Raadsvoorstel zienswijze begroting DCMR 2025
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:
Zienswijze begroting DCMR 2025 Igor Bal 83556-2024
Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit - In te stemmen met de jaarrekening 2023 en de conceptbegroting 2025 van de DCMR milieudienst Rijnmond; - Te beslissen dat geen zienswijze wordt ingediend ten aanzien van de begrotingsstukken. Advies van commissie Let op, enkel in te vullen door de Griffie zelf! 1.
Inleiding
Op 15 april 2024 is de conceptbegroting 2025 van de DCMR Milieudienst Rijnmond ontvangen. Het concept-jaarverslag 2023 is op 22 april 2024 nagezonden. Het dagelijks bestuur van DCMR heeft op 11 april 2024 ingestemd met de concept-begroting 2025. De begroting 2025 zal ter vaststelling worden aangeboden aan het algemeen bestuur op 4 juli 2024. De begroting is gebaseerd op de financiële uitgangspunten die in het dagelijks bestuur van 15 februari 2024 zijn vastgesteld. Deze uitgangspunten, waaronder de indexering van de gemeentelijke bijdragen, zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de concept-begroting. In de Gemeenschappelijke regeling DCMR (artikel 27) is vastgelegd dat de begroting door de participanten voor een ieder ter inzage wordt gelegd. De begrotingsstukken geven geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. 2. Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten Niet van toepassing. 3.
Argumenten
Begroting 2025: De begroting heeft betrekking op 2025. In de indexeringsbrief van gemeenten (zie punt 2) wordt naast de indexatie verwezen naar de financiële perspectieven vanaf 2026. In 2026 is er sprake van toenemende onzekerheden in overheidsfinanciën (waaronder ontwikkelingen in het Gemeente- en Provinciefonds). Zoals aangegeven in de indexeringsbrief vindt hierover op regionaal niveau overleg plaats tussen gemeenten en de diverse gemeenschappelijke regelingen. Tijdig bewustzijn en dialoog hierover is van belang, waarbij rekening moet worden gehouden met financiële kaders, de veranderende opgaven en het belang van financiële soliditeit van overheidsorganisaties. DCMR zal hierin samen optrekken met haar stakeholders. 1. De begroting is opgezet conform de financiële regelgeving BBV. Een onderdeel daarvan is een meerjarenraming. De ontwikkeling van de bijdragen van participanten in de
meerjarenraming kennen onzekerheden, onder andere door de algemene dynamiek in de overheidsfinanciën. Ten aanzien van de meerjarige kaders voor DCMR zijn de jaarlijkse indexering en de waarborgen binnen de Gemeenschappelijke regeling relevant. In de begroting worden voor het meerjarige kader de bijdragen van het komende begrotingsjaar aangehouden gezien toekomstige indexeringen nog onbekend zijn. 2. Voor het structurele financiële kader van de gemeenten wordt rekening gehouden met een indexering van +6,8% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Gemeenten. De werkgroep verbetering financiële sturing gemeenschappelijke regelingen bepaalt jaarlijks de hoogte van het indexeringspercentage. De basisindex 2025 bedraagt: 4,4% en de correctie voorgaande jaren 2,4%, samen goed voor 6,8%. Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. 3. Voor het structurele financiële kader van de Provincie Zuid-Holland wordt rekening gehouden met een indexering van +3,9% op de werkplanbijdragen in overeenstemming met de Indexeringsbrief Provincie Zuid-Holland. Deze gewogen indexering is als volgt opgebouwd: ⅓ materiële overheidsconsumptie (2,0% - imoc) en ⅔ prijs overheidsconsumptie: beloning medewerkers (4,9% - PO: bm) vanuit cMEV 2024.
Incidenteel toegekende budgetten en eventuele financieringen vanuit voorschotten worden hierin niet meegenomen. In het geval de indexen in de maartpublicatie 2024 gebaseerd op de MEV afwijkend zijn voor het jaar 2025 en op tijd beschikbaar zijn bij het opstellen van de conceptbegroting, zal het geactualiseerde indexatiepercentage worden toegepast conform het provinciale indexatiebeleid. 4. DCMR hanteert als uitgangspunt voor de indexering van de Provincie Zeeland dezelfde indexering als de Gemeenten zoals beschreven in punt 2. 5. CAO-ontwikkeling in 2025. Voor een kostendekkende begroting en bedrijfsvoering is de ontwikkeling van de loonkosten relevant, vooral omdat de loonkosten het grootste deel van de DCMR-begroting vormen. IPO is verantwoordelijk voor de CAO. De huidige CAO liep tot 31 december 2023. De Cao-onderhandelingen zijn op 17 januari 2024 gestart en het is nog niet bekend voor welke looptijd de CAO zal worden opgesteld. De DCMR zal in lijn met Provincie Zuid-Holland de laatste index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers CPB gebruiken als Cao-indexatie. Gezien de laatste indexatie voor het vaststellen van de Begroting 2025 in maart 2024 is, kan nu niet exact worden aangegeven wat de CAOindexatie voor 2025 zal zijn.
Bij het vaststellen van de tarieven voor 2025 (in het DB van 11 april 2024 en AB van 4 juli 2024) zullen de meest recente inzichten worden gebruikt, waaronder de maartramingen van het CPB. Gelet op deze CAO indexatie onzekerheden zal in het najaar van 2024 de kostendekkendheid van de tarieven 2025 opnieuw worden bezien vanuit de dan beschikbare informatie van het CPB en eventuele Cao-ontwikkelingen. Eventuele aanpassingen zullen dan in het DB worden besproken. 6. DCMR streeft naar een zo efficiënt mogelijk ingerichte bedrijfsvoering. Enkele speerpunten zijn digitalisering en datagedreven werken, transparantie, duurzaam inkopen, beheersing van de kosten externe inhuur voor ondersteunende taken. Zo ook HR-beleid: strategisch personeelsbeleid en het streven naar een inclusieve organisatie met creëren van participatiebanen en stageplekken. 7. De materiële budgetten staan onder druk en de ramingen kennen meer onzekerheden dan voorheen. Leveranciers rekenen kostenstijgingen door en nieuwe contracten (zoals 2
onderhoud, ICT en schoonmaak) worden substantieel duurder. Voor materiële budgetten en inkoop moet rekening worden gehouden met deze kostenstijging. Deze verhogingen zullen mee worden genomen in de begroting. 8. DCMR voorziet voortdurende noodzaak tot het uitvoeren van projecten om de bedrijfsvoering te moderniseren. In het AB van december 2019 is besloten om hiervoor jaarlijks € 1.000.000 in te passen in de exploitatiebegroting. Het bestuur is overeengekomen met een bestemmingsreserve te werken, omdat projecten vaak over jaargrenzen heenlopen. In de begroting wordt een dotatie van € 1.000.000 aan de bestemmingsreserve opgenomen. Op basis van actueel inzicht wordt jaarlijks een onttrekking begroot. De begrote onttrekking en de gerealiseerde onttrekking wordt aan het bestuur voorgelegd. Volgens de meerjarenraming van 2025 tot 2028 wordt voor Voorne aan Zee een werkplanbijdrage van € 2.203.864 geraamd (en een gelijkblijvend meerjarig prijspeil).
Jaarstukken 2023: In 2023 heeft DCMR zich weer volledig ingezet voor haar missie van een ‘een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving’. Dit heeft de DCMR gedaan vanuit haar taken vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring. Dit was mogelijk door de grote en gezamenlijke inzet van alle DCMR-medewerkers: de vele milieu-inhoudelijk experts, maar ook alle collega’s die vanuit ondersteunende taken hieraan hebben bijgedragen. De missie van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving kreeg in 2023 extra aandacht door een indringend advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De OvV onderzocht de milieutaakuitvoering bij een drietal bedrijven en concludeerde dat de bescherming van de gezondheid van omwonenden tegen schadelijke industriële emissies beter moet. Voor één van deze onderzochte bedrijven, Chemours in Dordrecht, voert DCMR 3
in opdracht van de provincie Zuid-Holland de VTH-taken uit. De OvV erkent dat de DCMR bij dit bedrijf reeds scherpe eisen hebben gesteld Maar constateert tegelijkertijd dat de zorgen bij omwonenden groot zijn. Het rapport van de OvV is de DCMR een belangrijke aansporing om na te gaan hoe zij in haar taakuitvoering en samen met de samenwerkingspartners zich nog meer kunnen inzetten voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Vanuit de rollen als bevoegd gezag en VTH-uitvoerder heeft de DCMR daarbij nadrukkelijk gewezen op het belang van aanvullende wetgeving die een betere bescherming van omwonenden mogelijk moet maken. Op landelijk niveau wordt daarom door bevoegd gezagen, omgevingsdiensten en het Rijk intensief samengewerkt om te komen tot een meer integrale aanpak om de gezondheid van omwonenden beter te beschermen. Voor de uitvoering van milieutaken is een goede organisatie en kennispositie van omgevingsdiensten essentieel. In het Interbestuurlijk programma (IBP) wordt landelijk gewerkt aan het versterken van het VTH-stelsel op het gebied van o.a. kennisuitwisseling, informatievoorziening en kwaliteit. In 2023 is getoetst of de omgevingsdiensten voldoende robuust zijn, waarbij bleek dat alle omgevingsdiensten nog niet voldoen aan de afgesproken criteria voor robuustheid.
De DCMR stelt daarom een plan van aanpak op, waarin wordt uitgewerkt hoe zij wel aan de criteria voor bijvoorbeeld innovatie en opleidingsbudget kunnen gaan voldoen. De bedrijfsvoering van DCMR werd in 2023 gekenmerkt door een grotere dynamiek in externe ontwikkelingen dan in de jaren ervoor. De hoge inflatie, een moeilijke arbeidsmarkt, stijgende loonkosten en inhuurtarieven betekenden voor de DCMR een forse opgave in de aansturing van de bedrijfsvoeringstaken. De adequate voorbereiding op de Omgevingswet vormde hierbij ook nog een extra uitdaging. Gedurende het jaar is door het management en het bestuur zo scherp mogelijk gestuurd om de kosten en opbrengsten goed in balans te houden. DCMR sluit 2023 af met positief resultaat van € 607.000 dat toegevoegd wordt aan het eigen vermogen. Voor de inhoud van het jaarverslag en de jaarrekening wordt verder verwezen naar de (concept) jaarstukken 2023 in de bijlage. 4. Communicatie en participatie Het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van de DCMR berichten dat er geen opmerkingen over de conceptbegroting 2025 zijn. 5. Duurzaamheid Niet van toepassing 6. Kosten, baten en dekking DCMR sluit 2023 af met positief resultaat van € 607.000 dat toegevoegd wordt aan het eigen vermogen. Het accountantsverslag ontbreekt nog zodat nog geen definitief oordeel gevormd kan worden over de jaarrekening en het geboekte resultaat.
De gemeentelijke bijdrage voor 2025 is gemaximaliseerd op het percentage van de kring van gemeentesecretarissen en ziet er als volgt uit: Bijdrage 2024 € 2.063.543 Index voor 2025 6,8% € 140.321 Bijdrage 2024 € 2.203.864
4
De bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling is een verplichte uitgaaf voor de gemeente en zal worden opgenomen in de gemeentebegroting 2025. Verder is er financieel gezien is er geen reden voor het indienen van een zienswijze. 7. Regionale afstemming Niet van toepassing Bijlage(n): Aanbiedingsbrief zienswijze concept-begroting DCMR Milieudienst Rijnmond 2025; Begroting 2025; Jaarstukken 2023 (CONCEPT).
5