CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen Afstemmingsverordening Voorne aan Zee 2023 raadsvoorstel

Commissie Samenleving 6 juni 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen Afstemmingsverordening Voorne aan Zee 20231.542 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:

Vaststellen Afstemmingsverordening Voorne aan Zee 2023 Robert van der Kooi 96404-2023

Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit

1. de Afstemmingsverordening Voorne aan Zee 2023 vast te stellen 2. de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Hellevoetsluis 2016 en Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Westvoorne 2017 in te trekken per datum van de dag volgend op de dag na publicatie. Advies van commissie Let op, enkel in te vullen door de Griffie zelf! 1.

Inleiding De gemeente Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne zijn per 1 januari 2023 gefuseerd tot de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. In het kader van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) moet een nieuwe gemeente binnen een termijn van twee jaar, na de datum van herindeling, ervoor zorgen dat de regelgeving van de opgeheven gemeenten wordt geharmoniseerd door middel van vaststelling van een afstemmingsverordening die geldend is voor de gehele gemeente (artikel 28 en 29 Wet arhi). Vanwege de invoering van de Wet Inburgering 2021 dient de Afstemmingsverordening Participatiewet aangepast te worden. De inburgeringplichtige is namelijk verplicht om aan ‘ontzorgen’ op grond van het nieuwe artikel 56a Participatiewet mee te werken, wat ook betekent dat hij het college moet machtigen om namens hem betalingen te verrichten. Als de inburgeringsplichtige niet meewerkt aan het verplichte ‘ontzorgen’ en bijvoorbeeld weigert een machtiging te ondertekenen, dan moet het college de bijstandsuitkering verlagen met toepassing van de afstemmingsverordening (artikel 18 lid 2 Participatiewet). Dit kan alleen als deze voorziet in een verlaging wegens het niet nakomen van de ‘ontzorgingsplicht’. Deze 'ontzorgingsplicht' dient dus toegevoegd te worden aan de huidige Afstemmingsverordening.

Omdat de huidige Afstemmingsverordening van Hellevoetsluis en Westvoorne dateert van respectievelijk 2016 en 2017, is besloten de gehele Afstemmingsverordening te evalueren en aan te passen waar nodig.

2.

Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten Niet van toepassing

3.

Argumenten De wijzigingen in de afstemmingsverordening richten zich op: 1. Harmonisatie van de afstemmingsverordening als gevolg van de gemeentelijke herindeling. 2. Aanpassing van de afstemmingsverordening door inwerkingtreding van de Wet inburgering 2021.

3. Inhoudelijke aanpassingen 2.1. Harmonisatie De verordening van de Hellevoetsluis en Westvoorne waren gelijkluidend. De aanpassing is om die reden beperkt. Brielle had de uitvoering van de Participatiewet uitbesteed en gemandateerd aan Nissewaard. Hierdoor was ook de afstemmingsverordening van Nissewaard van toepassing. 2.2. Wet inburgering 2021 Doordat de Wet Inburgering 2021 per 1 januari 2022 in werking is getreden, dient de Afstemmingsverordening Participatiewet aangepast te worden. De verplichting mee te werken aan ontzorgen is in de verordening opgenomen in artikel 8 eerste lid onder a. Als de inburgeringsplichtige weigert mee te werken aan doorbetaling van de vaste lasten, de huur, gas, water en stroom, wordt de uitkering met 10% verlaagd. De PIP is bedoeld om de inburgeraars zo snel mogelijk te laten integreren. Daar wordt mede vorm aan gegeven door in te zetten op re-integratie. De afspraken op het gebied van re-integratie worden vastgelegd in een plan van aanpak. De PIP is een onderdeel van het plan van aanpak en daarom is de PIP opgenomen in artikel 8, derde lid onder b van de verordening en als definitie in artikel 1 van de verordening. 2.3. Inhoudelijke aanpassing Tijdens het doornemen van deze verordening met de betrokken medewerkers van team Participatie zijn nog meer zaken ter sprake gekomen die aanpassing vereisen.

De belangrijkste aanpassingen zijn: Artikel 4: Er werd afgezien van een maatregel als een gedraging langer dan 12 maanden is geleden. Deze formulering is aangepast. Er wordt nu afgezien van een maatregel als de gedraging langer dan zes maanden is geleden en er niet binnen zes maanden na constatering een maatregel wordt opgelegd. Daarnaast is in dit artikel opgenomen dat de maatregel wordt afgestemd op de mate van verwijtbaarheid, ernst van de gedraging en persoonlijke omstandigheden. Artikel 5: Als uitgangspunt gold dat een maatregel in de toekomst wordt opgelegd. Aan deze bepaling is toegevoegd dat een maatregel bij een toekenning algemene bijstand kan worden toegepast en de maatregel kan daarbij direct bij de ingangsdatum worden toegepast. De bepaling dat een maatregel kan worden uitgevoerd bij herleving van de bijstand is geschrapt. Leidend is de nieuw geformuleerde bepaling in artikel 4 eerste lid onder b van de verordening. Zolang aan deze bepaling is voldaan kan een maatregel bij herleving worden toegepast. Artikel 6: Dit artikel is taalkundig aangepast, waardoor het derde en vierde lid is geschrapt. Artikel 7: In dit artikel zijn de verplichtingen voor de IOAW en IOAZ opgenomen. De hoogte van de maatregel is gelijkgetrokken met het maatregelenbeleid die geldt voor de Participatiewet. Met het huidige onderscheid is feitelijk sprake van leeftijdsdiscriminatie.

De IOAW / IOAZ gerechtigde moet kortgezegd aan dezelfde verplichtingen voldoen als de PW-gerechtigde. De IOAW-gerechtigde is echter ouder dan de gemiddelde PWgerechtigde. Een criteria voor het verkrijgen van een IOAW-uitkering is dat de geboortedatum ligt voor 1 januari 1965. Met de vast te stellen Afstemmingsverordening wordt discriminatie op leeftijd opgeheven. Daarnaast is ook de recidivebepaling per artikel opgenomen, voorheen was de bepaling rondom herhaling van een maatregelwaardige 2

gedraging in een centraal artikel opgenomen. Ook is per artikel de hoogte van de gedraging opgenomen. Ook dit was in een centraal artikel bepaald. Artikel 8: In het artikel zelf is de hoogte van de maatregel opgenomen. Dit was in een apart artikel geregeld. Daarnaast zijn enkele bepalingen die wel degelijk de geüniformeerde verplichtingen betreffen geschrapt. In de Participatiewet is opgenomen dat de bijstandsgerechtigde zich tijdig als werkzoekende moet inschrijven en die inschrijving tijdig moet verlengen. Een aanvraag om een bijstandsuitkering, IOAW en IOAZ wordt echter digitaal via het UWV gedaan. De verlenging van de inschrijving gaat ook automatisch. Hierdoor is handhaving en sanctionering op dit onderdeel niet langer noodzakelijk. De gedragingen zijn daarom uit de verordening gehaald. Artikel 9: In dit artikel zijn de geüniformeerde verplichtingen opgenomen. De zwaarte van de gedraging is niet aangepast. Tekstueel is duidelijker gemaakt voor welke gedraging een maatregel van één maand en voor welke gedraging een maatregel van twee maanden wordt toegepast. De bepalingen van huidige artikel 11 over verrekening van de maatregel is met artikel 9 samengevoegd, omdat het ook alleen van betekenis is voor dit artikel. Ook is de inkeerregeling zoals deze gebruikelijk was in Westvoorne in dit artikel opgenomen.

Artikel 10: In de oude bepaling over tekortschietend besef van verantwoordelijk was de hoogte van de maatregel afhankelijk van het benadelingsbedrag. De maatregel was maximaal één maand 100%. Met de aangepaste formulering wordt binding gezocht met al bestaande bepalingen die van toepassing zijn vanaf melding UWV voor het verkrijgen van bijstand. Artikel 10 is van toepassing op gedragingen die plaatsvinden voordat de belanghebbende zich meldt voor een inkomensvoorziening. In artikel 10 is nu ook opgenomen de weigering van bijzondere bijstand. Voor zover de gedraging niet op voorhand is te duiden voor wat betref de effecten voor bijstandsverlening, ligt de hoogte van de maatregel niet vast en is het aan de medewerker vast te stellende maatregel kan worden afgestemd op de hoogte en periode dat de belanghebbende eerder of langer recht heeft op algemene bijstand. Artikel 11: In dit artikel is de maatregel opgenomen als er sprake is van schending overige verplichtingen. Het gaat dan om verplichtingen die op grond van artikel 55 van de Participatiewet worden opgelegd. De verlaging was 30% gedurende één maand ongeacht de gedraging en is met de nieuwe bepaling gedifferentieerd. De reikwijdte gaat van 20% naar 100% gedurende één maand en is afhankelijk van de ernst van de gedraging.

Ook hier is binding gezocht met de hoogte van de maatregel in andere artikelen die vergelijkbaar van aard zijn. Artikel 17: in dit artikel is het overgangsrecht vastgelegd. Als de maatregelwaardige gedraging is vastgesteld voor inwerkingtreding van Afstemmingsverordening Voorne aan Zee 2023, worden de bepalingen van de oude verordening toegepast, tenzij de bepalingen van de nieuwe verordening gunstiger is. Artikel 18 en 19: Deze artikelen zijn onder invloed van wetswijzigingen geschrapt. In het Burgerlijk Wetboek zijn de bepalingen voor beslagvrije voet opgenomen en leidend. De Participatiewet en de afstemmingsverordening kent geen mogelijkheid voor een uitzondering. In artikel 18 is daarom de inwerkingtreding en citeertitel opgenomen. 4.

Communicatie en participatie 3

De aanpassing van de verordening heeft vooral effect op het contact dat een inwoner met de gemeente heeft bij het aanvragen van een uitkering en gedurende de contacten in relatie tot de re-integratieactiviteiten. Daarin wordt uitgelegd wat er bij het aanvragen van een uitkering komt kijken en wat de gemeente van de inwoner verwacht. In dat gesprek komt ook aan bod, de verplichting voor de inwoner om op zo kort mogelijke termijn zelfstandig in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien en welke ondersteuning van de gemeente daarbij nodig is. Omdat we een beroep doen op de zelfredzaamheid van de inwoner en mogelijk effect heeft op de hoogte van de uitkering zorgen we ervoor dat de informatie na publicatie van de Afstemmingsverordening Voorne aan Zee 2023 ook terug te vinden is op de website. Daarnaast brengen we de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning onder de aandacht van de inwoner. Komend jaar zullen we de voorlichting verbeteren door het opstellen van een brochure met daarin de rechten en plichten van de bijstandsgerechtigde.

4.

Duurzaamheid Niet van toepassing

5.

Kosten, baten en dekking Niet van toepassing

7.

Regionale afstemming Niet van toepassing

Bijlage(n): 4

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12787489/4