Inspreker P. Kruijt 20241126 Memo verklaring van geen bedenkingen
Tekst van het document
Van Aan Inzake Datum
: : : :
P. Kruijt Omgevingsvergunning Willemansweg in Oostvoorne 21 november 2024
1
Vvgb nodig
1.1
Het college is voornemens om zónder verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) een op 1 augustus 2023 aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen om voor een periode van 36 maanden expats aan de Willemansweg in Oostvoorne te huisvesten. Deze expats hebben een rol bij de bouw van een biobrandstofraffinaderij op de Maasvlakte. Het perceel waarop de omgevingsvergunning Willemansweg in Oostvoorne ziet, valt binnen het plangebied van “Omgevingsplan Buitengebied Westvoorne”. Het college stelt dat het bestemmingsplan op 22 januari 2020 is vastgesteld en op 24 april 2020 in werking getreden, zodat vanaf 24 april 2022 gebruik kan worden gemaakt van de algemene vvgb om met toepassing van de uitgebreide procedure af te wijken van het bestemmingsplan. Dit is in onze ogen niet correct.
1.2
Het college verwijst naar juridisch advies van haar huisadvocaat, dat onderdeel uitmaakt van de raadsstukken behorende bij de raadsvergadering van 14 november 2024. De huisadvocaat heeft echter antwoord gegeven op een onjuiste vraag. De huisadvocaat heeft kort samengevat het risico gesignaleerd dat herroeping van de algemene vvgb van de gemeente Westvoorne d.d. 22 juni 2010, geen stand houdt wegens strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel en het verbod op détournement de pouvoir.
1.3
In het onderhavige geval hoeft de algemene vvgb niét te worden herroepen. De algemene vvgb is blijkens rechtspraak gewezen ná het besluit d.d. 22 juni 2010 (gedeeltelijk) onverbindend. Het college is dus niet bevoegd om een vergunning zonder vvgb te verlenen.1
1.4
Besluit het college tóch tot vergunningverlening, is sprake van strijd met het legaliteitsbeginsel, zorgvuldigheidsbeginsel en het verbod op détournement de procédure. Dat het college kennelijk onjuist aan aanvrager kenbaar heeft gemaakt dat geen vvgb nodig zou zijn, kan uiteraard niet ten koste gaan van de belangen van omwonenden die mede worden beschermd door de raad via de wettelijke procedure met een vvgb. Het volgen van een onjuiste procedure gaat in casu
1 De vanaf 24 april 2022 verleende omgevingsvergunningen waarmee zonder vvgb is afgeweken van het bestemmingsplan en waartegen geen rechtsmiddelen zijn aangewend, zijn onherroepelijk en dus onaantastbaar. De consequentie van onze analyse is daarmee naar verwachting beperkt tot mogelijk uitsluitend deze vergunning.
1/4
gelet op het aantal betrokkenen en nota bene risico op belemmering in de exploitatie door omliggende bedrijven, niet ondenkbaar met grotere financiële risico’s gepaard dan het terugkomen op een abusievelijk onjuiste toezegging. 2
Feiten
2.1
Per 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Westvoorne en Hellevoetsluis gefuseerd tot de gemeente Voorne aan Zee. De aangewezen categorieën van gevallen waarvoor geen vvgb van de raad nodig is, was niet van meet af aan geharmoniseerd. Het doel was om voor Voorne aan Zee tot een geharmoniseerde lijst te komen waardoor voor de gehele gemeente dezelfde uitgangspunten zouden gelden. Daartoe is op 22 juni 2023 een voorstel in de gemeenteraad behandeld (bijlage 1). Via het aangenomen amendement “De Raad is van de Kaders” heeft de gemeenteraad nog een tweetal aanvullingen beoogd, om in een groter aantal gevallen zijn bevoegdheid via de vvgb bij de gemeenteraad te behouden (bijlage 2). 2 Abusievelijk lijkt een aangescherpte geharmoniseerde lijst echter niet meer geagendeerd en daarmee door de gemeenteraad vastgesteld. Hoewel op basis van de ontwerp geharmoniseerde lijst een vvgb zou zijn vereist voor het bouwplan, geldt vooralsnog volgens het college de vvgb van de gemeente Westvoorne d.d. 22 juni 2010 (bijlage 3).
2.2
Op 11 december 2021 is al een principeverzoek ingediend. Daarop is om meerdere redenen negatief beslist (bijlage 4). Zou indertijd een aanvraag zijn ingediend, dan zou de gemeenteraad géén vvgb hebben afgegeven indien het verzoek daartoe aan hem was voorgelegd.
2.3
Ook nu staat een groot deel van de raadsleden niet achter de gevraagde omgevingsvergunning. Volgens het college kan de raad echter niet worden betrokken noch kan de vergunning (inhoudelijk) worden geweigerd. 3
3
Juridisch kader
3.1
Het college heeft – conform advies van DCMR – augustus/september 2023 (terecht) geconcludeerd dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Dit betekent als uitgangspunt dat een vvgb nodig is. De wettelijke basis voor de vvgb is art. 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: “Wabo”). De gevallen waarin een vvgb nodig is staan in
Vrijstelling in geval van 150 woningen wordt 15 woningen. Vrijstelling in geval van (ver)bouwen of uitbreiden van maatschappelijke, commerciële of recreatieve voorziening(en) tot 4000 m2 wordt 1000 m2. 3 Een inhoudelijke beoordeling heeft slechts op hoofdlijnen plaatsgevonden. Wij hebben daarbij op basis van een quick scan al enkele kanttekeningen kunnen plaatsen. 2
2/4
paragraaf 6.2 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: “Bor”). De gemeenteraad kán op grond van artikel 6.5 Wabo gevallen aanwijzen waarin een vvgb niet is vereist. 3.2
De vvgb van de gemeente Westvoorne d.d. 22 juni 2010 biedt in onze ogen géén deugdelijke grondslag tot vergunningverlening door het college zonder vvgb door de gemeenteraad. Via het besluit d.d. 22 juni 2010 is bewerkstelligd dat een verklaring van geen bedenkingen (vrijwel) nooit is vereist. Een besluit dat een vvgb (vrijwel) nooit is vereist ofwel bij bestemmingsplannen ouder dan twee jaar, kan niet worden aangemerkt als een aanwijzing van “een categorie van gevallen”. De vvgb heeft immers geen betrekking op een categorie van gevallen, die op enigerlei wijze ruimtelijk relevant is, maar is van toepassing op alle bestemmingsplannen, die ten minste twee jaar in werking zijn getreden. Nu een bestemmingsplan in de regel een planperiode heeft van tien jaar, betekent het voorgaande dat gedurende het grootste deel van de planperiode in alle gevallen van het bestemmingsplan kan worden afgeweken, zonder dat de raad daarin wordt gehoord. Het college kan immers zelfstandig beslissen of het van een recent vastgesteld bestemmingsplan wil afwijken, waarbij de door de raad gemaakte ruimtelijke afwegingen kunnen worden genegeerd. Dat is in strijd met de ratio van de vvgb.
Daarnaast kan de bevoegdheid tot het maken van uitzonderingen als bedoeld in het derde lid van artikel 6.5 van het Bor naar zijn aard niet worden gebruikt om de hoofdregel, als neergelegd in het eerste lid van dit artikel, geheel te omzeilen. Dat is wat in casu lijkt te gebeuren. Een (algemene) vvgb voor alle afwijkingen van bestemmingsplannen ouder dan twee jaar, is gelet de geldingsduur van bestemmingsplannen (minimaal 10 jaar) in feite een vvgb voor afwijking van ieder bestemmingsplan. Wij zijn hierom van mening dat het zeer verdedigbaar is dat de vvgb onverbindend moet worden geacht, analoog aan de vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 4
3.3
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft ter zake in een uitspraak van 27 augustus 2014 5 overwogen: “Bij besluit van 5 oktober 2010 heeft de raad bepaald dat een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist voor het toepassen van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo. Daarmee heeft de raad beoogd gebruik te maken van de aan hem in artikel 6.5, derde lid, van het Bor gegeven bevoegdheid om categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring, als bedoeld in artikel 6.5, eerste lid, van het Bor, niet is vereist. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 3 oktober 2012 in zaak nr. 201206364/1/R4, bevat artikel 6.5, derde lid, van het Bor geen vereisten voor de aanwijzing en houdt evenmin een beperking in voor de categorieën die opgenomen kunnen worden in de aanwijzing. Anders dan de rechtbank is de Afdeling evenwel van oordeel dat een aanwijzing als hier aan de orde in strijd is met artikel 6.5 van het Bor en derhalve onverbindend is. Gelet op de tekst van artikel 6.5, derde lid, van
4 Zie ABRvS 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3276, overweging 4.2.. 5
ECLI:NL:RVS:2014:3207.
3/4
het Bor dient de gemeenteraad categorieën van gevallen aan te wijzen waarin een verklaring niet is vereist. Een besluit dat een verklaring van geen bedenkingen nooit is vereist, kan niet worden aangemerkt als een aanwijzing van een categorie van gevallen. Daarnaast kan de bevoegdheid tot het maken van uitzonderingen als bedoeld in het derde lid van artikel 6.5 van het Bor naar zijn aard niet worden gebruikt om de hoofdregel, als neergelegd in het eerste lid van dit artikel, geheel te omzeilen. Gelet op het voorgaande is, nu het besluit van 5 oktober 2010 onverbindend is, een verklaring van geen bedenkingen ingevolge artikel 6.5, eerste lid, van het Bor vereist. Nu deze niet is verleend, was het college niet bevoegd om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo omgevingsvergunning te verlenen. Hetgeen appellanten voor het overige in dit kader hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking.”
3.4
Het voorgaande volgt logischerwijs ook uit de Memorie van Toelichting bij artikel 6.5 van het Bor 6: “Een bestemmingsplan geeft invulling aan het ruimtelijk beleid in een gemeente en is een juridisch bindend kader voor de uitvoering van het ruimtelijk beleid. Het is wenselijk dat de afweging omtrent de buitenplanse afwijking door hetzelfde orgaan wordt gemaakt als het orgaan dat de beslissing neemt omtrent de wijziging van het bestemmingsplan. Anders zou de bevoegdheid van de raad ondergraven kunnen worden. Daarbij komt dat ingevolge de Wro een dergelijke afwijking moet worden gevolgd door een aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening.”
3.5
Het gevolg van het bovenstaande is dat het college in onze visie niet bevoegd is om zonder een specifieke vvgb van de raad de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen.
6
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30844-3.html?idp=LegalIntelligence.
4/4