Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan Brielseweg 115 Oostvoorne
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuille: Zaaknummer:
Vaststelling TAM-Omgevingsplan Brielseweg 115 Oostvoorne. Igor Bal 21242-2026
Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit 1. Af te zien van het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening; 2. Af te zien van het vaststellen van een milieueffectrapportage; 3. De ontvankelijk ingediende zienswijze tegen het ontwerp TAM-Omgevingsplan ongegrond te verklaren; 4. Het TAM-Omgevingsplan, met planidentificatienummer NL.IMRO.1992.Brielseweg115-0020, ongewijzigd vast te stellen. Advies van commissie De commissie ruimte acht het voorstel rijp voor behandeling in de raad als bespreekstuk. 1. Inleiding Met het TAM-Omgevingsplan Brielseweg 115 Oostvoorne, met planidentificatienummer NL.IMRO.1992.Brielseweg115-0020, wordt de realisatie van een snellaadstation met wacht-/koffieruimte mogelijk gemaakt op het achterterrein van het bestaande tankstation. Het ontwerp TAM-Omgevingsplan heeft van 11 december 2025 tot en met 21 januari 2026 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is één zienswijze ingediend. 2. Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden in het plangebied.
In de in 2001 door de voormalige gemeente Westvoorne met initiatiefnemer gesloten verkoopovereenkomst en in 2006 gesloten vaststellingsovereenkomst zijn financiële afspraken gemaakt over een nabetaling over de destijds vastgestelde grondprijs in geval van een gunstige herbestemming. In een recent gesloten anterieure overeenkomst zijn met initiatiefnemer aanvullende afspraken gemaakt over het kostenverhaal (exploitatiebijdrage voor de opstelling en vaststelling van het TAM-Omgevingsplan), de nabetaling over de grondprijs en planschade/nadeelcompensatie. De exploitatiebijdrage is reeds voldaan. De nabetaling over de grondprijs zal plaatsvinden binnen twee maanden na het onherroepelijk worden van het TAM-Omgevingsplan. Gelet op het feit dat de plankosten gewaarborgd zijn, wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting. 3. Argumenten De ingediende zienswijze heeft betrekking op (geluids)overlast door gebruikers van het tankstation en overlast van koelwagens die laden en lossen. Deze klachten zien grotendeels op de bestaande situatie. Het is niet de verwachting dat de aard en omvang van deze klachten door de ontwikkeling van een snellaadplein op het achterterrein wezenlijk zal toenemen. Daarbij wordt opgemerkt dat het geluid van autoradio’s en wachtende
vrachtwagens niet valt onder de milieubelastende activiteiten (MBA) van een tankstation. Dit is een kwestie van openbare orde en de handhaving daarvan op grond van de APV. Voor het laden en lossen gelden wel tijden: tussen 7.00 uur en 19.00 uur. Buiten deze tijden gelden er geluidsnorrnen voor het laden en lossen. Daarnaast wordt van de exploitant verwacht dat deze zijn bezoekers en leveranciers preventief informeert om ongewenst gedrag te voorkomen en repressief aanspreekt indien er sprake is van ongewenst gedrag. Voorgesteld wordt de zienwijze ontvankelijk te verklaren maar op inhoudelijke gronden ongegrond te verklaren. De zienswijze leidt dan ook niet tot aanpassingen in het TAM-plan. Met de vaststelling van het TAM-Omgevingsplan wordt de realisatie van een snellaadstation mogelijk gemaakt dat ruimtelijk en functioneel goed aansluit bij het bestaande tankstation. Hiermee wordt niet alleen uitvoering gegeven aan in het verleden gemaakte afspraken, maar ook een substantiële bijdrage geleverd aan het streven naar duurzame mobiliteit. Vanwege de beperkte milieu-impact van het plan, wordt afgezien van het vaststellen van een milieueffectrapportage. 4. Communicatie en participatie Na vaststelling van het TAM-Omgevingsplan door de gemeenteraad wordt het plan gedurende zes weken ter inzage gelegd.
Binnen deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Circa twaalf weken na vaststelling treedt het TAM-Omgevingsplan in werking, tenzij bij de Afdeling wordt verzocht om een schorsing van het plan. 5. Duurzaamheid De ontwikkeling van een snellaadstation voor elektrische motorvoertuigen sluit aan bij de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen op het gebied van duurzame mobiliteit en het realiseren van een dekkende infrastructuur voor het opladen van elektrische motorvoertuigen. Het initiatief levert hieraan een substantiële bijdrage. 6. Kosten, baten en dekking De plankosten zijn verhaald op de initiatiefnemer verhaald via de gesloten anterieure overeenkomst. Ook het risico op planschade/nadeelcompensatie is via de overeenkomst bij de initiatiefnemer neergelegd. 7. Regionale afstemming Gelet op de aard en omvang van het initiatief heeft geen regionale afstemming plaatsgevonden. Wel is er (wettelijk) vooroverleg gevoerd met de provincie, het waterschap, DCMR, VRR en GGD. Bijlage(n): TAM-Omgevingsplan
2