Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelasting Voorne aan Zee 2025
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:
verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 Robert van der Kooi 188502-2024
Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit de Verordening op de heffing en invordering van onroerende- zaakbelastingen 2025 vast te stellen. Advies van commissie De commissie AZM heeft in de vergadering van 4 december 2024 geadviseerd om dit voorstel als bespreekstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 19 december 2024. 1.
Inleiding De onroerende-zaakbelastingen (hierna: OZB) worden geheven over de waarde van de onroerende zaken in de gemeente, de zogenoemde WOZ-waarde. De OZB vormt een grote eigen inkomstenbron van de gemeente. Op 7 november 2024 is de programmabegroting 2025 inclusief een amendement vastgesteld. Daarin zijn de geraamde opbrengsten voor de OZB voor 2025 bepaald. Een onderdeel van de programmabegroting 2025 is de paragraaf Lokale Heffingen, waarin de kaders voor de belastingen voor het jaar 2025 zijn opgenomen. Op basis van de verwachte totale economische waarde van de objecten zijn de tarieven voor de OZB 2025 berekend en opgenomen in de nu voorliggende verordening.
2.
Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten Het voorstel sluit aan op de uitgangspunten in de Kadernota 2025 en de geraamde opbrengst, inclusief het amendement van 7 november 2025, is verwerkt in de programmabegroting 2025.
3.
Argumenten De hoogte van de OZB wordt berekend met een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld met als waardepeildatum 1 januari van het voorafgaande jaar. Alle onroerende zaken worden of zijn getaxeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2024. Gelet op het tijdstip waarop de ozb-tarievenpercentages moeten worden vastgesteld en de tijd die nodig is van concept tot raadsbehandeling, betekent het dat de tarieven berusten op een weloverwogen schatting, omdat de herwaardering nog niet volledig is afgerond. Omdat de hoogte van de onroerende-zaakbelastingen een combinatie is van de waarde en het tarief, is het niet mogelijk het gemeentelijke tarievenbeleid rechtstreeks toe te passen op het tarief, omdat bij de berekening rekening gehouden moet worden met de wijzigingen in de waarde. Daarom is ervoor gekozen om de totale ozb opbrengsten als uitgangspunt te nemen. Op basis van de hierboven bedoelde weloverwogen schatting van de waarde zijn de tarieven zo berekend dat de totale te verwachten opbrengst van de OZB overeenkomt met de in de begroting opgenomen opbrengst.
Bij de berekening van deze totale opbrengst is rekening gehouden met: een stijging van de opbrengsten OZB niet woningen met 25%; een stijging van de opbrengsten OZB woningen met € 1 miljoen (conform het uitgangspunt dat de opbrengsten woonlasten stijgen met € 2 miljoen); een indexatie van de opbrengsten met 2,8%; aangenomen amendement tijdens de begrotingsbehandeling op 7 november 2024. De tarieven zijn gecorrigeerd naar rato van de veranderingen in het waardebestand. Naar verwachting zullen de woningen gemiddeld 3,5% in waarde stijgen en zal de waarde van de niet-woningen met gemiddeld 0,8% stijgen. De (extra) stijging van de tarieven van de OZB niet-woningen is toegelicht bij de Kadernota 2025. Hierin is aangegeven dat de tarieven van de OZB niet-woningen behoorlijk achterblijft bij omliggende en vergelijkbare gemeenten. Maar wat nog belangrijker is, is dat de tarieven OZB niet-woningen onder het landelijk gemiddelde zit. Hierdoor blijven inkomsten achter en wordt via het gemeentefonds meer verevend dan ontvangen wordt. Om dit te verminderen is de verwachte opbrengst voor 2025 met 25% verhoogd. Het tarief van de eigenaren van de niet-woningen stijgt daardoor met ca. 13%. Het tarief van de gebruikers van de niet-woningen stijgt daardoor met ca. 9%.
Bij het opstellen van de programmabegroting 2025 is rekening gehouden met het afschaffen van de parkeerbelasting bij de stranden van Rockanje vanaf 1 januari 2025. Op 7 november 2024 is een amendement aangenomen. In dit amendement is besloten om niet in te stemmen met het afschaffen van de parkeerbelasting. De baten van de parkeerbelasting 2025 worden bij de opbrengstraming van de onroerende-zaakbelastingen woningen in mindering gebracht. Rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten worden de percentages voor 2025 als volgt opgenomen in de verordening: - OZB woningen 0,0939% (2024: 0,0883%); - OZB niet-woningen eigenaren 0,2064% (2024: 0,1824%) - OZB niet-woningen gebruikers 0,1329% (2024: 0,1216%) 4.
Communicatie en participatie De verordening wordt op grond van artikel 139 van de Gemeentewet gepubliceerd in het Gemeenteblad. De verordening treedt na publicatie in werking op 1 januari 2025. De heffing en invordering van OZB wordt uitgevoerd door SVHW. Ook stelt SVHW de waarde van alle onroerende zaken vast.
5.
Duurzaamheid Niet van toepassing
6.
Kosten, baten en dekking De geraamde opbrengsten, inclusief het amendement, zijn verwerkt in de programmabegroting 2025.
2
7.
Regionale afstemming Niet van toepassing
Bijlage(n):
3