Jaarrekening 2023 versie 1.0
Tekst van het document
T ota a l b a te n
3.157
3.174
2.715
3.157
3.174
Beeldmateriaal Kosten kadaster
526 167
Subtotaal programmakosten Toerekening kosten ondersteuning: T ota a l la ste n
590 216
522 171
BATEN
Totaal baten
Totaal lasten J a a rre sulta a t
Versie 1.0
10 april 2024
3.120 38
Pagina 26 van 75
3.174 0
2.715
2.389 326
Jaarstukken 2023 De kosten van dit programma waren in de Begroting 2023 vastgesteld op 2.347.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning). De werkelijke kosten bedragen 2.280.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning) hetgeen een voordelig resultaat in de Jaarrekening 2023 geeft van 67.000 euro positief. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: • •
De salariskosten liggen 29.000 euro lager dan geraamd door tijdelijke vacatures en dekking van opgenomen verlof uit de voorziening verlofsparen.
De automatiseringskosten worden aan de programma’s toegerekend op basis van het werkelijk aantal fte’s per ultimo 2023. Zie de toelichting hieronder. De automatiseringskosten op het
programma Gegevensbeheer Algemeen zijn 75.000 hoger dan begroot;
•
In de begroting was rekening was gehouden met een nieuwe aanbesteding van het
beeldmateriaal waardoor de kosten mogelijk hoger uit zouden vallen. De aanbesteding voor
het beeldmateriaal is in 2023 afgerond. Hieruit is gebleken dat de kosten lager zijn dan was begroot (64.000 euro);
•
De kosten kadaster zijn lager dan begroot doordat de kosten van het Ministerie niet zijn
geïndexeerd en SVHW in een gunstig staffeltarief uit kwam (49.000 euro). Automatiseringskosten
De totale automatiseringskosten worden toegerekend aan meerdere programma’s op basis van het aantal fte’s. Door externe omstandigheden en de afhankelijkheid van software leverancier(s) gaat de door
ontwikkeling van de landelijke voorzieningen en de ontwikkeling/aanpassing van de primaire systemen binnen SVHW langzamer dan verwacht. Daarnaast is binnen SVHW momenteel door vacatures te weinig capaciteit beschikbaar om innovaties in gang te zetten. Hierdoor ontstaat er een incidentele onderschrijding t.o.v. de begroting 2023 van 483.000 euro in totaal.
Algemeen eind 2023 verhoudingsgewijs over een hogere bezetting beschikt worden meer kosten toegerekend (75.000 euro).
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 27 van 75
Jaarstukken 2023
3.5
Toelichting programma Gegevensbeheer BAG
3.5.1
Omschrijving
Doel Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de BAG-administratie. De BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in de gemeentes. Lasten
De lasten hebben betrekking op automatiseringskosten (licenties). De toegerekende kosten van het
programma ondersteuning worden op basis van de formatie aan de diverse programma’s toegerekend. Baten
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag van 1,488 euro per object voor de BAG-deelnemers en daarnaast op een vast bedrag van 0,567 euro per object voor alle gemeentelijke deelnemers.
Kwa ntita tie ve ge ge ve ns Aantal WOZ-objecten BAG-deelnemers Totaal aantal WOZ-objecten
Versie 1.0
10 april 2024
2023 we rke lij k 113.195 299.148
2023 b e groot 114.348 300.277
Pagina 28 van 75
2022 we rke lij k 144.400 272.304
Jaarstukken 2023
3.5.2
Gegevensbeheer BAG – Overzicht van Baten en Lasten
(bedragen in x 1.000 euro): Omschrij ving
2023 R e ke ning
2023 Be groting
2022 R e ke ning
LASTEN Lonen en salarissen Gegevensbeheer BAG Toelagen Gegevensbeheer BAG Sociale lasten en premies
88 0 25
93 0 28
163 5 51
Totaal personele kosten
114
121
218
Kosten automatisering
49
120
95
163
241
313
87
99
188
250
340
501
Bijdragen deelnemers
338
340
572
T ota a l b a te n
338
340
572
Totaal baten
338
340
572
Totaal lasten Jaarresultaat
250 87
340 0
501 71
Subtotaal programmakosten Toerekening kosten ondersteuning: T ota a l la ste n BATEN
De kosten van dit programma waren in de Begroting 2023 vastgesteld op 241.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning). De werkelijke kosten bedragen 163.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning) hetgeen een voordelig resultaat in de Jaarrekening 2023 geeft van 78.000 euro positief. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: • •
De salariskosten liggen 7.000 euro lager dan geraamd door tijdelijke vacatures. De automatiseringskosten worden aan de programma’s toegerekend op basis van het werkelijk aantal fte’s per ultimo 2023. Zie de toelichting bij Gegevensbeheer Algemeen De
automatiseringskosten op het programma Gegevensbeheer BAG zijn 71.000 lager dan begroot;
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 29 van 75
Jaarstukken 2023
3.6
Toelichting programma WOZ-administratie
3.6.1
Omschrijving
Dit programma heeft betrekking op het bijhouden en verbeteren van de waardering van de onroerende zaken ten behoeve van de belastingheffing voor de deelnemers. Hierbij is inbegrepen de (her) taxatie van de onroerende zaken binnen het gebied van de gemeentelijke deelnemers. Wat hebben we bereikt?
We hebben een waarde voor de gebouwde en ongebouwde eigendommen toegekend. Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hiervoor hebben we de gebouwde en ongebouwde eigendommen getaxeerd in een waarderingsapplicatie. Lasten
De kosten diensten derden betreffen de kosten van inschakeling van externe organisaties voor de
taxatie van de onroerende zaken. De toegerekende kosten van het programma ondersteuning worden
op basis van de formatie aan de diverse programma’s toegerekend.
Baten De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag van 12,407 euro per WOZ-object.
Kwa ntita tie ve ge ge ve ns
2023 we rke lij k
2023 b e groot
2022 we rke lij k
Aantal te waarderen WOZ-objecten
299.148
300.277
272.304
Aantal objecten t.b.v aanslagen waterschap Hollandse Delta
178.493
208.068
151.710
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 30 van 75
Jaarstukken 2023
3.6.2
WOZ-administratie – Overzicht van Baten en Lasten
(bedragen in x 1.000 euro): Omschrij ving
2023 R e ke ning
2023 Be groting
2022 R e ke ning
LASTEN Lonen en salarissen WOZ Toelagen WOZ Sociale lasten en premies Totaal personele kosten Kantoorartikelen
855 12 249 1.117
1.109 23 340 1.472
773 37 245 1.055
14
9
8
Abonnementen Automatiseringskosten Ingeleend personeel
31 415 1.290
26 575 642
24 452 785
WOZ kosten gemeenten
625
632
616
3.492
3.356
2.941
737
1.002
898
4.230
4.358
3.839
Bijdrage deelnemers-factuur Ministerie BZK Bijdragen deelnemers
625 3.711
632 3.725
616 2.659
T ota a l b a te n
4.337
4.358
3.275
Totaal baten
4.337
4.358
3.275
Totaal lasten
4.230
4.358
3.839
J a a rre sulta a t
107
0
-5 6 4
Subtotaal programma kosten Toerekening kosten ondersteuning: T ota a l la ste n BATEN
De kosten van dit programma waren in de Begroting 2023 vastgesteld op 3.356.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning). De werkelijke kosten bedragen 3.492.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning) hetgeen een nadelig resultaat in de Jaarrekening 2023 geeft van 136.000 euro. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door: •
Doordat diverse functies niet het gehele jaar zijn ingevuld in 2023 en door dekking van
opgenomen verlof uit de voorziening verlofsparen liggen de personeelskosten 355.000 euro
lagere dan begroot. Deze functies zijn tijdelijk intern opgevangen en met aanvullende inhuur van externen; •
De automatiseringskosten worden aan de programma’s toegerekend op basis van het werkelijk aantal fte’s per ultimo 2023. Zie de toelichting bij Gegevensbeheer Algemeen. De automatiseringskosten op het programma WOZ Administratie zijn 160.000 lager dan begroot;
•
Door een significante toename van het aantal WOZ-bezwaren in 2023 ten opzichte van eerdere jaren moet extra inhuur plaatsvinden om deze bezwaarschriften tijdig en op een juiste wijze af te wikkelen. Daarnaast zorgt het niet tijdig kunnen invullen van vacatures voor een extra vraag voor ingeleend personeel. Tegenover deze kosten staan lagere personele kosten. In totaliteit overschrijden de kosten van inhuur het budget met 648.000 euro. Een ander deel van de
benodigde extra kosten schuift door naar Q1 2024. Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 31 van 75
Jaarstukken 2023
3.7
Toelichting programma Dienstverlening
3.7.1
Omschrijving
Dit programma heeft als doelstelling het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften en het invorderen van de opgelegde belastingaanslagen. Wat hebben we bereikt?
In 2023 zijn voor alle deelnemers de aanslagen opgelegd binnen de normen, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten. De invordering van de opgelegde aanslagen is overeenkomstig de planning verlopen.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
We hebben aanslagen opgelegd, klanten telefonisch te woord gestaan, kwijtscheldingsverzoeken
behandeld, aanmaningen en dwangbevelen verzonden, bezwaar- en beroepsschriften behandeld, de invorderbaarheid beoordeeld en voorstellen gedaan ten behoeve van oninbaar verklaringen. Lasten
De WOZ-kosten gemeenten hebben betrekking op de overname van gegevens van die gemeenten, die niet in het eigen vastgoedinformatiesysteem zijn opgenomen.
Daarnaast bestaan de lasten uit externe kosten voor dwanginvordering, proceskostenvergoeding en bankkosten. De toegerekende kosten van het programma ondersteuning worden op basis van de formatie aan de diverse programma’s toegerekend Baten
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op een vast bedrag per aanslagregel van 1,302 euro.
Daarnaast bestaat de bijdrage van het waterschap uit de door het SVHW te betalen vergoeding voor het leveren van de WOZ-gegevens door de gemeenten die geen deel uit maken van de gemeenschappelijke regeling.
Kwantitatieve gegevens
In onderstaande tabel zijn de kwantitatieve gegevens opgenomen die horen bij het programma
Dienstverlening. In de aantallen van bezwaar- en verzoekschriften zijn ook de aantallen opgenomen die worden veroorzaakt door het ambtshalve ontheffen en verminderen en belastingaanslagen.
Kwa ntita tie ve ge ge ve ns Aanslagbedrag Aanslagregels Bezwaar-en verzoekschriften (objectniveau) * Ingekomen Afgedaan Niet afgedaan per 31/12 Aantal aanslagbiljetten
Aantal aanmaningen Aantal dwangbevelen Aantal verzoeken om kwijtschelding
2 0 2 3 we rke lij k 2 0 2 3 b e groot 2 0 2 2 we rke lij k € 490.957.171 € 423.189.970 € 428.709.668 3.801.879 3.819.303 3.643.698 44.607 28.558 16.049
18.837 17.824 1.013
20.195 17.599 2.596
700.804
701.939
745.170
73.109 34.270 37.928
76.243 32.817 36.429
In de bovenstaande tabel zijn de automatische verminderingen en ontheffingen meegenomen. Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 32 van 75
77.010 32.519 36.072
Jaarstukken 2023
3.7.2
Dienstverlening – Overzicht van Baten en Lasten
(bedragen in x 1.000 euro): Omschrij ving
2023 R e ke ning
2023 Be groting
2022 R e ke ning
LASTEN Lonen en salarissen Dienstverlening Toelagen
1.543 13
Sociale lasten en premies Totaal personele kosten
438 1.995
Abonnementen
12
1.738 14
1.428 43
12
525 2.277
439 1.910
Automatiseringskosten
872
1.199
12 941
Communicatie Vervaardigen aanslagen Porti aanslagen
7 196 546
28 179 341
32 198 312
Controle belastingen Advertentiekosten
61 49
76 41
57 37
Ingeleend personeel Telefoonkosten
40 145
111 143
63 134
Kosten dwanginvordering Porti dwanginvordering Proceskosten Bankkosten
212 71 2.218 170
295 45 839 187
276 47 848 176
Subtotaal programma kosten
6.614
5.786
5.055
Toerekening kosten ondersteuning:
1.550
1.866
1.871
T ota a l la ste n
8.164
7.652
6.926
2.828
2.584
2.583
Vergoeding rente bank
525
0
2
Vrijval voorziening oninbare invorderingskosten
311
0
104
Kosten inlichtingenbureau
20
13
12
BATEN Opbrengst invorderingskosten
Bijdragen deelnemers
4.951
5.068
4.527
T ota a l b a te n
8.616
7.652
7.215
Totaal baten Totaal lasten
8.616 8.164
7.652 7.652
7.215 6.926
J a a rre sulta a t
452
0
289
In de Begroting 2023 zijn de kosten van dit programma vastgesteld op 5.786.000 euro (exclusief de
toerekening van kosten Ondersteuning). De werkelijke kosten bedragen 6.614.000 euro (exclusief de toerekening van kosten Ondersteuning) hetgeen een nadelig resultaat in de Jaarrekening 2023 geeft van 828.000 euro. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door:
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 33 van 75
Jaarstukken 2023 • •
Doordat diverse functies niet het gehele jaar zijn ingevuld in 2023 liggen de personeelskosten 261.000 euro lagere dan begroot.
In de jaarrekening van 2022 is een voorziening verlofsparen gevormd. In 2023 heeft een aantal medewerkers een deel van hun opgebouwd verlof opgenomen. De kosten hiervan ad 21.000 euro worden gedekt uit de betreffende voorziening;
•
De automatiseringskosten worden aan de programma’s toegerekend op basis van het werkelijk aantal fte’s per ultimo 2023. Zie de toelichting bij Gegevensbeheer Algemeen. De automatiseringskosten op het programma Dienstverlening zijn 326.000 lager dan begroot;
•
Doordat de telefonie door eigen personeel in de eerste lijn is opgevangen liggen de inhuurkosten 71.000 euro lager dan begroot voor 2023.
•
In de begroting was € 12.500 geraamd voor een training Klare taal. Deze training heeft niet plaats gevonden. In totaal zijn de kosten Communicatie 21.000 euro lager dan geraamd;
•
Door een toename van het volume aan brieven en door tariefindexatie zijn kosten van
vervaardigen aanslagen gestegen met 17.000 euro en de portokosten op vervaardigde aanslagen met 206.000 euro;
•
Door de afschaffing van de hondenbelasting bij een deelnemer hoeven er minder controles te worden uitgevoerd. Daarnaast is een verwachtte tariefstijging uitgebleven. Hierdoor zijn de kosten van controle belastingen 15.000 euro lager dan begroot;
•
De onderschrijding kosten dwanginvordering van 83.000 euro ten opzichte van de Begroting
2023 wordt veroorzaakt doordat in de begroting al rekening was gehouden met een nieuwe aanbesteding van het deurwaarderscontract waardoor de kosten mogelijk hoger uit zouden
vallen. De aanbesteding is echter voordeliger uitgevallen. Daarnaast zijn minder dossiers bij de deurwaarder aangeleverd. Hierdoor ontstaat een voordelig saldo.
• •
Door indexatie van de porti tarieven zijn de kosten van porti op dwanginvordering gestegen
met 26.000 euro; De betaalde proceskostenvergoedingen zijn 1.379.000 euro hoger dan begroot. Dit wordt
veroorzaakt door een verdriedubbeling van het aantal bezwaren door toegenomen activiteiten van NCNP-bureaus. Daarnaast is de proceskostenvergoeding voor bezwaren per toegekend punt gestegen van € 89 naar € 98 en voor beroepen van € 759 naar € 837;
In de Begroting 2023 was aan opbrengsten voor Dienstverlening een bedrag geraamd van 2.584.000 euro. De werkelijke opbrengsten bedragen 3.664.000 euro. Het resultaat in de Jaarrekening 2023 bedraagt 1.080.000 euro positief. Dit verschil wordt veroorzaakt door: •
De opbrengst invorderingskosten heeft een positief resultaat van 244.000 euro door een stijging van het aantal uitgevaardigde dwangbevelen gecombineerd met een tariefstijging van de invorderingsproducten in de Kostenwet Invordering Rijksbelastingen 2023;
•
De banktegoeden van SVHW worden dagelijks afgeroomd naar een rekening courant bij het
Ministerie van Financiën. Doordat de rente hierop is gestegen van rond de 0% naar 3,90% per 31december 2023 is een niet begrote rente opbrengst van 525.000 gerealiseerd; •
Doordat het percentage oninbare vorderingen in de afgelopen jaren beduidend is afgenomen kon de voorziening dubieuze invorderingskosten worden teruggebracht met 311.000 euro. Hier was in de begroting geen rekening mee gehouden.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 34 van 75
Jaarstukken 2023
4.
Paragrafen
4.1
Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is: het vermogen van SVHW om niet-structurele risico's op te vangen zonder
het beleid en de bedrijfsvoering aan te hoeven passen. Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan de algemene reserve.
Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers verplicht eventuele tekorten
bij een gemeenschappelijke regeling aan te vullen. Het SVHW verwerkt de kosten in de tarieven van de
producten. Een eventueel overschot/tekort aan het einde van het jaar wordt in rekening of in mindering gebracht op de te ontvangen bedragen van de deelnemers. In formele zin loopt het SVHW geen risico,
omdat het eventuele tekorten afwentelt op de deelnemers, dan wel verrekent met de algemene reserve (buffer) van de gemeenschappelijke regeling.
Op 13 april 2022 heeft het Algemeen bestuur de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen
SVHW 2022 vastgesteld. Deze nota beschrijft de structuur ten aanzien van het uit te voeren beleid
omtrent risico’s en fraude. SVHW hanteert een risicomijdend profiel ten aanzien van risico’s en streeft ernaar om risico 's zoveel mogelijk te ondervangen. Dat is de reden waarom diverse verzekeringen afgesloten zijn voor het onroerend goed, inventaris en personeel. Eind 2023 is een nieuwe risico analyse opgesteld.
De risico’s hebben een intern (SVHW, “eigen” organisatie) en/of een extern (deelnemers) karakter. In de Najaarsnota 2023 zijn de grootste risico’s, die SVHW onderkent, gerapporteerd. SVHW is een belangrijke organisatie voor haar 13 deelnemers. Continuïteit van de bedrijfsvoering is daarom essentieel. Dit dient op het niveau van directie en Dagelijks Bestuur te kunnen worden beslist. Bij het opvangen van de gevolgen van calamiteiten is het onwenselijk dat de organisatie afhankelijk zou zijn van de besluitvorming van de deelnemers. Gelet op genoemde risico's en de behoefte aan
continuïteit van de bedrijfsvoering is het gewenst een financiële buffer in stand te houden. In de nota
Risicomanagement en weerstandsvermogen is daarom besloten de omvang vast te stellen op minimaal 400.000 euro en maximaal 700.000 euro.
Er doen zich geen juridische procedures voor die aanleiding kunnen geven tot enig financieel nadeel. Eind 2004 is bij de Bank Nederlandse Gemeenten een lening van 2.600.000 euro met een looptijd van 30 jaar aangetrokken. Deze lening heeft gedurende de gehele looptijd van 30 jaar een vast rentepercentage van 4,445 procent, zodat er geen sprake is van een financieel risico. Beschikbare weerstandscapaciteit
Het weerstandsvermogen is: het vermogen van SVHW om niet-structurele risico’s op te vangen zonder
het beleid en de bedrijfsvoering aan te hoeven passen. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat bij SVHW uitsluitend uit de algemene reserve.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 35 van 75
Jaarstukken 2023 (bedragen in x 1.000 euro): We e rsta nd sca p a cite it
3 1 -1 2 -2 0 2 2 T oe voe ginge n Onttre kkinge n
Algemene reserve
700
0
0
T ota a l
700
0
0
Be ste mming
re sulta a t vorig
3 1 -1 2 -2 0 2 3
0
700
0
700
b oe kj a a r
Inventarisatie van de risico’s
In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste risico’s weergegeven: (bedragen in x 1.000 euro): Categorie
Beheersing Financieel Belang
Risico
Bedrag
Kans Klasse
Risico score %
x € 1.000
Verzekeren
100
1
10%
Schadeclaims
Overdragen
100
1
10%
Onderhoud gebouw SVHW
Accepteren
100
1
10%
Bedrijfsongevallen
Verzekeren
50
1
10%
Fraude en diefstal
Elimineren
50
1
10%
Afwezigheid personeel wegens ziekte of anderszins (zwangerschaps- en bevallingsverlof, zorgverlof) Vertrek personeel
Reduceren
150
2
30%
Reduceren
150
3
50%
ICT
Reduceren
750
2
30%
Informatiebeveiliging en cybercrime
Reduceren
750
2
30%
Loonontwikkelingen
Accepteren
100
2
25%
Prijsontwikkelingen
Reduceren
125
2
25%
Renterisico
Accepteren
25
1
10%
Bezwaarschriften & Beroep
Reduceren
350
4
80%
uittreden van Deelnemers
Accepteren
100
1
10%
Nieuwe wet en regelgeving
Reduceren
100
1
10%
Versie 1.0
10 april 2024
3.000
Bedrag x € 1.000
Nalatigheid of onrechtmatig handelen
Totaal
Toelichting jaarrekening 2023
10 De risico’s zijn in de meeste gevallen beperkt, doordat waar mogelijk verzekeringen zijn afgesloten. Ook hebben wij in de begroting diverse budgetten beschikbaar, bijvoorbeeld om ons eigen risico af te dekken. 10 Het SVHW loopt altijd het risico op schadeclaims. Over het algemeen zijn dit langlopende procedures waarvan de risico's moeilijk in te schatten zijn. 10 Wij voeren voor onze gebouw planmatig beheer en onderhoud uit. Dit doen wij op basis van actuele inspecties. Echter kan het altijd voorkomen dat onbegroot onderhoud moet plaatsvinden. 5 Wij hebben hiervoor een verzekering afgesloten. Werkgevers hebben de wettelijke zorgplicht voor de veiligheid van werknemers en die zorgplicht wordt uitgebreid. De werkgever is aansprakelijk voor bedrijfsongevallen en beroepsziektes van werknemers. 5 De huidige economische ontwikkelingen kunnen voor medewerkers van het SVHW leiden tot verhoogde prikkels of gelegenheden tot het doen van of meewerken aan fraude. Er zijn fysieke en/of administratieve maatregelen genomen (functiescheiding, procesbeschrijvingen). De interne controle richt zich ook op deze zaken. 45 Kennis en kunde zijn (tijdelijk) niet beschikbaar waardoor de kwaliteit van de organisatie en de door de organisatie geleverde producten lager worden.
Uitgangspunt bij ziekteverzuim is een interne oplossing en geen externe inhuur, afhankelijk van de duur van de afwezigheid en taak. 75 Als gevolg van vertrek van personeel kunnen er kennis en kunde verloren gaan. Daarnaast is er bij het huidige personeel veel ervaring en kennis van de lokale situatie aanwezig, welke bij vertrek verloren gaat. Dit kan leiden tot inefficientie. 225 Computeruitval kan tot gevolg hebben dat we onze dienstverlening niet meer uitvoeren en onze medewerkers niet meer optimaal kunnen werken. Vooral de laatste tijd zijn bedreigingen van virussen in het nieuws, hetzelfde geldt voor datalekken. 225 Informatiebeveiliging is steeds actueler. Er is weliswaar steeds meer aandacht voor, maar het risico wordt ook steeds groter. Denk hierbij aan datalekken. Het SVHW heeft een plan opgesteld hoe men hackers kan weren. Daarbij is ingezoomd op Preventie, Detectie en Eliminatie. Hoe goed je de beveiliging ook op orde hebt, het garandeert niet dat hacken onmogelijk is. Hackers bedenken steeds weer nieuwe mogelijkheden en schade ten gevolge daarvan is niet uit te sluiten. Vooralsnog is het risico door Het SVHW niet verzekerd.
25 Door de hoge inflatie is het mogelijk dat vanuit de CAO aanvullende looncompensaties worden geeist. Hierdoor zullen de personeelskosten harder stijgendan wij in de begroting verwacht hadden. 31 De begroting is zowel aan de baten- als aan de lastenkant gebaseerd op contante prijzen. Per programma maken we bij het opstellen van de begroting een reële en actuele inschatting van de kosten. De hoge inflatie in 2022 van de energielasten en marktprijzen hebben we zo goed mogelijk proberen in te schatten voor de begroting 2023. Grote onzekerheid heerst hoe de inflatie zich zal ontwikkelen. 3 Het risico lopen we dat de rente stijgt. Ingeval we dan een nieuwe lening moeten afsluiten (lang of kort), stijgen onze financieringslasten. 280 Door de vele bezwaarschriften die worden ingediend moeten hoge proceskostenvergoedingen worden betaald. Deze zijn reeds verwerkt in de begroting, echter is het lastig te schatten naar omvang. Hierdoor dat wij ook een extra bedrag reserveren. 10 Risico op verlies van baten bij uittreden van deelnemers uit de GR. Dit is echter goed afgedekt binnen de gemeenschappelijke regeling waarbij frictiekosten worden opgevangen door de uittredend deelnemer. 10 Het risico dat wij onvoldoende voorbereid zijn op de invoering van nieuwe weten regelgeving waardoor wij onvoorziene kosten moeten maken 969
Pagina 36 van 75
Jaarstukken 2023 Ratio weerstandsvermogen
Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt de verhouding tussen de beschikbare
weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit berekend. De weerstandsratio van SVHW bedraagt: Beschikbare capaciteit / benodigde capaciteit = 700 / 969 = 0,72
Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen wil SVHW uitkomen op een waarde tussen de 1,0 en 1,4. Een weerstandsratio van minimaal 1 wordt gezien als voldoende. Daar zit SVHW in deze jaarrekening voor het eerst onder.
Wanneer de geïnventariseerde risico’s de bovengrens van € 700.000 structureel overschrijden legt het Dagelijks Bestuur een plan voor dat gericht is op het aanvullen van de Algemene reserve tot het bedrag uit hoofde van het benodigd weerstandsvermogen. Als de risico’s meerjarig de algemene reserve overstijgen komt er een voorstel. Op dit moment is dit nog niet aan de orde. Financiële kengetallen
Het BBV schrijft voor dat in de jaarstukken een uniforme set van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Voor SVHW zijn deze kengetallen als volgt: Ke nge ta lle n
2023 R e ke ning
2023 Be groting
2022 R e ke ning
Netto schuldquote
-2,44%
4,86%
3,81%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-2,44%
4,86%
3,81%
Grondexploitatie
0,00%
0,00%
0,00%
Solvabiliteitsratio
12,31%
11,32%
11,09%
Structurele exploitatieruimte
3,18%
0,00%
4,33%
Belastingcapaciteit
0,00%
0,00%
0,00%
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (hoe lager deze percentages hoe beter)
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau
van de schuldenlast van SVHW ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf,
maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend en vervolgens weer afgelost. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van
doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Door een hoog saldo op de schatkistbankieren bankrekening is de netto schuldquote in 2023 gedaald ten opzichte van voorgaand jaar.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 37 van 75
Jaarstukken 2023 Solvabiliteitsrisico (hoe hoger dit percentage hoe beter)
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin SVHW in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van SVHW. De mate van
weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie. De solvabiliteitsratio 2023 ligt op hetzelfde niveau als voorgaande jaren. Structurele exploitatieruimte (hoe hoger dit percentage hoe beter)
Dit kengetal helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte SVHW heeft om de eigen lasten te
dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de structurele lasten te blijven dragen. Belastingcapaciteit
Dit kengetal is voor SVHW niet van toepassing. Tabel signaleringswaarden
Voor de financiële kengetallen heeft de Provincie Zuid Holland signaleringswaarden opgesteld. Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen van SVHW weer ten opzichte van de signaleringswaarden. Ke nge ta lle n Netto schuldquote
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen Grondexploitatie Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
signa le ringswa a rd e r P rovincie Zuid -Holla nd vold oe nd e ma tig onvold oe nd e < 90% 90-130% > 130% < 90% < 20% > 50% > 0% < 95%
90-130% 20-35% 20-50% =0% 95-105%
SVHW j a a rre ke ning 2 0 2 3 -2,44%
> 130% > 35% < 20% < 0% > 105%
-2,44% 0,00% 12,31% 3,18% 0,00%
Doordat de deelnemers verplicht zijn eventuele tekorten aan te vullen beschikt SVHW over een relatief
laag eigen vermogen. Hierdoor is het percentage solvabiliteitsrisico laag, maar dat is geen reden tot zorg. Op basis van de financiële kengetallenkunnen we concluderen dat de financiële positie voldoende is.
4.2
Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen
Ultimo december 2004 heeft het SVHW voor eigen gebruik het kantoor Rijksstraatweg 3B te Klaaswaal aangekocht. De aankoopprijs bedroeg 2.000.000 euro. Het kantoorpand was bij aankoop in goede staat van onderhoud. Na aankoop is het gehele gebouw voorzien van airconditioning.
Het periodieke onderhoud is in 2023 uitgevoerd aan de hand van het in 2017 vastgestelde meerjarig onderhoudsplan van het kantoorpand. In 2023 hebben investeringen in materiele vaste activa plaats gevonden voor automatisering (€ 54.200) en LED verlichting (€ 55.300) en is er voor 248.700 euro afgeschreven op deze activa. De boekwaarde per 31-12-2023 bedraagt 1.590.100 euro.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 38 van 75
Jaarstukken 2023
4.3
Paragraaf Financiering
4.3.1
Algemeen
De financieringsparagraaf gaat in op de eisen van de wet Fido. Het moet blijken dat de uitvoering van de treasuryfunctie alleen de publieke taak dient, het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan.
4.3.2
Treasurybeheer
De volgende risico`s zijn voor de organisatie van belang:
Renterisicobeheer;
Kredietrisicobeheer.
Renterisicobeheer
Het doel van het renterisicobeheer is het beheersen van de risico`s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de rentelasten van vreemd vermogen in de toekomst hoger zouden worden dan gewenst zou zijn. De aangetrokken geldlening heeft gedurende de looptijd (30 jaar) een vast rentepercentage.
Kredietrisicobeheer Per twee weken vinden afgeronde voorschotbetalingen plaats aan de deelnemers. SVHW bepaalt de hoogte van het voorschot aan de hand van de werkelijk ontvangen belastingopbrengsten per
deelnemer. Een gering bedrag reserveren we voor restituties. Elk kwartaal ontvangen de deelnemers een overzicht van de stand van de invordering alsmede van de ontvangsten en de daarop in mindering
gebrachte voorschot afdrachten. Medio van het jaar ontvangt SVHW de geraamde bijdragen van de deelnemers in de kosten van de dienstverlening. Het verstrekken van gelden aan derden in welke vorm dan ook komt niet voor.
4.3.3
Kasgeldlimiet en renterisiconorm
De kasgeldlimiet en de renterisiconorm hebben beiden als doel de leningenportefeuille van decentrale overheden te behoeden voor een onverantwoord grote gevoeligheid voor rentefluctuaties. De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een decentrale overheid in een
bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 8,2 procent. Uit de onderstaande tabel blijkt dat de ruimte onder het kasgeldgeldlimiet gedurende 2023 gemiddeld 5,9 miljoen euro bedraagt.
Ka sge ld limie t 2 0 2 3 (x€ 1 . 0 0 0 )
1
Omvang begroting Kasgeldlimiet
2
Vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
3 4
Versie 1.0
15.534 8,2%
1 e kwa rt. 2 e kwa rt. 3 e kwa rt. 4 e kwa rt. 1.274
1.274
1.274
1.274
0
0
0
0
Vlottende middelen Rekening-courantsaldi < 1 jaar
3.054
2.923
5.929
6.515
Totaal netto vlottende schuld (2)-(3)
-3.054
-2.923
-5.929
-6.515
Ruimte onder kasgeldlimiet (1)-(4)
4.327
4.197
7.202
7.788
10 april 2024
Pagina 39 van 75
Jaarstukken 2023
De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van één jaar of langer te beperken. Dit komt erop neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een bepaald percentage van het begrotingstotaal. Voor gemeenschappelijke regelingen is dit 20 procent.
Uit de onderstaande tabel blijkt, dat SVHW geen renterisico heeft. R e nte risico va ste schuld x € 1 . 0 0 0
2023
1a Renteherziening vaste schuld o/g 1b Renteherziening vaste schuld u/g 2 Netto renteherziening (1a-1b)
0 0 0
3a Nieuwe vaste schuld 3b Nieuwe verstrekte lange leningen 4 Netto nieuwe vaste schuld 5 Betaalde aflossingen 6 Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
0 0 0 94 0
7 Renterisico vaste schuld (2 en 6)
94
Renterisiconorm 8 Begrotingstotaal 9 Vastgesteld % (20%) 10 Renterisiconorm (minimumnorm)
15.534 3.107 2.500
11 Ruimte (10-7)
2.406
7 Renterisico vaste schuld
4.3.4
94
Financiering
Het saldo van de aangetrokken geldleningen is per 1 januari 2023 1.450.646 euro. Op de lening van de Bank Nederlandse Gemeenten is in 2023 94.105 euro afgelost. Het saldo van de geldlening per 31
december 2023 bedraagt 1.356.541 euro. Bij deze lening bedraagt het vaste rentepercentage 4,445 procent.
4.3.5
Relatiebeheer
Het SVHW heeft met de Bank Nederlandse Gemeenten een rekeningcourant verhouding. De bank valt onder Nederlands toezicht.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 40 van 75
Jaarstukken 2023
4.4
Toelichting EMU-saldo
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 19) is de verplichting vastgesteld, dat er in de
jaarrekening een overzicht verstrekt wordt over het boekjaar. Hieronder volgt het EMU-Saldo van SVHW over 2023: (bedragen in x 1.000 euro) : Algemene gegevens: Overheidslaag: Berichtgevernaam: Berichtgevernummer: Jaar: Naam contactpersoon: Telefoon: E-mail: Bestandsnaam:
Gemeenschappelijke Regeling SVHW 2023
EMU23005.XLS
Omschrijving
2023 x € 1000,-
2023 x € 1000,-
2022 x € 1000,-
Jaarrekening
Volgens begroting 2023
Jaarrekening
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
684
0
99
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
249
266
271
3
Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie minus vrijval van voorzieningen ten bate van de exploitatie
-180
0
245
4
Bruto investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
109
0
0
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, geen betrekking hebbende op bouwgrondexploitatie en niet verantwoord op de exploitatie
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
7
Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d., alleen transacties met derden niet op de exploitatie
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover niet al op de exploitatie verantwoord
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder vraag 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht
11 a b
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
ja
Berekend EMU-saldo
Versie 1.0
10 april 2024
nee
644
Pagina 41 van 75
ja
nee
266
ja
nee
615
Jaarstukken 2023
4.5
Paragraaf Rechtmatigheid
4.5.1
Algemeen
Het Controleprotocol SVHW 2021-2024 is op 17 november 2021 vastgesteld, waarbij is besloten dat de leden van het Algemeen Bestuur tijdens de laatste vergadering van een boekjaar wijzigingen kunnen aangeven voor het Controleprotocol SVHW en het geactualiseerde normenkader vaststellen. In de vergadering van 15 november 2023 heeft het Algemeen Bestuur het geactualiseerde normenkader
vastgesteld.
Aan de Colleges van B&W en het Dagelijks bestuur van waterschap Hollandse Delta is een exemplaar
verzonden van de relevante bepalingen van hun belastingverordeningen ten behoeve van de controle van de jaarverantwoording 2023 door de accountant. Deze verklaringen zijn ondertekend en geretourneerd aan SVHW.
4.5.2
Begrotingsrechtmatigheid
De toelichting begrotingsrechtmatigheid 2023 (zie paragraaf 5.2) geeft een analyse van de afwijking van het exploitatieresultaat ten opzichte van de Begroting 2023.
Op basis van de Financiële verordening SVHW 2021 wordt ten minste verslag gedaan over: • • •
Afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen en maatregelen die zijn
getroffen ter voorkoming hiervan in de toekomst; Visie op de beheersing van rechtmatigheid in de organisatie;
De belangrijkste risico’s en de uitkomst van de verbijzonderde interne controlewerkzaamheden op deze risico’s.
Rechtmatigheidsaspecten afwijkingen programmarekening 2023
Tijdens het samenstellen van de jaarrekening zijn er geen begrotingsonrechtmatigheden geconstateerd.
Rechtmatigheidsaspecten afwijkingen investeringen 2023
In de najaarsrapportage zijn de volgende investeringen aan het AB gemeld: - LED verlichting € 55.500 -
Laptops / beeldschermen
€ 54.500
Het AB heeft in haar vergadering van 15 november 2023 hiermee ingestemd. De feitelijke investeringen bedragen € 55.273 in LED verlichting en € 54.207 in
automatiseringsapparatuur. Er is dus geen sprake van overschrijdingen op investeringen.
4.5.3
Voorwaardencriterium en Misbruik en Oneigenlijk gebruik Criterium
Verbijzonderde Interne controle
SVHW ontwikkelt de verbijzonderde interne controle functie steeds verder en heeft een uitgebreid intern controleplan opgesteld. Bij de interne controle is in 2023 gebruik gemaakt van een
gecombineerde systeemgerichte en gegevensgerichte aanpak.
Bij de systeemgerichte controle is gekeken naar de interne beheersing van SVHW: •
Zijn de processen goed ingericht en werkt het in de praktijk ook zo (opzet, bestaan en werking);
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 42 van 75
Jaarstukken 2023 • •
Is er voldoende functiescheiding; Kunnen mutaties uitsluitend worden aangebracht door daartoe bevoegde medewerkers (bijvoorbeeld invoering van de tarieven);
•
Worden transacties door de juiste personen geautoriseerd.
Naast de systeemgerichte controles hebben bij diverse processen aanvullend gegevensgerichte controles plaatsgevonden door middel van het trekken van een aselecte steekproef. Over de uitkomsten van de verbijzonderde interne controle is per kwartaal gerapporteerd. Hieruit is
één fout gebleken die groter is dan de rapporteringstolerantie, maar kleiner is dan de verantwoordingsgrens. Het betreft hier de volgende fout:
Bij de controle op de naleving op de aanbestedingswet is gebleken dat één opdracht ten onrechte niet Europees is aanbesteedt. Het betreft hier een opdracht die na het einde van de looptijd van het
contract verlengd is, terwijl dit niet meer mogelijk was. De kosten die hiermee samenhangen in 2023 zijn €127.000. Gezien dit contract essentieel is voor de uitvoering van de taken konden wij dit niet stopzetten. Dit contract loopt nog door tot 1 juli 2024. Hierdoor zal in 2024 ook een deel van de kosten onrechtmatig zijn. Vanaf 1 juli 2024 is een nieuw contract afgesloten. De Europese aanbesteding hiervoor is reeds opgestart.
Om fouten met betrekking de aanbestedingswet te voorkomen in de toekomst worden meerdere
contracten Europees aanbesteedt in 2024. Daarnaast wordt door het bestuur ook ingezet op een verzwaring van het contractmanagement.
4.6
Openbaarheidsparagraaf Wet Open Overheid (WOO)
De Wet Open Overheid (Woo), ingangsdatum 1 mei 2022, legt aan bestuursorganen een aantal
verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Dit onderdeel is de invulling van deze verplichting in de jaarstukken 2023.
De Wet Open Overheid kent, samengevat, een viertal belangrijke aspecten: 1.
De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen.
3. 4.
Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding.
2.
Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking.
Woo contactfunctionaris
De Woo contactfunctionaris is vanaf 2022 aanwezig Binnen SVHW die burgers en journalisten helpt bij informatieverzoeken.
Passieve openbaarmaking
Alle verzoeken tot openbaarmaking worden via een workflow afgewikkeld in onze systemen. Deze worden in behandeling genomen door onze contactfunctionaris en doorgezet naar de verantwoordelijk
medewerker. In 2023 zijn er 42 verzoeken binnen gekomen om informatie openbaar te maken. Hiervan zijn er 12 afgewezen, 17 zijn buiten behandeling gesteld en 13 zijn er toegewezen.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 43 van 75
Jaarstukken 2023
Actieve openbaarmaking
De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Deze
verplichting zal niet voor alle elf categorieën tegelijk gelden. Over de ingangsdatum is nog geen
zekerheid tijdens het schrijven van dit onderdeel Openbaarheid, maar naar verwachting zullen begin 2023 de eerste categorieën gepubliceerd moeten worden. In 2023 voldeden wij aan de Woo door de verplichte informatiecategorieën actief te publiceren. Ook is
in 2023 aangesloten op PLOOI (Platform Open Overheidsinformatie) zoals de Wet Open Overheid
voorschrijft. De Wet Open Overheid legt de verplichting op documenten in een, voor SVHW beperkt, aantal categorieën actief openbaar te maken, zijnde: •
wet- en regelgeving;
• •
organisatiegegevens; bestuurstukken;
•
onderzoeken;
• • •
jaarplannen en -verslagen; Wob/Woo-verzoeken; klachten.
SVHW voldoet - voor zover van toepassing- aan deze verplichting.
Informatiehuishouding op orde
De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Dit betekent dat er op basis van een op te stellen meerjarenplan maatregelen moeten worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2024 zullen wij daarom doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 44 van 75
Jaarstukken 2023
JAARREKENING 2023 5.
Baten en Lasten
5.1
Staat van baten en lasten 2023
De onderstaande tabel geeft de staat van Baten en Lasten weer. (bedragen in x 1.000 euro) Realisatie 2023
Omschrijving programma: Ondersteuning Gegevensbeheer algemeen Gegevensbeheer BAG WOZ-administratie Dienstverlening
Subtotaal programma's
Baten
Lasten
Begroting 2023 Saldo
Baten
Lasten
Realisatie 2022 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
287
287
0
10
10
0
202
225
-23
3.157 338 4.337
2.347 170 3.551
811 168 786
3.174 340 4.358
2.424 251 3.449
750 90 908
2.715 572 3.275
1.813 326 3.005
902 246 270
6.737
1.879
5.960
1.692
5.188
2.027
8.616
16.735
13.091
3.644
7.652
15.534
12.094
3.440
7.215
13.979
10.558
3.421
Omschrijving algemene dekkingsmiddelen: Algemene dekkingsmiddelen
Subtotaal algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
0
2.960
-2.960
16.051
684
0
0
0
16.735
16.051
684
16.735
0
0
0
0
0
0
3.440
-3.440
15.534
0
13.979
0
0
0
0
23
23
0
15.534
15.534
0
14.002
13.880
15.534
0
0
0
0
0
0
3.323
-3.323
13.880
99
Toevoeging/onttrekking aan reserves: Mutaties in reserves
Subtotaal mutaties reserves Gerealiseerde resultaat
Versie 1.0
10 april 2024
0
0
0
Pagina 45 van 75
23
23
122
Jaarstukken 2023
5.2
Rechtmatigheid
Het bestuur van SVHW geeft aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, en ook de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen.
Het Algemeen Bestuur van het SVHW heeft een verantwoordingsgrens voor de rechtmatigheids-
verantwoording vastgesteld . Boven het bedrag van de verantwoordingsgrens moeten afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Wel blijft het
relevant om alle geconstateerde afwijkingen te vermelden in de paragraaf bedrijfsvoering bij deze jaarstukken. Hiervoor wordt een rapportagegrens van 20.000 euro gehanteerd.
In het onderstaand overzicht is de rechtmatigheid van de bestede middelen in 2023 ten opzichte van de begroting 2023 weergegeven. Uit dit overzicht blijkt dat SVHW voldoet aan de naleving van de begrotingsregels (begrotingsrechtmatigheid). (bedragen in x 1.000 euro) R e a lisa tie 2023 Ondersteuning Gegevensbeheer algemeen Gegevensbeheer BAG WOZ administratie Dienstverlening
Be groting 2023
Afwij king (B-A)
R a p p orta ge Na j a a rsnota 2 0 2 3
Notitie 2 0 2 3 Alg. Be stuur
Nog na d e r toe te lichte n
Controle re chtma tig
3.502 2.280 163 3.492 6.614
3.803 2.347 241 3.356 5.786
301 67 78 -136 -828
3.668 2.147 215 3.669 7.087
3.524 2.161 212 3.590 6.761
22 -119 49 98 148
T ota a l ge ne ra a l uitga ve n
16.051
15.534
-5 1 7
16.786
16.249
198
Opbrengst invorderingskosten
2.828
2.584
-244
2.781
2.829
1
Ja
311
0
-311
0
0
-311
Ja³
Sub -tota a l (A)
3.139
2.584
-5 5 5
2.781
2.829
-3 1 0
Bijdragen deelnemers Doorbelasting kosten aan deelnemers Rentebaten Overige opbrengsten
12.783 170 525 117
12.940 0 0 10
156 -170 -525 -107
12.809 189 476 83
12.824 189 476 105
41 19 -49 -12
Sub -tota a l (B)
13.596
12.950
-6 4 6
13.556
13.594
-2
T ota a l ge ne ra a l inkomste n (A+ B)
16.735
15.534
-1 . 2 0 1
16.337
16.423
-3 1 2
684
0
684
-4 4 9
174
510
Vrijval voorziening oninbare invorderingskosten
T ota a l re sulta a t b oe kj a a r
Ja¹ Ja² Ja Ja Ja
Ja⁴ Ja Ja Ja⁵
¹ Hierin is een dotatie aan de voorziening verlofsparen van 131.000 euro verwerkt. De door medewerkers aangekochte uren waren niet eerder bekend, zodat deze extra kosten niet tijdig gesignaleerd konden worden. ² Door een verschuiving in het aantal fte per afdeling komen de automatiseringskosten welke toegerekend worden aan Gegevensbeheer Algemeen hoger uit. In totaliteit zijn de automatiseringskosten lager dan begroot. Volgens de beleidslijnen in het controleprotocol worden extra kosten als gevolg van verschuivingen in doorberekeningen niet als onrechtmatig beschouwd. ³ de vrijval van de voorziening oninbare invorderingskosten van 311.000 euro wordt altijd pas bij het opstellen van de jaarverantwoording berekend; ⁴ De bijdrage van de deelnemers is afhankelijk van het aantal objecten en het aantal aanslagregels. Door lagere aantallen is de feitelijke deelnemersbijdrage lager dan eerder geraamd. ⁵ De extra opbrengsten betreffen een hogere rente opbrengst over het 4e kwartaal van de Schatkistbankieren rekening Hogere opbrengsten kunnen nooit leiden tot onrechtmatige overschrijdingen.
In het kader van de actieve informatieplicht wordt een melding gemaakt van een afwijking van meer dan 1% bij de uitgaven van de programma’s
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 46 van 75
Jaarstukken 2023
5.3
Rechtmatigheidsverklaring
Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur
De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en
oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het
begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door
het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 15 november 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en
regelgeving verder toegelicht.
Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de
verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en
bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 155.300. De verantwoordingsgrens betekent dat rechtmatigheidsfouten pas in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen en toegelicht, wanneer deze boven het door het
algemeen bestuur vastgesteld percentage komen. Wanneer het voor het dagelijks bestuur niet duidelijk is of financieel rechtmatig is gehandeld, worden deze onduidelijkheden in de
rechtmatigheidsverantwoording opgenomen en toegelicht indien deze boven het door het algemeen bestuur vastgestelde percentage komen. Bevinding Het Dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor door het algemeen bestuur vastgestelde grens.
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 47 van 75
Jaarstukken 2023
5.4
Staat van incidentele Baten en Lasten
De onderstaande tabel geeft de realisatie van de incidentele baten en lasten per programma weer. (bedragen in x 1.000 euro) Programma
Kostensoort
Incidentele Lasten
Diversen Ondersteuning
Personele kosten Personele kosten
Vacatureruimte Dotatie voorziening verlofsparen
-897 131
Kosten organisatie ontwikkeling opstellen functiehuis
60 57
Ondersteuning Ondersteuning Ondersteuning
Dienstverlening
Productie
Programma
Onderseuning Dienstverlening Onderseuning Onderseuning
5.5
Automatiseringskosten Diversen Diensten van derden Proceskosten
Inhuurkosten
Kostensoort
Overige opbrengsten Voorziening oninbaar Overige opbrengsten Overige opbrengsten
Automatiseringskosten Drimmelen en Voorne aan Zee
690
Totaal incidentele lasten
426
Incidentele Baten
170 311 74 23
Totaal incidentele baten
579
Incid e nte e l re sulta a t (voord e lig)
153
Besteding onvoorzien
Niet van toepassing.
10 april 2024
324
Doorbelasting kosten aan deelnemers (oa Ridderkerk en Drimmelen) Vrijval voorziening oninbaar Forfaitaire vergoeding Kinder Opvang Toeslag Vrijval twee te betalen balansposten
Structurele toevoeging en onttrekking aan reserves
Versie 1.0
62
Bovenmatig veel NCNP bezwaren 50% van de meerkosten
Bovenmatig veel inhuur tbv afhandelen NCNP bezwaren
Niet van toepassing.
5.6
Bedrag
Pagina 48 van 75
Jaarstukken 2023
6.
Balans per 31 december 2023
(bedragen in x 1.000 euro) Ac tiva
3 1 -1 2 -2 0 2 3 3 1 -1 2 -2 0 2 2
€
Va ste a ctiva Materiële vaste activa - economisch nut
€
1.590 T ota a l
Totaal vaste activa
Pas s iva
3 1 -1 2 -2 0 2 3 3 1 -1 2 -2 0 2 2
Va ste p a ssiva
€
1.729 Eigen vermogen
1.590
Algemene Reserve 1 . 7 2 9 Bestemmingsreserve
1.590
1.729
700 26
1.450
847
549
349
T ota a l
549
349
1.357
1.451
T ota a l
1.357
1.451
3.355
2.647
Gerealiseerde resultaat
684 T ota a l
Voorzie ninge n
Voorziening verlofsparen
Vlotte nd e a ctiva
één jaar of langer
6.041
rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen T ota a l
Liq uid e mid d e le n Kassaldi Banksaldi T ota a l
Ove rlop e nd e a ctiva Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
T ota a l
Versie 1.0
10 april 2024
122
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een
Totaal vlottende activa
€ 700 65
2.464
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
2.750
1.928 Totaal vaste passiva
8.791
4.392
2 474
Vlotte nd e p a ssiva 1 485 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd
476
486
4.190
3.343
921
Ove rlop e nd e p a ssiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en 837 die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume
4.233
1.453
921
837
8.423
4.797
8.423
4.797
11.778
7.444
korter dan één jaar
Overige schulden
10.188
5 . 7 1 5 Totaal vlottende passiva
11.778
7.444
Pagina 49 van 75
T ota a l
T ota a l-ge ne ra a l
Jaarstukken 2023
6.1
Waarderingsgrondslagen
Algemeen
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat berusten op de grondslag van verkrijgings- of vervaardigingsprijs of nominale waarde, tenzij hierna anders is vermeld. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten daarvoor geeft. Balanswaardering Vaste activa
De activa met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de historische kostprijs verminderd met de daarop toegepaste afschrijvingen, bepaald op basis van de verwachte levensduur dan wel de periode waarop de investeringen betrekking hebben. De afschrijvingen zijn berekend volgens het
lineaire systeem met uitzondering van het kantoorpand waar een annuïtaire geldlening tegenover
staat. Het kantoorpand wordt annuïtair afgeschreven.
Vlottende activa De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde, met aftrek van de voorziening voor oninbaarheid.
Voorzieningen
De voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Overige activa en passiva
Voor zover in het bovenstaande niet anders is aangegeven, worden activa en passiva gewaardeerd op nominale waarde.
Eigen vermogen
Het eigen vermogen van SVHW bestaat uit de algemene reserve, de bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat.
Resultaatbepaling
Het resultaat wordt bepaald met in achtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Baten worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. Lasten worden opgenomen in het jaar waarin zij voorzienbaar zijn.
Afschrijvingen
De afschrijvingen op vaste activa zijn gebaseerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats op basis van geschatte levensduur dan wel de periode waarop de investeringen betrekking hebben. o o
o o o o
Versie 1.0
De volgende termijnen worden gehanteerd:
Kantoorgebouw
30 jaar
annuïtair
4 jaar
lineair
10 jaar 10 jaar
lineair lineair
Grond
geen afschrijving
Inventaris (kantoormeubilair)
10 jaar
Automatisering
Machines en installaties Bouwkundig (serverruimte, receptie)
10 april 2024
Pagina 50 van 75
lineair
Jaarstukken 2023
6.2
Toelichting Balans 2023
6.2.1
ACTIVA
(bedragen in x 1.000 euro) Va ste a ctiva
31-12-2023
Ma te rie le va ste a ctiva - e conomisch nut
€
Balans per 1 januari
Bedrijfsgebouw
31-12-2022
€
1.084
1.171
352
536
1.729
2.000
Investeringen boekjaar Bedrijfsgebouw Overige materiele vaste activa
109
-
Totaal investering
109
-
Afschrijvingen boekjaar Afschrijving bedrijfsgebouw Afschrijving overige materiele vaste activa
89 160
87 184
Totaal afschrijvingen
249
271
Balans per 31 december Boekwaarde bedrijfsgebouw Boekwaarde grond Boekwaarde overige vaste activa
995 293 302
1.084 293 352
Totaal boekwaarde 31 december
1.590
1.729
31-12-2023
31-12-2022
Grond kantoorgebouw
293
Overige materiele vaste activa
Vlotte nd e a ctiva
€
Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd
korter dan één jaar.
€
6.041
De hoogte van het drempelbedrag voor het begrotingsjaar 2023 bedraagt € 2.625.000.
Het SVHW maakt gebruik van de mogelijkheid bij de BNG Bank om de overtollige middelen automatisch af te romen vanuit het eigen rekeningstelsel naar de werkrekening schatkistbankieren. Deze automatische afroming vindt dagelijks plaats.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 51 van 75
293
2.464
Jaarstukken 2023 Investeringen 2023
In het boekjaar 2023 hebben de volgende investeringen plaats gevonden: -
LED verlichting
Computerbeeldschermen
Totaal
€ 55.273
€ 54.207
€ 109.480
Op beide posten zal worden afgeschreven met ingang van 2024. Verantwoording schatkistbankieren:
In het overzicht hieronder wordt per kwartaal aangegeven welke middelen SVHW buiten
’s Rijks schatkist heeft aangehouden. Dit overzicht is gebaseerd op de richtlijn in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden. (bedragen in x 1.000 euro)
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar
(1)
Drempelbedrag
2625 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
523
504
500
422
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
2.102
2.121
2.125
2.203
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(2)
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
350.000 350.000 -
(1) = (4b)*0,0075 + Drempelbedrag (4c)*0,002 met een minimum van €250.000
2625
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
47.089
45.830
45.972
38.795
90
91
92
92
523
504
500
422
Toelichting berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren
Dagelijks wordt door de BNG Bank het banksaldo boven de intra dag limiet van 500.000 automatisch afgeroomd.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 52 van 75
Jaarstukken 2023 (bedragen in x 1.000 euro) 31-12-2023 Ove rige vord e ringe n
€
Debiteuren deelnemers (+ overig) Overige debiteuren ( zie specificatie )
Specificatie overige debiteuren : Invorderingskosten Overige nog te ontvangen Totaal
31-12-2022 €
2.750
120 1.808
2.750
1.928
31-12-2023
31-12-2022
3.117 -
2.486 -
367
678
2.750
1.808
3.117
Af: Dubieuze debiteuren invorderingskosten Per saldo
2.486
In het boekjaar 2023 is via de exploitatierekening voor een bedrag van € 221.528 oninbaar geboekt (2022 € 237.186). Dit bedrag gaat ten laste van de voorziening dubieuze invorderingskosten. 31-12-2023
Liq uid e Mid d e le n Deze post is als volgt samengesteld :
€
31-12-2022 €
Kas Bank
2 474
1 485
Totaal
476
486
31-12-2023
31-12-2022
Ove rlop e nd e a ctiva € Overige nog te ontvangen bedragen, en vooruitbetaalde bedragen, die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
€
921
837
De overlopende posten betreffen o.a. van WSHD terug te ontvangen kosten, te vorderen rente over het 4e kwartaal en de forfaitaire vergoeding Kinder Opvang Toeslag.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 53 van 75
Jaarstukken 2023
6.2.2
PASSIVA
(bedragen in x 1.000 euro) E ige n ve rmoge n
31-12-2023
31-12-2022
700 65
700 26
Algemene reserve Bestemmingsreserve
Gerealiseerd resulaat
684
122
1.450
847
31-12-2023
31-12-2022
Vorrziening verlofsparen
549
349
totaal
549
349
totaal
Voorzie ninge n
Eigen Vermogen Ve rloop sta a t E ige n Ve rmoge n Be ste mming Omschrij ving
3 1 -1 2 -2 0 2 2 T oe voe ginge n Onttre kkinge n
Algemene reserve Gerealiseerd resultaat voorgaand jaar Bestemmingsreserves
700 122 26
Uitgekeerd aan deelnemers T ota a l
847
re sulta a t vorig
3 1 -1 2 -2 0 2 3
b oe kj a a r
0
0
-122 39
700 0 65
82 0
765
De algemene reserve vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van SVHW bedraagt 700.000 euro.
Ve rloop va n d e re se rve s
Boe kwa a rd e 3 1 -1 2 -2 0 2 2
Reserve PBB (persoonlijk opleidingsbudget)
26
T ota a l
26
T oe voe ginge n Onttre kkinge n
0
Be ste mming Boe kwa a rd e re sulta a t vorig 3 1 -1 2 -2 0 2 3 b oe kj a a r
0
39
65
39
65
Bestemmingsreserves
In 2023 is vanuit het gerealiseerde resultaat over 2022 een bedrag van 39.300 euro gedoteerd aan de bestemmingsreserve PBB (persoonlijk basis budget) vanwege het niet volledig benutten van de PBB
ruimte door medewerkers van het SVHW. De bestemmingsreserve bedraagt momenteel 65.200 euro. Deze bestemmingsreserve heeft een looptijd van 5 jaar en is ingegaan in 2021.
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 54 van 75
Jaarstukken 2023
Voorzieningen Ve rloop va n d e voorzie ninge n
Boe kwa a rd e
3 1 -1 2 -2 0 2 2
T oe voe ginge n Vrij va l
Voorziening verlofsparen
349
277
T ota a l
349
277
Boe kwa a rd e
Aa nwe nd ing
0
3 1 -1 2 -2 0 2 3 77
549
77
549
Medewerkers kunnen onder de cao waterschappen bovenwettelijke vakantie uren sparen (verlofsparen) die zij later kunnen inzetten op een manier die aansluit bij hun carrièreplanning en vitaliteitsbeeld.
Voor deze arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en afbouw kennen moet conform het BBV een voorziening worden gevormd.
Voor nieuw aangekocht verlof is in 2023 277.000 euro gedoteerd aan de voorziening. Medewerkers
hebben voor 77.200 euro opgenomen aan verlof. Dit bedrag is ten laste van de voorziening gebracht. (bedragen in x 1.000 euro) Va ste schuld e n me t e e n re nte typ ische loop tij d va n e e n j a a r of la nge r
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiele instellingen Schuldrestant per 1 januari Bij: Verstrekkingen af: Aflossingen in verslagjaar Schuldrestant per 31 december
31-12-2023 €
31-12-2022 €
1.451
1.541
94
90
1.357
1.451
Voor de aankoop van het kantoorgebouw is bij de Bank Nederlandse Gemeenten een 30 jarige annuitaire geldlening afgesloten met een vast rentepercentage van 4,445%.
De verschuldigde aflossing over het jaar 2023 bedraagt € 94.105, de betaalde rente op de geldlening
bedraagt in 2023 € 64.481.
Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar Bijlage IV Staat van opgenomen geldleningen. Ne tto vlotte nd e schuld e n me t e e n re nte typ ische loop tij d korte r d a n e e n j a a r
Af te dragen ontvangsten deelnemers Crediteuren
Versie 1.0
10 april 2024
Pagina 55 van 75
31-12-2023 €
31-12-2022 €
3.973 217
3.041 303
4.190
3.343
Jaarstukken 2023 (bedragen in x 1.000 euro) Af te d ra ge n ontva ngste n
31-12-2023 €
31-12-2022 €
Alblasserdam Albrandswaard
0 130 138
3 77 77
Bergambacht Bernisse Binnenmaas
0 0 0
Aalburg
Altena Barendrecht
Brielle Cromstrijen
Goeree-Overflakkee Graafstroom Hardinxveld-Giessendam
153 149
246 79
82 0
50 10
1.009 0 56
Hellevoetsluis Hoeksche Waard
270 220
Korendijk
3 1 10
81 1 85
108 339
0 195 166 0 0 120 0 0 0 64 0
12 290 171 5 7 133 1 2 20 0 4
Woudrichem RAD Waterschap Hollandse Delta
0 0 1.018
6 9 1.079
Totaal
3.973
3.041
Krimpenerwaard
Lansingerland Molenwaard Nederlek Nieuwkoop Nieuw-Lekkerland Ouderkerk Oud-Beijerland Riderkerk Schoonhoven Strijen Vlist Voorne aan Zee Werkendam Westvoorne
0 0 117 0 86
Het betreft hier de af te dragen ontvangsten aan de deelnemers ultimo 2023