Jaarstukken Brielle 2022 incl wijz. bijhouden
Tekst van het document
94
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Baggeren Beleidskader Het waterschap Hollandse Delta heeft in haar keur eisen vastgelegd voor het beheer en onderhoud van watergangen en sloten in het beheer van de gemeente. Daar-naast zijn er gezamenlijke afspraken over het baggeren vastgelegd in een Stedelijk Baggerplan (2004). In 2015 zijn met de gemeenten op Voorne-Putten en het waterschap uitgebreide afspraken gemaakt om de baggerwerkzaamheden gezamenlijk uit te voeren. Het waterschap zal de werkzaamheden uitvoeren en de gemeenten betalen hun deel van de kosten. Hiervoor wordt een samenwerkingsovereenkomst voorbereid.
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties Het baggeren van sloten en singels moet één keer in de 7 jaar plaatsvinden. In de gemeente Brielle worden deze werkzaamheden gefaseerd uitgevoerd in 3 opeenvolgende jaren. Omdat de laatste 3-jaars baggercyclus in 2015-2017 is uitgevoerd, zullen er tot en met 2022 geen baggerwerkzaamheden uitgevoerd worden. Wel zal jaarlijks een storting plaatsvinden in een reserve, ingesteld ter egalisatie van de baggerlasten. Deze reserve zal dan in de nieuwe 3-jaars baggercyclus worden aangesproken. Kosten baggeren en egalisatiereserve baggeren Lasten
Begroot
Werkelijk
Verschil
Lasten baggeren
0
0
0
Beschikking reserve
0
0
0
42.947
42.947
0
257.018
257.018
0
Storting reserve Saldo reserve (eind boekjaar)
Gebouwen Beleidskader De gemeente bezit een groot aantal gebouwen welke deels bedrijfsmatig en deels functioneel beheerd worden. De gebouwen betreffen onder andere scholen, sportcomplexen, monumenten, woningen, stadhuis en stadskantoor. Deze gebouwen worden beheerd overeenkomstig het hiervoor in 2020 geactualiseerd meer jaren onderhoudsplan (MOP). Daarbij is voor elk gebouw wederom een nulmeting opgesteld dat inzicht geeft in de actuele staat van onderhoud. Samen met de technische levensduur van de verschillende bouwelementen zijn per gebouw voor de korte en middellange termijn de onderhoudswerkzaamheden en kosten in beeld gebracht. De uit het MOP voortvloeiende werkzaamheden worden jaarlijks getoetst aan de huidige staat van het gebouw. Door afwijkingen ten opzichte van de technische levensduur kunnen werkzaamheden eerder of later uitgevoerd worden. Om de drie jaar wordt opnieuw een opname van de staat van het onderhoud gemaakt. De gegevens hieruit worden verwerkt in het MOP.
95
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
Uit het beleidskader voortgevloeide (financiële) consequenties Voor een betere aansluiting met het MOP en het verhogen van de beheersbaarheid zijn de budgetten nader onverdeeld in: - algemeen onderhoud (klein- en reparatie-onderhoud) - cyclisch onderhoud (planmatig) - onderhoudsabonnementen (periodieke contracten) De onderhoudslasten zijn over een lange periode in beeld gebracht. In een periode van 30 jaar zullen alle vervangingen minimaal 1 keer uitgevoerd moeten worden. Als de jaarlijkse onderhoudslasten in die periode een grote variatie laten zien, kan ter egalisatie van de lasten een onderhoudsvoorziening worden ingesteld. Voor de periode 2021-2024 zijn conform het MOP de benodigde budgetten één op één in de begroting opgenomen.
Beheer Het onderhoudsbeheer van de gemeentelijke gebouwen zag er in 2022 als volgt uit:
Lasten
Begroot
Werkelijk
Verschil
Markt 7
35.015
33.962
1.053
Dijckhuis Vierpolders
36.090
47.109
-11.019
Dukdalf BRES
685.452
287.790
397.662
Franschestraat 1a
210
142
68
Garage Langestraat
680
649
30
Huisvesting binnendienst
109.910
57.176
52.734
Huisvesting buitendienst
70.940
22.969
47.971
Jacobskerk
50.810
3.316
47.494
500
0
500
0
4.261
-4.261
Kruithuis Langestraat 31 Lijnbaan 17
650
456
194
Maarland NZ 104
20.500
21.958
-1.458
Maarland ZZ 91
9.960
1.059
8.901
Nettenpakhuis
1.820
1.341
479
Rozemarijnstraat 42 – Infirmerie
3.990
1.357
2.633
Rozemarijnstraat 42a
1.600
2.022
-422
Rozemarijnstraat 46 – Arsenaal
18.010
8.845
9.165
Sportzaal Reede
8.000
12.513
-4.513
Sportzaal Trompstraat
42.676
31.665
11.011
108.403
103.368
5.035
1.205.216
641.958
563.258
Stadhuis/museum Eindtotaal
Verkeers- en straatnaamborden Inleiding Door Syntrophos wordt een beheerprogramma geïmplementeerd bij de gemeenten op Voorne-Putten. Als alles goed functioneert worden ook alle verkeersborden in de gemeente in het beheersysteem opgenomen. Een en ander vindt plaats in overleg met de buurgemeenten. Inmiddels is een eerste inventarisatie uitgevoerd. Deze is in het kader van de Binnenstad- en Havenvisie geactualiseerd.
96
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
De verwachte levensduur van de borden, rekening houdend met vandalismeschade, is als volgt: ▪
Verkeersborden
▪
Onderborden
8 jaar 8 jaar
▪
Straatnaamborden
10 jaar
▪
Komborden
10 jaar
▪
Verkeersbordpalen
20 jaar
Lasten In 2022 is € 51.730 geraamd voor vervanging en onderhoud (verkeers)borden. Hiervan is € 47.675 besteed. .
97
Paragraaf Financiering
F
inanciering
Algemeen Ingevolge artikel 13 van het BBV bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. De financieringsparagraaf is sinds 1 januari 2001 verplicht in de begroting. Deze verplichting hangt samen met de invoering per die datum van de Wet FIDO (financiering decentrale overheden). De financieringsparagraaf in samenhang met het in artikel 212 van de Gemeentewet voorgeschreven treasurystatuut vormt een belangrijk instrument in het transparant maken, en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren, van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut geeft de infrastructuur voor de inrichting van de financieringsfunctie. De uitwerking vindt zijn weerslag in de financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarstukken. In de financieringsparagraaf worden de beleidsplannen aangegeven met betrekking tot het kasbeheer, gemeentefinanciering en het risicobeheer. Uitgangspunt is dat de plannen voldoen aan de richtlijnen van de Wet FIDO.
Verloop financieringstekort/overschot Net als in voorgaande jaren is er in Brielle sprake van een financieringsoverschot. Het financieringssaldo (=investeringen minus reserves, voorzieningen, leningen o/g en waarborgsommen) is per ultimo 2022 bijna -€ 25 miljoen. Dit is een indicatie dat er op korte termijn geen vaste geldlening hoeft te worden afgesloten.
Ontwikkeling leningenportefeuille Zoals uit het onderstaande overzicht "Mutaties vaste schuld" blijkt, bedraagt het totaal van de leningenportefeuille per 31 december 2022 € 1,3 miljoen. Er zijn in 2022 geen nieuwe leningen aangegaan. Mutaties vaste schuld
2022
(Bedragen x € 1000) Saldo per 1-1
2.271
Nieuwe leningen Reguliere aflossingen
964
Vervroegde aflossingen
0
Renteaanpassing (oud percentage) Renteaanpassing (nieuw percentage) Omzetting vast naar vlottend Omzetting vlottend naar vast Saldo per 31-12
1.307
Gemiddelde rente %
5,01%
98
Paragraaf Financiering
Ontwikkelingen lopende leningen, Op basis van artikel 6 van de wet Fido mag het renterisico op de vaste schuld de renterisiconorm niet overschrijden. Het percentage van de renterisiconorm zoals vastgelegd in de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden is bepaald op 20% van het begrotingstotaal met een minimum van € 2,5 miljoen (artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden). Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld per 1-1-2022 Renterisico op vaste schuld (bedragen x € 1000)
2022
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g
0
1b. Renteherziening op vaste schuld u/g
0
2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
0
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld (o/g)
0
3b. Nieuw verstrekte lange leningen (u/g)
0
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)
0
5. Betaalde aflossingen
964
6. Herfinancieringen (laagste van 4 en 5)
0
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
0
Renterisiconorm 8. Stand van de vaste schuld per 1 januari
2.271
9. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
20%
10. Renterisiconorm (omvang begroting per 1-1-2022 € 80.352)
16.070
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm
16.070
7. Renterisico op vaste schuld
0
11. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10-7)
16.070
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het maximumbedrag waarmee de gemeente haar (kapitaal-) uitgaven mag financieren met kortlopende financieringsmiddelen (vlottende schuld). Deze limiet is het bedrag dat gelijk is aan 8,5% van het totale bedrag van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Dit percentage is overeenkomstig de bepaling in artikel 2 van de wet Financiering decentrale overheden (FIDO). Onder vlottende of korte schuld worden schuldtitels gerekend met een looptijd korter dan 1 jaar. Bijvoorbeeld: daggelden kasgeldleningen en rekening-courantkrediet. Zowel in de begroting als in het jaarverslag dient een overzicht te worden opgenomen waarin de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet getoetst aan de wettelijke norm uit hoofde van Wet FIDO. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt aangehouden de omvang van de jaarbegroting per 1 januari 2022 voor het gehele begrotingsjaar. Voorts wordt de toegestane omvang van de kasgeldlimiet vastgesteld op het vigerende percentage zoals dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Tenslotte wordt het aldus berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijke toegestane
99