Raadsbesluit Vaststelling Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne Veegplan 3.
Tekst van het document
25
Beantwoording Wat betreft de opmerkingen over het toevoegen van meer dan 12 woningen aan het buitengebied geldt dat deze projecten niet samenhangen met elkaar. Dit zijn op zichzelf staande projecten waarbij geen van deze projecten ladderplichtig is. Door ze in een veegplan op te nemen betekent niet dat er directe samenhang is tussen de projecten en daarom zijn ze gezamenlijk niet ladderplichtig. a. Met betrekking tot bovenstaande zienswijze over de Walinxweg 3 wordt meegeven deze locatie niet langer onderdeel uitmaakt van het ‘Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne: Veegplan 3’ dat aangeboden zal worden aan de gemeenteraad ter vaststelling. Derhalve is de zienswijze niet beantwoord. Er is op de locatie spuitzoneonderzoek uitgevoerd en de conclusie uit dit rapport houdt vanwege een uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2022:3023) op een andere zaak niet langer stand. Dat betekent dat er voor de locatie Walinxweg momenteel geen onderzoek is waaruit blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op het aspect spuitzones. Het initiatief wordt derhalve geparkeerd en later mogelijk weer opgepakt in het geval uit voortschrijdend inzicht blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat in relatie tot de spuitzones. b. De provincie stelt dat er vier compensatiewoningen worden opgericht. Dit is niet correct.
Met de beoogde ontwikkeling worden twee bedrijfswoningen omgezet naar twee burgerwoningen. Daarnaast wordt voor de sanering van meer dan 2.000 m2 aan varkenshouderij ook nog twee compensatiewoningen gerealiseerd. Voor verdere beantwoording van de zienswijze verwijzen wij naar de beantwoording onder zienswijze 2, onder a. Hier gaan wij in op de motivering van zowel het aantal woningen als de toetsing van de locatiekeuze aan het provinciaal beleid. De ruimtelijke onderbouwing wordt aangepast op basis van deze zienswijze. c. Wij vinden 3 compensatiewoningen geen te grote compensatie. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Hiervoor is de ontwikkeling getoetst aan artikel 6.9 uit de provinciale verordening. Op basis van dit artikel is een ontwikkeling mogelijk binnen de eisen zoals die gelden ten aanzien van de beschermingscategorie (buitengebied), het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Met dit initiatief is sprake van inpassen. Hierbij dient de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk te blijven. Met de beoogde ontwikkeling aan de Nieuw Rockanjesedijk 1b wordt ruim 1.500 m2 bebouwing gesaneerd in ruil voor 1,5 compensatiewoningen. In totaal worden er 3 compensatiewoningen gerealiseerd.
De ruimtelijke kwaliteitsvoordelen die de sanering van de manege oplevert zijn relatief fors: de sanering levert een aanzienlijke stikstofverbetering op doordat de manege verdwijnt en daarmee ook het houden van paarden, de opslag van mest en de vele verkeersbewegingen die bij een manege horen. Tevens wordt asbest gesaneerd met het slopen van de bebouwing. Er is daarmee naar onze mening sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Wij kennen hier nog 1,5 compensatiewoning aan toe. De beleidstoets wordt tevens aangepast, zodat duidelijker naar voren komt wat de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van deze ontwikkeling is. Naast de sanering levert een andere situering van de bebouwing ook meer doorzichten naar de polder op.
26
d. Reclamant geeft aan dat zij de hoeveelheid toe te voegen bebouwing te fors vindt en dat onduidelijk is hoe de bebouwing zich verhoudt tot de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit. In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat er circa 5.800 vierkante meter aan kassen en bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Er wordt geconcludeerd dat dit voldoende is voor de bouw van één compensatiewoning en het omzetten van de zomerwoning naar een permanente woning. Deze onderbouwing is achteraf gezien te minimaal. Wij stellen voor om de hoeveelheid aan bebouwing beter te onderbouwen en meer aandacht te besteden aan de ambities/richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. Wij zijn wel van mening dat deze locatie voldoet aan het provinciaal beleid. Daarnaast maken wij als gemeente gebruik van het handboek kwaliteitsverbetering. Allereerst gaan wij in op de hoeveelheid toe te voegen bebouwing. Het perceel aan de Langeweg bestaat uit een bedrijfswoning, een zomerwoning en een kassencomplex. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Dit is niet strijdig met het provinciaal beleid.
Voor de andere twee woningen dient op basis van het provinciale beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit in relatie met de gemeentelijke structuurvisie ‘Glasherstructurering (na 1e herziening)’ te worden berekend hoeveel woningen er mogelijk gemaakt kunnen worden door permanente beëindiging van het glastuinbouwbedrijf en sanering van het kassencomplex. Op het perceel zijn twee kassen aanwezig van respectievelijk circa 2.500 m2 en circa 2.460 m2. Er is dus 4.960 m2 aan glas op het perceel aanwezig. In totaal mag de eigenaar 20.000 m2 aan glas realiseren. Er is naast het fysieke glas ook nog 15.000 m2 aan papieren glas aanwezig. Verder bestaat het perceel uit twee watersilo’s à 150 m2, een schuurruimte à 165 m2, een te behouden schuur (nummer 34a) à 210 m2 en een hobbykas à 288 m2. De hobbykas komt te vallen onder het persoonsgebonden overgangsrecht. Dit is per abuis niet aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing en de regels van het bestemmingsplan. In de toelichting van de ruimtelijke onderbouwing wordt dit onderbouwd en in het bestemmingsplan wordt een artikel toegevoegd waarin de hobbykas wordt gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht’. Hier mag dit gebouw (de hobbykas) worden gebruikt als hobbykas.
Op deze locatie geldt vervolgens dat het gebruik van de hobbykas mag worden voortgezet door diegene(n) die de Langeweg 34 bewoont/bewonen ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan Veegplan 3. Uitbreiding van de hobbykas is niet toegestaan. Zodra het gebruik van de hobbykas en/of woning aan de Langeweg 34 door de bestaande gebruikers wordt beëindigd, vervalt het recht op gebruik van het gebouw als hobbykas en dient deze te worden gesaneerd. Als bestaande gebruiker wordt aangemerkt de persoon/personen die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Voorne aan Zee staan ingeschreven op het betreffende adres. Op basis van de voormalige provinciale ruimte voor ruimte regeling gold altijd dat per 5.000 m2 aan te saneren kassen of 1.000 m2 aan te saneren bedrijfsbebouwing een woning mag worden gerealiseerd. Er is 4.960 m2 aan glas aanwezig. Dat is afgerond al 1 woning. Verder wordt nog 150 + 165 + 288 m2 = 603 m2 te saneren bedrijfsbebouwing, zie onderstaande figuur. Waarvan de hobbykas niet direct, maar op termijn wordt gesaneerd. De te saneren bedrijfsbebouwing is in totaal goed voor 0,6 woning. Dat betekent dat er nog 0,4 woning te kort komt aan fysieke bebouwing. Omdat er ook nog 15.000 m2 aan papieren glas bestaat zijn wij coulant in de afronding.
Er wordt met de sanering en beëindiging van het bedrijf immers een grote 27
ruimtelijke kwaliteitswinst geboekt. Hiermee wordt naast de om te zetten bedrijfswoning ook een nieuwe woning mogelijk gemaakt en wordt een woonbestemming, inclusief bouwregels toegekend aan de zomerwoning.
Verder vraagt reclamant om ook aandacht te besteden aan de ruimtelijke kwaliteit/ligging in bestaand lint. Op basis van artikel 6.9 uit de provinciale verordening kan gesteld worden dat er sprake is van inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In het glasbeleid van de gemeente wordt ook aangehouden dat woningen het liefst worden gerealiseerd op de locatie van het voormalige kassencomplex. Bovendien ligt deze locatie op de rand van het zoekgebied voor woningen. Dit houdt in dat er (clusters van) woningen mogelijk zijn op deze locatie mits deze goed worden ingepast in de landschappelijke structuur. Voor een goede landschappelijke inpassing in de landschappelijke structuur kijken we verder naar het provinciaal en gemeentelijk beleid (handboek kwaliteitsverbetering). Op de provinciale kwaliteitskaart is het gebied gelegen in een polderlint. Dit houdt in dat de bebouwing op één niveau ligt met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte en daarmee mogelijk tot ligging achterop de kavel.
Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Wanneer we verder kijken naar het gemeentelijk beleid (Handboek kwaliteitsverbetering buitengebied) zien we dat de locatie is gelegen in het zandlint binnen het deelgebied Zanderijen. Dit zijn rechte wegen met halfopen landschappen met doorzichten naar het achterliggende landschap. Door de compensatiewoningen achter de voorste woning te situeren wordt openheid gecreëerd ten opzichte van de bestaande situatie op het perceel en wordt voorkomen dat het lint aan de Langeweg verder wordt verdicht en verlengd. Bovendien past de beoogde situering bij de karakteristiek van de Langeweg. Dat in de huidige situatie al drie vertakkingen kent (op de locatie van de beoogde ontwikkeling, langs de Langeweg 40/42 en bij het 28
Waterbospad). De situering van de compensatiewoning en de zomerwoning passen daarmee in het karakteristiek van het lint. De Langeweg 32, de zomerwoning en nieuw te realiseren woning kunnen mede worden gezien als cluster van woningen, zoals omschreven in ons glasbeleid, met daartussen open doorzichten naar het achterliggende gebied. Hiermee wordt voldaan aan de structuurvisie ‘Glasherstructurering (na 1e herziening)’. Voor de zomerwoning specifiek geldt nog dat wanneer er herbouw plaatsvindt buiten de bestaande fundering er opnieuw getoetst zal worden aan het artikel voor kwalitatieve toetsing binnen het deelgebied Zanderijen. Hiermee behouden wij als gemeente de regie over de aansluiting van deze locatie bij het lint van de Langeweg. Met een zorgvuldige invulling van de locatie is zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten voor woningclusters in de zoekgebieden en met de uitgangspunten voor woningbouw binnen de bestaande bebouwingslinten (zie paragraaf 5.3 van de structuurvisie). Met een forse sanering van agrarische bebouwing en een zorgvuldige invulling van de locatie, doet het bestemmingsplan geen afbreuk aan de richting die met de structuurvisie wordt beoogd, namelijk het behouden van de openheid van het buitengebied. Bovendien wordt er nog getoetst aan het handboek kwaliteitsverbetering bij realisatie van de woning.
In het handboek worden kwaliteitseisen gesteld aan de inpassing van het perceel. Voor de Langeweg gelden de voorwaarden binnen het deelgebied Zanderijen. Wanneer de initiatiefnemer voldoende aanbevelingen uit dit handboek overneemt zal de gemeente akkoord gaan met de omgevingsvergunning voor realisatie van de woning.
29
Conclusie De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Gelet op de beantwoording van de zienswijze leidt de zienswijze tot wijziging van het bestemmingsplan: - Doordat de locatie Walinxweg niet langer wordt meegenomen in dit Veegplan worden bovenstaande wijzigingen ook niet doorgevoerd in het bestemmingsplan. Deze wijzigingen zullen op een later moment, wanneer de locatie Walinxweg wordt verwerkt in een bestemmingsplan, wel worden verwerkt. - In hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Quacksedijk (bijlage 6 van het bestemmingsplan) wordt de aanvulling, zoals voorgesteld in de beantwoording onder zienswijze 2 sub a, toegevoegd om realisatie van de woningen uitgebreider te onderbouwen én te onderbouwen waarom dit ruimtelijk aanvaardbaar is. - Bijlage 1 van de RO Nieuw Rockanjesedijk 1b wordt vervangen door een aangepaste beleidstoets met een duidelijker overzicht over de te saneren bebouwing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering en daarmee in het aantal toegestane compensatiewoningen. - Hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Langeweg 32a/34a wordt aangevuld met waarom dit plandeel niet strijdig is met de richtpunten en ambities voor ruimtelijke kwaliteit, zoals voorgesteld in de beantwoording sub d.
- In hoofdstuk 3 van de toelichting van de Ruimtelijke Onderbouwing Langeweg 32a/34 wordt onderbouwd waarom met de ontwikkeling twee woningen kunnen worden toegevoegd. - Hoofdstuk 2 van de toelichting van de Ruimtelijke onderbouwing Langeweg 32a/34a wordt aangevuld met een toelichting over plannen voor de hobbykas. - In het bestemmingsplan wordt een nieuw artikel (artikel 166, navolgende artikelen vernummeren) toegevoegd waarin de hobbykas wordt gekoppeld aan de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht’. Hier mag dit gebouw (de hobbykas) worden gebruikt als hobbykas bij de functie Wonen. Op deze locatie geldt vervolgens dat het gebruik van de hobbykas mag worden voortgezet door diegene(n) die de Langeweg 34 bewoond/bewonen ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan Veegplan 3. Uitbreiding van de hobbykas is niet toegestaan. Zodra het gebruik van de hobbykas en/of woning aan de Langeweg 34 (kadastraal perceel gelegen op kadastraal perceel WVN00-B-817) door de bestaande gebruikers wordt beëindigd, vervalt het recht op gebruik van het gebouw als hobbykas en dient deze te worden gesloopt. Als bestaande gebruiker wordt aangemerkt de persoon/personen die op het moment van het van kracht worden van deze regels volgens de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Voorne aan Zee staan ingeschreven op het betreffende adres.
Voorgaande wordt ook zo aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing van de Langeweg.
30
Hoofdstuk 3 Ambtshalve wijzigingen a. In de toelichting in paragraaf 1.3.9 is per abuis opgenomen dat artikel 87 – bouwvlak woning op de locatie Strypsedijk van toepassing is. Artikel 87 wordt verwijderd uit deze tabel. b. Voor de locatie Achterstrypseweg 9c zijn per abuis onjuiste gegevens overgenomen in het bestemmingsplan. De juiste gegevens uit de overeenkomst worden hersteld in artikel 84 – Bouwregels Achterstrypseweg 9c. Hierin wijzigt de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en overkappingen per woning van 225 m2 naar ten hoogste 250 m2. De bouw- en goothoogte van de hoofdbouwmassa, inclusief aanen uitbouwen en aangebouwde overkappingen, wijzigt voor de bouwhoogte van ten hoogste 5 naar 10 meter en voor de goothoogte van ten minste 3 naar 4,5 meter. De bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande overkappingen wijzigt van ten hoogste 5 naar ten hoogste 6m. c. Voorafgaand aan het ontwerp is een nieuw artikel toegevoegd aan het bestemmingsplan. Dit betreft artikel 85 – bouwregels nieuwbouwwoning. Per abuis is in de toelichting geen onderbouwing opgenomen voor deze toevoeging. Deze onderbouwing wordt alsnog toegevoegd en luidt als volgt: Artikel 85 is een nieuw artikel dat is toegevoegd voor nieuwbouwwoningen vanaf Veegplan 3. Dit betekent dat artikel 85 niet komt te gelden voor locaties waar al een nieuwbouwwoning is toegekend in eerdere veegplannen.
Artikel 87 – bouwvlak woning werd gebruikt in combinatie met artikel 75 – bouwregels woning om te regelen waar een woning kan worden gebouwd. De bouwregels voor een woning in artikel 75 zijn gericht op vervangende nieuwbouw en niet op complete nieuwbouw. In het geval van artikel 75 dient een woning altijd te worden teruggebouwd op de bestaande fundering (vervangende nieuwbouw) en anders moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd wanneer hiervan wordt afgeweken. Deze eis is ook bedoeld voor complete nieuwbouw, maar sub k van artikel 75 voorziet niet in bouwregels voor complete nieuwbouw. Feitelijk is het daarmee niet mogelijk binnenplans een nieuwbouwwoning te realiseren via de artikelen voor kwalitatieve toetsing (138 – 142). Hierdoor hebben wij een nieuw artikel 85 – bouwregels nieuwbouwwoning toegevoegd waarin wel regels voor nieuwbouwwoningen zitten. Met artikel 85 – Bouwregels nieuwbouwwoning wordt zowel een bouwvlak aangeduid als een toetsmoment ingebouwd. Voorheen werkten wij hier met de artikelen 75 (toetsmoment) en 87 (bouwvlak). Artikel 85 – bouwregels nieuwbouwwoning en artikel 75 – bouwregels woning verschillen alleen in sub k. Voor artikel 85 is daar het woordje vervangende tussen haakjes gezet om aan te geven dat deze sub ook geldt voor niet vervangende nieuwbouw. Voor de huidige nieuwbouwsituaties (t/m veegplan 1 en 2) laten wij deze situatie bestaan.
Voor nieuwe situaties werken wij vanaf dit bestemmingsplan (veegplan 3) met artikel 85.
31
d. In artikel 66.2 is een voorwaardelijke bepaling opgenomen voor de locatie Quacksedijk/Boomweg/Middelweg/Vleerdamsedijk. In deze bepaling staat dat de gronden aan de Middelweg (WVN00-B-419), Vleerdamsedijk (WVN00-B-920) en Boomweg (WVN00-B-1949, WVN00-B-1950 en WVN00-B-1951) niet gebruikt of bebouwd mogen worden als er voorafgaand aan de sloop op de Quacksedijk 2/2a geen aanvullend ecologisch onderzoek is gedaan naar de soorten uit bijlage 5 van het ontwerp. Ook stond er dat een van de maatregelen getroffen diende te worden ten aanzien van vogels zonder jaarrond beschermd nest. Het ecologisch vervolgonderzoek is inmiddels uitgevoerd en hierin is vastgesteld dat er ontheffing dient te worden aangevraagd voor de gewone dwergvleermuis en de steenmarter. Het is waarschijnlijk dat deze ontheffing wordt verleend, zo is bevestigd door de uitvoerders van het ecologisch adviesbureau. De ontheffing is inmiddels aangevraagd. Doordat er nog geen ontheffing is mag het initiatief (sloop) niet worden uitgevoerd.
Om te voorkomen dat er gesloopt en gebouwd wordt voordat de ontheffing is verleend wijzigen wij de voorwaardelijke bepaling zo dat de genoemde gronden niet gebruikt en bebouwd mogen worden als er niet voorafgaand aan de sloop op de Quacksedijk 2/2a ontheffing is verleend op de Wet natuurbescherming voor het vernietigen van de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en van de steenmarter binnen de bebouwing aan de Quacksedijk en er voldaan wordt aan alle voorwaarden en maatregelen voortkomend uit de verleende ontheffing. e. Voor een aantal locaties is stikstofonderzoek uitgevoerd. Ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestond die alleen nog uit de gebruiksfase. Voor de realisatiefase kregen initiatieven destijds vrijstelling. In november 2022 heeft een rechter in de uitspraak Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159) een streep door deze vrijstelling gehaald. Alle initiatieven met een bouwfase dienen vanaf heden dan ook de realisatiefase te berekenen. Voor de projecten Langeweg 32/34a, Nieuwe Rockanjesedijk 1b, Achterweg/Strypsedijk en Quacksedijk/Boomweg/Vleerdamsedijk/Middelweg is voor vaststelling een Aeriusberekening voor de realisatiefase toegevoegd. Ook is de Aeriusberekening voor de gebruiksfase opnieuw berekend. Deze berekeningen zijn opnieuw toegevoegd aan de diverse ruimtelijke onderbouwingen en de paragrafen ecologie zijn hierop aangepast.
De stikstofdepositie van alle berekeningen is 0,00 mol/ha/jr. Voor de locaties Vleerdamsedijk en Middelweg geldt als aanvullende voorwaarde dat er modulair gebouwd wordt en gewerkt wordt met elektrisch materieel om op een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr uit te komen. f. De voorwaardelijke bepaling onder artikel 66.2 in relatie tot bodemkwaliteit wordt verwijderd uit het stuk. Voor de Boomweg was verder onderzoek niet relevant, doordat het bestemmingsvlak niet ligt ter locatie van de verdachte grond. Voor de Vleerdamsedijk geldt ook dat het bestemmingsvlak wordt verkleind. Hierdoor komt de asbest verdachte locatie buiten het bouw- en functievlak voor Wonen te liggen en geldt er geen verdere onderzoeksverplichting.
32
g. In de ruimtelijke onderbouwing van de Quacksedijk (bijlage 6 bij het bestemmingsplan) corresponderen de namen van bijlagen 2 t/m 5 (2: Quacksedijk, 3: Middelweg, 4: boomweg en 5: Vleerdamsedijk) niet met de inhoud van de rapporten. Bijlage 2 verwijst naar de Middelweg in plaats van de Quacksedijk. Bijlage 3 verwijst naar de Boomweg in plaats van de Middelweg. Bijlage 4 verwijst naar de Vleerdamsedijk in plaats van de Boomweg en bijlage 5 verwijst naar de Quacksedijk in plaats van de Vleerdamsedijk. Het juiste bodemonderzoek wordt nu geplaatst bij de juiste naamgeving. Kortom: aan bijlage 2 Bodemonderzoek Quacksedijk wordt ook inhoudelijk het bodemonderzoek van de Quacksedijk gekoppeld. Ditzelfde geldt voor bijlage 3 Bodemonderzoek Middelweg, bijlage 4 Bodemonderzoek Boomweg en bijlage 5 Bodemonderzoek Vleerdamsedijk. h. Voor de locatie Nieuw Rockanjesedijk 1b is voor de meest oostelijk gelegen woning in 2022 al een hogere waarden besluit genomen. Deze is per abuis nog niet toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing en wordt nu alsnog toegevoegd als bijlage bij de onderbouwing. i. In het ontwerpbestemmingsplan is de locatie Colinslandsedijk 4 opgenomen. Op deze locatie wordt een grotere bed&breakfast toegestaan, van 55 vierkanter meter. Inmiddels is de vergunning verleend (d.d. 10 maart 2022) en ook onherroepelijk geworden.
In paragraaf 1.3.1 van het vast te stellen bestemmingsplan is aangegeven dat deze onherroepelijke vergunning is verwerkt. j. In paragraaf 4.3 van de ruimtelijke onderbouwing van de locatie Quacksedijk (bijlage 6 bij het bestemmingsplan) wordt eerst beschreven dat er voor de locatie aan de Quacksedijk gronden verontreinigd zijn met minerale olie en dat de initiatiefnemer deze gaat saneren. Waarna vervolgens wordt geschreven dat er mogelijk saneringsmaatregelen nodig zijn om de locatie geschikt te maken voor toekomstig gebruik. Met de initiatiefnemer is afgesproken dat er een saneringsplan wordt opgesteld om de verontreinigde grond te saneren. Hierbij willen wij wel aangeven dat de saneringsopgave geen deel uitmaakt van de voorwaarden om de bouwwerkzaamheden te kunnen starten. Aansluitend op de sloopwerkzaamheden zal nader bodemonderzoek worden uitgevoerd en het saneringsplan met de DCMR worden afgestemd en uitgevoerd. Dit is ook in het belang voor de verkoop van de locatie als agrarische grond (zonder verontreinigingen en/of saneringsplicht) aan een volgende eigenaar. De laatste alinea van paragraaf 4.3 over de locatie Quacksedijk wordt hierop aangepast. k. In artikel 56 – Algemeen grondgebruik wordt weidegang toegestaan bij een agrarisch bedrijf en voor hobbymatig gebruik.
Wij menen dat weidegang voor andere bedrijfsmatige functies als een manege, paardenstalling of dressuurstal ook bedoeld is als toegestaan gebruik voor weidegang ten behoeve van een bedrijfsmatige functie. Om dit daadwerkelijk mogelijk te maken wordt sub a van artikel 56 daarom opgedeeld in twee subs waarin enerzijds weidegang toegestaan wordt voor de functies die hierboven benoemd zijn en daarnaast wordt een extra sub na a ingelast waarin het gedeelte waarin productiegronden bij agrarische bedrijven worden toegestaan in geplaatst wordt. De nieuwe subs a en b luiden vervolgens: a. weidegang bij een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 4, een manege als bedoeld in artikel 13, een dressuurstal als bedoeld in artikel 14 en een paardenstalling als bedoeld in artikel 12; en b. productiegrond bij een agrarisch bedrijf als bedoeld in artikel 4. De andere reeds bestaande subs vernummeren naar sub c en d.
33
Aan de aanleiding van het Veegplan 3 wordt in de toelichting, paragraaf 1.1, toegevoegd dat de gemeenten Westvoorne, Hellevoetsluis en Brielle per 1 januari 2023 zijn gefuseerd tot de gemeente Voorne aan Zee. In de ruimtelijke onderbouwingen is dit ook aangepast waar mogelijk, maar op onderdelen (in sommige onderzoeken) zal nog ‘gemeente Westvoorne’ vermeld staan. Per 1 januari is dit de gemeente Voorne aan Zee gewo
34