinen..............................................................43 Hoofdstuk 7 Persoonsgebonden budget........................................................................43 Hoofdstuk 8 Nieuwe feiten en omstandigheden.............................................................43 Hoofdstuk 9 Voorkomen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik...................44 Hoofdstuk 10 Overige bepalingen..................................................................................45 Bijlage 1 Richtlijn gebruikelijke zorg...............................................................................47 Bijlagen 2 pgb

tarieven...................................................................................................49

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

5

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities a.

Aanvraag: een schriftelijk verzoek van een belanghebbende om jeugdhulp;

b.

Algemene voorziening: een voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling;

c.

Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

d.

College: het college van burgemeester en wethouders;

e.

Jeugdhulpverlener: hulpverlener in het sociaal gebiedsteam, die kortdurende ondersteuning en zo nodig casusregie biedt.

f.

Jeugdconsulent: de jeugdconsulent voert de in de Jeugdwet omschreven taak van de toegang tot jeugdhulp uit en vertegenwoordigt hierin het college

g.

Hulpvraag: de behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;

h.

Individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van deze verordening, die door het college in natura of in een persoonsgebonden budget wordt verstrekt;

i.

In natura: de jeugdhulp wordt rechtstreeks door een gecontracteerde aanbieder aan de jeugdige of de ouder(s) gegeven;

j.

Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;

k.

Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;

l.

Budgetplan: een plan voorzien van een omschrijving van de problematiek, doelen en welke middelen en werkzame elementen nodig

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

6

zijn om de doelen te behalen en dat de jeugdige of zijn ouders verplicht zijn om op te stellen wanneer zij hulp willen inkopen met een Pgb; m.

Sociaal netwerk: personen met wie de jeugdige of ouder een sociale relatie onderhouden;

n.

Vertrouwenspersoon: een onafhankelijke persoon die ouders en jeugdigen kan ondersteunen bij vragen, klachten over en/of problemen met hun rechtspositie en over de (toeleiding naar) jeugdhulp;

o.

Wet: Jeugdwet

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

7

Hoofdstuk 2 Jeugdhulp Artikel 2.1 Algemene voorzieningen 1. De volgende vormen van algemene, vrij toegankelijke, voorzieningen zijn beschikbaar: a.

Jeugdgezondheidszorg

b.

Informatie en advies

c.

Ambulante ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin

d.

Jongerenwerk

e.

Basis GGZ voor jeugdigen

f.

(School) maatschappelijk werk

g.

Op preventie gerichte informatie en activiteiten

2. Het college kan bij nadere regeling vaststellen welk aanbod onder algemene voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar is.

Artikel 2.2 Vormen van niet vrij-toegankelijke jeugdhulp (individuele voorzieningen) 1. De volgende vormen van niet vrij-toegankelijke individuele voorzieningen zijn beschikbaar: a. Specialistische jeugd- en opvoedhulp – individuele ambulante begeleiding en ambulante (gezins)behandeling, diagnostiek b.

Individuele ambulante begeleiding en/ of behandeling verstandelijk beperkten en autisme spectrum stoornis

c.

Laagcomplexe en specialistische ggz

d.

Medicatiecontrole door psychiater of medisch specialist

e.

Arbeidsmatige dagbesteding vanaf 16 jaar

f.

Groepsbegeleiding

g.

Dagbehandeling groep

h.

Kortdurend verblijf / logeren met dagactiviteit

i.

Dyslexiezorg

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

8

j.

(Deeltijd)pleegzorg en gezinshuizen

k.

Langdurig verblijf in vrijwillig kader

l.

Opname in vrijwillig of gesloten kader

m.

Crisishulp

n.

Forensische zorg

o.

Persoonlijke verzorging

Artikel 2.3 Het sociaal gebiedsteam 1. De jeugdhulpverleners in het sociaal gebiedsteam hebben de volgende taken: a.

Het bieden van kortdurende ondersteuning bestaande uit informatie, (opvoed)advies, opvoed- en opgroeiondersteuning;

b.

Casusregie als de jeugdige en/of ouders hierbij ondersteuning nodig hebben.

2. De jeugdconsulenten hebben de volgende taken: a.

Namens het college besluiten nemen met betrekking tot het toekennen van individuele voorzieningen op het gebied van jeugdhulp;

b.

Monitoren van jeugdhulptrajecten;

c.

Casusregie als de jeugdige en/of ouders hierbij ondersteuning nodig hebben

Artikel 2.4 Dyslexiezorg 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg in het geval van vermoeden van ernstige dyslexie conform het geldende landelijke protocol. 2. De dyslexiezorg die door het college wordt toegekend bestaat uit: a.

Diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie;

b.

Behandeling van ernstige dyslexie.

3. Dyslexiezorg is alleen beschikbaar voor leerlingen in het primair onderwijs, waarbij op de school het vermoeden van ernstige dyslexie is geconstateerd. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening tot dyslexiezorg, de werkwijze van de toegang tot dyslexiezorg en de eisen waaraan het leerlingendossier dient te voldoen.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

9

Hoofdstuk 3 Vervoer 1. Bij de individuele voorzieningen kan vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden, worden toegekend, voor zover het naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de betreffende jeugdige. 2. Van beperkingen in de zelfredzaamheid is sprake wanneer: a. De leeftijd van de jeugdige het niet toelaat zelfstandig te reizen met het OV (jonger dan 9 jaar) en nadat is aangetoond dat ouders of andere personen in de naaste omgeving niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor de begeleiding en het vervoer. b. Er sprake is van ernstige gedragsproblemen welke reizen in het OV of eigen vervoer onmogelijk maken; of er andere redenen van niet-medische aard zijn die het zelfstandig of onder begeleiding reizen in het OV of eigen vervoer onmogelijk maken. c. Er wel de mogelijkheid is zelfstandig van het vervoer gebruik te maken, maar er geen financiële draagkracht is, ook niet na beroep op andere voorliggende wetgeving. 3. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van vervoer en de uitwerking daarvan.

Artikel 3.1 Afwegingskader vervoer 1. Om voor vervoer van en naar de jeugdhulplocatie in aanmerking te komen: a.

Heeft een jeugdige een indicatie voor een individuele voorziening jeugdhulp.

b.

Is sprake van een medische noodzaak dan wel een beperking in de zelfredzaamheid.

c.

Is het niet mogelijk om op eigen kracht het vervoer te organiseren. Voor de eigen kracht geldt dat ouders hierin een rol hebben en dat hierbij het OV voorliggend is. De participatiewet is voorliggend als er financiële problematiek is.

d.

Is er geen andere regeling/voorziening waarvan de jeugdige gebruik kan maken voor het vervoer naar de jeugdhulpvoorziening.

e.

Bedraagt de afstand van de verblijfsplaats van de jeugdige tot de jeugdhulpvoorziening meer dan 6 kilometer, volgens de kortste route op

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

10

basis van de ANWB routeplanner. Een reisafstand binnen 6 kilometer wordt gezien als gebruikelijke zorg en/of hulp; van ouders wordt verwacht dat zij dit zelf regelen. Het gaat hier om één van de wegingsfactoren. Dit wil dus zeggen dat als de afstand korter is dan 6 kilometer er om andere redenen zoals in dit hoofdstuk beschreven wordt wel vervoer kan worden toegekend. Ook geldt dat een afstand van meer dan 6 km niet vanzelfsprekend leidt tot een vervoersvoorziening als ouders wel met eigen mogelijkheden het vervoer kunnen organiseren. f.

Vervoer dat onder de Zvw of Wlz valt wordt niet verzorgd vanuit de Jeugdwet.

g.

Er wordt geen individuele voorziening in de vorm van vervoer toegekend voor ouders.

h.

Ander vervoer van jeugdigen dan naar de jeugdhulpaanbieder (bijvoorbeeld sociaal recreatief vervoer) valt onder gebruikelijke zorg en eigen kracht. Als dit niet toereikend is dan kan dat vervoer onder de Wmo 2015 vallen, als deze sociale contacten noodzakelijk zijn en het eigen netwerk geen mogelijkheden biedt. Voor (dat deel van) het vervoer waarin de Jeugdwet voorziet, wordt er op grond van de Wmo 2015 geen vervoersvoorziening ingezet. Als het gaat om vervoer naar andere locaties dan de jeugdhulplocatie gelden de volgende richtlijnen:

i.

Vervoer naar en van school naar huis is leerlingenvervoer.

j.

Vervoer van school naar behandellocatie en terug naar school is jeugdhulpvervoer.

k.

Vervoer naar of van behandellocatie, buiten schooltijden is jeugdhulpvervoer.

l.

Vervoer tijdens vrije- en vakantiedagen zorgvervoer en de verantwoordelijkheid van de aanbieder om dit af te stemmen.

Artikel 3.2 Financiering vervoer 1. Een vervoersvoorziening wordt in natura verstrekt en geboden door een gecontracteerde vervoerder tenzij sprake is van eigen vervoer. 2. Voor de kilometervergoeding eigen vervoer wordt de door het Rijk vastgesteld te hanteren kilometervergoeding voor eigen vervoer gevolgd. 1.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

11

Hoofdstuk 4 Toegang tot jeugdhulp Paragraaf 4.1 Toegang via het college Artikel 4.1 Toegang tot jeugdhulp via het college 1. Een aanvraag voor een individuele voorziening kan door of namens een jeugdige of ouders schriftelijk worden ingediend bij het college. 2. Het college draagt er zorg voor dat de jeugdige en/of ouder geïnformeerd wordt over de mogelijkheid tot het opstellen van een familiegroepsplan. Indien gewenst wordt de jeugdige of ouder bij het opstellen daarvan ondersteund door onafhankelijke cliëntenondersteuning 3. Bij de beoordeling van een aanvraag om jeugdhulp stemt het college af met andere voorzieningen.

Artikel 4.2 Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren 1. Het college onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders: a.

De behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige en/of zijn ouders, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en zijn gezinssituatie;

b.

Of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, en zo ja: i. Welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. Welke ondersteuning, hulp en zorg nodig zijn voor de jeugdige om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau; iii. Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren toereikend zijn om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden, en iv. Voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met inzet van een andere voorziening, algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg;

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

12

c.

Hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en

d.

Indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd met andere voorzieningen.

2. Als de jeugdige of zijn ouders een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het college dat bij het onderzoek. 3. Het college informeert de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger over de gang van zaken bij het onderzoek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure. 4. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijke vertegenwoordiger verschaffen het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.

Artikel 4.3 Identificatie Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de jeugdige en zijn ouders vast aan de hand van een door hen ter inzage verstrekt document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht.

Artikel 4.4 Voorwaarden individuele voorziening Het college kent een individuele voorziening toe voor zover in het ondersteuningsplan wordt vastgesteld dat de jeugdige: a. Zelfstandig geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden met zijn ouder(s) of andere personen uit zijn sociaal netwerk en de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn; b.

Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening, of;

c.

Geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening.

Artikel 4.5 Het verslag 1. Het college vertrekt uiterlijk vier weken na de start van het onderzoek een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek aan jeugdige of ouders; het ondersteuningsplan. Opmerkingen of latere aanvullingen van jeugdige of ouders worden aan het ondersteuningsplan toegevoegd. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de punten, die opgenomen worden in het ondersteuningsplan en termijnen. 3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

13

Artikel 4.6 Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als Pgb wordt verstrekt en wordt ook aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en waar het beoogde resultaat daarvan is vastgelegd; b.

wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;

c.

hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing,

d.

welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a.

Waar vastgelegd is waarom voor een pgb gekozen is;

b.

Waar vastgelegd is aan welk resultaat het pgb moet worden besteed;

c.

Waar vastgelegd is welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb.

d.

Voor welke individuele voorziening het pgb wordt verstrekt;

e.

Wat de hoogte van het pgb is;

f.

Waar vastgelegd is hoe tot de hoogte van het pgb gekomen is;

g.

Wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en

h.

De wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.

Artikel 4.7 Advisering Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie of extern onafhankelijk deskundige om advies vragen als het dit van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een individuele voorziening.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

14

Paragraaf 4.2 Toegang tot jeugdhulp niet via het college Artikel 4.8 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. a. b.

De huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts kan alleen verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder die een contract of subsidierelatie met de gemeente heeft. Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing plaatsvindt.

c.

Bij een verwijzing door de huisarts, de medisch specialist of de jeugdarts moet de jeugdhulpaanbieder, als en voor zover deze van oordeel is dat de inzet van jeugdhulp nodig is, in contact treden met het college over de in te zetten jeugdhulp.

d.

Bij verwijzing naar een organisatie/partij/persoon die geen contract of subsidierelatie met de gemeente heeft, is de gemeente niet gehouden de jeugdhulp te vergoeden.

e.

Wanneer de huisarts, medisch specialist of jeugdarts verwijst naar jeugdhulp, kan er via het college regie worden gevoerd, wanneer de jeugdige en/of diens ouders dan wel wettelijk vertegenwoordiger hier toestemming voor geven.

Artikel 4.9 Toegang jeugdhulp via de gecertificeerde instelling of kinderrechter Het college zorgt in overeenstemming met de wet voor inzet van de jeugdhulp, die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

15

Hoofdstuk 5 Eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen Artikel 5.1 Wettelijk Kader Wanneer jeugdigen en ouders vragen hebben of ondersteuning nodig hebben als het gaat om opgroeien en opvoeden van hun kind, kunnen zij terecht bij de gemeente. In de Jeugdwet is dit in artikel 4.2 als volgt verwoord: 1. Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, treft het college ten behoeve van de jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente, voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en waarborgt het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening, waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld: a. gezond en veilig op te groeien; b.

te groeien naar zelfstandigheid, en

c.

voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.

2. De Jeugdwet kent een jeugdhulpplicht voor gemeenten. Hierin staat maatwerk centraal; op individueel niveau wordt vastgesteld of en zo ja welke ondersteuning nodig is. In dit hoofdstuk wordt beschreven welk afwegingskader wordt gehanteerd voor jeugdhulp.

Artikel 5.2 Algemeen afwegingskader Leidend in het bepalen of er sprake is van een jeugdhulpvraag zijn de vier stappen genoemd in artikel 4.2 van deze verordening. 1. Voor het beoordelen van de eigen mogelijkheden van ouders moeten een aantal factoren worden onderzocht. Slechts voor zover die mogelijkheden ontoereikend zijn dient het college een voorziening van jeugdhulp te treffen. De factoren kunnen worden samengevat in de volgende vervolgvragen: a. Is de ouder in staat de noodzakelijke hulp (deels) te bieden? b. Wat is de samenstelling van het gezin en woonsituatie? c. Wat is de draagkracht en belastbaarheid van ouders? 3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

16

Artikel 5.3 Normaliseren 1. In het onderzoek staat centraal wat de oorzaak achter de vraag is. Het uitgangspunt is om zo veel als mogelijk te normaliseren. Dit wil zeggen dat gekeken wordt welke hulpvragen en problemen ‘normaal’ zijn. Voor normaliseren geldt: a. Kwetsbaarheid, problemen en ‘gedoe’ horen bij het leven. Jeugdhulp is bedoeld voor hulpvragen die de oorzaak hebben in gedrags- of opvoedproblematiek, psychische problemen of stoornissen en die niet behoren tot de ontwikkelingsfase waarin de jeugdige zich bevindt. Kinderen opvoeden kost tijd en energie. Dat geldt voor alle kinderen en daarbij verschilt het per kind hoeveel tijd en energie dit kost (zie ook artikel 5.5). b. Het is normaal dat kinderen soms lastig en afwijkend gedrag vertonen. c. Het uitgangspunt is door het versterken van opvoedvaardigheden en de kennis over opvoeden de acceptatie van de jeugdhulpvraag of beperking door ouders te vergroten. d. Er wordt rekening gehouden met de context. Dit betekent dat het gezinssysteem onderdeel is van de beoordeling van de hulpvraag en er naar de omgeving van de ouders en jeugdige wordt gekeken. 2. Als het gaat om de inzet van een individuele voorziening gelden de volgende uitgangspunten rondom normaliseren: f.

Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de inzet van voorzieningen die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van kinderen. Dit geldt ook voor kinderen met een jeugdhulpvraag.

g.

De Jeugdwet is bedoeld om de ontwikkeling van kinderen te bevorderen waar deze in gevaar komt en niet voor de bevordering van de algemene ontwikkeling die elke jeugdige doormaakt.

3. De ontwikkelingsleeftijd van kinderen is verbonden aan bepaalde opgaven in de opvoeding. Er wordt een onderscheid gemaakt in ‘normale’ problemen die behoren bij de levensfase en ernstige problemen. De ontwikkelingsleeftijd van een jeugdige kan variëren door een aandoening of stoornis. Om een beeld te schetsen bij wat normaal is, is in onderstaand overzicht voor veel voorkomende problemen het onderscheid aangegeven tussen wat ‘normale’ en ernstige problematiek is. Dit schema laat zien dat er een groot aantal ‘normale’ problemen is waarvoor in beginsel geen jeugdhulp nodig is. Bij ernstige problematiek kan waar nodig en 3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

17

waar de hulpvraag tot de Jeugdwet behoort, jeugdhulp worden ingezet. Dit overzicht komt uit de publicatie “Allemaal opvoeders; Weet wat werkt bij opvoedvragen” van het NJI. Ontwikkelingsopg ave kind

Opvoedingsopg ave ouder

‘Normale’ problemen

Ernstige problemen

± 0 - 2 jaar Belangrijke opvoedmilieus: gezin, opvang • fysiologische zelfregulatie; • veilige hechting; • exploratie; • autonomie/ individuatie

• soepele verzorging; • sensitieve responsieve interactie bieden; • beschikbaarheid; • ruimte en steun geven

•voedingsprobleme; • slaapproblemen; • scheidingsangst; • angst voor vreemden, donker en geluiden

• eet/slaapstoornis; • reactieve hechtingsstoornis; • huilbaby

± 2 - 4 jaar Belangrijke opvoedmilieus: gezin, opvang, (voor)school • uitdrukkingsvaardigheden (o.a. taal); • constructieve omgang met leeftijdsgenoten; • internaliseren van eisen (w.o. zindelijkheid); • sekse rolidentificatie

• sensitiviteit voor cognitief niveau; • positieve bevestigende omgang; • omgaan met ambiguïteit kind; • gehoorzamen; •seksespecifieke benadering

• angst voor vreemden, donker, geluiden; • koppigheid; • driftbuien; • agressie; •ongehoorzaamheid; • druk gedrag/overactiviteit; • sekserol- en identiteitangst; • niet zindelijk

• scheidingsangst; • fobische/sociale angst; • taal-, spraak-, motoriekstoornis • onzindelijkheid; • ADHD; • gedragsstoornis gezin; • oppositionele gedragsstoornis jonge kind

± 5 - 12 jaar Belangrijke opvoedmilieus: gezin, school, vriendengroep, verenigingen • decentratie; •schoolvaardigheden; • ijver (‘industry’); • acceptatie door leeftijdsgenoten

• ruimte geven voor omgang leeftijdgenoten; • schools onderricht; • waardering voor schoolwerk; • democratische en warme

• ruzies; •concentratieproble men; • laag prestatieniveau; • schoolweigering; • incidenteel stelen of vandalisme; • ritualistisch gedrag

• bedplassen; • leerstoornissen; • sociale terugtrekking; • schoolweigering; •geslachtsidentiteitsstoo rnis; • vroege delinquentie; • neurose en somatoforme stoornis

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

18

Ontwikkelingsopg ave kind

Opvoedingsopg ave ouder

‘Normale’ problemen

Ernstige problemen

opvoedingsstijl ± 12 - 19 jaar Belangrijke opvoedmilieus: gezin, school, vrienden, werkkring, andere sociale contacten • emotionele (en praktische) zelfstandigheid; • omgaan met eigen en andere sekse; • ontwikkeling van waardesysteem: • persoonlijkheidsontwikkeling, school, beroep en samenleving

• emotionele steun bieden; • tolerantie voor experimenten; • leeftijdsadequate grenzen stellen; • voorbeeldfunctie vervullen; • meer gelijkwaardige relatie met kind aangaan

• gebruik psychoactieve stoffen (alcohol, drugs); • twijfels over identiteit en/of toekomst; • zorgen over uiterlijk; • problemen met autoriteiten; incidenteel spijbelen

• misbruik alcohol, drugs; • stoornis in de identiteit; • anorexia / boulimia (nerv.); • seksuele oriëntatie stoornis; • suïcide; • oppositionele gedragsstoornis; • gedragsstoornis groepsverband; • delinquentie; • schooluitval

Artikel 5.4 Sociaal netwerk & eigen kracht Als er een hulpvraag is, wordt waar mogelijk een beroep gedaan op de eigen kracht en het netwerk van de jeugdige en ouders. Op basis van artikel 1:247 van het Burgerlijk wetboek zijn ouders verantwoordelijk voor het opgroeien en opvoeden van hun kind. Bij eigen kracht geldt dat er een balans moet zijn tussen opvoeden, werk en het sociale leven: a. Eigen kracht moet breed worden opgevat. Het gaat om bijvoorbeeld de opvoedkundige vaardigheden, maar ook om de mogelijkheden om kinderen op te vangen, te begeleiden of verzorgen. Daarbij geldt ook dat het toekomstperspectief (zoals carrière plannen) van ouders het inzetten van eigen kracht in beginsel niet in de weg kunnen staan volgens een uitspraak van de rechtbank Den Haag in 20201. b. Het doen van een beroep op de eigen kracht kent ook grenzen: ouders moeten deel kunnen nemen aan de samenleving en werk vervult hierin een belangrijke rol. Ouders wordt gevraagd om er zorg voor te dragen dat hun eigen kracht niet afneemt door keuzes over de toekomst. Het gaat er hierbij

1

Zie: ECLI:NL:RBDHA:2020:6249

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

19

om dat ouders zelf kiezen om hun eigen kracht af te laten nemen. Als er sprake is van externe factoren ligt dit buiten de macht van ouders. c. Veel ouders en jeugdigen zetten hun eigen kracht in bij het oplossen van de hulpvraag. Als jeugdige en ouders ervoor kiezen om de hulpvraag niet op te lossen door de inzet van eigen kracht, is dit een verantwoordelijkheid van ouders en de jeugdige. Alleen bij hulpvragen waarbij de veiligheid van de jeugdige in het geding is zal het lokale team hierop anticiperen. In alle andere gevallen wordt er in beginsel geen individuele voorziening ingezet voor het deel waarvoor ouders en jeugdige hun eigen kracht en netwerk niet inzetten, terwijl dit wel verwacht mag worden.

Artikel 5.5 Criteria ontoereikende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Bovengebruikelijke zorg is voor de jeugdige noodzakelijke zorg en begeleiding die boven de normale dagelijkse zorg en begeleiding uitstijgt, die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft. Van ouders wordt verwacht dat zij hun kind de zorg bieden die het nodig heeft voor zover dat, gelet op de omstandigheden, in hun vermogen ligt. In bijlage 1 is het beoordelingskader gebruikelijke zorg opgenomen. Dit kader is gelijk aan de door het Ministerie van VWS uitgegeven richtlijnen ten aanzien van gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling in verschillende levensfases. 2. Voor gebruikelijke zorg geldt: a.

Gebruikelijke zorg is een invulling van de uitgangspunten eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen in de zin van artikel 2.3 van de Jeugdwet.

b.

Van ouders wordt verwacht dat zij vanuit eigen kracht doen wat binnen hun mogelijkheden ligt, waarbij gebruikelijke zorg wordt gezien als een ondergrens. Er wordt niet vanzelfsprekend een individuele voorziening ingezet als ouders meer doen dan het gebruikelijke.

c.

Voor gebruikelijke zorg geldt dat ouders in staat moeten zijn om dit aan hun kind te geven. Als ouders bijvoorbeeld zelf een lichamelijke beperking hebben kan het zijn dat ze niet in staat zijn de gebruikelijke zorg te bieden die voor ouders zonder beperking wel van toepassing is.

d.

Voor bovengebruikelijke zorg geldt dat er alleen een voorziening wordt getroffen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouder(s) ontoereikend zijn.

e.

Ouders kunnen een informeel Pgb ontvangen voor bovengebruikelijke zorg in situaties waarin ouders al meer doen dan redelijkerwijs van hen verwacht kan worden.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

20

Artikel 5.6 Onderzoeksfactoren bovengebruikelijke zorg Bij het beoordelen of er sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke zorg wordt met inachtneming van het beoordelingskader gekeken naar vier criteria. Hierbij is de samenhang tussen de criteria en de omstandigheden van de jeugdige en de ouders belangrijk. Op basis van het kader uit bijlage 1 en de vier criteria hieronder wordt gemotiveerd bepaald in hoeverre hulp gebruikelijk is. De criteria zijn: a. Leeftijd van de jeugdige. In principe hebben jonge kinderen met en zonder een beperking meer zorg nodig van hun ouders dan oudere kinderen. b. De aard van de zorg. Alle kinderen hebben zorg nodig van hun ouders, alleen kan de aard van deze zorg verschillen. Bepaalde zorghandelingen die niet standaard bij alle kinderen voorkomen, kunnen daarom ook vallen onder de gebruikelijke zorg. c. Frequentie en duur van de zorg. Naast de leeftijd van de jeugdige en de aard van de zorg wordt ook gekeken naar de frequentie van de zorg en of deze aansluit op het normale patroon van de dagelijkse zorg. Ook geldt hierbij dat de duur van de zorg wordt meegewogen. Kortdurende hulp (korter dan 3 maanden) is in principe gebruikelijk en er wordt van ouders verwacht dat ze gedurende deze periode een extra inspanning leveren. De 3 maanden is in lijn met de oorspronkelijke AWBZ richtlijn.

Het gaat hier om hulp die ouders kunnen bieden, zoals vervoer of dagelijkse verzorging. Voor bijvoorbeeld behandeling gelden de 3 maanden niet. d. Duur van de zorghandeling. Ten slotte wordt gekeken naar de tijd die iemand bezig is met de zorghandeling. Er is sprake van bovengebruikelijke zorg als iemand veel meer tijd kwijt is aan een handeling dan gemiddeld.

Artikel 5.7 Respijtzorg Ouders met een kind met een (omvangrijke) jeugdhulpvraag bieden vaak intensieve en langdurige zorg en hebben hier soms ondersteuning bij nodig. Dit geldt ook voor jeugdigen in het gezin. Het kan voor- komen dat deze zorg resulteert in overbelasting. In deze gevallen, en liever voordat de overbelasting plaatsvindt, kan respijtzorg worden ingezet. De inzet van respijtzorg is dan ook niet zozeer gelegen in problemen bij het opvoeden of opgroeien, maar in de (dreigende) overbelasting van ouders of het gezin. Hierbij geldt dat: a. Respijtzorg wordt ingezet om (dreigende) overbelasting als gevolg van het bieden van mantelzorg in het kader van een jeugdhulpvraag te voorkomen. De overbelasting moet door een professional zijn herkend. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de Opvoedingsbelastingvragenlijst of een vergelijkbaar instrument.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

21

b. Respijtzorg wordt zoveel als mogelijk gerealiseerd met ‘gewone’ oplossingen, zoals logeren bij grootouders. Er hoeft niet altijd een individuele voorziening ingezet te worden. c. Respijtzorg kan een tijdelijk karakter hebben en worden ingezet door de mantelzorgtaken over te nemen of door de jeugdige tijdelijk een voorziening, zoals een logeerplek, aan te bieden. Respijtzorg kan ook structureel zijn als er sprake is van een langdurige hulpvraag. d. Respijtzorg kan worden geboden in de vorm van een jeugdhulpvoorziening, zoals logeren of een andere voorziening dan een jeugdhulpvoorziening met als doel de ouders te ontlasten. Denk bij de laatste vorm aan bijvoorbeeld ondersteuning of zorg voor ouders, andere kinderen of het huishouden. e. Naast de inzet van respijtzorg wordt er ingezet op het wegnemen van de oorzaak van de overbelasting. De eigen kracht wordt vergroot waardoor toekomstige overbelasting voorkomen kan worden. f.

Als de oorzaak van de overbelasting buiten het bieden van jeugdhulp ligt, moet de oplossing ook daar gezocht worden. Bij overbelasting door een te groot dienstverband of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk. Het lokale team betrekt hulp uit andere domeinen als dit het geval is, bijvoorbeeld ondersteuning vanuit de Wmo of schuldhulpverlening.

g. Gebruikelijke zorg kan op gespannen voet staan met de inzet en belasting van ouders. Het kan voorkomen dat ouders tijdelijk minder kunnen doen dan gebruikelijk. Soms is het dan nodig dat ouders ontlast worden voor zorg die normaliter behoort tot het gebruikelijke.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

22

Hoofdstuk 6 Afbakening met andere domeinen Artikel 6.1 voorliggende voorzieningen a. Een voorliggende voorziening is een voorziening waar een jeugdige/ouder een beroep op kan doen, zodat er geen of in mindere mate een beroep hoeft te worden gedaan op ondersteuning vanuit de Jeugdwet. Algemene voorzieningen zijn voorliggend. Ook de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet, de Wet Passend Onderwijs, de Participatiewet en de Wmo zijn voorliggend op de Jeugdwet. b. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de afbakening met andere domeinen en de uitwerking daarvan a.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

23

Hoofdstuk 7 Persoonsgebonden budget Artikel 7.1 Persoonsgebonden budget 1. Als de jeugdige of zijn ouders dit wensen kan het college een pgb verstrekken, in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. Het uitgangspunt is dat de jeugdige en zijn ouders een individuele voorziening in natura krijgen. 2. Het pgb wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige en/of zijn ouders ingevuld Pgb budgetplan. In het pgb-budgetplan staat in ieder geval: a. Welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders gezien de hulpvraag willen inkopen met het Pgb en wat het beoogde resultaat is; en b. Indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige en/of zijn ouders willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 3. Een pgb is alleen mogelijk indien: a. Een aanvrager in aanmerking komt voor een individuele jeugdhulpvoorziening en dit in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; en b. Het inzetten van een Pgb aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is; en c. De aanvrager kan motiveren dat het aanbod zorg in natura niet passend is; en d. Naar het oordeel van het college is voldaan aan alle in artikel 8.1.1 van de wet genoemde voorwaarden; en e.

De ondersteuning die de ouder en/of jeugdige met het Pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; en f.

Bij de toekenning van een Pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk er geen risico op overbelasting is; en

g. Er geen sprake is van een situatie als bedoeld in het volgende lid van dit artikel. 4. Een Pgb is niet mogelijk:

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

24

a. Voor andere of algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1, 1e lid; b. Voor pleegzorg, gezinshuizen en daarmee vergelijkbare vormen van verblijf; c. Voor zover er sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1 vierde lid van de wet; d. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn gemaakt; e. Voor hulp van een aanbieder die door het college is ingekocht voor het bieden van jeugdhulp in zorg in natura; 5. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij de besteding van een Pgb: a. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag; b. Voor budgethouders met meerdere Pgb’s is schuiven tussen verschillende budgetten niet toegestaan, tenzij hierover schriftelijke afspraken zijn gemaakt met het college. 6. Budgethouders mogen vanuit het budget de volgende uitgaven wel doen: a. Vervoerskosten, voor zover hiervoor een beschikking op grond van artikel 2.3 van de wet is afgegeven die samenhangt met een individuele voorziening voor begeleiding en/of behandeling in het kader van de jeugdhulp. Een beschikking voor vervoer wordt alleen afgegeven indien dit vervoer naar het oordeel van het college noodzakelijk wordt geacht in verband met een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid. b. Het Pgb mag worden besteed bij een aanbieder zowel binnen als buiten de regio Rijnmond maar in ieder geval binnen Nederland.

Een Pgb mag alleen na schriftelijke toestemming van het college besteed worden in EU-landen, deze aanbieder dient te voldoen aan het afsprakenkader buitenlands zorgaanbod Jeugd van de VNG. 7. Budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: a. Kosten voor bemiddeling; b. Kosten voor het voeren van een pgb-administratie;

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

25

c. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het Pgb; d. Extra beloningen, zoals eindejaarsuitkering of overlijdensuitkering en gratificaties; e. Contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen voor budgethouders, kosten voor het volgen van cursussen over het Pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; f.

Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet valt;

g. Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen.

Artikel 7.2 Onderscheid formele hulp en informele hulp 1. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. Personen die werkzaam zijn bij een instelling, die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, een kopie van de inschrijving in het handelsregister kunnen overleggen en een kopie van hun (geanonimiseerde) arbeidsovereenkomst kunnen overleggen waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient hierbij te gaan om een voor de sector relevante cao, die is aangemeld bij de directie UAW van het Ministerie van SZW of; b. Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (ook in collectief verband) en ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en een kopie van de inschrijving in het Handelsregister kunnen overleggen. Daarnaast moeten zij beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c.

Personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. Indien een registratie niet van toepassing is, dan worden een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs, uitgereikt aan de beoogde hulpverlener(s), en een VOG van de beoogde hulpverlener(s) ingediend, bij de aanvang van hulp, die niet ouder is dan 12 maanden.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

26

2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. 3. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 onder a, b of c, is er sprake van informele hulp.

Artikel 7.3 Hoogte van een pgb-tarief 1. Het Pgb is gebaseerd op een uur- of dagdeel maal het tarief. Hierbij zijn er drie soorten tarieven, zoals genoemd in het volgende lid. 2. De Pgb-tarieven zijn berekend op basis van 90% en 75% van de tarieven voor de ingekochte Zorg In Natura (ZIN). Het 90% tarief is voor ondersteuning door nietgecontracteerde professionele instellingen, het 75%-tarief voor niet gecontracteerde zelfstandige professionals (zzp-ers) en voor informele hulp door niet-professionals hanteren wij het minimumloon. 3. Van het formele tarief is sprake als de hulp verleend wordt door personen genoemd in artikel 7.2 lid .a b en c. 4. Indien de documenten beschreven in 7.2 lid a, b en c, niet worden overlegd is ten alle tijden sprake van informeel tarief. 5. Een hulp uit het sociaal netwerk als bedoelt in artikel 8 van de Regeling Jeugdwet kan voor op onverplichte basis verleende jeugdhulp (enkel) een tegemoetkoming van 141 euro per kalendermaand worden betaald. Bij kortdurend verblijf binnen het sociaal netwerk verstrekt het college (enkel) een tegemoetkoming van 47 euro per etmaal, met een maximum van 141 euro per kalendermaand. 6. De norm verantwoorde werktoedeling zoals beschreven in het kwaliteitskader jeugd is van toepassing op zowel formele als informele hulp. 7.

De hoogte van het Pgb is de benodigde omvang van de individuele voorziening in uren of dagdelen maal het tarief. 8. Het Pgb is nooit hoger dan dat de goedkoopste voorziening in natura zou kosten die past bij wat nodig is. 9. De tarieven worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de OVA-index. 10. De jeugdhulp in pgb wordt toegekend met de tarieven genoemd in bijlagen 2. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

27

Hoofdstuk 8 Nieuwe feiten en omstandigheden Artikel 8.1 Herziening of intrekking 1. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het Pgb zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het Pgb of; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het Pgb niet voor het doel of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 2. Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Artikel 8.2 Terugvordering Pgb bij de Pgb-aanbieder 1. Het college kan tot terugvordering van het Pgb bij de Pgb-aanbieder overgaan indien: a. De Pgb- aanbieder geld heeft ontvangen voor zorg die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend en hij niet binnen 72 uur melding heeft gedaan bij de Pgb-beheerder om dit te crediteren; b. Een individuele voorziening voor een ander doel is ingezet, dan waarvoor het is toegekend; c. Een individuele voorziening zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet. 2. In geval van terugvordering stuurt het college een factuur naar de Pgb-aanbieder, die binnen 4 weken moet worden voldaan.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

28

3. Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. 4. De hoogte van de terugvordering is de gehele of de gedeeltelijke geldwaarde van het (ten onrechte) besteedde Pgb.

Artikel 8.3 Opschorting betaling uit het Pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het Pgb voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van een jeugdige een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e, van de wet. 2. Het college stelt de jeugdige en/of zijn ouders schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste lid.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

29

Hoofdstuk 9 Voorkomen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik Artikel 9.1 Controle 1. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 2. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verwijzingen door derden zoals bedoeld in paragraaf 3.2 rechtmatig zijn. 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot deze controle.

Artikel 9.2 Toezichthouders 1. Het college wijst toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.9 van de Jeugdwet. 2. De aangewezen toezichthouder is belast met: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de zorgverlener; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de Pgb-beheerder; d. vorderen van identificatie; e. inzage van documenten en toegang tot gegevens; f.

het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen);

g. controleren of de zorgverlener de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst met het college naleeft; h. ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de Pgbbeheerder heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie. 3. Eenieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

30

Artikel 9.3 Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van misbruik of oneigenlijk gebruik Het college treft de nodige maatregelen om het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen en Pgb’s te voorkomen en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b. Het college verricht zo nodig onderzoek bij (Pgb-) aanbieders van individuele voorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente onderhouden of die ondersteuning verlenen op grond van een Pgb aan inwoners. Zij zijn verplicht om kosteloos hun medewerking te verlenen; c. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; d. Het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd in het voorgaande lid worden nagekomen; e. Het college beperkt de looptijd van de indicaties of voert periodiek controles uit bij langlopende indicaties; f.

Het college voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een Pgb op: i. De regiemogelijkheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenst in te schakelen conform artikel 8.1.1, lid 2, onder a, van de wet ii. De kwaliteit van de invulling van het door de cliënt en (Pgb-)aanbieder te overleggen pgb plan mede met het oog op de te bereiken resultaten conform artikel 8.1.1, lid 2, onder c, van de wet;

g. Het college monitort het gebruik van het Pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen.

Artikel 9.4 Fraudepreventie Het college zet in op fraudepreventie, dat in ieder geval omvat:

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

31

a. het voorlichting geven aan inwoners van de gemeente en in het bijzonder aan inwoners aan wie een individuele voorziening is toegekend; b. het informeren van inwoners over de rechten en plichten die zijn verbonden aan het ontvangen van een individuele voorziening en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik; c. het vroegtijdige opsporen van misbruik of oneigenlijk gebruik.

Artikel 9.5 Wangedrag 1. Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten, kan het college -al dan niet tijdelijke- maatregelen treffen jegens inwoner ter bescherming van de medewerker van een aanbieder of lokale toegang. 2. Het college kan bij nadere regeling vaststellen wat zij verstaan onder wangedrag en de maatregelen, die getroffen kunnen worden op grond van het voorgaande lid.

3 oktober 2024

Verordening jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Titel document

32

Hoofdstuk 10 Overige bepalingen Artikel 10.1 Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met: a. De aard en omvang van de te verrichten taken; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14600723/2