CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota VAZ 2026

Commissie Algemene Zaken en Middelen 26 juni 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Kadernota 20268.365 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2026

Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

28 mei 2025

Inhoud Inhoud

2

Bestuurlijke overwegingen

3

Basis van deze kadernota

5

Leeswijzer

5

Ontwikkeling Gemeentefonds

6

Op weg naar de begroting 2026-2029

8

Algemeen financieel beleid

8

Plan van aanpak uit de kadernota 2025

8

Motie ‘Gezonde Begroting met Draagvlak’

9

(Aanvullende) ombuigingsstrategie

9

Welke stappen zijn er gezet?

10

1. Opdracht gemeenschappelijke regelingen

10

2. Onderzoek beïnvloedbare begroting

10

3. Inwonersparticipatie

12

4. Inbreng gemeenteraad

12

Tijdlijn kadernota en begroting 2026: de belangrijkste data

13

Actualisatie financieel perspectief 2026-2029

14

Mutaties Algemene Uitkering

15

Mutaties Loon- en prijsontwikkeling

16

Autonome ontwikkelingen en actualisaties

18

Voorstellen om het tekort te verkleinen

20

Uit het Onderzoek beïnvloedbare begroting

20

Efficiency – laaghangend fruit

22

Overige relevante ontwikkelingen

24

Tot slot

25

2

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Bestuurlijke overwegingen Voorne aan Zee is, nog steeds de jongste gemeente van Nederland, haar derde jaar ingegaan. Intussen kunnen we zeggen dat we de schaalsprong gemaakt hebben van drie kleinere gemeenten naar een gemeente met ruim 74.000 inwoners. We werken hard om verbeteringen door te voeren, maar de gemeente blijft voor forse uitdagingen staan. Landelijk spelen een aantal ontwikkelingen die invloed hebben op de gemeentelijke plannen en het beleid. De toenemende vraag naar jeugdzorg, een groeiend beroep op WMO voorzieningen en de stijgende lasten als gevolg van inflatie leiden tot grote financiële druk op gemeenten. Datzelfde geldt voor de nieuwe financieringssystematiek van het Gemeentefonds. Dit leidt tot een lagere algemene uitkering aan gemeenten, terwijl er afgelopen jaren meer taken vanuit het rijk zijn bijgekomen. De term ravijnjaar suggereert terecht dat er sprake is van een abrupte structurele daling van de algemene uitkering. De enorme jaar op jaar daling past echter in een dalende trend van de uitkering (in een percentage van het bruto binnenlands product (bbp) die al is ingezet in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. Een artikel in het magazine Binnenlands Bestuur van 8 april 2025 beschreef de ontwikkeling van de beschikbare middelen van Nederlandse gemeenten over een periode van 40 jaar:

‘ Bezien over bijna veertig jaar, van 1985 tot en met 2023, daalden de gemeentelijke uitgaven van 21% bbp naar 7% bbp, ondanks grote decentralisaties zoals wegenbeheer (1993), schoolgebouwen (1997) en maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg (2015), en stegen de uitgaven van de overige overheid van 34% bbp naar 36% bbp. Deze historische achtergrond verklaart waarom de gemeenten al tientallen jaren klagen over hun budgetten.’

3

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Veel gemeenten krijgen door deze ontwikkelingen hun begroting niet sluitend, waardoor zij ingrijpende bezuinigingsmaatregelen moeten nemen. Op landelijk niveau voert de VNG gesprekken met het kabinet over de bekostiging van de jeugdzorg en de effecten van de nieuwe financieringssystematiek van het Gemeentefonds. Met de Voorjaarsnota 2025 is het rijk weliswaar gedeeltelijk tegemoetgekomen aan de bezwaren van de gemeenten, maar de uitdagingen blijven groot. De definitieve effecten van de Voorjaarsnota 2025 zullen duidelijk worden uit de nog te ontvangen meicirculaire van het Gemeentefonds. Ook heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen, waarmee de regering wordt verzocht in kaart te brengen wat gemeenten aan instrumenten en sturingsmogelijkheden hebben om de kosten van de jeugdzorg, maar ook andere beleidsterreinen, te beperken. De Tweede Kamer heeft verzocht hierover voor het zomerreces 2025 te worden geïnformeerd. Ook de geopolitieke ontwikkelingen zijn buitengewoon uitdagend. Deze ontwikkelingen kunnen voor onrust zorgen onder onze inwoners en vereisen dat wij als gemeente hier nog beter op inspelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de inmiddels langdurige opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Maar ook de opvang van vluchtelingen uit andere onveilige gebieden heeft invloed. Bijvoorbeeld de huisvesting van statushouders in onze gemeente.

Mede hierdoor staat de lokale woningmarkt onder druk en zijn er met name voor starters, spoedzoekers en ouderen te weinig betaalbare woningen beschikbaar. Daarom is het zaak de woningbouw te versnellen om zo de woningnood te verlichten. Maar dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Onder andere de landelijke stikstofproblematiek, hoge grondstofprijzen, een hoger renteniveau en strengere financieringsnormen zijn er de oorzaak van dat nieuwbouwprojecten minder

snel van de grond komen dan we graag zouden willen. Daarbij speelt ook de krapte op de arbeidsmarkt, waar de gemeente ook voor wat betreft haar eigen bedrijfsvoering mee te maken heeft. Ook de invoering Wet Collectieve Warmte heeft mogelijk gevolgen voor het gemeentelijke investeringsprogramma. De wet zou oorspronkelijk op januari 2025 van kracht worden maar de invoering is uitgesteld tot 1 januari 2026. Pas dan zullen de gevolgen voor de gemeentelijke begroting duidelijk worden. Ondanks deze uitdagingen staan de ambities uit het collegeakkoord op het gebied van woningbouw, zorg en cultuur nog altijd stevig overeind. We zien goede kansen om het leven in onze mooie gemeente nog beter en gezonder te maken. We blijven investeren in onze gemeente en inwoners. Gezien de toenemende schaarste aan middelen zullen er echter wel keuzes gemaakt moeten worden. De inhoudelijke en financiële kaders in deze kadernota geven u en ons houvast bij het maken van verdere afwegingen voor de begroting van 2026 en de jaren daarna. Wij kijken uit naar de vaststelling van deze kadernota in uw raad. Het college van B&W

4

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Basis van deze kadernota Als onderdeel van de planning- en controlcyclus blikt de kadernota vooruit naar het volgende begrotingsjaar, in dit geval 2026. Deze kadernota geeft ook een meerjarenperspectief voor de jaren 2027-2029. De kadernota schetst het (meerjaren)perspectief naar de stand van dit moment. De in deze kadernota gepresenteerde cijfers zullen, door ontwikkelingen die we op dit moment nog niet kunnen voorzien, nog kunnen afwijken van de cijfers van de begroting 2026. Het startpunt van deze kadernota is het financieel meerjarenperspectief uit de begroting 2025, aangevuld met de resultaten van de 2e bestuursrapportage 2024 en de 1e bestuursrapportage 2025. De meicirculaire 2025 van het Gemeentefonds is bij het ‘ter perse gaan’ van deze kadernota nog niet ontvangen en zodoende nog niet verwerkt. De voorzienbare effecten uit de Voorjaarsnota van het rijk, die in de meicirculaire verder worden uitgewerkt, zijn wel zo nauwkeuring mogelijk geraamd. De Voorjaarsnota en de meicirculaire worden beide uiteraard wel betrokken bij opstelling van de begroting 2026. Er ligt voor Voorne aan Zee een duidelijke opgave om de stijgende lasten en (verminderde) baten langjarig met elkaar in evenwicht te brengen. De geactualiseerde opgave is als volgt:

2026: € 7,3 miljoen tekort 2027: € 6,7 miljoen tekort 2028: € 5,9 miljoen tekort 2029: € 5,7 miljoen tekort

5

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Hoe deze opgave in te vullen en te komen tot een stabiele en financieel duurzame begroting voor de periode 2026-2029, wordt verder in deze kadernota uitgewerkt.

Leeswijzer

Vanuit het financieel toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen baten en lasten die structureel en incidenteel van aard zijn. De reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten en er daardoor geen sprake is van structureel begrotingsevenwicht. Als de uitgaven de inkomsten langdurig overstijgen holt dit de financiële stabiliteit van de gemeente uit. Dit omdat de tekorten moeten worden aangevuld met geleend geld en zo de solvabiliteit van de gemeente verslechtert. Om die reden wordt ook in de kadernota de splitsing tussen structurele en incidentele baten en lasten aangehouden. Zo wordt in de opgenomen tabellen voor iedere begrotingsbijstelling aangegeven of deze structureel (S) of incidenteel (I) van aard is. Hierdoor houden we zicht op het structurele saldo en kan worden geanticipeerd op het daarbij behorende toezichtsregime van de provincie Zuid-Holland. Het incidentele saldo heeft geen directe gevolgen voor het toezichtsregime. De kadernota volgt daarnaast het algemene boekhoudkundige principe, maar heeft uiteraard wel invloed op de eigen vermogen positie waarbij een negatief getal een voordeel vertegenwoordigt en een positief getal een nadeel. Tenzij anders vermeld, zijn bedragen in tabellen opgenomen in duizendtallen.

Ontwikkeling Gemeentefonds De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron voor de gemeente om de uitgaven voor haar taken te financieren. Tot en met 2023 werd deze algemene uitkering via de normeringsystematiek ‘samen trap op, samen trap af’ jaarlijks verhoogd of verlaagd. Het doel van deze systematiek was dat budgettaire effecten op rijksniveau evenredig werden doorvertaald naar de decentrale overheden. Het betrof één integrale aanpassing voor zowel loon-, prijs- als volumeontwikkelingen. De jaarlijkse toe- en afname van het Gemeentefonds (en het provinciefonds) wordt het accres genoemd.

Echter, voor het begrotingsjaar 2026 - het eerste jaar zonder koppeling aan de rijksuitgaven - besloot het kabinet het accres vast te zetten op een plus van 1 miljard euro (waarvan 840 miljoen euro voor het Gemeentefonds) ten opzichte van de stand bij de Miljoenennota 2022. Hoewel er nog wel zou worden gecorrigeerd voor loon- en prijsontwikkelingen, was al in 2022 voorzienbaar dat de algemene uitkering voor 2026 op deze manier veel lager zou worden dan in de voorliggende periode. Begrotingsjaar 2026 is daarmee verworden tot ‘ravijnjaar’.

Met het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV werd besloten de normeringsystematiek ‘samen trap op, samen trap af’ vanaf 2026 te beëindigen en te vervangen voor een systematiek op basis van de ontwikkeling van het bbp. Dit moest leiden tot een stabielere financiering voor gemeenten en provincies, en zou hun autonomie vergroten. Bij de uitwerking van een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025, zou ook de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied worden betrokken en de kans op een afnemend accres verlagen.

De overgang naar de nieuwe financieringssystematiek van het Gemeentefonds op basis van het bbp, zou eerst pas per 2027 plaatsvinden. Met de Voorjaarsnota 2024 is echter besloten dat het rijk al dat jaar overging op de nieuwe financieringssystematiek. Daarbij is ook veranderd dat het fonds voortaan wordt geïndexeerd op basis van Prijs Bruto Binnenlands Product (PBBP) en niet langer op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP). Het vervroegd invoeren van de bbp-systematiek in 2024 en deze prijsbijstelling resulteren echter nog steeds in een lager accres. Hoewel het rijk dit effect tot en met 2029 (deels) compenseert, neemt het fonds in de komende jaren zelfs meer af dan eerder voor deze wijzigingen was berekend. Met de Voorjaarsnota 2025 wordt dit effect deels gecompenseerd, zoals verderop in deze kadernota wordt toegelicht.

In het kader van de beëindiging van de normeringsystematiek ‘samen trap op, samen trap af’, kwam het rijk met de VNG overeen dat het volumedeel van het accres voor de jaren 2022 t/m 2025 werd vastgezet op basis van de Voorjaarsnota 2022. Het accres voor de jaren 2022 t/m 2025 wijzigde daardoor alleen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Met de extra financiële middelen uit het coalitieakkoord zorgde dit voor een sterk verbeterde financiële positie van gemeenten en provincies. Dit heeft er voor Voorne aan Zee mede toe geleid dat het na de fusie, op grond van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi), ingestelde preventief toezicht is opgeheven.

6

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

In tabel 1 is de totale uitkering die Voorne aan Zee uit het Gemeentefonds ontvangt (periode 2023-2028) weergegeven, zonder de effecten van de Voorjaarsnota 2025. De totale uitkering omvat naast de algemene uitkering diverse specifieke uitkeringen. Duidelijk zichtbaar is het ‘ravijn’ voor Voorne aan Zee van 2025 op 2026.

Tabel 1 Totale uitkering Voorne aan Zee uit het Gemeentefonds (in lopende prijzen)

87

6

5

.5 36

€ 140.000.000

07

3.4

€ 130.000.000

9 6.6

2

6 6.7

€1

1

€1

.73

5 .65

21

.0 30

29

€1

9 .95

5

.69

€

3 13

2 .42

7.5

3 €1

€1

€ 120.000.000

€ 110.000.000

€ 100.000.000

7

2023

2024

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

2025

2026

2027

.2 38

2028

Op weg naar de begroting 2026-2029 Om het ravijn te kunnen overbruggen zal de gemeente moeten bezuinigen. Ook kan worden overwogen om inkomsten te verhogen. Tegelijkertijd willen we blijven investeren in onze gemeente en onze voorzieningen op peil houden. Dat betekent dat we scherpe keuzes moeten maken in waar we de schaarse middelen aan uitgeven. Bij het maken van deze keuzes gaan we niet over één nacht ijs. We hebben een aantal initiatieven genomen om ervoor te zorgen dat we onderbouwde keuzes kunnen maken. In dit hoofdstuk lichten we de bestuurlijke aspecten toe. In het volgende hoofdstuk lichten we toe welke concrete stappen er genomen zijn.

Algemeen financieel beleid

Het algemene financieel beleid van het college is gestoeld op de volgende uitgangspunten: • De lasten voor onze inwoners en ondernemers mogen vanwege nieuw beleid niet stijgen. We corrigeren de belastingtarieven alleen voor inflatie. • Geen plan, geen geld. Zonder een concreet plan nemen we geen structurele verplichtingen op. Incidentele middelen zijn beschikbaar, maar eerst moet er een goed plan gemaakt worden. • Geen ‘pro memorie’ (PM) posten. We nemen geen activiteiten op waarvoor de benodigde middelen niet helder zijn. • Liever gedurende het jaar een discussie in de gemeenteraad over onvoorziene uitgaven, dan te ruim begroten. Realistisch begroten wordt waarderend toegepast. • Harmoniseren binnen de kaders van bestaande budgetten. We streven ernaar de harmonisatie niet te laten leiden tot een verhoging van de uitgaven. • Nieuwe plannen met een structureel financieel effect worden integraal gewogen als onderdeel van de planning- en controlcyclus.

Plan van aanpak uit de kadernota 2025

In aanvulling op deze algemene uitgangspunten, is in de kadernota 2025 een plan van aanpak uiteengezet hoe te komen tot invulling van de financiële

8

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

opgave voor Voorne aan Zee. Dit moet uiteindelijk leiden tot een stabiele en voorspelbare begroting voor de periode 2026-2029. Het plan van aanpak strekt zich uit over twee begrotingsjaren:

Begrotingsjaar 2025

• Begrotingsjaar 2025 sluit structureel (regulier toezichtregime). • Behoedzaam begroten zodat de structurele doorwerking naar de jaren 2026-2028 beperkt blijft. • De tekorten voor de jaren 2026-2028 worden substantieel teruggedrongen. • In samenwerking met de andere gemeenten in de regio vragen wij de besturen van de diverse Gemeenschappelijke Regelingen hun begroting aan te passen aan het financieel perspectief van de gemeenten. • Voor de resterende bezuinigingsopdracht brengen we in het vierde kwartaal van 2025 de beïnvloedbare budgetten in kaart. Een benchmark maakt onderdeel uit van dit onderzoek. Zo krijgen we zicht op de beleidsterreinen waar Voorne aan Zee een lastenniveau boven de benchmark heeft. • Bezuinigingen raken de kwaliteit van de buitenruimte en de gemeentelijke voorzieningen. Zorgvuldigheid en een goede afweging van de belangen van de inwoners van Voorne aan Zee staan dus voorop. • De resultaten van het onderzoek en de concrete bezuinigingsvoorstellen zijn in februari 2025 met de gemeenteraad gedeeld.

Begrotingsjaar 2026

• Na de beraadslaging met de gemeenteraad nemen we de concrete voorstellen uit het bovengenoemde onderzoek op in de kadernota voor de meerjarenbegroting voor 2026 (juni 2026). • Dit moet leiden tot een meerjarenbegroting 2026 waarbij in ieder geval het laatste jaar structureel sluit (regulier toezicht). • We doen er alles aan om ook de eerdere jaren sluitend te krijgen. Maar omdat bezuinigingen over het algemeen slechts met enige vertraging kunnen worden

doorgevoerd, moeten we rekening houden met een geleidelijke daling van het tekort. Dit houdt verband met onderliggende langlopende contracten, die niet direct kunnen worden opgezegd. Bovendien getuigt een overhaaste bezuinigingsronde niet van behoorlijk bestuur.

Motie ‘Gezonde Begroting met Draagvlak’

Dit plan van aanpak uit de kadernota 2025 heeft verder vorm gekregen door de motie ‘Gezonde Begroting met Draagvlak’. Deze motie draagt het college op om, in voorbereiding op de kadernota 2026 en uiteindelijk de begroting 2026, de inwoners van Voorne aan Zee en de gemeenteraad te betrekken bij de totstandkoming van de begroting 2026 en de meerjarenraming.

(Aanvullende) ombuigingsstrategie

Met de brief van 3 december 2024 heeft het college de gemeenteraad vervolgens op de hoogte gesteld van een (aanvullende) ombuigingsstrategie. Deze strategie kent de volgende uitgangspunten: • Begrotingsjaar 2025 is en blijft structureel sluitend. • We blijven behoedzaam begroten zodat de structurele doorwerking naar de jaren 2026 en verder beperkt blijft. • Daar waar de inzet eerder gericht was op een meerjarenbegroting 2026 waarbij in ieder geval het laatste jaar (2029) structureel sluit, verleggen we de scope van het onderzoek om te streven naar een structureel sluitende begroting in 2026, om onze vermogenspositie niet te veel te laten dalen. • We zetten er vol op in om potentiële ombuigingen al te effectueren in het jaar 2025. Tegelijkertijd realiseren we ons dat dit in 2025 niet tot grote resultaten/ombuigingen gaat leiden. • Wanneer we meer bezuinigingen identificeren dan het huidige begrotingstekort worden deze ook benut om ervoor te zorgen dat er ruimte ontstaat om nieuwe beleidskeuzes te (blijven) maken.

9

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

De ombuigingsstrategie gaf daarnaast de volgende spelregels: • We gaan de komende periode geen structurele verplichtingen aan die ons in de toekomst dwingen grootschalige bezuinigingen door te voeren. We kunnen het ons niet veroorloven een hypotheek op de toekomst te leggen. Met dit vertrekpunt wordt bedoeld dat het aangaan van structurele verplichtingen niet mag bijdragen aan een stijging van toekomstige lasten, maar dat ‘uitruiling’ van lasten, door iets anders te elimineren, wel tot de mogelijkheden behoort, mits het gaat om een O-O-O situatie (Onvoorzien, Onvermijdelijk en/of Onuitstelbaar) waaronder ook wettelijke verplichtingen vallen. • Wanneer het college of de raad wordt voorgesteld om beleid uit te voeren dat extra middelen vergt, op een ander moment dan bij de integrale afweging (kadernota en de begroting 2026), moet solide dekking worden aangegeven in het college/raadsvoorstel (nieuw voor oud) en er moet sprake zijn van een gedegen plan. Tenzij sprake is van externe dekking, moet in het voorstel worden aangegeven welk bestaand beleid wordt geschrapt of verminderd. Een beroep op de algemene reserve, een verwacht positief rekeningsaldo of een waarschijnlijk begrotingsoverschot is geen acceptabele dekking. De naar aanleiding van het plan van aanpak, de motie ‘Gezonde Begroting met Draagvlak’ en de ombuigingsstrategie gezette stappen, worden hierna toegelicht.

Welke stappen zijn er gezet? In dit hoofdstuk lichten we de stappen toe die naar aanleiding van het plan van aanpak, de motie ‘Gezonde Begroting met Draagvlak’ en de ombuigingsstrategie zijn gezet. Dit is een schets op hoofdlijnen.

1 . Opdracht gemeenschappelijke regelingen

Voorne aan Zee participeert onder andere in de volgende gemeenschappelijke regelingen: • Syntrophos • Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) • DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) • GGD Rotterdam-Rijnmond (GGD) • Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) • Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH) Samen met de overige colleges in de regio Rotterdam-Rijnmond (met uitzondering van Maassluis) is aan VRR, DCMR, GGD en GRJR verzocht om twee bezuinigingsscenario’s te onderzoeken; één uitgaande van 5% lagere gemeentelijke bijdragen, en één uitgaande van 10% lagere bijdragen. De VRR heeft in zijn kadernota 2026 een bezuiniging van 4% verwerkt. In september 2025 volgt definitieve vaststelling bij de begroting. DCMR heeft besloten om vanaf 2025 3% te bezuinigen. Daarnaast neemt de DCMR een inspanningsverplichting op zich om vanaf 2025 tot een verlaging van 2% op overhead te komen. De GGD heeft nog geen bezuinigingen vastgesteld. GRJR verwijst naar de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK), die tot doel heeft om te komen tot een betere kostenbeheersing. In zijn kadernota 2026 heeft de MRDH opgenomen dat het mogelijkheden ziet om 5% te bezuinigen.

10

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Hoewel er dus enige beweging is getoond, is cumulatief de onderste trede van een 5% lagere bijdrage nog niet gerealiseerd. Vooralsnog houden de gemeenten wel vast aan deze vraag en zal daarover verder het gesprek met de besturen van de gemeenschappelijke regelingen worden aangegaan. Inzet blijft een minimale bezuiniging van 5% maar in meerdere jaarlijkse stappen. Het effect van het ravijnjaar is immers structureel, daarbij passen geen incidentele oplossingen. Uitgangspunt daarbij blijft wel om voorstellen van de gemeenschappelijke regelingen op inhoud te beoordelen en de gevraagde bezuinigingen niet (als ‘stok achter de deur’) te vermengen met de systematiek van jaarlijkse indexering. De systematiek van de jaarlijkse indexering wordt overigens op dit moment geëvalueerd.

2. Onderzoek beïnvloedbare begroting

In lijn met het plan van aanpak heeft Berenschot in het laatste kwartaal van 2024 onderzocht welk deel van de begroting van Voorne aan Zee beïnvloedbaar is. Over de uitkomsten van dit onderzoek is de raad op 18 februari 2025 geïnformeerd. Het onderzoek van Berenschot richt zich op de mate van beleidsvrijheid binnen de verschillende begrotingsprogramma’s. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen wettelijke taken, convenanttaken en autonome taken. Belangrijk om op te merken is, dat de analyse financieel-technisch van aard is en dus geen rekening houdt met politieke wenselijkheid, maatschappelijke risico’s of haalbaarheid. Wel biedt het onderzoeksrapport inzicht in de bestuurlijke keuzeruimte voor noodzakelijke bezuinigingen en de gevolgen daarvan op de uitvoering van taken.

Uit de analyse van Berenschot volgt dat de beïnvloedbare ruimte in de begroting toeneemt van 20% in 2026 naar 22% in 2028. Dit komt neer op een theoretisch structureel beïnvloedbare ruimte van € 50 miljoen in 2026 tot € 53 miljoen in 2028. Zie tabel 2. Tabel 2 Beïnvloedbare ruimte op de gehele begroting van Voorne aan Zee Begroting x € 1,0 mln.

15%

20%

20%

22%

€212

€200

€195

€192

In tabel 3 is voor de verschillende begrotingsprogramma’s de beïnvloedbare ruimte in de begroting 2028 gepresenteerd. Tabel 3 Beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare ruimte begroting 2028 van Voorne aan Zee

11

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Deze theoretisch beïnvloedbare ruimte voor het begrotingsjaar 2028 is vervolgens door Berenschot, in samenwerking met de ambtelijke organisatie, vertaald naar concrete maatregelen (‘knoppen’). De hoogte van deze mogelijke concrete maatregelen bedraagt € 37 miljoen in 2028. Tabel 4 bevat een onderverdeling naar programma. De hoogte van de concrete maatregelen wijkt af van de theoretische beïnvloedbare ruimte. Dit komt doordat er hierbij gekeken is naar welke maatregelen, realistisch gezien ingevoerd zouden kunnen worden, om daadwerkelijk tot resultaat te leiden. Tabel 4 Saldo besparing 2028 door concrete maatregelen

De concrete maatregelen hebben materieel effect (voornamelijk materiële budgetten, eerste-orde-effect), en in een aantal gevallen ook een personele component (tweede-orde-effect) en als afgeleide daarvan een overheadonderdeel (derde-orde-effect). De gepresenteerde personele ruimte en overhead ruimte zijn daarmee geen afzonderlijke knoppen om aan te draaien, maar altijd afhankelijk van de inhoudelijke keuzes.

3. Inwonersparticipatie

In lijn met de motie ‘Gezonde begroting met draagvlak’, heeft het college in aanloop naar deze kadernota zowel de raad als de inwoners van Voorne aan Zee betrokken. Dit vanuit de overtuiging dat vroegtijdige betrokkenheid van de raad en de inwoners ideeën kan opleveren voor het sluitend krijgen van de begroting. Bovendien kan vroegtijdige betrokkenheid ook bijdragen aan begrip voor de grote opgave waar de gemeente voor staat, en de moeilijke keuzes die daarmee samenhangen.

Wat vinden inwoners belangrijk?

Om te kunnen onderzoeken wat inwoners belangrijk vinden, hebben we, op initiatief van de raad, een participatieaanpak ontwikkeld. Deze aanpak was erop gericht richtingen op te halen voor bezuinigingen, kostenbesparingen en het verhogen van de inkomsten. Inwoners zijn geraadpleegd over onderwerpen als veiligheid, gezondheidszorg, onderwijs, en (beheer van) de openbare ruimte. Het collegeprogramma 2023-2026 diende daarbij als kapstok. Vanwege de beperkt beschikbare tijd hebben we keuzes moeten maken in de aanpak en de methoden. Inwoners konden hun mening geven via een vragenlijst, zowel digitaal als op papier en via straatinterviews. Voor de vragenlijst hebben we gebruik gemaakt van het Voorne aan Zee panel. Specifieke groepen, zoals jongeren, zijn actief benaderd om deel te nemen. De enquête is door 1.735 inwoners ingevuld. Uit de resultaten van de enquête komt efficiency als een van de voornaamste bezuinigingsopties naar voren. Daarbij geeft bijna de helft van de respondenten aan dat de gemeente haar serviceniveau zou mogen verlagen als daardoor bespaard kan worden. Opvallend is ook dat inwoners aangeven dat deze efficiency deels zou kunnen worden gerealiseerd door inwoners te stimuleren zelf dingen samen met buurtgenoten te laten organiseren, die nu nog de verantwoordelijkheid zijn van de gemeente.

Dergelijke initiatieven zouden kunnen bijdragen aan het verbeteren van bijvoorbeeld de veiligheid, het groenonderhoud en het schoonhouden van de leefomgeving. De dorps- en wijkraden zouden hier een belangrijke rol kunnen spelen. Tegelijkertijd worden veiligheid, natuur en groen gezien als onderwerpen waar de gemeente juist niet op zou moeten bezuinigen.

12

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Ditzelfde geldt voor zorg en onderwijs. Een hogere prijs betalen voor de huidige dienstverlening heeft zeker niet de voorkeur. Samengevat vinden inwoners dat: • er geld moet blijven voor veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs; • als er bezuinigd moet worden, dat het beste kan op de ambtelijke organisatie, de opvang van nieuwkomers en kunst en cultuur; • beter het serviceniveau van de gemeente verlaagd kan worden, dan dat de kosten daarvan worden verhoogd. Het college heeft de resultaten uit de enquête zo goed mogelijk gebruikt bij de gedachtenvorming over de bezuinigingsopties. Daarnaast kunnen de resultaten ook worden gebruikt voor oordeelsvorming over prioritering bij het terugdraaien van bezuinigingsopties, mocht er eventueel toch voldoende budgettaire ruimte ontstaan.

4. Inbreng gemeenteraad

Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 4 maart 2025 heeft Berenschot de onderzoeksresultaten toegelicht. Deze bijeenkomst is goed bezocht en heeft geleid tot waardevolle inzichten. Een rode draad in de feedback van de gemeenteraad is dat het college eerst wordt gevraagd efficiencyslagen te maken en ander ‘laaghangend fruit’ te identificeren, alvorens opties te presenteren die de inwoner in de portemonnee raken. Als dergelijke opties toch noodzakelijk worden, heeft het de voorkeur gerichte bezuinigingen op het dienstenpakket door te voeren en pas daarna voor batenverhogende maatregelen, zoals belastingverhogingen, te kiezen. Op 8 mei 2025 is er een vervolgbespreking geweest met de raad, waarbij in meer detail is ingegaan op de mogelijke opties en de gevolgen daarvan voor de begroting.

Wat hebben we gedaan met deze resultaten?

De resultaten van de bijeenkomsten met de gemeenteraad hebben we gebruikt bij het opstellen van deze kadernota. Niet alle resultaten zullen één-op-één terug te vinden of te herleiden zijn. Soms is er sprake van verschillende of zelfs tegengestelde wensen of belangen. Uiteindelijk heeft het college een afweging in al die belangen gemaakt. De criteria die als uitgangspunt hebben gediend, zijn zowel het collegeprogramma, als maatregelen die de inwoners zo min mogelijk raken.

Tijdlijn kadernota en begroting 2026: de belangrijkste data

Legenda Kadernota

13

Begroting

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Actualisatie financieel perspectief 2026-2029 Voor een zo compleet mogelijk beeld van het financieel perspectief voor de jaren 2026-2029 vormen de begrotingssaldi uit de meerjarenbegroting 2025 de basis. Deze begrotingssaldi zijn geactualiseerd op basis van de tweede bestuursrapportage 2024.

Tabel 5

Beginstand raming 2026-2029

2026

2027

2028

2029

7.264

6.748

5.909

5.683

775

615

-364

-424

Begrotingssaldo

8.039

7.363

5.545

5.259

Voorlopige mutaties 1e berap 2025

-510

-714

-1.307

-1.307

Saldo kadernota

-7.945

-8.133

-4.297

-4.382

Saldo indexeringen

-1.413

-1.413

-1.413

-1.413

Claims en ontwikkelingen

4.720

4.935

5.650

6.265

Bezuinigingen Berenschot

-2.425

-3.360

-4.035

-4.710

Bezuinigingen efficiency en baten

-3.444

-3.406

-3.570

-3.530

Voorlopige effecten Voorjaarsnota rijk 2025

-5.383

-4.889

-929

-994

Financieel perspectief 2026 - 2029

-416

-1.484

-59

-430

(saldo na 1e berap 2025) x1.000

Actueel saldo meerjarenbegroting 2025 Saldo incidentele baten en lasten

14

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Het saldo van de wijzigingen uit de eerste bestuursrapportage 2025 met structurele doorwerking naar 2026-2029 wordt daarbij opgeteld. Tot slot worden daarbij de effecten zoals beschreven in deze kadernota opgeteld. Per saldo leidt dit voor alle begrotingsjaren tot een overschot.

Mutaties algemene uitkering

Op 17 april 2025 publiceerde het rijk de Voorjaarsnota 2025, met daarin belangrijke wijzigingen voor het Gemeentefonds. Voor 2025 tot en met 2027 komt er voor gemeenten cumulatief ongeveer € 3 miljard beschikbaar voor jeugdzorg en om de terugval vanaf 2026 in het Gemeentefonds deels te dempen. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Dit betreft onder meer de implementatie van een eigen bijdrage en betere sturing op de trajectduur. Vanaf 2028 begroot het rijk vanaf

2028 ook aanvullende besparingen in de jeugdzorg als gevolg van gewijzigde indexering van de opbrengst van de (maatregelen van de) Hervormingsagenda. De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Het rijk veronderstelt een hogere besparing aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Het effect voor Voorne aan Zee van de specifieke maatregelen uit de Voorjaarsnota 2025 is weergegeven in onderstaande tabel. Het weergegeven effect betreft een interne raming op basis van bekende parameters. De precieze impact volgt uit de meicirculaire die bij het ‘ter perse gaan’ van deze Kadernota nog niet beschikbaar is.

Tabel 6 Voorlopige effecten Voorjaarsnota 2025

Additioneel effect maatregelen Voorjaarsnota 2025

2026

2027

2028

2029

Demping terugval Gemeentefonds vanaf 2026

-1.291

-1.325

-1.257

-1.229

Aanvullende middelen Hervormingsagenda Jeugd

-1.149

-860

-955

-1.015

Tekorten Jeugdzorg voor rijk

-1.336

-1.300

-1.263

-1.229

Verzachting groeipad maatregelen Hervormingsagenda Jeugd

-1.607

-1.404

-

-

Introductie eigen risico Jeugdzorg

-

-

793

772

Sturing op trajectduur Jeugdzorg

-

-

207

202

Indexering opbrengst Hervormingsagenda Jeugd

-

-

1.546

1.505

-5.383

-4.889

-929

-994

(bedragen x 1.000)

TOTAAL

15

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Mutaties Loon- en prijsontwikkeling

In tabel 7 zijn de grondslagen voor indexering toegelicht. Het meerjarenbeeld 2027 tot en met 2029 is gebaseerd op constante prijzen.1 Dat wil zeggen dat het prijspeil 2026 ook voor die jaren wordt gehanteerd. Onderstaand zijn de verschillende indexeringspercentages weergegeven.

Tabel 7 Grondslagen voor indexering

Omschrijving Belastingen, heffingen en overige tarieven Algemene uitkering Loonontwikkeling (inclusief sociale lasten)

Goederen en diensten

Grondslag

Bron

3,8% indexering

Consumentenprijsindex (CPI) van februari 2025 van het Centraal bureau voor de statistiek (CBS)

Voorjaarsnota 2025

Rijksoverheid

2026

2027

2028

2029

Programma 1 Bestuur

-92

-92

-92

-92

Programma 2 Wonen

-880

-880

-880

-880

Programma 3 Werken

-9

-9

-9

-9

Programma 4 Leven

-0

-0

-0

Programma 5 Middelen

-664

-664

-664

-664

Totaal

-1.645

-1.645

-1.645

-1.645

Indexering overige tarieven (bedragen x 1.000).

2026

2027

2028

2029

-0

CAO-ontwikkeling 2,6% Voorlopig bovenop al meegenomen onderhandelingsresultaat loonontwikkeling van 5,2% VNG

Programma 1 Bestuur

-15

-15

-15

-15

Programma 2 Wonen

-588

-588

-588

-588

Prijs Bruto Binnenlands Product (PBBP) Septembercirculaire 2024 (jaarschijf 2026)

Programma 3 Werken

-6

-6

-6

-6

Programma 4 Leven

-196

-196

-196

-196

Programma 5 Middelen

-30

-30

-30

-30

Totaal

-835

-835

-835

-835

2,6% indexering

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen, DCMR, GGD, GRJR en VRR

5,2% indexering of individuele afspraken

Bijdrage gemeenschappelijke regelingen, overige

Nullijn of individuele afspraken

Subsidies

Indexering belastingen en heffingen (bedragen x 1.000).

Geen indexering

1 Constante prijzen betekent dat alle lasten en baten in de begroting worden uitgedrukt in euro’s van het begrotingsjaar. Er wordt dus voor de latere jaren in de begroting geen rekening gehouden met inflatie. Wanneer het effect van de inflatie buiten beschouwing wordt gelaten, ontstaat een beter inzicht in het reële verloop van lasten en baten.

16

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Indexering algemene uitkering Gemeentefonds (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Programma 5 Middelen Totaal

-5.200 -5.200

-5.200 -5.200

-5.200 -5.200

-5.200 -5.200

Loonontwikkeling (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Programma 1 Bestuur (stelpost) Totaal

1.400 1.400

1.400 1.400

1.400 1.400

1.400 1.400

Indexering goederen en diensten (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Programma 1 Bestuur (stelpost) Totaal

2.600 2.600

2.600 2.600

2.600 2.600

2.600 2.600

Indexering gemeenschappelijke regelingen (bedragen x 1.000)

2026

2027

2028

2029

Programma 1 Bestuur Programma 2 Wonen Programma 3 Werken Programma 4 Leven Programma 4 Leven: GRJR Programma 5 Middelen Totaal

537 136 4 52 1.509 29 2.267

537 136 4 52 1.509 29 2.267

537 136 4 52 1.509 29 2.267

537 136 4 52 1.509 29 2.267

17

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Autonome ontwikkelingen en actualisaties (Onvoorzien - Onvermijdelijk - Onuitstelbaar) Incidenteel (I) en Structureel (S) Bedragen x1.000

Bijstelling 1A: Maatregelen informatieveiligheid

2026

2027

2028

2029

Maatregelen informatieveiligheid (S)

100

100

100

100

Bestuursopdracht 1.B (verbouwing) gemeentehuis Hellevoetsluis (S)

-

-

500

500

Voertuig Hellevoetse reddingsbrigade (S)

13

13

13

12

1.D JOP Oostvoorne (S)

-

5

5

5

113

118

618

617

Voorbereidingskosten Trambaanpad (I)

100

-

-

-

IBK+ (wegen, groen, 2.B bomen en civieltechnische kunstwerken) (S)

2.938

3.248

3.463

3.929

3.038

3.248

3.463

3.929

Programma 1 Bestuur 1.A

1.C

Totaal programma 1 Bestuur (lasten) Programma 2 Wonen 2.A

Totaal programma 2 Wonen (lasten)

Bijstelling 1B: Bestuursopdracht (verbouwing) gemeentehuis Hellevoetsluis

In de vastgestelde huisvestingsvisie voor de korte en middellange termijn staat dat het bestuur en ambtelijke organisatie werken vanuit één, hybride werkende, hoofdlocatie. Daarmee wordt ook beoogd om de fysieke dienstverlening aan te bieden vanuit één loket en daarmee ook op één locatie. Via de bestuursopdracht wordt hier verder uitvoering aan gegeven.

Bijstelling 1C: Voertuig Hellevoetse reddingsbrigade

In de dienstverleningsovereenkomst (DVO) is bepaald dat het voertuig van de Hellevoetse reddingsbrigade wordt vergoed door de gemeente. Hiervoor zijn de kapitaallasten opgenomen.

Bijstelling 1D: JOP Oostvoorne

Programma 4 Leven 4.A

Financiële effecten Kadernota GRJR (S)

4.B

Business case Streekarchief (S)

1.569

1.569

1.569

1.569

-

-

-

150

Totaal programma 4 Leven (lasten)

1.569

1.569

1.569

1.719

Saldo bijstellingen autonoom/actualisatie

4.720

4.935

5.650

6.265

18

Gemeenten moeten meer investeren in informatieveiligheid vanwege de toename van cyberdreigingen en de digitalisering van diensten, wat de risico’s op datalekken vergroot. Wetgeving zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) verplicht om persoonlijke gegevens adequaat te beschermen om boetes en reputatieschade te vermijden. Publiek vertrouwen is cruciaal, en een datalek kan dit ernstig schaden. Daarnaast kunnen cyberaanvallen leiden tot aanzienlijke financiële schade en verstoring van kritieke infrastructuur. Investeringen in informatieveiligheid (NIS2) helpen deze risico’s te minimaliseren en zorgen voor een veilige en betrouwbare dienstverlening aan inwoners.

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Een ontmoetingsplek voor jongeren is één van de maatregelen die wordt genomen vanuit de jongerenaanpak Oostvoorne. Hiervoor zijn de kapitaallasten opgenomen.

Bijstelling 2A: Voorbereidingskosten Trambaanpad

Voorbereidingskosten vanuit de realisatieovereenkomst Trambaanpad.

Bijstelling 2B: IBK+

Het Integraal Beheerkader Plus (IBK+) Voorne aan Zee beschrijft de bestuurlijke ambities en de toekomstige opgave voor het beheer van de openbare ruimte in de gemeente Voorne aan Zee. In april 2024 is het IBK vastgesteld. In het IBK is het ambitieniveau van het beheer van de buitenruimte geharmoniseerd voor de gehele gemeente Voorne aan Zee. Inmiddels hebben we het hele beheerareaal van de gemeente Voorne aan Zee laten valideren en gecontroleerd of de beheerbudgetten toereikend waren. Hieruit blijkt dat voor groen, bomen en wegen de beheerbudgetten niet toereikend zijn. Om te voldoen aan het niveau scenario 2 is het noodzakelijk om de beheerbudgetten te verhogen.

Bijstelling 4A: Financiële effecten Kadernota GRJR

De Kadernota GRJR heeft grote nadelige effecten voor de begroting van de gemeente Voorne aan Zee. Gezien de open einderegeling wordt het noodzakelijk geacht deze ramingen aan te passen. Het bedrag dat is opgenomen dient voor de verwachte volumestijging.

Bijstelling 4B: Business case streekarchief (inschatting)

Om te voldoen aan de Archiefwet zijn investeringen in het streekarchief noodzakelijk, dit betreft een inschatting. Het uiteindelijke bedrag zal afhankelijk zijn van de besluiten die nog genomen moeten worden.

19

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Voorstellen om het tekort te verkleinen Bijstelling 1E: Formatiereductie college

Dit hoofdstuk bevat de budgettaire voorstellen ter verkleining van de tekorten.

Dit voorstel betreft vanaf de nieuwe collegeperiode een verlaging van het aantal wethouders binnen de wettelijke norm. Het minimum aantal wethouders is 2 voor alle gemeenten. Hiermee wordt het aantal wethouders verlaagd naar 5 fte.

Uit het Onderzoek beïnvloedbare begroting Berenschot Incidenteel (I) en Structureel (S) Bedragen x1.000

2026

2027

2028

2029

Programma 1 Bestuur Formatiereductie college (1,0 fte) (S) Stoppen post boa-post 1.F Oostvoorne (Pinnepot) (S) Inzet Strategische Personeelsplanning (SPP) 1.G 1,25% formatiereductie per jaar (S) Centraal inhuurbudget 1.H verlagen met 33% (S) Totaal programma 1 Bestuur (lasten) 1.E

0

-135

-135

-135

-15

-15

-15

-15

-675

-1350

-2.025

-2.700

-1.125

-1.125

-1.125

-1.125

-1.815

-2.625

-3.300

-3.975

-365 -365

-365 -365

-365 -365

-365 -365

-125

-250

-250

-250

-120 -245

-120 -370

-120 -370

-120 -370

Saldo bijstellingen Onderzoek beïnvloedbare begroting -2.425

-3.360

-4.035

-4.710

Programma 2 Wonen 2.C Mutaties Woonbedrijf (S) Totaal programma 2 Wonen (baten) Programma 4 Leven Bezuiniging persoonsgebonden budget jeugd (S) 4.D Bezuiniging 75+ pas (S) Totaal programma 4 Leven (lasten) 4.C

20

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Bijstelling 1F: Stoppen boa-post Oostvoorne

In het verlengde van de fusie kan de boa-post in Oostvoorne gesloten worden. Dit is in lijn met de doelstelling om de zichtbaarheid van boa’s op straat te vergroten.

Bijstelling 1G: Inzet Strategische Personeelsplanning (SPP)

Organisaties in de publieke sector zijn continu in beweging. Veranderingen binnen én buiten een organisatie hebben invloed op de personele bezetting, op korte en lange termijn. Aan de slag gaan met SPP is geen optie meer, maar pure noodzaak om ervoor te zorgen dat in de toekomst de juiste mens op de juiste plek zit. Dan moeten we denken aan de gewenste formatie en de verwachte bezetting in de toekomst. Welke afwijkingen zijn er dan? Welke scenario’s kunnen we bedenken om hier adequaat mee om te gaan? Strategische Personeelsplanning is een hulpmiddel om van ‘de waan van de dag’ te komen naar ‘de beste oplossing voor de toekomst’ en organisatiedoelstellingen te vertalen naar (personeels)beleid en activiteiten. Het gaat om de kwantiteit van het personeel (aantallen), de kwaliteit van het personeel (kennis/skills, maar ook houding), de kosten van het personeel (in relatie tot beschikbare budgetten) en tot slot de flexibiliteit van personeel (agility/veerkracht). Door het inzetten van strategische personeelsplanning krijgt de organisatie meer grip op de personele behoeften, gericht op een duurzame toekomst en met een focus op de prioriteiten van Voorne aan Zee. Op korte termijn verwachten we jaarlijks een reductie van 1,25% van de loonsom te kunnen realiseren. Met nog meer focus op onze prioriteiten brengen we niet alleen het heden in beeld, maar ook de toekomst.

Door het hanteren van

kwalitatieve en kwantitatieve data en analyses kunnen we sturen op 1,25% reductie van de loonkosten per jaar, dus 5% na vier jaar. Er wordt gewerkt aan een gedetailleerd plan om deze verlaging van de loonsom via natuurlijk verloop, dus zonder gedwongen ontslagen, te realiseren.

Bijstelling 1H: Centraal inhuurbudget verlagen

het investeringsniveau voor de bouw- en verduurzaming opdracht sterk daalt. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zoekt naar mogelijkheden om de corporaties te compenseren en de koepelorganisatie wooncorporaties Aedes, heeft aangekondigd naar de rechter te stappen. Gezien de onzekerheden is met deze aangekondigde maatregel in de kadernota geen rekening gehouden.

Bijstelling 2C: Mutaties Woonbedrijf

Er is verder een optimalisatie mogelijk in relatie tot de aftopping (streefhuur) van huurprijzen die Voorne aan Zee hanteert. Wij stellen de huurprijs op maximaal 75% van de maximale huur die we mogen vragen voor een specifieke woning (puntensysteem). Bij een huurderswissel kan dit worden losgelaten. Het Woonbedrijf kent ongeveer 60 huurderswisselingen per jaar. De hier opgenomen bedragen zijn een inschatting van het positieve effect op de huurbaten als we de aftopping niet meer toepassen. Bij mutatie worden de huren van deze woningen vaak opwaarts bijgesteld en op hoogte van de streefhuur gebracht (75% van de wettelijk maximaal toegestane huur). Zeker bij woningen die lang aan dezelfde huurder verhuurd zijn geweest liggen de huren aanzienlijk lager dan de streefhuur. Voor de opwaartse bijstelling wordt niet gebudgetteerd, maar er is wel jaarlijks een positief rekening effect. Voorstel is om deze ‘herwaardering’ op basis van 6 mutaties per jaar op te nemen in de begroting 2026.

Binnen Voorne aan Zee werken we met budget- en formatiesturing. Budgethouders hebben tot op zekere hoogte de vrijheid om te schakelen tussen vast en flexibel personeel binnen de financiële en formatieve kaders. Dit betekent dat het management beschikt over één personeelsbudget waaruit vaste medewerkers en flexibele inhuur wordt betaald. Deze budgetten worden continue gemonitord, waarbij wordt gestuurd op het totale personeelsbudget (vast + inhuur). Er wordt beperkte inhuur in onze begroting geraamd, aangezien in de praktijk de inhuur grotendeels gedekt wordt uit de vacatureruimte. Er zijn in het afgelopen jaar dashboards ontwikkeld die ons in staat stellen de beschikbare vacaturegelden beter te voorspellen. Hierdoor kunnen we inhuurbudgetten steeds realistischer ramen en eventuele onderuitputting van personeelsbudgetten te voorkomen.

Voorne aan Zee verhoogt de huren trendmatig onder het wettelijk toegestane verhogingspercentage. Indien de huren worden verhoogd met het maximale percentage stijgen de huren licht ten opzichte van de huidige praktijk. De opgenomen extra huurpenningen zijn gebaseerd op de 5-jarige trend (2020 - 2024). Rond deze tijd wordt de wettelijk maximale huurverhoging bekend gemaakt, waarop het woonbedrijf de huurverhoging baseert (fractioneel lager zoals hierboven al is aangegeven). Daarnaast is de gebudgetteerde huurverhoging lager (2% in de begroting 2025) dan de huurverhoging die het Woonbedrijf doorvoert (iets onder de wettelijk toegestane verhoging van ruim 4%). Hierdoor zijn de werkelijke huurinkomsten altijd hoger dan de raming in de begroting. Voorstel is om de raming voor 2026 op 3% te stellen. We ramen de huuropbrengsten hiermee realistischer, zonder dat dit gevolgen heeft voor de reële huurprijs. In de voorjaarsnota heeft de regering aangekondigd de sociale huizenprijzen twee jaar te bevriezen. Dit heeft als onvoorzien effect dat

21

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Bijstelling 4C: Bezuiniging persoonsgebonden budget (pgb) Jeugd

Door de ‘verordening jeugdhulp 2025’ wordt strakker ingezet op de inzet van pgb’s door de maximale vergoeding te verlagen ten opzichte van zorg in natura. Dit zou vanaf eind 2025 een vermindering van het aantal pgb’s moeten opleveren. Vanuit de organisatie wordt de gepresenteerde beïnvloedbare ruimte vanaf 2026 als realistisch ingeschat, onder andere door andere inkoop en tariefdifferentiatie.

Bijstelling 4D: Bezuiniging 75+ pas

Beëindiging van de niet-wettelijke taak om vervoer te vergoeden voor inwoners met een leeftijd van 75+. Indien deze inwoners dit vervoer wel nodig hebben, kan hiervoor op grond van de WMO vergoeding voor worden aangevraagd.

Efficiency – laaghangend fruit

Dit hoofdstuk bevat mede de budgettaire voorstellen, voortkomend uit de input vanuit de raad en inwoners ter verkleining van de tekorten. Incidenteel (I) en Structureel (S) Bedragen x1.000

2026

2027

2028

2029

Programma 1 Bestuur 1.I

Bezuiniging gemeenschappelijke regeling VRR (4%) (S)

Zie hiervoor het hoofdstuk Opdracht gemeenschappelijke regelingen.

Bijstelling 1J: Bezuiniging MRDH (6,2%)

Zie hiervoor het hoofdstuk Opdracht gemeenschappelijke regelingen.

Bijstelling 1K: Kortere openingstijden 1e en 2e etage gemeentehuis (Hellevoetsluis)

-240

-240

-240

-240

1.J Bezuiniging MRDH (6,2%) (S)

-15

-15

-15

-15

Kortere openingstijden 1e en 2e etage

-25

-25

-25

-25

De bezettingsgraad op de werkplekken op de 1e en 2e verdieping is in de avonduren, maar zeker ook op vrijdagmiddag laag. Wanneer we deze plekken zouden sluiten op voornoemde uren, dan leidt dit tot een besparing op inzet van personeel (facilitaire zaken) en energie.

-280

-280

-280

-280

Bijstelling 2D: Bezuiniging DCMR (3%)

1.K

Totaal programma 1 Bestuur (lasten)

Zie hiervoor het hoofdstuk Opdracht gemeenschappelijke regelingen.

Programma 2 Wonen 2.D Bezuiniging DCMR (3%) (S)

-60

-60

-60

-60

Bezuiniging Recreatieschap 2.E Voorne-Putten (S)

-20

-20

-20

-20

-80

-80

-80

-80

Totaal programma 2 Wonen (lasten)

Bijstelling 2E: Bezuiniging Recreatieschap Voorne- Putten

Het Recreatieschap Voorne-Putten heeft invulling gegeven aan de taakstellende bezuiniging.

Bijstelling 4E: Efficiencyslag sportexploitaties

Programma 4 Leven 4.E

Efficiencyslag sportexploitaties (S)

4.F

Financiële effecten Bestuursopdracht Sociaal Domein (S)

Totaal programma 4 Leven (lasten)

-200

-200

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.200

-1.200

Programma 5 Middelen Stelpost kapitaallasten op basis 5.A van realisatiepercentage van 80% (S) (lasten)

-1.484

-1.446

-1.410

-1.370

Kostendekkendheid leges naar 90% (S) (baten)

-600

-600

-600

-600

Totaal programma 5 Middelen (saldo baten en lasten)

2.084

2.046

2.010

1.970

Saldo bijstellingen efficiency - laaghangend fruit

-3.444

-3.406

-3.570

-3.530

5.B

22

Bijstelling 1I: Bezuiniging gemeenschappelijke regeling VRR (4%)

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Betreft een deel van de salarislasten van de medewerkers op het gebied van sportaccommodaties. De inschatting van de beïnvloedbare ruimte is gebaseerd op natuurlijk verloop (8%).

Bijstelling 4F: Financiële effecten Bestuursopdracht Sociaal Domein

Door de drie programma’s Jeugd(zorg) in balans, Subsidies in lijn en Toegang te combineren, streven we naar een samenhangende aanpak. Dit leidt tot kostenbeheersing in de jeugdhulp, efficiënte en doelgerichte inzet van subsidies en een verbeterde toegankelijkheid van onze dienstverlening. Het resultaat van de bestuursopdracht ‘Van grip en begrip naar resultaat’ is een geïntegreerd sociaal domein, waarmee beter aan de behoeften van de inwoners kan worden voldaan en tegelijkertijd financiële duurzaamheid wordt waarborgt.

Bijstelling 5A: Stelpost kapitaallasten op basis van realisatiepercentage van 80%

Jaarlijks is sprake van een afwijking tussen de geraamde investeringsbedragen en de daadwerkelijke realisatie. Onze investeringsambities zijn kortom groter dan wat er redelijkerwijs gerealiseerd kan worden. Analyse leert dat dit verklaard wordt door diverse (externe) factoren, zoals beschikbaarheid van aannemers, beschikbaarheid van materieel, inspraak op bestemmingsplannen en capaciteit. Op basis van de realisatie in de afgelopen jaren is nu de voorzichtige verwachting dat van het totale investeringsprogramma per jaar ongeveer 80% kan worden gerealiseerd. Vanwege de eerdergenoemde factoren is het niet mogelijk om vooraf aan te geven op welke specifieke investeringen dit betrekking heeft. In het begrotings- en meerjarenbeeld wordt daarom een bijstelling (stelpost) voor realistisch ramen opgenomen die aansluit bij de aanname dat in een jaar maximaal 80% wordt besteed.

Bijstelling 5B: Kostendekkendheid leges naar 90%

In de begroting 2025 is opgenomen dat het percentage kostendekkendheid inzake de leges 78% bedraagt. Landelijk gezien is dit percentage gangbaar, echter is het realistisch om dit percentage te verhogen naar circa 90%. Dit leidt niet tot een algemene lastenverzwaring, maar raakt alleen die inwoners en ondernemers die een gemeentelijke dienst afnemen.

Vooralsnog geen lagere indexering materiële budgetten

Door het maken van keuzes binnen activiteiten, zoals het uitvoeren van activiteiten op een lager niveau, het faseren van prioriteiten, of het schrappen van onderdelen zou het haalbaar moeten zijn om een lagere indexering toe te passen op de materiële budgetten. Deze bezuinigingsoptie is nu echter niet toegepast.

23

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Overige ontwikkelingen

In lijn met het algemeen financieel beleid zijn in deze kadernota geen ‘pro memorie’ posten opgenomen. We nemen geen activiteiten op waarvoor de benodigde middelen niet helder zijn. Desalniettemin acht het college het van belang om in deze paragraaf kort stil te staan bij een aantal van deze nog niet kwantificeerbare ontwikkelingen. Ze onderstrepen mede de noodzaak om te komen tot een structureel sluitende begroting.

Verduurzamingsopgave

Momenteel brengen we de verduurzamingsopgave voor de langere termijn voor het gemeentelijk vastgoed met de bijbehorende investeringen in beeld. Deze opgave is op dit moment nog niet begroot. Het betreffen vrijwel allemaal te activeren investeringen. Dekking kan deels gevonden worden in subsidiëring. In de loop van dit jaar worden de uitkomsten verwacht. Kleinere verduurzamingsinvesteringen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar zijn al begroot. Er worden geen grote investeringen voorzien voor 2026. De benodigde investeringen voor de langere termijn worden verwerkt in de begroting voor 2027 en verder.

Energietransitie

Uitvoering programma Energietransitie. We hebben de komende jaren voldoende budget voor de voorbereidingen op onze opgave energietransitie. Afhankelijk van de te maken keuzes zal duidelijk worden welke investeringen er nog nodig zullen zijn. Voor de investeringen die nodig zijn voor de warmtetransitie staat nu al vast dat extra middelen hiervoor noodzakelijk zijn. Maar de hoogte hiervan is afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden.

24

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

Mobiliteitsvisie

Uitvoeringsagenda mobiliteitsvisie. Afhankelijk van de maatregelen en de keuzes van college en raad hangen hier extra investeringen (in wegen) mee samen, die deels met cofinanciering van MRDH kunnen worden gerealiseerd.

Aanzanding kust

Het Uitvoeringsplan visie Aanzanding Kust kan deels betaald worden uit het budget van de Regiodeal Next Step en deels uit Netten op Zee. Afhankelijk van het ambitieniveau van de raad, verwachten we mogelijk extra investeringen in het Badstrand of bij het Oostvoornse Meer. Dit is nu niet begroot.

Vastgoed

We werken aan een bestuursopdracht voor herontwikkeling van gemeentelijk vastgoed. Dit betreft onder meer het Arsenaal/de infirmerie, het gemeentehuis Rockanje en de leegstaande panden aan de rotonde op de Tolweg/Rijksstraatweg). Afhankelijk van de te kiezen strategie kan het zijn dat hier ook (forse) investeringen mee gemoeid zijn om de panden geschikt te maken voor de beoogde functie. Maar verkoop is natuurlijk ook een optie. De keuze op hoofdlijn wordt in 2025 voorzien. De mogelijke financiële gevolgen zijn op dit moment nog niet in te schatten en daarmee niet begroot.

Tot slot Met het hiervoor beschreven pakket aan gerichte maatregelen ontstaan voor de gehele begrotingsperiode 2026-2029 overschotten. Dit is gelukt door behoudend te begroten en kritisch te zijn. Dat we in staat zijn om deze begroting met overschotten te presenteren, zonder directe inzet van reserves, getuigt van een gezonde financiële basis. Het biedt bovendien ruimte om in te spelen op kansen en uitdagingen die zich in de komende jaren voordoen, en vormt een solide fundament voor een voortvarende en evenwichtige ontwikkeling van onze gemeente. Ondanks dat inzet van de algemene reserve niet noodzakelijk is acht het college het van belang om een aantal punten met betrekking tot de inzet van de algemene reserve te belichten. Door een wijziging in de regelgeving is het toegestaan om, onder voorwaarden, het structurele saldo met een onttrekking aan de algemene reserve sluitend te maken. Hiervoor mag jaarlijks maximaal 10% van het algemene reserve surplus (algemene reserve - weerstandsvermogen) onttrokken worden. Bovendien moet de solvabiliteitsratio minimaal 20% bedragen. De vermogenspositie van Voorne aan Zee is voldoende om in de toekomst eventueel onttrekkingen aan de algemene reserve te doen, zonder dat dit gevolgen heeft voor het toezichtsregime van de provincie Zuid-Holland.

Een belangrijk punt is echter dat de gemeente Voorne aan Zee zelf de regie houdt bij het toewerken naar financieel evenwicht nu en in de toekomst. Daarbij past repressief (regulier) toezicht. Daarbij past ook dat niet lichtvaardig een beroep op de algemene reserve wordt gedaan. Onze inspanningen blijven er steeds op gericht zijn de belangen van de gemeente en haar inwoners zo goed mogelijk te behartigen. We zullen in voorkomende gevallen doen wat nodig is om de financiële stabiliteit te waarborgen en het reguliere toezichtregime te continueren.

25

Kadernota 2026 Financieel meerjarenperspectief 2027-2029

28 mei 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15617459/1