CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Syntrophos aanpassing regeling was - wordt overzicht

Commissie Algemene Zaken en Middelen 22 augustus 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Aanpassing gemeenschappelijke regeling 2e fase7.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene bepalingen Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze Regeling en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder: a. Bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 3; b. Bestuur: het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 14a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. College(s): college(s) van burgemeester en wethouders van (één van) de gemeenten, waarvan het college/de colleges de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos hebben ondertekend. d. Deelnemer(s): college(s) van burgemeester en wethouders, dat/die de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos heeft/hebben ondertekend. e. Gedeputeerde Staten: gedeputeerde staten van Zuid-Holland; f. Gemeente(n): de gemeente(n), waarvan het College/ de Colleges de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos hebben ondertekend.

Een aantal begrippen toevoegen, wijzigen en verwijderen Toevoegen/wijzigen: relevante begrippen die eerder niet in de GR stonden Syntrophos

Regeling

Deelnemer

Kadernota

Wijziging Artikel 1 Begripsbepalingen Bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 8, lid 3 van de Wet en artikel 3 van de Regeling. Bestuur: het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 14a van de Wet. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeenten die de regeling getroffen hebben. Deelnemer: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die de Regeling mede getroffen heeft. Gemeenten: de gemeenten Nissewaard en Voorne aan Zee.

ICT Kadernota: de algemene financiële en beleidsmatige kaders zoals bedoeld in artikel 34b van de Wet. GEO-informatie Raden: de gemeenteraden van de Deelnemers. Regeling: Gemeenschappelijke regeling zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet, alsmede de

g. Raden: de gemeenteraden van de Gemeenten; h. Regeling: de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos; i. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; j. Zittingsperiode: de periode dat een lid van een Deelnemer zitting heeft in het College van de desbetreffende Deelnemer.

Artikel 2

Belang

De Regeling wordt getroffen ter ondersteuning en uitvoering van de taken van de Deelnemers op het gebied van ICT, Geo-informatie en telefonie.

Vervallen: begrippen zijn niet meer actueel of komen niet verder in de Regeling voor Gedeputeerde Staten Gemeente(n) Raden Zittingsperiode Demand Manager DSO Supply De bepalingen over de zittingsperiode staan in de wet art.13 lid 2

Artikel 2 Belang De Regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de werkzaamheden van de Deelnemers op het gebied van ICT en GEO-informatie en telefonie.

Vervangen “taken” door “werkzaamheden”? Artikel 3 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. De naam van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is Syntrophos 2. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Spijkenisse (gemeente Nissewaard)

Artikel 3 Bedrijfsvoeringsorganisati e

1. Er is een Bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Syntrophos. 2. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is juridisch gevestigd te Spijkenisse ( gemeente Nissewaard). 3. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is een regionaal samenwerkingsverband van de Gemeenten.

Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos. Syntrophos : bedrijfsvoeringsorganisatie zoals bedoeld in artikel 8 lid 3 van de Wet. Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen

De naam van de … Juridisch weglaten

Weg, voegt niets toe

Artikel 4

Doelstelling

1. De Bedrijfsvoeringsorganisatie heeft tot doel: Het realiseren en behouden van de reeds aanwezige benodigde informatievoorzieningen en het efficiënte en professionele beheer daarvan ten behoeve van de deelnemende Gemeenten en de coördinatie van ICT- activiteiten in verband met de verdere ontwikkeling van de in de dienstverleningsovereenkomsten opgesomde activiteiten. Daarnaast kan de Bedrijfsvoeringsorganisatie met toestemming van het Bestuur eveneens werkzaamheden verrichten op voormeld terrein ten behoeve van niet-deelnemende organisaties. 2. De invoering van de Regeling dient de volgende kwalitatieve doelstellingen te realiseren: - verminderen kwetsbaarheid; - vergroten slagkracht; - ontwikkelingen en landelijke vereisten beter het hoofd bieden; - beheersen van kosten(-stijgingen) en benodigde investeringen; - verbeteren van de dienstverlening.

Artikel 4 Doelstelling

Nieuwe strategisch doelstellingen geformuleerd: Nu geen onderdeel van de regeling, inhoudelijke bespreking vindt nog plaats 1. Gemeenten ondersteunen in hun digitale transformatie om de ontwikkelingen in een digitaliserende samenleving bij te blijven. 2. Het bieden van continuïteit door o.a. beperking van organisatorische kwetsbaarheid en het borgen van informatiebeveiliging & privacy 3. Bijdragen aan verbeteringen van de dienstverlening richting burgers, bedrijven en instellingen 4. Reduceren van complexiteit teneinde het beheersen van kosten, het behalen van schaalvoordelen en managen van risico’s 5. Het binden, boeien en leveren van deskundigen en vakspecialisten. Voor nu geen wijziging

Artikel 5

Taken

1. In het kader van de doelstelling heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de volgende taken: a. Aanschaf, ontwikkeling, onderhoud, beheer en exploitatie van data en telefonie, hardware, software, netwerk infrastructuren, applicaties, Geoinformatie, waaronder begrepen de registratie in het kader van BGT, BAG en WKPB, en alle overige ICT ondersteunende systemen. b. Uitvoering van de in de dienstverleningsovereenkomsten opgenomen taken, alsmede wettelijke taken. 2. De Bedrijfsvoeringsorganisatie gaat dienstverleningsovereenkomsten aan met de Deelnemers. 3. Het Bestuur kan besluiten tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met niet-Deelnemers. 4. Aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie worden voor de realisatie van de in artikel 4 omschreven doelstelling alle bevoegdheden van regeling en bestuur gemandateerd, die nodig zijn voor de uitvoering van de in lid 1 genoemde taken.

“Taken” vervangen door “verantwoordelijkheden”

BGT, BAG, WKPB erui; te specifiek voor een GR

Dubbel (zie 5.1b)

Niet-deelnemers hier duidelijk opgenomen

Artikel 5 Verantwoordelijkheden In het kader van de doelstelling heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de volgende verantwoordelijkheden: a. Aanschaf, ontwikkeling, onderhoud, beheer en exploitatie van data en telefonie, hardware, software, netwerk infrastructuren, applicaties, Geoinformatie. b. Uitvoering van de afspraken zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten, andere noodzakelijke documenten, alsmede wettelijke taken. 2. Het Bestuur kan besluiten tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met niet-Deelnemers. 3. Aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie worden voor de realisatie van de in artikel 4 omschreven doelstelling alle bevoegdheden van regeling en bestuur gemandateerd, die nodig zijn voor de uitvoering van de in lid 1 genoemde verantwoordelijkheden. 4. Ondermandaat is toegestaan tenzij anders is aangegeven. 5. De Deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie

5. 6.

Ondermandaat is toegestaan, tenzij dat uitdrukkelijk is voorbehouden. De Deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie.

Artikel 6

Dienstverlening

Voor de ondersteunende diensten op het gebied van bedrijfsvoering en op facilitair gebied van personeel en organisatie, financiële zaken, juridische zaken, accommodatiebeheer en archiefbeheer, wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten met de gemeenten Nissewaard en Westvoorne.

Artikel is niet meer actueel --> schrappen

Afdeling 2 Bestuur en Voorzitter In aanvulling op de Wet wordt het volgende vastgesteld betreffende het Bestuur en de voorzitter van het Bestuur.

Bestuur en voorzitter Bestuur Artikel 7

Bestuur

De Bedrijfsvoeringsorganisatie heeft een Bestuur.

Artikel 8 Samenstelling en zittingsduur

Deze bepaling en de bepalingen in art 8 worden samengevoegd.

Artikel 6 Samenstelling en zittingsduur 6.1 Een lid van het Bestuur treedt af op de dag waarop het nieuw aangewezen lid van het Bestuur in functie treedt. 6.2 Indien tussentijds binnen het Bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst de Deelnemer, die het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering of als dit niet mogelijk is ten spoedigste daarna een nieuw lid aan.

1. Elk van de Deelnemers wijst uit zijn midden een lid aan dat hem in het Bestuur vertegenwoordigt. 2. Een lid van het Bestuur wordt aangewezen voor de periode, dat hij lid is van het College van burgemeester en wethouders, dat hij vertegenwoordigt. 3. Een lid van het Bestuur treedt af op de dag waarop het nieuw aangewezen lid van het Bestuur in functie treedt. 4. Indien tussentijds binnen het Bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst de Deelnemer, die het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering of als dit niet mogelijk is ten spoedigste daarna een nieuw lid aan. 5. Hij, die ter vervulling van een tussentijdse vacature, als lid van het Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 6. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de Deelnemer die het aangaat. De desbetreffende Deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het Bestuur. Het lid houdt zitting in het Bestuur totdat in de opvolging is voorzien. 7. Voor ieder lid van het Bestuur wordt tevens ten minste één plaatsvervangend lid

Hetgeen geregeld is over voorzitter en bestuur in de Wet voor openbare lichamen is ook van toepassing op Syntrophos. Rest artikel kan weg

Staat in de wet, dus schrappen (art. 14a Wgr)

Staat in de wet 14a, dus schrappen (art 13.2 & 14a)

Staat in wet artikel 13 lid 2, dus schrappen

6.3 Hij, die ter vervulling van een tussentijdse vacature, als lid van het Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 6.4 Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de Deelnemer die het aangaat. De desbetreffende Deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het Bestuur. Het lid houdt zitting in het Bestuur totdat in de opvolging is voorzien. 6.5 Voor ieder lid van het Bestuur wordt tevens ten minste één plaatsvervangend lid aangewezen door de Deelnemer, die het lid heeft aangewezen. Op plaatsvervangende leden zijn het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel alsmede artikel 10, lid 6 van overeenkomstige toepassing.

aangewezen door de Deelnemer, die het lid heeft aangewezen. Op plaatsvervangende leden zijn het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel alsmede artikel 11, lid 6 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Stemming en besluitvorming

1. Het Bestuur vergadert tenminste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of tenminste één lid van het Bestuur zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken nadat dit verzoek kenbaar is gemaakt. 2. Het Bestuur kan beraadslagen en besluiten wanneer de meerderheid van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is en een vertegenwoordiger van iedere gemeente aanwezig is. 3. Het Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. 4. De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders bepaalt.

Staat in RvO, dus schrappen (RvO = Reglement van Orde) Wet zegt tweemaal per jaar (Wgr 22 lid 2) staat wel AB weet niet of dit van toepassing is op Bestuur BVO. Zie ook 23 lid 5.

Staat in Rvo, dus schrappen

Staat in RvO, dus schrappen

Artikel 7 Stemming en besluitvorming 7.1 Het Bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of tenminste één lid van het Bestuur zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. 7.2 Het Bestuur stelt een reglement van orde voor vergaderingen van het Bestuur vast. 7.3 Anderen kunnen worden uitgenodigd om de vergaderingen van het Bestuur bij te wonen. 7.4 Bij het nemen van besluiten door het Bestuur brengen de leden voor de gemeenten die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit. Het gewicht van de stemmen per lid is als volgt verdeeld: - Stem van het lid van de gemeente Nissewaard telt 1 keer; - Stem van het lid van de gemeente Voorne aan Zee telt 1 keer 7.5 Van het bepaalde in het vierde lid zijn besluiten omtrent vaststelling en wijziging van de begroting van de bedrijfsvoeringsorganisatie uitgezonderd. Voor deze uitgezonderde onderwerpen geldt unanimiteit van stemmen.

5. Anderen kunnen worden uitgenodigd om de vergaderingen van het Bestuur bij te wonen. 6. Bij het nemen van besluiten door het Bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit. Het gewicht van de stemmen per lid is als volgt verdeeld: - stem van het lid van de gemeente Brielle telt 1 keer; - stem van het lid van de gemeente Hellevoetsluis telt 2 keer; - stem van het lid van de gemeente Nissewaard telt 4 keer; - stem van het lid van de gemeente Westvoorne telt 1 keer. 7. Het Bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen is een voorstel verworpen. 8. Van het bepaalde in het zevende lid zijn uitgezonderd besluiten omtrent: a. vaststelling van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; b. wijziging van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie vanaf € 250.000,00. Voor deze uitgezonderde onderwerpen geldt unanimiteit van stemmen.

7.6

Stemverhouding verandert; is aan de deelnemers om te bepalen. Voorstel voor nu is 1:1

Staat in RvO, dus schrappen

Op basis van art. 13.4b Wgr Artikel herschreven, inhoud hetzelfde. Grens 250k laten vallen.

Het Bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen is een voorstel verworpen.

Artikel 10

Bevoegdheden Bestuur

1. Voor de vervulling van de in artikel 5 genoemde taken oefent het Bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet zijn toegekend aan de Deelnemers. 2. Naast de uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze Regeling bepaalde is het Bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; b. het vaststellen van de jaarrekening van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; c. het vaststellen van de jaarlijkse kadernota van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; d. het vaststellen van bestuursrapportages; e. het vaststellen van de benodigde verordeningen en nota’s ten behoeve van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; f. de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 35, zesde lid, van de Wet juncto artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet; g. het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;

Veel staat in de wet; artikel 10.2 a, b, k, l, m Dubbelingen schrappen

Artikel 8 Bevoegdheden bestuur Voor de vervulling van de in artikel 5 genoemde verantwoordelijkheden oefent het bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de Wet zijn toegekend aan de Deelnemers. Naast de uitoefening van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden op grond van het elders in deze Regeling bepaalde is het Bestuur, naast de bevoegdheden als opgenomen in de Wet, in elk geval belast met en bevoegd tot: a. het vaststellen van de jaarlijkse kadernota van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; b. het vaststellen van bestuursrapportages; c. het vaststellen van de benodigde verordeningen en nota’s ten behoeve van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; d. de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 35, zesde lid, van de Wet juncto artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet; e. het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; f. het vaststellen van rechtspositionele regelingen ten behoeve van het personeel; g. benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;

h. het vaststellen van rechtspositionele regelingen ten behoeve van het personeel; i. benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; j. het doen van voorstellen tot toetreding alsmede voorbereiding voor besluitvorming in geval van uittreding; k. het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures, het instellen van bezwaar en beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening ten behoeve van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; l. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de Bedrijfsvoeringsorganisatie; m. het behartigen van de belangen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen. 3. Het Bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.

Dit is de directeur, geen bevoegdheid bestuur

h. het doen van voorstellen tot toetreding alsmede voorbereiding voor besluitvorming in geval van uittreding 3. Het Bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 4. Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 5. Het Bestuur kan machtiging, volmacht en mandaat verstrekken voor de daarvoor in aanmerking komende uitvoerende bevoegdheden.

4. Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 5. Het Bestuur kan machtiging, volmacht en mandaat verstrekken voor de daarvoor in aanmerking komende uitvoerende bevoegdheden. 6. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a, tweede lid, van de Wet kan het Bestuur besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties, en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang, maar niet voordat de Colleges zijn gevraagd om de Raden in de gelegenheid te stellen hun wensen en bedenkingen bij het Bestuur naar voren te brengen.

Artikel 11 Informatie- en verantwoordingsplichten

1. Een lid van het Bestuur legt aan het College dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het Bestuur

Staat in de Wet art. 31.2b, dus schrappen

Artikel 9 Informatie- en verantwoordingsplichten alsmede evaluatie 9.1 Een lid van het Bestuur legt aan het College dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het Bestuur gevoerde en te voeren beleid, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen. 9.2 Een lid van het Bestuur verstrekt het College dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat College gevraagde inlichtingen, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt.

2.

3.

4.

5.

6.

gevoerde en te voeren beleid, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen. Een lid van het Bestuur verstrekt het College dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat College gevraagde inlichtingen, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. Het Bestuur verstrekt door tussenkomst van de Colleges de Raden of de door een of meer leden van die Raden gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. Het Bestuur geeft daarnaast aan de Colleges en, door tussenkomst van de Colleges, aan de Raden ongevraagd alle inlichtingen die de Colleges en de Raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Raden, onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet. Een lid van het Bestuur kan door het College dat hem heeft aangewezen worden ontslagen.

9.3

9.4

9.5

Weg 9.6

9.7

9.8

Artikelen toegevoegd m.b.t. democratiseringsmaatregelen opgenomen in de nieuwe Wgr (zienswijzen, burgerparticipatie, evaluatie)

9.9

Het Bestuur verstrekt door tussenkomst van de Colleges de Raden of de door een of meer leden van die Raden gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. Het Bestuur geeft daarnaast aan de Colleges en, door tussenkomst van de Colleges, aan de Raden ongevraagd alle inlichtingen die de Colleges en de Raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Raden, onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet. Een lid van het Bestuur kan door het College dat hem heeft aangewezen worden ontslagen. Met uitzondering van besluiten tot wijzigen van deze Regeling, zijn besluiten van het Bestuur niet vatbaar voor zienswijzen van de Raden. Des verzocht worden door het Bestuur aan de Raden van de Deelnemers inlichtingen verstrekt over de (uitvoering van de) Regeling. Gelet op de aard van de Regeling, hebben inwoners van de Deelnemers geen participatiemogelijkheid ten aanzien van de Regeling.

Artikel 12

Kwaliteitsborging

1. De Bedrijfsvoeringsorganisatie draagt zorg voor een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 5 van deze Regeling. 2. Na overleg met het Bestuur komen de Colleges de volgende documenten overeen met het Bestuur: a. de dienstverleningsovereenkomst (DVO) b. de product-en dienstencatalogus (PDC); c. de service level agreement (SLA); 3. De product-en dienstencatalogus en service level agreement worden jaarlijks op hun actualiteit bezien. De dienstverleningsovereenkomst wordt periodiek, doch tenminste vierjaarlijks op actualiteit bezien. 4. Er is een demand supply overleg (DSO). Dit overleg bestaat uit de demand managers van de Gemeenten en de directeur van Syntrophos. 5. De taken van het demand supply overleg zijn in ieder geval: a. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Deelnemers en het Bestuur over de inhoud en de uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst, de product-en dienstencatalogus en de service level agreement, alsmede over de

Artikel inkorten - PDC & SLA zijn interne aangelegenheid Syntrophos; uit de GR

Hoort in de DVO

Wijzigingsproces is opgenomen in DVO; hier schrappen

DSO is vervangen door OGON Interne organisatie wordt geregeld in de organisatieverordening

Wordt beschreven in organisatie verordening

9.10

De Deelnemers zullen het functioneren van de Regeling evalueren middels de Planning & Control cyclus.

Artikel 13 Kwaliteitsborging 13.1 De Bedrijfsvoeringsorganisatie draagt zorg voor een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van de verantwoordelijkheden, zoals vermeld in artikel 5 van deze Regeling. 13.2 De Bedrijfsvoeringsorganisatie en de Deelnemers maken hierover afspraken op het gebied van diensten, producten en samenwerking, en hebben hierover structureel overleg.

levering en de uitvoering van diensten aan niet-Deelnemers; b. Het voorbereiden van de besluiten van het Bestuur; c. Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Deelnemers en het Bestuur over de uitvoering van de Regeling. 6. De Bedrijfsvoeringsorganisatie maakt afspraken met de Gemeenten over de dienstverlening, inclusief een nadere regeling van verantwoordelijkheden en afspraken. 7. De Bedrijfsvoeringsorganisatie hanteert een of meer kwaliteitssystemen. 8. Indien sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig c.q. onrechtmatig handelen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie ten aanzien van één of meer Gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, wordt dit door het Bestuur zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na het constateren van de geleden of dreigende schade, bij het betreffende College of de betreffende Colleges gemeld. 9. Het Bestuur draagt zorg voor beperking en zo mogelijk het herstel van geleden schade. 10. In het verlengde van hetgeen bepaald is in lid 7, draagt de Bedrijfsvoeringsorganisatie zorg voor een adequate verzekering van de risico’s die samenhangen met de uitvoering van zijn taken en die niet vallen onder de dekking van

Niet bestuur

Artikel komt in verordening Staat in DVO

Staat in de DVO, hier schrappen

Staat in de wet - Actieve info plicht

Onduidelijk artikel + deels geborgd in de VO, hier schrappen

Klopt niet, schrappen de aansprakelijkheidsverzekering van de Gemeenten. 11. Over de wijze van afhandeling van aan (vertegenwoordigers van) de Bedrijfsvoeringsorganisatie toe te rekenen schade die in het kader van de uitvoering van de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is ontstaan, maar niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt Hoe dan? besloten door het Bestuur, zulks onverlet de mogelijkheid voor een Gemeente om de Onduidelijk artikel, hier schrappen Bedrijfsvoeringsorganisatie aansprakelijk te stellen en rechtsmaatregelen te treffen.

Voorzitter Artikel 13

Artikel 10 Aanwijzing en ontslag Aanwijzing en ontslag

1. Telkens na de landelijke gemeenteraadsverkiezing worden de leden van het Bestuur door de Colleges aangewezen. In vervolg daarop wijst het Bestuur, gehoord de Colleges, de voorzitter aan en bepaalt daarbij de periode van het voorzitterschap indien deze korter is dan de periode tot de eerstvolgende gemeentraadsverkiezing. 2. In afwijking van het eerste lid is vanaf de inwerkingtreding van de Regeling de voorzitter het door het College van

Plaats is verandert

5. Telkens na gemeenteraadsverkiezingen worden de leden van het Bestuur door de Colleges aangewezen. In vervolg daarop wijst het Bestuur, gehoord de Colleges, de voorzitter aan en bepaalt daarbij de periode van het voorzitterschap indien deze korter is dan de periode tot de eerstvolgende gemeentraadsverkiezing. 6. Waarneming van het Bestuur wordt binnen de colleges van de Deelnemers opgelost. 7. Het Bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter.

Nissewaard aangewezen lid van het Bestuur tot aan de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezing. 3. Waarneming van het Bestuur wordt binnen het Bestuur opgelost. 4. Het Bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter.

Artikel 14

Onlogisch, schrappen. Waarom College Nissewaard?

Bevoegdheden voorzitter

Staat allemaal in RvO, in de GR schrappen 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Bestuur. 2. De voorzitter tekent samen met de secretaris alle stukken die van het Bestuur uitgaan. Rvo 3. Voorts is de voorzitter, naast het leiden van de vergaderingen van het Bestuur, belast met: a. het terstond ter tafel brengen van alle tot het Bestuur gerichte brieven en andere Staat in RvO stukken; b. het daadwerkelijk doen uitvoeren van de besluiten van het Bestuur; c. het zo nodig instellen van een onderzoek, voordat bepaalde zaken ter overweging en beslissing worden voorgelegd aan het Bestuur.

Artikel 11 Bevoegdheden van de voorzitter De bevoegdheden van de voorzitter zijn opgenomen in het reglement van orde.

Artikel 15 Vertegenwoordiging door de voorzitter

1. De voorzitter vertegenwoordigt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte. 2. De voorzitter kan de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon of personen. 3. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding, waarbij de Bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, wordt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in dit rechtsgeding door een ander door het Bestuur aan te wijzen lid van dit Bestuur vertegenwoordigd.

Art 33d lid 1 Wgr, dus schrappen

Art 33d lid 2. Wgr dus schrappen

Artikel 12 Vertegenwoordiging door de voorzitter Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding, waarbij de Bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, wordt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in dit rechtsgeding door een ander door het Bestuur aan te wijzen lid van dit Bestuur vertegenwoordigd.

Secretaris, directeur en personeel Secretaris/directeur Artikel 16

De secretaris

1. De directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie fungeert als secretaris van het Bestuur.

Artikel 13 De secretaris De directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie fungeert als secretaris van het Bestuur.

2. De secretaris is in de vergaderingen van het Bestuur aanwezig, tenzij het Bestuur anders beslist. 3. De secretaris staat het Bestuur bij de uitoefening van zijn taak terzijde. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris medeondertekend. 4. Het Bestuur voorziet in een vervangingsregeling ten aanzien van de secretaris.

Artikel 17

Staat in RvO Schrappen

Staat in Rvo, schrappen

Staat in RvO, schrappen

De directeur

1. De directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur benoemd. 2. Het Bestuur voorziet in een vervangingsregeling ten aanzien van de directeur. 3. De bevoegdheid tot schorsing of ontslag van de directeur berust bij het Bestuur. 4. De instructie van de directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur vastgesteld.

Instructie directeur wordt onderdeel van de organisatieverordening

Artikel 15 De directeur 15.1 De directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur benoemd. 15.2 Het Bestuur voorziet in een vervangingsregeling ten aanzien van de directeur. 15.3 De bevoegdheid tot schorsing of ontslag van de directeur berust bij het Bestuur. 15.4 De organisatieverordening inclusief de instructie aan de directeur wordt door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie vastgesteld.

Artikel 18 Taken en bevoegdheden directeur

Artikel 17 directeur

1. De directeur is namens het Bestuur belast met de integrale dagelijkse leiding over de organisatie en de procesvoering ten aanzien van de (geïntegreerde) voorbereiding en uitvoering van de taken, als bedoeld in artikel 5. 2. De directeur staat het Bestuur en de voorzitter bij in de hun opgedragen taken en kan gemachtigd worden om namens hen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, bepaalde besluiten te nemen en om bepaalde stukken die namens het Bestuur uitgaan namens het Bestuur te ondertekenen.

3. De directeur is namens het Bestuur belast met de integrale dagelijkse leiding over de organisatie en de procesvoering ten aanzien van de (geïntegreerde) voorbereiding en uitvoering van de taken, als bedoeld in artikel 5. 4. De directeur staat het Bestuur en de voorzitter bij in de hun opgedragen taken en kan gemachtigd worden om namens hen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, bepaalde besluiten te nemen en om bepaalde stukken die namens het Bestuur uitgaan namens het Bestuur te ondertekenen.

Personeel Artikel 19 Aanstellen overig personeel/formatie

1. De formatie van de ambtelijke organisatie wordt, binnen de door het Bestuur vastgestelde begroting, vastgesteld door het Bestuur.

Taken en bevoegdheden

Reeds benoemd bij bevoegdheden Bestuur en directeur, artikel kan weg

2. Het Bestuur regelt de inrichting en de organisatie van het ambtelijk apparaat van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.

Artikel 20

Rechtspositie personeel Artikel 14

1. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is lid van de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties (WSGO). Op het personeel is van toepassing de cao samenwerkende gemeentelijke organisaties (cao SGO). 2. De bevoegdheden ten aanzien van het personeel worden uitgeoefend door het Bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 10, lid 5 en artikel 18, lid 2. 3. Het Bestuur stelt, in aanvulling op de in lid 1. bedoelde cao, een Personeelshandboek vast.

Rechtspositie personeel

4. De Bedrijfsvoeringsorganisatie is lid van de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijkje organisaties (WSGO). Op het personeel is van toepassing de cao samenwerkende gemeentelijke organisaties (cao SGO). 5. De bevoegdheden ten aanzien van het personeel worden uitgeoefend door het Bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 10, lid 5 en artikel 18, lid 2. 6. Het Bestuur stelt, in aanvulling op de in lid 1. bedoelde cao, een Personeelshandboek vast.

Financiële bepalingen Artikel 17 Artikel 21

Financiële bijdragen

1. Het Bestuur stelt een Bijdrageverordening vast. Deze verordening bevat in ieder geval nadere regels betreffende de wijze en in welke mate de Deelnemers financieel

17.1

Financiële bijdragen

Het Bestuur stelt een financiële verordening vast. Deze verordening bevat in ieder geval nadere regels betreffende de wijze en in welke mate de Deelnemers financieel bijdragen aan de middelen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.

17.2

bijdragen aan de middelen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 2. Onderdeel van de in het vorige lid genoemde verordening is de financiële verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel wordt vastgesteld door het Bestuur na instemming door de Colleges.

Onderdeel van de in het vorige lid genoemde verordening is de financiële verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel wordt vastgesteld door het Bestuur na instemming door de Colleges.

Artikel 18 Artikel 22

Gemeentewet

1. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet niet is afgeweken. 2. Het Bestuur stelt in dat kader de vereiste verordeningen vast. 3. In de verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet wordt in ieder geval geregeld dat minimaal één keer per jaar aan de Deelnemers de stand van zaken over de uitvoering van de begroting wordt gerapporteerd (financieel en inhoudelijk).

Artikel 23 Financiële verantwoordelijkheid

1. Het Bestuur stelt een Financiële Verordening vast.

Verwijzing reeds aal het begin genoemd, kan hier weg.

Overbodig; Bestuur stelt alle verordeningen vast.

Gemeentewet

In de verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet wordt in ieder geval geregeld dat minimaal één keer per jaar aan de Deelnemers de stand van zaken over de uitvoering van de begroting wordt gerapporteerd (financieel en inhoudelijk).

Artikel 19 Financiële verantwoordelijkheid

1. Het Bestuur stelt een Financiële Verordening vast. 2. De Deelnemers dragen er zorg voor dat de Bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

2. De Gemeenten dragen er zorg voor dat de Bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over Deelnemers i.p.v. Gemeenten voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen Begroting is leidend; wat betekent dat? voldoen. Weglaten. De door het Bestuur vastgestelde begroting is daarbij leidend. 3. Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, doet het Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 24

Kadernota

Het Bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders van de begroting door tussenkomst van de Colleges aan de Raden.

Art 34 b, de toevoeging is door tussenkomst van colleges.

Staat in de Wet. Artikel schrappen Artikel 25 Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting

1. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. 2. Het Bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat deze door het

Overbodig Art 35 rest overbodig

3. Indien een Deelnemer weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, doet het Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Bestuur wordt vastgesteld door tussenkomst van de Colleges toe aan de Raden. De ontwerpbegroting wordt door de Colleges voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen (digitaal) verkrijgbaar gesteld. De Raden kunnen bij het Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het Bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient. Na vaststelling van de begroting zendt het Bestuur de begroting aan de Raden, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Het Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. De begroting kan zo nodig in de loop van het kalenderjaar worden gewijzigd, met dien verstande dat in dat geval inzending aan Gedeputeerde Staten niet voor 1 augustus hoeft plaats te vinden. Het bepaalde in het tweede, derde, vierde en zesde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting vanaf € 250.000,00 gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt.

250k weghalen en alle begrotingswijzigingen staan voor zienswijze open.

Staat in de wet, artikel schrappen Artikel 26

Jaarrekening

Art 34 lid 3 1. Het Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het Bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, door tussenkomst van de Colleges een voorlopige jaarrekening aan de Raden. De Raden kunnen bij het Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie hun zienswijzen over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen. 3. Het Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 27

Reserves en voorzieningen

1. Reserves en voorzieningen worden overeenkomstig de door het Bestuur daartoe uitgevaardigde richtlijnen gevormd. Deze richtlijnen zijn opgenomen in de door het Bestuur vast te stellen Nota reserves en voorzieningen.

Anders dan wet. Zienswijze op jaarstukken is terugblik. Past meer in een evaluatie artikel.

Geregeld in verordening

Artikel 20 Reserves en voorzieningen

Wordt opgenomen in organisatieverordening

Reserves en voorzieningen worden geregeld in de organisatie verordening Syntrophos

Alleen Raden, deelnemers zijn reeds vertegenwoordigd in bestuur.

Artikel 21

2. Deze nota behoeft voorafgaande goedkeuring van de Colleges en Raden.

Toetreding, uittreding, wijziging en opheffen Artikel 28

Toetreding

1. Toetreding tot de Regeling vindt plaats bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de Deelnemers alsmede het college van de potentieel deelnemende gemeente, na verkregen toestemming van de Raden en de raad van de potentieel deelnemende gemeente. 2. Het Bestuur doet een voorstel aan de Deelnemers tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden. Tot deze voorwaarden behoort in ieder geval hetgeen op grond van artikel 12 is geregeld en van kracht is voor en in het jaar van toetreding. 3. Het Bestuur stelt een toetredingssom vast voor toetreding en de bijdrage na de toetreding. De gevolgen van de toetreding worden in de Bijdrageverordening verwerkt. 4. De toetreding treedt in werking op een in overleg tussen het Bestuur en de

Verwijzing naar art 12 weg; onlogisch

Toetreding

6. Toetreding tot de Regeling vindt plaats bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de Deelnemers alsmede het college van de potentieel deelnemende gemeente, na verkregen toestemming van de Raden en de raad van de potentieel deelnemende gemeente. 7. Het Bestuur doet een voorstel aan de Deelnemers tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden. 8. Het Bestuur stelt een toetredingssom vast voor toetreding en de bijdrage na de toetreding. De gevolgen van de toetreding worden in de Bijdrageverordening verwerkt. 9. De toetreding treedt in werking op een in overleg tussen het Bestuur en de toetredende deelnemer(s) te bepalen tijdstip, dat niet ligt voor het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt. 10. Indien toetreding plaatsvindt door een orgaan, dat ingevolge de Wet tot toetreding bevoegd is, anders dan een college van burgemeester en wethouders, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing. Indien een ander orgaan, dan een college van burgemeester en wethouders,

toetredende deelnemer(s) te bepalen tijdstip, dat niet ligt voor het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt. 5. Indien toetreding plaatsvindt door een orgaan, dat ingevolge de Wet tot toetreding bevoegd is, anders dan een college van burgemeester en wethouders, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing. Indien een ander orgaan, dan een college van burgemeester en wethouders, toetreedt tot de Regeling dient te worden bezien of dit leidt tot technische aanpassingen van de Regeling en de daarmee samenhangende regelingen en uitvoeringsbesluiten.

Artikel 29

toetreedt tot de Regeling dient te worden bezien of dit leidt tot technische aanpassingen van de Regeling en de daarmee samenhangende regelingen en uitvoeringsbesluiten.

Uittreding

1. Iedere Deelnemer kan besluiten tot uittreding uit deze Regeling. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan zes jaar na de omzetting in een Bedrijfsvoeringsorganisatie, dan wel zes jaar na toetreding tot de Regeling. Bij het nemen van het besluit wordt artikel 1 van de Wet in acht genomen. 2. Uittreding geschiedt per 31 december van het jaar volgende op het tweede jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dit

22.1 Klopt dit?

22.2

Iedere Deelnemers kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke uittreding uit deze Regeling, verder te noemen “uittreding”, na verkregen toestemming van de Raden en de raad van de potentieel uittredende gemeente. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan zes jaar na het ontstaan van de omzetting in een Bedrijfsvoeringsorganisatie, dan wel zes jaar na toetreding tot de Regeling. Bij het

3.

4.

5. 6.

7.

8.

geldt niet wanneer de Deelnemers hierover andere afspraken maken. Alvorens een Deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe overleg met de andere Colleges gevoerd. In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de Deelnemer wenst uit te treden. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht aan het Bestuur. De uittredende Deelnemer betaalt de schade die de achterblijvende Deelnemers als gevolg van de uittreding lijden. De uittredingssom wordt door een bindend advies vastgesteld door een commissie van drie onafhankelijke deskundigen die worden aangewezen door het Bestuur. Het Bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding. Een uittredende Deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. Van elk definitief besluit tot uittreding wordt terstond kennis gegeven aan de overige Colleges en hun Raden en Gedeputeerde Staten.

22.3

22.4

22.5

22.6

nemen van het besluit wordt artikel 1 van de Wet in acht genomen. Alvorens een Deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe overleg met de andere Colleges gevoerd. In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de Deelnemer wenst uit te treden. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht aan het Bestuur. De uittredende Deelnemer betaalt de schade die de achterblijvende Deelnemers als gevolg van de uittreding lijden. De uittredingssom wordt door een bindend advies vastgesteld door een commissie van drie onafhankelijke deskundigen die worden aangewezen door het Bestuur. Het Bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding. Het bindend advies bevat in elk geval de volgende elementen: – eventueel nog te verrekenen bedragen, uitgaande van de bestaande systematiek voor de berekening van de financiële bijdrage per Deelnemer; – kosten in verband met mogelijk doorlopende verplichtingen; - frictiekosten die redelijkerwijs zijn toe te rekenen aan de uittreding, waarbij in

beginsel als uitgangspunt geldt: mens volgt werk; – een mogelijke financiële afbouwregeling voor de uittredende Deelnemer; - gevolgen voor huisvesting van de bedrijfsvoeringsorganisatie; - het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 22.7 Een uittredende Deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 22.8 Van elk definitief besluit tot uittreding wordt terstond kennis gegeven aan de overige Colleges en hun Raden en Gedeputeerde Staten. 22.9 De gehele procedure voor gedeeltelijke en gehele uittreding staat beschreven in de organisatieverordening Syntrophos.

Artikel 30

Wijziging

1. Een voorstel aan de Deelnemers tot wijziging van deze Regeling kan worden gedaan door het Bestuur of door tenminste één van de Deelnemers.

2. De Deelnemers dienen met eensluidende besluiten unaniem in te stemmen met een besluit tot wijziging van deze Regeling met inachtneming van artikel 1 van de Wet. 3. De wijziging van de Regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de Bedrijfsvoeringsorganisatie bekend is gemaakt.

Artikel 31

Opheffing

1. De Regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van alle Deelnemers met inachtneming van artikel 1 van de Wet. 2. Het Bestuur stelt, de Raden van de Deelnemers gehoord, binnen zes maanden na de in lid 1 genoemde besluiten, een liquidatieplan vast en regelt de vereffening van het vermogen. 3. De Bedrijfsvoeringsorganisatie blijft , zo nodig, na het tijdstip van de beëindiging in functie totdat de liquidatie is afgerond.

Archiefbescheiden Artikel 32

Archief

+ toevoeging: ”Tot 1 juli 2024 geldt de archiefwet 1995 en vanaf 1 juli 2024 geldt de archiefwet 2021.”

1. Het Bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de Regeling, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 2. Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het Bestuur een archiefverordening vast, die aan Gedeputeerde Staten wordt medegedeeld. 3. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 4. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het Bestuur een archiefbewaarplaats en een e-depot aan. 5. De secretaris van het Bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Regeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats of het e-depot. 6. Ten aanzien van de in het vorige lid genoemde archiefbescheiden, is, onder de bevelen van het Bestuur, de archivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening als bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen.

Artikel 25

Artikelnummers weghalen ivm onderhoudbaarheid.

Er is een nieuwe Archiefwet 2021 Wat zijn de gevolgen van deze wetswijziging? Verhuist naar verordening

Archief

Het archiefbescheiden wordt geregeld in de organisatie verordening Syntrophos

7. Het Bestuur benoemt als archivaris de door het bestuur van het Streekarchief aangestelde archivaris.

Geschillen en klachten Artikel 33

Geschillenregeling

1. In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet geldt eerst de in dit artikel beschreven procedure, alvorens het geschil wordt voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. 2. Indien een geschil ontstaat treden het Bestuur en het College van de betreffende Gemeente(n) terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen. 3. Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een advies uit aan het Bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken bestuursorganen. 4. Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen in overleg teneinde te trachten tot een oplossing te

Artikel 26

Geschillenregeling

6. In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet geldt eerst de in dit artikel beschreven procedure, alvorens het geschil wordt voorgelegd aan Gedeputeerde Staten. 7. Indien een geschil ontstaat treden het Bestuur en het College van de betreffende Gemeente(n) terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen. 8. Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een advies uit aan het Bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken bestuursorganen. 9. Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen in overleg teneinde te trachten tot een oplossing te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk van de partijen vrij om het geschil overeenkomstig artikel 28 van de Wet voor te leggen aan Gedeputeerde Staten. 10. De kosten van de adviescommissie worden in gelijke delen door de conflicterende partijen gedragen.

komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk van de partijen vrij om het geschil overeenkomstig artikel 28 van de Wet voor te leggen aan Gedeputeerde Staten. 5. De kosten van de adviescommissie worden in gelijke delen door de conflicterende partijen gedragen.

Artikel 34

Klachtenregeling

1. Overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan een ieder een klacht indienen bij het Bestuur over gedragingen van het Bestuur en de medewerkers van de Bedrijfsvoeringsorganisatie. 2. Het Bestuur stelt een interne klachtenregeling vast. 3. Het Bestuur voorziet in een externe klachtenprocedure.

Slot- en overgangsbepalingen

Opgenomen in organisatieregeling, kan hier weg

Weg

Artikel 35

Duur Regeling

Artikel 27

1. Deze Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het College van de gemeente Nissewaard zendt de Regeling naar Gedeputeerde Staten. 3. Het College bedoeld in het vorige lid draagt tevens zorg voor bekendmaking van de Regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet. 4. Het tweede en derde lid van dit artikel zijn van toepassing op besluiten tot wijziging en opheffing van deze Regeling alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. 5. De Deelnemers nemen de Regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27 van de Wet.

Artikel 36

Werking besluiten van het voormalig algemeen en dagelijks bestuur

1. Besluiten van het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos van vóór de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos in die van Bedrijfsvoeringsorganisatie, waarbij taken of bevoegdheden zijn overgedragen aan het dagelijks bestuur van de

Duur Regeling

6. Deze Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 7. Het College van de gemeente Nissewaard zendt de Regeling naar Gedeputeerde Staten. 8. Het College bedoeld in het vorige lid draagt tevens zorg voor bekendmaking van de Regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet. 9. Het tweede en derde lid van dit artikel zijn van toepassing op besluiten tot wijziging en opheffing van deze Regeling alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. 10. De Deelnemers nemen de Regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27 van de Wet.

Irrelevant artikel, schrappen

Artikel 28

Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze Regeling of de Wet niet voorziet, beslist het Bestuur.

Artikel 29

Inwerkingtreding

Deze Regeling treedt in werking op .

Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos komen te vervallen. 2. Door het algemeen of dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos vastgestelde mandaatbesluiten van vóór de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos in die van Bedrijfsvoeringsorganisatie blijven van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld door het Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.

Artikel 37

Onvoorziene gevallen

In alle gevallen waarin deze Regeling of de Wet niet voorziet, beslist het Bestuur.

Artikel 38

Inwerkingtreding

Deze Regeling treedt in werking op 1 juli 2020.

Artikel 39

Citeertitel

De Regeling wordt aangehaald als: “Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos” of “GR Syntrophos”.

Artikel 30

Citeertitel

De Regeling wordt aangehaald als: “Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos” of “GR Syntrophos”.

Opgemaakt in viervoud en aldus vastgesteld op 1 juli 2020. Burgemeester en wethouders van de gemeente Brielle, de secretaris, de burgemeester,

N. van Waart

G. Rensen

Burgemeester en wethouders van de gemeente Hellevoetsluis, de loco-secretaris, de burgemeester,

S.J.A Bronsveld Junius

M.C.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, de secretaris, de burgemeester,

M.L.M. Weerts Oosten

F. van

Burgemeester en wethouders van de gemeente Westvoorne, de loco-secretaris, de burgemeester,

P.A. van de Wurff Jong

P.E. de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13033046/1