Raadsvoorstel vaststellen Legesverordening Voorne aan Zee 2026
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuille: Zaaknummer:
Legesverordening Voorne aan Zee 2026 Robert van der Kooi 136647-2025
Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit Tot vaststelling van de Legesverordening Voorne aan Zee 2026 Advies van commissie Let op, enkel in te vullen door de Griffie zelf! 1. Inleiding Gemeenten heffen leges voor het verrichten van diensten die in het individuele belang van de aanvrager zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanvraag van een reisdocument, rijbewijs of vergunning. De leges dekken gedeeltelijk de kosten van de dienstverlening. Op 6 november 2025 heeft u de Programmabegroting 2026 vastgesteld. Hierin zijn de geraamde opbrengsten uit de leges voor 2026 opgenomen. De paragraaf Lokale Heffingen in deze programmabegroting bevat de kaders voor de gemeentelijke belastingen. Op basis hiervan zijn de tarieven voor de verschillende leges berekend en opgenomen in de voorliggende verordening. 2. Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten Dit voorstel sluit aan bij de uitgangspunten van de Programmabegroting 2026. De paragraaf Lokale Heffingen in deze begroting geeft de kaders voor de gemeentelijke belastingen. Op basis hiervan zijn de tarieven voor de leges 2026 berekend en opgenomen in deze verordening. 3. Argumenten In de Programmabegroting 2026 staat dat de gemeentelijke heffingen en belastingen met 3,8% stijgen. Dit percentage is gebaseerd op de Consumentenprijsindex (CPI). Waar mogelijk is dit toegepast op de legestarieven.
Sommige tarieven zijn wettelijk begrensd en zijn daarom niet verhoogd of kennen een andere verhoging. In de Programmabegroting staat ook dat een kostendekking van circa 90% realistisch is. Om dit te bereiken, stijgen een aantal tarieven met meer dan de vastgestelde indexatie. De voorgestelde tarieven staan in het raadsbesluit: de belastingverordening met bijbehorende tarieventabel. De tarieventabel bestaat uit drie titels. Titel 1 gaat over de algemene dienstverlening (burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen etc). Titel 2 gaat over de dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet (aanvragen omgevingsvergunningen, milieu-activiteiten etc.). Titel 3 gaat over de dienstverlening die valt onder de Europese dienstenrichtlijn (exploitatievergunningen, evenementenvergunningen). Hieronder volgt een opsomming van noemenswaardige wijzigingen per titel.
De belangrijkste aanpassingen in Titel 1 zijn: Huwelijken (artikel 1.1) De tarieven voor huwelijken op het stadhuis stijgen met meer dan de inflatiecorrectie. Tijdens huwelijken assisteren bodes. Zijn er niet genoeg bodes beschikbaar, dan huren we gastvrouwen in. De stijging van het tarief is gebaseerd op de kosten van deze inhuur, € 50,00 bovenop de indexatie. Trouwboekje of partnerschapsboekje (artikel 1.8) Het tarief voor een trouwboekje bestond alleen uit de kostprijs van het boekje. Voor 2026 is ook de tijd voor het vullen van het boekje meegerekend. Daardoor stijgt het tarief van € 31,00 naar € 52,00. Modaliteiten (artikel 1.11) Het tarief voor het bezorgen reisdocumenten is aangepast aan het wettelijk maximum van € 18,65, zoals opgenomen in het Paspoortbesluit. Deze aanpassing volgt uit de beantwoording van de motie IBV Dienstverlening van 18 maart 2025. Naspeuringen gemeentearchief (artikel 1.26) Naspeuringen in het gemeentearchief bestaan onder andere uit verzoeken van notarissen voor het opvragen van nabestaanden en verzoeken om bouwtekeningen. In het gewijzigde artikel wordt geen tarief per tijdseenheid meer opgenomen, maar een vast tarief van € 43,50 gebaseerd op een gemiddelde tijdsbesteding. Een vast tarief geeft de aanvrager vooraf duidelijkheid over de kosten.
Het vermindert ook de interne administratieve lasten en maakt een digitale aanvraag met betaalmogelijkheid efficiënter. Voor die gevallen waarvoor meer tijd nodig is (meer dan twee uur), is een tarief opgenomen van € 87,00 per extra uur of deel daarvan.
Diverse vergunningen of beschikkingen (artikel 1.35.4) In de Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee zijn bepalingen opgenomen over rijden op het strand, dieren op het badstrand en recreatieve bedrijfsactiviteiten en ontheffingen daarvoor (onderdeel 8). Voor het aanvragen van deze ontheffingen is nog geen tarief opgenomen. Het voorgestelde artikel voorziet hierin. Voor Titel 2 worden de volgende wijzigingen voorgesteld: Omgevingsoverleg (artikel 2.4) De tekst van dit artikel is aangepast voor eenduidige interpretatie. Dit schept duidelijkheid bij de aanvragers. De numerieke aanduiding (eerste) is gewijzigd in 'elk'. Achteraf ingediende aanvraag (artikel 2.47) Met enige regelmaat worden aanvragen om omgevingsvergunningen ingediend na start of uitvoering van de bouwactiviteit. Dit is een ongewenste situatie. Om tijdige aanvraag te stimuleren, wordt het percentage verhoogd van 10% naar 50%. Het voorgestelde percentage volgt uit jurisprudentie. In Titel 3 wordt toegevoegd: Standplaatsen (artikel 3.8) In de Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee staat dat een vergunning nodig is voor het innemen of hebben van een standplaats. Voor het aanvragen van een dergelijke vergunning was nog geen tarief opgenomen. Daarom wordt een nieuw artikel toegevoegd.
2
Zoals eerder aangegeven is in de Programmabegroting opgenomen dat een kostendekking van ongeveer 90% realistisch is. Daarom onderzochten we hoe we dit doel kunnen bereiken. Titel 1 heeft al een hoge kostendekking. Binnen titel 3 is weinig ruimte; een tariefverhoging kan hier leiden tot ongewenst hoge tarieven, bijvoorbeeld voor een evenementenvergunning. Vooral bij titel 2 is er ruimte om de kostendekking te verhogen. Dit betreft de tarieven voor het behandelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning, de artikelen 2.5 ‘Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel)’ en artikel 2.6.1 ‘Omgevingsplanactiviteit: in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijk deel)’. De huidige tarieven voor deze onderdelen zijn laag. Vergelijk met andere gemeenten is lastig vanwege verschillen in tariefindeling. Een buurgemeente gebruikt wel dezelfde indeling en rekent duidelijk hogere tarieven, ondanks een lagere kostendekking. We stellen voor de tarieven voor deze artikelen met ongeveer 30% te verhogen. Voor een aanvraag omgevingsvergunning met bouwkosten tot € 50.000 betekent dit dat de leges 1,2% van de bouwkosten bedragen, dit is nu 0,95%. Meer percentages vindt u in het rekenvoorbeeld hieronder. De tarieven zijn degressief. Dat betekent dat ze dalen naarmate de bouwkosten hoger zijn. Daarnaast stellen we voor het maximumbedrag te verhogen. Dit geldt voor bouwkosten tot circa € 25.000.000.
In de huidige legesverordening is dit maximum € 18.000.000. Hieronder volgt een overzicht met enkele rekenvoorbeelden voor 2025 en 2026, voor artikel 2.5.
€ 950,90 € 8.506,70
2025 tarief % bouwkosten leges % boven van ondergrens totale bouwkost waardeklasse leges en 0,95% € 465,50 € 465,50 0,95% € € 0,85% 1.275,00 2.225,90 0,89% € € 0,75% 3.750,00 12.256,70 0,82%
tarief vast bouwkosten bedrag € 49.000,00 € 0,00 € € 250.000,00 1.235,00 € € 1.500.000,00 11.060,00
2026 tarief % bouwkosten leges % boven van ondergrens totale bouwkost waardeklasse leges en 1,26% € 605,15 € 605,15 1,20% € € 1,11% 1.657,50 2.892,50 1,16% € € 0,98% 4.875,00 15.935,00 1,06%
tarief vast bouwkosten bedrag € 49.000,00 € 0,00 € 250.000,00 € 1.500.000,00
gemiddel de stijging leges 130,00% 129,95% 130,01%
De focus ligt vooral op de tarieven voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Voor het verhogen van andere tarieven in titel 2 is uitgebreider onderzoek nodig. Naast titel 2 is het verstandig om de volledigheid en kostendekking van de gehele legesverordening te 3
onderzoeken. We voeren dit onderzoek in 2026 uit. 4. Communicatie en participatie Op basis van artikel 139 van de Gemeentewet wordt de verordening gepubliceerd in het Gemeenteblad. De verordening treedt na publicatie in werking op 1 januari 2026.
4
5. Duurzaamheid Niet van toepassing 6. Kosten, baten en dekking Gemeenten heffen leges om haar taken te bekostigen. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. Met andere woorden: een gemeenten kan geen winst maken op de diensten die zij levert. Door dit vereiste mogen de opbrengsten hooguit kostendekkend zijn. Titel 1 kent een dekkingspercentage van 88,5%, titel 2 87,2% en titel 3 63,1%. Het dekkingspercentage van de totale leges voor 2026 is 87%. 7. Regionale afstemming Niet van toepassing Bijlage(n): 3
5