Lijst Ingekomen stukken raadsvergadering 29 januari 2026 dl 3
Tekst van het document
Welke tegemoetkomingen zou GS kunnen doen aan gemeente Ridderkerk om de last te verlichten?
De tegemoetkomingen die GS doet is onder meer door zich volop in te spannen voor meer sociale huurwoningen in de regio. Dit verlicht de situatie in Ridderkerk door de algemene woningnood tegen te gaan.
PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025
De gedeputeerde merkt daarbij op dat de krapte op de woningmarkt geen regionaal probieem is, maar een laridelijk probleem. Dit probleern wordt niet opgelost met een ander woonru imteverdeelsysteem. .
Hoe ziet het proces van besluitvorming eruit in de komende weken?
GS zijn voornemens om dinsdag 9 december een besluit te nemen over de aanwijzing. De gedeputeerde hecht er daarbij aan om de besluitvorming zorgvuldig te doen plaatsvinden. Het zou kunnen dat er hierdoor een week langer nodig is om tot dit besluit te komen. Dan zou het besluit hierover op 16 december genomen worden.
CDA Het CDA geeft aan ook een voorstander te zijn van een eigen woonruimteverdeelsysteem. Het CDA is daarnaast wel voorstander van samenwerking in de regio. Echter moet die samenwerking wel evenredig zijn. Ridderkerkse inwoners hebben volgens het CDA nu nadeel van de samenwerking. Het aantal huisvestingen zou op basis van een urgentiestatus hoger ziin in Ridderkerk dan in andere gemeenten in de regio. Hierom wil het CDA uittreden uit het regionale woonruimteverdeelsysteem. De vraag van het CDA en antwoorden GS: .
F-Ioe kan GS zorgen voor een betere balans in de samenwerking in de regio?
GS zet zich in om de balans te verbeteren door ervoor te zorgen dat er ¡n iedere gemeente minimaal 30% sociale huurwoningen in de woningvoorraad zit. Zo wordt er gewerkt naar redelijke kansen voor woningzoekenden in elke gemeente.
VVD De VVD is eeri voorstander van het oprichten van een eigen woonruimteverdeelsysteem. De woningrnarkt in Ridderkerk zit op slot. Er zoeken erg veel mensen naar een woning en de gemeente heeft nu onvoldoende middelen om daar verandering in te brengen. Met een lokaal woonruimteverdeelsysteem kan ervolgensdeze partij beterworden gestuurd op de wachttijd en woningverdeling in Ridderkerk. Zolang de gemeenten in de regio achterblijven met de bouwvan sociale huurwoningen zal dezevraag blijven leven. •
De VVD constateert dat de gemeente Ridderkerk het goed doet in de woningbouwprogrammering, maar dat de regio achterblijft. Een regionaal woonruimteverdeelsysteem is daarom nadelig voor de Ridderkerkers. Hoe kijken GS naar mogelijke voor- en nadelige effecten van dergelijke regionale samenwerking?
De gedeputeerde geeft aan dat zij een voorkeur zou hebben voor uiteindelijk een landelijk woonruimteverdeelsysteem, al realiseert zij zich ook dat de provincie Zuid-Holland daar niet over gaat. Het doel is dat er voor alle inwoners keuzevrijheid is om te wonen waar ze willen. Samenwerking op grotere schaal zorgt namelijk voor meer mobiliteit en keuzevrijheid voor
PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025
huurders. Om deze reden stimuleren GS deze samenwerking en zijn GS tegen de opzegging ervan. .
Weike concrete handelingen nemen GS om andere gemeenten aan te sporen tot meer sociaie huurwoningen?
GS heeft aan gemeenten met onvoldoende sociale huurwoningen gevraagd om groeipadplannen in te dienen. Dit zijn plannen waarin gemeenten uitleggen hoe ze naar 30% sociale huur in de woningbouwvoorraad toewerken. Hierop toetst de Provincie Zuid-Holland de plannen en werkt zo met gemeenten naar meer sociale huur in de voorraad.
Leefbaar Ridderkerk Leethaar Ridderkerk is voorstander van het uittreden uit het regionale woonruirnteverdeelsysteem. Bij een samenwerkingsverband moet er solidariteit zijn. Als het systeem goed zou werken dan zou er geen reden zijn om er eruit te stappen. Helaas zijn er in de regio onvoldoende sociale huurwoningen en komen er veei mensen uit de regio wonen in Ridderkerk. Hierdoor is de wachthjd volgens deze partij voor een woning in Ridderkerk voor Ridderkerkers enorm lang. .
Wat kan GS doen om hulp te bieden aan Ridderkerkers om in te lopen op de wachttijd?
GS geven aan dat ze eerlijk moet zijn in de hulp die ze kan bieden aan Ridderkerkse inwoners. Zij kunnen vooral aansturen op meer sociale huur in de regiogemeenten, dit zal op langere termijn de wachttijd voor Ridderkerkers verkorten. Bovendien is het wettelijk niet toegestaan om meer dan 50% van de vrijgekomen sociale huurwoningen toe te wijzen aan mensen met lokale binding. Het maakt hiervoor niet uit of het een lokaal of regionaal woonruimteverdeelsysteem is. •
Leefbaar Ridderkerk doet een oproep aan GS om streng te zijn in de woningbouwprogrammering van de regiogemeenten om meer sociale huur te bouwen.
De gedeputeerde geeft aan dat GS op dit gebied over het algemeen als streng wordt ervaren, zeker op de bouw van sociale huurwoningen. GS gaat uit dat ze het maximale vragen van gemeenten in de woningbouwprogrammering, maar niet het onmogelijke. De gedeputeerde geeft aan dat ze deze oproep als een aansporing ervaart om in GS met deze houding door te gaan.
PvdA De PvdA is voor een eigen woonruimteverdeelsysteem. De PvdA ziet dit als een instrument om meer sociale huurwoningen voor Ridderkerkse inwoners mogelijk te maken. Een eigen woonruimteverdeelsysteem zou hierin een rnogelijkheid kunnen zijn, maar er zijn ook
PZH 2025883842281 dd.09 12 2025
alternatieven zoals het geven van wachtjaren op het systeem aan eigen startende woningzoekenden. Hoe kijkt de gedeputeerde naar dergelijke alternatieve oplossingen en een keuzepatet aan mogelijkheden? De gedeputeerde geeft aan dat er een lang traject is geweest voorafgaand aan dit besluit. Hierin zijn alternatieve oplossingen geopperd, maar er is helaas nooit een meerderheid voor een alternatief in de Ridderkerkse gemeenteraad voor gevonden. Wat zijn de mogelijkheden om na de aanwijzing tot vorming van een gemeenschappelijke regeling weer uit te treden uit deze gemeenschappelijke regeling? GS geeft aan dat er geen gemeenschappelijke regeling kan worden opgericht zonder mogetijkheid tot uittreding. Dit zou in theorie dus een mogelijkheid kunnen zijn. Als de gemeenteraad van Ridderkerk hier voor kiest, kan GS in het uiterste geval over gaan op interbestuurlijk toezicht. Dit is een zeer onwenselijke situatie en GS sporen de gemeenteraad van Ridderkerk aan om niet teveel tijd met dit soort juridische strijd te verspillen en energie in te zetten vûor de inwoners van Ridderkerk.
Echt voor Ridderkerk Echt voor Ridderkerk is voor een lokaal woonruimteverdeelsysteem. Dit zou leiden tot een evenwichtig woonruimteverdeelsysteem waar iedereen zich kan vestigen waar die wil. Ridderkerkers willen nou eenmaal in Ridderkerk wonen. Als het hogere administratieve lasten opievert voor Ridderkerkers om in twee woonruimteverdeelsystemen te zitten, dan is dat geen probleem voor Ridderkerkers, zolang ze eerder een woning in Ridderkerk kunnen krijgen. .
Hoe gaat de provincie om met de urgentietoewijzingen in de regio?
De gedeputeerde geeft aan dat er volgens de cijfers die GS tot haar beschikking heeft, geen sprake is van een onevenredige toewijzing van huisvesting op basis van een urgentiestatus. Hierom is GS niet van plan om hier veel aan te veranderen.
GroenLinks GroenLinks geeft aan dat het vraagstuk over het woonruimteverdeetsysteem gecompliceerd is, maar geeft aan wel in het regionale woonruimteverdeelsysteem te willen btijven. Aan de ene kant is de druk op de sociale huur hoog en houden veel regiogemeenten zich niet aan de eis van 30% in de woningvoorraad. Ook zijn er tekortkomingen in het functioneren vari Woonnet Rotterdam-Rijnmond. Echter lost het niets op om een muur om Ridderkerk heen te bouwen. Een regìonaal systeem biedt Ridderkerkers ook de mogeiijkheid om elders te wonen indien zij dit zouden willen. 10 PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025
Bovendien is een eigen systeem duur en kan er, ongeacht het woonruimteverdeelsysteem, 50% van de vrijgekomen sociale huurwoningen aan Ridderkerkers worden toegewezen. Hierom concludeert GroenLinks dat het beter is om in het regionale woonruimteverdeelsysteem te blijven. .
Hoe ziet de besluitvormingsprocedure er vanaf hier uit?
De gedeputeerde geeft aan dat zij verwacht dat er op 9 december hierover een besluit wordt genomen. De gedeputeerde wil daarbij ook de uitkomsten van dit overleg en de uitkomsten van het verslag van de bemiddelaar zorgvuldig wegen. Het zou daardoor ook kunnen dat het besluit een week later op 16 december wordt genomen.
Burgeropl Burger op 1 wil een eigen woonruimteverdeelsysteem. Solidariteit is belangrijk voor samenwerking, maarjuist om die reden schiet het regionale woonruimteverdeelsysteem te kort volgens deze partij. Het woningtekort is te groot en het is tijd dat er iets voor Ridderkerkers wordt gedaan. •
Wat gaat GS anders doen om de situatie in Ridderkerk te verlichten?
GS geeft aan dat ze niet van plan is om veel anders te doen. GS zet momenteel ¡n op het realiseren van nieuwe woningen en met name sociale huurwoningen in deze regio en de gehele provincie. Gedeputeerde ziet deze vraag als een oproep om hiermee door te gaan.
Vervolgvragen Naar aanleiding van het overleg zijn er enkeie vervolgvragen van de Partij 18+ en de SGR
Partij 18+ Hoe interpreteert GS het aantal woningzoekenden die onevenredig zijn gestegen in Ridderkerk? De gedeputeerde geeft aan dat het tekort in de woningmarkt niet onevenredig hoog is in Ridderkerk. Dit is een landelijk probleem. De Provincie Zuid Holiand zet zich heel hard in om dit op te lossen. .
Hoe wegen GS de termijn voor het oprichten van een gemeenschappelijke regeling?
De gedeputeerde geeft aan dat er vanuit de provincie heel hard wordt gewerkt aan het oprichten van een gemeenschappelijke regeling, mocht het nodig zijn deze in te zetten. Zij verwacht dat dit op relatief korte termijn kan omdat dit gesprek al lang loopt. Het is niet nu pas bekend dat er mogelijk een gemeenschappelijke richting wordt opgericht.
11
PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025
SGP •
Hoe zien GS de origelijkheid in de toewijzingvan urgentie?
De gedeputeerde geeft aan dat er, volgens de cijfers die GS tot haar beschikking heeft, geen sprake is van een onevenredige toewijzing van huisvesting op basis van een urgentiestatus.
Afsiuiting De gedeputeerde geeft aan dat het gesprek al uit de ingeplandetijd loopt en dat ze niet de indruk heeft dat GS en de gemeenteraad van Ridderkerk elkaar zullen overtuigen. Ook niet als er meer vervolgvragen worden gesteld. Oni die reden stelt ze voor deze bijeenkomst hiermee afte ronden. ledereen wordt bedarikt voor zijn en haar aanwezigheid en het open gesprek.
12
PZH-2025-883842281 dd. 09-12-2025
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 9 januari 2026 Uw kenmerk Ons kenmerk 208889-2025 Bijlage(n) 1
Onderwerp Herijkingsonderzoek Tennet en aankondiging netcongestie Stedin Geachte leden van de raad, Onlangs heeft Stedin onze gemeente via bijgevoegde brief een update gegeven op het gebied van netcongestie. Daarover willen wij u graag informeren. Tijdens de vergadering van de Commissie Ruimte op 26 november 2025 is aangekondigd dat u meer informatie zult ontvangen. In dit begeleidend schrijven vindt u een korte samenvatting en de impact van deze ontwikkeling op onze gemeente, voor zover wij dat nu kunnen inschatten. In de bijlage vindt u de complete brief vanuit Stedin. Samenvatting Herijkingsonderzoek TenneT Landelijk netbeheerder TenneT heeft een herijkingsonderzoek gedaan in de Rotterdamse haven en omliggende gebieden. Hieruit blijkt dat de vraag naar elektriciteit nog harder groeit en de uitbreidingen langer op zich laten wachten. Ondanks de aangekondigde congestie op het net, is de vraag naar transportcapaciteit voor elektriciteit de afgelopen jaren flink toegenomen. In de afgelopen twee jaar is de wachtlijst voor transportcapaciteit vervijfvoudigd tot 2.068 MW. Om deze reden is de geplande uitbreiding van Stedin bij station Simonshaven (gereed 2029) niet meer voldoende. TenneT gaat nu ook station Europoort verzwaren om daarmee ruimte vrij te spelen. TenneT verwacht tussen 2032 en 2035 klaar te zijn met de uitbreidingen op station Europoort.
Netcongestie blijft de komende jaren dus nog een rol spelen, in ieder geval tot station Europoort is uitgebreid. Gestapelde congestie Door de groeiende elektrificatie in het Rotterdamse havengebied, raakt het elektriciteitsnet sneller vol dan in eerste instantie gedacht. Naast dat er op het landelijke elektriciteitsnet van TenneT al sprake is van netcongestie, wordt nu ook netcongestie afgeroepen op een deel van het regionale net van Stedin. De afbeelding met het exacte gebied staat in de brief in de
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
bijlage. In dit gebied is er dus sprake van ‘gestapelde congestie’. Dit houdt in dat naast het net van TenneT nu ook dit deel van het net van Stedin geen extra vraag meer aankan. In de praktijk zal dit weinig verandering teweegbrengen ten opzichte van de huidige situatie. Dat komt omdat uitbreidingen en het verzwaren van aansluitingen nu al op de wachtlijst worden geplaatst door de congestie op het net van TenneT. Extra congestie op het Stedin netwerk geeft in dat opzicht geen extra vertraging of extra lange doorlooptijden. Het probleem van netcongestie in dit gebied kan wel alleen pas worden opgelost zodra beide netwerken weer voldoende capaciteit hebben. Stedin houdt er in haar plannen rekening mee dat haar congestie is opgelost, voordat de congestie van TenneT is opgelost. Hiermee zou het probleem van netcongestie dus opgelost zijn wanneer TenneT weer voldoende capaciteit heeft. Dit is dezelfde situatie als voor de aankondiging van Stedin over gestapelde congestie. Tennet geeft aan dat zij de netcongestie tussen 2032 en 2035 hebben opgelost. Tot die tijd blijven we dus te maken hebben met netcongestie en beperkingen op het elektriciteitsnetwerk. Het verkrijgen van nieuwe en zwaardere elektriciteitsaansluitingen blijft de komende jaren dus lang duren.
De doorlooptijd is afhankelijk van de wachtlijst bij de netbeheerder, en de maatschappelijke prioriteit van de te realiseren aansluiting. Wel is dit een duidelijk signaal dat de problemen op het elektriciteitsnet niet alleen bij TenneT voorkomen. Stedin is bezig om het elektriciteitsnet te verzwaren en op zoek naar flexibel vermogen om zo efficiënt mogelijk met de bestaande capaciteit om te gaan. Waar mogelijk, ondersteunt Voorne aan Zee deze acties. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee
L. Mans MSc gemeentesecretaris
A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester
retouradres: Postbus 49, 3000 AA Rotterdam
Stedin Netbeheer B.V. Blaak 8
Gemeente Voorne aan Zee College van B&W t.a.v. Wethouder P. Schop
3011 TA Rotterdam 088 896 33 33 www.stedin.net KvK Rotterdam 24289101
cc. Provincie Zuid-Holland
Datum
31 oktober 2025
Onderwerp
Resultaten herijkingsonderzoek TenneT Rotterdamse haven en omliggende gebieden en congestie voor afname (verbruik) Stedin in Europoort Havengebied Rotterdam en omliggende gemeenten
Behandeld door
Dhr. M. Bijl
Geachte heer Schop, Hierbij informeren wij u over de resultaten van het herijkingsonderzoek in de Rotterdamse haven en omliggende gebieden van landelijk netbeheerder TenneT. Uit het onderzoek blijkt dat de vraag naar elektriciteit in dit gebied sterk groeit en uitbreiding van het elektriciteitsnet langer duurt dan gedacht. De huidige vraag naar stroom in combinatie met de verwachte vraag voor de komende jaren zijn zo groot dat de betrouwbaarheid van het net in het geding dreigt te komen en extra maatregelen noodzakelijk zijn om de leveringszekerheid te waarborgen. Netbeheerders TenneT en Stedin nemen aanvullende maatregelen in de Rotterdamse haven, om te voorkomen dat er storingen gaan optreden en bedrijven verzekerd blijven van de levering van stroom. Daarnaast informeren wij u over een verandering in de beschikbaarheid van transportcapaciteit voor afname (verbruik) op het net van Stedin voor station Europoort in het Rotterdamse havengebied. Stedin doet op 31 oktober 2025 een vooraankondiging van congestie voor dit elektriciteitsstation waarmee een deel van het Rotterdamse havencomplex wordt voorzien van elektriciteit. Wij zijn genoodzaakt deze aankondiging te doen door de sterk toegenomen vraag naar transportcapaciteit in het havengebied. Wij zijn inmiddels gestart met een onderzoek naar congestiemanagement.
De netuitbreidingen voor het gebied Europoort zijn naar verwachting gereed 2029 – 2030. Wij beseffen dat dit een vervelende boodschap is en een ongewenste situatie, die uw (verduurzamings-)plannen en die van de bedrijven in het havengebied mogelijk vertraagt. In deze brief leest u hier meer over. Resultaten herijkingsonderzoek TenneT havengebied Rotterdam De vraag naar transportcapaciteit in het Rotterdamse havengebied is de afgelopen jaren – ondanks de aankondiging van congestie - sterk toegenomen. Dit komt door de groeiende elektrificatie van bestaande grootverbruikers en het stijgende aantal aanvragen voor extra vermogen. We verwachten dat deze groei de komende jaren doorzet, waardoor het elektriciteitsnet sneller vol raakt dan eerder aangenomen. Het tekort aan transportcapaciteit loopt de komende jaren op tot circa 244 MW in 2029. Additionele maatregelen, zoals flexibel vermogen, zijn nodig om de netveiligheid te kunnen waarborgen. In het Rotterdamse havengebied is potentiële flexibiliteit geïdentificeerd. We zijn nog in gesprek met bedrijven over de inzet van flexibel vermogen. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat de uitbreiding van het TenneT 380kV-station Simonshaven veel extra vermogen aan het net toevoegt, maar onvoldoende is voor het faciliteren van de exponentiële groei van aanvragen.
Sinds de congestie-aankondiging voor afname door TenneT in 2022, plaatsen wij aanvragen van grootverbruikklanten voor nieuw of extra transportvermogen voor het afnemen van elektriciteit op een wachtlijst. In de afgelopen twee jaar is de wachtlijst van ondernemers die hun activiteiten willen uitbreiden of een nieuwe aansluiting vragen, toegenomen van 426 tot 2.068 MW. Deze vervijfvoudiging van de vraag zorgt voor een langere doorlooptijd bij het aansluiten van de wachtlijst. Om ruimte voor een deel van de huidige wachtlijst en nieuwe aanvragen op het net te creëren, is de bouw van het nieuwe TenneT 380kV-station Europoort noodzakelijk. De realisatie van dit TenneT station staat gepland op 2032 – 2035.
1
Onderwerp
Resultaten herijkingsonderzoek TenneT Rotterdamse haven en omliggende gebieden en congestie voor afname (verbruik) Stedin in Europoort Havengebied Rotterdam en omliggende gemeenten
Pagina
2 van 3
Maatregelenpakket voor meer ruimte op het net Om het net veilig te houden, te voorzien in de groeiende vraag naar elektriciteit en de impact van netcongestie in het Rotterdamse havengebied te verminderen, hebben TenneT en Stedin een pakket aan maatregelen opgesteld. Deze maatregelen omvatten technische verbeteringen, het vergroten van flexibel vermogen en het herzien van contractvormen. Deze gezamenlijke aanpak is er op gericht het elektriciteitsnet betrouwbaar te houden, waarbij ook van bestaande bedrijven wordt verwacht dat zij een actieve bijdrage leveren aan de betrouwbaarheid van het net. Nieuw congestiegebied voor afname op regionale net in Rotterdamse havengebied Sinds november 2022 is er congestie voor afname op het hoogspanningsnet van TenneT in een groot deel van de Rotterdamse Haven inclusief Rozenburg en Pernis, Voorne Putten, Goeree Overflakkee, Hoek van Holland, Hoogvliet en een gedeelte van Poortugaal. De vooraankondiging van Stedin op 31 oktober 2025 omvat congestie voor afname (verbruik) in ‘Europoort Havengebied Rotterdam en omliggende gemeenten’. Dit gebied beslaat het Rotterdamse havengebied Europoort in de gemeente Rotterdam, het noordelijke deel van de aangrenzende gemeente Voorne aan Zee en een deel van Hoek van Holland.
Het knelpunt ontstaat in het regionale net van Stedin en komt bovenop de bestaande congestie op het hoogspanningsnet van TenneT in dit gebied, waardoor sprake is van ‘gestapelde congestie’.
Oorzaak congestie voor afname De vraag naar transportcapaciteit in het Rotterdamse havengebied is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit komt door de groeiende elektrificatie van grootverbruikers en het stijgende aantal aanvragen voor extra vermogen. We verwachten dat deze groei de komende jaren doorzet, waardoor het elektriciteitsnet sneller vol raakt dan het kan worden uitgebreid.
Onderwerp
Resultaten herijkingsonderzoek TenneT Rotterdamse haven en omliggende gebieden en congestie voor afname (verbruik) Stedin in Europoort Havengebied Rotterdam en omliggende gemeenten
Pagina
3 van 3
Netuitbreidingen Stedin naar verwachting gereed 2029-2030 Om meer ruimte voor aanvragen voor extra of nieuw vermogen te realiseren is, naast flexibel gebruik van het elektriciteitsnet, uitbreiding nodig van zowel het landelijke als het regionale net. Voor het gebied ‘Europoort Havengebied Rotterdam en omliggende gemeenten’ bouwt Stedin een nieuw 150/25kV-station (Merwedeweg). Dit station wordt verbonden met de bestaande kabelverbinding tussen de 150kV-stations Europoort en Theemsweg. Vervolgens wordt het station versterkt door een nieuwe 150kV kabelverbinding tussen de 150kV-stations Europoort en Theemsweg. Naar verwachting zijn de werkzaamheden gereed in 2029-2030.
Congestiemanagementonderzoek Ook voor dit deel van het havengebied onderzoeken wij de komende periode of het elektriciteitsnet efficiënter benut kan worden met behulp van congestiemanagement. Wij ronden het onderzoek uiterlijk in oktober 2026 af. Webinar voor bedrijven en organisaties op 27 november 2025 TenneT en Stedin organiseren voor de bedrijven en organisaties in het congestiegebied een webinar op donderdag 27 november 2025 van 10:00 tot 11:00 uur. Tijdens dit webinar geven we een toelichting op de herijkte onderzoeksresultaten, de maatregelen en de congestieaankondiging. De uitnodiging hiervoor sturen wij direct naar de aangesloten partijen in het gebied. Samenwerking essentieel Graag blijven we met u in gesprek over bovenstaande punten. Door krachten te bundelen komen we eerder tot oplossingen om ruimte te creëren op het elektriciteitsnet. Actuele informatie over de situatie en ontwikkelingen in het Rotterdamse havengebied vindt u op www.stedin.net/netcapaciteit. Op www.tennet.eu vindt u de resultaten van het herijkingsonderzoek. Met vriendelijke groet, Maarten Bijl Regiodirecteur Zuid-Holland, Stedin
Gedeputeerde Staten Domein bestuur en omgeving Team financieel toezicht Postadres Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl Datum Zie verzenddatum linksonder
Gemeenteraad van Voorne aan Zee T.a.v. de raadsgriffier Postbus 13 3220 AA HELLEVOETSLUIS
Ons kenmerk PZH-2025-883215196 DOS-2025-0000040 Uw kenmerk n.v.t. Bijlagen n.v.t.
Onderwerp
Financieel toezicht begroting 2026 Geachte raad, Wij danken u voor het indienen van uw begroting. U bent als gemeenteraad verantwoordelijk voor het financieel gezond houden van uw gemeente. Ook wij hebben daarin een rol. Wij toetsen uw begroting aan de bestaande wet- en regelgeving. Deze is onder meer vastgelegd in de Gemeentewet en in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In deze brief laten wij u weten of uw gemeente in 2026 onder verscherpt (preventief) of regulier (repressief) toezicht komt te vallen. Ook geven wij, mits van toepassing, risicofactoren en aandachtspunten mee voor de komende begrotingsjaren. Zo zorgen wij samen ervoor dat uw gemeente ook in de toekomst gezond blijft. Besluit Naar ons oordeel voldoet uw begroting aan de criteria voor regulier toezicht. Dit betekent dat u de in uw begroting opgenomen beleidsvoornemens komend jaar kunt uitvoeren. Hoe komen wij tot dit besluit? We kijken ieder jaar naar het structurele en reële begrotingsresultaat, omdat dit bepaalt onder welk toezichtregime uw gemeente valt. • Het structurele begrotingsresultaat is het saldo van baten en lasten zonder de incidentele baten en lasten. Structureel evenwicht houdt in dat de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Hiermee zorgt u ervoor dat u structurele taken en beleid voorziet van structurele dekking.
• Reëel ramen houdt in dat de ramingen realistisch en haalbaar zijn. Als de ramingen niet reëel of niet concreet onderbouwd zijn, dan kunnen wij het begrotingsresultaat bijstellen. Op het bijgestelde structurele resultaat baseren wij ons oordeel en het toezichtregime.
PZH-2025-883215196 dd. 16-12-2025
Ons kenmerk
PZH-2025-883215196
Onze beoordeling leidt tot het volgende beeld:
Saldi begroting en meerjarenraming 3,000 2,500
Resultaat (x € 1000)
2,000 1,500 1,000 500 -500 -1,000
-1,500 -2,000 -2,500 2026
2027
2028
2029
Jaar Begrotingsresultaat
Structureel en reëel begrotingsresultaat
Wij hebben het begrotingsresultaat (na amendering) bijgesteld. In bovenstaand diagram en in ons oordeel gaan wij uit van de cijfers: •
• •
Waarbij de baten die u heeft geraamd uit de incidentele verkoop van woningen van het woonbedrijf, zijn aangesloten op het in de begroting opgenomen overzicht van incidentele baten en lasten (verschil € 265.000). Wij zijn geïnformeerd dat deze aanpassing inmiddels is verwerkt. Inclusief volledige verwerking van de raming van de meicirculaire in 2029 (€ 2,5 miljoen hogere baten) Mét verrekening van de trendgroei van de lasten voor jeugdzorg 2027-2029, zoals opgenomen in de meerjarenraming bij de begroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) € 1,0 miljoen in 2027 oplopend tot € 3,4 miljoen in 2029. Zie onder het kopje “Ramingen Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond”.
Conclusie Omdat het structureel en reëel resultaat van uw begroting in 2026 positief is valt uw gemeente onder regulier (repressief) toezicht. Wel maken wij ons zorgen over uw financiële positie op de langere termijn, omdat uw meerjarenraming, na onze bijstelling, niet structureel in evenwicht is. Zie onder het kopje “Structureel niet sluitende meerjarenraming”. Risicomodel In de begrotingsbrief van 2025 (kenmerk PZH-2024-862782184, d.d. 26-11-2024) hebben wij u geïnformeerd over ons risicomodel. In samenwerking met andere provincies zijn wij bezig met de doorontwikkeling van dit risicomodel. In deze begrotingsbrief vermelden wij daarom geen kleurindicatie groen, geel of oranje over de financiële positie zoals in voorgaande jaren. Wel brengen wij in deze begrotingsbrief de risicofactoren voor uw gemeente onder de aandacht.
2/5
PZH-2025-883215196 dd. 16-12-2025
Ons kenmerk
PZH-2025-883215196
Wij zien in uw begroting een aantal risico’s voor de financiële positie van de gemeente. Het positieve saldo in 2026 is afhankelijk van opgenomen taakstellingen en bezuinigingen. Deze achten wij voldoende concreet en haalbaar, maar de realisatie daarvan is nog onzeker. Daarbij toont de meerjarenraming na onze bijstelling op het saldo tekorten. Zodra deze tekorten worden gerealiseerd, komen deze ten laste van het eigen vermogen van de gemeente en hebben daarmee direct invloed op de financiële positie. De financiële positie van uw gemeente bevindt zich, op basis van de financiële kengetallen zoals de solvabiliteit en de netto-schuldquote, vooralsnog in de middelste risicocategorie: neutraal. Daartegenover staat dat de onbenutte belastingcapaciteit jaarlijks toeneemt en dat de gemeente de mogelijkheid houdt om het surplus van de algemene reserve structureel in te zetten. Hiermee is er ruimte om structurele risico’s op te vangen. Overigens houden wij daarbij ook in gedachten dat het woningbezit van het gemeentelijk woonbedrijf een (reële) stille reserve kent. Specifieke aandachtspunten voor uw gemeente Op basis van uw begroting geven wij u voor komend jaar de volgende aandachtspunten mee. Bezuinigingen De saldi in uw begroting en meerjarenraming zijn afhankelijk van nog uit te voeren maatregelen.
De opgenomen maatregelen zijn voldoende concreet en haalbaar om rekening te kunnen houden met de financiële voordelen. Daarbij is het wel belangrijk om de voortgang op de maatregelen goed te monitoren en op tijd bij te sturen als resultaten niet (volledig) worden behaald. Ramingen Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) U bent voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de jeugdzorg aangesloten bij de GRJR. De afgelopen jaren zijn de lasten van deze jeugdzorg, los van inflatie, aanzienlijk gestegen. De GRJR noemt dit “trendgroei” en berekent deze op basis van de aanname dat de (vierjarige) historische trend zich grotendeels voortzet. Deze trendgroei betekent niet direct dat meer kinderen jeugdzorg ontvangen, maar kan ook betekenen dat vaker duurdere en/of langere trajecten worden toegewezen. De GRJR heeft, net als afgelopen jaar, deze trendgroei verwerkt in haar eigen begroting 2026 en meerjarenraming, als ook in de adviesbegrotingen voor de gemeenten die onderdeel zijn van de regeling. Wij achten deze trendgroei en het daarbij behorende lastenniveau reëel. Met de begrotingsbrief 2025 en met de toezichtsbrief aan de GRJR (d.d. 29 september 2025, kenmerk PZH-2025-879761396), waarvan u een afschrift heeft ontvangen, bent u op de hoogte gebracht van onze verwachting dat gemeenten de door de GRJR geraamde trendgroei meerjarig verwerken.
Door rekening te houden met de trendgroei ontstaat een reëel beeld van de structurele ruimte in de begroting en meerjarenraming, hetgeen noodzakelijk is voor de raad om te kunnen sturen op een financieel gezonde gemeente. Gemeenten kunnen onderbouwd afwijken van de trendgroei. Daarvoor is van belang dat de financiële effecten van kostenbesparende maatregelen, zoals de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK), duidelijk in de begroting en meerjarenraming worden onderbouwd. Uw gemeente heeft de adviesbegroting 2026 van de GRJR volledig overgenomen in de eigen begroting. De trendgroei vanaf 2027 is echter niet overgenomen in de meerjarenraming. Daarvoor zijn door uw gemeente diverse redenen aangevoerd, waaronder dat door de invoering van de RBOK maatregelen een trendbreuk wordt voorzien en het hierdoor onwenselijk was om nu al compenserende maatregelen (zoals bezuinigingsoperaties) te moeten opstarten. Naar onze mening is geen voldoende financiële onderbouwing aangeleverd om het effect van de RBOK maatregelen voor de gemeente Voorne aan Zee te bepalen. Hierdoor blijft ons standpunt dat de trendgroei 3/5
PZH-2025-883215196 dd. 16-12-2025
Ons kenmerk
PZH-2025-883215196
(volledig) moet worden geraamd. Zonder deze groei laat uw meerjarenraming naar onze mening geen reëel beeld zien van de structurele ruimte vanaf 2027. Hiermee geven we een signaal af dat wanneer de maatregelen uit de RBOK geen effect hebben, een structureel tekort ontstaat. Omdat uw begroting in 2026 structureel en reëel sluitend is, heeft u de tijd om de financiële effecten van de RBOK maatregelen voor uw gemeente verder uit te werken. Structureel niet sluitende meerjarenraming In het structureel saldo waar wij ons toezicht op baseren gaan wij uit van de cijfers inclusief de trendgroei van de GRJR. Na deze wijziging in uw meerjarenraming sluit deze met een nadelig structureel saldo van € 0,4 miljoen in 2027, € 1,9 miljoen in 2028 en € 0,7 miljoen in 2029. Omdat uw begroting 2026 structureel en reëel in evenwicht is, heeft dit geen gevolgen voor het toezichtregime voor 2026. Echter, zolang uw meerjarenraming niet sluitend is moet u volgens de Gemeentewet bij iedere toekomstige begroting zorgen voor structureel en reëel evenwicht in het begrotingsjaar (of aannemelijk maken dat dit in het laatste jaar van de meerjarenbegroting wordt bereikt). Dit is risicovol, omdat het niet altijd mogelijk is om structureel begrotingsevenwicht op korte termijn te bewerkstelligen.
Wij verwachten dat u komend jaar een compleet beeld van de meerjarenraming presenteert inclusief trendgroei en een onderbouwing van de financiële effecten van de maatregelen vanuit de RBOK. Dit zodat de bezuiniging concreet en haalbaar is en gemonitord kan worden. Tot slot Wij zijn altijd bereid om een mondelinge toelichting aan u als raad te geven en/of schriftelijke vragen over de financiële positie van uw gemeente te beantwoorden. Ook kunnen we op uw verzoek samen met uw ambtelijke organisatie een taakveldanalyse uitvoeren. Dit bieden wij alle gemeenten standaard aan. Een taakveldanalyse geeft uw gemeente meer inzicht in de beleidskeuzes die gemaakt kunnen worden bij het structureel in evenwicht brengen van de begroting. Wij voeren taakveldanalyses alleen uit in het eerste halfjaar, zodat de uitkomsten kunnen worden betrokken bij de voorbereiding van uw begroting voor het volgende jaar. In het onderzoek wordt uw gemeente op taakveldniveau vergeleken met (vergelijkbare) gemeenten. We zoeken samen met uw ambtelijke organisatie naar verklaringen voor eventuele verschillen in de lasten per taakveld tussen uw gemeente en de referentiegemeenten. Hiervoor is het noodzakelijk dat uw organisatie bereid is tot inzet van voldoende capaciteit om samen met ons tot een bruikbaar advies te komen.
Als u belangstelling heeft voor een taakveldanalyse, dan kunt u hiervoor tot uiterlijk 1 februari 2026 via uw griffier contact opnemen met de provincie.
4/5
PZH-2025-883215196 dd. 16-12-2025
Ons kenmerk
PZH-2025-883215196
Meer financiële informatie, waaronder de kengetallen op basis van uw begroting, vindt u op het Dashboard financieel toezicht gemeenten. Deze brief wordt ook digitaal naar de griffier van uw gemeente gezonden, zodat u gebruik kunt maken van de digitale links. Graag ontvangen wij vóór 1 mei 2026 een schriftelijke reactie op deze brief.
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen, Drs. R. Baatenburg de Jong MSc Manager Domein bestuur en omgeving Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening
Afschrift aan:
- Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorne aan Zee
5/5
PZH-2025-883215196 dd. 16-12-2025
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 9 januari 2026 Uw kenmerk Ons kenmerk 223980-2025 Bijlage(n) -
Onderwerp Financieel toezicht begroting 2026 Geachte leden van de raad, Op 6 november 2025 is de begroting 2026 met de meerjarenraming 2027-2029 geamendeerd aangenomen. Met haar brief van 16 december 2025 informeerde de toezichthouder provincie Zuid-Holland u over haar beoordeling van deze begroting en meerjarenraming. De beoordeling van de begroting is positief en leidt tot voortzetting van het reguliere toezichtsregime (repressief toezicht). Wel corrigeert de toezichthouder de meerjarenraming voor de trendgroei van de lasten voor jeugdzorg 2027-2029, zoals opgenomen in de meerjarenraming bij de begroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). De provincie baseert deze correctie op de hypothese dat de groei van de lasten voor jeugdzorg van de afgelopen vier jaar, zich onverminderd voortzet in de komende vier jaar. Het college vindt deze correctie niet onomstreden en acht het daarom van belang u met deze brief op dit punt nader te informeren. De focus op de lasten van de jeugdzorg is niet nieuw. De verdeling van de lasten van de jeugdzorg is een van de belangrijkste onderwerpen van discussie tussen het Rijk en de gemeenten. Daarnaast worden op zowel Rijks-, regionaal- als lokaal niveau hervormingsmaatregelen ontwikkeld en uitgevoerd, met als doel de lasten van de jeugdzorg beheersbaar te houden.
De vertaling van deze ontwikkelingen naar de gemeentelijke begroting is dan ook complex en maakt dat wij voor de begroting (jaar t+1) -overeenkomstig de wens van de toezichthouder- in belangrijke mate ‘varen’ op de adviesbegroting van de GRJR. Dit ligt echter genuanceerder voor de meerjarenraming. De meerjarenraming van Voorne aan Zee wordt opgesteld op basis van constante prijzen. Dit betekent dat wij meerjarig alleen volumewijzigingen begroten en geen prijswijzigingen. De door de GRJR gehanteerde trendgroei bevat echter niet alleen de verwachte volumeeffecten, maar ook prijs- en mixeffecten. Los van de vraag of het technisch extrapoleren van de trend van de afgelopen vier jaar het meest reële scenario weerspiegelt, schuurt de gewenste verwerking dus met de fundamentele begrotingssystematiek, die wel toegepast wordt op het overige deel van de lasten en baten. In tegenstelling tot de doelstelling van de
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
toezichthouder kan door integrale meerjarige verwerking van de trendgroei zo juist een vertekend beeld ontstaan van de structurele ruimte in de meerjarenraming. Daarbij komt dat de gemeente eventuele compensatie vanuit het Rijk voor de jeugdzorg (zoals geadviseerd door de commissie Van Ark) op dit moment nog niet kan inboeken. Dit betekent dat aan de lastenkant wel maximale voorzichtigheid wordt betracht, terwijl aan de batenkant geen ruimte bestaat om een mogelijk dempend effect van compensatie te verwerken. Omdat wij streven naar een structureel sluitende meerjarenbegroting legt de provincie hiermee feitelijk een aanvullende bezuinigingsopgave bij de gemeente neer. Dit terwijl op zijn minst onduidelijk is hoe de provincie heeft beoordeeld dat de in de begroting van de GRJR gepresenteerde trendgroei reëel zou zijn. Daarbij kan bij de jaarrekening blijken dat het veronderstelde risico van lineair doorstijgende lasten zich niet of slechts beperkt manifesteert. In dat geval bestaat het reële risico dat achteraf moet worden geconcludeerd dat pijnlijke (aanvullende!) bezuinigingen onnodig zijn geweest. In dat kader merken wij ook op dat in de begroting 2026 al substantiële bezuinigings- en beheersmaatregelen zijn verwerkt. Deze maatregelen vragen de komende jaren aanzienlijke bestuurlijke en ambtelijke inzet en vergen zorgvuldige monitoring.
Het meerjarig volledig inboeken van trendgroei, met daaraan gekoppeld aanvullende bezuinigingen, zou zo ook operationeel tot een aanvullende en potentieel onnodige opgave leiden. Tot slot en misschien wel het belangrijkst; Er worden nu juist maatregelen getroffen om de trend van alsmaar stijgende lasten te doorbreken, onder meer via regionale en lokale bestuursopdrachten en hervormingsmaatregelen, en deze maatregelen lijken effect te hebben. In haar kadernota 2027 presenteert de GRJR daarom nu voor het eerst ook verschillende scenario’s voor de trendgroei, waar dit in haar begroting 2026 nog niet het geval was. Tegen deze achtergrond kiest het college ervoor om de veronderstelde trendgroei niet als vaststaand gegeven in de meerjarenraming op te nemen, maar deze te blijven volgen als risico, waarbij jaarlijks op basis van actuele realisatiecijfers, voortgang van hervormingsmaatregelen en nieuwe inzichten wordt bezien of bijstelling noodzakelijk is. In dat licht verwelkomen wij de opening die de provincie biedt om gemotiveerd af te wijken van de trendgroei, en de tijd die wordt gegund om de financiële effecten van de hervormingsmaatregelen verder uit te werken. Wij blijven hierover in constructief overleg met de provincie en zullen uw raad informeren over de verdere ontwikkelingen. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee
L. Mans MSc gemeentesecretaris
A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester
Small Modular Reactors Toekomst of hype?
Aan: Gemeenteraad en College van B&W 13 januari 2026
Geachte leden van de Raad, College van Burgemeester & Wethouders, In enkele gemeenten en provincies is discussie ontstaan over de mogelijke rol van kleine kerncentrales, de Small Modular Reactors (SMR's) in het energiesysteem van de toekomst. Omdat er nogal wat misverstanden bestaan over deze kleine kerncentrales heeft World Information Service on Energy (WISE Nederland) in deze brief een aantal aspecten op een rijtje gezet. Onze hoofdconclusie is dat wij u vragen de focus te leggen op uitvoering van de reeds gemaakte afspraken in de Regionale Energie Strategie. Laat u niet meevoeren in een discussie over een type kerncentrale waarvan de ontwikkeling nog in de kinderschoenen staat. We nodigen u uit om op woensdag 18 februari, 19.30 ons webinar “SMR's, toekomst of hype?” bij te wonen. In dit webinar krijgt u uitgebreid informatie over de kansen en bedreigingen van kleine kerncentrales. Gastspreker zal zijn Dhr. F. Rooijers, oud-directeur van energieonderzoeks- en adviesbureau CE Delft. Hier vindt u de aanmeldlink voor het webinar.
Hoge kosten geproduceerde stroom De kosten van SMR’s zijn naar verwachting bijzonder hoog en zullen flink omlaag moeten gaan. Prof. Turkenburg (Hoogleraar Science, Technology & Society, Universiteit Utrecht) verwacht dat de kosten bij de eerste projecten nog richting €20.000 per kilowatt geïnstalleerd vermogen zullen gaan, terwijl dat commercieel gezien onder de €3.000,- zal moeten worden1. Met andere woorden, SMR's zullen meer dan zes keer zo goedkoop moeten worden om rendabel te zijn. Het is zeer aannemelijk dat die kostendaling niet gerealiseerd zal worden. Dat betekent ook dat de industrie alleen zal investeren als er garanties van overheden komen. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft
1 https://milieu.vvm.info/milieu-2024-3-samen-sterk-voor-leefbaarheid/dossier-hoe-snel-dragen-nieuwe-kleine-kerncentrales-smrs-commercieel-bijaan-de-energievoorziening/
onlangs in haar visie op de ontwikkeling van SMR's laten weten niets te voelen voor staatsdeelneming aan kleine kerncentrales. 2 SMR's produceren relatief meer kernafval Naast de hoge kosten is nu al bekend dat de toename van de hoeveelheid radioactief afval een probleem zal gaan worden. Uit recent onderzoek is naar voren gekomen dat SMR's per geproduceerde kWh meer afval zullen opleveren3, terwijl daar op dit moment nog geen (eind)oplossing voor is. In Nederland slaan we het radioactieve afval tijdelijk op bij de COVRA te Vlissingen, maar de ruimte is daar beperkt. Het huidige beleid voorziet in een eindberging vanaf 2130. Locatiekeuze Vanwege de grote onzekerheden en de lange looptijd van de ontwikkeling is het op z'n zachtst gezegd prematuur om nu al onderzoek te doen naar mogelijke locaties. Zelfs als er een type SMR zou doorbreken, is het nog onbekend welk type dat zal worden. Er zijn diverse ontwerpen met verschillende technologie en verschillende grootte voor wat betreft te leveren stroom. Dat heeft verstrekkende gevolgen voor de eisen die aan een locatie gesteld moeten worden. Ook is nog niet bekend welke veiligheidsnormen de toezichthouder ANVS gaat hanteren voor de nieuwe kerncentrales.
Hoe groot wordt de cirkel waarbinnen er restricties gaan worden opgelegd voor industrie of nieuwbouw van woningen in uw gemeente? Welke koelwaterbehoefte zal een SMR hebben? Hoeveel ruimte zal een kleine kerncentrale innemen? Hoeveel jaren van overlast tijdens de bouwperiode zullen er zijn? Omdat er nog geen duidelijke antwoorden op deze vragen te geven zijn, geldt voor u als gemeente dat bij zoveel onzekerheden er geen enkele zinnige uitspraak over plaatsing van een kleine kerncentrale in uw gemeente te doen valt. Moeizame ontwikkeling SMR , niet voor 2045 De ontwikkeling van kleine kerncentrales verloopt tot nu toe zeer langzaam. Diverse media berichten dat er al vanaf 2030 SMR's op de markt zullen komen. Dat is echter onhaalbaar. Er zijn problemen met de verschillende ontwerpen, met vergunningen en met de kosten. Onlangs nog moest een prominent SMR-ontwerper van de nucleaire industrie, het Amerikaanse NuScale, na 16 jaar ontwikkeling de stekker uit een project in Idaho, VS trekken4. De deelnemende lokale en regionale overheden hadden geen vertrouwen meer in de financiële onderbouwing en konden niet anders dan het project stopzetten.
2
https://open.overheid.nl/documenten/49c6a2a3-965a-4d84-8339-6d0010cf611b/file
3
https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0149197025003877#:~:text=Additionally%2C%20a %20recent%20study%20has,et%20al.%2C%202022) 4
https://www.utilitydive.com/news/nuscale-uamps-project-small-modular-reactor-ramanasmr/705717/
Uit een recente analyse van W. Turkenburg blijkt dat SMR's niet voor 2045 bij zullen dragen aan de binnenlandse energievoorziening5. Eerder kwam Prof. Turkenburg tot dezelfde conclusie, toen hij voor de provincie Overijssel de vooruitzichten op een rijtje zette.6 Het is zelfs nog maar de vraag of 2045 realistisch is. Deze tijdshorizon betekent dat andere maatregelen dan SMR's nodig zijn om klimaatverandering te stoppen. Kies voor de Regionale Energie Strategie De vastgestelde RES-sen laten een forse opgave zien voor de plaatsing van nieuwe zonnepanelen en windturbines. Samen met de noodzakelijke nadruk op energiebesparing, energie-efficiency en warmtetransitie zal realisatie van deze RES-sen de komende jaren veel van de provinciale en gemeentelijke overheden vergen. We roepen u daarom op om de focus te leggen op de realisatie van deze concrete en haalbare energiestrategie. Energiebesparing moet daarbij op nummer één staan. De voortgaande klimaatverandering vraagt om spoed in de uitvoering van het beleid. Een discussie over nieuwe kerncentrales zoals de SMR's zien we als een afleiding van wat er werkelijk moet gebeuren. Mocht u nog meer informatie willen lezen, dan kunt u bijgaande berichten bekijken. 7 8 Ook nodigen we uit voor ons webinar over SMR op woensdag 18 februari, 19.30. Uiteraard zijn we ook bereid om onze visie toe te lichten.
Namens WISE Nederland, Gerard Brinkman kantoor@wisenederland.nl PS Meer informatie vindt u op www.wisenederland.nl/smr-webinar2026
5 https://milieu.vvm.info/milieu-2024-3-samen-sterk-voor-leefbaarheid/dossier-hoe-snel-dragen-nieuwe-kleine-kerncentrales-smrs-commercieel-bij-
aan-de-energievoorziening/ 6
https://overijssel.notubiz.nl/document/12238354/2/Wim+Turkenburg+%28WTEEC%29++2022_11_28+-+Toepassing+kernenergie+in+Nederland+en+perspectieven+SMRs 7 https://wisenederland.nl/artikel/kleine-kerncentrales-smrs/ 8 https://wisenederland.nl/smrs-bouwen-in-7-jaar/?cn-reloaded=1
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 15 januari 2026 Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) ..
Onderwerp Stand van zaken toekomstbestendige opvang asielzoekers Geachte leden van de raad, Het college informeert u over de stand van zaken rondom de toekomstbestendige opvang van asielzoekers. Vanwege de maatschappelijke gevoeligheid wordt dit onderwerp zorgvuldig en in afstemming met de raad behandeld Proces Op 16 december 2025 heeft het college de participatie- en communicatieaanpak voor de toekomstbestendige opvang van asielzoekers vastgesteld, inclusief de bijbehorende fases van de besluitvorming (zie bijlage 1: overzicht fases participatie- en communicatieaanpak). Er is bewust gekozen om het proces los te koppelen van de inhoud, zodat eerst helder wordt op welke wijze de raad, inwoners en partners worden betrokken. In het kader van de besluitvorming binnen de BOB-structuur was op 7 januari 2026 een informele, besloten themabijeenkomst met raadsleden gepland om de aanpak te bespreken. Naar aanleiding van signalen vanuit meerdere fracties dat het onderwerp niet vóór de verkiezingen en niet in beslotenheid behandeld dient te worden, is in overleg met het presidium op 6 januari 2026 besloten de bijeenkomst te annuleren.
Beslissingen over onderwerp toekomstbestendige opvang Op 13 januari 2026 heeft het college besloten om het volledige onderwerp toekomstbestendige opvang, inclusief de participatie- en communicatieaanpak, voor te leggen aan het nieuwe college en de gemeenteraad. Dit onderwerp vraagt om brede betrokkenheid van de raad om draagvlak voor de besluitvorming te creëren. Daarom zal met de nieuwe raad zowel over het proces als over de inhoudelijke keuzes, zoals locaties en spreiding, worden gesproken.
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
Spreidingswet en mogelijke effecten op het vervolgproces De gemeente Voorne aan Zee heeft de wettelijke taak om 388 opvangplekken voor asielzoekers te realiseren. De huidige noodopvang (het tijdelijke opvangschip) vervalt na 31 december 2026, waardoor een overgang naar structurele, toekomstbestendige opvanglocaties noodzakelijk is. De keuze heeft gevolgen voor de planning en vergroot het risico dat de gemeente Voorne aan Zee niet tijdig kan voldoen aan de wettelijke taakstelling op grond van de Spreidingswet. In dat geval kan interbestuurlijk toezicht worden ingezet en bestaat de mogelijkheid dat het Rijk opvanglocaties aanwijst, waardoor de gemeentelijke regie op locatiekeuze, participatie en uitvoering afneemt. Wij vertrouwen erop u op dit moment voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Lenny Mans MSc. Gemeentesecretaris
Arno Scheepers RA. MSc. Burgemeester
Bijlage 1. Overzicht fases participatie- en communicatieaanpak
Bijlage 1. Overzicht fases participatie- en communicatieaanpak opvang asielzoekers
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181 Verzenddatum 14 januari 2026
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Uw kenmerk Ons kenmerk 210688-2025 Bijlage(n)
Onderwerp Sluiting loket Burgerzaken en KCC in het voormalige Stadskantoor Brielle
Geachte leden van de raad, Per 1 februari 2026 sluit het loket Burgerzaken en KCC in het voormalige Stadskantoor Brielle. Dit is onderdeel van de voorbereidingen om de dienstverlening op deze locatie te beëindigen. Het gebouw krijgt een nieuwe bestemming: er worden 31 levensloopbestendige huurappartementen voor ouderen en betaalbare woningen voor starters gerealiseerd. Om de verbouwing mogelijk te maken, levert de gemeente het pand uiterlijk 2 april 2026 leeg op. De dienstverlening blijft beschikbaar via de loketten in Rockanje en Hellevoetsluis. Inwoners kunnen hier, na het maken van een afspraak via de gemeentelijke website, terecht voor het aanvragen en afhalen van reisdocumenten en andere diensten. Deze aanpassing betekent dat inwoners van de voormalige gemeente Brielle voortaan voor hun documenten naar Rockanje of Hellevoetsluis gaan. Een inwoner komt gemiddeld één keer per acht jaar naar het gemeentehuis voor een reisdocument. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders,
Lenny Mans MSc. Gemeentesecretaris
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Arno Scheepers RA. MSc. Burgemeester
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl
Colleges van de 21 MRDH-gemeenten
KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 telefoonnummer 088 5445 100 ons kenmerk MOBEL-2117477792-2426511
Datum
13 januari 2026
Bijlagen Kamerbrief IenW Kamerbrief VRO MIRT-besluitenlijst
Onderwerp
BO MIRT 5 januari 2026 Geacht college, Met deze brief informeren wij u over de besluiten van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) van landsdeel Zuidwest, dat plaatsvond op 5 januari 2026. Een volledig overzicht van de MIRT-afspraken en de besluiten in de bestuurlijke overleggen is te vinden in de bijgevoegde kamerbrieven van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening (VRO), inclusief de MIRT-besluitenlijst.
Betekenis voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag De MRDH ziet de (financiële) afspraken als een belangrijke impuls voor onze regio. De MIRTbesluiten staan in het teken van het verbeteren van de bereikbaarheid van onze sterk groeiende regio. De MRDH-inzet voor het bestuurlijk overleg is vastgesteld in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit en in lijn met de Strategische Agenda MRDH én de Ontwerpvisie op het Economisch Vestigingsklimaat en de Ontwerp Mobiliteitsvisie. Rode draad van onze inzet is het waarmaken van de samen met het Rijk ingeslagen weg. Koersvast afmaken wat we zijn begonnen, en investeren voor onze inwoners en ondernemers en het versterken van onze duurzame en bereikbare economie. Hieronder lichten we de voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag gemaakte afspraken uit: MIRT-verkenning Oude Lijn Met onze brief van 12 december 2025 (kenmerk MOBEL-2117477792-2399754) aan uw college informeerden wij u al over de besluiten rond de Oude Lijn. Rijk en regio constateren dat de schaalsprong in project Oude Lijn een belangrijke randvoorwaarde is om de verstedelijkingsopgave mogelijk te maken, de regio bereikbaar te houden, de agglomeratiekracht te versterken, de kansen voor mensen te vergroten, de sociale veiligheid te verbeteren en duurzame mobiliteit te stimuleren in ons gebied.
Uit de verkenning blijkt dat investeren in een samenhangend pakket aan infrastructurele maatregelen een ongekend hoge maatschappelijke kosten-baten score kent. Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.
Op initiatief van het dagelijks bestuur van de MRDH maakte de burgemeester van Delft, de heer Pechtold, eind 2025 een ronde langs de betrokken partijen. Deze ronde was noodzakelijk om met alle partijen door te gaan met de hele scope van de Oude Lijn. Dit is cruciaal om vast te houden aan het eindbeeld: in 2040 de bouw van 200.000 woningen, het creëren van 85.000 banen en de noodzakelijke mobiliteitsinfrastructuur. Deze scope is in het BO MIRT van 5 januari 2026 bekrachtigd. Er is €1.5 miljard toegekend om de stations Leiden, Den Haag Laan van NOI, Schiedam en Dordrecht te vernieuwen. Dit zorgt voor meer capaciteit voor reizigers, betere overstapmogelijkheden, verbeterde veiligheid en betere fietsvoorzieningen. Om deze schaalsprong, die een zeer belangrijke bijdrage levert aan het essentiële OV-netwerk in de regio, te kunnen voltooien is een additionele investering van €2 miljard nodig. Dat is nodig om een spoorverdubbeling tussen Delft Campus en Schiedam en vier nieuwe stations in Rijswijk Buiten, Dordrecht Leerpark, Schiedam Kethel en Rotterdam van Nelle te realiseren. Programma Woningbouw en Mobiliteit en Woningbouw op korte termijn Met onze bovengenoemde brief informeerden wij u ook over de toekenning van de WoMogelden aan meerdere MRDH-gemeenten. In totaal draagt het Rijk ruim €498 mln.
bij om in de metropoolregio, onder andere langs de Oude Lijn, woningen te bouwen en deze duurzaam bereikbaar te maken. Deze toekenningen zijn op het BO MIRT bekrachtigd. Het algemeen bestuur van 12 december 2025 besloot daarnaast €64.8 mln. te reserveren voor vier regionale projecten. Oude Lijn Knooppunt Schiedam Centrum Knooppunt Laan van NOI Den Haag Landschapsversterking Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland
€9,8 mln. €10,0 mln. €25,0 mln.
De Vlietlijn Tunnelvariant passage sporendriehoek De Vlietlijn Den Haag
€20.0 mln.
NOVEX Startbeslissing Verkenning Rotterdamse Haven Rijk en regionale partijen spraken af een verkenning te starten naar verschillende oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en de impuls van de leefomgeving. De scope van de oplossingsrichtingen Ruimtegebrek haven betreft: ✓ Intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik in het bestaande havengebied ✓ Herinrichten en herontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen in de regio ✓ Mogelijkheden van een zeewaartse uitbreiding De scope van de oplossingsrichtingen Impuls Leefomgeving betreft: ✓ Landschap en recreatie: natuurherstel en -ontwikkeling, benutten kansen voor recreatie, ontwikkelen parklandschap en verbeteren bereikbaarheid per fiets
2
✓ Woon- en leefomgeving: aanpakken (kwetsbare) wijken, wegnemen belemmeringen in de leefomgeving, zoals door bodemsanering of een aanpak geluid, bij ontwikkelen woongebied De besluitvorming in het BO MIRT bekrachtigt de eerdere besluitvorming in het BO Novex Rotterdamse Haven. De MRDH heeft actieve deelname in NOVEX Rotterdamse Haven, en draagt actief bij aan de te starten verkenning. Publieke Mobiliteit MRDH In het BO MIRT van 2024 heeft IenW €5 mln. gereserveerd voor de cofinanciering van regionale initiatieven op het gebied van publieke mobiliteit. MRDH heeft een aanvraag gedaan voor de introductie van vraaggestuurd OV en integratie van reizigersgroepen (doelgroepen en ov). IenW kent MRDH €800.000 inclusief btw toe. De deelnemende regionale partijen dragen €1.960.000 excl. btw bij. Kleine verbeteringen autonetwerk en doorstroming De minister van IenW reserveert een bedrag van €65.650.000 voor de realisatie van kleine verbeteringen in het autonetwerk of de doorstroming in landsdeel Zuidwest. De volgende projecten in de metropoolregio krijgen een Rijksbijdrage. ✓ ✓ ✓ ✓
N57-Nieuweweg Bypass Rotonde N57-N497 Aansluiting A4-N223 A20 Coldenhovelaan
Voorne-Putten Voorne Putten Den Hoorn Westland
€ 17.900.000 € 600.000 € 18.200.000 € 2.100.000
Middellange Termijn Aanpak A4 Haaglanden-N14 2026-2035 Tijdens het BO MIRT Zuidwest in 2024 besloot IenW geld te reserveren voor een Middellange Termijn Aanpak van 10 jaar voor ondersteunende maatregelen (fietsinfrastructuur, hubs, Park & Ride en logistiek) voor het project A4 Haaglanden-N14. Partijen – de MRDH, de PZH en de minister van IenW – hebben in het BO MIRT van 5 januari 2026 overeenstemming bereikt hoe deze reservering in te zetten. De minister zal Zuid Holland Bereikbaar opdracht geven voor een gedragsaanpak ter waarde van €4 mln. voor de periode 2026-2035. De minister zal daarnaast €12 mln. reserveren voor kleine ondersteunende infrastructurele maatregelen voor openbaar vervoer, fiets en hubs in plaats van de eerder afgesproken €7.5 mln. Voorbeelden zijn het realiseren van een regionaal deelfietssysteem, het verbeteren van de fietsenstalling/beschutting bij RandstadRail Leidschendam-Voorburg, het verbeteren van fietsroutes richting de Mall of the Netherlands en het verbeteren van de de fietsroutes tussen Den Haag-Rijswijk-Delft-Schiedam evenwijdig aan de A4. Verdere afspraken tussen Rijk en de regionale partijen ✓ Twee jaar rijksdekking van Zuid-Holland Bereikbaar vanuit Spitsspreiden en Mijden. ✓ Afspraken rondom bekostiging Bus Rapid Transit Leiden - Zoetermeer.
✓ IenW maakt met regionale partijen nadere landelijke procesafspraken over mogelijke ongewenste effecten van de in te voeren vrachtwagenheffing. Mocht vrachtverkeer dat
3
uitwijkt naar niet-heffingswegen tot hinder leiden, dan maken deze afspraken duidelijk welke stappen partijen doorlopen om deze hinder te mitigeren. ✓ Rijk en regio starten pilots om in verschillende contexten de effecten te toetsen van het stimuleren van deelvoertuigen bij mensen met een laag inkomen. In dit kader reserveert het Rijk €300.000 incl. btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Inclusieve deelmobiliteit Den Haag: toegankelijke en betaalbare mobiliteit voor iedereen van gemeente Den Haag. Den Haag draagt zelf €200.000 bij. ✓ Toekomstperspectief Hoofdwegennet. Het Rijk werkt in 2026 een toekomstperspectief uit voor het hoofdwegennet. Dit doen IenW en Rijkswaterstaat met betrokkenheid van regionale partijen. ✓ Bereikbaarheid op Peil. Rijk en regio hebben een plan van aanpak ontwikkeld voor regionale bereikbaarheidsanalyses. Hiermee geven Rijk en regio invulling aan de opgave om de aandachtspunten voor bereikbaarheid bij verschillende voorzieningen (inclusief wonen en werken) in alle regio’s scherp te krijgen. Het plan van aanpak richt zich uitsluitend op de analysefase: het tot stand brengen van de regionale bereikbaarheidsanalyses. In de MIRT-brief van IenW zijn deze afspraken nader geduid.
Opgave om Nederland bereikbaar te houden De bewindspersonen en de regionale bestuurders wisselden tijdens het bestuurlijk overleg ook van gedachten over de financiële en maatschappelijke opgaven van het kabinet en de urgentie van de gezamenlijke projecten. De regionale partijen benadrukten dat de maatschappelijke opgaven in Nederland alleen opgepakt kunnen worden met meer geld en het oplossen van de ruimtelijke randvoorwaarden. Er zijn stevige strategische keuzes nodig, in eerste plaats door het nieuwe kabinet. De MIRT-systematiek voor grote (schaalsprong)projecten en alternatieve bekostiging worden in 2026 nader bekeken. De minister schetste dat tegelijkertijd Defensie momenteel verkent welke investeringen nodig zijn om Nederland weerbaar te maken. De minister ziet in ons landsdeel kansen om ook bereikbaarheidsopgaven hier aan te koppelen. Tot slot markeerden de regionale partijen de zorgen over de lagere indexatie in de rijksbegroting voor de rijksbijdrage in gezamenlijke projecten. Het Rijk hanteert sinds dit jaar bij alle grote projecten een lagere indexatie. De rijksbijdrage volgt hiermee niet meer de prijspeilstijgingen; waardoor in de dekking van grote projecten al gauw een dekkingstekort van tientallen miljoenen euro’s ontstaat. Dit brengt bestuurlijke afspraken en de daadwerkelijke realisatie van projecten in gevaar.