Raadsvoorstel Beleidsplan voorschoolse educatie
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp: Portefeuillehouder: Zaaknummer:
Beleidsplan voorschoolse educatie Robert van der Kooi 173594-2024
Gevraagd besluit De raad van de gemeente Voorne aan Zee besluit 1. Het ‘Beleidsplan Voor- en Vroegschoolse Educatie 2025–2026’ van de gemeente Voorne aan Zee vast te stellen per 1 januari 2025. 2. De ‘Subsidieverordening peuteropvang en voorschoolse educatie Voorne aan Zee 2025–2026’ vast te stellen per 1 januari 2025. 3. De ‘Subsidieverordening peuteropvang en voorschoolse educatie 2020’ van de gemeente Westvoorne in te trekken per 1 januari 2025. 4. De ‘Verordening subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie 2020’ van de gemeente Brielle in te trekken per 1 januari 2025. Advies van commissie De commissie adviseert om het voorstel als hamerstuk te agenderen voor de raadsvergadering van 14 november 2024. 1. Inleiding Wettelijke taken Gemeenten, kinderopvang en schoolbesturen hebben een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid om, samen met andere partijen, onderwijsachterstanden tegen te gaan. Volgens de Wet op Primair onderwijs zijn gemeenten verplicht om jaarlijks overleg te voeren met de houders van kinderopvangorganisaties en met schoolbesturen. Dit overleg is gericht op het maken van afspraken en het formuleren van meetbare doelen over de thema’s: - Bestrijden van onderwijsachterstanden - Voorkomen van segregatie - Bevorderen van integratie - Afstemming van toelatings- en inschrijvingsprocedures.
In de meeste gemeenten wordt dit vormgegeven in een LEA (lokaal educatieve agenda). Halverwege 2024 is de LEA van de jonge gemeente Voorne aan Zee met de partners opgesteld. Hierover is onlangs een raadsinformatiebrief verstuurd. Een belangrijk instrument ter bestrijding van onderwijsachterstanden, het eerste punt hierboven, is het aanbieden van voorschoolse educatie (in kinderopvang) en vroegschoolse educatie (in groep 1 en 2 van het basisonderwijs). Gemeenten zijn niet alleen verplicht om te overleggen over voor- en vroegschoolse educatie (VVE), maar zijn ook verplicht om voldoende aanbod van voorschoolse educatie te realiseren (artikel 159 Wpo) en er een aantal afspraken over te maken (artikel 160 Wpo). Het doel van voorschoolse educatie op de voorscholen is om kinderen met een verhoogd risico op een onderwijsachterstand een betere start op de bassischool te geven. Gemeenten dienen afspraken te maken over onderwerpen, zoals de doelgroepdefinitie, toeleiding en de doorgaande leerlijn. Wat is VVE? Een zorgprofessional van het Centrum voor Jeugd en Gezin kan een peuter van ongeveer 2,5 jaar een indicatie geven voor VVE (voor- en vroegschoolse educatie) wanneer er sprake is van een spraak- en/of taalachterstand. De gemeente is alleen verantwoordelijk voor het voorschoolse deel, waarvoor de gemeente financiële middelen ontvangt. Dit is het gemeentelijk
onderwijsachterstanden budget (GOAB). Voor Voorne aan Zee is dat zo’n 2,1 miljoen per jaar. Het onderwijs is vanzelfsprekend verantwoordelijk voor de ‘vroeg’school. Er dient een voorschools aanbod van 960 uur te zijn over een periode van 1½ jaar. Het VEprogramma duurt namelijk anderhalf jaar (peuters van 2,5 tot 4 jaar). Dit komt neer op een aanbod VE van maximaal 650 uur per kalenderjaar dat de gemeente moet kunnen aanbieden. Dit doen wij via subsidiëring van de opvangorganisaties Humankind, Partou en Kinderkoepel. Er zijn momenteel totaal 9 locaties in de gemeente waar VE wordt aangeboden. Met deze partners is er het afgelopen jaar gewerkt aan dit nieuwe beleidsplan, waarbij adviesbureau Oberon heeft meegelezen en aan de partijen ook uitleg heeft gegeven over de subsidieverlening. Gevraagd wordt om deze stukken nu vast te stellen. 2. Begrotingsprogramma, bestaand beleid, kaders en eerdere besluiten Beleidsstukken en verordeningen dienen binnen twee jaar na een herindeling geharmoniseerd te worden en door de gemeenteraad vastgesteld te worden. Daarom ligt dit nu voor. In het collegeprogramma worden preventie en eigen kracht als belangrijke ambities genoemd. In het beleidsplan Samen Krachtig! van het Sociaal Domein en het armoedebeleid wordt, naast preventie, ook het belang van kansengelijkheid benadrukt. Er wordt ernaar gestreefd dat iedereen mee kan doen in de samenleving.
De kans dat laaggeletterden in de armoede geraken is groter dan bij geletterden. Tijdige inzet op spraak- en taalachterstanden op jonge leeftijd is daarom van groot belang. 3. Argumenten Subsidieverordening De subsidieregeling op dit gebied dient nu (binnen 2 jaar na de fusie) nog geharmoniseerd te worden. De voormalige gemeenten Brielle en Westvoorne kenden beiden een aparte subsidieverordening voor peuteropvang en VVE. In de voormalige gemeente Hellevoetsluis liep dit via de Asv (algemene subsidieverordening). Naast een nieuw beleidsplan is er dus ook een nieuwe subsidieverordening opgesteld voor de opvangorganisaties. Bij de vaststelling door de raad, worden de oude verordeningen ingetrokken. De nieuwe verordening is van toepassing op de subsidies voor het jaar 2025 en alle partijen zijn hierover al geïnformeerd. Bij de harmonisatie van de subsidieverordening was het uitgangspunt dat geen enkele opvangorganisatie erop achteruit zou gaan. Het uurtarief (subsidienormbedrag) is gelijk getrokken en ligt nu iets hoger dan voorheen, op € 13,00 en dat is voor alle partijen gunstiger. Dit is in goed overleg gegaan met de kinderopvangorganisaties. Ook komt er meer ruimte (subsidie) voor maatwerk in de VE-groep voor bijvoorbeeld peuters die extra zorg nodig hebben of VE-groepen waar meer dan 50% doelgroeppeuters aan deelnemen.
Beleid Als het gaat om het beleidsplan dan komt het er in feite op neer dat alle peuters met een geconstateerde achterstand op het gebied van spraak of taal én alle peuters die een risico lopen op een achterstand, in aanmerking komen voor het voorschoolse educatieve aanbod. Ongeacht de etnische achtergrond of financiële situatie waarin een gezin zich begeeft. Het gaat erom dat het kind geen spraak- of taalachterstand krijgt of dat deze wordt weggewerkt. Dit was voorheen ook zo. Wat nieuw is ten opzichte van het vorige beleid is de verschuiving naar 2 jaar en 3 maanden in plaats van 2½ jaar, omdat de peuters al geplaatst worden bij 2 jaar en 3 maanden. Wat daarnaast nieuw is ten opzichte van de oude situatie is dat nu ook peuters met lichte gedragsproblematiek hiervoor in aanmerking komen. Voor sommige peuters is het goed om vaker in de peuteropvang met andere kinderen te spelen om sociale vaardigheden aan te leren. Halverwege 2026 wordt de werkwijze geëvalueerd en moet dus blijken of dit voortgezet wordt in de nieuwe GOAB-periode vanaf 2027 en of gedragsproblematiek hierin nog steeds meegenomen wordt. De definitie hiervan wordt nog nader uitgewerkt. 2
Belangrijke beleidsuitgangspunten die gehanteerd worden voor de kinderopvang zijn: - Alle peuters met een risico op of met een geconstateerde taalachterstand krijgen een VVE-indicatie. Het doet er dus niet toe waar de ouders oorspronkelijk vandaan komen. - Zowel kinderen met, als kinderen zonder taal- of spraakachterstand draaien mee in gemengde groepen. Zij leren daardoor sneller en trekken zich op aan andere kinderen. - Voor een doelgroeppeuter met extra zorgbehoefte is extra ondersteuning mogelijk. - Ouders met een gelijk inkomen, zowel met als zonder kinderopvangtoeslag, betalen eenzelfde ouderbijdrage voor de opvang. - Voor minima tot 120% van de bijstandsnorm vergoedt de gemeente de ouderbijdrage voor de opvang. Voor hen is de kinderopvang gratis en dit loopt via het armoedebeleid. - Voor peuters van minima tot 120% van de bijstandsnorm is het hele VE-aanbod gratis. - Voor alle andere peuters (ouders) geldt dat alleen het 2e deel van het VE-aanbod gratis wordt aangeboden. Dit om volledige deelname aan een VE-programma te stimuleren. Samengevat Was…
Wordt…
VE-programma vanaf 2½ jaar VE-programma tot 4 jaar
VE-programma vanaf 2 jaar en 3 maanden VE-programma mag, wanneer voldoende onderbouwd, doorlopen na 4e verjaardag Doelgroepdefinitie = spraak- en taalachterstand + lichte gedragsproblemen Subsidienormtarief geharmoniseerd naar € 13,00, inclusief stukje voor opleiding personeel.
Doelgroepdefinitie = spraak- en taalachterstand Subsidienormtarief VE verschilde per gemeente. Hellevoetsluis € 12,08 Westvoorne € 11,33 Brielle € 11,81 Geen extra financiële ondersteuning voor: - Peuters met extra zorgbehoefte - VE-groepen met meer dan 50% doelgroep peuters
Wel subsidiemogelijkheden: € 250,- per peuter met extra zorgbehoefte € 5.000,- ondersteuning groep > 50% doelgroep peuters
4. Communicatie en participatie Er is het afgelopen jaar intensief overleg gevoerd met de eerder genoemde partners. 5. n.v.t.
Duurzaamheid
6. Kosten, baten en dekking De gemeente ontvangt van het Rijk voor de periode 2022 t/m 2026 jaarlijks een bedrag van ongeveer 2,1 miljoen euro aan OAB middelen (Onderwijsachterstanden). Het budget is toereikend. Het budget is geoormerkt en toereikend voor de subsidiering van de voorschoolse educatie. Het vaststellen van dit beleidsplan en van de subsidieverordening heeft dus geen financiële consequenties. Uit dit budget wordt ook ander ondersteuningsaanbod bekostigd, zoals de VoorleesExpress en Boekstartcoach van de Bibliotheek en ook Instapje/Opstapje. Het budget mag alleen besteed worden aan actieve taal-/leesbevordering aan 0-12 jarigen en onze uitgaven worden jaarlijks verantwoord richting het Rijk. Na de periode van 4 jaar dienen we het overschot weer terug te storten. Vanaf 2027 gaat er weer een nieuwe periode in. Wanneer het nieuwe kabinet besluit om de KOT (kinderopvangtoeslag) niet te indexeren voor 2026, dan zou de ouderbijdrage fors omhoog kunnen gaan. Eventuele financiële consequenties zullen dan voorgelegd worden aan het college en de gemeenteraad.
3
7. n.v.t.
Regionale afstemming
Bijlage(n): Bijlage 1: Beleidsplan peuteropvang en voorschoolse educatie 2025-2026 Bijlage 2: Subsidieverordening peuteropvang en voorschoolse educatie 2025-2026
4