CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordening rioolheffing Voorne aan Zee 2025

Commissie Algemene Zaken en Middelen 4 december 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen Verordening rioolheffing Voorne aan Zee 20252.712 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:

Verordening rioolheffing Voorne aan Zee 2025 Robert van der Kooi 204447-2024

Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit de verordening rioolheffing Voorne aan Zee 2025 vast te stellen Advies van commissie Let op, enkel in te vullen door de Griffie zelf! 1.

Inleiding Sinds de invoering van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken in 2008 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater, de afvoer van huishoudelijk afvalwater, de rioleringszorg en de aanpak van problemen die verband houden met de grondwaterstand. Met de rioolheffing, die een bestemmingsbelasting is, kan de gemeente de kosten die verbonden zijn aan de gemeentelijke watertaken verhalen. Rioolheffing strekt tot dekking van de kosten van de gemeentelijke watertaken, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kosten van inzameling en transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater (de waterketen) en hemelwater en grondwater (het watersysteem). Na een herindeling blijven beleid en regelgeving van de opgeheven gemeenten nog twee jaar na de datum van herindeling van kracht voor het overgaande grondgebied. Binnen twee jaar moet de nieuwe gemeente bepalen of nieuwe voorschriften worden vastgesteld. Gebeurt dit niet, dan vervallen de oude regelingen van rechtswege. Dat geldt ook voor de huidige verordeningen rioolheffing. Het is dan ook van belang dat vanaf 1 januari 2025 er één verordening rioolheffing van toepassing is. Anders is er geen grond meer om rioolheffing op te leggen en te innen. Dat is uiteraard geen gewenste situatie. Op dit moment zijn nog drie verordeningen rioolheffing van de voormalige gemeenten van kracht.

Dit houdt in dat er binnen de gemeente onderlinge verschillen zijn in met name het tarief, maar er is ook een verschil in wie de heffing betaalt (eigenaar of gebruiker) of de gekozen heffingsmaatstaf (grondslag). Met de heffingsmaatstaf wordt bedoeld met welk gegeven gaan we de belasting berekenen.

2.

Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten n.v.t.

3.

Argumenten Het harmoniseren van belastingen en tarieven is een belangrijk onderdeel van het financiële plaatje van de gemeente. Het is daarmee een politiek gevoelig onderwerp. Bij een herindeling wordt meestal beoogd de kwaliteit van de dienstverlening te versterken, zonder dat de lasten voor de burgers toenemen. Door dan te kiezen voor aanpassing aan het niveau van de gemeente met de laagste lasten, is in financieel opzicht praktisch onmogelijk. Het verhogen van (een deel van) de belastingen en

tarieven voor een deel van de burgers en bedrijven, is onontkoombaar. Dat is ook het geval bij de rioolheffing. De volgende uitgangspunten zijn bij het opstellen van de nieuwe verordening in de overweging meegenomen: a. Eenduidig, uniforme en doelmatige belastingheffing Vanaf 1-1-2025 worden alle inwoners en bedrijven op dezelfde wijze belast voor de rioolheffing. b. Uitgaan van de opbrengstraming 2025 De financiële situatie van de gemeente staat onder druk. Minimaal uitgaan van de raming uit de begroting 2025 is noodzakelijk c. Eenvoud De gemeente heeft bij de rioolheffing beleidsvrijheid als het gaat om het bepalen van de belastingplichtige, heffingsmaatstaf en het daaraan gekoppelde tarief. Maak dit niet te ingewikkeld of te complex. Voor de inwoners en bedrijven, maar ook voor de uitvoerbaarheid en een eventueel juridisch risico. d. Minimale belastingdrukverschuiving Het streven is om de niet te vermijden wijziging in belastingdruk zo veel als mogelijk te minimaliseren. De belastingplicht, heffingsmaatstaf en de huidige tarieven van de drie voormalige gemeenten is als volgt schematisch weergegeven.

Situatie 2024

tarief Westvoorne

tarief Brielle

tarief Hellevoetsluis

Eigenarenheffing woningen vast bedrag

€ 253,69

€ 115,30

Eigenarenheffing niet-woningen vast bedrag

€ 253,69

€ 115,30

Gebruikersheffing W- éénpersoonshuishouden W - meerpersoonshuishoude W - boven 300m3 (elke 300m³) W - 0 -499m³ W - vanaf 500m³, elke volle 100m³ W- vast bedrag NW 1-300 m³ NW 301 - 50.000m³ (elke 300m³) NW > 50.000m³ (elke 300m³) NW - 0 -499m³ NW - vanaf 500m³, elke volle 100m³ NW - vast bedrag NW - > 250.000m³

€ 29,69 € 34,68 € 114,76 € 242,25 € 85,50 € 52,50 € 104,75 € 114,76 € 57,33 € 242,25 € 85,50 € 52,50 € 120.840,00

2

Hieruit is gelijk zichtbaar dat de onderlinge verschillen groot zijn. Voormalige gemeente Westvoorne en Hellevoetsluis heffen van zowel de eigenaar als de gebruiker. Bij voormalige gemeente Brielle wordt alleen geheven van de gebruiker. Ook het onderscheid tussen de woningen en niet-woningen ligt ver uit elkaar. Verder worden er verschillende uiteenlopende tariefklassen in de voormalige gemeenten gehanteerd. Voor 2025 is het noodzakelijk om te bepalen wie belastingplichtig wordt, wat is het belastbare feit, welke heffingsmaatstaf wordt toegepast en de hoogte van de tarieven. De keuzes hierin worden stapsgewijs toegelicht. Voordat een keuze gemaakt kan worden wie de belastingplichtige is voor de rioolheffing of welke heffingsmaatstaf gehanteerd worden, moet duidelijk zijn welk object in de heffing wordt betrokken. Voor de rioolheffing wordt daarbij aangesloten bij het begrip perceel. Dit is bij de voormalige gemeenten nu ook het geval en dat blijft vanaf 2025 ongewijzigd. Vervolgens wordt het begrip perceel gekoppeld aan de objectafbakening zoals die wordt toegepast bij de WOZ (waardering onroerende zaken). Deze afbakening wordt nu ook al toegepast bij de voormalige gemeenten. Belastingplicht Rioolheffing kan worden geheven van eigenaren, van gebruikers of van beide.

De wijze waarop wordt bijgedragen aan de heffing kan ook aan verandering onderhevig zijn, omdat er meer belangen zijn dan alleen de afvoer van afvalwater. Zeker omdat de rioolheffing ook ziet op verhaal van kosten die gepaard gaan met de zorgplichten voor hemel- en grondwater, ligt het niet meer voor de hand om de totale kosten alleen maar te verdelen op basis van de afvoer van afvalwater. Momenteel wordt in twee van de drie voormalige gemeenten geheven van zowel de eigenaar als de gebruiker. Om onderlinge schommelingen binnen de doelgroepen beperkt te houden, wordt vanaf 2025 zowel de eigenaar als de gebruiker belast. Dit betekent voor de inwoners en bedrijven van de voormalige gemeente Brielle wel een wijziging, omdat daar alleen gebruikers worden belast. Voor een eigen woningbezitter is deze aanpassing beperkt. Voor huurwoningen is dit een ander geval. Het woonbedrijf/ woningbouwcorporatie en verhuurbedrijven in de voormalige gemeente Brielle worden extra belast. De huurders van woningen in de voormalige gemeente Brielle daarentegen gaan minder betalen. Belastbaar feit In 2021 heeft de VNG een nieuwe modelverordening riool- en waterzorgheffing gepresenteerd.

Naast een nieuwe naam, is één van de voornaamste wijzigingen de verruiming van het belastbare feit, dat geen sprake meer hoeft te zijn van een directe of indirecte aansluiting op, of afvoer via, de gemeentelijke riolering. Afval-, hemel- grondwaterzorgplichten hebben een centrale plaats in de ordening van de publieke ruimte. Een adequate uitvoering van deze zorgplichten is dan ook een collectief goed, waarvan in beginsel alle percelen profijt hebben. Als een gemeente de verruiming van de rioolheffing optimaal zou willen benutten, is het mogelijk om de heffing niet meer afhankelijk te stellen van het direct of indirect aangesloten te zijn op de riolering. Landelijk wordt de verruimde rioolheffing nog niet zo veel toegepast. Dit komt doordat de verruiming ook vraagstukken oplevert, omdat alle percelen dan in de heffing kunnen worden betrokken. Denk aan ongebouwde (agrarische) percelen en allerlei andere soorten objecten in het buitengebied die nu niet worden belast. Dat vergt onderzoek, wellicht invoeren van tariefdifferentiatie en een ruimere kostenonderbouwing. De gemeenten die het onlangs hebben ingevoerd zijn voornamelijk stedelijke gemeenten.

3

Voor 2025 blijft het belastbare feit ‘directe of indirecte aansluiting’ zoals dit nu ook van toepassing is bij de voormalige gemeenten. Heffingsmaatstaf De gemeente heeft beleidsvrijheid als het gaat om het bepalen van de heffingsmaatstaf van de rioolheffing. Het staat de gemeente vrij om een heffingsmaatstaf op te nemen die het beste past met het gemeentelijke beleid en de praktijk van de belastingheffing. De keuze van de heffingsmaatstaf is in beginsel overgelaten aan het lokale bestuur. In de praktijk worden de volgende heffingsmaatstaven toegepast: - Vast bedrag - Waterverbruik - WOZ-waarde - Omvang huishouden Een veel gebruikte heffingsmaatstaf is het hanteren van een vast bedrag. Dit kan bij zowel woningen als niet-woningen. Ook kan deze maatstaf toegepast worden bij eigenaren en bij gebruikers. Voordeel van het heffen van een vast bedrag is dat deze leidt tot een eenvoudige uitvoering en daardoor lagere perceptiekosten. Zeker voor woningen is deze heffingsmaatstaf geschikt. In de voormalige gemeenten Westvoorne en Hellevoetsluis worden de eigenaren van woningen al belast op basis van een vast bedrag. De gebruikers van woningen bij de voormalige gemeente Hellevoetsluis belast op basis van een vast bedrag. Bij de voormalige gemeente Westvoorne op basis van een één- of meerpersoonshuishouden en bij de voormalige gemeente Brielle op basis van het waterverbruik.

Nu is de klasse van het waterverbruik ruim genomen (tot 500m³) waardoor dit ook redelijk neigt naar een vast bedrag voor een groot deel van de woningen. Vanaf 2025 worden de woningen belast op basis van een vast bedrag. Het gaat hier om een vast bedrag voor de eigenaar en een vast bedrag voor de gebruiker. Een heffing die gebaseerd is op het waterverbruik wordt altijd gebaseerd op het aantal kubiek meters afvalwater dat wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering. Daardoor is deze heffingsmaatstaf ook alleen mogelijk voor gebruikers en niet voor eigenaren. Voordat de gemeenten meer zorgplichten kreeg, werd het heffen op basis van waterverbruik vaak toegepast. Daarmee werd meer aangesloten bij het beginsel de vervuiler betaalt en een duidelijkere relatie te leggen met het profijt dat men heeft. Percelen die veel afvalwater afvoeren betalen immers meer dan percelen die weinig water afvoeren. Het afvalwater is slechts een beperkt deel van de totale hoeveelheid afgevoerd water. Het meeste water dat wordt afgevoerd is hemelwater en er hoeft geen causaal verband te zijn tussen de hoeveelheid afvalwater dat van een perceel wordt afgevoerd en de hoeveelheid hemelwater. Daardoor is een heffing die gebaseerd is op het leidingwater dat als afvalwater wordt afgevoerd niet altijd in een juiste verhouding staat tot de totale hoeveelheid water dat van een perceel wordt afgevoerd.

Nu ook de zorgplichten voor gemeenten zijn uitgebreid, stappen meer gemeenten over naar een andere heffingsmaatstaf die meer recht doet alle zorgplichten. Andere nadelen voor het heffen op het waterverbruik is dat het leidt tot procedures en hogere uitvoeringskosten. Het is een bewerkelijke en arbeidsintensieve heffing. Gegevens moeten van een derde ontvangen worden (waterleidingmaatschappij). De afrekenperiodes zijn per kern verschillend en lopen over een belastingjaar. Daardoor wordt de heffing vaak gebaseerd op het verbruik van een voorgaand belastingjaar. In de praktijk betekent dit dat er situaties zijn dat bij verhuizingen er betaald wordt voor het waterverbruik van een ander. Ook hanteert de waterleidingmaatschappij vaak een andere objectafbakening en werkt niet met 4

de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG). Daardoor ontstaan problemen met het inlezen van de bestanden. De voormalige gemeenten Westvoorne en Brielle heffen voor de niet-woningen op basis van waterverbruik. De voormalige gemeente Hellevoetsluis hanteert voor de niet-woningen een vast bedrag en voor een zeer hoog waterverbruik een ander vast bedrag. Vanaf 2025 wordt er niet meer geheven op basis van waterverbruik. Een tarief afhankelijk van de omvang van het huishouden is een eenvoudigere variant dan de heffing naar het waterverbruik. Deze maatstaf is overigens alleen geschikt voor woningen. Het uitgangspunt versus de gedachte erachter is dat een groter huishouden meer profiteert van de gemeentelijke riolering. De vraag is of dit inderdaad het geval is. En ook hierbij geldt, net als de heffing op basis van waterverbruik, dat de uitbreiding van de zorgplichten verder gaan dan alleen het afvoeren van afvalwater. Heffen op basis van de omvang van het huishouden wordt momenteel toegepast door de voormalige gemeente Westvoorne. Vanaf 2025 zal deze heffingsmaatstaf niet meer worden toegepast en worden de gebruikers van woningen van de voormalige gemeente Westvoorne belast op basis van een vast bedrag. Een toenemend aantal gemeenten kiest ervoor om de heffing afhankelijk te stellen van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. En dan met name bij de niet-woningen.

De WOZwaarde weerspiegelt het belang tussen het object en de kosten van de gemeentelijke taken. De rechter heeft in verschillende uitspraken bepaald dat de WOZ-waarde als maatstaf voor de rioolheffing kan worden gehanteerd, zowel bij een gebruikersheffing als bij een eigenarenheffing. Bij het gebruik maken van de WOZ-waarde zijn verschillende opties mogelijk. Zo kan gebruik gemaakt worden van een vast bedrag en een opslag die gebaseerd is op een percentage van de WOZ-waarde. Ook kan de heffing geheel gebaseerd worden op een percentage van de WOZ-waarde. Een andere mogelijkheid is het werken met waardeklassen waaraan een vast bedrag wordt gekoppeld. Vanaf 2025 wordt de heffingsmaatstaf van niet-woningen gebaseerd op een percentage van de WOZ-waarde, met een minimumbedrag en een maximumbedrag. De geraamde opbrengst in de programmabegroting 2025 is het uitgangspunt. Dit is een totaalbedrag van € 8.272.415,De batenverdeling tussen de woningen en niet-woningen worden gelijk gehouden aan de realisatie cijfers van 2023 en 2024. Dit komt neer op een verdeling van 90% opbrengst uit woningen en 10% opbrengst uit niet-woningen. Vervolgens is de onderverdeling tussen de gebruikers/eigenaren per categorie 51,5%-48,5%. De totalen van de 3 voormalige gemeenten is hier de verdeling van. Dit uitgangspunt is doorgetrokken naar 2025. Rioolheffing 2025 Niet-woningen

Woningen

Totalen

Gebruikers

€

448.334 €

3.833.890 €

4.282.224

Eigenaren

€

422.218 €

3.610.689 €

4.032.907

Totalen

€

870.552 €

7.444.579 €

8.315.131

In bovenstaande tabel is zichtbaar dat het eindtotaal van de opbrengst hoger is dan de geraamde opbrengst uit de programmabegroting 2025. Dat komt doordat in de berekening is uitgegaan van een bruto totaal. Dit heeft te maken met eventuele leegstand van woningen 5

en niet-woningen. Niet alle objecten worden het gehele jaar door gebruikt. Met deze factor en de daardoor mindere opbrengst is rekening gehouden. Het berekenen van de tarieven voor woningen en niet-woningen is gebaseerd op het gegevensbestand van SVHW van het belastingjaar 2024. Uitgangspunten woningen: Alle woningen krijgen een gelijke heffing (vast bedrag). Afzonderlijke garageboxen (niet behorend bij een woning) vallen onder de categorie woningen. Deze garageboxen voor hetzelfde bedrag in de heffing betrekken als de woningen is niet rechtvaardig. Voor deze garageboxen wordt een afzonderlijk vast bedrag opgenomen in de verordening. De garageboxen in de voormalige gemeente Westvoorne worden momenteel niet belast voor rioolheffing. Vanaf 2025 zal dit wel het geval zijn. Rioolheffing 2025 Tarieven woningen en garageboxen Woningsoort

Heffing totaal

Gebruikers- heffing Eigenaren- heffing Aantal heffingen

Woning

€

216,80 €

111,65 €

105,15

Garagebox

€

50,00 €

25,75 €

24,25

Inning per categorie

34.094 €

TOTALEN

7.391.579

1.060 €

53.000

35.154 €

7.444.579

Uitgangspunten niet-woningen De rioolheffing niet-woningen gaat op basis van een percentage van de WOZ-waarde met een minimum- en maximumbedrag Rioolheffing 2025 Tarieven niet-woningen

Gebruiker/eigenaar

Algemene verdeling gebruiker/eigenaar o.b.v. rioolheffingen 2024

Heffingspercentage

minimum bedrag

NW: maximale heffing in euro's

Gebruiker

51,5%

0,0314% €

111,65 €

2.369,00

Eigenaar

48,5%

0,0296% €

105,15 €

2.231,00

Totalen

100%

0,0610% €

216,80 €

4.600,00

Het is helaas niet te voorkomen dat een deel van de gemeente meer nadeel ondervindt dan de anderen. Daarvoor zijn de onderlinge verschillen te groot en is het niet mogelijk om dit volledig te ondervangen. Onderstaande tabellen geven de voor- en nadelen per voormalige gemeente ten opzichte van 2024. Het is zichtbaar dat in voormalig Hellevoetsluis zowel de woningen als de nietwoningen meer gaan betalen. NIET-WONINGEN Voormalige gemeente

Nadeel

Voordeel

Gelijke heffing Eindtotaal

Brielle

157

512

127

796

Hellevoetsluis

993

15

387

1.395

Westvoorne

72

517

214

803

Eindtotaal

1.222

1.044

728

2.994

6

WONINGEN Voormalige gemeente

Gelijke heffing

Nadeel

Voordeel Eindtotaal

Brielle

354

513

8.021

8.888

Hellevoetsluis

68

19.654

7

19.729

Westvoorne

17

140

6.801

6.958

Eindtotaal

439

20.307

14.829

35.575

4.

Communicatie en participatie Samenwerkingverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) verzorgt de heffing en inning van de rioolheffing.

5.

Duurzaamheid n.v.t.

6.

Kosten, baten en dekking De rioolheffing is een bestemmingsheffing. Dit betekent dat de opbrengst moet worden ingezet om kosten te dekken voor een specifieke gemeentelijke voorziening. De begrote opbrengsten uit een bestemmingsheffing mogen niet hoger zijn dan de begrote kosten. De geraamde opbrengst in de programmabegroting 2025 is een totaalbedrag van € 8.272.415,-. De geraamde kosten zijn gelijk aan de geraamde opbrengst, waardoor het dekkingspercentage 100% is.

7.

Regionale afstemming n.v.t.

Bijlage(n):

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14802405/4