Lijst Ingekomen stukken raadsvergadering 29 januari 2026 dl 3
Tekst van het document
Ingekomen stukken Advies: Voor kennisgeving aan te nemen Datum
06-01-2026
Nummer
2026-030
Onderwerp
Dringende aanbeveling lokale ombudsmannen aan nieuwe kabinet (V2)
Hoofddocument
2026-030 Dringende aanbeveling lokale ombudsmannen aan nieuwe kabinet (V2)
Afzender
Ombudsman
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Advies: Ter afdoening in handen te stellen van het college van B&W Datum
07-01-2026
Nummer
2026-031
Onderwerp
Formele klacht onbehoorlijk bestuur en ongelijke handhaving vergunningverlening paardenhouderijen.
Hoofddocument
2026-031 Formele klacht onbehoorlijk bestuur en ongelijke handhaving paardenhouderijen
Afzender
Inwoner
Advies
Ter afdoening in handen te stellen van het college van B&W
Advies: Voor kennisgeving aan te nemen Datum
09-01-2026
Nummer
2026-032
Onderwerp
Woontop afspraken PPM en regionale versnellingstafels
Hoofddocument
2026-032 Woontop-afspraken PPM en regionale versnellingstafels
Afzender
WoningbouwersNL
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
1
Datum
09-01-2026
Nummer
2026-033
Onderwerp
raadsinformatiebrief Beantwoording Art. 33 vragen Partij met Lef! Van Flexwoningen naar sociale huur
Hoofddocument
2026-033 RIB Beantwoording Art. 33 vragen Partij met Lef! Van Flexwoningen naar sociale huur
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Datum
09-01-2026
Nummer
2026-034
Onderwerp
Raadsinformatiebrief Tussenbericht herstel regionale samenwerking
Hoofddocument
RIB Tussenbericht herstel regionale samenwerking
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Bijlagen: 2026-034 Bijlage 1 reflectie bemiddelingstraject Ridderkerk (1) 2026-034 Bijlage 2 definitief besluit aanwijzing GS
Datum
09-01-2026
Nummer
2026-035
Onderwerp
Raadsinformatie brief Herijkingsonderzoek Tennet en aankondiging netcongestie Stedin
Hoofddocument
2026-035 RIB Herijkingsonderzoek Tennet en aankondiging netcongestie Stedin
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Bijlagen:
2
2026-035 Bijlage 1 Gemeentebrief Voorne aan Zee heronderzoek TenneT en afnamecongestie Stedin 31102025
Datum
09-01-2026
Nummer
2026-036
Onderwerp
Brief financieel toezicht begroting 2026
Hoofddocument
2026-036 Brief financieel toezicht begroting 2026
Afzender
Provincie Zuid Holland
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Datum
09-01-2026
Nummer
2026-037
Onderwerp
Raadsinformatiebrief Financieel Toezicht begroting
Hoofddocument
2026-037 Raadsinformatiebrief Financieel Toezicht begroting
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Datum
14-01-2026
Nummer
2026-038
Onderwerp
SMR's toekomst of hype
Hoofddocument
2026-038 WISE SMR's toekomst of hype
Afzender
Stichting WISE
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
3
Datum
15-01-2026
Nummer
2026-039
Onderwerp
Raadsinformatiebrief Stand van zaken toekomstbestendige opvang asielzoekers
Hoofddocument
2026-039 Raadsinformatiebrief Stand van zaken toekomstbestendige opvang asielzoekers
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Bijlagen: 2026-039 bijlage 1 overzicht fases participatie- en communicatieaanpak opvang asielzoekers
Datum
15-01-2026
Nummer
2026-040
Onderwerp
Raadsinformatiebrief Sluiting loket Burgerzaken en KCC in voormalig stadskantoor Brielle
Hoofddocument
2026-040 Raadsinformatiebrief Sluiting loket Burgerzaken en KCC in voormalig stadskantoor Brielle
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Datum
15-01-2026
Nummer
2026-041
Onderwerp
Collegebrief MRDH over besluiten BO MIRT 5 januari 2026 (informatie en bijlagen)
Hoofddocument
2026-041 Collegebrief MRDH MIRT januari 2026
Afzender
College van B&W
Advies
Voor kennisgeving aan te nemen
Bijlagen: 2026-041 Bijlage 1. Kamerbrief 13
4
januari 2026 ministerie van IenW 2026-041 Bijlage 2. Kamerbrief uitkomsten MIRT VRO januari 2026 2026-041 Bijlage 3 Afsprakenlijst MIRT - Bestuurlijke Overleggen MIRT 5 7 en 8 januari 2026
Herzie het toeslagenstelsel, herstel vertrouwen Het toeslagenschandaal heeft diepe sporen achtergelaten. Veel mensen zijn onterecht gedupeerd, sommigen met onherstelbare gevolgen. Terwijl het publieke debat schuift, blijft een fundamentele oplossing binnen de overheid uit. Nog altijd lopen inwoners vast in ingewikkelde regels en worden zij van loket naar loket gestuurd. Dagelijks zien wij in ons werk als lokale ombudsmannen terug dat inwoners het toeslagenstelsel ingewikkeld vinden en daarin vastlopen.1 Zij doen hun uiterste best om hun gegevens goed aan te leveren, maar leven in angst om iets verkeerd te doen en geld te moeten terugbetalen. Wij willen graag verwijzen naar eerdere oproepen van de Nationale Ombudsman, die de noodzaak van proactieve dienstverlening heeft benadrukt. Hierbij zou de overheid de eerste stap moeten zetten om ervoor te zorgen dat voorzieningen terechtkomen bij de burgers die hier recht op hebben, in plaats van de verantwoordelijkheid bij de burger te leggen.2 Dit is een belangrijke stap om de meest kwetsbaren te ondersteunen en te voorkomen dat zij onterecht in problemen komen.
Ken toeslagen automatisch toe Wij, de lokale ombudsmannen, pleiten net zoals de Inspectie belastingen, toeslagen en douane voor een grondige herziening van het toeslagenstelsel.3 Voer automatische toekenning van toeslagen in, zoals in andere Europese landen al met succes gebeurt. Bij automatische toekenning hoeven inwoners geen aanvraag meer in te dienen. De overheid kent toeslagen automatisch toe op basis van de gegevens die zij al heeft, bijvoorbeeld via de Belastingdienst. Hierdoor zijn voorschotten niet meer nodig en hoeven mensen nooit terug te betalen. Wat eenmaal is toegekend, blijft toegekend. Dit zorgt voor meer zekerheid en voorspelbaarheid voor inwoners. Het werkt: het voorbeeld van Vlaanderen In Vlaanderen werd deze aanpak vijf jaar geleden ingevoerd. Sindsdien ontvangen 200.000 kinderen een toeslag waar zij eerder geen gebruik van maakten, terwijl ze daar wel recht op hadden. Het gaat om gezinnen die de taal niet goed spreken, niet weten hoe ze een aanvraag moeten doen of simpelweg geen tijd of overzicht hebben om door de regels heen te komen. Automatische toekenning bereikt juist de mensen die het het hardst nodig hebben. Bescherm privacy, maar benut gegevens slim Automatische toekenning vraagt om zorgvuldige omgang met persoonsgegevens.
Dat kan veilig, door een aparte organisatie op te richten die, net als de Kruispuntbank in Vlaanderen, de koppeling verzorgt tussen overheidsinstanties. Deze organisatie zorgt ervoor dat geen volledige gegevens worden gedeeld, maar alleen de minimaal noodzakelijke informatie. Laat een ethische commissie toetsen of de verwerking van gegevens zorgvuldig en verantwoord gebeurt. Voer daarnaast een verbod in op dubbele uitvraag, zodat overheidsinstanties geen informatie opvragen die al bij een andere bronhouder bekend is, waardoor onnodige belasting van inwoners wordt voorkomen. Beperk tot slot directe gegevensuitwisseling tussen instanties tot gevallen waarin toezicht is Ongeveer 3 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, rekenen, schrijven en/of het gebruiken van een computer of smartphone. 2 Zie hiervoor onder meer het jaarverslag 2024 van de Nationale Ombudsman en het position paper voor een rondetafelgesprek met de vaste Kamercommissie Digitale Zaken op 27 juni 2024. 3 Inspectie Belastingen, Toeslagen en Douane (IBTD), Kiezen voor vereenvoudiging. 1
gewaarborgd, om kwetsbaarheden in de gegevensbeveiliging te voorkomen en de privacy van mensen te beschermen. Een eerste stap is niet genoeg De huidige Wet proactieve dienstverlening wordt gepresenteerd als een eerste stap, maar biedt geen echte oplossing. Inkomensgegevens blijven buiten bereik, en gegevensuitwisseling zonder stevige basis brengt juist nieuwe risico’s met zich mee. Een stelselwijziging als deze kan niet stap voor stap worden ingevoerd; het vraagt om duidelijke keuzes en politieke moed. Net zoals de Inspectie belastingen, toeslagen en douane onderschrijven wij dat het juist nu van groot belang is om aandacht te vragen voor herinrichting van het stelsel omdat politieke partijen keuzes moeten maken in de huidige formatieperiode. Onze oproep We roepen het nieuwe kabinet op om het automatisch toekennen van toeslagen mogelijk te maken en hiervoor een organisatie zoals de Kruispuntbank in te richten. We zien dat kwetsbare mensen de dupe worden van het niet goed functioneren van de overheid. Dat is niet hoe we het Nederland willen.
Ombudscommissie Assen
Aan: Het college van burgemeester en wethouders Gemeente Voorne aan Zee Postbus 1010 3220 BA Hellevoetsluis Van: Datum: 23-12-2025 Onderwerp: Formele klacht (hoofdstuk 9 Awb) – onbehoorlijk bestuur en ongelijke toepassing van handhaving/vergunningverlening rond paardenhouderij en vergelijkbare locaties in de omgeving (o.a. ) Geacht college, Met deze brief dien ik formeel een klacht in op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over de wijze waarop uw college handelt in en rond mijn dossier betreffende de paardenhouderij , gevestigd aan de . Deze klacht richt zich tegen het college als bestuursorgaan en ziet in het bijzonder op de gedragingen en handelwijze van de verantwoordelijk portefeuillehouder(s) in dit dossier, alsmede op de wijze waarop het college daarmee is omgegaan. Voor zover onderdelen samenhangen met besluiten waartegen ik bezwaar en/of beroep heb ingesteld, geldt dat deze klacht nadrukkelijk ziet op de handelwijze, procesvoering, dossieropbouw en communicatie van de gemeente (gedragingen), los van de inhoudelijke beoordeling die in die rechtsprocedures voorligt. Waarom nu formeel als klacht Ik heb de afgelopen periode geprobeerd dit dossier via overleg, correspondentie en lopende procedures op te lossen, en heb daarbij herhaaldelijk gewezen op rechtsongelijkheid en inconsistent handelen.
De directe aanleiding om dit nu formeel als klacht in te dienen is dat uw college inmiddels omgevingsvergunningen heeft verleend aan twee andere locaties ( ) waarvan – ook op basis van gemeentelijke constateringen en lopende handhavingsprocedures – sprake is van strijdigheden, en die daarmee feitelijk worden gelegaliseerd, terwijl mij in mijn eigen dossier geen vergelijkbare mogelijkheid wordt geboden en ik juist ruimte heb moeten inleveren. Dit maakt de rechtsongelijkheid voor mij niet langer een abstract punt, maar een concrete, actuele en onhoudbare situatie. Aanvullend merk ik op dat er meerdere procedures lopen waarin de inhoudelijke beoordeling bij de rechter ligt en waarin ik nog wacht op uitspraak. Juist omdat die trajecten lopen, is het voor mij extra belangrijk dat de gemeente in de tussentijd zorgvuldig, consistent en transparant handelt. Naar mijn mening hoort een burger niet structureel afhankelijk te zijn van bezwaar- en beroepsprocedures om de gemeente te bewegen tot naleving van wet- en regelgeving en rechterlijke
uitspraken. Procedures zijn bedoeld als rechtsbescherming bij geschillen, niet als noodzakelijke route om basale zorgvuldigheid, gelijke behandeling en uitvoering van wettelijke verplichtingen af te dwingen. Juist dat is wat ik in dit dossier wél ervaar, en dat vormt een belangrijk onderdeel van deze klacht. De rode draad in mijn klacht is dat ik structureel een patroon ervaar van ongelijke behandeling, selectieve handhaving, vertraging, en het achteraf legaliseren van situaties bij anderen via beleid of vergunningverlening, terwijl mijn situatie juist intensief handhavend is benaderd. Dit schaadt mijn vertrouwen in een eerlijke en consistente overheid en acht ik in strijd met fundamentele beginselen van behoorlijk bestuur. 1. Achtergrond en context In 2018 besloten mijn gezin en ik – na een ingrijpende periode van ziekte – een nieuwe start te maken op aan de , met het doel daar een bescheiden en duurzame paardenhouderij voort te zetten. De locatie kent al sinds 1931 een paardenhouderijfunctie. Op initiatief van een buurman (woonachtig sinds 2002 naast de locatie) is pas in 2019 voor het eerst bezwaar geuit.
Sindsdien is de handhaving door de gemeente sterk op mijn situatie gericht, terwijl er in de omgeving meerdere vergelijkbare locaties bestaan waar het bestemmingsplan in vergelijkbare of ernstigere mate wordt overschreden en waar – naar mijn ervaring – een wezenlijk andere koers wordt gevolgd. 2. Bestemmingsplansschade (planschade) en behandeling daarvan In 2020 heb ik een verzoek ingediend in verband met bestemmingsplansschade (planschade), omdat het beperken of onmogelijk maken van paardenhouderij op mijn locatie in de praktijk neerkomt op wegbestemmen en daarmee een ingrijpende aantasting van gebruiks- en waardemogelijkheden. In dat kader heeft de gemeente een extern expertisebureau ingeschakeld: . Dit bureau heeft mij – zoals ik dit heb begrepen en ervaren – in de kern gelijk gegeven. Vervolgens is door de gemeente, buiten de termijnen, alsnog snel een contra-expertise laten uitvoeren, kennelijk omdat het oordeel van uw college niet beviel. Dit wekt bij mij de indruk dat niet objectief wordt omgegaan met deskundigenonderzoek, maar dat wordt doorgewerkt tot een uitkomst ontstaat die bestuurlijk beter past. Tegen het oordeel/besluit inzake bestemmingsplansschade/planschade loopt inmiddels beroep bij de rechtbank. Daarmee ligt de inhoudelijke beoordeling bij de rechter.
Deze klacht ziet echter nadrukkelijk op de handelwijze van de gemeente in dit traject: het omgaan met deskundigenonderzoek, termijnen en proceshouding. 3. Lopende rechtsprocedures (ter duiding, niet ter vervanging van deze klacht) Naast het planschadetraject en de procedures rond vergunningen en handhaving, lopen op dit moment – voor zover relevant voor de context van deze klacht – de volgende rechtsprocedures waarbij ik wacht op uitspraak: 1. Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de handhaving die in 2020 heeft plaatsgevonden op mijn locatie ( ).
2. Beroepsprocedures tegen en , vastgesteld door de gemeente Voorne aan Zee. 3. Beroep tegen het besluit na bezwaar om niet te handhaven op ; hiervoor is een zitting/hoorzitting bij de rechtbank vastgesteld op 16 januari. 4. Voorgeschiedenis handhaving: verzoek 26 percelen en uitspraak Raad van State Op 12 januari 2022 heb ik een verzoek tot handhaving ingediend tegen 26 percelen. De gemeente weigerde dit destijds inhoudelijk te behandelen met de mededeling dat ik geen belanghebbende zou zijn. Op 3 juli 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak ( ) geoordeeld dat dit onjuist was en vastgesteld dat ik wél belanghebbende ben bij ten minste drie percelen: , , . Uw besluit werd vernietigd en het college moest een nieuw inhoudelijk besluit nemen. 5. Inspecties en bevindingen – en toch geen consequente handhaving Naar aanleiding hiervan zijn inspecties uitgevoerd op genoemde locaties (9 september, 1 oktober en 18 november 2024). Uit gemeentelijke rapportages blijkt dat er overtredingen zijn vastgesteld. Desondanks heeft uw college ervoor gekozen geen of onvoldoende handhavingsmaatregelen te treffen en verwezen naar mogelijke legalisatie via beleid/veegplan. 6. Vergunningaanvragen en vergunningverlening
(en kwalificatie “hobbymatig”)
Voor en zijn vergunningen pas op 14 januari 2025 respectievelijk 16 januari 2025 aangevraagd. Uw college heeft vervolgens omgevingsvergunningen verleend op 30 oktober 2025. Tegen deze vergunningen heb ik tijdig bezwaar en/of beroep ingesteld. Wat ik hierbij opmerkelijk vind:
het college verleent vergunningen terwijl er tegelijkertijd nog een beroepsprocedure loopt over het besluit om juist niet te handhaven op Abbewerveweg 2 en 6 (zitting 16 januari); en in ieder geval bij Abbewerveweg 2 wordt in de vergunningverlening/onderbouwing gesproken over hobbymatig gebruik.
Juist die kwalificatie maakt het extra moeilijk te begrijpen dat (kennelijk) ruimte wordt geboden om boven de gemeentelijke richtlijn/regel van 1.200 m² buitenruimte uit te komen. Als 1.200 m² door de gemeente al als voldoende wordt geacht (zelfs in de context van bedrijfsmatig gebruik), is het des te minder uitlegbaar dat bij hobbymatig gebruik dan meer buitenruimte wordt toegestaan dan die richtlijn. Dit versterkt het beeld van inconsistentie en ongelijke toepassing van regels. 7. Gesprek en opvolging: paddocks op “algemeen grondgebruik” en uitblijvende reactie Op 3 november 2025 heb ik een gesprek gehad met de heer Brinkman, in aanwezigheid van mevrouw , gemeentesecretaris. In dat gesprek gaf de heer Brinkman aan dat op gronden met aanduiding (algemeen) grondgebruik geen paddocks aangelegd mogen worden. Na dit gesprek heb ik mevrouw aanvullend een overzicht toegestuurd van locaties waar paddocks wél liggen op algemeen grondgebruik. Dit betrof circa 15 locaties. Op deze concrete informatie heb ik vervolgens geen inhoudelijke reactie meer ontvangen.
Mevrouw gaf aan mogelijk in januari nog een keer terug te komen op deze casus, terwijl dit onderwerp en de gesprekken hierover al lopen sinds juni. Voor mij is er daardoor op dit moment geen enkel concreet zicht op een oplossing of een consistente lijn, terwijl de gevolgen voor mijn situatie direct en ingrijpend zijn. 8. Concrete gevolgen van ongelijke handhaving voor mijn situatie Het niet-handhaven bij anderen en wél bij mij heeft geleid tot een ongelijke feitelijke situatie. Anderen kunnen voorzieningen en vormen van gebruik behouden of voortzetten, terwijl ik diezelfde voorzieningen en mogelijkheden niet mag realiseren of gebruiken. In mijn geval heb ik een vergunning verkregen voor maximaal 1.440 m² buitenruimte/gebruik. Dit was het maximale waaraan de gemeente bereid was medewerking te verlenen. Dat heeft er in de praktijk toe geleid dat ik circa 800 m² heb moeten verwijderen en dus niet langer kan gebruiken. Wanneer ik vraag of ik dezelfde ruimte of vergelijkbare voorzieningen mag hebben als anderen, krijg ik te horen dat ik het niet mag. Tegelijk worden vergelijkbare voorzieningen bij anderen niet weggehaald en mogen zij die in de praktijk blijven gebruiken. 9. Ongelijke onderzoeks- en toetsingslast bij vergunningverlening (o.a. DCMR) Bij mijn vergunningverlening is door de gemeente een zeer zware en uitgebreide onderbouwing verlangd.
Ik heb onder meer moeten aanleveren en/of laten uitvoeren:
lichtonderzoek(en); bodemonderzoek(en) en laboratoriummonsters; geluidsonderzoek(en); toetsing door de welstandscommissie; tekeningen en stukken van een architect; en advisering/toetsing via de milieudienst/omgevingsdienst (DCMR).
Bij de vergunningverlening voor zie ik deze mate van onderbouwing en toetsing niet terug. De gemeente stelt dat er DCMR-betrokkenheid is geweest, maar uit mijn navraag bij DCMR zelf – onder meer via een verzoek om informatie – blijkt dat DCMR geen inspectie heeft uitgevoerd op deze locaties. Daarnaast is mij gebleken dat DCMR in de afgelopen jaren nauwelijks paardenhouderijen heeft onderzocht: voor zover mij bekend slechts mijn locatie en nog één andere. Dit roept ernstige vragen op over de consistentie en gelijkheid in toezicht en toetsing. 10. Uitlatingen tijdens de hoorzitting Tijdens een hoorzitting is door (vertegenwoordigers van) de gemeente in essentie gezegd dat men “van de rechter moet handhaven” en dat men dat “niet wil”. Handhaving is geen kwestie van ‘willen’, maar van het toepassen van geldende regels en het uitvoeren van rechterlijke uitspraken. 11. Bestuurlijke context: motie, petitie, overdrachtsdocument en versnipperde bestemmingsplannen
Er is een motie aangenomen met de strekking “Geef paarden de ruimte”, er is een petitie aangeboden met meer dan 500 handtekeningen, en er is een toezegging gedaan dat er in 2023 nieuw beleid zou komen. In het overdrachtsdocument van de voormalige gemeente Brielle richting Voorne aan Zee is bovendien expliciet benoemd dat het paardenbeleid opgepakt moest worden. Tegelijk gelden binnen Voorne aan Zee drie verschillende, niet goed op elkaar aansluitende bestemmingsplannen (Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle), wat in de praktijk leidt tot verschillen in uitleg, toetsing en handhaving. 12. Normenkader: feiten gekoppeld aan beginselen van behoorlijk bestuur Hieronder koppel ik de feiten aan de relevante beginselen van behoorlijk bestuur. 1) Gelijkheidsbeginsel en verbod op willekeur Vergelijkbare gevallen moeten gelijk worden behandeld of verschillen moeten deugdelijk worden gemotiveerd. De feitelijke uitkomst is nu ongelijk: ik moest circa 800 m² verwijderen en zit op 1.440 m² maximum, terwijl vergelijkbare situaties bij anderen blijven bestaan en/of via vergunningen worden gelegaliseerd. Ook het toestaan van (kennelijk) meer dan 1.200 m² bij hobbymatig gebruik op versterkt dit beeld. 2) Legaliteitsbeginsel en handhavingsplicht (“handhaven, tenzij”) Het college hoort overtredingen in beginsel te handhaven.
Structureel niet-handhaven bij bekende overtredingen, ook na handhavingsverzoeken en rechterlijke correcties, holt dit uitgangspunt uit. 3) Zorgvuldigheidsbeginsel (Awb 3:2) Besluiten en standpunten moeten zorgvuldig worden voorbereid. Tegenstrijdige lijnen (paddocks/algemeen grondgebruik) en het uitblijven van een inhoudelijke reactie op door mij aangeleverde concrete vergelijkingslocaties (ca. 15) wijzen op onvoldoende zorgvuldigheid en belangenafweging. 4) Motiveringsbeginsel (Awb 3:46) en kenbaarheid Als niet wordt gehandhaafd of via vergunningen wordt gelegaliseerd, moet dat helder, toetsbaar en consistent worden gemotiveerd, zeker bij afwijking van eigen richtlijnen (1.200 m²) en bij verschillende behandeling van vergelijkbare gevallen. 5) Evenredigheidsbeginsel (Awb 3:4 lid 2) De last bij mij is zwaar (verwijdering 800 m²) terwijl bij anderen vergelijkbare situaties blijven bestaan. 6) Rechtszekerheidsbeginsel Versnipperde plannen, wisselende toepassing en uitblijvende duidelijkheid/terugkoppeling maken het voor burgers onvoorspelbaar waar zij aan toe zijn. 7) Fair play / zuivere proceshouding en onpartijdigheid De overheid dient eerlijk, transparant en zonder schijn van sturen te handelen. Vergunningverlening terwijl procedures lopen, en het uitblijven van inhoudelijke reactie op concrete informatie, ondermijnt dit.
8) Voortvarendheid en uitvoering van rechterlijke uitspraken Uitspraken van de (hoogste) bestuursrechter dienen loyaal, volledig en tijdig te worden uitgevoerd. 9) Ongelijke onderzoeks- en toetsingslast (gelijkheid, zorgvuldigheid, motivering) Bij mijn vergunning zijn zware onderzoeken geëist (licht, bodem/lab, geluid, welstand, architect, DCMR). Bij zie ik dat niet terug. Daarbij bestaat onduidelijkheid over DCMR-advies/inspectie: de gemeente stelt dat het er is, terwijl DCMR aangeeft geen inspectie te hebben uitgevoerd, en DCMR de afgelopen jaren nauwelijks paardenhouderijen heeft onderzocht (voor zover bekend alleen mijn locatie en nog één). Dit ondermijnt de toetsbaarheid en gelijke behandeling. 10) Structureel afwentelen op rechtsmiddelen De gemeente hoort uit zichzelf recht te doen aan wetgeving; procedures zijn geen “voorwaarde” om naleving af te dwingen. De recente vergunningverlening bij vergelijkbare locaties, terwijl mijn situatie geen vergelijkbare ruimte krijgt, maakt dit extra schrijnend. 13. Conclusie (klachtonderdeel) Ik concludeer dat uw college en de verantwoordelijk portefeuillehouder(s) en betrokken ambtenaren door hun handelwijze hebben bijgedragen aan structurele rechtsongelijkheid en onbehoorlijk bestuur, doordat:
handhaving ongelijk wordt toegepast; legalisatie/vergunningverlening wordt ingezet bij andere locaties die in strijd zijn en (ook) in handhaving zitten, terwijl mij geen vergelijkbare mogelijkheid wordt geboden; bij mij een veel zwaardere toetsings- en onderzoekslast is opgelegd dan bij vergelijkbare locaties; bij hobbymatig gebruik wordt aangenomen en toch (kennelijk) boven de 1.200 m²-richtlijn kan worden gegaan; op concrete informatie over ca. 15 vergelijkingslocaties met paddocks op algemeen grondgebruik geen inhoudelijke reactie volgt; en er voor mij, ondanks gesprekken sinds juni, geen zicht is op een oplossing of consistente lijn.
14. Verzoek Ik verzoek u deze klacht in behandeling te nemen conform artikel 9:1 e.v. Awb en mij te informeren over het vervolg van de klachtenprocedure. Daarnaast verzoek ik u: 1. De rol en verantwoordelijkheid van de betrokken portefeuillehouder(s) en ambtenaren afzonderlijk mee te nemen; 2. De klacht onafhankelijk en onbevangen te laten behandelen; 3. Inhoudelijk te reageren op het door mij aan mevrouw gestuurde overzicht van circa 15 locaties waar paddocks op algemeen grondgebruik liggen, inclusief uw handhavings- en beoordelingslijn daarbij; 4. Concreet toe te lichten hoe het kan dat paddocks op “algemeen grondgebruik” richting mij niet mogen, terwijl dit in vergunningen kennelijk wel mogelijk wordt gemaakt;
5. Gemotiveerd toe te lichten waarom bij sprake kan zijn van “hobbymatig gebruik” en tegelijk boven de 1.200 m²-richtlijn buitenruimte wordt gegaan; 6. Het volledige dossier van de vergunningen te verstrekken, inclusief alle onderliggende onderzoeken, adviezen en correspondentie (waaronder eventuele adviezen/inspecties van DCMR), en gemotiveerd toe te lichten waarom daar andere of lichtere onderzoekseisen zijn gehanteerd; 7. Te verduidelijken welke concrete rol DCMR heeft gehad bij , en hoe dit zich verhoudt tot mijn informatie dat DCMR geen inspecties heeft uitgevoerd op die locaties; 8. Inzichtelijk te maken welk handhavingskader/handhavingsstrategie sinds 2020 is gehanteerd voor bekende overtredingen (incl. de door mij gemelde 25+ locaties), welke zaken wel/niet zijn opgepakt en waarom; 9. Toe te lichten hoe het college borgt dat rechterlijke uitspraken loyaal, volledig en tijdig worden uitgevoerd; 10. Uitleg te geven hoe het college waarborgt dat inwoners, ondanks drie verschillende bestemmingsplannen binnen één gemeente, gelijk en voorspelbaar worden behandeld. Graag ontvang ik binnen de wettelijke termijn van zes weken een gemotiveerde schriftelijke reactie. Hoogachtend,
Secretariaat Johanna Westerdijkplein 1 2521 EN Den Haag Telefoon (070) 386 02 04 info@woningbouwersnl.nl
krachten bundelen, kennis delen!
Aan: Griffie van de gemeenteraad
Datum:
Ons kenmerk:
8 januari 2026
CvR/CN/001
ABN AMRO NL89ABNA0257622713 KvK nummer 40407750 BTW nr. NL 0027.08.498.B.01
Onderwerp: Verzoek tot doorzending aan deelnemende partijen gemeenteraadsverkiezingen – Woontop-afspraken, PPM en regionale versnellingstafels
Geachte griffier, Met het oog op de komende gemeenteraadsverkiezingen vraagt WoningBouwersNL u vriendelijk deze brief door te sturen aan de (lokale afdelingen van) politieke partijen die in uw gemeente deelnemen aan de verkiezingen.
Geachte heer/ mevrouw, WoningBouwersNL is de brancheorganisatie van professionele woningbouwers en ontwikkelaars die in heel Nederland nieuwbouwwoningen realiseren. Onze leden zijn betrokken bij circa 80% van de woningbouwproductie in Nederland. Zij zetten zich dagelijks in voor veel, snel én goed bouwen: betaalbaar waar het kan, met kwaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid. Onze leden werken daarbij graag constructief samen met gemeenten en andere partners. Woontop 2024 In de Woontop 2024 hebben het Rijk, gemeenten (via de VNG), provincies en partijen uit de bouw- en vastgoedketen wederkerige afspraken gemaakt om de woningproductie op te schalen naar 100.000 woningen per jaar. Die afspraken zijn in december 2025 opnieuw door alle betrokken partijen bekrachtigd. Het vasthouden aan die afspraken is keihard nodig om de woningbouw te versnellen en voorspelbaar te maken. Wij vragen lokale partijen om deze afspraken herkenbaar terug te laten komen in verkiezingsprogramma’s én in de manier van samenwerken na de verkiezingen. Wij vragen daarbij in het bijzonder aandacht voor twee onderdelen die in de praktijk het verschil maken: de Publiek-Private Monitoring (PPM) en de regionale versnellingstafels. Juist daar kunnen markt en overheid elkaar treffen, voortgang monitoren, knelpunten tijdig oplossen en afspraken maken over de juiste prioriteiten en de logische volgorde van plannen.
Regionale versnellingstafels Voor het goed functioneren van regionale versnellingstafels is het essentieel dat álle relevante marktpartijen welkom zijn aan tafel. Als partijen worden uitgesloten, ontstaat per definitie geen volledig beeld van de ontwikkelingen, investeringsruimte en marktkansen in de regio. Daarnaast is gelijkwaardigheid aan tafel cruciaal. Wanneer een gemeente of wethouder te sturend optreedt, kan het animo van marktpartijen om open en constructief mee te denken over werkbare oplossingen voor ons woningmarktprobleem snel verdwijnen.
krachten bundelen, kennis delen!
Wat levert dit gemeenten op? Een goed werkende versnellingstafel met PPM geeft gemeenten meer grip op de uitvoering: een gezamenlijk en actueel beeld van de planvoorraad en voortgang, vroegtijdige signalering van knelpunten (zoals capaciteit, netcongestie, stikstof, bezwaarprocedures), betere prioritering en fasering van projecten en minder verrassingen in de uitvoering. Het helpt bovendien om sneller tot realistische afspraken te komen met alle partners, waardoor doorlooptijden korter worden en de gemeentelijke organisatie doelgerichter kan sturen op de woonopgave. Bovenwettelijke eisen Daarnaast vragen wij expliciet aandacht voor de afspraak over het beperken van bovenwettelijke eisen. In de afgelopen jaren zien wij in toenemende mate dat lokale overheden extra eisen stellen die projecten duurder maken en vertragen. Een terugkerend knelpunt is de eis dat woningen die onder een bepaald prijsmaximum moeten worden afgezet (betaalbaar of sociaal) ook aan een minimum oppervlak (BVO) moeten voldoen. Dit maakt businesscases al snel onhaalbaar en werkt daarmee direct tegen het gezamenlijke doel: sneller opschalen van de woningproductie. Wij roepen lokale partijen daarom op om terughoudend te zijn met bovenwettelijke lokale eisen en om voorspelbaarheid en standaardisering te bevorderen, zodat projecten maakbaar en financierbaar blijven.
Uitnodiging voor woningbouwdebat gemeenteraadsverkiezingen Graag gaan wij hierover met kandidaat-raadsleden en lokale partijen in gesprek. Daarom nodigen wij de deelnemende partijen van harte uit voor ons gemeenteraadsverkiezingen-debat op woensdagmiddag 4 februari aanstaande. Meer informatie en aanmelden via: https://woningbouwersnl.nl/events/politiek-debat-gemeenteraadsverkiezingen/ of scan de QR code.
Met vriendelijke groet, WoningBouwersNL
Mr. Coen van Rooyen Algemeen directeur
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 9 januari 2026 Uw kenmerk Ons kenmerk 209149-2025 Bijlage(n) -
Onderwerp Beantwoording Art. 33 vragen Partij met Lef! Van Flexwoningen naar sociale huur Geachte leden van de raad, Op 1 december zijn schriftelijke vragen ontvangen van Partij met Lef! conform artikel 33 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad. De vragen hebben betrekking op de definitie van het begrip flexwoningen en de bewonersavond van 12 december waar is gesproken over sociale huurwoningen. U bent inmiddels geïnformeerd over deze bewonersavond en u heeft het verslag ervan ontvangen. Hieronder leest u de antwoorden op de ingediende schriftelijk vragen van Partij met Lef! 1. Klopt het dat het project Van Leeuwenhoekweg eerst als flexwoningen werd aangeduid, maar tijdens de informatieavond als sociale huurwoningen is gepresenteerd? Het project werd aanvankelijk als flexwoningenplan aangeduid en betreft nog steeds flex/modulaire woningen in de sociale huursector. De huurprijs van deze woning ligt onder de maximale grens van sociale huur. Wat er is veranderd is de overweging om de woningen niet voor een beperkte tijd, maar langer te laten staan. Het zijn dan gewone sociale huurwoningen. 2. Welke inhoudelijke wijziging aan het plan vormt de reden voor deze verandering van label of is alleen het etiket gewijzigd van flexwoningen naar sociale huur? De optie is besproken om de tijdelijke woningen langer te laten staan, of zelfs definitieve woningen te realiseren.
Bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en de onderzoeken is gebleken dat de realisatie van woningen voor een periode van ongeveer 15 jaar een nadeel heeft voor de exploitatie. We overwegen daarom de woningen een meer permanent karakter te geven. Wij verwachten het besluit hierover in het voorjaar van 2026 te nemen.
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
3. Welke juridische en beleidsmatige gevolgen heeft een labelwijziging van flex naar sociaal? In 2024 was het toegestaan om tijdelijke huurcontracten te hanteren. Dit zou passend, en ook noodzakelijk, zijn bij woningen die tijdelijk geplaatst zijn. Inmiddels zijn er regels met betrekking tot de tijdelijke verhuur van woningen, wat alleen is toegestaan bij bepaalde doelgroepen. Door de wetswijziging verdwijnt een belangrijk deel van de mogelijkheid voor een tijdelijk huurcontract. Juridisch zijn er geen gevolgen omdat we ons nog in het verkennende stadium bevinden. Met de benodigde ruimtelijke procedure zal altijd rekening worden gehouden met de actualiteiten van de plannen. 4. Wat is de reden, of wat zijn de redenen, om voor sociaal te kiezen i.p.v. flex bij de project? Sociaal en flex zijn twee verschillende begrippen die tegelijk van toepassing zijn. De woningen zullen nog steeds flex/modulair worden gebouwd en daarna worden aangeboden in het sociale huursegment. Hier is niets aan veranderd. De reden om ervoor te kiezen dat de woningen niet na een periode van 15 jaar moeten worden verwijderd, is dat het terrein langer beschikbaar is en er geen andere functie beoogd is. Een periode van 15 jaar heeft risico’s en kosten als gevolg: Er is nu geen andere locatie aan te wijzen om de woningen naartoe te verplaatsen over 15 jaar met het risico dat 100 woningen nergens kunnen landen.
De exploitatie van de woningen is veel gunstiger als de investering over meer jaren kan worden terugverdiend, en als er geen verplaatsingskosten zijn. En gemeentelijke investeringen op het terrein en in de inrichting van de buitenruimte worden effectiever benut, zoals groen, speelruimte, de straat en alles onder de grond. 5. Tijdens de infoavond werd aangegeven dat er ook voor statushouders plekjes zijn. Nu lijkt ons dat bij sociale huur zeer ongeloofwaardig omdat a. de voorrang voor statushouders sinds kort is afgeschaft en er dus een wachttijd is van minimaal 7 jaar b. statushouders volgens een motie alleen voor sobere huisvesting in aanmerking komen. Worden statushouders in dit project onder het label sobere huisvesting gehuisvest op de van Leeuwenhoekweg? Zo ja, om welke woningen zou dit gaan en hoe wordt bepaald dat deze woningen sober zijn? a. De ministerraad heeft op voorstel van minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het wetsvoorstel ‘schrappen voorrang statushouders’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Gemeenten kunnen statushouders na ingang van de wet nog één jaar voorrang geven op het huren van een gedeelde woonruimte. b. De sobere huisvesting verwijst naar de motie “Sobere opvang en integratie asielzoekers en statushouders” d.d. 10-07-2025.
De motie heeft als doel om het college op te dragen om op korte termijn aan de raad een uitgewerkt voorstel te doen toekomen voor het plaatsen van statushouders in sobere onderkomens’’: Op 3 december 2025 heeft u een raadsinformatiebrief (2025-242) ontvangen ten aanzien van het Huisvestingsplan Statushouders, waarin hierover de laatste stand van zaken wordt vermeld. Voor alsnog worden statushouders gehuisvest in reguliere sociale
huurwoningen. Daarom is tijdens de avond eerlijk geantwoord dat er ook enkele statushouders zouden kunnen komen. 6. Als de woningen sober zijn voor statushouders, betekent dat dat reguliere huur óók sobere huurwoningen kan omvatten? Of betekent sober feitelijk dat statushouders met meerdere mensen in één woning worden geplaatst? Graag een toelichting. Op 3 december 2025 heeft u een raadsinformatiebrief (2025-242) ontvangen ten aanzien van het Huisvestingsplan statushouders. Daarin verwijzen we nadrukkelijk naar de motie sobere huisvesting en hebben we het over maatregelen zoals delen van sociale huurwoningen, splitsen en optoppen van panden. Het gaat daarbij ook over onderzoek naar potentiële nieuwe of bestaande panden die voor de huisvesting van statushouders gebruikt kunnen worden. 7. Wat is de definitie van: a. een flexwoning b. sobere huisvesting a. Een flexwoning is een prefab woning die snel en efficiënt op locatie kan worden geplaatst en vaak bedoeld is voor tijdelijke huisvesting. Deze woningen zijn meestal te verplaatsen. Ze bestaan in vele afmetingen, met verschillende voorzieningen en installaties en dergelijke. Flexwoningen moeten voldoen aan de technische voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), ook als zij kunnen worden beoordeeld als tijdelijke bouwwerken. b.
Sobere huisvesting (zoals bedoeld in de motie aangenomen op 10 juli 2025) verwijst naar sobere onderkomens die worden ingezet voor statushouders, zodat statushouders geen voorrang behoeven op de sociale woningmarkt. 8. Zijn er voor deze 2 vormen kaders beschikbaar waarop teruggegrepen kan worden, zoals minimaal woonoppervlakte per persoon, isolatie, ventilatie, geluidsnormen, indeling, bouwkwaliteit enz. Zo ja, wat zijn deze kaders en waar kunnen wij deze terugvinden? De motie Sobere opvang en integratie voor asielzoekers en statushouders van 10 juli 2025 vraagt het college om normen te hanteren zoals Stichting Normering Flexwoningen (SNF). We streven er naar om deze richtlijn minimaal te hanteren bij het realiseren van sobere huisvesting voor statushouders. Uiteraard geldt ook het Besluit Bouwwerken Leefomgeving van de rijksoverheid waarbij normen worden gesteld aan alle gebouwen. 9. Welke doelgroep hoort volgens het college bij het originele plan van flexwoningen op deze locatie? We hebben in de eerdere brieven benadrukt dat het project zich nog in de verkennende fase bevindt. Daarbij werd aangegeven dat de woningen zijn bedoeld voor spoedzoekers en starters. 10. Verandert de doelgroep als er nu gesproken wordt over sociale huurwoningen? Ja deels, het biedt de mogelijkheid om meer lokaal toe te wijzen, maar ook te sturen op grootte van huishoudens, inkomens en leeftijd.
11. Kan het college in detail uiteenzetten wat de verschillen zijn in toewijzing, woonrechten en woonduur tussen flexwoningen en sociale huurwoningen? En hoe is het mogelijk dat een plan met flexwoningen één-op-één kon worden omgezet naar sociale huur, terwijl deze toewijzingssystemen volledig van elkaar verschillen? Bij de beantwoording van deze vraag gaan we uit van de wetgeving zoals deze nu van toepassing is. In 2024 was het nog mogelijk om voor alle doelgroepen tijdelijke huurcontracten toe te passen. De verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2025 vormt de kaders voor de wijze waarop woningen toegewezen kunnen worden. De verordening biedt de mogelijkheid om toe te wijzen aan een specifieke doelgroep, bepaalde inkomens én de mogelijkheid om met voorrang aan lokaal woningzoekenden toe te wijzen. Dit biedt dus heel veel voordelen. We zijn met de woningcorporatie in gesprek om, binnen de kaders van de verordening, zo specifiek te zijn in de woningtoewijzing, dat de gewenste doelgroepen aan bod komen voor de woningen. Zouden woningen niet via de regels van de verordening woonruimtebemiddeling verhuurd worden, kunnen we wettelijk geen onderscheid maken tussen leeftijden, inkomens en herkomst gemeente. Je hebt immers te maken met een gelijkheidsbeginsel en het recht op vrije vestiging. De huisvestingswet is één van de wettelijke instrumenten om daar op in te grijpen.
Een tijdelijk huurcontract van voor 2024 beperkt vanzelfsprekend de duur van de huur, maar daarmee ook de woonrechten. Het is voor specifieke doelgroepen nog wel mogelijk om tijdelijke huurcontracten op te stellen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gescheiden mensen, waar een huurcontract voor maximaal 2 jaar gebruikt mag worden. We onderzoeken samen met Maasdelta of we deze contracten willen gebruiken en hoe we deze contracten kunnen inzetten. Feitelijk blijft er dus heel veel het zelfde. Alleen de duur van het huurcontract is anders, maar dit is voor een groot gedeelte het gevolg van een wetswijziging met betrekking tot tijdelijke huurcontracten. 12. Als de regels gelden van de reguliere sociale huur, dan krijgen de omwonenden dus geen tijdelijke flexcompound maar een vaste uitbreiding met 100 woningen van hun woonwijk. Dat heeft nogal wat impact op de kleine wijk. Is het dan niet begrijpelijk dat de omwonenden zich nogal overvallen voelden door het nieuwe plan tijden de informatieavond? Had dit niet eerder en helder gecommuniceerd moeten worden? Participatie in elke fase van een project, ook in de beginfase, houdt in dat de plannen nog niet definitief zijn. Tijdens zulke avonden kunnen we niet op alle vragen direct antwoord geven. Ook laten we plannen zien die nog kunnen veranderen. Zo houden we ruimte voor de ideeën en reacties van de deelnemers in de participatie.
We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee
L. Mans MSc gemeentesecretaris
A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester
E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181
Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee
Verzenddatum 9 januari 2026 Uw kenmerk Ons kenmerk 219349-2025 Bijlage(n) 2
Onderwerp Tussenbericht herstel regionale samenwerking Geachte leden van de raad, Eind 2024 heeft de gemeente Ridderkerk besloten de regionale samenwerking op Wonen op te zeggen door de Bestuursovereenkomst van het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) 2025 niet te ondertekenen. De elf gemeenten van het SvWrR hebben daarom in oktober bij de provincie Zuid-Holland een verzoek gedaan om de regionale samenwerking op het woondomein tussen de twaalf gemeenten in de Rotterdamse regio te herstellen. In aanloop hiernaar zijn meerdere bestuurlijke gesprekken gevoerd samen met het Rijk, de provincie, Maaskoepel en de gemeente Ridderkerk om te bezien of de samenwerking hersteld kon worden. In de afgelopen periode is dhr. Van Belzen in opdracht van de provincie Zuid-Holland als bemiddelaar aan de slag gegaan om nogmaals te onderzoeken of de regionale samenwerking zonder aanwijzing kan worden hersteld. Op 9 december jl. hebben Gedeputeerde Staten een besluit genomen op ons verzoek. In deze brief informeren wij u hierover. Uitkomsten gesprekken bemiddelaar De reflectie van deze bemiddelingspoging door dhr. Van Belzen is bijgevoegd bij deze brief (bijlage 1). De provincie heeft het bemiddelingsresultaat meegenomen in haar eindafweging.
De bemiddelaar concludeert dat in de huidige context geen compromis mogelijk lijkt dat de elf overige regiogemeenten en Ridderkerk weer tot een productieve en harmonieuze samenwerking brengt. Besluit van Gedeputeerde Staten Zowel het Rijk als de provincie zijn van mening dat herstel van de samenwerking nodig is en dat daarom doorgepakt moet worden.
Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl
Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01
Gedeputeerde Staten hebben op 9 december jl. daarom besloten om een aanwijzing op grond van artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) te geven aan de twaalf gemeenten (bijlage 2) om de regionale samenwerking te herstellen. Het besluit houdt in dat de gemeente Ridderkerk moet toetreden tot de regionale samenwerking en dat de andere elf gemeenten de toetreding moeten toestaan. De huidige samenwerking tussen de elf gemeenten zoals die is vastgelegd in de Bestuursovereenkomst vormt daarbij het uitgangspunt. Uiteraard hebben de elf gemeenten aangegeven graag Ridderkerk weer toe te laten binnen de regionale samenwerking op basis van deze Bestuursovereenkomst. De provincie heeft de twaalf gemeenten twee maanden de tijd gegeven om aan de aanwijzing te voldoen. Als er tussen de twaalf gemeenten geen overeenstemming komt om de samenwerking te hervatten, dan zullen Gedeputeerde Staten naar verwachting via artikel 100 van de Wgr de twaalf gemeenten een samenwerking opleggen in de vorm van een gemeenschappelijke ‘regeling zonder meer’. Ook daarvoor zal gelden dat de samenwerkingsafspraken in de huidige bestuursovereenkomst het uitgangspunt zijn. Daarmee wordt de samenwerking zoals die nu tussen de elf gemeenten is vormgegeven door twaalf gemeenten voortgezet.
Positie gemeenteraad bij aanwijzing ten opzichte van huidige situatie U heeft eerder een brief ontvangen van partij 18Plus uit Ridderkerk, met de boodschap dat als gevolg van een aanwijzing er sprake zou zijn van aantasting van de lokale autonomie van de gemeenteraad. Dat is onjuist. Het uitgangspunt van de aanwijzing is de huidige Bestuursovereenkomst, waarmee door de gemeenteraad is ingestemd op 19 december 2024. Inhoudelijk verandert er niets aan de bestuursovereenkomst. De gemeenteraden behouden de bevoegdheden die ze nu ook hebben, ook in het geval van een oplegging van de huidige afspraken in een gemeenschappelijke ‘regeling zonder meer’. Concreet betekent dit dat er geen wijzigingen zullen plaatsvinden in onder andere de bevoegdheid om de regionaal afgestemde Verordening Woonruimtebemiddeling lokaal vast te stellen. In elke gemeente worden op basis van onderlinge afspraken gelijkluidende regels vastgesteld voor urgenties en het adverteren en verhuren van sociale huurwoningen van corporaties, inclusief de mogelijkheid om de maximale wettelijke ruimte voor lokale binding te benutten. Het toepassen van andere mogelijkheden die de huisvestingswet gemeenten biedt, zoals het in de verordening onderbrengen van nieuwbouw betaalbare koop en particuliere sociale huurwoningen, blijft een lokale afweging.
Vervolgstappen De elf gemeenten zullen de komende periode benutten om samen met de gemeente Ridderkerk te bekijken of aan de aanwijzing voldaan kan worden. Wij informeren u in februari opnieuw over de uitkomst van deze gesprekken. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee
L. Mans MSc gemeentesecretaris
A.R.C. Scheepers RA MSc burgemeester
Bijlage 1: reflectie bemiddelingstraject Ridderkerk Bijlage 2: Definitief Besluit aanwijzing GS
Reflectie, conclusies en observaties bemiddelingstraject Ridderkerk
lnleiding Op verzoek van de gedeputeerde Koning ben ik op 24 september 2025 gevraagd om te bemiddelen in een kwestie rond de uitvoering van de (regionaie) woonruimteverdeling in de Rotterdamse regio. (Met de Wet versterking regie volkshuisvesting in aantocht een zeer relevantthema.) De 12 gemeenten in deze regio waren tot 1 januari 2025 verenigd via een overeenkomst met elkaar. De zogenoemde bestuursovereenkomst Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR) is getekend op 13 december 2024 door de volgende 11 gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den lissei, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee. De gemeenteraad van Ridderkerk heeft voor de zomer definitief besloten om uit het woonruimteverdeelsysteem van de Maaskoepel te treden. De samenwerking met de andere regiogemeenten en de provincìe staat nu al enige tijd onder druk. De beweging die het rijk maakt (ook in de Wet versterking regie volkshuisvesting) is dat provincies gemeenten toewijzen aan woonregios. Tegelijk is het besluit genomen voor een eigen woonruimteverdeelsysteem door de gemeenteraad van Ridderkerk en zal B&W van Ridderkerk in beginsel hieraan uitvoering moeten geven. Samenwerking zonder deelname aan het gemeenschappelijke woonruimteverdeelsysteem zien de andere gemeenten niet als oplossing.
Om een bestuurlijk-juridische escalatie te voorkomen wensen de provincie en de regio een bemiddelaar aan te stellen die de opdracht krijgt om te bezien of en hoe de samenwerking tussen Ridderkerk en de regio kan worden hersteld. Dit document is de weerslag van mijn poging om aan die opdracht gehoor te geven. Aan alle betrokkenen wil ik mijn dank uitspreken. leder heeft kostbare tijd voor dit traject vrijgemaakt en heeft open, helder en onderbouwd zijn of haar standpunten met mij doorgenomen. Zonder deze medewerking had ik nooit tot duidelijke conclusies kunnen komen. Deze gesprekken waren uiteraard van vertrouwelijke aard, zodat eenieder zonder schroom of angst een duidelijk beeld van de situatie heeft kunnen schetsen.
PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025
Aanpak Het aanvankelijke idee was om de eerste gesprekken te voeren met Ridderkerkse bestuurders. En vervolgens de regionale bestuurders te spreken. Echter door agenda technische redenen is het toch wat door elkaar gelopen, ook om de snelheid erin te houden. De provincie voorzag mij van reievante stukken en iedere week had ik een reflectiemoment en een vooruitblik met de regisseur/verbinder-wonen en coördinator doelgroepen van de provincie Zuid-Holland. De coördinator heeft mij van waardevolle adviezen voorzien. Er is ook gesproken met sleutelfiguren die deskundig zijn op het gebied van huurwoningen en stedelijke ontwikkeling. Vanuit die wat bredere blik is gesproken met vertegenwoordigers van Wooncompas in Ridderkerk, Maaskoepel in Rotterdam en de directeur stedelijk ontwikkeling van de gemeente Rotterdam. Ook is de wens die in de commissie wonen van de gemeente Ridderkerk van 27 oktober is geopperd om meer fractievoorzitters te spreken gehonoreerd. Ook is gesproken met ambtelijk vertegenwoordigers van het ministerie. De behoefte om te spreken met een hoog ambtelijke vertegenwoordiger van het Rijk heeft tot enige vertraging geleid. Een afspraak met de DG Volkshuisvesting en Bouwen kon op t laatst toch nog ingepast worden op 1 december, iets na de eerder voorgenomen deadline van eind november. Daarorn is dit document rnet enige vertraging opgeleverd.
Tussentijdse overleggen met gedeputeerde Koning Op 14 oktober heb ik gebeld met de gedeputeerde Koning over de ontstane situatie. Er is op 17 september 2025 een briefverstuurd vanuit het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam aan de provincie Zuid-Holland met het verzoek om een aanwijzing als bedoeld in artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deze brief kreeg in de weken daarna veel belangstellingvan de pers. Er kwam ook een reactie in de vorm van een brief van 12 oktober van de lokale Ridderkerkse coalitie partij 18 Plus bij monde van de fractievoorzitter aan de gemeenteraden in de 11 regiogemeenten met de oproep om het voorbeeld van Ridderkerk te volgen. De kans een geitenpad te vinden was in mijn optiek aanzienlijk geslonken met de dreigende escalatie. De gedeputeercle heeft aangegeven dat het proces wat haar betreft toch het best kon worden doorgezet. Daarom zijn gesprekken gevoerd worden met lokale en regionale bestuurders, zoals eerder dit jaar is beloofd.
Regionaal bestuurlijke context De 12 Rotterdamse gemeenten werken al vele jaren samen op het gebied van regionale woonruimteverdeling via Woonnet Rijnmond. Aanvankelijk onder de vlag van de Stadsregio
PZH-2025-883842281 dd. 09-1 2-2025
Rotterdam en later, vanaf 2019, ¡n het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR). ZIJ sloten in 2020 een bestuursovereenkomst. Dit was een belangrijke mijlpaal, waarbij gemeenten uitspraken elkaars gelijke te zijn. ledere gemeente schuift op naar meer evenwicht in de best•uurlijke verhoudingen. AIle wethouders hebben zich hieraan gecommitteerd. De provincie Zuid-Holland werd erbij gevraagd om ook meer gezag aan het geheel te geven. Dit houdt ook in dat de provincie kan ingrijpen als deelnemende gemeenten zich niet aan de bestuurlijke samenwerking houden. Het gegeven van de wortel en de stok dus. Eind 2024 werd opnieuw een bestuursovereenkomst gesloten voor het vervolg van de samenwerking vanaf 1 januari 2025, dat niet werd ondertekend door de gemeente Ridderkerk. De reden van niet medeondertekenen ligt in 2022. Na de lokale verkiezingen is een coalitieakkoord gesloten waarin een eigen lokaal woonruimte verdeelsysteem een zeer prominente plek kreeg, gekoppeid aan afspraken over onder meer de koopzondagen. Deze situatie leidde tot tal van gesprekken op bestuurlijk niveau en leidde tot een behoorlijke correspondentie hierover. Helaas lukte het niet om het Ridderkerks gemeentebestuur tot andere gedachten te brengen.
op i december heb ik een constructief gesprek gevoerd met genoemde DG. De DG onderschreef de noodzaak van regionale samenwerking van a!!e gemeenten in de Rotterdamse regio. Verder is doorgesproken over de mogelijkheden die de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting biedt aan een samenwerkingsverband. Conclusies Er is door de benaderde personen altijd welwillend ingegaan op het verzoek voor een gesprek. Er was vo!doende ruimte om het gesprek in een rustige sfeer te voeren. De gehouden gesprekken geven veelal de couleur locale aan. Er is goed geluisterd naar de argumenten die aangedragen werden om naar de situatie te kijken. De bestuurlijke situatie rond dit thema is onrustig met de nodige correspondentie en reacties van bestuurders. Feit is dat Ridderkerk uit het samenwerkingsverband is gestapt. En dat, terwijl de wooncrisis die uiterst complex is, om een gemeenschappelijke aanpak vraagt. Dat feit wordt als een gevoelig verlies beschouwd door de 11 achtergebleven gemeenten.
Terugkeer van Ridderkerk is zeker mogelijk en zeer wenselijk, maar dan moeten de investeringen stopgezet worden in een lokaal systeem en het streven naar een nieuwe lokale verordening in de ijskast gezet worden. Zover is, op dit moment dat ik dit, schrijf de situatie niet.
3 Pzl l-2025-8a3842281 dd. 09-1 2-2025
Vanuit Ridderkerk wordt de discussie door onder meer 18 Plus vol overtuiging gevoerd en vormt het wederom inzet van de verkiezingen. Dat tekent toch wel de scherpte van de discussie. Concluderend moet ik aangeven dat in de huidige context geen compromis mogelijk lijkt dat de e!f overige regiogemeenten en Ridderkerk weer tot een productieve en harmonieuze samenwerking brengt. Barendrecht, 2 december 2025 Jan van Belzen
4 PZH 2025-883842281 dd.09-12-2025
provincie Zuid-Holland
Gedeputeerde Staten
Gemeente Voorne aan Zee lngekomen d.d.
1 2 DEC 2025
Contact
R.A. Tetteroo ra.tetteroo@pzh.nl
Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag TIJ70-4416611 www.zuid-holland.nl/contact Datum
Zie verzenddatum linksonder
Ons kenmerk
College van Burgemeester en wethouders gemeente Voorne aan Zee Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis
PZH-202 5-883843195 DOS-2013-0009992 Uw kenmerk ßijiagen
2
Onderwerp
Defi nitief besl uit aa nwijzi ng a rtikel 99 Wet gemeenscha ppelijke regelingen Geacht college, Met uw brief van 7 oktober 2025 heeft u namens uw 11 gemeenten van de (woningmarkt)regio Rotterdam ons verzocht om een aanwijzing als bedoeld in artikel 3 van de Huisvestingswet 2014 (verder: Hvw) en/of een aanwijzing als bedoeld in artikel 99 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr). Met deze brief besluiten wij — in vervolg op ons voorgenomen besluit van 11 novemberjl. (PZH-2025-882629155) - op uw verzoek met toepassing van artikel 99 Wgr, rekening houdend met de input die verkregen is uit het overleg, onder meer zoals bedoeld in genoemd artikel 99 Wgr. Hoewel wij met deze brief uw gemeenteri als aanvragers adresseren en de brief daarop inrichten, richten wij het besluit als vervat in deze brief mede tot de gemeente Ridderkerk, die wij een kopie van dit besluit sturen met het verzoek dit besluit als mede tot haar gericht te beschouwen. De aanieiding voor uw verzoek
U wijst op de samenwerking ¡n de regio Rotterdam sinds 2014 op het gebied van wonen en woonruimteverdeling. Ll betreurt dat de gemeente Ridderkerk de bestuursovereenkomst die sindsdien gold, eind 2024 niet heeft verlengd. Dit betreft de eerdere bestuursovereenkornst waarin de 12 gemeenten uit de woningmarktregio Rotterdam (dus inclusief de gemeente Ridderkerk) een evenwichtige regionale verdeling van woonruimte mogelijk maakten. U wenst die samenwerking, gezamenlijke inzet en afstemming te continueren, met inbegrip van de mogelijkheden voor de gemeenten omtrent andere onderdelen die de Hvw biedt. De gemeente Ridderkerk (verder: Ridderkerk) wil echter een lokale huisvestingsverordening met eigen woonruimteverdeelsysteem voor sociale huurwoningen van woningcorporatie5 vaststellen. U benadrukt het belang van een regionaie woningmarkt, waarin de schaarste aan betaalbare woningen voor (ook urgent) woningzoekenden regionaal wordt aangepakt en geiijkluidende regels
Verzonden op 10-12-2025
PZH-2025-883842281 dd.09-12-2025
Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992
voor het te huur aanbieden en in gebruik nemen en geven van socíale huurwoningen van corporaties en urgentie blijven gelden. U geeft aan dat het breken van de gemeente Ridderkerk met de regionale samenwerking tot versnippering en verstoring van het evenwicht in de regio leidt. De vestigingsmogelijkheden van woningzoekenden worden in relevante mate beperkt. Dit Ieidt naar uw mening tot ongelijkheid en rechtsonzekerheid voor de woningzoekenden in de regio. Naar wij begrijpen schaart u daar ook de woningzoekenden in Ridderkerk onder. U wijst op de grote schaarste aan betaalbare koop- en huurwoningen in de regio en op de verhuisbewegingen tu55en gemeenten in de regio. Naar uw mening biedt regionaie woonruimteverdeling met urgentieregels en regels voor de toewijzing van sociale huurwoningen van corporaties die gelijkluidend ziin (1) transparantie, (2) gelijkheid voor de woningzoekenden in de regio, (3) doeimatigheid bij de (efficiënte) inzet van de schaarse woningvoorraad en (4) regionale solidariteit bij de huisvesting van kwetsbare groepen. Een lokaal woonruimteverdeelsysteem voor sociale huurwoningen van woningcorporaties beperkt de mogelijkheden voor (urgent) woningzoekenden binnen de regio, hetgeen een evenwichtige regionale woonruimteverdeling en samenwerking om de woningnood voor hen op te lossen verstoort. Dit leidt tot ongelijke behandeling van woningzoekenden.
Algemene reactie
Allereerst merken wij op dat wij uw visie op het stopzetten van regionale samenwerking op het gebied van wonen door Ridderkerk onderschrijven en delen. Na het stopzetten van de Wgrplusregios ziin de gemeenten in de regio Rotterdam — dat wil zeggen uw gemeenten en Ridderkerk— een vrijwillige samenwerking aangegaan voor onder meer een regionaal woonruimteverdeelsysteem. Derhalve is er na de Wgr-plusregios vanafde inwerkingtreding van de Hvw een woningmarktregio zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Hvw geweest, waaraan Ridderkerk deelnam (verder: de woningmarktregio). De 12 gemeenten maken aldus deel uit van een gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als één geheel kan worden beschouwd. Die woningmarktregio is bevestigd met bestuursovereenkomsten, die tot aan de voorlaatste versie daarvan (de Bestuursovereenkomst 2020) mede door Ridderkerk werden ondertekend. Ridderkerk heeft in dat kader mede de bepalingen uit die bestuursovereenkomst ondertekend, die de basis waren voor een regionaal woonruimteverdeelsysteem.
Met de bestuursovereenkomst 2020 heeft Ridderkerk onderkend dat zij samen met de andere 11 gemeenten één aaneengesloten woningmarktregio vormt (eerste bullet van de considerans van de bestuursovereenkomst 2020) en dat het, omdat sprake is van één woningmarktregio, wenselijk is dat de regels voor het in gebruik geven en nemen van goedkope woonruimte ¡n die woningmarktregio gelijkluidend zijn (tweede en derde bullet). Onderdeel van de afspraken was om te komen tot continuering van de eerdere afspraken (zesde bullet) en tot een regionale standaardtekst voor de woonruimteverdeelregels (de Regionale Verdeelregels genoemd). ln het kadervan de regionale samenwerking is een regionaal afgestemde huisvestingsverordening opgesteld (Verordening Woonruimtebemiddeling Regio Rotterdam 2025) en in werking als vervolg op de eerdere regionaal afgestemde huisvestingsverordeningen, waarin is vastgelegd hoe de 2/17
PZH-2025-883842281 dd. og-12-2025
Ons kenmerk PZH-2025-883843195 DOS-2013-0009992
beschikbare woonruimte wordt verdeeld en hoe urgentieverlening is vormgegeven. De uitwerking van de huisvestingsverordening is geregeid in het regionale woonruimteverdeelsysteem Woonnet Rijnmonci. Wij hebben het bestaan en functioneren van deze woningmarktregio en de regionale werkwijze met Woonnet Rijnmond steeds toegejuicht en het past in het beleid van de provincie Zuid-Holland. Er was — tot 2024 — geen reden hier nadere stappen in te nemen. De regionaal onder uw 11 gemeenten afgestemde Verordening Woonruimtebemiddeling Regio Rotterdam 2025 is niet van kracht in Ridderkerk. Ridderkerk wenst nu binnen de woningmarktregio, ondanks het bestaan van een regionale woningmarkt en de eerdere deelname van Ridderkerk daaraan, een eigen, lokaal woonruimteverdeelsysteem en een daarop aansluitende eigen huisvestingsverordening vast te 5te11en. Deze breuk met het recente verleden is naaronze mening in strijd met onder meer de Hvw en het belang van een evenwichtige verdeling van woonruimte in de woningmarktregio, en daarmee in strijd met het belang van alle woningzoekenden in die regio.