CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Ingekomen stukken raadsvergadering 30 01 25

Raadsvergadering 30 januari 2025, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Ingekomen stukken21.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

32 Aanhangsel van de Handelingen 2022 -2023, nr. 1888 33 Kam erstuk 36 200-A, nr. 48 34 Kam erstuk 36 410-A, nr. 46

P agina 26 van 31

beoordeelt ProRail de baanstabiliteit als veilig. Voor toekomstige groei van het treinverkeer op een aantal trajecten is nader onderzoek nodig. 35 ProRail voert nu verdiepend onderzoek uit op baanvakken waar groei van het treinverkeer wordt voorbereid. De Kamer zal in de brieven waarin infrastructuurmaatregelen voor die specifieke productstappen aan bod komen, worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek voor die baanvakken.36

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat

Kenmerk I E NW/BSK-2024/322815

Het wetenschappelijk onderzoeksprogramma van ProRail verdiept de kennis over berekenings- en beoordelingsmethodieken voor baanstabiliteit en over maatregelen om de stabiliteit te verbeteren. Dit onderzoek heeft inmiddels opgeleverd dat goederentreinen van 740 meter op de internationale goederencorridors kunnen rijden zonder dat aanpassingen aan de spoordijk nodig zijn. Dat geldt ook voor internationale reizigerstreinen met zware locomotieven op de corridors waar eerder een vergelijkbare zware locomotief reed. Baanstabiliteit speelt ook een rol in andere spoordossiers, zoals de implementatie van de herziene TEN-T-verordening, klimaatadaptatie, en het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer. De Kamer wordt hierover via de desbetreffende Kamerbrieven op de hoogte gehouden. 2.5. Inventarisatie knelpunten in relatie tot de hoofdrailnetconcessie De motie van het lid De Hoop verzoekt de regering om voor het komende MIRTdebat een inventarisatie naar de Kamer te sturen over welke infrastructurele knelpunten de komende periode opgelost moeten worden om de afspraken uit de nieuwe concessie voor het hoofdrailnet (HRN) uit te kunnen voeren.37 Uitgangspunt van de concessie van het hoofdrailnet 2025-2033 is het zogenaamde ‘6basismodel’. Hiervoor zijn voldoende MF-middelen beschikbaar in de budgetten voor PHS en spoorcapaciteit 2030.

Er zijn dan ook geen (vervoer)knelpunten aan de orde zolang er niet meer treinen zouden moeten worden gefaciliteerd dan 6basis. Gezien de actuele vervoerontwikkeling is een dergelijke stijging van het aantal treinen de komende jaren niet voorzienbaar. Bovendien is het in dat geval niet reëel dat extra inframaatregelen binnen enkele jaren uitvoerbaar zijn. Bij de midterm review van het volume van de hoofdrailnet concessie in 2027 wordt integraal stilgestaan bij de ontwikkeling, het eventuele extra treinaanbod d at daarvoor nodig is en de benodigde maatregelen. 2.6. Dubbelspoor Zwolle – Deventer Tijdens het CD Spoor van 12 september 2024 is aan het lid De Hoop toegezegd in gesprek te gaan met de regio en ProRail over spoorverdubbeling tussen Zwolle en Deventer. Het eerste gesprek is inmiddels gevoerd met de drie aanliggende gemeenten en de provincie Overijssel. Dubbelspoor tussen Zwolle en Deventer maakt het versnellen van de Intercity, het laten rijden van een sprinter en het aanleggen van een extra station in Zwolle of Deventer mogelijk. Dit biedt kansen voor woningbouw langs dit traject. In het verleden is hier onderzoek naar gedaan. Er is vastgesteld dat actualisatie van die onderzoeksgegevens nodig is om te bepalen hoe en met welke urgentie dit dossier verder op te pakken.

Dit heeft te maken met de woningbouwopgave in de regio en de beperkte budgetten uit het MF en bij de regionale partners. Rijk en regio gaan hierover verder in gesprek.

35 Kam erstuk 29 893, nr. 264 36 Kam erstuk 32 404, nr. 124

37 Kam erstuk 36 410-A, nr. 54

P agina 27 van 31

In Deventer spelen ook andere opgaven; zo kijkt ProRail wat nodig is voor een robuuste inpassing van de treinverbindingen van en naar Oost-Nederland en de Berlijnlijn, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een vierde perron op station Deventer. Verwacht wordt dat ProRail de resultaten medio 2025 kan opleveren. 2.7. Verkeerssituatie fietsers Jan Blankenbrug Aan de Kamer is toegezegd dat deze wordt geïnformeerd over de gewenste maatregelen en aanpak over de verkeersveiligheidssituatie van fietsers op de Jan Blankenbrug.38 RWS gaat de verkeersveiligheid van fietsers in 2024 verbeteren door het fietspad op de Jan Blankenbrug met 45 cm te verbreden en een lamellenscherm op de reeds aanwezige barrier te plaatsen. De werkzaamheden zullen in 2024 worden uitgevoerd. Het Rijk en de provincie Utrecht financieren elk 50% van de investeringskosten. Voor IenW betekent dit een investering van € 250.000. Dit is onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring van de begroting van IenW door beide Kamers. Hiermee is ook invulling gegeven aan de toezegging.

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat

Kenmerk I E NW/BSK-2024/322815

2.8. EU-fondsen fietsinfra Aan de Kamer is toegezegd dat deze voor 1 december wordt geïnformeerd naar aanleiding van het onderzoek of er EU-fondsen zijn voor fietsinfra. Er wordt een onderzoek uitgezet om meer inzage te krijgen in kansen voor EU-financiering van fietsinfra. De resultaten worden in het voorjaar van 2025 met de Kamer gedeeld. 2.9. Doorfietsroutes en woningbouwgelden fietsinfra Aan het lid Van Dijk is toegezegd dat de Kamer nader wordt geïnformeerd over de stand van zaken van de doorfietsroutes en de bestemming van de woningbouwgelden voor fietsinfra. Over de doorfietsroutes is de Kamer geïnformeerd in paragraaf 1.7.11. Onder het programma Woningbouw en Mobiliteit (WoMo) wordt breed ingezet op de bereikbaarheid en ontsluiting van nieuwe woningen. Onderdeel hiervan zijn inve steringen in fietsmaatregelen. De Kamer is eerder geïnformeerd over de verdeling van de € 7,5 mld. vanuit het programma WoMo.39 Hierbij is voor circa € 780 mln. geïnvesteerd in 505 maatregelen (mede) gericht op fietsinfrastructuur. Samen met cofinanciering van de regio telt dit op tot een investering meer dan € 1,1 mld. in fietsinfrastructuur. Het gaat hierbij onder andere om betere fietsaansluitingen richting OVknooppunten, fietstunnels, doorfietsroutes en stationsstallingen.

Dit om de bereikbaarheid en ontsluiting van nieuwe woningen met de fiets te garanderen en bij te dragen aan de mobiliteitstransitie. In 2023 en 2024 zijn de bedragen vanuit de € 7,5 mld. als onderdeel van specifieke uitkeringen via beschikkingen toegekend aan gemeenten. Met de eerste voorschotten die gemeenten inmiddels ontvangen hebben kunnen zij aan de slag met de uitvoering van de maatregelen. Over de voortgangsrapportage van het programma WoMo wordt de Kamer geïnformeerd in paragraaf 2.10. Hiermee is invulling gegeven aan de toezegging. 2.10. Voortgangsrapportage Woningbouw en Mobiliteit Aan de Kamer is toegezegd dat de voortgangsrapportage van het programma Woningbouw en Mobiliteit (WoMo) vanaf 2024 jaarlijks samen met de MIRTnajaarsbrief naar de Kamer wordt gestuurd.40 Het doel van deze voortgangsrapportage (VGR) is om de Kamer te informeren over de voortgang van en ontwikkelingen in de scope, planning, realisatie, risico’s en financiën van de

38 Kam erstuk 35 925-A, nr. 76 39 Kam erstuk 36 200-A, nr. 9

40 Kam erstuk 36 410-A, nr. 16

P agina 28 van 31

gemaakte afspraken uit het programma WoMo die betrekking hebben op het jaar 2023 (zie bijlage). De resultaten uit de eerste voortgangsrapportage laten zien dat de realisatie van infrastructurele maatregelen en woningbouw is gestart. Op basis van deze eerste resultaten is het nu niet mogelijk om betrouwbare uitspraken te doen over het verdere verloop van de realisatie ten opzichte van de vastgestelde scope. Vanaf de VGR 2025 en latere jaren is het wel mogelijk om in de voortgangsrapportages trends over het verloop van de realisatie weer te geven. Aan het eind van deze rapportage wordt de aanpak voor de monitoring en evaluatie op brede welvaart geïntroduceerd. Hierdoor zal op termijn inzicht worden verkregen in de effecten van het programma Woningbouw en Mobiliteit op brede welvaart.

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat

Kenmerk I E NW/BSK-2024/322815

2.11. Analyse-instrument Mobiliteitsfonds Op Prinsjesdag 2024 is de Kamer geïnformeerd over het analyse-instrument Mobiliteitsfonds. In het wetgevingsoverleg begrotingsonderzoek IenW van 3 oktober 2024 is gevraagd om dit in de MIRT-brief toe te lichten. Met het analyseinstrument MF kan de beschikbare beslisinformatie over mogelijke investeringsopties en andere maatregelen met betrekking tot het MF worden verzameld, gestructureerd en geanalyseerd. Mede naar aanleiding van de motie Van Dijk c.s. hebben brede welvaart, de Mobiliteitsvisie 2050 en ‘Elke Regio Telt!’ een plek gekregen in het instrument.41 Meer concreet wordt bij nieuwe investeringen bijvoorbeeld ook getoetst in hoeverre deze verschillen tussen regio’s verkleint. Het instrument is een hulpmiddel voor de politieke afweging over investeringsbeslissingen waarover in de BO’s MIRT afspraken worden gemaakt. 2.12. Instandhouding in het MIRT De motie Krul en Van der Graaf verzoekt het kabinet de instandhoudingsopgave te integreren in alle onderdelen van de MIRT-cyclus.42 Op 19 september 2023 is de Kamer geïnformeerd over hoe RWS hier invulling aan wil geven.43 In de verdere uitwerking hiervan is meegewogen dat de productie op instandhouding van de RWS-netwerken fors moet worden verhoogd. Dit vereist continuïteit in de opgave en ruimte voor RWS om het werk slim vorm te geven in samenwerking met de markt.

RWS programmeert de instandhoudingswerkzaamheden met een jaarlijks geactualiseerde meerjarenplanning. In de uitwerking van deze planning voert RWS regelmatig het gesprek met decentrale overheden, in verschillende samenstellingen en over verschillende thema’s. Dit is al jaren de werkwijze die RWS hanteert. Aan de Kamer is toegezegd dat RWS in het najaar de planning met de regio’s bespreekt.44 Ook dit jaar heeft RWS het gesprek gevoerd met de regio’s. Deze heeft daar kennis van genomen en dat heeft dit jaar niet tot nadere afspraken in het BO MIRT geleid. Aanvullend wordt nu ter integratie van instandhouding in het MIRT het volgende ondernomen:  Jaarlijks in het najaar deelt RWS de geactualiseerde programmering met de regionale partijen en ProRail in een bijeenkomst per RWS regio. Centraal staan informeren over de voorziene geprogrammeerde werkzaamheden voor de komende drie jaar en kennisnemen van de bijbehorende hinder en de te ontwikkelen hinderaanpak. Voor de projecten die drie jaar of verder vooruit

41 Kam erstuk 36 410 A, nr. 37 42 Kam erstuk 29 385, nr. 131 43 Kam erstuk 36 410-A, nr. 8 44 Kam erstuk 36 410-A, nr. 9

P agina 29 van 31

geprogrammeerd staan, wordt ook bezien of er ruimte is voor het benutten van eventuele meekoppelkansen. In de daaropvolgende BO’s MIRT worden de belangrijkste instandhoudingswerkzaamheden die in de komende paar jaar geplan d staan ter kennisname opgenomen. Dit is inclusief bijbehorende hinderaanpak en eventuele afspraken over meekoppelkansen. Jaarlijks worden vanaf 2025 in de MIRT-brief in het najaar de belangrijkste brede ontwikkelingen in de instandhoudingsopgave vermeld.

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat

Kenmerk I E NW/BSK-2024/322815

2.13. Herplantplicht RWS en ProRail In de MIRT-brief van 15 december 2021 is er voor het eerst gerapporteerd over de herbeplantingsplicht op grond van de Wet natuurbescherming die geldt bij infrastructurele werken. Hiermee wordt invulling gegeven aan de motie Schonis c.s.45 In deze MIRT-brief wordt over de stand van zaken over het jaar 2023 gerapporteerd. Het kappen van bomen wordt gemeld bij het bevoegd gezag; dit is veelal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De compensatieopgave wordt vervolgens berekend en uitgedrukt in hectares. Het afgelopen jaar is de registratie geactualiseerd en afgestemd met de RVO. De gerapporteerde omvang is daardoor en als gevolg van uitgevoerde herbeplanting en nieuwe projecten gewijzigd ten opzichte van de vorige opgave. De herbeplantingsopgave ziet er per 1 januari 2024 als volgt uit: Voor RWS bedraagt deze opgave 600 hectare. In 2023 is ongeveer 25 hectare herbeplant. Voor ca. 389 hectare is de wettelijke termijn voor herbeplanting verstreken. Daarnaast is sprake van 524 hectare onverplicht (extra) aangeplante bomen. RWS overlegt met het ministerie van LVVN in hoeverre deze als invulling van de herplantplicht kan worden gezien. Voor ProRail bedraagt deze herplantingsopgave 4,2 hectare. In 2023 is 0,6 hectare herbeplant. Voor 2,6 hectare is de wettelijke termijn voor herbeplanting verstreken, maar deze zal alsnog worden uitgevoerd.

Daarnaast is sprake van 0,27 hectare onverplicht (extra) aangeplante bomen. 2.14. Dom-tot-Dam doorfietsroute In het CD MIRT van 5 juli 2023 is aan de Kamer toegezegd dat de inzet is dat eind 2024 besluiten genomen kunnen worden over het al dan niet realiseren van de Dom-tot-Dam doorfietsroute. Deze zomer is gestart met een werkgroep van alle vertegenwoordigde wegbeheerders ten behoeve van het opstellen van het voorlopig ontwerp. De benodigde beslisinformatie is eind dit jaar nog niet beschikbaar, maar zal naar verwachting bij het BO MIRT van 2025 gereed zijn. 3. Slot Ondanks de krappe financiën op het MF gebeurt er dus nog enorm veel binnen het MIRT. Op basis van de afspraken uit de BO’s MIRT worden hier komende periode weer verdere stappen in gezet. Dat is goed voor de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid van Nederland. In het voorjaar van 2025 vinden de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving plaats. Over de uitkomsten hiervan wordt de Kamer zoals gebruikelijk per brief geïnformeerd, in aanloop naar het volgende commissiedebat MIRT.

45 Kam erstuk 35 300-A, nr. 43

P agina 30 van 31

Hoogachtend, DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

Ministerie van Inf rastructuur en Waterstaat

Kenmerk I E NW/BSK-2024/322815

Barry Madlener

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT – OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,

C.A. Jansen

P agina 31 van 31

2025-014 Zienswijze omtrent de ontwerp omgevingsvergunning Willemansweg te Oostvoorne geanonimiseerd

Het bestand 2025-014 Zienswijze omtrent de ontwerp omgevingsvergunning Willemansweg te Oostvoorne geanonimiseerd kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15006236/1/2025-014+Zienswijze+omtrent +de+ontwerp+omgevingsvergunning+Willemansweg+te+Oostvoorne+geanonimiseerd?connection_type=17&connection_id=11 395668

2025-015 brief RAD en IRADO aan raad Vaz

Het bestand 2025-015 brief RAD en IRADO aan raad Vaz kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15034873/1/2025-015+brief+RAD+en+IRAD O+aan+raad+Vaz?connection_type=17&connection_id=11415832

E-mail gemeente@voorneaanzee.nl Telefoonnummer 140181

Aan de raad van de gemeente Voorne aan Zee

Verzenddatum 15 januari 2025 Uw kenmerk

Ons kenmerk 231505-2024 Bijlage(n) -

Onderwerp Raadsinformatiebrief jaarverslag archiefinspecteur

Geachte leden van de raad, Tijdens de behandeling van het jaarverslag van de archiefinspecteur over het jaar 2023 in de commissievergadering is toegezegd om de raad nader te informeren over de punten die genoemd zijn in het verslag. Algemeen De archiefinspecteur oefent zijn toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de gemeente die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van het Streekarchief Voorne-Putten, en geeft advies op het terrein van de zorg voor de archiefbescheiden. Via een achttal Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) neemt de inspecteur tijdens inspectieonderzoeken ook aspecten mee van de zorg voor archiefbescheiden die nog niet zijn overgebracht. De KPI’s zijn een instrument om te toetsen of de gemeente voldoet aan de wettelijke vereisten en geeft de gemeente inzicht in de kwaliteit van haar informatiehuishouding. Werkdruk en achterstanden In het verslag wordt de zorg geuit over de hoeveelheid werk, en de vele achterstanden op het gebied van archiefwerk uit de drie voormalige gemeenten die in het eerste jaar van Voorne aan Zee aan het licht zijn gekomen. Naar aanleiding van deze conclusie in het verslag heeft de commissie haar zorgen geuit over de werkdruk en de grote achterstanden die zijn ontstaan bij de voormalige gemeenten. Wij zijn ons bewust van de werkdruk en de achterstanden.

In 2023 is dan ook een eerste inventarisatie gemaakt van alle “achterstallige” werkzaamheden, de werkzaamheden die voortvloeien uit de fusie en de harmonisatie van het applicatie-landschap. Die inventarisatie heeft geresulteerd in een archiefverwerkingsplan. In dit archiefverwerkingsplan staat beschreven wat de status van de verschillende archieven is, de hoeveelheid van de achterstanden en welke werkzaamheden verricht moeten worden om de achterstanden weg te werken. De raad heeft voor de jaren 2024 t/m 2028 jaarlijks een bedrag van € 300.000 beschikbaar gesteld voor het wegwerken van de achterstanden. Met het beschikbaar

Bezoekadres Oostzanddijk 26 3221 AL Hellevoetsluis Telefoon 14 0181 Email gemeente@voorneaanzee.nl

Postadres Postbus 13 3220 AA Hellevoetsluis KvK 88738388 BTW NL826902273B01

gestelde budget worden o.a. mensen ingehuurd. Daarnaast wordt AI ingezet om oude data te analyseren en fouten in data te herstellen. De inzet van AI voor het wegwerken van de archiefachterstanden is zowel voor het verbeteren van de vindbaarheid als de toegankelijkheid van de data. Archiefruimten De gemeentelijke archiefruimten van de voormalige drie gemeenten voldeden in 2023 (nog) niet aan de eisen van de Archiefregeling. Door het wegwerken van achterstanden (zie werkdruk en achterstanden) komt er ruimte beschikbaar om te bewaren archieven beter op te slaan. Dit zal voornamelijk gebeuren in de Archiefkluis in het gemeentehuis te Hellevoetsluis. Daarnaast liggen er veel archiefstukken te wachten om overgebracht te kunnen worden naar het Streekarchief. Door ruimtegebrek bij het Streekarchief is dit nu niet mogelijk. De inspecteur maakt melding van het feit dat er nog geen calamiteitenplan – specifiek gericht op de archiefruimten – is. Recent heeft het college ingestemd met het calamiteitenplan voor de archiefkluis in het gemeentehuis van Hellevoetsluis en er wordt dus nu aan de eis van de archiefinspecteur voldaan. Interne Kwaliteitszorg De inspecteur geeft aan dat de gemeente dient te beschikken over een kwaliteitssysteem. Bij het opstellen van het jaarverslag over 2023 was er inderdaad nog geen kwaliteitssysteem.

Inmiddels beschikt de gemeente over een vastgesteld kwaliteitssysteem. Tot slot De archiefinspecteur heeft terecht in zijn jaarverslag over 2023 een aantal aandachtpunten genoemd en zorgen geuit over de werkdruk en de achterstanden. De start van een nieuwe organisatie brengt veel zaken met zich mee die aandacht vragen. Maar zoals u kunt lezen zijn er een aantal zaken inmiddels opgepakt.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee

L. Mans Msc gemeentesecretaris

A.R.C. Scheepers RA Msc burgemeester

2025-017 Raadsinformatiebrief artikel 33 vragen taakstelling GLPvdA

Het bestand 2025-017 Raadsinformatiebrief artikel 33 vragen taakstelling GLPvdA kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://voorneaanzee.notubiz.nl/document/15045216/1/2025-017+Raadsinformatiebrief +artikel+33+vragen+taakstelling+GLPvdA?connection_type=17&connection_id=11424383

> Postbus 2730 3500 GS Utrecht

Gemeente Voorne aan Zee T.a.v. college van burgemeester en wethouders

Locatie Utrecht St.-Jacobsstraat 200 3511 BT Utrecht T 088 669 6000 F 088 669 6050 www.onderwijsinspectie.nl

Referentienummer: 48024201

Datum Betreft

18 december 2024 Uitkomst risicoanalyse toezicht en handhaving kinderopvang

Kopie aan Beleidsmedewerker gemeente

Geacht college van burgemeester en wethouders, De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) voert jaarlijks op twee momenten een risicoanalyse uit. Hierbij wordt nagegaan of er mogelijk risico’s zijn in de uitvoering van taken die gemeenten krachtens de Wet kinderopvang, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in medebewind hebben gekregen. Dit zijn: • •

Toezicht en handhaving kinderopvang. Het jaarlijkse overleg met de houders van kinderopvangorganisaties en de schoolbesturen voor primair en voortgezet onderwijs over het onderwijsachterstandenbeleid, inclusief voor- en vroegschoolse educatie (vve). Dit overleg wordt in veel gemeenten gevoerd onder de naam Lokale Educatieve Agenda (LEA).

In deze brief informeren wij u over de uitkomst van de risicoanalyse op het gebied van het toezicht en de handhaving op de kinderopvang. Uitkomst risicoanalyse toezicht en handhaving kinderopvang De risicoanalyse is uitgevoerd op basis van de door uw gemeente aangeleverde verantwoording over de taakuitvoering in het jaar 2023 en gegevens uit de GIR en het LRK. De inspectie heeft de beschikbare informatie geanalyseerd en naar aanleiding daarvan contact opgenomen met uw gemeente voor een gesprek. Op basis van dit gesprek zien wij geen aanleiding voor het maken van verbeterafspraken of het uitvoeren van een onderzoek.

Pagina 1 van 2

Locatie Utrecht Datum: 18 december 2024

Als u naar aanleiding van deze brief nog vragen heeft, dan kunt u contact met ons opnemen via gemeentelijktoezicht@onderwijsinspectie.nl.

Onze referentie: 48024201

Wij gaan ervan uit dat u de gemeenteraad op de hoogte stelt van de inhoud van deze brief.

Met vriendelijke groet,

Diana Piek Afdelingshoofd Gemeentelijk Toezicht Inspectie van het Onderwijs

Pagina 2 van 2

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15061524/1