VAZ Startnotitie - Groenstructuurplan
Tekst van het document
STARTNOTITIE Voorne aan Zee, 13 februari 2025
Zaaknummer
31070-2052
Onderwerp: Startnotitie Groenstructuurplan Primaathouder (afdeling) Portefeuillehouder MT
: RBU : Robert van der Kooi : Rainco van Egmond
Aanleiding beleidsontwikkeling (probleemschets) De basis voor het opstellen van het groenstructuurplan ligt enerzijds in het belang van groenvoorzieningen in de openbare ruimte en de bijbehorende uitdagingen. Anderzijds is het groenstructuurplan een middel om de Omgevingsvisie in de fysieke buitenruimte te implementeren. Hierdoor staat het stuk op de LTA en wordt het als ‘large’ bestempeld. Inleiding Deze startnotitie is bedoeld als voorbereiding voor de besluitvorming door de Raad over de ontwikkeling van een groenstructuurplan voor de gemeente. Dit plan is belangrijk voor het creëren van een samenhangende en duurzame groenstructuur en stelt de gemeente in staat om eenduidig richting te geven op de groene buitenruimte.
Strategische doelstellingen Het doel van het groenstructuurplan is om de ambitie van de organisatie voor de lange termijn vast te stellen. Er staat dus niet in detail genoemd waar bijvoorbeeld een bepaalde boom of struik geplant wordt. Het belangrijkste doel van het groenstructuurplan is: het structureel beschermen en ontwikkelen van het openbaar groen, zodat een duurzame en prettige leefomgeving nu en in de toekomst gegarandeerd kan worden voor en met bewoners en Dorps- en Wijkraden. Actuele thema’s zoals klimaatbestendigheid, biodiversiteit, ecologie en het gebruik van groen krijgen een permanente plek in de ontwikkeling van het groen in de gemeente. Het groenstructuurplan is sturend voor de keuzes die in de groene ruimte gemaakt worden, maar laat daarnaast voldoende ruimte voor de gemeente in combinatie met participatie om in elke situatie de nodige afwegingen te maken. Relevante (wettelijke) kaders Omgevingsvisie Het groenstructuurplan volgt de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie en richt zich op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het plan houdt rekening met voorgenomen ontwikkelingen, gebruik, beheer, bescherming en behoud van de groene buitenruimte.
IBK+ Het Integraal Beheerkader Plus (IBK+) beschrijft de bestuurlijke ambities en de toekomstige uitdagingen voor het beheer van de openbare ruimte, inclusief groen en bomen. Bij het vertalen van het groenstructuurplan naar de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met het IBK+ en de bijbehorende financiële kaders voor beheer en onderhoud. Dit waarborgt de kwaliteit van het openbaar groen op de lange termijn, zowel na aanleg als na herinrichting. LIOR Om de kwaliteit van de openbare ruimte te waarborgen, zijn inrichtingsvoorwaarden opgesteld die van toepassing zijn op zowel nieuwe ontwikkelingen als bestaande situaties. Deze voorwaarden worden beschreven in de Leidraad Inrichtingseisen Openbare Ruimte (LIOR). Na de vaststelling van het groenstructuurplan zal dit document aan het LIOR worden toegevoegd. Fysieke kaders Het groenstructuurplan richt zich op het totale areaal aan openbaar groen binnen de bebouwde kom van de tien kernen: Oostvoorne, Zwartewaal, Tinte, Oudenhoorn, Nieuwenhoorn, Brielle, Hellevoetsluis, Nieuw-Helvoet, Vierpolders en Rockanje. Daarbij is het belangrijk om een geleidelijke overgang te creëren van de bebouwde kom naar het buitengebied, zodat de groenstructuren zoveel mogelijk op elkaar aansluiten.
Procesaanpak Startnotitie Het opstellen van de startnotitie is de eerste aanzet voor het nog op te stellen groenstructuurplan. Hierbij is onder andere gebruikgemaakt van de Omgevingsvisie en groenstructuurplannen van andere gemeenten. Opstellen Na goedkeuring van de startnotitie gaat een extern bureau verder aan de slag met het opstellen van het groenstructuurplan. De gemeente brengt hiermee landelijke expertise in huis. Doormiddel van interne participatie, betrekken we ook lokale kennis en ambities vanuit verschillende afdelingen in de eigen organisatie bij het plan. Participatieproces Een onderdeel van het opstellen van het groenstructuurplan is participatie. Verschillende partijen worden betrokken om input te leveren, waarbij de Relevant Gesprek methodiek als leidraad wordt gebruikt om de participatie te structureren. • Sleutel 1: Doel van participatie Het doel van participatie is het verhogen van de kwaliteit van het groenstructuurplan. Belanghebbenden krijgen de mogelijkheid om hun mening te geven, wat bijdraagt aan een plan dat vanuit meerdere perspectieven opgesteld is. • Sleutel 2: Participatievraag en kaders Hoewel de specifieke participatievragen nog nader bepaald worden, is het duidelijk dat er we willen ophalen hoe de inwoners denken over groen, wat zij belangrijk vinden en welke wensen en zorgen zij hebben voor de lange termijn.
Vanuit verschillende afdelingen in de eigen organisatie betrekken we ook lokale kennis en ambities. 2
• Sleutel 3: Publieksgroepen De participatie richt zich op 2 publieksgroepen, waaronder de inwoners van Voorne aan Zee en de interne gemeentelijke afdelingen. Deze groepen leveren waardevolle inzichten en zorgen ervoor dat het groenstructuurplan aansluit bij de behoeften van de gemeenschap. • Sleutel 4: Gesprekvorm Om de inbreng van de twee groepen te faciliteren, worden er verschillende gespreksvormen ingezet. Om input op te halen onder inwoners zetten we het Voorne aan Zee inwonerpanel in. Daarnaast organiseren we werksessies met interne afdelingen. Themasessie Na de participatie wordt het groenstructuurplan gepresenteerd aan de Raad tijdens een beeldvormende sessie. Tijdens deze sessie wordt input verzameld voor de verdere uitwerking van het groenstructuurplan. Besluitvorming Ten slotte wordt het groenstructuurplan in het vierde kwartaal van 2025 aan de Raad voorgelegd voor besluitvorming. Planning Startnotitie 18 februari naar het College 25 maart naar de Commissie 17 april naar de Raad Online enquête burgerpanel juni Themasessie met de Raad 2 of 3 september 2025 Groenstructuurplan 14 oktober naar het College 25 november naar de Commissie 18 december naar de Raad
Financiën Het vaststellen van het groenstructuurplan heeft geen verdere financiële gevolgen
3