Startnotitie Warmtetransitie
Tekst van het document
STARTNOTITIE WARMTETRANSITIE Voorne aan Zee, 1 april 2025
Zaaknummer 68228-2025
Onderwerp: Startnotitie voor de Warmtetransitie in Voorne aan Zee, binnen het Programma Energietransitie Primaathouder (afdeling) Portefeuillehouder MT
: Programma Energietransitie : Peter Schop : Gerda Bathoorn
Aanleiding beleidsontwikkeling Met de ondertekening van het Klimaatakkoord en de inwerkingtreding van de Klimaatwet zijn gemeenten verplicht om de emissie van broeikasgassen te reduceren en een schone aardgasvrije warmtevoorziening te realiseren. Nederland heeft de ambitie vastgelegd om in 2050 een klimaatneutraal energiesysteem te hebben. Voor de gebouwde omgeving houdt dit onder meer in dat het gebruik van aardgas voor de verwarming van de binnenruimte en voor warm tapwater tot 2050 geheel moet worden afgebouwd en vervangen door een schone warmteoplossing. De warmtetransitie is een essentieel onderdeel van de energietransitie in Nederland. Gemeenten hebben een cruciale regierol toebedeeld gekregen. Voor de gemeente Voorne aan Zee is het van belang om deze transitie niet alleen te zien als een klimaatopgave, maar vooral als een kans om onze inwoners en bedrijven te ondersteunen in de zoektocht naar betaalbare, betrouwbare en nieuwe energie en schone warmte. Uit het Klimaatakkoord volgde ook de verplichting voor iedere gemeente om uiterlijk 2021 een transitievisie warmte gereed te hebben. In 2020 presenteerden de voormalige gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne samen met gemeente Nissewaard de Warmtetransitievisie Voorne-Putten, waarmee een eerste beleidsvisie op de warmtetransitie werd vastgesteld.
Ook in het collegeprogramma 2023-2026 en in de Omgevingsvisie van Voorne aan Zee (bijlage 1) is vastgelegd dat de gemeente inzet op aardgasvrije warmte. De volgende stap is het vertalen van de Warmtetransitievisie naar concretere plannen voor alle wijken (inclusief bedrijventerreinen) in Voorne aan Zee, en de uitvoering van deze plannen. Bijlage 2 toont een aantal belangrijke afwegingen die in beschouwing worden genomen bij deze vertaalslag. De wet- en regelgeving rondom de warmtetransitie is in ontwikkeling. De wetten die nu nog in concept zijn beogen ondersteuning te bieden aan gemeenten en de mogelijke oprichting van een warmtebedrijf zal richting geven aan de toekomstige warmtevoorziening. Bij de vormgeving van de warmtetransitie vormen maatschappelijke waarden als betaalbaarheid, betrouwbaarheid en solidariteit voor onze gemeente het uitgangspunt. In het participatieproces voor de Warmtetransitievisie hebben inwoners deze maatschappelijke waarden als kernprincipes ingebracht. De overgang naar schone en aardgasvrije warmte moet bovendien toegankelijk en haalbaar zijn voor zowel inwoners en bedrijven als voor de gemeente.
Doel van de startnotitie Met het vaststellen van deze notitie markeert de gemeenteraad de start van een versterkte inzet op de warmtetransitie in Voorne aan Zee. De startnotitie beschrijft de uitgangspunten en actielijnen die worden ingezet om duidelijkheid te kunnen bieden aan inwoners en bedrijven, en die het commitment van de gemeenteraad voor deze inzet moeten waarborgen. Inleiding De overstap naar schone warmte is een complexe opgave, waarbij de gemeente een belangrijke regierol vervult. Die regierol heeft betrekking op de manier waarop de gemeente omgaat met warmtebronnen, collectieve warmtenetten, marktordening, fasering, de gebouwde en nog te bouwen omgeving, op initiatieven van bewoners(groepen) zelf en over de visie op de warmteopties in gebieden, wijken of buurten. Bijlage 3 zet de verantwoordelijkheden uiteen die voortvloeien uit de regierol die de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen (WCW, in ontwikkeling) en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) aan gemeenten toebedelen. De gemeente staat in deze transitie voor belangrijke beslissingen die de zelfvoorziening, ruimtelijke inrichting en financiën beïnvloeden. Er zijn op elk vlak verschillende opties om uit te kiezen, en het is van groot belang om deze keuzes bewust en in samenhang te maken. Deze keuzes raken immers niet alleen de eigen energievoorziening, maar ook het bredere energiesysteem.
Een beslissing die op lokaal niveau of zelfs in één woonkern binnen de gemeente gunstig lijkt, kan op gemeentelijk of regionaal niveau knelpunten veroorzaken – en andersom. Daarom is het essentieel dat lokale keuzes niet alleen worden afgestemd op hun effecten binnen, maar ook buiten de gemeentegrenzen en dat daarbij gestreefd wordt naar een gezamenlijke aanpak. De keuzes die moeten worden gemaakt worden bovendien sterk beïnvloed door ontwikkelingen zoals netcongestie, isolatie en energiebesparing, ruimtelijke inpassing boven en onder de grond, glastuinbouw, financiële middelen en socioeconomische factoren, regionale en (geo)politieke ontwikkelingen en innovaties en, natuurlijk, tijd. Voorne aan Zee neemt de regie, zorgt voor dialoog en samenwerking en gaat vooral ook concreet aan de slag. Voorne aan Zee moet in 2050 aardgasvrij zijn. De gemeente heeft geen invloed op dit einddoel. Niets doen is dan ook geen optie. Zij heeft echter wél de regie over de manier waarop deze doelstelling lokaal op een haalbare, betaalbare en rechtvaardige wijze wordt gerealiseerd. Inwoners en bedrijven moeten niet in de kou komen te staan. Daarnaast stelt de Warmtetransitievisie Voorne-Putten dat zeker de kansrijke wijken in 2030 aardgasvrij-ready moeten zijn.
Deze doelen onderschrijven de urgentie om de voortgang van de warmtetransitie te versnellen en inwoners en bedrijven de nodige duidelijkheid en een (handelings)perspectief te bieden. Om de warmtetransitie in Voorne aan Zee zorgvuldig vorm te geven worden verschillende actielijnen de komende tijd verder onderzocht en uitgewerkt.
2
Deze startnotitie richt zich op vier belangrijke actielijnen binnen de warmtetransitie, waarvan de onderstaande (deel)projecten grotendeels tegelijkertijd en in samenhang worden doorlopen: 1. Ontwikkeling bronnenstrategie In beeld brengen van het warmteaanbod binnen de gemeente en in de regio; 2. Gebiedsgerichte aanpak Verkenning van lokale warmteprojecten; 3. Ontwikkeling warmtebedrijf Onderzoek naar de rol van een publiek warmtebedrijf, met aandacht voor regie, betaalbaarheid en organisatie van de warmtevoorziening; 4. Borgen wet- en regelgeving en werkprocessen Ontwikkeling van het Warmteprogramma, waarin al deze inzichten samenkomen en de kaders en vervolgstappen voor de uitvoering van de warmtetransitie worden vastgelegd. Deze actielijnen krijgen vorm op basis van een aantal strategische doelstellingen. Strategische doelstellingen De strategische doelstellingen van de warmtetransitie in Voorne aan Zee zijn gebaseerd op eerdere besluitvorming en in lijn met de ambities van het collegeprogramma:
Duidelijkheid voor inwoners en bedrijven: de gemeente Voorne aan Zee zorgt voor heldere en transparante communicatie over de warmtetransitie, zodat inwoners en bedrijven goed geïnformeerd zijn over de mogelijke toekomstige warmteoplossingen in hun wijk, de afweging van opties, hun invloed op deze afweging, en hoe zij zich op de warmtetransitie kunnen voorbereiden (participatie, handelingsperspectief en keuzevrijheid). Dit is cruciaal voor het creëren van vertrouwen en betrokkenheid. Betaalbaarheid: De warmtetransitie moet kostenefficiënt zijn, zodat de woonlasten voor inwoners en de kosten voor bedrijven niet onnodig stijgen. De gemeente zet zich in om een betaalbare energievoorziening te waarborgen, die aansluit bij de doelstellingen van het collegeprogramma en de maatschappelijke waarden. Solidariteit: Niemand komt in de kou te staan. Voor alle inwoners moet aardgasvrije warmte toegankelijk worden, ongeacht hun sociale of economische situatie. Dit sluit aan bij de waarden van betrokkenheid en zorg voor elkaar die in het collegeprogramma worden benadrukt. Verschillende perspectieven van energierechtvaardigheid worden meegenomen in de afweging van warmteoplossingen.
Programmatische aanpak: De versterking van de warmtetransitie vormt één van de Programmalijnen binnen het Programma Energietransitie van gemeente Voorne aan Zee (figuur 1), dat opereert vanuit een bestuursopdracht en een programmaplan (in ontwikkeling). Dit programma is gericht op de realisatie van de landelijke klimaatdoelstellingen en het bevorderen van een schone energievoorziening in onze gemeente. Daarbij speelt ook de regionale programmering van het energiesysteem een belangrijke rol. Binnen de integrale programmatische aanpak komen niet alleen de technische en duurzame aspecten van de energie- en warmtetransitie aan bod, 3
maar ook de sociale en economische impact. De projecten en activiteiten binnen de overige deelprogramma's van het Programma Energietransitie, waaronder ‘Isoleren en Besparen’ en ‘Netcongestie’ zijn mede voorwaardelijk voor het behalen van de doelstellingen in de Programmalijn ‘Warmte’. Zo draagt het Programma Energietransitie bij aan een zo soepel mogelijk verlopende transitie naar schone warmte en nieuwe energie.
Figuur 1: De positie van de actielijnen binnen de Programmalijn Warmte en het Programma Energietransitie
Activiteiten binnen de vier actielijnen De activiteiten die de komende tijd vanuit de Programmalijn Warmte van het Programma Energietransitie verder worden onderzocht en uitgewerkt (figuur 1), vormen een samenhangende aanpak in de richting van een aardgasvrij Voorne aan Zee. 1. Ontwikkeling bronnenstrategie: In beeld brengen van het warmteaanbod binnen de gemeente en in de regio Uit de Warmtetransitievisie Voorne-Putten en studies die sindsdien zijn uitgevoerd is al redelijk veel bekend over de warmtevraag in Voorne aan Zee. Om daadwerkelijk voor de toekomst keuzes per wijk te kunnen gaan maken is een nog beter beeld nodig van de kwantitatieve en kwalitatieve warmtevraag in onze gemeente en de mogelijke warmtebronnen die ingezet kunnen worden. Wat is er al wel bekend?
a. Warmtevraag Voorne aan Zee wordt gekenmerkt door verspreid liggende woonkernen, monumentale vestingen, en een glastuinbouwcluster dat op zichzelf instaat voor een significante warmtevraag. De wooncorporaties, waaronder het gemeentelijk Woonbedrijf, realiseren hun eigen verduurzamingsopgave. De warmtevraag van woningen en gebouwen kan veranderen door ontwikkelingen in de woningbouw en doordat inwoners en gebruikers gaan besparen op energie, isolatie aanbrengen of zelf al een aardgasvrije warmteoplossing kiezen. 4
b. Warmte-aanbod In en in de nabijheid van Voorne aan Zee zijn diverse schone warmtebronnen voorhanden. Er zijn al twee aardwarmtebronnen aangesloten aan collectieve warmtenetten voor de glastuinbouw en daarnaast zijn er vanwege de vanuit Rijkswege verleende concessies mogelijkheden voor extra boringen. Verder komt er mogelijk restwarmte vrij uit schone ontwikkelingen in het havengebied (HIC), waarvan een deel benut zou kunnen worden in de gemeente. Dankzij de verscheidenheid aan duurzame warmtebronnen bevindt Voorne aan Zee zich in een gunstige positie. c. Regionaal warmtesysteem Ook in regionaal verband worden de mogelijkheden voor warmtesystemen verkend. In samenwerking met gemeente Nissewaard worden de mogelijke scenario’s voor een warmtesysteem in Voorne-Putten onderzocht. Daarnaast wordt ook in breder regionaal en provinciaal verband geprogrammeerd voor een robuust en betaalbaar warmtesysteem. 2. Gebiedsgerichte aanpak: Verkenning van lokale warmteprojecten In de Warmtetransitievisie is voor de voormalige gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne een aantal wijken aangemerkt als kansrijk voor aardgasvrij verwarmen. Het betreft Goudhoek (Oostvoorne), Oude Goote en Nieuwland (Brielle) en bedrijventerrein Kickersbloem (Hellevoetsluis). Sinds de vaststelling van de Warmtetransitievisie is aanvullend onderzoek uitgevoerd.
De komende tijd worden de mogelijkheden onderzocht om in deze en andere mogelijk kansrijke wijken schone warmteoplossingen te realiseren. De overige wijken in Voorne aan Zee zullen volgen, zodanig dat in 2050 de hele gemeente aardgasvrij zal zijn. In wijkuitvoeringsplannen wordt, met inbreng van bewoners en andere belanghebbenden, per wijk de beste aanpak uitgewerkt. 3. Ontwikkeling warmtebedrijf: Onderzoek naar de rol van een publiek warmtebedrijf, met aandacht voor regie, betaalbaarheid en organisatie van de warmtevoorziening De mogelijkheden van een warmtebedrijf worden onderzocht, als onderdeel van de warmtetransitie. De WCW bepaalt dat gemeenten een regierol hebben in de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen en waar nodig kunnen deelnemen in een warmtebedrijf. Daarnaast stelt de WGIW dat gemeenten actief moeten sturen op de overstap naar schone warmte en de organisatie hiervan. Het onderzoek richt zich op de haalbaarheid, governance-structuur en financiële consequenties van een mogelijk (semi-)publiek warmtebedrijf, met als doel een betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening voor inwoners en bedrijven van Voorne aan Zee. Daarbij wordt ook bekeken of het oprichten van een eigen (lokaal) warmtebedrijf wenselijk en haalbaar is, of dat aansluiting bij een bestaande (publieke) partij een betere optie biedt.
In een integrale aanpak worden hiertoe de kennis en energie benut die de gemeente binnen de diverse (beleids)afdelingen in huis heeft, aangevuld met externe expertise. 4. Borgen wet- en regelgeving en werkprocessen: Ontwikkeling van het Warmteprogramma, waarin al deze inzichten samenkomen en de kaders en vervolgstappen voor de uitvoering worden vastgelegd
5
Het Warmteprogramma valt als thematisch omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Daarmee kan de gemeente regels opstellen in het omgevingsplan (en andere beleidsinstrumenten) over de verduurzaming van de energievoorziening van bestaande gebouwen. Het Warmteprogramma bevat een terugblik en een vooruitblik, - inclusief de eventuele inzet van de aanwijsbevoegdheid- en staat zodoende aan de start van de gebiedsgerichte aanpak. Samenvattend worden in het Warmteprogramma verschillende aspecten uitgewerkt: Warmtevraag en -aanbod: Een gedetailleerd overzicht van de huidige en toekomstige warmtevraag in de gemeente en de beschikbare duurzame warmtebronnen (resultaten uit de activiteiten binnen actielijn 1) Gebiedsgerichte aanpak: Welke wijken komen op welke manier en op welk moment in aanmerking voor een schone warmteoplossing, inclusief prioritering en fasering (mede op basis van resultaten uit de activiteiten binnen actielijn 2) Technische en financiële haalbaarheid: Onderzoek naar geschikte warmteoplossingen per wijk, inclusief kostenramingen en bekostigingsmodellen Participatie en communicatie: De wijze waarop inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden betrokken worden bij de voorbereiding, besluitvorming en uitvoering Rol van een warmtebedrijf: Verkenning van de mogelijkheden en voorwaarden voor een publiek warmtebedrijf als potentiële uitvoeringspartner (resultaten
uit de activiteiten binnen actielijn 3) De inzichten uit de actielijnen vormen in belangrijke mate de voeding voor het Warmteprogramma. Het Warmteprogramma met bijbehorende planMER moeten uiterlijk 31 december 2026 worden vastgesteld. Daarom start nu het proces om een Warmteprogramma op te stellen, in samenwerking met een deskundige partij. Om de warmtetransitie succesvol te realiseren, is het van belang dat deze als een van de integrale uitgangspunt binnen de relevante gemeentelijke processen wordt geborgd. Zodra deze daadwerkelijk in werking treden, worden de WCW en WGIW lokaal geïmplementeerd en bepalen deze wetten de rol en verantwoordelijkheden van de gemeente bij de overstap naar schone warmte (bijlage 3). Op basis van de Omgevingsvisie Voorne aan Zee (bijlage 1) wordt de warmtetransitie bovendien een integraal onderdeel van ruimtelijke en strategische besluitvorming. Betrokkenheid van belanghebbenden De vereiste inzet van de gemeente richting aardgasvrije warmte in 2050 zal verschillende opeenvolgende beleidscycli overschrijden. Juist daarom is het van belang de uitgangspunten en actielijnen, de voortgang daarin, en het uitgesproken commitment richting de warmtetransitie regelmatig te benoemen. De gemeenteraad wordt dan ook niet enkel gevraagd om deze startnotitie vast te stellen, maar wordt gedurende de warmtetransitie regelmatig daarbij betrokken.
Daartoe worden op ambtelijk niveau de volgende inspanningen verricht:
Opzetten van een breed participatieproces: De warmtetransitie heeft een grote impact op inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden binnen de gemeente. Het succes valt of staat met hun bereidheid mee te doen. Daartoe wordt een zorgvuldig en uitvoerig participatieproces opgezet, waarbij inwoners, ondernemers, 6
woningcorporaties en andere stakeholders - niet in de laatste plaats de gemeenteraad - actief worden betrokken en aangemoedigd om deel te nemen aan de gesprekken over de warmtetransitie. Op die manier kan deze waardevolle input worden meegenomen in de planvorming en besluitvorming. Dit voornemen sluit aan bij het gemeentelijk participatiebeleid, dat de basis biedt voor een actieve betrokkenheid van onze gemeenschap. Een communicatie- en participatieplan wordt opgesteld voor zowel het Warmteprogramma als de Wijkuitvoeringsplannen die daaruit voort komen. Informeren van inwoners: Voorne aan Zee zet in op begrijpelijke en toegankelijke informatievoorziening voor inwoners, bedrijven en voor de gemeenteraad over de warmtetransitie en de implicaties hiervan, zodat het begrip toeneemt dat deze maatregelen niet alleen noodzakelijk zijn, maar ook kansen bieden voor een betaalbare en betrouwbare energievoorziening in de toekomst. Duidelijke communicatie: Voorne aan Zee zal transparant communiceren over de voortgang van de warmtetransitie en de impact daarvan op de gemeentelijke regie, financiën en op de woonlasten van inwoners. Dit bevordert inzicht, betrokkenheid en begrip binnen de gemeenschap.
Bij de totstandkoming van onder andere de Warmtetransitievisie Voorne Putten en de Omgevingsvisie zijn inwoners, ondernemers, woningcorporaties en andere belanghebbenden betrokken bij de plannen voor de energietransitie. De input die daarbij en sindsdien is opgehaald in de gemeenschap wordt ook meegenomen bij het vormgeven van de warmtetransitie en vormt mede de basis waarop verder wordt gebouwd in het participatietraject voor de actielijnen. Relevante kaders Wet- en regelgeving biedt een solide fundament én kaders voor een effectieve en inclusieve aanpak voor de warmtetransitie in Voorne aan Zee. De op dit moment meest relevante zijn de volgende: 1. Wet Collectieve Warmtevoorzieningen (WCW)1: Deze wet, die nog in ontwikkeling is, richt zich op het reguleren van collectieve warmtevoorzieningen en is van invloed op de opzet van lokale warmteprojecten en het oprichten van een warmtebedrijf. 2. Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) 2: Deze wet biedt gemeenten specifieke instrumenten en bevoegdheden om de warmtetransitie effectief vorm te geven en te implementeren. Het kan ondersteuning bieden bij het ontwikkelen van beleid en het aangaan van samenwerkingen. 3. Klimaatakkoord3: Het nationale Klimaatakkoord stelt doelen voor de reductie van CO2-uitstoot, waaronder de transitie naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving.
Gemeenten hebben hierbij onder andere de taak om plannen te maken voor het aardgasvrij maken van wijken. 4. Omgevingswet4: De Omgevingswet integreert verschillende wetten op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en natuur. Deze wet biedt kaders voor het gebiedsgericht aanpakken van de warmtetransitie, inclusief participatie en communicatie met inwoners.
1
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36576&cfg=wetsvoorsteldetails https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel%3A36387 3 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatakkoord/wat-is-het-klimaatakkoord 4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/omgevingswet 2
7
5. Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam – Den Haag 5: De gemeente Voorne aan Zee werkt met andere gemeenten, waterschappen en de provincie samen binnen de RES-regio Rotterdam – Den Haag om regionale ambities op te stellen voor duurzame energieopwekking, waaronder warmteprojecten. Deze ambitites geven richting aan lokale initiatieven, kennisdeling, afstemming en samenwerking. 6. Gemeentelijke Verordeningen en Beleid: Lokale verordeningen en beleidsdocumenten kunnen specifieke eisen en richtlijnen bevatten voor de warmtetransitie, zoals duurzaamheidseisen voor nieuwbouw en renovatie. In 2017 hebben de vier gemeenten op Voorne-Putten de Routekaart Duurzaam VoornePutten en in 2020 de Warmtetransitievisie Voorne-Putten vastgesteld. 7. Europese Richtlijnen: Europese regelgeving, zoals de richtlijn voor energieefficiëntie en de hernieuwbare-energierichtlijn, kan van invloed zijn op lokaal warmtebeleid en kan kaders bieden voor duurzame energieoplossingen. Daarnaast bieden rijksprogramma's zoals het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW), Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP-RES) en gremia als Nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (nMIEK) doorlopend aanvullende kennis(deling), samenwerking en handreikingen voor gemeenten in de warmtetransitie.
Planning De resultaten en inzichten uit de actielijnen vormen een belangrijke basis voor het Warmteprogramma. De planning van het Warmteprogramma binnen de warmtetransitie wordt in figuur 2 weergegeven. De WGIW schrijft voor dat het Warmteprogramma elke vijf jaar wordt geactualiseerd. Eind 2026 worden het eerste Warmteprogramma en de bijbehorende planMER conform de WGIW ter besluitvorming voorgelegd bij het College. De Raad wordt meegenomen in het besluit.
Figuur 2: Planning Warmteprogramma in de warmtetransitie Op dit moment loopt een aanbestedingprocedure voor het opstellen van het eerste Warmteprogramma. Zodra de gunning definitief is, worden de tussentijdse processtappen in de planning nader ingevuld.
5
https://www.resrotterdamdenhaag.nl/default.aspx De manier en vorm waarin regionale energiestrategieën in de toekomst worden voortgezet staan ter discussie. De opgaven en ambities staan en het belang van samenwerken, kennisdelen en onderlinge afstemming blijft. 8
De ontwikkeling van een bronnenstrategie (actielijn 1) zal de komende jaren blijven doorlopen richting een aardgasvrij Voorne aan Zee. Het is essentieel om regelmatig de warmtevraag en -aanbod in de gemeente te blijven onderzoeken en evalueren. Zo kan de gemeente bij de noodzakelijke fasering van warmteprojecten ook in de volgende warmteprogramma's en wijkuitvoeringsplannen weloverwogen keuzes maken. Bij de gebiedsgerichte aanpak (actielijn 2) wordt gestart met de kansrijke wijken, met name de wijken die zodanig aangewezen zijn in de Warmtetransitievisie Voorne-Putten. Andere wijken volgen daarna. Voor iedere wijk wordt binnen de in het Warmteprogramma voorgestelde fasering een Wijkuitvoeringsplan opgesteld, waarbij ook de gemeenteraad wordt betrokken. Het ontwikkelen van een warmtebedrijf (actielijn 3) start met het onderzoeken van de mogelijke rolneming en positionering van de gemeente in een (semi-) publiek warmtebedrijf. De gemeenteraad wordt hierin betrokken. Het borgen van wet- en regelgeving en werkprocessen (actielijn 4) is een doorlopend proces dat de komende jaren stapsgewijs wordt uitgewerkt en geactualiseerd, in lijn met nieuwe inzichten, wetgeving en beleidsontwikkelingen. Alle actielijnen worden parallel en deels ook in samenhang met elkaar ongeveer tegelijkertijd doorlopen.
Gezien de urgentie om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen en deadlines vanuit de wet- en regelgeving, is het van essentieel belang om via de actielijnen de warmtetransitie in Voorne aan Zee te versnellen. Voorne aan Zee kan deze planning realiseren, mits aan de volgende randvoorwaarden wordt voldaan: Voldoende (deskundige) capaciteit binnen de interne organisatie, bij de benodigde onderzoeksbureaus en bij de Commissie MER Medewerking van de benodigde organisatieonderdelen en stakeholders, zowel intern en extern, inclusief voortgang in de bestuurlijke besluitvorming Communicatie, participatie en draagvlak bij inwoners en bedrijven Flexibiliteit, evalueren, leren en bijstellen Benodigde randvoorwaarden vanuit de Rijksoverheid (wet- en regelgeving, instrumentarium, middelen) Financiën De voorgestelde actielijnen vallen binnen het Programma Energietransitie van onze gemeente. De benodigde personele capaciteit kan geheel worden betaald uit CDOKEgelden die door het voormalige Ministerie van EZK beschikbaar zijn gesteld. Voor de uitkering van middelen voor de periode 2026 - 2030 wordt een wettelijke regeling opgesteld, om daarmee gemeenten en provincies ook op langere termijn zekerheid te bieden. De CDOKE-gelden mogen alleen ingezet worden voor personele uren te besteden aan de energietransitie en niet aan materialen of materieel.
De besteding wordt jaarlijks verantwoord via SISA-verantwoording.
9
Bijlage 1. Citaat uit de Omgevingsvisie van gemeente Voorne aan Zee “Inzetten op het mogelijk maken van de warmtetransitie We onderzoeken de mogelijkheden van een warmtenet (geothermie of vanuit het Havencomplex – lange termijn) op Voorne-Putten. Voor een betrouwbaar en robuust systeem kijken we niet (enkel) naar of-of, maar vooral ook naar een combinatie van warmtebronnen. Daarnaast onderzoeken we of de afzonderlijke warmteclusters binnen het warmtesysteem op Voorne-Putten organisatorisch of ook fysiek met elkaar verbonden moet worden. In 2020 is op regionaal niveau de Warmtetransitievisie Voorne-Putten opgesteld. Voor de gehele gemeente zijn een aantal opsporingsvergunningen geothermie en twee winningsvergunningen afgegeven, waaronder in Vierpolders. Daarnaast biedt de warmtepomp individuele warmteoplossing of binnen een collectief warmtenet, eventueel gecombineerd met warmte-koude opslag, goede mogelijkheden. Aandachtspunt is wel de interventie, beeldkwaliteit en het geluid dat deze pompen kunnen produceren. Verder besteden we aandacht aan het ruimtebeslag van de warmtetransitie in steden en dorpen. De komende jaren werken we de Warmtetransitievisie verder uit naar Wijkuitvoeringsplannen. Hier kunnen ook kansen liggen voor het benutten van aquathermie, al wordt bij collectieve warmtenetten met name ingezet op geothermie en restwarmte.
Ook vanuit rioolwateringszuiveringsinstallaties (RWZI’s) kan, in aanvulling op de andere warmtebronnen, restwarmte geleverd worden. De warmte is relatief gemakkelijk uit te koppelen en in sommige gevallen nabij de warmtevraag beschikbaar, maar de temperatuur is laag. Het waterschap is in een positie om RWZI’s in te zetten als energy hubs waar energie kan worden opgeslagen en het energienet gebalanceerd kan worden.”
10
Bijlage 2. Belangrijke afwegingen bij de keuze voor een warmteoplossing (bron: provincie Zuid-Holland)
Vraagreductie - zo veel mogelijk inzetten op energiebesparing Lokale opwek - waar mogelijk (lokaal) benutten van hernieuwbare energie Kiezen voor de meest passende energiedrager Vraag en aanbod - energievraag en -aanbod trapsgewijs (lokaal, regionaal, provinciaal) bij elkaar brengen Maximale inzet op efficiënter benutten energie-infrastructuur Energievoorziening toegankelijk voor iedereen Samenhang energie en ruimte
11
Bijlage 3. Verantwoordelijkheden die voortkomen uit de regierol van de gemeente in de warmtetransitie In het kader van de warmtetransitie hebben de Nederlandse gemeenten specifieke verantwoordelijkheden. Deze vloeien voort uit de regierol die aan hen wordt toebedeeld door de Wet Collectieve Warmtevoorzieningen (WCW, in ontwikkeling) en de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW). Deze verantwoordelijkheden zijn essentieel voor het succesvol uitvoeren van de warmtetransitie: 1.
2.
3.
4.
5.
Plannen en coördinatie: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen van integrale plannen voor de warmtetransitie. Dit omvat het in kaart brengen van warmtevraag en warmteaanbod, evenals het coördineren van lokale warmteprojecten met een gebiedsgerichte aanpak. Voorne aan Zee geeft hier onder meer vorm aan door de actielijnen 1 en 2. Faciliteren van samenwerkingen: Gemeenten moeten samenwerking tussen verschillende partijen zoals energiebedrijven, woningcorporaties en inwoners faciliteren om de transitie gezamenlijk te realiseren. Dit omvat het oprichten van een warmtebedrijf indien nodig. Deze verantwoordelijkheid pakt Voorne aan Zee onder meer op door het opzetten van actielijn 3. Gemeenten Voorne aan Zee en Nissewaard organiseren bovendien gezamenlijk gebiedsconferenties met stakeholders om samenwerking te faciliteren en de warmtetransitie te helpen versnellen. Beleidsontwikkeling en uitvoering: De gemeente heeft de taak beleid te ontwikkelen dat de transitie naar duurzame warmtebronnen ondersteunt, en dit beleid effectief uit te voeren. Dit kan onder andere via het opstellen van een Warmteprogramma. Voorne aan Zee neemt deze verantwoordelijkheid onder meer door de uitvoering van actielijn 4, als volgende stap na de Warmtetransitievisie Voorne-Putten.
Communicatie en participatie: Naast duidelijke communicatie over de voortgang en impact van de transitie, moeten gemeenten ook zorgen voor een participatieve aanpak waarbij inwoners en bedrijven actief betrokken worden. Dit sluit aan bij het gemeentelijk participatiebeleid. Regulering en toezicht: Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om toezicht te houden op de naleving van regelgeving rondom warmtevoorziening en eventueel regulerende maatregelen te treffen om de doelen van de warmtetransitie te behalen.
12