CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst ingekomen stukken raad 23-02-2023

Raadsvergadering 23 februari 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Ingekomen stukken31.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

•

-

Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen;

-

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. In de begroting 2024 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven.

4.5

Financieel technische uitgangspunten

Bij het opstellen van de Begroting 2024 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2023 gehanteerd daarbij rekening houdend met de begrotingswijziging 2023 en de werkelijke lasten over het boekjaar 2022;

•

De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in de paragraaf ‘Autonome ontwikkelingen’;

•

In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging van 1procent.

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 30 van 32

Kadernota 2024

4.6 4.6.1

Financieel perspectief 2024-2028 Overzicht

Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2023. De 1e begrotingswijzing in 2023 is in het overzicht verwerkt. Bedragen x 1.000 euro

Kosten Lasten primaire begroting 1e begrotingswijziging Personele kosten CAO 2022 1e begrotingswijziging Materiele kosten indexering 2022 1e begrotingswijziging Materiele kosten kosten gedekt uit reserve Lasten begroting na wijziging

2023 14.387 165 562 0

2024 15.604

2025 16.083

2026 16.238

2027 16.395

2028 16.554

15.115

15.604

16.083

16.238

16.395

16.554

356 134

275 204

68 87

69 88

70 89

70 90

Totaal lasten

15.604

16.083

16.238

16.395

16.554

16.713

Baten Deelnemersbijdrage primair Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering Totale deelnemersbijdrage Opbrengst invorderingskosten (primair) Overige opbrengst (primair)

2023 11.827 1.217 13.044 2.550 10

2024 13.044 479 13.523 2.550 10

2025 13.523 155 13.678 2.550 10

2026 13.678 157 13.835 2.550 10

2027 13.835 158 13.994 2.550 10

2028 13.994 160 14.153 2.550 10

Totaal baten

15.604

16.083

16.238

16.395

16.554

16.713

0

0

0

0

0

0

indexering personele kosten indexering materiele kosten

Resultaat boekjaar

4.6.2

Nog uit te werken posten

De ontwikkelingen zoals geschetst in paragraaf 3 worden vrijwel geheel opgevangen binnen de exploitatie. SVHW zal echter in de Begroting 2024 de volgende posten nog nader uitwerken en de eventuele financiële consequenties opnemen, waarbij zoveel mogelijk wordt gekeken naar interne dekking of dekking door volume toename (aantal WOZ-objecten, aantal gewogen aanslagregels): •

De formatie in het WOZ-domein in verband met het toenemende aantal WOZ-objecten;

•

De formatie in het Heffingen-domein in verband met de toename van het aantal deelnemers dat voor de afvalstoffenheffing Diftar hanteert;

4.6.3

Niet opgenomen (PM) posten

De volgende posten zijn niet opgenomen in de kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2023: •

Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten ten gevolge van de maatregelen op het gebied van maatschappelijk verantwoord invorderen;

•

De eventuele formatieve effecten tem gevolge van de ketensamenwerking voor de Samenhangende Objecten Registratie;

•

De effecten van de toetreding van een nieuwe deelnemer;

•

De effecten van de samenwerking tussen belastingkantoren.

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 31 van 32

Kadernota 2024

4.7

Ontwikkeling deelnemersbijdrage

In 2024 zou er spraken kunnen zijn van een toetreding van een nieuwe deelnemer. Hiermee is in de Kadernota 2024 geen rekening mee gehouden. Bij een eventuele toetreding van een nieuwe deelnemer zal een begrotingswijziging worden opgesteld. Op basis van het financiële perspectief hierboven is de ontwikkeling van de totale deelnemersbijdrage als volgt: Bedragen x 1.000 euro

Baten Totale deelnemersbijdrage

2023 13.044

2024 13.523

Versie 1.0 8 februari 2023

Pagina 32 van 32

2025 13.678

2026 13.835

2027 13.994

2028 14.153

A.B. 23/16 AB Besluit: Kadernota 2024 Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW);

Gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 8 februari 2023 (A.B. 23/14)

Besluit:

1.

2.

3.

In te stemmen met de Kadernota 2024;

In te stemmen met de daarin opgenomen kaders en uitgangspunten;

Het Dagelijks Bestuur opdracht te verstrekken om de Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2028 op te stellen binnen de kaders van deze nota.

Aldus vastgesteld op 8 februari 2023 in het Algemeen Bestuur SVHW.

Waarnemend directeur,

Voorzitter,

J. Melissant MBA

H.A.J. van der Drift

Mh>~. METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG

Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl

Aan de 21 gemeenteraden

KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 contactpersoon Esther Westerbeek e-mail e.westerbeek@mrdh.nl

Datum

25 januari 2023

telefoonnummer 088 5445 225 uw kenmerk

Onderwerp

Stand van zaken uitwerking aanbevelingen tweede tussenevaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH

ons kenmerk 988866 projectnummer

aantal bijlage(n) 1

Geachte raadsleden,

Op 11 maart 2022 heeft het algemeen bestuur de rapportage van de tweede tussenevaluatie GR MRDH vastgesteld. In deze rapportage zijn zes aanbevelingen opgesteld om mee aan de slag te gaan. Met deze brief informeert het algemeen bestuur u graag over de stand van zaken van de uitwerking van de aanbevelingen. Achtergrond

In de Gemeenschappelijke Regeling is afgesproken dat de regeling periodiek wordt geëvalueerd. De tweede tussenevaluatie borduurt voort op de eerste tussenvaluatie van 2017 en het doel van deze evaluatie was om te bezien hoe de regeling functioneert en aanbevelingen te benoemen om het functioneren van de regeling te verbeteren. De tussenevaluatie richtte zich op drie thema’s: 1) terugblik op de aanbevelingen van de eerste evaluatie, 2) eigen inbreng in de MRDH en 3) helderheid van het governancemodel van de MRDH. De conclusie van de tweede tussenevaluatie is dat over het algemeen de aanbevelingen uit de eerste tussenevaluatie op een goede manier zijn opgepakt en er waardering is voor de doorgevoerde verbeteringen. Zo is de governance zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling duidelijker geworden. De besluitvormingscyclus en informatievoorziening zijn ook sterk verbeterd, De aanbevelingen van de tweede tussenevaluatie zijn:

Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, MiddenDelfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.

Thema

Aanbeveling

Terugblik op de aanbevelingen uit de eerste tussenevaluatie

Aanbevolen wordt om via de herijking van de Strategische Agenda het verhaal van de MRDH verder te versterken én het gesprek over de betrokkenheid van de MRDH bij belendende beleidsvelden te voeren. Aanbevolen wordt om, met vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten, de stukkenstroom en besluitvormingscyclus goed te beschouwen en te bekijken welke mogelijkheden er zijn om een betere balans te vinden tussen informatievoorziening en behapbaar houden van de informatie. Daarbij kan ook worden gekeken naar meer visuele vormen van informatievoorziening en vernieuwing van de agendaposten. Gedegen besluitvorming blijft daarbij het uitgangspunt gelet op de grote bedragen die aan de orde zijn en de noodzaak tot zorgvuldige en herleidbare publieke besluitvorming. Aanbevolen wordt om actief met gemeenten het gesprek te voeren om de MRDH meer onder de aandacht van de gemeenteraden te brengen en het gesprek te voeren over de wijze van betrokkenheid en invloed. De komende verkiezingen zijn daarvoor een mooi moment. Aanbevolen wordt de al eerder gedane aanbeveling om best practices te delen op te pakken om zo met elkaar te bezien hoe gemeenten hun eigen inbreng verder kunnen versterken. Aanbevolen wordt om, zodra de nieuwe Adviescommissies zijn gestart, het gesprek op gang te brengen over de positionering en rollen van de Adviescommissie en de rol van de werkorganisatie MRDH hierin.

Dit gesprek zal ook plaatsvinden met de nieuwe vertegenwoordigers in de Bestuurscommissies omdat zij (eveneens) een belangrijke rol spelen in de betrokkenheid van gemeenteraden. Hoewel het governancemodel helder is, wordt geadviseerd om met name kritisch te kijken op doel, reikwijdte en nut en noodzaak van de diverse aanvullende bestuurlijke tafels en waar mogelijk de aan het AB-gerelateerde commissies terugbrengen naar het AB. Aanbevolen wordt de werking van deze commissies met enige regelmaat te evalueren.

Eigen inbreng in de MRDH

Helderheid van het governancemodel van de MRDH

Stand van zaken uitwerking aanbevelingen tweede tussenevaluatie

In de bijlage is een totaaloverzicht toegevoegd die de stand van zaken weergeeft van de uitwerking van de zes aanbevelingen. Een aantal aanbevelingen is inmiddels voortvarend opgepakt. De afgelopen maanden is gewerkt aan de vernieuwing en versterking van het regionale verhaal, door middel van de vernieuwing van de Strategische Agenda. Deze ligt nu ook bij u voor ter zienswijze. Daarnaast wordt er inmiddels ook nagedacht over hoe de Strategische Agenda, na vaststelling in mei 2023, daadwerkelijk tot uitvoering kan worden gebracht. Hiermee wordt werk gemaakt van de aanbeveling om de MRDH zichtbaarder te maken voor gemeenten en hun inwoners (aanbeveling 1). Verder wordt er op dit moment met gemeenten gewerkt aan voorstellen om de besluitvormingscyclus (aanbeveling 2) te gaan verbeteren. Kern is dat een vernieuwde agendapost (format voorde besluitvorming/advisering) voor zowel het algemeen bestuur, de Bestuurscommissies als de Adviescommissies daarbij cruciaal is. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij de nieuwe Strategische Agenda. Daarmee wordt invulling gegeven aan deze aanbeveling.

2

Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 heeft de MRDH in veel gemeenteraden een presentatie gegeven over de MRDH en het belang van regionale samenwerking op het gebied van bereikbaarheid en economie. Hiermee is een eerste stap gemaakt in het versterken van de relatie met de gemeenteraden (aanbeveling 3). Deze bijeenkomsten hebben mooie gesprekken opgeleverd en zijn een goede start voor een sterker en intensiever contact met gemeenteraden over belangrijke onderwerpen zoals de begroting, de Strategische Agenda, enzovoorts. Een aanbeveling die in het verlengde hiervan nog opgepakt gaat worden is het gesprek over het functioneren van de Adviescommissies. Nu de eerste vergaderingen plaats hebben gevonden zal gezocht worden naar een moment om dit gesprek op gang te brengen. In de voorbereiding daarop zal ook het gesprek tussen de voorzitters van de Adviescommissies en de Bestuurscommissies worden georganiseerd. Al met al is een groot gedeelte van de aanbevelingen inmiddels opgepakt. Het algemeen bestuur zal in de vergadering van juli 2023 nader geïnformeerd worden over de stand van zaken, waarna u ook weer geïnformeerd wordt door middel van een raadsinformatiebrief.

Namens het algemeen bestuur,

3

Dashboard uitwerkingen aanbevelingen tweede tussenvaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH d.d. 17.11.2022

Aanbeveling uit evaluatierapport

Aanbevolen wordt om via de actualisatie van de Strategische Agenda het verhaal van de MRDH verder te versterken én het gesprek over de betrokkenheid van de MRDH bij de belendende beleidsvelden te voeren.

Aanbevolen wordt om, met vertegenwoordigers van de betrokken gemeenten, de stukkenstroom en besluitvormingscyclus goed te beschouwen en te bekijken welke mogelijkheden er zijn om een betere balans te vinden tussen informatievoorziening en behapbaar houden van de informatie. Gedegen besluitvorming blijft daarbij het uitgangspunt gelet op de grote bedragen die aan de orde zijn en de noodzaak tot zorgvuldige en herleidbare publieke besluitvorming. Daarbij kan ook worden gekeken naar meer visuele vormen van informatievoorziening en vernieuwing van de agendaposten.

Voorgestelde uitwerking uit plan van aanpak maart 2022 / toezeggingen uit reactiebrieven Op dit moment is de eerste fase van de herijking van de Strategische Agenda afgerond (een terugblik op de afgelopen periode) en is gestart met de voorbereiding van de volgende fase. In die fase wordt de Strategische Agenda daadwerkelijk herijkt, in dat verband wordt ook het gesprek over de betrokkenheid van de MRDH bij belendende beleidsvelden gevoerd. Om dit gesprek goed te voeren wordt zowel gebruik gemaakt van het inwerkprogramma en worden heidagen georganiseerd voor zowel het AB, DB als de Bc's. Het voorstel is om deze aanbeveling uit te werken met een delegatie van onze 23 gemeenten. Daarbij kunnen een aantal stappen worden onderscheiden: a) Inventariseren welke informatie bestuurders en raadsleden nodig hebben voor advisering en besluitvorming; b) Bezien of er verbeteringen mogelijk zijn in de agendaposten (bijvoorbeeld door een vergelijking te maken met voorstellen en/of opleggers van andere gemeenten) c) Zodra de Ac’s en Bc's op sterkte zijn met de voorzitters bezien hoe de

Voortgang + planning

Status

Op dit moment bevindt de actualisatie van de Strategische Agenda zich In de 3e fase: bespreken en maken van beleidskeuzes in sessies met raadsleden en bestuurders. In september zijn er drie sessies georganiseerd voor bestuurders en raadsleden. Daarnaast vinden er ook sessies met stakeholders plaats.

Loopt

Op 16 december geeft het AB de SA vrij voor zienswijze, wanneer vaststelling op 26 mei plaatsvindt.

Op 10 mei jl. is het plan van aanpak van de uitwerking van de zes aanbevelingen in het coördinatorenoverleg, met daarbij het voorstel om aanbeveling 2 (besluitvormingsprocedure) en aanbeveling 4 (best practices) in gezamenlijkheid op te pakken. Een werkgroep is opgericht om hier verder invulling aan te geven. De werkgroep heeft geconstateerd dat met betrekking tot het verbeteren van de besluitvormingsprocedure (punt a en b) het gaat om drie zaken: o Behapbaarheid en duidelijkheid van de stukken.

Loopt

Dashboard uitwerkingen aanbevelingen tweede tussenvaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH d.d. 17.11.2022

informatievoorziening en besluitvorming verbeterd kan worden. d) Er is al afgesproken dat we raadsinformatiebrieven voortaan zelf na 5 werkdagen ook verzenden naar leden Ac's na verzoek/advies vanuit Ac's. Met ambtelijke vertegenwoordigers zal deze aanbeveling nader worden uitgewerkt.

o

o

Zichtbaarheid en volgbaarheid van de besluitvormingsprocessen, Tijdigheid van stukken.

Aan de hand van dit overleg wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn om de duidelijkheid van de stukken te verbeteren via de agendapost. Hierbij zal ook gekeken worden met aansluiting op de actualisatie van de Strategische Agenda. Daarnaast is op basis van dit overleg een nieuwe planning van de MRDH opgesteld om de volgbaarheid van processen te verbeteren. Met betrekking tot punt c is hier nog geen afspraak voor ingepland aangezien de voorzitters de bestuurscommissies nog niet bekend waren. Wel heeft een kennismaking tussen de voorzitters Ac en de Bc plaatsgevonden. Punt d is geïmplementeerd in de werkwijze van de MRDH.

Aanbevolen wordt om actief met gemeenten het gesprek te voeren om de MRDH meer onder de aandacht van de gemeenteraden te brengen en het gesprek te voeren over de wijze van betrokkenheid en Invloed. De komende verkiezingen zijn daarvoor een mooi moment.

Het organiseren van een griffiersbiieenkomst De eerste actie om de MRDH meer onder de aandacht te brengen is gestart met het opstellen van een inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden. Daarnaast heeft de MRDH organisatie proactief het aanbod gedaan om aan de nieuwe raden een toelichting te geven op de rol en positie van de MRDH.

Deze staat gepland op 1 december 2022 Bij de eerste vergaderingen van de adviescommissies en de Rekeningcommissie was voorafgaand een introductiebijeenkomst. Daarnaast is de MRDH bij 12 gemeenten op bezoek geweest om aan te sluiten aan de inwerkprogramma's van de gemeenteraden. Bil de zienswijzen

Loopt loopt

Dashboard uitwerkingen aanbevelingen tweede tussenvaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH d.d. 17.11.2022

Aanbevolen wordt de al eerder gedane aanbeveling om best practices van de deelnemende gemeenten te delen op te pakken om zo met elkaar te bezien hoe gemeenten hun eigen inbreng verder kunnen versterken.

Aanbevolen wordt om, zodra de nieuwe Adviescommissies zijn gestart, het gesprek op gang te brengen over de positionering en rollen van de Adviescommissie en de rol van de ambteiijke organisatie MRDH hierin. Dit gesprek zal ook plaatsvinden met de nieuwe

In het proces om te komen tot de tussenevaluatie hebben meerdere gemeenten aangegeven hun eigen positie in de MRDH te willen versterken. Daarnaast hebben meerdere gemeenten in hun reactie aangegeven tevreden te zijn over hun inbreng. Het voorstel is om deze goede voorbeelden nader uit te werken met de betreffende gemeenten en deze voorbeelden op ambtelijk en bestuurlijk niveau met elkaar te delen. Daarnaast kan de MRDH ervoor zorgen dat de gemeenten onderling beter met elkaar in verbinding komen om zo van elkaar te leren. Dit met als doel om zo de inbreng van de 23 gemeenten te versterken. Eerste stap is na elke AC ruimte te bieden aan gemeenten een lokaal vraagstuk te adresseren en te bespreken.

Voor zowel de Ac's als de Bc's zijn heidagen en introductiebijeenkomsten voorzien in de maanden mei en Juni. Naast een kennismaking met de inhoudelijke taken van de MRDH is dit ook een uitgelezen mogelijkheid om aan nader gesprek op gang te brengen

van de Strategische Agenda zal de MRDH ook proactief aanbieden dal ondersteuning vanuit de MRDH mogelijk is bij behandeling van de zienswijze in de raad. In het coördinatorenoverleg van 10 mei jl. is besproken om de aanbeveling gezamenlijk op te pakken. Met de werkgroep en vervolgens met de coördinatoren is besproken: o Dat er behoefte is aan een contactpersonenlijst. o Er steun is voor het voorstel om in het coördinatorenoverleg het onderwerp ‘best practices: hoe betrek je de raden bij de MRDH en hoe vindt terugkoppeling naarde raden plaats? te agenderen. Dit voorstel wordt nader uitgewerkt. Deze acties worden opgepakt. Daarnaast wordt bij de coördinatorenagenda standaard het onderwerp toegevoegd Vragen aan collega’s, zodat er elke vergadering de mogelijkheid is het voor het delen van kennis / best practices. • introductiebijeenkomsten en heidag hebben plaatsgevonden. • Gesprek voorzitters Bc’s, Ac’s en ambtelijke ondersteuning heeft nog niet plaatsgevonden. Dit kan

Loopt

Loopt

Dashboard uitwerkingen aanbevelingen tweede tussenvaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH d.d. 17.11.2022

vertegenwoordigers in de Bc’s omdat zij (eveneens) een belangrijke rol spelen in de betrokkenheid van gemeenteraden.

Hoewel het governancemodel helder is, wordt geadviseerd om met name kritisch te kijken op doel, reikwijdte en nul en noodzaak van de diverse hulpstructuren en waar mogelijk de aan het AB-gerelateerde commissies terugbrengen naar het AB. Aanbevolen wordt de werking van deze commissies met enige regelmaat te evalueren.

over de positionering en rol van de Ac’s. Daarnaast is het voorstel om, zodra de nieuwe Bc’s compleet zijn, een gesprek te organiseren tussen de voorzitters van de Bc’s, Ac’s en de ambtelijke ondersteuning. Dit gesprek gaat onder meer over de onderlinge rolverdeling en de verwachtingen over en weer. Daarbij kan ook de uitwerking van de aanbeveling onder 2 aan de orde komen Agendering bij adviescommissies van ervaringen andere regio’s

Het voorstel is om ais eerste stap een goede inventarisatie te maken van de tafels en overleggen die aanvullend op de in de GR vastgelegde gremia zijn ingesteld. Het gaat dan zowel om tafels die door de MRDH zijn ingesteld als tafels waar de MRDH aan deelneemt. Deze inventarisatie moet inzicht geven in het doel, de reikwijdte en de noodzaak van de tafels. Vervolgens kan op basis van deze notitie een nader gesprek worden gevoerd over de vraag of de betreffende tafel nog relevant is (waar het gaat om tafels die door de MRDH worden gefaciiiteerd) dan wel of deelname van de MRDH aan de tafel zinvol is en past bij de taken van de MRDH (waar het gaat om tafels van andere partijen).

ingepland worden nu beide bestuurscommissies compleet zijn.

Deze bijeenkomst wordt voorbereidt en zal ingericht worden in de vorm van een webinar. Een datum wordt nop ingepland. De afgelopen periode lag de focus nog op de vorming van de nieuwe colleges en de invulling van de gremia. Deze zijn nu compleet en is nu het goede moment om dit op te starten.

Loopt.

Nog niet opgestart.

Dashboard uitwerkingen aanbevelingen tweede tussenvaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH d.d. 17.11.2022

Daarnaast wordt aanvullend geadviseerd om met de nieuwe presidia een gesprek te voeren over samenstelling, taken en rollen van de presidia. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de eerdere evaluerende gesprekken die door de presidia zelf zijn gevoerd. Dit met als doel om in de nieuwe bestuursperiode de rol van de presidia te verduidelijken en gelijksoortig te krijgen en te houden.

Dit wordt opgestart nu de presidia verdeling compleet is.

g emeenschappelijke

Betreft: Van: Datum:

regeling

Brief aan raden inzake meerkosten meerjarenbegroting 2024-2027 Secretaris algemeen bestuur gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam-Rijnmond 9 februari 2023

Voorafgaand aan vaststelling van de conceptmeerjarenbegroting 2024 t/m 2027 Gemeenschappelijke Regeling GGD Rotterdam-Rijnmond (GR GGD-RR) wenst het algemeen bestuur (AB) de gemeenteraden alvast te infomeren over onvermijdbare meerkosten voor de meerjarenbegroting van de GR GGD-RR vanaf 2024. Meerkosten meerjarenbegroting 2024-2027 GR GGD Rotterdam-Rijnmond Vanwege een toenemende infectiedruk, aangepaste wet- en regelgeving en bijkomende werklast, is de huidige begroting niet meer toereikend om alle wettelijke basistaken die bij de GGD belegd zijn per 2024 en verder uit te voeren. Het leidt tot meerkosten voor specifiek drie basistaken, te weten: 1. Infectieziektebestrijding (B1); 2. GROP en crisisbeheersing (A3); 3. Ondersteuning en beleidsvoorbereiding bestuur gemeenschappelijke regeling (A1). Deze meerkosten meerjarenbegroting 2024-2027 zijn onvermijdbaar om alle basistaken die bij de GGD belegd zijn conform wet- en regelgeving en geldende kwaliteitskaders uit te kunnen voeren per 2024 en verder. In bijlage 1 is een financieel overzicht opgenomen van de verwachte kosten per gemeente in 2024 in vergelijking met de begroting 2023. Het leidt tot een stijging van +€2,32 op de vaste inwonerbijdrage, van €6,23 in 2023 naar €8,55 per 20241. In het vervolg van deze brief wordt uiteengezet waarom deze kostenstijging per 2024 onvermijdbaar is.

Leeswijzer In de inleiding worden impactvolle ontwikkelingen geschetst, waarmee in de voorgaande meerjarenbegroting geen rekening is gehouden. Nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving evenals een bovengemiddelde en toenemende infectiedruk in de regio Rijnmond zijn aanleiding voor een onvermijdbare bijstelling van de meerjarenbegroting. Achtereenvolgens wordt voor de drie betreffende basistaken toegelicht waarom de huidige begroting niet toereikend is en welke risico’s dat met zich meebrengt. Naast dat er geen invulling kan worden gegeven aan bepaalde wettelijke taken en kwaliteitseisen, leidt het tot voorkombare gezondheidsschade in de regio. In deze brief worden gemeenteraadsleden tevens geïnformeerd over de huidige stand van zaken omtrent GGD 3.0, relevante landelijke ontwikkelingen en incidentele Rijksbijdragen. Tot slot wordt het vervolgproces rondom de begroting geschetst, o.a. de verzorging van raadsinformatiesessies door de GGD-RR en de termijn waarbinnen gemeenteraden hun zienswijzen op de conceptbegroting kunnen indienen. 1

Disclaimer: actuele inwoneraantallen (CBS) zijn pas begin maart 2023 bekend, dit kan nog tot een kleine wijziging van de inwonerbijdrage leiden.

1

Inhoud 1. Inleiding 2. Toelichting meerkosten infectieziektebestrijding 3. Toelichting meerkosten crisisbeheersing 4. Toelichting meerkosten ondersteuning en beleidsvoorbereiding bestuur 5. Indexatiepercentage 2024 6. Bestuurlijke afweging 7. Stand van zaken GGD 3.0 8. Landelijke ontwikkelingen en incidentele rijksbijdragen 9. Vervolgproces

1. Inleiding Er is sinds de vaststelling van de voorgaande vierjarenbegroting en bijbehorend basistakenpakket veel veranderd. Niet alleen is de coronapandemie van forse impact geweest, diverse ontwikkelingen in het zorgdomein zijn van grote invloed op de uitvoeringstaken die bij de GGD belegd zijn. De voorgaande vierjarenbegroting (2019-2022) is reeds in 2017 door de GGD opgebouwd, omdat conform de begrotingscyclus voor de GR GGD-RR het bestuur de nieuwe begroting in het eerste kwartaal 2018 diende vast te stellen. De keuzes voor de omvang van het basistakenpakket, de noodzakelijke inzet en overige kosten waren gebaseerd op de ervaringen van de voorliggende periode en de meest recente jaarcijfers van toen: 2016. Nieuwe en gewijzigde wet- en regelgeving Destijds is niet geanticipeerd op de inwerkingtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) per 25 mei 2018 en evenmin op de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz) per 1 juli 2020. Terwijl deze wetgeving, gezien verplichte medische dossiervorming, waar de GGD aan gehouden is, extra inzet vergt en nieuwe taken meebrengt. Ondertussen zijn er nog een aantal nieuwe en gewijzigde wetten, te weten de Wet open overheid (Woo), de Archiefwet en de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

Om als GGD aan de (gewijzigde) wet- en regelgeving te kunnen voldoen, is extra ondersteuningscapaciteit vereist. Op basis van ervaringen, veranderingen in wet- en regelgeving en toenemende werkdruk in 2018/2019, is de GGD in 2019 gestart met een verkenning inzake het vormgeven van de toekomst van de GGD, waarin vooral de nadruk op preventie sterker diende terug te komen (traject GGD 2.0). Vanwege de coronapandemie begin 2020 is dit traject gestagneerd. Daarbij vielen er tijdens de coronapandemie een aantal knelpunten tijdelijk weg: dankzij de meerkostenregeling van VWS voor coronabestrijding kon extra inzet gepleegd worden en er was vanwege beperkende coronamaatregelen tijdelijk sprake van een lagere infectiedruk van andere overdraagbare infectieziekten. De huidige begroting (2023) is niet meer toereikend om als GGD alle wettelijke taken uit te kunnen blijven voeren op een kwalitatief voldoende niveau. Om als GGD gesteld te blijven staan voor de uitvoering van alle wettelijke taken en zo de gezondheidsrisico’s in onze regio te beperken, moeten we hierop in de nieuwe meerjarenbegroting anticiperen. Met het wegvallen van de meerkostenregeling voor corona (de huidige opdracht vanuit VWS heeft als einddatum 1 juli 2023) en daarmee de beëindiging van een aparte corona-crisisorganisatie, zijn de risico’s fors, met name voor de uitvoering van infectieziektebestrijding (IZB).

Deze risico’s worden in het vervolg van de brief nader toegelicht.

2

2. Toelichting bij meerkosten infectieziektebestrijding (IZB) Bescherming van (medische) persoonsgegevens Sinds 25 mei 2018 is de AVG (algemene verordening gegevensbescherming) van kracht en per 1 juli 2020 de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg (Wabvpz). De Wabvpz stelt, bovenop de AVG, medisch specifieke eisen aan systemen, beveiliging van systemen en geschoold personeel. Daarbij vergt ook de digitalisering van de maatschappij extra inzet en kosten, omdat de GGD elektronisch moet kunnen communiceren met patiënten over hun dossier. Deze ontwikkelingen hebben nieuwe wettelijke standaarden en normen met zich meegebracht, waar de GGD aan gehouden is om de kwaliteit van zorg en gegevensbescherming te garanderen. Gehanteerde VISI-norm ontoereikend en achterhaald Het basistakenpakket voor het product infectieziektebestrijding (B1), zoals in de huidige gemeenschappelijke regeling vastgelegd, is gebaseerd op een landelijk vastgestelde formatienormering: de VISI-norm 2013. De VISI-norm levert een rekenmethode op voor het bepalen van de benodigde formatie om als GGD uitvoering te geven aan de kerntaken van infectieziektebestrijding. Als uitgangspunt wordt hiervoor een landelijk gemiddelde gehanteerd.

Echter, zijn verschillende factoren in de regio Rotterdam-Rijnmond zeer bepalend voor het werk, die niet zijn meegenomen in de huidige VISI-normering maar wel bijdragen aan een bovengemiddelde infectiedruk: - De grote variëteit aan migratie-achtergronden van de inwoners draagt bij aan een verhoogd risico op infectieziekten (sommige infectieziekten komen in groepen met een migratie-achtergrond aantoonbaar vaker voor); - De omvang van de bevolking met achterstanden is bovengemiddeld, wat uitdagingen en extra opgaven met zich meebrengt t.a.v. taalvaardigheid en gezondheidsvaardigheden; - De hoge dichtheid en verscheidenheid van woon- zorgcentra, ziekenhuizen, laboratoria en maatschappelijke opvang waar de GGD mee moet samenwerken, wijkt sterk af van het landelijk gemiddelde; - Deze regio heeft twee grote ‘toegangspoorten’, te weten een A-haven2 (Port of Rotterdam) en RTHA (Rotterdam The Hague Airport). Hierdoor is er extra risico op import van infectieziekten wat meer taken voor de GGD met zich meebrengt. Daarbij is de meest recente VISI-norm (2013) gedateerd. Nieuwe infectieziekten zoals Covid19, Zikavirus, CPE (bijzonder antibioticumresistent micro-organisme), monkeypox en aviaire influenza (vogelgriep) zijn nog niet meegewogen, maar inmiddels wel opgenomen in de lijst van meldingsplichtige infectieziekten.

Verder ontbreken bepaalde functies, die door herziene kwaliteitsstandaarden en vakinhoudelijke ontwikkelingen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld een deskundige infectiepreventie3. Tegelijkertijd dragen andere maatschappelijke trends en ontwikkelingen bij aan een verhoogde infectiedruk: - Toename van uitbraken, bijvoorbeeld schurft in kinderopvang, verpleeg- en studentenhuizen; - Dalende vaccinatiegraad onder kinderen en jongeren, met toenemend risico op ernstige infectieziekten zoals mazelen en polio;

Per ministeriële regeling is de haven van Rotterdam als ‘plaats van binnenkomst’ met typering A-haven aangewezen. Daarmee worden eisen gesteld voor de preventie en bestrijding van internationale volksgezondheidsdreigingen en laagdrempelige toegang tot medische zorg, zoals beschreven in de WPG. 2

3

Een deskundige infectiepreventie (DI) zet zich in voor een goede hygiëne en het voorkomen van verspreiding van besmettelijke ziekten of infecties, door het houden van audits, het geven van adviezen en voorlichting/scholing. Met name gericht op kwetsbare doelgroepen of situaties/locaties waar kwetsbare doelgroepen verblijven.

3

- Forse toename van vluchtelingen en ontheemden, waar veelal sprake is van een lage vaccinatiegraad en -bereidheid en die vaker drager zijn van resistente bacteriën. De wijze van opvang leidt tot een verhoogd risico, omdat veel mensen dicht op elkaar zitten. Daarbij vergt deze kwetsbare doelgroep een intensieve aanpak vanwege taalbarrières, cultuurverschillen en opgelopen trauma’s; - Toenemende vergrijzing: ouderen zijn vanwege een verouderd immuunsysteem kwetsbaarder en gevoeliger voor bepaalde infectieziekten (o.a. influenza, corona en pneumokokken). Daarnaast hebben ouderen vaker complexe andere aandoeningen die van invloed zijn op het beloop van een infectie. Op dit moment wordt er landelijk gewerkt aan de herziening van de VISI-norm. De GGD hoopt dat in de nieuwe normering voldoende rekening wordt gehouden met de bovengenoemde facetten, zodat ze bruikbaar is als evenwichtige rekenmethode om de benodigde formatie in onze regio te bepalen. De nieuwe VISI-norm wordt niet eerder dan tweede helft 2023 verwacht. Gezien de deadline voor indiening van de begroting bij de Gedeputeerde Staten (15 september a.s.) komt de nieuwe normering te laat voor vaststelling van de meerjarenbegroting ‘24-‘27. De nieuwe norm kan consequenties hebben die nu nog niet zijn voorzien, wat mogelijk een bijstelling van de GGD-begroting vereist.

Risico’s voor uitvoering van kerntaken binnen huidige financiële kaders Gegeven de complexiteit aan factoren in de regio Rijnmond, de toenemende infectiedruk, vereiste functies voor uitvoering van basistaken en hoge kwaliteitseisen ten aanzien van gegevensbescherming, is de huidige begroting niet toereikend om structureel alle zeven kerntaken behorend bij infectieziektebestrijding uit te voeren conform wettelijke kaders en inspectienormen. Binnen de huidige financiële kaders (begroting 2023) zou het betekenen dat de GGD noodgedwongen prioriteit legt bij kerntaak 1: ‘bestrijden van infectieziekten en voorkomen van verdere verspreiding’ (het verwerken van meldingen van infectieziekten).

De andere zes kerntaken kunnen beperkt tot niet worden uitgevoerd, met alle risico’s van dien: - De GGD-RR voldoet niet aan de inspectienormen, als taken niet of onvolledig kunnen worden uitgevoerd, en de 24/7 bereikbaarheid niet kan worden gegarandeerd; - De GGD kan niet of niet tijdig anticiperen op een dreiging of uitbraak van infectieziekten, met een onnodig aantal zieken/sterfgevallen tot gevolg; - Er is geen capaciteit voor (inhoudelijke) informatieverstrekking en advisering aan bestuurders en gemeenten; - Er is geen inzet op risicobeheersing van de dalende vaccinatiegraad, waarmee het risico voor kwetsbare burgers op gezondheidsschade toeneemt; - Vereist overleg met ketenpartners kan niet of in beperkte mate plaatsvinden; - Het ontbreekt aan tijd voor verplichte oefeningen (vaardigheden) van het medisch personeel; - Toenemende druk op het GGD-personeel leidt tot meer uitval en schaarste van medische expertise, waar het huidig ziekteverzuim al een punt van zorg is. De zeven kerntaken van infectieziektebestrijding en risico’s voor het niet of beperkt uitvoeren van deze afzonderlijke taken zijn opgenomen in bijlage 2.

4

3. Toelichting bij meerkosten crisisbeheersing In de huidige basistaak GROP (GGD Rampen opvangplan, A3) zijn taken ter voorbereiding op langdurige crisissen niet begroot. Ten tijde van de coronacrisis is het duidelijk geworden dat een staande organisatie die zich richt op haar core business niet makkelijk kan schakelen naar een crisisorganisatie voor de bestrijding van een grootschalige uitbraak. Hierdoor is het noodzakelijk dat een ‘waakvlam’ wordt ingericht ten behoeve van de paraatheid van de crisisbestrijding. Gebaseerd op de onmisbare kernfuncties in de corona crisisorganisatie, vereist een crisisbestendige organisatie een stevig team dat, als de situatie vraagt om opschaling, direct kan schakelen met regionale en landelijke partners en bestuurders om snel goede besluiten te nemen. De staande uitvoeringsorganisatie wordt niet direct belast en kunnen daarmee hun reguliere werkzaamheden blijven uitvoeren (bedrijfscontinuïteit). Hiertoe wordt het product A3 GROP uitgebreid met ‘crisisbeheersing’. De meerkosten voor de regio betreffen de meest minimale variant om invulling te geven aan het ‘waakvlamniveau’. Deze variant is niet toereikend om crisisbestendig te zijn, maar met deze beperkte formatie kan de GGD de geleerde lessen van de coronacrisis borgen en een impuls geven aan het trainen en opleiden binnen de organisatie.

Zonder deze minimale bezetting: - Wordt kennis en ervaring die is opgedaan in de coronacrisis niet verankerd in de organisatie. Een vorm van kapitaalvernietiging, als de GGD dat wat bewezen werkte naar de toekomst niet kan toepassen en deze kennis niet kan delen met partners in de regio. - Gaat het opgebouwde en benodigde netwerk en samenwerkingsverbanden verloren, wat bij een volgende crisis (deels) weer opnieuw moet worden opgebouwd. Het leidt tot een verminderde slagkracht en efficiency in het reageren op een volgende ernstige situatie. - Kunnen de verantwoordelijke gemeentebestuurders ten tijde van een gezondheidscrisis onvoldoende worden ondersteund en geadviseerd, wat bestuurlijke besluitvorming belemmert. Bijkomend risico is dat professionals die in tijden van crisis ingezet worden over andere competenties beschikken dan nodig voor het werkveld zorg en publieke gezondheid. - Ontbreekt een gecoördineerd handelingsperspectief, wat kan betekenen dat gemeenten zelf moeten voldoen aan de eisen (eigen draaiboeken). De hierboven geschetste risico’s kunnen schadelijke gevolgen hebben voor de volksgezondheid van de regio Rijnmond. Bijvoorbeeld wanneer het ontbreekt aan informatie om tijdig het juiste besluit te nemen. Of de bouw van een test- of vaccinatielocatie die vertraging oploopt.

Met het inrichten van een waakvlamniveau, realiseren we een eerste aanspreekpunt voor de vele ontwikkelingen op dit terrein, zowel landelijk als in de regio. Om deze functie op basisniveau verder in te richten, verwacht de GGD dit te kunnen realiseren in het kader van het traject van de nieuwe Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding (LFI) waarbij er uit wordt gegaan van een bijdrage vanuit Rijksmiddelen (zie ook: landelijke ontwikkelingen). Nieuwe taken onder A3 t.b.v. crisisbeheersing Doordat een waakvlam crisisorganisatie paraat staat, heeft dit een dempend effect op de duur en impact van langdurige crises. De ‘last’ van een crisis wordt minder in het geheel, en beter hanteerbaar. Hiertoe worden concreet de volgende (nieuwe) taken opgenomen:

5

-

Situatiebeoordeling volgens een transparant en multidisciplinaire methodiek: van gezondheidsrisico’s tot de politiek bestuurlijke risico’s; Advisering over de aansturing en organisatie van een crisissituatie; Besluitvorming voorbereiden over opschaling van koud, naar lauw, naar warme fase van een regionale crisis; Onderhouden alertheid en bewustzijn door middel van oefening, netwerkgesprekken en paraatheidschecks; Up-to-date houden van draaiboeken, bruikbare scripts, locatiegegevens, processen en aansturingafspraken. Aansluiten op ontwikkelingen en daarmee intensiveren van samenwerking met crisisbeheersingsonderdelen van andere regionale organisaties, o.a. de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) waaronder de GHOR, gemeentelijke onderdelen (bevolkingszorg), Regionaal Overleg Acute en Niet Acute Zorg (ROAZ/RONAZ) en beroepsgroepen uit de zorg zoals huisartsen, ouderenzorg, GGZ en Jeugdhulp.

4. Toelichting meerkosten ondersteuning en advies bestuur De laatste jaren is de druk op bestuurlijke ondersteuning vanuit de GGD steeds verder toegenomen. Nieuwe en gewijzigde wetgeving en een groot aantal ontwikkelingen op landelijk niveau, leiden tot nieuwe taken en vereisen extra inzet t.b.v. een goede ondersteuning van de directie en advisering aan het bestuur (basistaak A1). Met name de volgende nieuwe of gewijzigde wetten vergen structureel extra capaciteit: - Met de komst van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de werkzaamheden sterk toegenomen. Er moet meer tijd worden besteed aan reguliere data protection impact assessments (DPIA’s) en verwerkersovereenkomsten. Maar ook in het voorkomen en afdoen van datalekken en het uitwerken van de aanbevelingen van de Autoriteit Persoonsgegevens; - De nieuwe Wet open overheid (WOO) als opvolger van de Wet openbaarheid bestuur (WOB), die actieve openbaarmaking van stukken verplicht, waaraan de GGD nu niet voldoet. Bijkomend krijgt de GGD een toenemend aantal WOO-verzoeken, die veel coördinatie en inzet vergen; - De gewijzigde Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen (WGR), die moet leiden tot het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling. Dit is echter al lange tijd een knelpunt, omdat de gemeenschappelijke regeling van de GGD Rotterdam-Rijnmond sinds 2013 niet is geactualiseerd.

Naast het wegwerken van achterstallig onderhoud, is structureel meer inzet noodzakelijk door nieuwe eisen in de gewijzigde WGR, onder andere m.b.t. zienswijzen en de betrokkenheid van gemeenteraden; - Dit geldt ook voor de Archiefwet. De GGD is er door de archiefinspecteur op gewezen dat een gemeenschappelijke regeling aan geheel eigen archiefregels is gehouden waar we momenteel niet aan voldoen. Er is structureel extra capaciteit nodig om als GGD aan bovengenoemde wet- en regelgeving te voldoen. We kunnen ons hier als overheid en GGD niet aan onttrekken en de schade kan aanzienlijk zijn als we de risico’s niet of onvoldoende afdekken, zoals is gebleken bij het datadiefstal incident tijdens de coronapandemie.

6

5. Indexatiepercentage 2024 Conform afspraak wordt het indexpercentage zoals afgegeven door de Kring van Gemeentesecretarissen van de regio Rotterdam-Rijnmond gehanteerd. Dit zou mogen leiden tot een stijging van de uurtarieven met 8,4%. Omdat de tarieven voor de GGD in 2023 opnieuw zijn berekend, zijn deze reeds op het prijsniveau van 2023 gebracht. Het gedeelte van de indexatie dat rekening houdt met de doorwerking van de jaren 2022-2023 wordt voor 2024 niet opnieuw meegerekend. De toegepaste indexatie komt daarmee op 3,6%.

6. Bestuurlijke afweging In het najaar van 2022 is met de Rijnmond-gemeenten en de wethouders Volksgezondheid het gesprek gevoerd over de invulling van de nieuwe meerjarenbegroting. Hier is middels voorleggen van drie scenario’s een onderscheid gemaakt in: - Onvermijdbare investeringen om als GGD op verantwoorde en professionele wijze huidig basistakenpakket voor de publieke gezondheid uit te kunnen voeren, conform geldende wettelijke- en kwaliteitskaders (vaste inwonerbijdrage €8,55); - Noodzakelijke investeringen voor een toekomstbestendige GGD, gericht op het behoud van wat de GGD in coronatijd heeft kunnen ontwikkelen, en niet weer terug te vallen naar het niveau van voor de pandemie (datagedreven werken en verdiepend onderzoek t.b.v. een effectieve doelgroepgerichte aanpak met informatievoorziening op maat) (geschatte vaste inwonerbijdrage €11,06); - Gewenste investeringen om de ambities van GGD 3.0 te realiseren (geschatte vaste inwonerbijdrage €18,15). Binnen het bestuur was er geen gelijkgestemdheid voor één scenario. Een aantal bestuursleden heeft gemotiveerd enkel met de onvermijdbare meerkosten in te kunnen stemmen, omdat hun gemeente niet meer financiële ruimte heeft voor de begroting 2024.

In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het basistakenpakket voor alle deelnemende gemeenten gelijk moet zijn en dat een begrotingswijziging een unaniem besluit van het AB-GGD vereist. Dit leidt zodoende tot het opnemen van de onvermijdbare investeringen in de meerjarenbegroting, waarmee de GGD Rotterdam-Rijnmond het huidige minimale basistakenpakket in 2024 t/m 2027 kan continueren. Het betekent dat de GGD bepaalde toepassingen uit de coronaorganisatie niet kan behouden, maar wel een stap voorwaarts zet t.o.v. de GGD van vóór de coronapandemie. Daarbij biedt deze meerjarenbegroting geen ruimte aan nieuwe ontwikkelingen of bijvoorbeeld beleidswijzigingen vanuit het Rijk.

7. Stand van zaken GGD 3.0 Op 1 juli 2021 heeft het Algemeen Bestuur-GGD het visiedocument ‘GGD 3.0: Koers voor de toekomst’ unaniem vastgesteld en is deze met de gemeenteraden gedeeld. GGD 3.0 is gericht op het beschermen en bevorderen van de gezondheid van alle inwoners in de regio Rijnmond. De nieuwe koers is gebaseerd op geleerde lessen van de coronacrisis en maatschappelijke trends en ontwikkelingen op het terrein van de volksgezondheid. Naast dat de koers fundamentele elementen bevat om als GGD toekomstbestendig te zijn voor het beschermen van de publieke gezondheid, omvat het ambities om een gezonde leefstijl en leefomgeving in de regio te faciliteren. De nieuwe koers is door het AB GGD vastgesteld zonder financiële dekking omdat er vanuit het Rijk extra middelen ter beschikking zouden worden gesteld. Echter wordt daar door het huidige kabinet maar beperkt invulling aan gegeven, mede doordat

7

nieuwe crisissen zich hebben opgedrongen (o.a. de oorlog in Oekraïne en opvang van Oekraïense ontheemden, een forse toename van asielzoekers, naast de energiecrisis en forse inflatiestijging). Met de gemeenten die in aanvulling op het basistakenpakket het plusproduct ‘gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving’ inkopen bij de GGD, wordt invulling gegeven aan de ambities voor het faciliteren van een gezonde leefomgeving. Aan andere ambities die benoemd staan in GGD 3.0 wordt geen invulling gegeven.

8. Landelijke ontwikkelingen en incidentele rijksbijdragen De coronapandemie heeft laten zien dat de basis van de GGD Rotterdam-Rijnmond niet op orde is. Op landelijk niveau zijn er een groot aantal ontwikkelingen met als doel om de (regionale) infectieziektebestrijding te versterken, waaronder de pandemische paraatheid. Belangrijkste ontwikkelingen waarvan we verwachten dat zij impact hebben op (het dagelijkse werk van) de GGD worden hieronder kort toegelicht. Afbouw meerkostenregeling coronabestrijding De GGD en de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) in RotterdamRijnmond zijn sinds 2020 actief in de monitoring en bestrijding rondom het coronavirus. Sinds september 2020 is daarvoor, naast de bestaande reguliere GGD, een tijdelijke Programmaorganisatie Corona onder de DPG gevormd die de werkzaamheden rond corona uitvoert. De meerkosten die de GGD maakt voor de bestrijding van Covid-19 worden door het ministerie van VWS vergoed vanuit een meerkostenregeling. De minister heeft vanuit de huidige opdracht de GGD’en gevraagd tot 1 juli 2023 gesteld te staan voor de bestrijding van Covid19. De meerkostenregeling corona van VWS eindigt op 31 december 2023. Of er voor de tweede helft van 2023 een aanvullende opdracht aan de GGD’en wordt verstrekt, is nog niet bekend.

De Programma-organisatie Corona van de GGD RR heeft in de periode 2020-2022 in totaal 321,5 miljoen euro gedeclareerd bij VWS (45,3 miljoen in 2020, 163 miljoen in 2021 en 113,2 miljoen in 2022). Inrichting van de Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding en landelijke informatievoorziening infectieziekten De Landelijke Functionaliteit Infectieziektebestrijding (LFI) zal zich richten op de aansturing/logistiek/uitvoering bij een A-ziekte met pandemisch potentieel. Samen met de GGD’en en het RIVM werkt de LFI momenteel aan inhoudelijke processen en afspraken. De LFI gaat de voorbereiding op een toekomstige pandemie op zich nemen (koude fase) en zorgdragen voor de operationele aansturing (warme fase), zoals het afsluiten van waakvlamcontracten voor grootschalige inzet van callcenters of logistieke diensten en het opzetten van een oefen- en trainingsprogramma voor grootschalige infectieziektecrises. De LFI heeft ook de opdracht voor een soepele opschaling en met de GGD’en te komen tot meer uniforme werkwijzen en systemen en moet borgen dat de voorbereide opschaling goed aansluit op de reguliere regionale infectieziektebestrijding. Dit vergt een intensieve interactie tussen regionale GGD’en en de LFI. De LFI zal hiervoor ook eisen stellen aan de GGD. Voor het meerwerk van de GGD in deze ontwikkeling, is een bijdrage vanuit Rijksmiddelen voorzien.

De Rijksbijdrage zal naar verwachting niet kostendekkend zijn, omdat GGD Rotterdam-Rijnmond zelf verantwoordelijk blijft voor de strategie, methodiek, tot aan uitvoering van opschaling lokaal, regionaal en bovenregionaal. Om deze reden is er een waakvlam crisisorganisatie in de meerkosten voor de meerjarenbegroting ’24-‘27 opgenomen.

8

Van belang is dat er regionaal voldoende capaciteit is (artsen en andere professionals) en is een versterking van de landelijke informatievoorziening en ICT-infrastructuur nodig. De komende jaren investeert het Rijk in het ontwerp en implementatie van een schaalbaar, wendbaar en veilige ICT-voorziening voor infectieziekte-informatie. Dit komt tevens de uitvoering van reguliere infectieziektetaken van de GGD ten goede. Tegelijkertijd stelt het GGD’en in staat om in tijden van crisis veilig en snel te kunnen opschalen, wat in de coronapandemie onvoldoende snel mogelijk was. Gebruikmakend van de kennis en ervaring van de afgelopen coronaperiode wordt hiermee een robuust informatievoorziening landschap neergezet. Dit vraagt echter ook om aanpassing van reguliere regionale werkprocessen en protocollen, het volgen van de ontwikkelingen, scholing van medewerkers etc. Deze extra belasting zal de GGD zelf moeten bekostigen en is onderdeel van de meerkosten in de meerjarenbegroting ’24-‘27 voor infectieziektebestrijding. Ten aanzien van de inrichting en het functioneren van de LFI zal de Wet Publieke Gezondheid worden aangepast.

Programma Versterking Infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid Voor het wegnemen van de belangrijkste acute kwetsbaarheden in de infectieziektebestrijding wordt door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een 2-jarige (2023 en 2024) specifieke uitkering (SPUK) beschikbaar gesteld aan de GGD’en via het programma ‘Versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid GGD’en’ (VIP). Naar verwachting kunnen in de loop van het eerste kwartaal van 2023 GGD’en hiervoor een SPUK aanvragen bij VWS. In totaal is er landelijk €37 miljoen beschikbaar in 2023 en €38 miljoen in 2024. Voor GGD-RR is voor 2023 1,9 miljoen beschikbaar en voor 2024 2,2 miljoen. VIP bestaat uit 5 pijlers: 1. Kwetsbaarheden wegnemen voor pandemische paraatheid; 2. Versterken (boven)regionale monitoring en surveillance; 3. Versterken wetenschappelijke kennisinfrastructuur; 4. Samenwerken op bovenregionaal niveau; 5. Slim en versneld opleiden. Met de VIP/SPUK-gelden kunnen GGD’en een aantal acute reparatie- en herstelwerkzaamheden uitvoeren, zoals het nog 2 jaar langer behouden van een kleine kern van gekwalificeerde en ervaren medewerkers uit de coronaorganisatie, het verbeteren van (bovenregionale) monitoring- en surveillanceactiviteiten i.s.m.

het RIVM, en het verstevigen van de reguliere infectieziektebestrijding om klaar te staan voor een volgende pandemie (of bij een pandemische dreiging). Hiermee nemen we een aantal acute kwetsbaarheden weg. Het is van belang om deze basis op orde te krijgen en vervolgens in de toekomst op orde te houden en te continueren. Er is nog geen concrete toezegging voor structurele Rijksmiddelen voor versterking van de infectieziektebestrijding. In opdracht van het ministerie van VWS voert Andersson Elffers Felix (AEF) een onderzoek uit naar de benodigde versterking. Het AEF-rapport ‘Capaciteit Infectieziektebestrijding in beeld’ wordt in het eerste kwartaal van 2023 verwacht. Middelen voor versterking van pandemische paraatheid zijn aanvullend op het huidig basistakenpakket en zullen niet inzetbaar zijn voor de uitvoering van reeds bestaande wettelijke basistaken, omdat deze verantwoordelijkheid bij de gemeenten belegd is. Aanvragen Gezondheid en Actief Leven Akkoord (GALA) Met het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA) bouwen het Rijk, gemeenten, GGD-en en zorgverzekeraars aan het fundament voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis. GALA richt zich vanaf 2023 op integrale

9

en gemeenschappelijke doelen, zoals het terugdringen van gezondheidsachterstanden vanaf de eerste 1000 dagen, een gezonde sociale en fysieke leefomgeving, een gezonde leefstijl, versterking van de mentale gezondheid, vitaal ouder worden en langer meedoen en bijdragen aan de houdbaarheid van de zorg: preventie in het zorgstelsel. Financiering van deze inzet loopt via gemeenten die een Specifieke Uitkering (SPUK) kunnen aanvragen voor de verschillende onderdelen van GALA. De middelen komen in 2023 beschikbaar en kunnen voor dat kalenderjaar worden aangevraagd. Voor de periode 2024-2026 dienen gemeenten een integraal plan uit te werken als basis voor de meerjarige aanvraag van de SPUK. De GGD advies- en kennisfunctie is als een onderdeel van de SPUK benoemd. Gemeenten kunnen de hiervoor beschikbaar gestelde middelen aanvragen en dienen deze door te geleiden naar de GGD om uitwerking te geven aan deze kennisfunctie. De hoogte van de beschikbare middelen wordt per gemeente bepaald en begin februari 2023 bekend.

9. Vervolgproces Raadsinformatieavonden GGD Rotterdam-Rijnmond Gemeenteraden zijn middels de griffie reeds uitgenodigd voor de raadsinformatieavonden die door de GGD-RR worden verzorgd: op dinsdagavond 21 februari (fysiek) en donderdagavond 23 februari (digitaal). Het programma voor beide sessies is identiek en bestaat uit twee delen. Enkele professionals van de GGD zullen een inkijkje geven in hun werkzaamheden voor de regio en in het tweede deel wordt de financiële situatie van de GGD met de onvermijdbare meerkosten voor de nieuwe meerjarenbegroting toegelicht. Vragen naar aanleiding van deze raadsinformatiebrief, kunnen bij één van de sessies aan de GGD worden gesteld. De digitale bijeenkomst zal worden opgenomen en de terugkijklink wordt nadien met de griffie gedeeld. Besluitvormingsproces De conceptbegroting 2024-2027 wordt ter vergadering van het AB van de GGD op donderdag 30 maart 2023 vastgesteld, omdat deze tijdig dient te worden voorgelegd voor zienswijze aan de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten. De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) verplicht dat de gemeenteraden 12 weken gelegenheid krijgen voor het opstellen van hun zienswijze. De vastgestelde conceptbegroting 2024-2027 en bijbehorende kaderbrief wordt voor 1 april aan de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten aangeboden.

Op 29 juni 2023, de laatste vergadering van het algemeen bestuur voor het zomerreces, vindt definitieve vaststelling van de meerjarenbegroting inclusief de zienswijzen van de raden plaats, zodat deze conform wettelijke eis tijdig kunnen worden toegezonden aan de Gedeputeerde Staten.

Secretaris alg. bestuur GGD Rotterdam Rijnmond

Mevr. Dr. Y.H.T.P van Duijnhoven Directeur publieke gezondheid

10

Bijlage 2 – zeven kerntaken infectieziektebestrijding Hieronder een toelichting op de zeven kerntaken geformuleerd o.b.v. de wet Publieke Gezondheid (WPG)1, inclusief een schets van de huidige situatie met bijbehorende risico’s:

Kerntaak 1: Bestrijden van infectieziekten en voorkomen van verdere verspreiding Verificatie van een melding van een infectieziekte, uitvoeren bron- en contactonderzoek (BCO), bepalen en inzetten bestrijdingsmaatregelen en diagnostiek (bv. isolatie, medicatie/ vaccinatie, hygiënemaatregelen), individuele zorg (bv. advisering aan behandelaren), outbreak management en vangnetfunctie (bv. als mensen niet via reguliere weg benodigde ondersteuning ontvangen met als doel om de ziektelast beperkt te houden voor het individu en zijn omgeving). Kerntaak 1 heeft de eerste prioriteit in het dagelijks werk. Momenteel worden overleggen met zorgprofessionals en getroffen instellingen met name digitaal/telefonisch gevoerd vanwege de beperkte capaciteit. Idealiter zouden dit soort gesprekken/overleggen ook met regelmaat op locatie gevoerd moeten worden, zodat de professionals een indruk krijgen van de praktijksituatie en daarmee risico-inschatting ter plaatse, waardoor een uitbraak beter gemanaged wordt en een beter beeld verkregen wordt van de dreiging voor de volksgezondheid (bijv. schurft/corona-uitbraak onder Oekraïense vluchtelingen op een opvanglocatie of een verdenking van Ebola op een binnenkomend schip).

Verhoogde infectiedruk (zoals monkeypox, influenza, schurft en infectieziekten waarvoor een lage vaccinatiegraad bestaat) is een risico voor de stabiliteit van het team infectieziektebestrijding, die momenteel te sterk onder druk staat. Bij een grote uitbraak zijn we kwetsbaar vanwege werkdruk en uitval van personeel, waardoor processen minder efficiënt en trager verlopen en de volksgezondheid dus in het geding komt.

Kerntaak 2: Surveillance Het consequent verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens over infectieziekten met als doel om gericht acties uit te voeren voor het tegengaan van verspreiding van infectieziekten. Het detecteren van ernstige/gevaarlijke infectieziekten of varianten hiervan. Informeren van zorgprofessionals, ketenpartners en beleidsmakers (regionaal en landelijk) over infectieziektesignalen en adviseren over de te nemen preventieve of bestrijdingsmaatregelen. Ontwikkelen en onderhouden van een risicoprofiel van de eigen GGD-regio. Om alle ontwikkelingen op het gebied van infectieziekten goed vast te leggen en te monitoren, is er een investering nodig in registratiesystemen, dashboards en onderzoek ten behoeve van surveillance. In het kader van pandemische paraatheid zal het Rijk in de ontwikkeling van een nieuw systeem ten behoeve van infectieziektebestrijding voorzien (zie ook: landelijke ontwikkelingen). Echter, de GGD is zelf verantwoordelijk voor de lokale inbedding van deze systemen, de ontwikkeling van digitale rapportages/dashboards en het analyseren en duiden van de informatie. Hier is momenteel onvoldoende budget voor waardoor we niet goed kunnen anticiperen en proactief kunnen handelen.

Dit kan als gevolg hebben dat we te laat of niet kunnen reageren op een acuut gezondheidsprobleem en een ziekte zich verder verspreid met een onevenredig aantal zieken/overlijdens tot gevolg, naast gezondheidsrisico’s leidt het tot maatschappelijke onrust. 1

De VISI-norm uit 2013 is gebaseerd op negen deeltaken. De heroriëntatie op de negen deeltaken van infectieziektebestrijding is uitgevoerd in opdracht van de raad van directeuren Publieke Gezondheid, in het kader van het project Versterking professionele bezetting infectieziektebestrijding en is op 6 oktober 2022 vastgesteld door de DPG-raad. De oorspronkelijke negen deeltaken zijn geherstructureerd in de nieuwe zeven kerntaken.

Kerntaak 3: Beleidsadvisering Advisering en ondersteuning van de Directeur Publieke Gezondheid, bestuur (incl. colleges B&W), stakeholders en ketenpartners over de publieke gezondheid en het regionale en lokale volksgezondheidsbeleid. Inclusief integrale samenwerking met andere GGD-professionals die zich bezighouden met gezondheidsbescherming en preventie. Plus het volgen (en beïnvloeden) van landelijke ontwikkelingen op inhoudelijk en bestuurlijk niveau, zoals besluitvorming vanuit het Rijk, adviezen van de Gezondheidsraad, veranderende wetgeving etc. Informatievoorziening: proactief en reactief informatie verstrekken en kennis uitwisselen. Visievorming op het gebied van innovatie van preventieprogramma’s gericht op infectieziektebestrijding en infectiepreventie. En visievorming op samenwerkingsthema’s met andere public health professionals. Infectieziektebestrijding ligt wereldwijd onder een vergrootglas inclusief alle ontwikkelingen naar aanleiding van de coronapandemie waarop geacteerd moet worden de komende vier jaar (zie: landelijke ontwikkelingen). Belangrijk is dat de GGD en bestuurders aangehaakt zijn op deze ontwikkelingen en invloed kunnen uitoefenen en op de juiste tafels afspraken kunnen maken. Daarnaast blijft het nodig om tijdig en proactief bestuurders te informeren bij acute gezondheidsproblematiek.

Als een bestuurder een actueel beeld mist van een dreigende volksgezondheidsituatie kan deze inwoners, stakeholders, de gemeenteraad en pers niet goed inlichten over de situatie. Ander belangrijk risico is het mislopen van financiële middelen, omdat er bijvoorbeeld niet op tijd kan worden geanticipeerd op beschikbare Rijksmiddelen (subsidies).

Kerntaak 4: Preventieactiviteiten Preventieactiviteiten zijn met name gericht op primaire preventie: het zo goed mogelijk voorkomen dat mensen een infectieziekte krijgen door te voorkomen dat ze besmet raken (bv. hygiëne-adviezen/vaccinatie) en te voorkomen dat besmetting tot ziekte leidt. Daarbij houdt het team infectieziektebestrijding zich tevens bezig met vroege opsporing van een infectieziekte (secundaire preventie, zoals testen/screening) en het beperken van gezondheidsschade door een infectieziekte (tertiaire preventie, bijvoorbeeld medicatie). Binnen de huidige begroting kan de GGD onvoldoende budget vrijmaken om de preventieactiviteiten uit te voeren. Deze taak is erop gericht om infectieziekten buiten de deur te houden en uitbraken te voorkomen. Zorginstellingen, kindercentra en bijvoorbeeld vluchtelingenopvang moeten op periodieke basis infectiepreventie/hygiëne-adviezen krijgen, specifiek toegepast op de kwetsbare doelgroep in kwestie (maatwerk). In onze regio is extra inzet nodig om de kwetsbare groepen te bereiken om bijvoorbeeld de vaccinatiegraad van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) te verhogen. Hiervoor is een kleinschalige en doelgroepgerichte aanpak nodig. De corona-crisis heeft aangetoond dat deze methode effectief maar ook arbeidsintensief is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12426270/1