CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo kosteloze herinnering vertegenwoordigende organen

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: 1e begrotingswijziging 2026, Ontwerpbegroting 2027 en Kosteloze herinnering SVHW voor zienswijze1.808 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

A.B. 26/34 D.B. 26/12 Aan vertegenwoordigende organen deelnemers GR SVHW Onderwerp: Kosteloze herinnering In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt. Er is echter één beleidsonderwerp waarop het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW de

vertegenwoordigende organen vraagt om een zienswijze. Dit betreft het al dan niet toevoegen van de

kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. Vooralsnog heeft het AB SVHW naar

aanleiding van een tweetal pilots besloten geen wijziging door te voeren in het invorderingsproces.

Hiervoor zijn meerdere argumenten. Eén argument raakt echter uw budgetrecht, omdat de pilots laten

zien dat bij invoering van een kosteloze herinnering de opbrengsten uit invorderingskosten (en daarmee uw inkomsten) significant kunnen dalen. Daarom heeft het AB SVHW besloten u bij de

begroting 2027 om een zienswijze te vragen. In deze memo wordt u geïnformeerd om tot een goede

zienswijze te kunnen komen.

1. Aanleiding: Sociaal Maatschappelijk Verantwoord Invorderen (SMVI)

SVHW probeert enerzijds de belastingopbrengsten voor haar deelnemers te optimaliseren en anderzijds de menselijke maat in het invorderingsproces toe te passen in het bijzonder voor de kwetsbare belastingplichtigen. Daarom heeft SVHW een pakket aan samenhangende maatregelen om sociaal verantwoord in te vorderen. Waar SVHW nu mee werkt is: • • •

Het hanteren van een betalingstermijn van drie maanden in plaats van de wettelijke zes weken; De mogelijkheid om met een automatische incasso in tien maandelijkse termijnen te betalen;

De mogelijkheid om binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;

• • •

Het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms; Het treffen van individuele betalingsregelingen;

Gebruik Incasso Op Maat voor flexibel incasseren waarbij belastingplichtigen het incassomoment kunnen bepalen;

•

Belacties en huisbezoeken om met een persoonlijke aanpak de kwetsbare mensen in de samenleving te begeleiden naar praktische oplossingen en om kostenstapeling te voorkomen.

Al een aantal jaren wordt overwogen om ook het instrument van de kosteloze herinnering hieraan toe

te voegen. Op dit moment ontvangt de belastingplichtige na het verstrijken van de betalingstermijn van drie maanden gelijk een aanmaning met aanmaningskosten. Voor 2026 bedragen de

aanmaningskosten € 10 voor een openstaand bedrag tot en met € 454 en voor bedragen daarboven zijn de aanmaningskosten € 22. Een volgende stap in het invorderingstraject is het sturen van een

dwangbevel, eveneens met bijbehorende invorderingskosten. Het is mogelijk om voorafgaand aan de aanmaning eerst nog een kosteloze herinnering te sturen aan de belastingplichtige. Op die manier

kunnen aanmaningskosten voorkomen worden. Het is voor overheden wettelijk toegestaan om zonder kosteloze herinnering het aanmaningsproces te starten. De tarieven voor invorderingskosten zijn wettelijk vastgelegd.

Het invoeren van de kosteloze herinnering kent voor SVHW dus al een lange geschiedenis. In november 2023 heeft het AB SVHW zich hier opnieuw over gebogen en uitgesproken de kosteloze

betalingsherinnering in te willen voeren. De ambitie was invoering per 1 januari 2025 en hiervoor in Pagina 1 van 4

A.B. 26/34 2024 een pilot te starten. Uit deze pilot bleek onder meer dat de kosteloze herinnering succesvol is,

voor wat betreft het betaalgedrag van de belastingplichtigen en de door de belastingplichtigen ervaren menselijke maat. Het te verwachten effect op de opbrengsten invorderingskosten is echter groot. Het

AB SVHW heeft daarop besloten de invoering van de kosteloze betalingsherinnering uit te stellen, een tweede bredere pilot uit te voeren en te onderzoeken of het risico op een significante daling van de

opbrengst invorderingskosten verminderd kan worden door in samenhang te treffen andere maatregelen. 2. Pilots

De eerste pilot

In 2024 heeft een pilot plaats gevonden ter onderbouwing van een besluit om voor SVHW de kosteloze

herinnering in te voeren. De pilot omvatte een representatief aantal kosteloze herinneringen uit het aanslagkohier van 31 mei 2024. Dit kohier bevatte in hoofdzaak aanslagen van WSHD (eigenaren

woningen) voor het gebied van niet-SVHW deelnemers. Door deze kosteloze herinnering daalde het

aantal aanmaningen met 40%. Zonder kosteloze herinnering hadden 40% meer belastingplichtigen een

aanmaning ontvangen en aanmaningskosten moeten betalen. Ervaringscijfers wijzen uit dat ongeveer

50% van de niet betaalde vorderingen na een aanmaning uitmondt in een dwangbevel. De

invorderingskosten bij een dwangbevel zijn significant hoger dan bij een aanmaning. Door de kosteloze

herinnering lag het aantal dwangbevelen in de pilot echter ook 40% lager dan normaal gesproken. Dit was vooraf niet verwacht.

Als dit lager aantal aanmaningen en dwangbevelen zou worden geëxtrapoleerd over het totale aantal

aanslagen van SVHW (gesteld op 700.000) zou dit kunnen leiden tot een derving met 40% van de opbrengst invorderingskosten van per saldo bruto ca. € 1,7 miljoen.

De pilot kende positieve reacties vanuit de belastingbetaler: de kosteloze herinnering werd als meer

menselijke maat ervaren en er werd sneller betaald. De derving van de opbrengst invorderingskosten

riep de vraag op of de pilot voldoende representatief was, omdat het voornamelijk eigenaren van woningen betrof en alleen waterschapsbelasting. Tweede pilot

Omdat in eerste pilot voornamelijk eigenaren woningen voor het waterschap betrof, besloot het AB SVHW

om een tweede, meer representatieve pilot uit te voeren. In juni 2025 is een pilot uitgevoerd met een

selectie

van

belastingplichtigen

van

alle

deelnemers

met

aanslagen

voor

gebruikers-

en

eigendomsbelasting. Daarmee is de steekproef zeer representatief voor heel SVHW. Er zijn ruim 10.000

kosteloze herinneringen gestuurd. Ook in de tweede pilot bleek 40% van de belastingplichtigen door de

kosteloze herinnering een betaling te hebben gedaan of regeling te hebben getroffen met SVHW bij de start van het aanmaningsproces in juli (effectief dus een betaaltermijn van ca. vier maanden voor

aanmaning). Dit is dus in lijn met de eerste pilot. Uiteindelijk is er op de steekproef per medio oktober een aantal dwangbevelen uitgestuurd, wat op ongeveer 30% van de oorspronkelijke steekproef lag. Dit

was dus ook 40% lager dan gebruikelijk is in de situatie zonder een kosteloze herinnering. Het beeld uit deze tweede steekproef is dus gelijk aan de eerste steekproef. Het gemiddelde bedrag aan kosten voor

het dwangbevel ligt wel hoger dan bij de eerdere pilot, omdat de februari run voor een groot deel

gecombineerde en dus hogere aanslagen bevat en de wettelijke kosten hoger liggen dan vorig jaar.

Omdat de tweede pilot deel uitmaakte van het grote kohier van februari/ maart is ook een vergelijking mogelijk met de overige openstaande posten die wel gelijk een aanmaning hebben ontvangen. Ook Pagina 2 van 4

A.B. 26/34 daaruit bleek dat ongeveer 50% van de openstaande posten uiteindelijk leidde tot een dwangbevel per medio oktober. Deze verhouding geldt ook voor de februari kohieren uit 2024 en 2023. Van de

openstaande vorderingen die in de pilot voor een kosteloze herinnering in aanmerking kwamen leidde

slechts 30% tot een dwangbevel.

Per saldo zijn de conclusies uit de tweede pilot hetzelfde als uit de eerste pilot: de derving opbrengst

invorderingskosten kan, zoals bij de eerste pilot berekend, meer dan bruto € 1,7 miljoen bedragen.

Hierbij is het resultaat uit de pilots geëxtrapoleerd naar een kosteloze herinnering bij alle niet betaalde

aanslagen uitgaande van 700.000 aanslagen en is geen rekening gehouden met de stijging van het tarief voor dwangbevelen en oninbare vorderingen. De indicatieve effecten per deelnemer zijn opgenomen in de bijlage.

3. Overige overwegingen

Er is naast de derving opbrengst invorderingskosten een aantal andere overwegingen, dat moet worden

meegenomen bij de keuze om wel of geen kosteloze herinnering bij SVHW door te voeren: •

Jaarlijkse ervaringscijfers tot nu toe waren dat 10-11% van het aantal aanslagen leidt tot aanmaningen;

•

Uit twee pilots mogen we concluderen, dat door de kosteloze herinnering de terugval zowel in

het aantal aanmaningen als dwangbevelen ca. 40% bedraagt ten opzichte van andere jaren en

model staat voor alle aanslagen. Het effect op de invorderingsmaatregelen bij kosteloze

herinneringen op de langere termijn is uiteraard onbekend. Wellicht gaat het effect verloren als kosteloze herinneringen “normaal” worden; •

In de toekomst worden kosteloze herinneringen mogelijk wettelijk verplicht. Op dit moment

wordt hier niet actief aan gewerkt. In 2024 heeft de staatssecretaris van BZK wel een oproep

gedaan de kosteloze herinnering in het invorderingsproces op te nemen. Uit een inventarisatie in 2023 is gebleken dat ongeveer de helft van de belastingkantoren met een kosteloze herinnering werkt;

•

Enkele recent toegetreden deelnemers waren tot voor kort gewend aan kosteloze herinneringen en enkele deelnemers doen dit voor overige heffingen/ leges wel;

•

Uitrol van kosteloze herinneringen is alleen mogelijk als alle deelnemers hiertoe besluiten. Dit

vanwege gecombineerde aanslagen en hogere kosten/ inefficiëntie; •

Het is mogelijk om de structurele wanbetalers uit te sluiten van het versturen van een kosteloze herinnering;

• •

De opbrengsten voor invorderingskosten is geen verdienmodel voor deelnemers;

De gemeentelijke deelnemers nemen bezuinigingsmaatregelen voor het ravijnjaar 2026 en verder;

•

Het daarom voor deelnemers wenselijk is om niet eerder dan in 2027 de kosteloze herinnering

•

Bij de invoering van kosteloze herinneringen in samenhang met een aantal andere maatregelen

in te voeren;

zoals gecombineerde aanslagen voor het waterschap, wordt de daling van de opbrengst

invorderingskosten in te beperkte mate gecompenseerd; •

Bedrijven zijn al wel wettelijk verplicht om aan hun klanten altijd eerst een herinnering te sturen

als die niet op tijd de rekening betalen. Pas als klanten dan nog niet betalen, mogen bedrijven

een opgehoogde factuur sturen. Maar voor overheden geldt dat nu niet. Zij mogen meteen aanmaningskosten in rekening brengen. De betaaltermijn voor bedrijven is doorgaans ook korter

en de factuur betreft doorgaans consumptie en geen belastingen;

Pagina 3 van 4

A.B. 26/34 •

De daling van de opbrengst invorderingskosten moet bij de deelnemers gedekt worden. Als dit met belastingverhoging gebeurt, gaat dit ten koste van de belastingplichtigen die wel op tijd betalen of een automatische incasso hebben;

•

De ervaring leert dat de kosteloze herinnering vooral belastingplichtigen activeert, die de verplichting kunnen betalen. Het is dus niet per definitie een maatregel die de kwetsbare belastingplichtige helpt. Daarom is het geëxtrapoleerde bedrag een brutobedrag, dus zonder

aftrek van oninbare verplichtingen; •

Voor de organisatie van SVHW levert de pilot positieve punten op ten aanzien van het

vriendelijker contact met de belastingplichtigen. 4. Conclusies pilots

Uit de pilots kosteloze herinnering en de extrapolatie van de financiële effecten naar jaarniveau kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • • •

Positieve reacties van geadresseerden bij SVHW (menselijke maat);

Kosteloze herinnering leidt tot 40% minder aanmaningen en dwangbevelen;

Beperkte stijging van verzendkosten (gesaldeerd kosteloze herinnering en aanmaningen en dwangbevelen);

•

De daling van de samenhangende in- en externe uitvoeringskosten voor de invordering en het percentage oninbaar (<1%) leidt tot een positief effect van maximaal naar schatting € 100.000;

•

Verwachte daling opbrengst invorderingskosten (aanmaningen en dwangbevelen) met 40 %, zijnde bruto meer dan € 1,7 mln.

Bijlage

Indicatie aandeel in verwachte daling opbrengst invorderingskosten per deelnemer o.b.v. eerste begrotingswijziging 2025 in euro:

Alblasserdam

23.000

Albrandswaard

30.000

Altena

78.000

Barendrecht

44.000

Drimmelen

49.000

Geertruidenberg

25.000

Goeree-Overflakkee

76.000

Hardinxveld-Giessendam

17.000

Hoeksche Waard

141.000

Krimpenerwaard

72.000

Lansingerland

81.000

Nieuwkoop

36.000

Ridderkerk

56.000

Voorne aan Zee

81.000

Hollandse Delta

891.000

Klaaswaal, 14 januari 2026 Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16995334/1