CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027 GRJR

Raadsvergadering 5 maart 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Kadernota 2027 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (op advies van presidium hamerstuk na aanpassing in zienswijze)17.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

y

KADERNOTA 2027 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond AB 19 december 2025

Inhoud Inleiding .......................................................................................................................................... 1 1. Wat willen we bereiken ................................................................................................................ 3 1.1 Doelstelling Jeugdregio Rijnmond ....................................................................................... 3 1.2 Doelen in samenwerking ...................................................................................................... 4 2. Wat gaan we daarvoor doen ......................................................................................................... 6 2.1 Werkzaamheden van de Jeugdregio ................................................................................... 6 2.2 Inhoudelijke begrotingsuitgangspunten ............................................................................. 11 2.3 Taak- en rolverdeling ......................................................................................................... 23 3. Wat gaat het kosten ................................................................................................................... 25 3.1 Kostenontwikkeling in de afgelopen jaren .........................................................................

25 3.2 Financiële uitgangspunten GR-begroting .......................................................................... 26 3.3 Financiële uitgangspunten GR-begrotingsadvies aan gemeenten .................................... 28 3.4 Financieel meerjarenperspectief ........................................................................................ 32 Bijlage: Taakverdeling planning&control GRJR/gemeenten conform BBV ......................................... 33

Proces • Ambtelijke bespreking 17 en 18 november 2025 Controllersoverleg en AOJ • Behandeling DB 3 december 2025 • Vaststelling AB 19 december 2025 • Ter kennisname verzending aan raden • Start begrotingsvoorbereiding dec 2025 • Ontwerpbegroting 2027 en evt. Ontwerpbegrotingswijziging 2026 AB april 2026 • Gelegenheid raden voor geven zienswijzen (door wijziging Wgr minimaal 13 weken) • Definitieve begrotingsvaststelling AB uiterlijk 15 september 2026 • Verzending begroting (en evt. begrotingswijziging) aan de provincie

Inleiding Sinds de Jeugdwet 2015 werken de gemeenten in Rijnmond regionaal samen In 2015 trad de Jeugdwet in werking. Vanuit de ambitie om jeugdzorg zoveel mogelijk in de omgeving van de jeugdige en het gezin te organiseren, is de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor de organisatie van de jeugdzorg overgegaan naar gemeenten. De dertien gemeenten in de regio Rijnmond (Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Voorne aan Zee) werken samen om te zorgen voor voldoende beschikbaarheid van jeugdzorg. Daarvoor vormden ze de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (verder: Jeugdregio Rijnmond). Het samenwerkingsverband heeft als gedelegeerde taken de inkoop van jeugdhulp en subsidiëring van jeugdbescherming, jeugdreclassering en het meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (verder: Veilig Thuis). Kerntaak is het contract- en accountmanagement van zorgaanbieders en gesubsidieerde partijen. Daarnaast vervult de regio een informatie- en adviesfunctie voor gemeenten in het kader het van elkaar leren. Doel is een dekkend zorglandschap conform de Regiovisie Nabij en Passend die de gemeenten in 2020 vaststelden1.

Toenemende complexiteit en samenhang Volgens de Regiovisie moet de regionale inzet aansluiten op de infrastructuren van gemeenten. De regionale en lokale taken grijpen op elkaar in. Beleid en uitvoering van gemeenten zijn daarbij leidend maar ook divers en in beweging. Jeugdhulp is op onderdelen ook nog eens bovenregionaal en landelijk georganiseerd. Het bestuur en de Uitvoeringsorganisatie van de Jeugdregio voeren de taken dan ook uit in een complex netwerk. Er is intensieve samenwerking nodig tussen Jeugdregio en gemeenten. De regio zorgt dat zorg beschikbaar is die gemeenten willen inzetten en geeft informatie- en advies aan gemeenten bij het begroten, sturen en verantwoorden van jeugdhulp door gemeenten. Het toch al complexe netwerk draait op volle toeren vanwege een veelheid aan grote ontwikkelingen waarvoor zelfs een landelijke Hervormingsagenda Jeugd is gemaakt: onhoudbaar oplopende kosten, afbouw van gesloten jeugdhulp, vermindering van uithuisplaatsingen, tekort aan passend alternatief zorgaanbod, landelijke standaardisaties, een nieuw toekomstscenario voor de kind- en gezinsbeschermingsketen. Terwijl de Jeugdregio een formele taakafbakening kent, is er door de ontwikkelingen een groeiende wederzijdse afhankelijkheid en verwevenheid tussen gemeenten en de regio.

Concrete voorbeelden van toenemende netwerkverwevenheid lokaal en regionaal • De Regiovisie 2020 had als kernboodschap dat de regionale inzet moet aansluiten op de lokale infrastructuren. • Vervolgens leidden verschuivingen van regionale naar lokale inkoop 2023 tot onvoorspelbaarheden in de benutting van regionale contracten. • De over-en-weer-signalering tussen wijkteams en regionaal contractmanagement werd steeds belangrijker. • De data-afhankelijkheid van gemeentelijke administraties voor de regionale informatievoorziening werd een issue. Doordat de kosten nu in de gemeentelijke jaarstukken worden verantwoord hebben gemeenten zelf directer last van beperkte datakwaliteit. • Het algemeen bestuur van de Jeugdregio, bestaande uit wethouders Jeugd, neemt besluiten vanuit de gedelegeerde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Maar het bestuur heeft voor de wethouders ook een onmisbare platformfunctie voor onderlinge afstemming van jeugdhulptaken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van hun eigen College van B&W. • Het informeren van raden gebeurt deels door de GRJR en deels door de Colleges van B&W. Door de BBV-wijziging schuiven bevoegdheden van het GRJR-bestuur naar de colleges en raden. Dit vraagt in toenemende mate om afstemming.

1 https://www.jeugdhulprijnmond.nl/wp-content/uploads/2021/05/Nabij-en-Passend-30-november-2020.pdf

1

• • • •

De Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing bevat onderdelen die volledig in het lokale domein liggen, zoals de toegang tot jeugdhulp en de inzet op aanpalende beleidsterreinen. Aan het programmateam Jeugd van deelnemende gemeenten, opgericht voor gezamenlijke beleidsontwikkeling, wordt substantieel bijgedragen door de GRJR. Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming wordt regionaal beproefd met lokale proeftuinen, waarin ook de regionaal gesubsidieerde partijen participeren. Rond Veilig Thuis is in 2025 het samenspel sterk geïntensiveerd tussen de Centrumgemeenten Huiselijk Geweld en Kindermishandeling als primair beleidsverantwoordelijken en de GRJR als subsidieverstrekker.

Samen effectief zorgen voor passend, nabij en betaalbaar aanbod De ontwikkelingen hebben alles te maken met dé grote uitdaging in de jeugdzorg: de passendheid en betaalbaarheid van het aanbod. Lange wachttijden, oplopende kosten en nietadequate inzet van hulp zijn niet langer acceptabel. Daarnaast neemt de vraagt naar jeugdhulp toe, niet in aantallen maar wel in zwaarte van zorgarrangementen. Er is meer sturing nodig en daarom zijn zowel lokale grip als effectieve samenwerking steeds belangrijker. Gemeenten ervaren in de samenwerking soms een spanning met eigen taken en verantwoordelijkheden. De behoefte is dat het regionale het lokale aanvult en versterkt, niet belemmert of verzwakt. Maar ook daarvoor is een sterke regio nodig. In 2025 onderzocht de Rekenkamer van zes gemeenten de samenwerking. De raden namen de conclusies en aanbevelingen over (met kanttekeningen bij het arrangementenmodel als indicatie- en bekostigingsmethode). Het Algemeen Bestuur van de Jeugdregio sluit zich daarbij aan. De ontwikkelingen maken dat de vierjaarlijkse GRJR-evaluatie, die eind 2025 is gestart, voor allen belangrijk is om in de samenwerking richting te bepalen voor de komende jaren. En in het verlengde daarvan om helderheid te creëren over wat wel en niet van de Jeugdregio verwacht wordt. Tegelijkertijd treedt per 1 januari 2026 de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg in werking.

Deze wet dwingt af dat bepaalde werkzaamheden rond de zorg voor passend aanbod in een formeel regionaal samenwerkingsverband worden belegd. Voorliggende Kadernota is geschreven om de uitgangspunten te bepalen voor de volgende regiobegroting in het licht van genoemde ontwikkelingen. Leeswijzer Hoofdstuk 1 gaat in op de doelstelling van de Jeugdregio en de doelen waaraan in deze samenwerking wordt gewerkt. Het tweede hoofdstuk verwoordt wat er gedaan moet worden, en beschrijft daarmee de inhoudelijke uitgangspunten voor de volgende regiobegroting. Hoofdstuk 3 geeft een uitwerking van de financiële uitgangspunten voor de begroting 2027 en eventuele begrotingswijziging 2026.

2

1. Wat willen we bereiken Dit hoofdstuk beschrijft de doelstelling en de doelen van de Jeugdregio Rijnmond..

1.1 Doelstelling Jeugdregio Rijnmond Jeugdwet: samenwerking om gemeentelijke verantwoordelijkheid waar te maken Op grond van de Jeugdwet beslissen gemeenten of en welke voorziening op het gebied van (specialistische) jeugdhulp nodig is. Ook zijn ze volgens de Jeugdwet verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Artikel 2.3 Jeugdwet 2015 1. Indien naar het oordeel van het college een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft (…) treft het college ten behoeve van de jeugdige (…) voorzieningen op het gebied van jeugdhulp en waarborgt het college een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening (…). Artikel 2.4 Jeugdwet 2015 2. Het college is ten behoeve van een jeugdige (…) verantwoordelijk voor de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen, van de jeugdreclassering en van de jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing, hetgeen in ieder geval inhoudt dat het college: a. voorziet in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen, en b. de jeugdhulp inzet die de gecertificeerde instelling nodig acht (…).

Om deze taken te kunnen uitvoeren moeten gemeenten voorzien in een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp, zodat voor jeugdigen en ouders voor wie hulp nodig is deze hulp beschikbaar is. En ze moeten zorgen voor een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen. Artikel 2.6 Jeugdwet 2015 1. Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat: a. er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is om aan de taken als bedoeld in de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen; b. jeugdhulp op een laagdrempelige en herkenbare manier wordt aangeboden en te allen tijde bereikbaar en beschikbaar is in situaties waar onmiddellijke uitvoering van taken is geboden;

De Jeugdregio Rijnmond is opgericht met de doelstelling om als verantwoordelijke gemeenten samen te zorgen voor kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdhulp en gecertificeerde instellingen. Hervormingsagenda Jeugd Er zijn grote problemen met het bereiken van deze gezamenlijke doelstelling op een betaalbare manier. Vanwege de knelpunten in het jeugdhulpstelsel is de afgelopen jaren de landelijke Hervormingsagenda Jeugd gevormd. In de Hervormingsagenda zijn maatregelen en acties afgesproken om de jeugdzorg te verbeteren en het stelsel houdbaar te maken. Een van de maatregelen is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg die onder meer regelt dat gemeenten samenwerken. De motieven hiervoor zijn niet nieuw, de verplichting hiertoe wel. Basis voor samenwerking was en is de primair gemeentelijke verantwoordelijkheid De Memorie van Toelichting bij de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg geeft uitleg waarom samenwerking nodig is. De wetgever begint met een uiteenzetting dat samenwerking al vanaf het begin de bedoeling was. Niet in plaats ván, maar juist vanúit gemeentelijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg. Samenwerking niet ten koste, maar ten bate van de gemeentelijke verantwoordelijkheid.

3

Primair gemeentelijke verantwoordelijkheid (bron: Mvt Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg) “Bij de Hervormingsagenda Jeugd zijn de uitgangspunten van de decentralisatie in stand gelaten. De noodzakelijke regionale samenwerking tussen gemeenten, onder andere ter verbetering van de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg, was reeds voorzien bij de totstandkoming van de Jeugdwet en laat onverlet dat iedere gemeente primair zelf verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de Jeugdwet, en daarmee ook voor de toegang, kwaliteit en doelmatigheid. Verder zal de jeugdzorg vooralsnog gefinancierd blijven op het niveau van gemeenten via het gemeentefonds. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van het gedecentraliseerde stelsel dat één bestuurslaag inhoudelijk en financieel verantwoordelijk is voor het jeugddomein.”

De taakverdeling bij het begroten en verantwoorden van jeugdhulpkosten sluit hierop aan. Hiervoor geldt het Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten (BBV). Kosten die voortvloeien uit gemeentelijke besluiten dienen in de eigen begroting en jaarstukken te worden begroot respectievelijk verantwoord. Gemeenten besluiten immers zelf over de inzet van jeugdhulp. Dit was in 2024 reden voor het GR-bestuur om jeugdhulpkosten niet langer in de GRbegroting en -rekening op te nemen, en voor de individuele gemeentebesturen om dat in de eigen begroting en jaarstukken te doen. Doelstelling Jeugdregio Rijnmond De doelstelling van de Jeugdregio is om gemeenten te faciliteren met de zorg voor beschikbaarheid van jeugdzorg, door: • Jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis te subsidiëren; • Specialistische jeugdhulp te contracteren die door gemeenten kan worden ingezet; • Account- en contractmanagement op regionaal gesubsidieerde/gecontracteerde partijen; • Informatie en advies te geven aan gemeenten. De regiobegroting bevat alleen de kosten voor deze taken. 

De Kadernota van de Jeugdregio Rijnmond gaat primair over de inhoudelijke en financiële uitgangspunten van de GR-begroting (zoals voorgeschreven in de Wet gemeenschappelijke regelingen) voor crisishulp, jeugdbescherming/ jeugdreclassering, Veilig Thuis en de eigen uitvoeringsorganisatie.

De Kadernota geeft daarnaast vanuit de advies- en informatiefunctie voor de gemeenten een doorkijk naar de ontwikkeling van de gemeentelijke kosten voortvloeiend uit inzet van regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp.

1.2 Doelen in samenwerking Samenwerkingsdoelen 2015 De Memorie van Toelichting bij de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg brengt in herinnering wat al sinds de invoering van de Jeugdwet meer concreet doelen van samenwerking zijn: Motieven voor samenwerking (bron: MvT Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg) “Met de decentralisatie is de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor organisatie van de jeugdzorg overgegaan naar gemeenten. In veel gevallen is de schaal van individuele gemeenten te klein om de jeugdzorg goed te kunnen organiseren. Samenwerking op regionaal niveau is dan noodzakelijk. Dit geldt des te meer voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en specialistische vormen van jeugdhulp. Door regionale samenwerking kan een toereikend aanbod worden bevorderd, bijvoorbeeld doordat voor vormen van jeugdzorg die een individuele gemeente slechts beperkt afneemt toch duurzame contracten met een jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instelling kunnen worden afgesloten en gemeenten goede afspraken kunnen maken over het plaatsen van jeugdigen bij jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen in andere gemeenten. Daarnaast kan door samenwerking kennis beter worden gebundeld en uitgewisseld.

Ten slotte kan regionale samenwerking ertoe bijdragen dat de uitvoeringslasten voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen worden verminderd, omdat zij met minder diversiteit in eisen en voorwaarden vanuit gemeenten te maken krijgen.”

In de regio Rijnmond bestaat al vanaf de decentralisatie een formeel samenwerkingsverband rond de jeugdhulp. De motieven voor het aangaan van deze gemeenschappelijke regeling komen globaal overeen met bovenstaande omschrijving, met name: “toereikend aanbod voor

4

iedere gemeente, ook bij beperkte afname”, “duurzame contracten” en “kennisbundeling en – uitwisseling”. Enkele doelen zijn in de regio Rijnmond niet zo expliciet gesteld: “afspraken over plaatsing in andere gemeenten” en “uitvoeringslasten verminderen door minder diversiteit in eisen en voorwaarden”. Omdat de nieuwe Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg deel wordt van het formele kader van de samenwerking, worden in deze Kadernota de ontwikkelingen en taakuitoefening geschetst vanuit deze wet. Ambitie tot verbetering, in verplichte samenwerking De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht gemeenten om ter bevordering van de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg samen te werken. Deze verplichting is nieuw. In de Memorie van Toelichting worden hiervoor meerdere motieven genoemd: Motieven voor verplichte samenwerking (bron: MvT Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg) • “Het zicht op de regionale opgave ten aanzien van beschikbaarheid van de specialistische jeugdhulp is onvoldoende.” • “Individuele gemeenten zijn onvoldoende in staat om te borgen dat vraag en aanbod op de korte én lange termijn goed op elkaar zijn aangesloten en concrete problemen ten aanzien van beschikbaarheid op te lossen.” • “Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen worden geconfronteerd met veel verschillende inkoopprocedures en contractvoorwaarden.

Dat leidt tot zeer hoge uitvoeringslasten en gaat ten koste van de tijd en het budget dat idealiter wordt besteed aan het verlenen van goede jeugdzorg.” • “In de praktijk blijkt dat de regionale samenwerking tussen gemeenten nog onvoldoende vorm heeft gekregen. Eén van de gevolgen is dat de beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg onderdruk staat. Naast wachtlijsten zijn bepaalde hulpvormen soms helemaal niet beschikbaar. De meest kwetsbare jeugdigen met complexe problematiek krijgen daardoor niet de (jeugd)zorg die zij nodig hebben.” • “Veel gemeenten ervaren de regionale samenwerking ten aanzien van de specialistische jeugdzorg als lastig, moeizaam of complex. (…) Instabiliteit in de samenwerking heeft een negatieve invloed op de beschikbaarheid van de specialistische jeugdzorg.” • “Bij veel gemeenten ontbreekt een planmatige visie op het vormgeven van de inkoop van specialistische jeugdzorg en de uitvoering van de daarbij behorende regionale samenwerking. Het is voor een aantal gemeenten onduidelijk welke vraagstukken zich op regionaal niveau voordoen en welk aanbod moet worden op- of afgebouwd om te kunnen voorzien ineen toereikend aanbod. De beleidsplannen van gemeenten en regio’s zijn hiervoor onvoldoende richtinggevend.

Hierdoor zijn deze lastig te vertalen naar goede inkoopafspraken.” • “In het verlengde hiervan is het voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen niet altijd duidelijk welk aanbod gemeenten verlangen. Daardoor ontwikkelen jeugdhulp-aanbieders en gecertificeerde instellingen hun aanbod soms in eenrichting die niet past bij de veranderende vraag van gemeenten.” • “De geconstateerde knelpunten vragen om een eenduidige richting voor de vormgeving van de regionale samenwerking voor álle gemeenten en regio’s. De voorgestelde verplichtingen rondom de regionale samenwerking – waaronder de verplichting tot regionale inkoop en bovenregionale samenwerking –brengen naar verwachting meer rust en stabiliteit in het jeugdzorglandschap.”

Deze motieven van de wetgever om regionale samenwerking te verplichten zijn ook voor de regio Rijnmond in meer of mindere mate herkenbaar. Dit ondanks het feit dat Rijnmond al sinds 2015 een formeel samenwerkingsverband kent. De rekenkamer, de raden en het GR-bestuur constateren dat er met de GR een goede basis ligt en dat in de afgelopen jaren al belangrijke stappen zijn gezet. Tegelijker is er gezien de grote opgaven meer nodig. Dit vraagt constructieve inzet van alle betrokkenen om de effectiviteit van de samenwerking te vergroten. De samenwerking is geen ‘moetje’ maar past bij de ambities van de gemeenten in de regio. Dat is dan ook de positieve insteek van de lopende evaluatie van de Jeugdregio. 

Evaluatie GRJR eind 2025/eerste helft 2026 met als vraagstelling: “In hoeverre sluit de manier waarop de GRJR is ingericht, samenwerkt en stuurt aan bij de huidige opgave voor de jeugdhulp (lees: effectieve jeugdzorg met beheersbare kosten)?”

5

2. Wat gaan we daarvoor doen Dit hoofdstuk beschrijft de werkzaamheden van de Jeugdregio voor de komende jaren en daarmee de inhoudelijke uitgangspunten voor de regiobegroting.

2.1 Werkzaamheden van de Jeugdregio In de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is vastgelegd dat er een formele Jeugdregio moet zijn en met welke taken gemeenten die Jeugdregio ten minste moeten belasten. Jeugdregio in Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg *) Nieuw artikel 2.17 Jeugdwet Bij algemene maatregel van bestuur worden de gemeenten in regio’s ingedeeld. Nieuw artikel 2.18 Jeugdwet 1. De colleges van de gemeenten in een regio treffen een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen teneinde te bevorderen dat er een toereikend aanbod is van: a. vormen van jeugdhulp (…) om aan de taken, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.4,tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen, en b. gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 2. Bij de gemeenschappelijke regeling wordt een regionale entiteit genaamd Jeugdregio ingesteld of aangewezen (…). Nieuw artikel 2.19 Jeugdwet 1. De colleges van de gemeenten in een regio belasten de Jeugdregio ten minste met het (…) verrichten van de volgende werkzaamheden: a. het ten behoeve van alle jeugdigen in die regio contracteren of subsidiëren van: 1°. bij algemene maatregel van bestuur te bepalen vormen van jeugdhulp waarvoor samenwerking tussen gemeenten vereist is, en 2°.

gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; b. bij ministeriële regeling te bepalen administratieve processen behorende bij de contractering of subsidiëring door de Jeugdregio krachtens onderdeel a, waaronder in ieder geval: 1°. monitoring en relatiemanagement, en 2°. het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen over door hen aan te leveren gegevens noodzakelijk voor de verantwoording over de geleverde prestaties of voor de evaluatie van de gesloten contracten of verstrekte subsidies, alsmede de wijze van aanlevering; c. het afstemmen met andere Jeugdregio’s of colleges van regio’s als bedoeld in artikel 2.20 teneinde te bevorderen dat er een toereikend aanbod is van: 1°. (..) vormen van jeugdhulp (…) waarbij voor het kunnen bevorderen van een toereikend aanbod om aan de taken (…)sprake is van onderlinge afhankelijkheid tussen regio’s, en 2°. gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; d. de organisatie van de regionale expertteams. 2. Bij het contracteren of subsidiëren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn geen verschillen in contractvoorwaarden of subsidievoorwaarden tussen gemeenten toegestaan. 3. (…) niet van toepassing ten aanzien van (…) landelijk gecontracteerde aanbod. 4.

De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, betreft vormen van jeugdhulp die samenwerking vereisen in verband met de schaarste van de vraag, de complexiteit van de problematiek in combinatie met de daarvoor benodigde multidisciplinaire specialistische expertise, de schaarste van het aanbod of het volume dat een jeugdhulpaanbieder nodig heeft om verantwoorde jeugdhulp te kunnen leveren of een gezonde bedrijfsvoering te kunnen voeren.

(1)

(2)

(3)

(3a)

(3b)

(3c)

(3d) (4) (5) (3a)

*) De cijfers in de rechterkolom verwijzen naar de puntsgewijze toelichting hierna waarin wordt beschreven wat de werkzaamheden van de Jeugdregio de komende jaren zijn.

Verplichte indeling van gemeenten in regio’s (1) De huidige samenstelling van Jeugdregio Rijnmond komt overeen met de verplichte indeling (art. 2.17). De regio is door het Ministerie van VWS als ‘robuuste regio’ gekenmerkt. De verplichte scope (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) klopt ook al. De Jeugdregio heeft aanvullend ook de subsidiëring van Veilig Thuis in de scope, wat niet verplicht is maar wel gunstig is met het oog op het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Deze nieuwe verplichting heeft daarom geen directe gevolgen.

6

Verplichte gemeenschappelijke regeling genaamd: «Jeugdregio» (2) De gemeenten in de regio Rijnmond hebben al een verplichte Wgr-constructie (art. 2.18), waardoor het vele werk om zo’n regeling te treffen niet meer hoeft te worden gedaan. Onder meer de in de Wgr opgenomen waarborgen voor de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden zijn al aanwezig. De jarenlange voorsprong wordt in het kader van de evaluatie benut om de effectiviteit van de samenwerking te vergroten. Wel moet de naamaanduiding worden gewijzigd. Mogelijk kan in (het implementatieplan bij) de Regiovisie worden volstaan met collegebesluiten om de bestaande regeling met de naam “Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond” aan te wijzen als “Jeugdregio Rijnmond”. 

De evaluatie van de GRJR die eind 2025 start is gericht op vergroting van de effectiviteit van de regionale samenwerking.

De gebruiksnaam “GRJR” wordt gewijzigd naar “Jeugdregio Rijnmond”. In 2026 zal de GRJR zorgen voor deze ‘rebranding’. Of een formele naamwijziging nodig is wordt later bezien en volgt dan ook later.

Verplicht regionaal te beleggen werkzaamheden (3) Ten minste de volgende werkzaamheden worden door de Jeugdregio verzorgd (art. 2.19 eerste lid): a. Het contracteren of subsidiëren van verschillende bij algemene maatregel van bestuur te bepalen jeugdhulpvormen, alsmede gecertificeerde instellingen voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. MvT: “De wetgever wil zo onder meer voorkomen dat de vraag te versnipperd raakt en aanbieders te weinig vraag ontvangen om het benodigde aanbod in kwalitatieve zin (verantwoorde hulp) of bedrijfseconomische zin (gezonde bedrijfsvoering) te kunnen blijven leveren.”

De huidige regionale jeugdhulpcontracten lopen tot en met 2028. Subsidies voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis worden jaarlijks verleend. 

Er vindt tot medio 2026 een evaluatie plaats van de inkoopstrategie en -contracten 2023, die lessen geeft voor de nieuwe inkoop per 2029. Hierbij is afstemming over de evaluatie door de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS) over hun inkoopstrategie en -contracten 2023, zodat we samen leren van de twee inkoopmodellen.

Ook de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding begint in 2026. Daarbij wordt rekening gehouden met de lijst verplicht regionaal in te kopen jeugdhulpvormen. Een deel van de jeugdhulp dat in 2023 lokaal is ingekocht moet weer in de nieuwe regionale contracten worden geregeld. Het AB besluit over één inkoopmodel en één bekostigingsmodel voor de Jeugdregio.

Voor de subsidies 2027 wordt in 2026 gewerkt aan een beleidskader.

b. Het uitvoeren van bepaalde administratieve processen behorende bij die contractering of subsidiëring. MvT: “Het in één hand leggen van de verantwoordelijkheid voor het contracteren of subsidiëren van de regionaal te organiseren vormen van jeugdzorg en de hiervoor genoemde werkzaamheden sluit aan bij de ambitie om deze werkzaamheden waar mogelijk regionaal te harmoniseren en de uitvoeringslasten voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die deze zorg aanbieden zoveel mogelijk te beperken. (…) Voor de volledigheid zij opgemerkt dat gemeenten in een regio uiteraard de vrijheid hebben om, naast de bij ministeriële regeling te bepalen administratieve processen, op vrijwillige basis de Jeugdregio te belasten met de uitvoering van andere administratieve processen.”

In de huidige situatie ontvangt de Jeugdregio gegevens uit zorgadministraties van gemeenten en van aanbieders. De gewenste uniformiteit is vastgelegd in een regionaal 7

administratieprotocol. De gegevens worden verwerkt tot informatie (dashboards) voor de regionale sturing op regionale aanbieders en het zorglandschap. In de administratieve processen voert de regio alleen het betalingsverkeer met aanbieders uit en rekent jaarlijks de contractuele rechten en verplichtingen af. 

De verwachting is dat de uitvoeringsorganisatie van de Jeugdregio Rijnmond niet alleen uniforme kaders oplegt maar ook een deel zelf moet gaan uitvoeren. Aanpassing van de verdeling van taken in de administratieve processen, waaronder het betalingsverkeer met de aanbieders, wacht op de aangekondigde ministeriële regeling die hiervoor kaders stelt, en van de evaluatie van de huidige samenwerking.

In de huidige situatie geeft de Jeugdregio aan de gemeenten informatie over de stand van de uitgaven, jaareindeverwachting, gemeentelijke verantwoordingsinformatie en begrotingsadvies. De informatie wordt gemaakt op basis van de ontvangen gegevens. Verschillen tussen administraties van gemeenten en aanbieders bemoeilijkten de afgelopen jaren de regionale informatievoorziening over kosten en gebruik van specialistische jeugdhulp. Dat verzwakt ook de regionale sturing op aanbieders en zorglandschap. Er is daarom in de regio besloten om (net als in veel andere regio’s) het berichtenverkeer tussen gemeenten en aanbieders te delen met de uitvoeringsorganisatie van de GRJR.

c.

De beschikbaarheid van berichtenverkeerdata voor de uitvoeringsorganisatie van de GRJR wordt begin 2026 operationeel.

Het elektronisch berichtenverkeer conform landelijke iJw standaarden wordt in de regio vanaf 2025 fasegewijs ingevoerd voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en crisishulp.

De uitvoeringsorganisatie van de GRJR stelt een informatiestrategie op voor verdere ontwikkeling van regionale datadeling, informatievoorziening en -analyse met het oog op de regionale opgaven.

Het afgeven van begrotingsadviezen aan gemeenten zal de GRJR blijven doen vanuit de opgebouwde expertise uit de tijd dat de GRJR nog zelf de zorgkosten begrootte. De gemeenten ervaren veel meerwaarde hiervan. Gezien de huidige verantwoordelijkheidsverdeling is het wel wenselijk dat de gemeenten, vanuit deze begrotingsadviezen, maar ook met eigen informatie, tot eigen begrotingsafwegingen komen. De informatie- en adviesfunctie van de GRJR wordt versterkt met meer informatie-analyse op trends en ontwikkelingen.

Het afstemmen met andere regio’s MvT: “Onderdeel c verplicht de colleges in een regio om hun Jeugdregio op te dragen om te zorgen voor deze bovenregionale afstemming. De bovenregionale afstemming strekt zich zowel uit tot afstemming met andere Jeugdregio’s, als met de colleges van gemeenten die alleen een regiovormen (zie het voorgestelde artikel 2.20). Bovenregionale afstemming is wenselijk als er sprake is van onderlinge afhankelijkheid van de regio’s voor het goed kunnen bevorderen van een toereikend aanbod. Doel van de afstemming is zoveel mogelijk te bevorderen dat de desbetreffende voorzieningen tijdig beschikbaar zijn voor alle jeugdigen (en hun ouders) die in de betrokken regio’s wonen en dat het zorglandschap kan worden ingericht conform de betrokken regiovisies.”

In de huidige situatie werkt Jeugdregio Rijnmond intensief samen met Jeugdregio Haaglanden en de drie andere jeugdregio’s uit Zuid-Holland ten behoeve van de af- en ombouw van gesloten jeugdhulp en de bovenregionale ontwikkeling van passende alternatieve zorgvormen. Daarnaast is Jeugdregio Rijnmond landelijk accounthouder voor twee jeugdhulpaanbieders, waaronder een aanbieder van gesloten jeugdhulp. In deze rol is de Jeugdregio namens het land verantwoordelijk voor het borgen van de continuïteit van zorg door deze jeugdhulpaanbieders. Met behulp van Specifieke Uitkeringen (SPUKs) vanuit het rijk kan coördinerend gemeente Rotterdam de transformatie van gesloten jeugdhulp binnen de vijf betrokken jeugdregio’s bekostigen. 

Bovenregionale samenwerking gebeurt al, met name rond de continuïteit en transformatie van gesloten jeugdhulp. Uitbreiding naar de driemilieuvoorzieningen is voorzien.

8

d. De organisatie van regionale expertteams MvT: “Op grond van dit onderdeel dienen de gemeenten in een regio hun Jeugdregio te belasten met de organisatie van de regionale expertteams. Omdat het werk dat die expertteams verrichten niet te beschouwen is alshet verlenen van jeugdhulp (of het uitvoeren van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering) en het werk ook niet steeds zal worden ingekocht of gesubsidieerd (zo is detachering vanuit een gemeente of aanbieder ook mogelijk), is dit niet in onderdeel a ondergebracht, maar ineen afzonderlijk onderdeel.”

Op dit moment subsidieert Jeugdregio Rijnmond een afzonderlijk gepositioneerde afdeling binnen Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor het uitvoeren van de taak ‘regionaal expert team’. In dit zogenoemde Regionale Expertiseteam Rijnmond (RER) komen de zorgbemiddelaars en experts vanuit de grootste GI in Rijnmond, JBRR, samen met experts vanuit gemeenten, uitvoeringsorganisatie, en zorgaanbieders bijeen om aan de hand van data en informatie een analyse te maken van het zorglandschap. Het zorgbemiddelingsteam (ZBT) van JBRR is vanuit de bestuur van Jeugdregio Rijnmond gemandateerd om (bij toerbeurt) aanbieders aan te wijzen als het gaat om het accepteren van kinderen en gezinnen die te maken hebben met complexe zorgvragen. Het RER/ZBT is verbonden met het Boven Regionaal Expert Netwerk (BREN) voor ZuidHolland. Dit netwerk krijgt landelijke subsidie via een SPUK om zorg te organiseren voor zeer complexe casuïstiek en advies te geven over het bovenregionale zorglandschap. 

Tweemaal per jaar (Q1 en Q3) maakt het RER/ZBT een analyse van het regionale zorglandschap op basis waarvan de afspraken over de ontwikkelopdrachten van de zorgaanbieders worden aangepast.

Geen verschillen in contract- of subsidievoorwaarden tussen gemeenten (4) De regionale inkoop moet eenduidig zijn, met voor alle gemeenten geldende voorwaarden en eisen, en één aanspreekpunt voor afspraken daarover. MvT Art. 2.19 tweede lid: “Volledigheidshalve wordt met het voorgestelde tweede lid benadrukt dat bij de contractering of subsidiëring door de Jeugdregio eensluidende contract- of subsidievoorwaarden voor alle gemeenten uit de regio tot stand moeten komen. Het is aldus niet toegestaan dat weliswaar door de Jeugdregio een contract wordt afgesloten met een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling ten behoeve van alle jeugdigen in de regio, maar dat daarin voor verschillende gemeenten verschillende voorwaarden zijn opgenomen. Een dergelijke werkwijze zou de voordelen van contractering door de Jeugdregio voor jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen deels tenietdoen. Immers, zij blijven dan geconfronteerd meteen diversiteit aan voorwaarden, hetgeen niet aansluit bij de wens en noodzaak om de administratieve lasten voor deze partijen zoveel mogelijk te beperken en een efficiënte inzet van tijd en budget te bevorderen”.

In de huidige situatie zijn er twee inkoopmodellen. De GRJR heeft ingekocht voor tien gemeenten exclusief Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. De MVS-gemeenten hebben ingekocht met een eigen inkoopmodel. De contractduur is gelijk, in beide gevallen tot en met 2028. De basis voor eenduidige regionale inkoop vanaf 2029 wordt gevormd door actualisatie van de Regiovisie. In de huidige situatie worden tussen de gecertificeerde instellingen (GI’s) voor jeugdbescherming en -reclassering en Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond en elke gemeente afzonderlijk samenwerkingsafspraken gemaakt. In de huidige situatie is er, gerelateerd aan de regionale contracten, wel een regionaal administratieprotocol en een regionaal afwegingskader, maar diverse gemeenten geven hieraan hun eigen interpretatie en invulling. Ter uitvoering van de Hervormingsagenda is een landelijk programma gestart voor standaardisatie van diverse zaken die met de inkoop te maken hebben, zoals

9

contractstandaarden, productdefinities, productcodes, kostprijsberekeningen. Bij de volgende aanbesteding zullen de landelijke standaarden moeten worden gevolgd. Daarom bemoeit de Jeugdregio zich landelijk actief met de ontwikkeling van de standaarden. 

De planning is dat de geactualiseerde Regiovisie in de eerste helft 2026 wordt vastgesteld door de dertien raden en dat een Uitvoeringsplan wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders.

De regionale inkoop 2023 wordt eind 2025/eerste helft 2026 geëvalueerd.

Vanaf eerste helft 2026 start de Jeugdregio met voorbereidingen voor een nieuwe regionale inkoopstrategie.

De Jeugdregio volgt de ontwikkelingen van landelijke standaarden nauwlettend en is actief betrokken bij landelijke werkgroepen en lobbybijeenkomsten.

De nieuwe contracten vanaf 2029 zullen voor alle gemeenten moeten gelden, waardoor het werken met twee inkoopmodellen (voor Maassluis, Schiedam, Vlaardingen anders dan voor de overige gemeenten) niet meer mag. In 2026 zal de inkoop 2023 worden geëvalueerd, waarbij lessen worden getrokken uit de twee inkoopmodellen.

Landelijk gecontracteerd aanbod (5) MvT Art. 2.19 derde lid: “Er wordt de mogelijkheid gecreëerd dat – indien het hiervoor benoemde instrumentarium om de (boven)regionale samenwerking te verbeteren in combinatie met bestuurlijke afspraken over de vormen van jeugdhulp die op landelijk niveau worden gecontracteerd niet voldoende zijn om de beschikbaarheid van de specialistische jeugdzorg te bevorderen – bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgelegd dat gemeenten verplicht zijn de contractering van bepaalde specialistische jeugdhulpvormen op landelijk niveau te beleggen.”

Voor de landelijk gecontracteerde jeugdhulp (het zogenaamde LTA) is het contractmanagement landelijk georganiseerd. Het regionaal contractmanagement van regio Rijnmond is hierop nauw aangesloten. De financieel-administratieve afhandeling is identiek aan regionale contracten georganiseerd. 

Jeugdregio Rijnmond wil van de VNG scherper contractmanagement op de landelijk gecontracteerde jeugdhulp en snellere informatievoorziening. Het overleg tussen de jeugdregio en de VNG is hierop gericht.

10

2.2 Inhoudelijke begrotingsuitgangspunten Regiovisie De GRJR voert met inkoop en subsidiëring het beleid van de deelnemende gemeenten uit. Gemeenten, jeugdhulpaanbieders en jeugdbescherming in onze regio hebben dat beleid vastgelegd in een regiovisie. De ambitie is om jeugdhulp ‘nabij en passend’ te organiseren. Jeugdhulp moet passen bij het gewone leven en eenvoudig en toegankelijk zijn. Zo dicht mogelijk bij gezin, school en leefomgeving van een kind. Kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie die hun ontwikkeling stimuleert. Als dat niet kan moet er een oplossing zijn die het dichtst in de buurt komt van een ‘gewoon’ gezin, zoals een pleeggezin of gezinshuis. Tenzij meer ingrijpende hulp het beste is voor kind en gezin, bijvoorbeeld als de veiligheid in geding is. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg stelt een regiovisie verplicht. In de regiovisie moet een aantal zaken zijn uitgewerkt. Gewijzigd art. 1.1 Jeugdwet - regiovisie: gemeentelijke visie op hoe de gemeente met inachtneming van de op grond van paragraaf 2.2 geldende verplichtingen met andere gemeenten samenwerkt teneinde te bevorderen dat er een toereikend aanbod is.

De regiovisie is van de raden, planning is om een geactualiseerde regiovisie in de eerste helft 2026 in alle raden vast te stellen. Dan kan de geactualiseerde visie namelijk opvolging krijgen in de inkoopstrategie voor de volgende regionale aanbesteding. De regiovisie wordt door (het programmateam van) de gemeenten zelf opgesteld. De uitvoeringsorganisatie van de Jeugdregio participeert hierin.

Sterke lokale infrastructuur

Vertrekpunt in de Regiovisie is een sterke lokale infrastructuur. De gemeenten proberen om dicht bij de leefomgeving van gezinnen (in)formele ondersteuning en basishulp te leveren, en om aan te sluiten op Wmo, Participatie, passend onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en veiligheid. Kernpunt is versterking van de casusregie vanuit lokale teams c.q. wijkteams. Stevige lokale teams zijn ook speerpunt in de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De vormgeving is aan de individuele gemeenten. De VNG heeft inmiddels meerdere landelijke afspraken gemaakt, vastgelegd in convenanten en handreikingen over de vraag wat de basis is van een Stevig Lokaal Team. Een stevig lokaal team staat in nauwe verbinding met de organisaties voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. Om stap voor stap toe te groeien naar de nieuwe situatie is een regionale stuurgroep gevormd, bestaande uit de bestuurders van de GI en VTRR en de directeuren van de RvdK en vanuit het Directeurenoverleg. 

Door de Jeugdregio is een regionaal projectleider aangesteld als aanjager en projectleider van proeftuinen in het kader van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Er zijn drie gemeenten in de regio met een proeftuin, waar nieuwe werkwijzen zijn ontwikkeld. Op verzoek van de regionale stuurgroep is ook een verbredingsplan gemaakt om vanuit de drie proeftuinen in alle gemeenten de nieuwe werkwijzen in te voeren.

Het is nodig dat gemeenten met elkaar het gesprek aangaan over het toegroeien naar (eenduidige) Stevige Lokale Teams, conform de afspraken die hierover landelijk zijn gemaakt.

(Aan)sluitende regionale infrastructuur

In de Regiovisie streven de gemeenten naar een regionale infrastructuur die (aan)sluit op deze lokale infrastructuren. Om dat goed te laten werken zijn nodig: • Regionaal aangestuurde adequate zorgbemiddeling; 11

• Flexibele, dat wil zeggen gemakkelijk op- en af te schalen, ambulante hulp; • In plaats van residentiële zorg zo mogelijk inzet van een pleeggezin of gezinshuis; • Afbouw en flexibeler gebruik van residentiële zorgcapaciteit (bedden); • Integrale crisiszorg. Deze elementen vormen de transformatieopgaven van de jeugdhulp in de regio Rijnmond. 

Vanaf 2023 is jeugdhulp ingekocht met in de nieuwe regionale contracten ontwikkelopdrachten op de genoemde opgaven. Het regionaal contract- en zorglandschapsmanagement stuurt actief op deze opdrachten en rapporteert daarover in de bestuursrapportages.

Door de Jeugdregio is de regionaal projectleider die is aangesteld als aanjager van proeftuinen de opdracht verleend om met de organisaties voor jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis te komen tot één integrale crisiszorg.

Kostenbeheersing De gemeenten en de Jeugdregio willen dat de kosten voor jeugdhulp flink dalen. Maar de gemeenten moeten zorg inzetten als dat nodig is, en de Jeugdregio moet de zorg betalen als die is besteld en geleverd. Ook moet de indexatie zoals landelijk afgesproken worden verwerkt in de tarieven, om aanbieders reële tarieven te betalen. ‘Betaalbare jeugdzorg’ is dus niet hetzelfde als dat de kosten niet mogen stijgen, maar dat we ‘in control zijn over de jeugdzorg’. Dat wil zeggen: 1. Budgetraming op basis van betrouwbare, juiste en volledige informatie, datakwaliteit; 2. Tijdige beschikbaarheid van middelen door zo realistisch mogelijk te begroten, in samenspel met de gemeenten; 3. Kostendekkendheid is een standaardvoorwaarde; de uitgaven voor jeugdhulp moeten aansluiten op de inkomsten die gemeenten ontvangen; 4. Tijdige signalering en rapportage van ontwikkelingen in zorggebruik en -kosten, zodat waar mogelijk wordt bijgestuurd en bijgesteld, zowel op gemeente- als contract/opdrachtniveau; 5. Rechtmatigheid is gewaarborgd zodat geen onterechte uitgaven plaatsvinden; 6. Doelmatigheid wordt beoordeeld en er wordt op gestuurd, zodat geen verspilling plaatsvindt. Datakwaliteit

De Jeugdregio verzorgt uitgebreide informatievoorziening voor het eigen zorglandschaps-, contract- en accountmanagement en ter ondersteuning van de gemeentelijke budgetcycli. Deze informatievoorziening stoelt primair op toewijzings- en declaratiegegevens van gemeenten. Om grip op de informatiestromen te vergroten is in 2024 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van centralisatie van backofficetaken. Voorlopige uitkomst is dat de Jeugdregio vanaf 2026 direct inzage krijgt in de gegevensuitwisseling tussen gemeenten en aanbieders en daardoor beter en eerder zicht krijgt op de datastromen en de ‘kosten in de pijplijn’. Gemeenten vinden dat de Jeugdregio niet de gemeentelijke administraties op detailniveau moet inzien of beheren. Verschillen tussen administraties van gemeenten en aanbieders moeten dus door hen onderling en/of tijdig worden gesignaleerd en opgelost.  In de landelijke Hervormingsagenda is standaardisering een belangrijke implementatielijn die in de administratieve keten moet worden doorgevoerd om de administratieve lasten voor aanbieders te beperken. De keuzes over de backofficetaken zijn gemaakt onder voorbehoud van aankomende landelijke besluitvorming. Mogelijk is het straks landelijk vereist om backofficetaken vanuit de Jeugdregio te verrichten en dus over te stappen op de meest vergaande vorm van centralisatie van backofficetaken.

Zo realistisch mogelijk begroten

De afgelopen jaren zette de Jeugdregio met gemeenten grote stappen om tot een realistischer begroting te komen. We zien hierdoor vanaf 2024 dat raming en realisatie op regionaal niveau 12

dichter bij elkaar komen te liggen. Op gemeenteniveau zijn er nog forse afwijkingen. Op basis van harde informatie en onderbouwde aannames over de uitgaventrends worden zorgkostenramingen voor de regio als geheel opgesteld en door gemeenten op maat gebruikt voor de eigen begroting. Daarbij moet opgemerkt worden dat de schattingsonzekerheid groter wordt naarmate de omvang van een gemeente kleiner is en er veel schommelingen zijn in de historische realisatie. Een klein aantal dure arrangementen kan voor een kleine gemeente tot relatief grote afwijkingen leiden. 

Vanaf 2024 geeft de Jeugdregio zorgkostenramingen als begrotingsadvies aan de deelnemende gemeenten ten behoeve van de gemeentelijke begrotingen. De budgetten worden niet meer in de regiobegroting opgenomen. De gemeente kan het begrotingsadvies ongewijzigd overnemen of ervan afwijken met eigen onderbouwing (bijvoorbeeld doorgevoerde besparingsmaatregelen). Deze werkwijze sluit conform BBV aan op de begrotingsverantwoordelijkheid van gemeenten voor de zorgkosten. Subsidies en uitvoeringskosten GRJR blijven wel onderdeel van de regiobegroting.

We gaan met gemeenten in gesprek over de wijze waarop en frequentie waarmee de Jeugdregio informatie en advies ten behoeve van de gemeentelijke begrotingsprocessen vormgeeft. Een mogelijkheid die we onderzoeken is om op basis van de Kadernota-uitgangspunten een doorlopende voortschrijdende meerjarenprognose toe te voegen aan de GRJR-dashboards.

Kostendekkendheid

Een sluitende begroting is zowel voor gemeenten als voor de Jeugdregio als Wgr-verband een standaardvoorwaarde. Gezien de financiële positie van gemeenten moet de leidraad zijn om de uitgaven voor jeugdhulp te laten aansluiten bij wat gemeenten voor de uitvoering van de Jeugdwet ontvangen aan rijksmiddelen (m.n. de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds). Kostenstijgingen zijn dan ook alleen acceptabel als er extra geld van het rijk tegenover staat. Vanuit deze leidraad hebben alle partijen in de jeugdhulpketen een taak en geeft ook de Jeugdregio invulling aan de eigen taken. 

In de afstemming over begrotingsadviezen en voortgangsrapportages vanuit de Jeugdregio verwacht de regio van gemeenten dat zij transparant en specifiek zijn over de inkomsten die vanuit de AU die berekend zijn voor de kosten van regionaal gecontracteerde en gesubsidieerde zorg.

Tijdige signalering en rapportage

De Jeugdregio stelt twee keer per jaar een bestuursrapportage op. Tussen de bestuursrapportages door ontvangt het bestuur in het kader van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing periodiek ook nog ‘vinger aan de pols’-rapportages. Actuele informatie is ook doorlopend beschikbaar in GRJR-dashboards. Deze dashboards lopen door de huidige administratieve werkwijze nog geruime tijd achter, dit moet beter worden door aanpassingen in de backofficeprocessen (zoals eerder genoemd). Met deze informatie monitoren gemeenten en de contractmanagers van de Jeugdregio de kosten en het gebruik van jeugdhulp. 

De Jeugdregio gaat met de deelnemende gemeenten in gesprek over de hoeveelheid verantwoording en monitoringsrapportages. In lijn met de verantwoordelijkheidsverdeling in de planning en control taken ligt dat gemeenten de beschikbare informatie als input (leren) benutten voor eigen P&C-rapportages in plaats van regionaal samengestelde rapportages.

Rechtmatigheidswaarborgen

De rechtmatigheidsverantwoording van zorgkosten ligt bij de gemeenten. In de eerste plaats moet toewijzing van hulp rechtmatig plaatsvinden. De controle hierop en verantwoording ervan schuift conform BBV naar de gemeenten. In de tweede plaats moet betaling van declaraties terecht zijn; er moet een levering tegenover staan en het resultaat moet gerealiseerd worden. Beoordeling van declaraties ligt bij de gemeentelijke casusregisseurs en/of backoffices. De

13

Jeugdregio laat achteraf accountantscontroles op werkelijke levering uitvoeren en rekent met aanbieders af op basis van productieverantwoordingen. 

De verschuiving van de verantwoordingsplicht conform BBV betekent ook dat de accountantskosten GRJR lager begroot kunnen worden. Gemeenten kunnen met bijvoorbeeld eigen Verbijzonderde Interne Controle (VICs) of eigen eindcontrole voldoende zekerheid voor de eigen accountant bereiken. Voor gemeenten die hier niet toe zijn overgegaan is de Jeugdregio-accountant voor de 2025 controle nog voor een laatste keer beschikbaar. In de regiobegroting wordt hiermee rekening gehouden, in de regiojaarrekening worden de betreffende accountantskosten specifiek toegerekend aan de betreffende gemeente.

We gaan met gemeenten in gesprek over verdere aanscherping van de verdeling van de verantwoordingstaken. Vanuit de inkoop- en contractmanagementrol ligt het bij de Jeugdregio om toe te zien op de aanbieders, en dus te focussen op de productieverantwoording. De Jeugdregio moet erop kunnen rekenen dat gemeenten zelf toezien op de eigen processen voor beschikking/toewijzing en declaratiegoedkeuring en daarvoor geen oneigenlijk gebruik maken van de accountant van de Jeugdregio.

Aanvullend op de productieverantwoordingen achteraf introduceert de GRJR tussentijdse materiële controles bij aanbieders in het kader van de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing.

Om de informatie over zorgkosten beter en sneller op elkaar aan te sluiten wil de GRJR de datakwaliteit (tijdigheid, volledigheid, juistheid) blijven verbeteren. Naast tijdige toewijzing door gemeenten gaat het om snellere declaratie door aanbieders. Ook willen we afstemming verbeteren, op cliëntniveau, over productie die door een aanbieders is gestart zonder dat de gemeentelijke toewijzing kan worden overlegd (de zogenaamde risicoproductie).

In 2025 is gestart met het bij elkaar brengen van de gemeentelijk toezichthouders Jeugdwet. Niet elke gemeente heeft een toezichthouder. En de toezichthouders die zijn aangesteld werken vanuit gemeentelijke opdracht. De toezichthouders hebben de ambitie uitgesproken toe te willen naar regionale samenwerking op toezicht van de Jeugdwet. Dat is logisch en ook wezenlijk anders dan WMO-toezicht, gelet op de schaal van de zorgaanbieders. Gemeentelijk toezicht, lokaal en regionaal contractmanagement raken elkaar in de praktijk. Deze verbindingen moeten steviger: signalen en informatievoorziening over en weer over zorgaanbieders moeten mogelijk gemaakt worden en vaste praktijk worden. Indien nodig moet handhaving volgen: op contract- of casusniveau. Er is nog niet besloten over een plan maar wel om dit te verder te onderzoeken. 

Gemeenten bepalen in hoeverre ze willen samenwerken als het gaat om toezicht op de Jeugdwet. Een notitie die deze discussie agendeert, komt eind 2025 in het AB en vereist daarna gemeentelijk standpunt.

Indien gemeenten dit wensen kan de Jeugdregio een coördinerende rol spelen in het in samenwerking verbeteren van toezicht en handhaving op grond van de Jeugdwet. Gemeenten mogen verbetering van regionaal contractmanagement verwachten als het gaat om het gecoördineerd delen van en betrekken van gemeenten signalen, voorbereidingen van (bestuurlijke en ambtelijke) contract- en accountgesprekken en daarmee op de sturing van zorgaanbieders.

Voor subsidie- en uitvoeringkosten blijft de GRJR verantwoordelijk, met bijbehorende interne beheersing, rechtmatigheidsverantwoording en accountantscontrole bij de GRJR-jaarstukken. Sturing op jeugdhulp Sturing op doelmatigheid

Voor sturing op doelmatigheid zijn in de regiovisie en de inkoop 2023 vele aangrijpingspunten gecreëerd waar de komende jaren inzet op nodig is, zoals: • Kostenbewuste zorgbemiddeling, bijvoorbeeld door extra toetsing op zorgarrangementen die meer dan €4.200 per week kosten; • Strakke casusregie, kort cyclische sturing op inzet (en verlenging) van zorgarrangementen;

14

•

In het samenspel tussen verwijzers, zorgleveranciers en gemeenten betere inkadering wanneer hulp goed genoeg is, onder andere door aanpassing van het regionale afwegingskader; • Toezien op relevante inkoopeisen zoals inzet van bewezen interventies; • De gecontracteerde ontwikkelopdracht over kosteneffectiviteit; • Gecontracteerde ontwikkelopdrachten over passend aanbod zoals meer pleeghulp en gezinshuizen in plaats van duurdere residentiële hulp, en voorrang voor lichte hulp lokaal; • Tenminste budgetneutrale transformatie van gesloten jeugdhulp en ontwikkeling van alternatieven voor dure, minder effectieve 1-op-1 residentiële hulp. Deze opgaven liggen deels bij de gemeentelijke beleidsontwikkeling en casusregie en deels bij het contract- en accountmanagement van de Jeugdregio. Sturing op aanbod met ontwikkelopdrachten systeem- en prestatieaanbieders

Centrale doelstelling van de GRJR is dat het zorglandschap passend is. De contracten bevatten hiervoor allerlei eisen over hoe om te gaan met inzet van hulp als er een hulpvraag is, zoals het tijdig aanvragen van indicaties (toewijzingen), de acceptatieplicht van aanbieders, het leveren van hulp conform afgegeven indicaties (toewijzingen) en het tijdig declareren van geleverde hulp. De passendheid van het zorglandschap gaat over de beschikbaarheid van het juiste zorgaanbod. Dat vereist een voortdurende ontwikkeling van het zorgaanbod. Leren en ontwikkelen zijn daarom belangrijke pijlers in de contracten. Met systeemaanbieders en aanbieders van forensische hulp (prestatieaanbieders) zijn ontwikkelopgaven afgesproken. Deze opgaven moeten tot meetbare veranderingen in het zorglandschap leiden, zodat de hulp meer nabij en passend (en daarmee naar verwachting minder duur) wordt. Voor het kunnen volgen van en sturen op de voortgang van de ontwikkelopgaven is de afgelopen jaren een dashboard opgebouwd met kpi’s per ontwikkelopgave. De ontwikkelopdrachten voor de systeemaanbieders zijn: 1. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Nabij: de hulp wordt binnen het sociale netwerk van de jeugdige geboden (ambulante hulp), het sociale netwerk wordt betrokken en ingeschakeld, zodat duurzame oplossingen ontstaan.

Passend: de hulp is kort en bondig, zodat geen onnodige afhankelijkheidssituatie ontstaat. Hierbij wordt ingezet op interventies, methodieken, richtlijnen en aanpakken die passen bij de ondersteuningsbehoefte en bewezen effectief zijn, tegen zo laag mogelijke kosten. 2. Regionaal sluit aan op lokaal De regionale jeugdhulpdienstverlening sluit naadloos aan op lokaal aangeboden zorg in het kader van de jeugdhulp en op het lokale netwerk. Aanbieders en maatschappelijke partners vinden en ondersteunen elkaar op kennis, vaardigheden en expertise en vormen een geheel met elkaar, zodat de jeugdige een vloeiend verlopende behandeling heeft richting goed functioneren, passend in de samenleving. 3. Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Wanneer jeugdigen niet langer thuis kunnen wonen groeien ze zoveel mogelijk op binnen een pleeggezin/gezinshuis. Het aanbod van pleegouders/gezinshuizen is zo dat te allen tijde een beroep gedaan kan worden op een pleegouder. Eventuele alternatieve gezinssituaties worden gecreëerd om te voorkomen dat een tekort aan plekken ontstaat. Er is inzet op behoud van pleegouders/gezinshuizen. Daarbij is een versterking van de samenwerking tussen de opdrachtnemer en de casusregisseur noodzakelijk. 4. Minimale inzet van bedden Het perspectief is altijd gericht op behandeling in afstemming met gezin en onderwijs.

Daarbij worden bedden zo kort mogelijk ingezet, maar wel zo lang als nodig. Dit vraagt om domein overstijgend denken, omdat kinderen zelden enkelvoudige problematiek hebben. De beschikbare bedden zijn daarom ook flexibel inzetbaar, zodat ook voor jeugdigen in de residentiële zorg opvoeden en opgroeien normaliseert en waar mogelijk het sociale netwerk ingezet wordt. Daar waar thuis blijven wonen echt niet (meer) mogelijk is, is het van belang dat er voldoende capaciteit voor langdurige opvang beschikbaar is met de mogelijkheid om integrale zorg te bieden.

15

5. Kosteneffectiviteit De Opdrachtnemer heeft inzicht in de ingezette dienstverlening op clientniveau in tijd, hoeveelheid en kwaliteit, zodat Opdrachtnemer dit kan koppelen aan de opdrachtverstrekking van de Opdrachtgever. Opdrachtnemer maakt inzichtelijk hoe de opdrachtnemer inzet op een efficiëntere bedrijfsvoering met als doel de effectiviteit van de jeugdhulp te vergroten. Randvoorwaarden: • Opdrachtnemer heeft inzichtelijk welke hoeveelheid en type jeugdhulp ingezet is per jeugdige; • Opdrachtnemer meet het resultaat van deze hoeveelheid en kwaliteit van zorg, waarbij hij ook inzichtelijk heeft of het bereikt wordt met de ingezette dienstverlening; • Opdrachtnemer onderzoekt of een andere hoeveelheid en kwaliteit van zorg tot betere resultaten zou leiden.

Met de aanbieders van forensische hulp zijn ontwikkelthema’s afgesproken: 1. Passend aanbod voor 18+’ers met (jeugd)reclassering Het doel hierbij is om voldoende passend aanbod te creëren voor jongeren van 18 jaar en ouder die te maken hebben met (jeugd)reclassering, inclusief jongeren die onder ASR (Adolescenten Strafrechtrecht) vallen. Het streven is om deze jongeren een toekomstperspectief te bieden. Er wordt specifiek gekeken naar het vraagstuk rondom verblijf en de overgang naar bijvoorbeeld de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). 2. Transforensische hulp Deze vorm van hulp is gericht op de continuïteit van zorg voor jongeren voor, tijdens en na detentie, zowel in Justitiële Jeugd Inrichtingen (JJI's) met verschillende beveiligingsniveaus als in de Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd (KVJJ) met een lager beveiligingsniveau. Deze initiatieven zijn gericht op het verbeteren van de zorg en de ondersteuning voor jongeren die betrokken zijn bij (jeugd)reclassering en jongeren die in detentie zitten, om zo een effectievere en naadloze overgang naar de samenleving te bevorderen.

Sturing op transformatie residentiële jeugdhulp

De transformatie van de residentiële jeugdhulp is in de Regiovisie een belangrijke ambitie en wordt ook landelijk gestimuleerd. In de regio Rijnmond is dit in de eerste plaats onderdeel van de ontwikkelopgaven. Daarnaast stuurt de rijksoverheid specifiek aan op de transformatie van residentiële jeugdhulp in gesloten jeugdhulpvoorzieningen (JH+) en zogenaamde driemilieuvoorzieningen (verblijf + zorg + onderwijs). De af- en ombouw is een complex proces met veel betrokken partijen en grote bedrijfsmatige uitdagingen voor de betrokken zorgaanbieders. Gemeenten zijn ondertussen verantwoordelijk voor continuïteit van deze cruciale jeugdhulp en voor de af- en ombouw. Inmiddels is er een rijksregeling (specifieke uitkering, SPUK) om incidentele kosten van af- en ombouw te vergoeden. Deze geldstroom is inzetbaar voor de transformatie van regionaal ingekochte hulp, en loopt via de coördinerende gemeente Rotterdam in plaats van de GRJR. Structureel hogere zorgkosten (zoals hoger tarief vanwege minder kinderen per groep of zwaardere wettelijke eisen) zijn voor rekening van gemeenten en lopen via de GRJR. De veronderstelling is dat de alternatieve zorgvormen niet meer kosten dan de huidige ineffectieve inzet van jeugdhulpo zoals dure 1-op-1 behandelingen elders in het land.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16517044/1