Inspreker 2. De heer Schutz, HISWA-RECRON. INSPREEKTEKST
Tekst van het document
Geachte Commissieleden, Ik beperk me hierbij tot de hoofdlijnen van mijn brief. Het college neemt als uitgangspunt in de Kadernota en Begroting dat áls de lasten voor de eigen inwoners stijgen, het redelijk is dat ook de toeristenbelasting evenredig meestijgt”. Het oogt politiek redelijk, maar is dat niet. Voor de duidelijkheid: Dit is geen pleidooi tégen verhoging an sich. Tevens, als ‘luisterwijzer’: waar ik straks spreek over enkele algemene beginselen van behoorlijk bestuur bedoel ik niks lelijks te zeggen. Ik benoem enkel wettelijke beginselen. Dus geen kwalificatie van uw college of de leden ervan. Niemand hoeft zich vandaag persoonlijk aangevallen te voelen. De onredelijke kanten hadden we graag aan de hand van de tarieven uitgelegd. Maar het is ons desgevraagd niet gegeven om over de tarieven te spreken. Zorgelijk. Omdat het formele zorgvuldigheidsbeginsel vergt dat élk besluit door de overheid zorgvuldig wordt voorbereid. Er wordt daarvoor de nodige kennis vergaard en álle relevante feiten en belangen worden afgewogen vóór er een beslissing wordt genomen. Het materiële zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat een besluit goed wordt onderbouwd en gebaseerd is op een gróndige analyse van de feiten en omstandigheden. Zo wordt er een rechtvaardig en evenwichtig besluit genomen. Het tegenovergestelde is óók ‘waar’. Hierna vier punten.
1) Over het algemeen speelveld, de impactanalyse en uitval van de vraag. Het gaat nú over de Verordeningen over 2025. Blijkens Hoofdstuk 3 van de Kadernota is het belastingbeleid mede gericht op het opvangen van het Ravijnjaar. Dat is later. Dit tarief is dus níet bedoeld voor enkel ‘een jaartje’. Zonder gewijzigd Rijksbeleid is de verschraling van het Gemeentefonds meerjarig. Nérgens lezen wij dat de tariefsverhoging volgend jaar wordt teruggedraaid en belastingdruk op dit thema ontwikkelt zich bijna áltijd opwaarts. Omdat de grootste negatieve klapper voor de sector in 2026 ligt, kijken wij vooral vooruit. Het kabinet heeft besloten de sector in 2026 - anders dan de sport- en cultuursector - niet te ontzien, en zal een aanmerkelijke btw-tariefstijging van 9% naar 21% doorvoeren. Uw toeristenbelastingverhoging komt daar eerder, al in 2025, nog eens bij en versterkt de genoemde effecten. In de brief heb ik de verwachte impact beschreven van deze btw-verhoging, mét onderbouwing door Ginder. Uitval van de vraag en druk op bedrijfsmarges verminderen de capaciteit om te investeren, innoveren, vitaal en aantrekkelijk te blijven en te verduurzamen. Een negatieve spiraal. Uw inwoners hebben géén last van deze btw stijging. Tenzij ze elders in Nederland op vakantie gaan. Maar dat is een keuze. Logies biedende ondernemers hebben die keuze niet.
Deze btw heeft zo een impact dat een gelijke tred tussen toeristenbelastingtarieven en lokale lasten voor eigen inwoners niet redelijk is.
2) Over art. 224 Gemeentewet In hoofdstuk 3 van de Kadernota verwoordt het college de ontwikkelingen rond het Gemeentefonds, die uitmonden in het ‘Ravijnjaar’. Uit de toelichting op voornoemd wetsartikel – de basis voor toeristenbelastingheffing - citeerde ik: “De toeristenbelasting moet worden gezien als een tegemoetkoming in de gemeentelijke lasten voor zover deze voortvloeien uit voorzieningen die (mede) in het belang van het toerisme worden getroffen.” Dit betekent tenminste twee dingen. • Toeristenbelasting is dus géén sluitpost. Of bedoeld om kortingen op de gemeentefondsuitkering mee te delgen. Enkel gemeentelijke lasten voor zover deze voortvloeien uit voorzieningen die mede in het belang van het toerisme worden getroffen zijn ‘in scope’. • Uw voornemen om toeristenbelasting evenredig mee te laten stijgen moet passen in de wettelijke context waarvoor de bevoegdheid tot heffing is gegeven. Het oprekken van de toepassing of zo u wil de bevoegdheid buiten de gegeven wettelijke kaders toepassen leidt tot willekeur. Of te wel, het schendt het beginsel van détournement de pouvoir. 3.
Over het Gelijkheidsbeginsel
Het gelijkheidsbeginsel vergt dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Of men nu tijdelijk in de gemeente verblijft om vakantie te vieren of om hier tijdelijk te werken. De aanleiding is niet relevant. Een ieder die aan het criterium voldoet, moet bijdragen. Dus ook gasten van B&B’s, arbeidsmigranten, niet ingeschreven expats én natuurlijk … ook toeristen. Anders gaat de potentie tot demping van het tarief van diegene die wel worden belast, verloren. 4.
Over de concurrentiepositie die verslechtert t.o.v. omliggende gemeenten
Moet de toeristenbelasting hier het hoogst in de wijde omtrek zijn? U zet uw lokale sector op achterstand. Het evenredigheidsbeginsel houdt in dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. De impact op hun concurrentiepositie met de collega’s in buurgemeenten is te groot. Ook dat had zorgvuldigheidshalve bij de ontbrekende impactanalyse moeten worden meegenomen. Concluderend Begrotingen moeten sluitend zijn. Maar ook redelijk, zorgvuldig tot stand gekomen, gemotiveerd, evenredig en op basis van geldige grondslagen. Als het niet bínnen de daarvoor geldende kaders kan, dan kan het dus níet en zullen ambities en de begroting neerwaarts moeten worden bijgesteld. Net zoals thuis.
Met het vorenstaande heb ik u uitgelegd waarom het gekozen, op het oog redelijk ogende politieke uitgangspunt niet redelijk is. De spreker voor mij heeft u reeds een tegenvoorstel gedaan.
Ik dank u wel.