CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatiebeleid Voorne aan Zee 'Samen aan Zet'

Raadsvergadering 3 oktober 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Participatiebeleid 'Samen aan Zet'7.781 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1

Samen aan zet Participatiebeleid gemeente Voorne aan Zee

2

Inhoudsopgave

Inleiding

4

1

Waarom vinden we participatie belangrijk?

7

2

Waar gaan en staan we voor als het gaat om participatie?

11

3

Vormen van participatie

15

4

Participatie onder de Omgevingswet

18

5

Wie heeft welke rol bij participatie?

22

6

Maatwerk in de participatieaanpak

28

7

Bijlagen: Verantwoording en Begrippenlijst

31

3

Inleiding Voorne aan Zee is een prachtige, nieuwe gemeente op VoornePutten waar circa 72.000 inwoners een thuis hebben, bedrijven in een gezond klimaat ondernemen en duizenden toeristen recreëren. Het leefplezier van onze inwoners staat voorop. Bewoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen nemen we in Voorne aan Zee serieus. We zijn trots op onze dorpen, wijken, natuur, veerkracht en historie. We zoeken verbinding, werken graag samen vanuit gelijkwaardigheid en vinden vertrouwen in elkaar belangrijk. Die drijfveer is terug te zien in dit participatiebeleid. We zien mogelijkheden, zijn actief, daadkrachtig en sterk. We werken samen met inwoners, ondernemers en iedereen die actief is in deze gemeente om iedere dag een beetje mooier te maken. We zijn ‘Samen aan zet in Voorne aan Zee’. Er is binnen een gemeente sprake van veel verschillende soorten participatie. Maatschappelijke participatie, met bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, of participatie in sport, cultuur en verenigingsleven. Verder is er de participatie op grond van de Participatiewet, waarbij mensen de kans krijgen weer mee te gaan doen op de arbeidsmarkt. Ook kennen we burgerparticipatie, waarbij inwoners betrokken zijn bij beleid of projecten, van de gemeente of van andere initiatiefnemers. En overheidsparticipatie, waarbij de gemeente deelneemt aan initiatieven van de samenleving.

Bij grootschalige duurzame energieprojecten is er naast bewonersparticipatie ook vaak sprake van lokaal eigendom en financiële participatie, waarbij inwoners kunnen meedoen aan en meeprofiteren van de opbrengsten van deze projecten. Deze soorten participatie komen terug binnen de diverse beleidsvelden van de gemeente. Het participatiebeleid ‘Samen aan zet’ richt zich op burger- en overheidsparticipatie. Overal waar we het in dit beleid over participatie hebben, wordt dit bedoeld. Het beleid laat zien wat we van elkaar mogen verwachten als het om het betrekken van bewoners en/of ondernemers gaat bij beleid, projecten en trajecten. In alles fasen: van agendering van beleid tot evaluatie van projecten. We willen dat dit altijd transparant en op een gelijke manier plaatsvindt en alle belangen een plek aan tafel bieden. Met elkaar doen we ervaring op en waar nodig kunnen we de inzet op participatie verder bijsturen of aanpassen. Diverse participatievormen krijgen een vaste plek binnen de gemeente en we zorgen voor maatwerk als dat past bij een onderwerp waarover participatie plaatsvindt, of bij een bepaalde doelgroep. De organisatie blijft zich verdiepen in mogelijkheden van participatie om de omgeving te betrekken en initiatieven te omarmen.

In de aanloop naar de gemeente Voorne aan Zee hebben de drie gemeenten intensief contact gehad met de inwoners en is de toekomstvisie via een participatief proces tot stand gekomen. Deze visie vormt de basis van het participatiebeleid.

4

Bestaand beleid Dit participatiebeleid bouwt verder op bestaand beleid en visies die zijn opgesteld in het fusietraject voorafgaand aan de vorming van de gemeente Voorne aan Zee: • Eerder participatiebeleid voormalige gemeenten • Toekomstvisie Voorne aan Zee • Besturingsvisie ‘Op weg naar één gemeente op Voorne’ • Dienstverleningsconcept Voorne aan Zee

“Ik wil actief betrokken worden bij alles wat de burger aangaat waarbij de impact aanzienlijk is.” Inwoner in enquête participatiebeleid juni 2022

Hoe is dit participatiebeleid tot stand gekomen? Geen participatiebeleid zonder participatie. In de eerste helft van 2022 zijn allerlei betrokkenen bevraagd, zoals de gemeenteraden, colleges, inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen (waaronder adviesraden sociaal domein) en medewerkers. Onder inwoners is een digitale enquête gehouden. De inbreng is gebruikt om de uitgangspunten voor participatie in Voorne aan Zee te bepalen. Aan diverse betrokkenen zijn de uitgangspunten voor het participatiebeleid voorgelegd, zodat zij zich er een oordeel over konden vormen. Daarna is het beleid uitgewerkt.

Het vervolgtraject Dit participatiebeleid vraagt om een concretiseringsslag, om er in de praktijk goed mee aan de slag te kunnen. Er komt een plan van aanpak voor het implementeren, bewaken en ontwikkelen van het participatiebeleid. Daarin is ook aandacht voor training en ondersteuning van medewerkers die het beleid in de praktijk gaan brengen. Een praktische gereedschapskist bevat middelen om in te zetten bij participatietrajecten. Deze moeten opgenomen worden in de bestaande processen. In de gereedschapskist is bijvoorbeeld opgenomen hoe je een participatietraject opzet. Ook bevat deze analyses, afwegingskaders en tools om een participatieproces in beeld te brengen. Ook staat daarin welke vormen van participatie passen bij de betrokkenen (per leefstijl). Dat is namelijk niet voor iedereen hetzelfde. De gereedschapskist helpt dus ook om maatwerk te leveren, passend bij het onderwerp en de groepen die betrokken zijn.

5

Het participatiebeleid is dynamisch. Dat wil zeggen dat we het beleid aanpassen aan de ontwikkelingen. Om de 2 jaar evalueren we en actualiseren we het beleid. Ook kan participatie die gericht is op bepaalde groepen nog een uitwerking krijgen, zoals jongeren. Jeugdparticipatie wordt een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het participatiebeleid.

6

7

Waarom vinden we participatie belangrijk? Dit hoofdstuk beschrijft waarom de gemeente Voorne aan Zee aan de slag gaat met participatie en welke trends en ontwikkelingen daarop van invloed zijn.

Onder participatie verstaan wij in dit beleid de actieve betrokkenheid van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen of anderen bij activiteiten en onderwerpen die spelen in de gemeente. Soms ligt het initiatief bij de gemeente, en soms ligt het initiatief bij de samenleving. Met participatie willen we als gemeente Voorne aan Zee zorgen dat we in het beleid en de dienstverlening van de gemeente goed de behoeften en belangen van de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen in beeld hebben en meewegen. Daarbij kiezen we ervoor om de eigen vertrouwde systemen en regels wat meer los te laten en mensen bij elkaar te brengen. Hierdoor ontstaan nieuwe verbindingen. Dat levert energie en creativiteit op. Er zit veel kracht in de samenleving en de uitdagingen waar de gemeente mee te maken krijgt, worden steeds ingewikkelder. We richten daarom de blik naar buiten en geven inwoners en organisaties de ruimte om ideeën met ons te delen, hun belangen te delen, plannen met ons te bespreken en om bezwaren kenbaar te maken. En dat mag iedereen doen op basis van eigen behoefte en met de inzet die iemand wil en kan bieden. Uit ontmoetingen met inwoners en organisaties ontstaan ideeën, betere plannen en worden er soms onverwachte resultaten geboekt. Ook is er meer zicht op de diverse belangen, die de gemeente meeneemt in haar afwegingen.

Op deze manier draagt de samenwerking met de omgeving bij aan de bestuurskracht van de gemeente. We vinden het belangrijk om alle belanghebbenden te betrekken en te laten participeren, zeker bij onderwerpen die direct van invloed zijn op hun leefomgeving. Soms is participatie niet of slechts beperkt mogelijk, dan zijn we daar ook duidelijk over. De mate van participatie kan ook verschillen per fase van een traject. Het kan zo zijn dat later in het proces wel ruimte is. Vooraf maken we duidelijk welke mate van invloed betrokkenen hebben. Dat er participatie plaatsvindt, wil niet zeggen dat altijd iedereen tevreden is met de uitkomst. Het kan gebeuren dat er sprake is van verschillende of zelfs tegengestelde wensen of belangen. Het is aan de gemeente om uiteindelijk een afweging in al die belangen te maken, en te besluiten wat de meeste maatschappelijke meerwaarde heeft. Het is wel van belang dat de gemeente ‘valideert’ en haar afwegingen goed terugkoppelt aan de participanten.

8

“Doe participatie samen met raad, college, ambtenaren en bewoners en gebruik dit momentum.” Guido Enthoven, directeur Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI)

Noodzaak en urgentie We zien graag dat inwoners meedoen en meedenken aan het verbeteren van hun eigen leefomgeving en de gemeente als geheel. We vinden dat belangrijk; samen komen we tot betere oplossingen en plannen. Naast deze wens zijn er verschillende wetten die het belang van participatie onderstrepen en borgen: 1. De Wet open overheid (Woo) – deze vervangt sinds 1 mei 2022 de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en zorgt ervoor dat overheidsinformatie openbaar is. Dit betekent dat inwoners zich beter kunnen informeren dan voorheen. 2. De wet Versterking participatie op decentraal niveau – participatiebeleid op alle beleidsvelden van de gemeente. Deze wet is nog in voorbereiding. 3. De Omgevingswet – hierbij gaat het om gemeentelijk participatiebeleid dat gaat over de fysieke leefomgeving. Deze wet gaat treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. Vooral de laatste twee wetten stimuleren gemeenten om samen met inwoners beleid te maken én uit te voeren. Het vroegtijdig betrekken krijgt zo een juridische basis. Vanuit het wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’, een uitbreiding van artikel 150 van de Gemeentewet, worden gemeenten verplicht om voor januari 2025 hun huidige inspraakverordening uit te breiden met een participatieverordening.

De huidige inspraakverordeningen regelen alleen de betrokkenheid van inwoners en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid. Dit wordt uitgebreid met allerlei participatievormen, en ook voor het uitvoeren van beleid. Dit wetsvoorstel regelt dat het bestuur inwoners in staat stelt te participeren bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het uitdaagrecht (right to challenge) wordt hierin wettelijk verankerd. In Voorne aan Zee wordt de participatieverordening opgesteld op basis van dit participatiebeleid. Met de komst van de Omgevingswet moet de gemeente bij bepaalde plannen (bijvoorbeeld bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan) aangeven wie zij hierbij heeft betrokken, wat de uitkomsten daarvan zijn, hoe deze zijn verwerkt in het plan en hoe ze invulling heeft gegeven aan haar eigen participatiebeleid. Voor initiatiefnemers is dat anders. Zij moeten bij hun aanvraag aangeven wat er aan participatie is gedaan. Maar op welke manier dat gebeurt, is een eigen keuze. De initiatiefnemer kan ook aangeven waarom er juist geen participatie is uitgevoerd. Hoofdstuk 4 gaat verder in op participatie onder de Omgevingswet.

9

“Overheden moeten kunnen communiceren met diverse stakeholders, in verschillende talen en op allerhande platforms. Dus nee, je doelgroep bestaat niet alleen uit de usual suspects die naar inspraakavonden komen, maar ook uit mensen die wel eens een steen naar het gemeentehuis gooien.” Prof. Dr. Zeger van der Wal, bijzonder hoogleraar Bestuurskunde Universiteit Leiden

Trends en ontwikkelingen Niet alleen de wens van de gemeente en de noodzaak vanuit wetgeving kleuren dit participatiebeleid. We hebben ook te maken met trends en ontwikkelingen om rekening mee te houden bij het betrekken van de omgeving, zoals: -

Scherpe tegenstellingen in de samenleving (polarisatie), het stille midden zwijgt nog meer. Data-gedreven werken. We hebben steeds meer toegang tot data. De kunst is deze te kunnen duiden en goed mee te nemen in participatieprocessen. Veranderende rol en positie van de overheid. Bijvoorbeeld door de transitie in het Sociaal Domein en de invoering van de Omgevingswet. Vertrouwen in het instituut overheid neemt af.

We houden rekening met de trends en ontwikkelingen; deze worden uitgewerkt in de gereedschapskist voor participatie.

“Het bestuur moet niet luisteren naar steeds dezelfde mensen, maar de algemene belangen dienen en ook pijnlijke besluiten nemen, dat is bestuurskracht.” Inwoner in enquête participatiebeleid juni 2022

10

11

Waar gaan en staan we voor als het gaat om participatie? In dit hoofdstuk staan de waarden die de basis vormen van het participatiebeleid van de gemeente Voorne aan Zee en de uitgangspunten en richtlijnen die we hanteren. De gemeente gaat uit van een aantal waarden en uitgangspunten bij dit participatiebeleid. Zo werkt Voorne aan Zee opgavegericht, datagedreven en gebiedsgericht. Het leefplezier van de inwoners staat voorop, zij hebben veel inspraak en zetten zich in voor de gemeenschap. Verder werkt de gemeente in Voorne aan Zee vanuit gelijkwaardigheid samen met ondernemers en maatschappelijke instellingen. Daarbij staat vertrouwen in elkaar centraal, de gemeente is integer, open en eerlijk.

Meerwaarde participatie • • • • • • • •

• •

Samen weten we meer en krijgen we betere plannen. Versterken van het samenspel tussen overheid, bedrijven, organisaties en inwoners. Alle belanghebbenden gelegenheid bieden om mee te doen (dus ook het stille midden). Helderheid over de impact van een plan op de omgeving en daarop een zorgvuldig proces ontwerpen. Afwegen van alle belangen door het bestuur; dit draagt bij aan het democratisch proces. Inwoners en organisaties zijn bereid mee te doen, ervaren dat hun inbreng ertoe doet. Duidelijkheid over de keuzes van de gemeente. Inwoners en organisaties krijgen meer inzicht, kennis en informatie over onderwerpen in hun directe leefomgeving. Dat vergroot de betrokkenheid bij de ontwikkeling van de gemeente. Mensen trekken samen op en vormen een netwerk, dit kan bijdragen aan de onderlinge verbondenheid. Democratische vernieuwing en actieve betrokkenheid van inwoners; dit kan leiden tot draagvlak en eigenaarschap.

12

“Zorg dat alle belanghebbende doelgroepen gehoord worden.” Raadslid bij bijeenkomst inwonersparticipatie & Omgevingswet (2022)

Richtlijnen participatie Bij de start van ieder thema, project of beleid wordt bekeken wat de impact is op de samenleving, welke belangen er zijn, wordt afgewogen op welke manier participatie deel uitmaakt van het proces en welke mate van invloed er kan zijn. Dit gebeurt aan de hand van een afwegingskader. Als participatie mogelijk is en het doel van de participatie is bepaald, krijgt dit een uitwerking in een participatieaanpak. De stappen die hierbij horen, inclusief het afwegingskader, komen terug in de gereedschapskist participatie. Bij participatieprocessen van de gemeente Voorne aan Zee staan de volgende uitgangspunten voorop: • •

•

•

•

•

•

Actieve betrokkenheid: We stimuleren de actieve betrokkenheid van onze inwoners, ondernemers, dorps- en wijkraden, adviesraden en maatschappelijke instellingen. Communicatie: We communiceren actief en in duidelijke taal over alle stappen in onze participatietrajecten. Dat gaat zowel over de inhoud als het proces. Communicatie is essentieel bij participatie. Deskundigheid organisatie: De organisatie is en wordt toegerust om initiatieven af te handelen. Zo zijn medewerkers die participatieprocessen begeleiden op de hoogte van alle mogelijke participatievormen, kunnen zij het gesprek aan gaan en ruimte geven aan emotie. Medewerkers zijn in staat om initiatieven te herkennen en om naast de initiatiefnemer te staan tijdens het proces. We zorgen dat onze medewerkers over de kennis en vaardigheden beschikken om participatietrajecten vorm te geven en uit te voeren. Duidelijkheid: Het is duidelijk wie, op welk moment, waar en hoe over wat spreekt en besluit. Het is voor alle betrokkenen duidelijk welke mate van invloed zij hebben (verwachtingsmanagement). Ook de werkwijze en begroting zijn helder. Efficiency: Bekend is hoeveel geld, tijd en inzet het proces van de organisatie en betrokkenen vraagt en of de investering opweegt tegen de opbrengst, ook voor inwoners en andere betrokkenen.

Evaluatie: Tijdens en na het afronden van een participatieproces evalueren we hoe iedereen het proces ervaart en of er voldoende inspraak is geweest. Er is aandacht voor meetbaarheid, en we delen de resultaten. Iedereen kan meedoen: Alle betrokkenen hebben een stem in het proces. De vorm van het participatietraject is toegankelijk en er is ruimte voor alle verschillende belangen, ook die van de minderheid. Wij bieden iedereen de gelegenheid om mee te doen en bieden hiervoor online en offline mogelijkheden. In de communicatie sluiten we met de boodschap aan bij de diverse doelgroepen.

13

“Als de gemeente mij vraagt om mee te denken bij een project bij mij in de buurt heb ik de meeste behoefte aan duidelijke communicatie van de gemeente en dat ze er ook daadwerkelijk iets mee doen.” Inwoner in enquête participatiebeleid juni 2022

•

•

•

• •

•

Integrale blik: De gemeente betrekt externe en interne betrokkenen bij participatieprocessen. Vanuit verschillende vakgebieden bekijken medewerkers de problematiek met een brede blik. Waar nodig wordt een deskundige aangetrokken. Leefstijlen inwoners: Niet iedereen is hetzelfde, en niet iedere participatievorm past bij elke inwoner. De gemeente gebruikt de kennis uit diverse onderzoeken naar doelgroepen en de betrokkenheid van doelgroepen om een goed participatieproces vorm te geven. Open houding: De gemeente verwelkomt initiatieven en treedt initiatiefnemers met een open houding (ja, mits) tegemoet. We staan open voor initiatieven als ‘right to challenge’ en verdiepen ons in andere mogelijkheden van participatie met betrokkenen zoals ‘joint fact finding’, inzetten op ‘deep democracy’ of burgerberaden. De gemeente blijft zich verdiepen in de ontwikkelingen. Overleg: Het is belangrijk dat er een open gesprek plaatsvindt en dat de wijze van dialoog, discussie en besluitvorming zuiver is. Tijdspad: Alle betrokkenen zijn op de hoogte van het tijdspad rondom het participatieproces. Wij sturen de informatie over het proces aan iedereen en zorgen ervoor dat alle betrokkenen over dezelfde informatie beschikken. Daarbij letten we er als overheid op dat we ons in tempo aanpassen aan de betrokkenen.

Als overheid gaan we soms te snel (wij hebben een informatievoorsprong) en soms te langzaam (besluitvormingstrajecten duren lang). Vertrouwen: Alle betrokkenen handelen op basis van vertrouwen, in elkaar en in het proces. Alle partijen delen de informatie die nodig is voor het proces actief met elkaar.

“Laat ons, burgers, politici helpen. Laat ons meedenken, meepraten en meebeslissen over de complexe problemen waar we als samenleving voor staan. Daar is politieke moed voor nodig: de moed van politici om burgers te vertrouwen.” Eva Rovers, medeoprichter Bureau Burgerberaad

14

15

Vormen van participatie Dit hoofdstuk bevat een omschrijving van de vormen van participatie die de gemeente Voorne aan Zee voorziet in de toekomst. Wat verstaan we onder participatie? Onder participatie in dit beleid verstaan wij de actieve betrokkenheid van inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen, adviesraden of anderen bij activiteiten en onderwerpen die spelen in de gemeente. Soms ligt het initiatief bij de gemeente, en soms ligt het initiatief bij de samenleving. We onderscheiden daarom twee hoofdvormen van participatie:

1. Overheidsparticipatie De overheid doet mee met plannen vanuit de samenleving. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning of goedkeuring vanuit de gemeente nodig of gewenst. Dit gaat bijvoorbeeld om inwonersinitiatieven en om aanvragen op grond van de Omgevingswet. Ook het burgerinitiatief en het uitdaagrecht zijn voorbeelden van overheidsparticipatie. In de gereedschapskist Participatie worden deze uitgewerkt. Gemeente Voorne aan Zee maakt deel uit van regionale projecten, waarin ook participatie en communicatie plaatsvindt met inwoners, ondernemers en andere partijen. Voorbeelden zijn de Regionale Energie Strategie of de Regiodeal. Als gemeente zetten we ons ervoor in dat de participatie in die projecten zoveel mogelijk aansluit bij onze richtlijnen.

2. Inwonersparticipatie De inwoners (of ondernemers, partners, maatschappelijke organisaties, adviesorganen) doen mee met plannen vanuit de gemeente. De gemeente nodigt hen uit om een bijdrage te leveren aan het opstellen of uitvoeren van beleid en gemeentelijke projecten. Dit is altijd op maat, dat betekent dat de gemeente diverse rollen kan aannemen (loslaten, faciliteren, stimuleren, regisseren en reguleren). Ook dorps- en wijkraden kunnen een belangrijke (niet een exclusieve) gesprekspartner zijn voor de gemeente. Onder inwonersparticipatie verstaan wij niet hetzelfde als onder inspraak. Inwonersparticipatie passen we toe als er ruimte is voor de samenleving tijdens het maken van plannen of beleid, of in de uitvoering of evaluatie ervan. Inspraak is een recht om als bewoner of ondernemer gehoord te worden voordat de gemeenteraad of het college een besluit neemt.

16

Inwonersparticipatie kan op veel verschillende manieren, en in verschillende rollen. De mate van invloed kan per project of onderwerp, en per type betrokkene verschillen. Als er geen participatie mogelijk is, vindt er alleen communicatie plaats (meeweten). De andere niveaus van participatie zijn: meedenken, meewerken, meebepalen en zelf doen. In de gereedschapskist wordt dit verder uitgewerkt. Ook staan daarin de diverse rollen die de overheid kan aannemen, methoden en middelen die bij de verschillende niveaus van participatie passen, zoals een inwonerspanel, andere online participatievormen, bijeenkomsten etcetera.

Werken vanuit de opgave, ieder vanuit de juiste rol De mate van invloed voor inwoners (of andere partijen) hangt samen met de rol die de gemeente voor zichzelf kiest. Dat kan zijn: loslaten, faciliteren, stimuleren, regisseren en reguleren. Dat is afhankelijk van het proces, de impact en de belangen die meespelen en kan per fase van een traject verschillen. Belangrijk is dat de gemeente zich hiervan bewust is. In een participatieproces wordt niet alleen de mate van invloed bepaald, maar ook wat belanghebbenden nodig hebben. Hierin is vaak een spanningsveld: de gemeente laat los waar het kan en laat niet te veel los waar het (nog) niet kan?

In de onderstaande afbeelding is te zien hoe de rol van de overheid en de mate van invloed door inwoners zich tot elkaar verhouden. Naarmate de rol die de overheid voor zichzelf kiest kleiner is, kan de invloed van de samenleving groter worden.

“Een goede gespreksleider is een belangrijke voorwaarde.” Raadslid bij bijeenkomst inwonersparticipatie & Omgevingswet (2022)

17

18

Participatie onder de Omgevingswet Dit hoofdstuk beschrijft de landelijke wettelijke kaders voor participatie zoals opgenomen in de Omgevingswet. Hiervan is sprake bij het opstellen en aanpassen van beleid en regelgeving in de leefomgeving en bij vergunningverlening. In de bijlage is een begrippenkader opgenomen. Wat is het doel van de Omgevingswet en wat is de rol van participatie? De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving. Dit gaat over alles wat je ziet en voelt in de buitenruimte. Zoals groen en natuur, lucht en water, wegen en gebouwen. De wet heeft tot doel bij te dragen aan vier verbeteringen: 1. 2. 3. 4.

Zorgen voor transparante wet -en regelgeving. Van versnipperde naar integrale besluitvorming Snellere dienstverlening (met name in het vergunningverleningsproces). Ruimte voor lokaal maatwerk (in regelgeving).

Net als bij de Wet versterking participatie op decentraal niveau is een uitgangspunt van de Omgevingswet dat participatie een belangrijke pijler is van de vier verbeterdoelen.

Participatie is voor de gemeente onder de Omgevingswet verplicht: 1. Bij het opstellen van nieuw beleid zoals de omgevingsvisie, maar ook bij programma’s en beleidsthema’s zoals bijvoorbeeld het programma Woningbouw, de Energietransitie of Klimaatadaptatie. 2. Bij het aanpassen van de regels zoals opgenomen in het (tijdelijk) omgevingsplan. In beide gevallen stelt de wet dat er een motiveringsplicht voor de gemeente geldt. Dit betekent dat de gemeente moet aantonen wat de opbrengst van de participatie is en hoe deze in het beleid of de regelgeving is verwerkt. De manier waarop de participatie plaatsvindt, mag de gemeente zelf bepalen. Onze gemeente kiest voor actieve betrokkenheid van inwoners. Tegelijkertijd heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor het algemeen belang. Hoeveel invloed inwoners hebben en de manier waarop de participatie bij beleidsopstelling en regelgeving wordt ingevuld, hangt daarom af van het onderwerp. De ene keer zal er ruimte zijn voor forse inbreng, zoals bij het stemmen over aanpassingen van een dorpscentrum. Een andere keer kan voor een informatiebijeenkomst worden gekozen. De Omgevingswet biedt hier alle ruimte voor.

19

Participatie is het meest effectief wanneer het past bij het onderwerp en vooraf volkomen duidelijk is wat het doel is om teleurstellingen te voorkomen.

Participatie bij buitenplanse initiatieven Wanneer een initiatiefnemer een plan heeft dat niet past binnen het bestaande beleid of regelgeving, is sprake van een buitenplans initiatief. Als de gemeente een plan toch goed vindt, dan kan ze op twee manieren het plan alsnog toestaan: 1. 2.

door de regelgeving (in het omgevingsplan) aan te passen door een vergunning te verlenen.

Wanneer gekozen wordt voor aanpassing van het omgevingsplan, dan valt het onder de motiveringsplicht zoals hierboven beschreven. Het omgevingsplan valt onder de bevoegdheid van de gemeenteraad. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een participatietraject en voor het verwerken van de opbrengst in de aanpassing van het plan. De gemeente is wel verantwoordelijk voor het verwerken van de (wettelijke) inspraak in de vorm van inspraakreacties en zienswijzen. Hierover kan ook de afspraak worden gemaakt dat de initiatiefnemer dit voorbereidt. Voor de omgevingsvergunning geldt dat het college bevoegd is deze te verlenen. Wanneer gekozen wordt voor het afwijken van het omgevingsplan via een omgevingsvergunning, dan stelt de Omgevingswet dat participatie bij zo’n initiatief gewenst is. Bovendien is de uitvoering van de participatie bij vergunningverlening niet de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar van de initiatiefnemer zelf. Net als bij de motiveringsplicht, stelt de wet geen eisen aan de manier waarop de initiatiefnemer de participatie invulling geeft. Bij de aanvraagvereisten van de vergunning, moet de gemeente vragen of aan participatie is gedaan en zo ja, wat de opbrengst daarvan was en hoe dit in het uiteindelijke plan is verwerkt.

Omdat participatie bij vergunningverlening niet verplicht is, maar gewenst, mag het initiatief niet afgewezen worden op grond van niet of slechts beperkt uitgevoerde participatie. Wel is het zo dat het college (als bevoegd gezag voor vergunningverlening) de beslistermijn mag verlengen van 8 naar 14 weken wanneer ze van mening is dat er alsnog meer informatie nodig is. Die informatie kan het college dan zelf via een participatievorm gaan ophalen.

De uitzondering op de regel De regel is: wanneer sprake is van het aanpassen van het (tijdelijk) omgevingsplan, is participatie verplicht. De initiatiefnemer voor een plan is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze participatie. Bij vergunningverlening is participatie gewenst en ook dan is de uitvoering daarvan de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Hierop is één uitzondering mogelijk. De gemeenteraad kan ervoor kiezen in het kader van de Omgevingswet een lijst op te stellen met kenmerken van buitenplanse initiatieven waarvoor

20

participatie in de gemeente wél verplicht is. In gemeente Voorne aan Zee gaan we het op deze manier doen. Hoewel het adviesrecht en de mogelijk verplichte participatie bij vergunningverlening twee aparte raadsbesluiten zijn, is het mogelijk om dezelfde criteria te hanteren. Er mogen geen eisen gesteld worden aan de manier waarop de initiatiefnemer de participatie invult. De gemeente kan ervoor kiezen vanuit het dienstverleningsbeleid ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van een korte handleiding, maar ze mag geen (indienings)eisen stellen aan de manier waarop de participatie wordt uitgevoerd. Als participatie door de raad in bepaalde gevallen verplicht is gesteld, kan wel een definitie worden geformuleerd over de kwaliteit van de opbrengst van de participatie, zodat het college kan bepalen of ze voldoende informatie heeft om een besluit op te baseren. Dit kan in de vorm van beleidsregels worden vastgelegd. De wet verplicht onder andere aan alle initiatiefnemers om bij een vergunningaanvraag aan te geven of er geparticipeerd is en zo ja, hoe er geparticipeerd is. Het initiatief voor participatie komt hiermee bij de initiatiefnemers te liggen. De ene keer is dat de gemeente, de andere keer zijn dat andere betrokkenen uit de gemeente, zoals inwoners, ondernemers of maatschappelijke organisaties.

Na invoering van de Omgevingswet gaat overheidsparticipatie (de overheid participeert bij initiatieven vanuit de samenleving) dan ook een grotere rol spelen. De Omgevingswet biedt veel vrijheid in de gekozen vorm van participatie. Via het Digitaal Stelsel Omgevingswet moet alle informatie straks door iedereen online te raadplegen zijn.

“Participatie verrijkt het besluit. De kennis van de inwoners kan zo worden gebruikt en de legitimiteit van een voorstel aan de raad kan erdoor worden vergroot.” Voormalig collegelid.

Omgevingstafel – participatie binnen de Omgevingswet Om de nieuwe vergunningverlening binnen de Omgevingswet mogelijk te maken, gaat de gemeente gebruik maken van de Omgevingstafel. Dit is een overleg tussen alle relevante betrokkenen (op basis van belang geselecteerd) in de fase vóór de aanvraag (het vooroverleg). Zo zijn we in dialoog met de initiatiefnemer en wordt per initiatief een casemanager aangewezen om op die manier de slagingskans van initiatieven te vergroten. De Omgevingstafel stelt ons in staat om complexe initiatieven af te handelen en te werken in dialoog met de initiatiefnemers.

21

22

Wie heeft welke rol bij participatie? In dit hoofdstuk komen de rollen aan bod van iedereen die binnen de gemeente Voorne aan Zee betrokken is bij verschillende vormen van participatie. Dus inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen, adviesraden, gemeenteraadsleden, collegeleden en de ambtelijke organisatie. Maar ook welke rol de overheid kan en wil aannemen en welke rol de bestuurders willen of kunnen aannemen in de processen. Kaders en rollen voor besturing en inrichting van de organisatie Iedereen heeft een eigen rol in het participatieproces: de samenleving (inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties), de gemeentelijke organisatie en het bestuur. Dit vormt samen een ‘geolied’ proces. Iedereen heeft daar een eigen verantwoordelijkheid in. Het is van belang dat dit proces voor iedereen helder is en met elkaar doorlopen wordt in de lijn van de opgave. Verandert er tijdens het traject iets of zijn er bijvoorbeeld tijdens het proces nieuwe inzichten opgedaan, dan moeten alle partijen daarover geïnformeerd zijn. Het is van belang dat we ons ervan bewust zijn waarom we doen wat we doen, wat de opgave en de opdracht is en of we voldoende middelen (geld, tools), capaciteit en gelegenheid hebben om een zorgvuldig proces te doorlopen. In de gereedschapskist worden de stappen voor een zorgvuldig proces uitgewerkt.

We onderscheiden verschillende rollen, onder te verdelen in intern en extern: 1. rollen binnen de gemeente en het bestuur (organisatie, college, raad) 2. rollen binnen de samenleving (inwoners, ondernemers, partners, initiatiefnemers instanties/maatschappelijke organisaties).

Rollen binnen de gemeente Iedere actie vanuit de gemeente kan impact hebben op de omgeving. Het is daarom belangrijk dat de hele organisatie zich ervan bewust is dat elke medewerker een rol heeft in de processen uit het participatiebeleid. Dat kan gaan over het goed in dialoog gaan, een deel van het proces ontwerpen, de strategie bepalen of de juiste mensen, ook uit het bestuur, betrekken. Iedereen heeft in zijn werk op een andere manier met participatie te maken en de een heeft meer hulpmiddelen of ondersteuning nodig dan een ander om zijn rol goed te kunnen uitvoeren. Ook is het van belang dat de medewerkers zich bewust zijn van de rol van de overheid.

23

Rol kerngroep Om het participatiebeleid goed in te bedden, uit te voeren, te evalueren en waar nodig door te ontwikkelen wordt in de organisatie een kerngroep gevormd. Deze bestaat uit afgevaardigden van verschillende afdelingen bij wie participatie onderdeel is van hun functie en takenpakket. Ook is er een procesbegeleider of participatieadviseur die begeleider is van de kerngroep. De kerngroep is aanspreekpunt voor de eigen afdelingen en vraagbaak voor participatie. De participatieadviseur kan medewerkers begeleiden bij het opzetten van participatie, bijvoorbeeld voor grote trajecten of complexe vraagstukken.

Rol van de organisatie De organisatie is integraal verantwoordelijk voor de inhoud en het proces van participatie. Participatief werken is een belangrijk principe voor de hele organisatie. De gemeente Voorne aan Zee werkt al op diverse terreinen participatief en omgevingsbewust. Dit gebeurt via verschillende methodieken, zoals participatief actieonderzoek en Factor-C. Deze werkwijzen komen terug in de gereedschapskist en zijn in te zetten bij participatieprocessen. De projectleider / beleidsmedewerker die verantwoordelijk is voor een onderwerp, is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de participatieaanpak en de uitvoering daarvan. De medewerkers kunnen gebruik maken van een gereedschapskist, zodat zij het participatiebeleid kunnen toepassen in hun werk. In ieder college-advies en raadsvoorstel is een participatie- en communicatieparagraaf opgenomen, waarin de medewerker aangeeft hoe de participatie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden. Participatie maakt ook altijd onderdeel uit van een startnotitie of een plan van aanpak / projectplan. Als na een participatietraject besluitvorming in college of raad plaatsvindt over een onderwerp, maakt de projectleider / beleidsmedewerker in een verslag inzichtelijk hoe participatie heeft plaatsgevonden, wat er is opgehaald, welke keuzes zijn gemaakt en welke afwegingen worden voorgesteld aan college of gemeenteraad.

Rol van het gemeentebestuur (gemeenteraad en college) De gemeenteraad en het college hebben in verschillende fases van het beleidsproces een rol bij inwonersparticipatie. Daarom is het van belang dat er afstemming is: wie treedt in welke fase en op welke manier met inwoners in contact? Hieronder volgt eerst een korte samenvatting van de verantwoordelijkheden van college en gemeenteraad. Vervolgens volgt een verdere uitwerking van de rollen van de gemeenteraad en het college. Afhankelijk van het onderwerp (bij een project, traject of beleidsproces) hebben de gemeenteraad en/of het college een rol bij het bepalen van het proces van inwonersparticipatie. Wanneer het traject onder de bevoegdheid van het college valt, is de wethouder van het betreffende onderwerp namens het college bestuurlijk verantwoordelijk voor de participatieaanpak. Bij grote of impactvolle onderwerpen neemt het college een besluit over de participatieaanpak en informeert het college de raad hierover, of kan het college de raad een startnotitie voorleggen waarin de participatieaanpak is opgenomen. Ook kan het college de gemeenteraad in sommige gevallen vragen om vooraf in te stemmen met de

24

uitgangspunten van de participatieaanpak. Dan kan de raad voorafgaand aan een traject de kaders en uitgangspunten vaststellen. Als er na een participatietraject besluitvorming in de gemeenteraad plaatsvindt over een onderwerp, maakt participatie deel uit van het advies aan de gemeenteraad. De raad kan dan kennisnemen van de aanpak, de wijze waarop participatie heeft plaatsgevonden, welke afwegingen zijn gemaakt en kan controleren of de participatie volgens de afspraken en in lijn met het participatiebeleid is uitgevoerd.

De gemeenteraad De gemeenteraad stelt kaders, controleert en heeft een rol in participatieprocessen. Voor raadsleden is participatie belangrijk. Niet alleen zijn zij als volksvertegenwoordiger de brug tussen de gemeente en de gemeenschap. De raad vertegenwoordigt de gehele bevolking (Artikel 7 Gemeentewet) en komt dus op voor het algemeen belang. Ook kan de raad besluiten om zelf een participatietraject te starten. In Voorne aan Zee wordt de raad afhankelijk van het onderwerp en de impact vooraf betrokken bij het ontwerp van het proces of bij de participatieaanpak en bij het doel daarvan. De bedoeling is dat besluiten uit te leggen zijn. De raad weet dat de uitkomst van een participatietraject kan afwijken van de wens van de raad en dat het kan inhouden dat dit niet altijd de gewenste oplossing is voor iedereen. Invloed uitoefenen door kaderstellende en controlerende rol Raadsleden kunnen een spanningsveld ervaren als het gaat om inwonersparticipatie. Zij zijn immers de gekozen volksvertegenwoordigers. Inwonersparticipatie lijkt soms een bedreiging te vormen voor het bestuur: als het college en medewerkers met inwoners en andere partijen in gesprek kunnen gaan over beleid, hoe kan de raad dan beoordelen hoe het proces is gegaan. Tijdens een participatieproces kunnen raadsleden, bijvoorbeeld bij grotere bijeenkomsten, als toehoorder kennisnemen van het proces.

De raad komt, als een onderwerp ter vaststelling wordt behandeld, later aan bod om te beslissen over de uitkomsten van het proces. Dit vraagt om goed te valideren, goed aan te geven welke input er is en welke afwegingen gemaakt zijn. Bij projecten / thema’s met veel impact en een groot bereik is het wenselijk dat het college de gemeenteraad vooraf betrekt bij de participatieaanpak. Soms informerend, en soms door de raad te vragen de uitgangspunten voor de participatieaanpak vast te stellen. De raad kan dan invulling geven aan zijn kaderstellende en controlerende rol:

• • •

Vooraf bepaalde randvoorwaarden en uitgangspunten aangeven voor het onderwerp. Vooraf kaders stellen voor het te doorlopen participatieproces dat hen wordt voorgelegd. Vooraf bepalen of en zo ja, welke (actieve) rol raadsleden bij de gekozen participatievorm zullen spelen.

25

Vaststellen wie regie voert De fase van de beleidscyclus bepaalt of de gemeenteraad of het college de regie voert over de inzet van inwonersparticipatie. Dit betekent niet dat de raad en het college los van elkaar opereren. Het is van belang dat de raad en het college elkaar informeren over óf en op welke wijze inwonersparticipatie wordt ingezet. Soms vinden de gemeenteraadsleden het onderwerp zo belangrijk dat ze zelf een rol willen in het participatieproces. Daarbij moeten we er oog voor hebben dat niet iedereen het onderscheid ziet in de rollen van medewerkers, gemeenteraadsleden en collegeleden bij een participatieproces. Zij worden door de samenleving allemaal gezien als vertegenwoordigers van ‘de gemeente’. De gemeenteraad kan daarnaast het college in specifieke gevallen verzoeken om inwonersparticipatie toe te passen. Het initiatief voor participatie kan dus zowel van het college als van de raad uitgaan.

College van burgemeester en wethouders (B&W) Naast de algemene rol van het college van B&W kunnen collegeleden diverse rollen aannemen in participatieprocessen, dit is afhankelijk van het proces. Zo kan het gaan om een visie, een startnota, wijzigingen, beleidsvorming, uitvoering of evaluatie van een traject of project. Allereerst is het van belang om samen met de medewerkers af te wegen welke rol de gemeente in het proces heeft of wil hebben: reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten. Dit is van invloed op het participatieproces. Een collegelid kan afwegen om te sturen op inhoud of op proces en of er van buiten naar binnen of van binnen naar buiten wordt gewerkt. Op basis van die afwegingen kan het college voor zichzelf verschillende rollen kiezen. Bij processen met veel impact is van belang om de gemeenteraad te betrekken bij het te doorlopen participatieproces. Hoe dit gebeurt hangt af van de rol van de raad bij het betreffende onderwerp.

“Duidelijkheid vooraf, inzetten op verwachtingsmanagement is belangrijk.” Raadslid bij bijeenkomst inwonersparticipatie & Omgevingswet (2022)

26

Rol samenleving De rol van de inwoner, ondernemer of maatschappelijke organisatie verschilt, omdat het ervan afhangt welke invloed mogelijk is. De rol van de inwoner is vooral betrokken zijn, meedenken en meedoen, in welke mate dan ook. De samenleving kan en mag de gemeente daarbij kritisch volgen en het bestuur aanspreken op de wijze waarop zij met de inhoud van dit beleid omgaat. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Zij kunnen ook zelf initiatief nemen in het signaleren of aanpakken van onderwerpen die leven in de omgeving. Ook dorps- of wijkraden of andere adviesraden kunnen hierin een rol spelen.

Verwachtingsmanagement Voor betrokkenen uit de samenleving is verwachtingsmanagement belangrijk. Het moet vooraf duidelijk zijn welke rol en mate van invloed er is. Maar ook wat bewoners kunnen verwachten en wat er met de input van de participanten wordt gedaan. Het is heel belangrijk vooraf het proces helder weer te geven. Zoals hieronder wordt weergegeven, gaat het bij verwachtingsmanagement over het totale participatieproces. Dus vooraf, tijdens en na een moment van ontmoeting. Ook is het tempo van belang: geef mensen de gelegenheid om na te denken over de inhoud.

27

28

Maatwerk in de participatieaanpak Dit hoofdstuk gaat in op de kenmerken van de gemeente en de verschillende leefstijlen van inwoners; belangrijke kennis die nodig is om goede participatietrajecten te doorlopen. De gemeente neemt de lokale en regionale kenmerken mee bij beleid en uitvoering. Centraal staat dat bij ieder proces, project of beleid omgevingsbewust gekeken wordt: hoe zit het interne, het externe, het bestuurlijke en georganiseerde krachtenveld in elkaar? Wie heeft welke belangen? Op basis daarvan wordt daarna een procesontwerp en strategie bepaald: welke mate van invloed willen we de omgeving geven of willen zij hebben? Om vervolgens op maat de omgeving te betrekken of met hen te communiceren. Door omgevingsbewust te werken ligt de nadruk op een doelgroepgerichte aanpak waarbij opgavengericht wordt gewerkt. Omdat hierbij diverse thema’s centraal staan, en niet zozeer alleen de plek waar iemand woont, kan de aanpak dorp- en wijkoverstijgend zijn. Het in kaart brengen van en rekening houden met leefstijlen van de inwoners zorgt voor een goede inrichting van het proces. Binnen de gemeente Voorne aan Zee is de eigen identiteit van dorpen en wijken belangrijk. Breed gedragen dorps- en wijkraden kunnen van toegevoegde waarde zijn om de belangen van inwoners te behartigen. Zij kunnen daarmee een belangrijke, maar niet een exclusieve, gesprekspartner zijn voor de gemeente.

“De gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne komen sterk overeen, als er een verschil is gaat het om nuances.” Kwantitatief Onderzoek Participatie en Communicatie, 14 juli 2022

29

Leefstijlen inwoners Om een zo democratisch mogelijk participatieproces te doorlopen, is het belangrijk dat alle inwoners de ruimte voelen om mee te doen en dat de gemeente hen allemaal de gelegenheid biedt om mee te kunnen doen. Het is de uitdaging om alle belangen die spelen te horen. De gemeente Voorne aan Zee maakt gebruik van de betrokkenheidsprofielen van onderzoeksbureau Citisens om maatwerk te kunnen bieden bij participatietrajecten. Niet iedereen is immers hetzelfde. Een bepaalde groep inwoners bezoekt graag een bijeenkomst van de gemeente, een andere groep denkt liever mee via een enquête. En zo zijn er meer voorbeelden. Door gebruik te maken van de betrokkenheidsprofielen, die per gebied inzicht geven in de voorkeuren van inwoners, kunnen we de communicatie en de vormen van participatie beter afstemmen op alle inwoners. In de gereedschapskist wordt dit verder uitgewerkt.

30

31

Verantwoording Het participatiebeleid is in 2022 participatief tot stand gekomen.

April t/m juni 2022: Beeldvorming In de eerste helft van 2022 zijn allerlei betrokkenen bevraagd, zoals de gemeenteraden, colleges, inwoners, ondernemers, maatschappelijke instellingen (waaronder adviesraden sociaal domein) en medewerkers. Onder inwoners is een digitale enquête gehouden. De inbreng is gebruikt om de uitgangspunten voor participatie in Voorne aan Zee te bepalen.

Juni t/m september 2022: Oordeelsvorming Aan diverse betrokkenen zijn de uitgangspunten voor het participatiebeleid voorgelegd zodat zij zich er een oordeel over konden vormen. Vanaf oktober 2022 – april 2023: Uitwerking beleid

Juni 2023: laatste oordeelsvormende sessie met nieuwe gemeenteraad Interactieve avond met gemeenteraad voor een laatste check op de hoofdpunten uit het beleid.

Inbreng in beeldvormende en oordeelsvormende fase Belangrijke punten die tijdens de beeldvormende en oordeelsvormende fase voor het participatie-beleid zijn meegegeven door de bevraagde groepen en die zijn meegenomen in het beleid, zijn: -

-

-

Als mensen worden benaderd om mee te denken met de gemeente, is een ruime meerderheid daartoe bereid, vooral als het gaat om de eigen buurt. Mensen zijn bereid, en dan met name de jongere inwoners, om mee te denken via online mogelijkheden. Van alle manieren waarop mensen willen meedenken of meedoen met de gemeente, wordt een enquête het meest genoemd, ook tijdens de gesprekken die hebben plaatsgevonden. Als inwoners willen meedenken of meedoen aan een project, is er behoefte aan duidelijke communicatie vanuit de gemeente. Ook vindt men een contactpersoon belangrijk, en duidelijkheid over wat er met de inbreng wordt gedaan. De couleur locale, de identiteit van dorpen en wijken, is belangrijk. Het is belangrijk om participatietrajecten te evalueren.

32

-

-

In de voorbereiding van een traject goed inleven in de situatie, de belangen etc. (doorgronden) Verwachtingsmanagement: Maak in een participatietraject vooraf duidelijk welke ruimte er is en wat al vaststaat (kaders), hoe het proces ontworpen is en spreek vooraf af hoe er wordt omgegaan met de uitkomst van de participatie. Maak duidelijk welke invloed er is en wie welke verantwoordelijkheid heeft. Heb aandacht voor de rollen van inwoners en overheid. Maak de meerwaarde duidelijk van participatie (participatie is geen doel op zich, maar draagt ergens aan bij). Heb aandacht voor representativiteit en inclusiviteit: kan iedereen meedoen, en op een manier die bij hen past? Heb aandacht voor relaties: niet alleen in contact zijn als we iets van mensen willen, maar aan duurzame relaties werken. Reageer direct op initiatieven, dat motiveert. Zorg voor goede communicatie over de participatie. Communiceer regelmatig over het proces, zodat men weet waar men aan toe is. Communiceer over wat er met de inbreng van bewoners wordt gedaan. Neem bewoners serieus en koppel zaken terug. Geen participatie voor de bühne; er moet ook echt wat te participeren zijn en geluisterd worden.

Begrippenlijst Right to Challange (recht om uit te dagen) Bewoners mogen taken van de gemeente overnemen als zij denken dat zij het slimmer, beter en goedkoper kunnen doen. De oorsprong hiervan ligt in Engeland. Via een juridisch georiënteerde aanpak krijgen bewonersinitiatieven de mogelijkheid om een bod uit te brengen met als doel het overnemen van een gemeentelijke taak.

Joint Fact Finding (samen op zoek naar de feiten) Een onderzoeksproces dat de overheid samen met betrokkenen en belanghebbenden ingaat. Doel is om samen te komen tot gedeelde en geaccepteerde kennis, zodat betere beleidskeuzes gemaakt kunnen worden.

Deep Democracy Een manier van besluiten nemen waarbij de wijsheid van de minderheid wordt meegenomen in het meerderheidsbesluit.

33

Burgerberaad Een proces waarbij een gelote groep bewoners (dwarsdoorsnede gemeenschap) de politiek adviseert of helpt te beslissen over een specifiek onderwerp/probleem. Het bestuur geeft hier de opdracht voor en geeft op voorhand aan wat ze met de oplossingen gaan doen. Er wordt voldoende tijd en geld beschikbaar gesteld. Het traject doorloopt een aantal stappen. Meer informatie: https://burgerberaad.nu

Burgerinitiatief / overheidsparticipatie De overheid doet mee met plannen vanuit de samenleving. Het initiatief komt vanuit de samenleving, maar er is ondersteuning of goedkeuring vanuit de gemeente nodig. Dit gaat bijvoorbeeld om inwonersinitiatieven en om aanvragen op grond van de Omgevingswet. Bij participatie wegen we vooraf af welke ruimte we de betrokkenen en belanghebbenden kunnen geven. Dat kan zijn meeweten (informeren), meedenken (de denkkracht benutten), meewerken (samen iets tot stand brengen) of meebepalen (mede koers bepalen). De gemeente kan kiezen om zich op diverse manieren te verhouden tot de betrokkenen en belanghebbenden. Dit kan per fase van een proces verschillend zijn: reguleren, regisseren, stimuleren, faciliteren of loslaten.

Participatief actieonderzoek Bij participatief actieonderzoek wordt in co-creatie gewerkt aan het oplossen van ingewikkelde problemen. Door middel van het gezamenlijk onderzoeken van de situatie en de kijk van diverse betrokkenen hierop, wordt duidelijk hoe de onderzochte problematiek is ingebed in het grotere systeem, hoe de gewenste situatie eruitziet en waar kansen liggen voor positieve verandering.

Factor-C (omgevingsbewust werken) Factor-C is een werkwijze met concrete ’tools’ die beleidsmakers en andere professionals en het bestuur helpt hun communicatie- en participatiekracht te vergroten in de diverse fases van beleid of processen. De analyses en tools in Factor-C kunnen helpen om integraal zorgvuldige processen met elkaar te ontwerpen. Ook helpt Factor-C om met de boodschap en met de communicatie- en participatiemiddelen aan te sluiten bij de verschillende doelgroepen. Dit noemen we ook wel ‘omgevingsbewust werken’.

Omgevingswet Wet gericht op het verbeteren van de balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving.

Omgevingsvisie Het beleidskader van de gemeente waarin de gemeenteraad haar strategische keuzes ten aanzien van de leefomgeving opneemt op basis van integraal beleid. De visie wordt gebruikt om te bepalen of een initiatief wenselijk is.

Motiveringsplicht De plicht om te motiveren op welke manier inwoners zijn betrokken, wat hiervan de opbrengst was en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt of besluiten zijn genomen.

34

Omgevingsplan De gemeentelijke regelgeving waarin de lokale regelgeving wordt opgenomen. Het omgevingsplan is het juridische kader voor ontwikkelingen in het fysiek domein en daarmee voor de uitvoering van de omgevingsvisie. Bij vergunningverlening wordt op basis van deze regelgeving de haalbaarheid getoetst.

Kennisgeving De gemeente heeft bij wijzigingen van het plan naast een motiveringsplicht (zie omgevingsvisie) ook de verplichting de wijzigingen bekend te maken.

Initiatiefnemer Iemand met een plan. Wanneer dit plan niet past binnen de regelgeving zoals opgenomen in het omgevingsplan, heet het een “buitenplans initiatief”.

Buitenplanse initiatieven Plannen vanuit de samenleving die niet passen binnen het omgevingsplan. Het komt voor dat een plan/initiatief dat niet past binnen de regelgeving, toch als wenselijk wordt beschouwd. De gemeente kan dan óf het omgevingsplan aanpassen (bevoegdheid van de raad) óf een afwijking toestaan via het verlenen van een omgevingsvergunning aan de initiatiefnemer (bevoegdheid college).

Omgevingsvergunning Inwoners, bedrijven en overheden kunnen toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren door een omgevingsvergunning aan te vragen.

Adviesrecht Onder de Omgevingswet ligt de bevoegdheid voor besluitvorming bij vergunningverlening bij het college. De raad kan echter kiezen om voor bepaalde initiatieven (van enige omvang, met risico op maatschappelijke onrust) wél een advies uit te brengen aan het college. Dit advies is dan meteen bindend. Deze adviezen staan in een lijst die wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

Verplichte participatie in vergunningverlening De algemene regel is: participatie bij buitenplanse initiatieven is wenselijk, maar niet verplicht. De uitzondering is dat de raad ook hier ervoor kan kiezen om voor bepaalde initiatieven participatie wél verplicht te stellen. In deze gevallen kan de gemeente een vergunningaanvraag afwijzen wanneer de initiatiefnemer niet aan participatie heeft gedaan.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13194406/2