CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Een Beschermd Thuis op de ZHE

Commissie Samenleving 9 mei 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, inclusief presentatie5.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een beschermd thuis op de Zuid Hollandse Eilanden. Plan beschermd wonen en maatschappelijke opvang

datum januari 2020 versie definitief Auteur(s) Renske Hoogeveen

Strategie en aanpak

Als er geen weg is........... kun je alle kanten op

Beleid en Projecten

Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Introductie .........................................................3 De context ..........................................................4 De strategie ........................................................8 De uitgangspositie .............................................10 De aanpak ..........................................................12 Projectbeheersing ..............................................14

2

1. Introductie Gemeenten zijn vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 verantwoordelijk voor het bieden van beschermd wonen en maatschappelijke opvang aan mensen met psychische en psychosociale problemen. Deze taak wordt momenteel uitgevoerd door de centrumgemeente, Nissewaard. De komende jaren wordt deze taak doorgedecentraliseerd naar alle afzonderlijke gemeenten. De decentralisatie bevat niet alleen het overhevelen van taken en financiën maar stuurt ook een belangrijke transitie aan. Kwetsbare inwoners vanuit een veilige en vertrouwde omgeving ondersteuning bieden bij hun problemen op die momenten waarop dat nodig is. Bij deze decentralisatie hoort een nieuw verdeelmodel dat het voor gemeenten aantrekkelijk maakt om in te zetten op preventie, meer samenhang in ondersteuning kan aanbrengen en verkokering tegen gaat. Hiervoor is in het onlangs afgesproken akkoord tussen de VNG en het ministerie van VWS een ingroeipad afgesproken van 10 jaar. Sociale inclusie als uitgangspunt Sociale inclusie is het uitgangspunt om bovenstaande decentralisatie vorm te geven. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning ook voor deze kwetsbare inwoners zoveel mogelijk in ‘gewone’ woningen en wijken in de eigen sociale omgeving van mensen plaatsvindt en gericht is op herstel en zelfredzaamheid.

Het proces van herstel is een persoonlijk proces waarbij iedereen zijn eigen route kiest en daarbij ondersteund wordt. Het is de kunst om als hulpverlening hierop aan te sluiten. Waarbij we proberen ter plekke te zijn wanneer dat nodig is en zorgen dat we verantwoord afschalen zodra dit kan. Wanneer er geen thuis is, wordt ingezet op het creëren van een thuis. Sociale inclusie is een onmisbaar element voor een inclusieve en veilige samenleving.

Van exclusie naar inclusie door de jaren heen De gemeenten op de Zuid Hollandse Eilanden stellen zich hiermee voor de opgave om beschermd wonen en maatschappelijke opvang toekomstbestendig te organiseren en inhoudelijk door te ontwikkelen in de komende jaren. Hiervoor zorgen we dat we eind 2019 goede samenwerkingsafspraken hebben hoe we deze doordecentralisatie met elkaar oppakken. Bij het opstellen van het nu voorliggende plan zijn we ons bewust dat deze transformatie niet morgen gerealiseerd is. Kwetsbare mensen net als ieder ander een plek geven midden in de samenleving vraagt om een cultuuromslag (waar wellicht wel 15 jaar voor nodig is). We moeten weer leren hoe je omgaat met anders zijn en dat begint op de voetbalclub en op school en in de buurt. Leeswijzer In dit plan wordt in vervolg op het Regionaal plan BW/MO de doordecentralisatie geconcretiseerd. We doen dit via drie lijnen: 1. In dit plan is de strategie en visie op een beschermd thuis opgenomen. Hiermee vormen we met elkaar de horizonstip waar we naar toe werken. 2. In dit plan concretiseren we de besluiten uit het Regionaal plan BW/MO. Nog niet iedere gemeenten heeft het regionaal plan vastgesteld. Voor uitvoering van het Regionaal plan is dit een vereiste. Gebleken is dat sommige punten nadere uitwerking/concretisering behoeven. 3. In dit plan is het plan van aanpak opgenomen.

Hierin staat beschreven welke activiteiten we gaan ondernemen.

3

2. De context De Wmo staat voor participatie en zelfredzaamheid van mensen. De ondersteuning die hier eventueel bij nodig is, vindt zo veel mogelijk plaats in de thuissituatie en de directe omgeving van mensen. In essentie gaat het bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang om dezelfde visie. Zorgen dat mensen met een verstoorde zelfregulatie (zelforganiserend vermogen) een beschermd thuis hebben waarbij ze invulling kunnen geven aan een kwalitatief goed leven en kunnen meedoen in en aan de samenleving. In dit hoofdstuk beschrijven we de context waarin de decentralisatie vorm krijgt.

Wet maatschappelijke ondersteuning De Wmo regelt dat gemeenten de taak hebben om maatschappelijke ondersteuning te organiseren voor haar inwoners. Het bieden van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is een onderdeel daarvan. De wet stelt: Een ingezetene van Nederland komt overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit: a. door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie, b. beschermd wonen1, te verstrekken door het college van de gemeente tot welke hij zich wendt, voor zover hij in verband met psychische of psychosociale problemen niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving, dan wel c.

opvang, te verstrekken door het college van de gemeente tot welke hij zich wendt, indien hij de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Totstandkoming van de decentralisatie De decentralisatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar gemeenten past binnen de breder ingezette maatschappelijke ontwikkeling om meer zelfregie aan inwoners te geven, ondersteuning dichtbij de

1 beschermd wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het

bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

4

cliënt te organiseren en ondersteuning beter aan te laten sluiten op de vraag van de cliënt. Het voorliggende verdeelmodel voor de decentralisatie BW/MO werd echter verworpen door o.a. de VNG waardoor een directe decentralisatie naar alle gemeenten in Nederland niet mogelijk bleek. In de aanloop naar 2015 werd daarom bestuurlijk afgesproken dat de verantwoordelijkheid voor het beschermd wonen, net als bij de maatschappelijke opvang reeds het geval was, voorlopig werd belegd bij de centrumgemeenten. Hiermee werden grote overgangsproblemen met negatieve effecten voor cliënten voorkomen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft onlangs het concept nieuw objectief verdeelmodel vrijgegeven. Dit verdeelmodel moet ervoor zorgen dat de decentralisatie van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang alsnog naar alle gemeenten in Nederland kan plaatsvinden. De oorspronkelijke planning was dit op 1 januari 2020 gereed te hebben. De ontwikkeling van het objectief verdeelmodel bleek echter een complex proces en hangt nauw samen met de toegang Wet langdurige zorg voor mensen met een psychische stoornis2. Op 22 maart 2018 heeft de minister de Tweede Kamer geïnformeerd dat deze toegang per 1 januari 2021 geïmplementeerd zal worden. Daarmee werd de ingang van de decentralisatie bepaald op 1 januari 2021.

Advies Commissie Toekomst beschermd wonen (Dannenberg)3 De commissie Toekomst beschermd wonen onder leiding van Dannenberg heeft een advies opgesteld hoe gemeenten van beschermd wonen naar een beschermd thuis kunnen komen. In dit advies hebben zij de volgende pijlers als grondslag voor sociale inclusie opgenomen: - Burgerschap: Hoe kwetsbaar mensen ook zijn en hoe hun levensgeschiedenis ook is, zij zijn en blijven burger Burgerschap geeft toegang tot sociale grondrechten, zoals inkomen, onderdak en onderwijs en is daarmee vitaal voor de dagelijkse kwaliteit van leven van mensen. - Zelfbepaling: Kwetsbare mensen zijn, net als ieder ander, zelfbepalende wezens. Dat uit zich in drie basisbehoeften: autonomie, competenties om eigen gekozen doelen te bereiken en wederkerige, veilige en betekenisvolle verbindingen met anderen. - Hoop en Perspectief: Veel mensen met een verstoorde zelfregulatie hebben het vermogen te herstellen en hun leven weer op te pakken in een door hen zelf gewenste richting. Herstel is een persoonlijk proces waarin mensen voorzichtig en tastend – met vallen en opstaan – leren omgaan met hun beperkingen en verlieservaringen en hun leven een positieve wending en een bevredigend levensperspectief geven.

Essentieel is ook bij degenen met een meer statisch zelforganiserend vermogen, om als naasten en professionals te blijven vasthouden aan (herstel)vermogens en de autonomie van mensen. - Positieve kijk op gezondheid: Vertrekpunt bij het werken aan herstel en participatie is een nieuwe, positieve kijk op gezondheid. Deze positieve gezondheid (Machteld Huber) staat voor het vermogen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Daarnaast heeft de commissie in haar advies acht essentiële voorwaarden opgenomen om psychisch kwetsbare mensen goed te ondersteunen. Deze voorwaarden zijn: 1. Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg 2. Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit 3. Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie 4. Een breed arsenaal van woonvarianten 5. Beschikbare en betaalbare wooneenheden 6. Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties 7. Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars 8. Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning

2

Beschermd wonen vanuit de gemeenten is gericht op herstel en sociale participatie. Het doel hiervan is dat de cliënt de eigen regie zoveel mogelijk terugkrijgt zodat er uitstroom kan plaatsvinden naar een meer zelfstandige woonvorm. De praktijk wijst echter uit dat er een groep cliënten bestaat bij wie niet verwacht kan worden dat ze een dergelijke stap gaan zetten. Speciaal voor deze groep is het van belang dat de toegang tot de Wlz wordt verankerd. 3 https://vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/beschermd-wonen/publicaties/van-beschermd-wonen-naar-eenbeschermd-thuis-rapport-cie-dannenberg

5

Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang4 De meerjarenagenda is een gezamenlijke agenda van betrokken landelijke partijen bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De meerjarenagenda geeft een beeld van de inhoudelijke koers en prioriteiten voor de komende jaren die partijen gezamenlijk oppakken. In de agenda staat het ‘wat’ centraal. De precieze uitwerking van het ‘hoe’ zal zoveel mogelijk plaatsvinden op lokaal en regionaal niveau. In de agenda zijn acht thema’s opgenomen met een inhoudelijk doel. De thema’s zijn: 1. Clientondersteuning, ervaringsdeskundigheid en betrokkenheid omgeving. Het doel is beter aan te sluiten bij de behoeften en wensen van mensen en hun netwerk. Een actieve benadering door cliëntondersteuners en familieondersteuners dragen hieraan bij. 2. Lokale, regionale en landelijke samenwerking. Voor het realiseren van integrale ondersteuning die flexibel op- en afgeschaald kan worden is samenwerking -op verschillende niveaus – tussen partijen en domeinen nodig. 3. Wonen. Wonen gaat over meer dan over de beschikbaarheid van woningen. Even belangrijk is tijdig passende zorg en begeleiding te bieden en acceptatie in de wijk. Doel is dat iedereen zoveel mogelijk kan wonen op een voor hem of haar passende plek. Stabiliteit in de woonsituatie is van groot belang en dakloosheid en huisuitzettingen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. 4.

Vroegsignalering en schulden. Onze ambitie is te zorgen dat signalen over (beginnende) problematiek, waaronder schulden, sneller door professionals op lokaal niveau worden herkend en dat zij hier adequaat op kunnen handelen. 5. Participatie, werk en inkomen. Het hebben van werk of een zinvolle dagbesteding is heel belangrijk voor mensen. Meedoen in de samenleving geeft voldoening en houvast. 6. Toegang. Het uitgangspunt is dat mensen zorg en begeleiding krijgen op het moment dat zij dat nodig hebben, thuis of in een instelling. In de toegang tot ondersteuning moet hierbij breed naar de problematiek van mensen gekeken worden. De juiste kennis, vaardigheden en gedrag van professionals zijn hierbij cruciaal. 7. Kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning. De kwaliteit van het beschermd wonen (ZIN en PGB) en de maatschappelijke opvang moet optimaal zijn, zodat de cliënt zo goed mogelijk kan worden geholpen en naar vermogen deel kan nemen aan de samenleving. 8. Continuïteit van zorg en ondersteuning. Mensen met psychische en psychosociale problematiek - al dan niet in combinatie met een licht verstandelijke beperking (LVB) of verslavingsproblematiek – moeten op het juiste moment, op de juiste plek, de juiste zorg en ondersteuning krijgen.

Advies expertiseteam MO-BW-BG en akkoord doordecentralisatie MO-BW-BG Op 2 juli 2019 bespraken de VNG en het Rijk het advies van het expertiseteam MO-BW-BG. Op basis van dit advies zijn afspraken gemaakt over de doordecentralisatie. Hieronder een korte weergaven: - Hoofdconclusie van het akkoord: Het expertiseteam onderschrijft het toekomstbeeld en inhoudelijke visie van de Commissie Dannenberg en ziet dat alle stakeholders deze omarmen als leidraad voor de beweging en werking van het nieuwe stelsel. Het scenario van door-decentraliseren en objectief verdelen past bij de beoogde eindsituatie. Geen vertraging van de beweging ‘Dannenberg’. Deze dient daarom regionaal geoperationaliseerd te worden (de beweging naar lokaal/wijken vindt plaats vanuit regionale samenwerking). Onder strikte voorwaarden kan er herindeling van regio’s plaatsvinden De ontwikkeling van het verdeelmodel verloopt in 10 jaar tijd van historisch verdeeld over centrumgemeenten naar een objectief verdeelmodel in 10 stappen. Waarbij de stappen de ingeschatte in-en uitstroom voor de totale populatie volgt in de ingroeiperiode. In het eerste jaar (2022) vindt een eerste stap hierin plaats. De exacte stappen en samenhang (en eventuele cumulatieeffecten) met het gehele verdeelmodel sociaal domein worden in EVSD nader onderzocht.

Mijlpalen binnen het ingroeipad van 10 jaar o 2019 Samenwerkingsafspraken gereed (inhoudelijke beweging, inkoop, financiering) o 2020: Uitname Wet langdurige zorg (Wlz) o 2022 Start objectief verdeelmodel naar regiogemeenten. Jaarlijkse in- uitstroom bijstelling. o 2025 MO wel/niet decentraliseren

4

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/05/24/meerjarenagenda-beschermd-wonen-en-maatschappelijke-opvang

6

-

Het stelsel bevat het principe van een kostenverrekening of woonplaatsbeginsel zodat gemeente van herkomst voor een bepaalde periode de kosten betaalt van de voorziening in andere gemeenten. De exacte uitwerking hiervan moet nader worden onderzocht.

-

7

3. De strategie Een beschermd thuis voor alle inwoners van de Zuid Hollandse Eilanden die dat nodig hebben. Vanuit deze visie en onze (wettelijke) opdracht is gekeken hoe we sociale inclusie vorm en inhoud kunnen geven. In dit hoofdstuk hebben we onze strategie bepaald en gekeken hoe we die kunnen uitvoeren. Daarnaast hebben de gemeenten op de Zuid Hollandse Eilanden gekeken welke specifieke vraagstukken we in ons gebied signaleren. Deze zijn tot speerpunt benoemd en zullen in de verdere beleidsontwikkeling opgepakt worden. Onderstaand overzicht geeft vanuit onze opdracht de gekozen strategie weer.

8

Speerpunten In een werksessie is door de betrokken ambtenaren gekeken welke vraagstukken er specifiek spelen op de Zuid Hollandse Eilanden die in het vervolg verder uitgewerkt dienen te worden. Hieronder zijn deze speerpunten opgenomen: Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang - In de regio zijn zowel voor cliënten beschermd wonen als cliënten maatschappelijke opvang onvoldoende uitstroom mogelijkheden. Stimuleren van een variatie aan woonvormen zodat mensen in hun eigen omgeving, daar waar ze zich thuis voelen, ondersteuning kunnen krijgen in de woning die bij hun behoeften past. Dit betekent niet perse meer woningen maar het beter benutten van wat al bestaat en daar creatief mee omgaan. De verwachting is dat de vraag naar beschermd woonplekken (in een instelling met 24/7 begeleiding aanwezig) blijft maar zal afnemen terwijl de vraag naar andere woonvormen juist gestimuleerd moet worden. Prettig wonen zonder woonoverlast is hierin ook een aandachtspunt. - Ondersteuning jongeren. Dak en Thuisloze jongeren, jongeren die door omstandigheden niet meer thuis kunnen wonen maar nog niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. Voor deze doelgroep van 1627 jarigen hebben we een onvoldoende antwoord op hun ondersteuningsvraag. Dit moet in de komende periode als speerpunt worden opgepakt.

Beschermd Wonen - Mensen met lvb hebben vaak meer moeite om mee te komen in onze samenleving, die ook steeds ingewikkelder wordt. Ze worden regelmatig overvraagd, op school, op het werk en in het alledaagse contact, komen vaker met justitie in aanraking en lopen veelal op hun tenen om zich staande te houden. Gemeenten zijn verantwoordelijk om in de brede context (o.a. wonen, meedoen, veiligheid) van het leven mensen met een lvb te ondersteunen zodanig dat ze kunnen meedoen en zelfredzaam kunnen zijn. Een tijdelijke behoefte aan begeleiding in een beschermde woonomgeving hoort hierbij ook tot de mogelijkheid. Dit dienen we op korte termijn te organiseren. Maatschappelijke Opvang - De maatschappelijke opvang concentreert zich momenteel op Spijkenisse. Voor sommige cliënten uit de regiogemeenten is deze opvang onvoldoende bereikbaar. Om alle inwoners van de Zuid Hollandse Eilanden die opvang nodig hebben te bereiken willen we naar een betere spreiding van opvang kijken. Daarnaast is net als in de gehele Wmo de beweging naar meer doorstroom en uitstroom ingezet. De maatschappelijke opvang mag echt alleen maar een laatste vangnet zijn. We willen naar een eigentijdse invulling van de opvang, een sluitend aanbod en een ketensamenwerking voor de doelgroep.

De doelen waarnaar we streven: o Voorkomen dat opvang nodig is (preventie) o De opvang in een nieuw jasje (spreiding ZHE en gericht op uitstroom) o Sluitend (woon)aanbod zodat doorstroom snel gerealiseerd kan worden. o Samenwerking in de keten - Het gebied waarin Opvang de Boeg ligt wordt ontwikkeld. Dit biedt gelegenheid om ook de Boeg zelf door te ontwikkelen. We doen dit gericht op uitstroom en meer kwaliteit binnen de opvang.

9

4. De uitgangspositie Mei 2018 is het Regionaal plan BW/MO opgesteld door de gemeenten van de Zuid Hollandse Eilanden. Dit plan is nog niet door alle gemeenteraden vastgesteld. Deze vaststelling is een voorwaarde om er in gezamenlijkheid uitvoering aan te geven. In een bijeenkomst is gekeken wat er ten grondslag ligt aan het nog niet vaststellen van het Regionaal plan. Samenvattend hebben we gezien dat de wijze van samenwerking die we met elkaar beogen en daaruit voortkomend de eenduidigheid van de besluiten die zijn opgenomen in het Regionaal plan tot verschillende inzichten hebben geleid. In de stuurgroep OGGZ is hierover gesproken waarna afgesproken is dat er een oplegger op het Regionaal plan komt waarin de besluitpunten waar nodig worden geconcretiseerd. Het vertrekpunt daarbij is dat samenwerking nodig en gewenst is maar er ook oog is voor de lokale verankering. De toegezegde oplegger is in dit hoofdstuk opgenomen. We hebben in onderstaand overzicht de besluitpunten uit het Regionaal plan waar nodig geconcretiseerd en aangevuld met de strategie en speerpunten uit het nu voorliggende plan. Na vaststelling van onderstaand overzicht wordt dit overzicht de uitgangspositie op basis waarvan we de transitie Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang invulling geven. Welke aanpak we daarvoor kiezen is in hoofdstuk 5 opgenomen.

Uitgangspunten Besluitpunten uit het Regionaal Plan BW/MO: - Er wordt opdracht gegeven om een toekomstbestendig samenwerkingsmodel te creëren voor de periode 2020-2023. Dit model wordt juridisch verankerd in een overeenkomst tussen de ZHE gemeenten. De volgende zaken dienen minimaal in het samenwerkingsmodel een plek te krijgen: o Beleggen van de projectleiding. Zolang er verantwoordelijkheden vanuit het Rijk worden gedelegeerd aan de centrumgemeente zal deze leiding worden belegd bij de gemeente Nissewaard. o Er wordt bepaald welke formatie nodig is voor de doorontwikkeling. Met deze formatie kunnen taken en verantwoordelijkheden worden verdeeld over de verschillende gemeenten. o Samenwerkingsstructuur en stemmenverdeling o Uittreding van partijen o Bepalen van de financiën die beschikbaar gesteld worden voor de gestelde opdracht o Budgethouderschap o Invulling geven aan solidariteit o Beleggen van en besluiten over het mandaat voor de inkoop en contractmanagement o Beleggen van en besluiten over het mandaat voor de toegang o Bepalen van de benodigde capaciteit en de verdeling over de gemeenten o Vertegenwoordiging van de regio in landelijke gremia - De kosten van personeel worden vanaf 1 januari 2019 voor 50% ten laste gelegd van de centrummiddelen BW/MO. Vanaf 1 januari 2020 verhogen we dit naar 100%.

Eventuele tekorten worden over de betrokken gemeenten verdeeld op basis van inwonersaantallen. - Tot 31-12-2020 worden eventuele tegoeden aan de reserve centrummiddelen toegevoegd. Tot deze datum wordt de reserve niet afgeroomd tot 10% van het totaal beschikbaar gestelde budget voor de taken beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang/huiselijk geweld. Middelen die de 10% overstijgen worden ingezet voor een innovatiefonds waarmee gewerkt kan worden aan sociale inclusie BW of preventie instroom en bevorderen uitstroom MO/BW/VO. Eventuele tekorten in het kader van de taken BW, MO en VO verdelen over de gemeenten op basis van inwonersaantal. - Er dient een voorstel gedaan te worden over de reserve inzet na 1-1-2021 en de verdeling hiervan. - De beweging naar lokale gemeente/wijken vindt plaats vanuit regionale samenwerking. Er wordt een regionaal implementatieplan/ingroeiplan gemaakt met lokale paragrafen. Voorstellen voor de doordecentralisatie worden voorgelegd aan de stuurgroep OGGZ. Iedere gemeente heeft een verplichting om vanuit dit plan in te zetten op preventie en voorliggende voorzieningen. - De gemeente Nissewaard evalueert in samenwerking met de regiogemeenten de pilots maatschappelijke opvang (gericht op preventie en uitstroom).

Op basis van de evaluatie wordt besloten welke pilots structureel opgepakt worden en welke financiering hieraan ten grondslag ligt. - Bij de inkoop van ondersteuning voor deze doelgroep wordt naast maatschappelijke opvang en beschermd wonen in de zin van de wet, geclusterd wonen met intensieve begeleiding en/of zware ambulante vormen van begeleiding ingekocht die uitstroom/voorkomen instroom mogelijk maken.

10

We nemen geclusterd wonen met intensieve begeleiding mee in de inkoop voor Beschermd Wonen in de zin van de wet maar bieden ruimte om per gemeente te besluiten of dit regionaal danwel lokaal wordt opgepakt. We doen dit door verschillende percelen toe te voegen. - Er wordt geïnventariseerd welke ambulante vormen van begeleiding ingekocht dienen te worden gericht op de uitstroom/voorkomen instroom van de doelgroep. Op basis van de inventarisatie wordt bepaald of er aanbod ontbreekt die noodzakelijk is om een beschermd thuis te realiseren. Afhankelijk van de soort ondersteuning wordt bepaald of dit via lokale of regionale inkoop gerealiseerd dient te worden. - De inkoop van beschermd/geclusterd wonen voor de doelgroep LVB wordt samengevoegd met de reguliere inkoop beschermd wonen. Deze inkoop organiseren we regionaal. De gemeente Nissewaard krijgt mandaat van de regiogemeenten voor het uitvoeren van de inkoop en het organiseren van de toegang voor deze doelgroep. Hiervoor worden de fte’s beschikbaar gesteld zoals zijn opgenomen in het Regionaal plan. Eventuele financiële tekorten worden conform hetgeen afgesproken in het convenant Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang verdeeld op basis van inwonersaantallen. Na een jaar uitvoering wordt geëvalueerd of de personele bezetting toereikend is.

- Bij de uitwerking van de transitie beschermd wonen en maatschappelijke opvang wordt domein overstijgend gewerkt. De leefwereld van de betrokkenen mag hierbij niet uit het oog worden verloren. We leggen vanuit de transitie onder andere verbinding met de aanpak personen met verward gedrag, de wet verplichte GGZ en Zorg en Dwang, veiligheid en de participatiewet. - Er wordt nadrukkelijk samengewerkt met externe partijen om de transitieopgave te bewerkstelligen. In verband met de uitstroom van cliënten naar de Wlz wordt er specifiek samenwerking gezocht met het Zorgkantoor. - De Regionale Adviesraad wordt in ieder geval tot 2021 gecontinueerd. De positie en rol van de Regionale Adviesraad wordt vastgelegd. De facilitering van de Regionale Adviesraad wordt vanuit de centrummiddelen bekostigd. - Er wordt bij de implementatie van de transitie BW/MO input bij cliënten opgehaald. - Er wordt een informatievoorziening voor BW/MO ingericht zodanig dat alle gemeenten toegang hebben tot belangrijke informatie en er gehoor kan worden gegeven aan informatieverzoeken vanuit het Rijk. Aanvullende punten op basis van het nu voorliggende plan: - De gekozen strategie uit hoofdstuk 3 wordt vastgesteld. Alle activiteiten die voor de implementatie worden ingezet dienen bij te dragen aan een van de drie ambities uit de strategie.

- De speerpunten uit hoofdstuk 3 worden vastgesteld en uitgewerkt in het implementatieplan/ingroeiplan en pilots (lokaal/regionaal). De gemeenten doen dit in goed overleg met elkaar.

11

5. De aanpak In deze paragraaf worden de uit te voeren activiteiten en de daarbij behorende planning beschreven. Activiteitenoverzicht Het activiteitenoverzicht is ingedeeld in drie fasen. De procesfase, de ontwikkelfase en de implementatiefase. In onderstaand schema is opgenomen welke activiteiten hieronder vallen.

Plan van aanpak Het plan van aanpak is met dit document afgerond. Gaandeweg het proces zal er op basis van ervaringen, ontwikkelingen en nieuwe inzichten bijgestuurd worden. Dit geldt ook voor de planning. Samenwerkingsmodel De opdracht om een samenwerkingsmodel te ontwikkelen is de eerste opdracht die uitgevoerd gaat worden. En legt daarmee de basis voor de invulling van de ontwikkel en implementatiefase. Het resultaat dient een overeenkomst ondertekend door alle zes de gemeenten te zijn. Het samenwerkingsmodel zal aan de gemeenteraden voorgelegd worden en vormt samen met het Regionaal plan het kader waarbinnen de colleges uitvoering kunnen geven aan de opdracht. Data Data kan ons helpen om de juiste dingen te doen en is daarmee erg belangrijk voor de ontwikkelfase. Om te beginnen dient bepaald te worden welke informatie we willen weten. Vervolgens zal deze data verzameld en ontsloten worden. We vinden het belangrijk dit over een langere periode te doen zodanig dat we trends kunnen onderscheiden en het verloop kunnen monitoren. Onderdeel van data kan ook zijn het laten uitvoeren van een onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan het in beeld brengen van de woonbehoefte voor de doelgroep. Beleidsontwikkeling Voordat we aan de slag kunnen dient de strategie en de speerpunten verder geconcretiseerd te worden in beleid.

Hiervoor stellen we een regionaal implementatieplan op met lokale paragrafen waarbij we de aanpak specifiek passend maken op een gebied/gemeente/wijk. Ook kunnen er losse voorstellen worden voorgelegd aan de Stuurgroep OGGZ. Daarnaast creëren we ruimte voor het uitvoeren van pilots. De pilots zijn er om op innovatieve wijze nieuwe voorzieningen en werkwijzen te ontwikkelen en ervaring op te doen met de nieuwe taken. Tot slot gaan we onder dit onderdeel sociale inclusie stimuleren en zorgen dat de bewustwording voor deze doelgroep verbeterd wordt. Bij de beleidsvorming zal gebruik worden gemaakt van ervaringsdeskundigheid en worden cliënten/inwoners betrokken.

12

Inkoop en contractmanagement Het bieden van de daadwerkelijke ondersteuning wordt door zorgpartijen uitgevoerd. De gemeenten maken afspraken met deze partijen over de inkoop hiervan. Dit begint bij het maken van een weloverwogen keuze voor de wijze waarop deze taken in de markt worden gezet. Vervolgens dient een inkooptraject uitgevoerd te worden. Hiervoor zal een strategisch document opgesteld worden. Een belangrijk thema is het borgen van kwaliteit en het geven van sturing. Dit krijgt onder andere vorm via het contractmanagement. Regelgeving Om de inkoop en verstrekkingen te bestendigen is er regelgeving nodig. Het is van belang dat deze regelgeving goed aansluit bij onze ambities en administratief arm wordt ingericht. De regelgeving wordt verankerd in de verordening en beleidsregels. Daarnaast dient de landelijke toegankelijkheid geborgd te worden. Ook is het inrichten van toezicht en handhaving een onderdeel van deze aanpak. Partnerschap Complexe vraagstukken kan je als gemeente niet alleen oplossen. Samenwerking op verschillende vlakken is nodig. Om de transitie invulling te geven moeten we vertrouwen op elkaars expertise en met elkaar zoeken naar de beste ondersteuningsvormen die passen bij een cliënt. De vraagstukken rondom de cliënt beschermd wonen en maatschappelijke opvang zijn bijna altijd domein overstijgend.

Samenwerking tussen maatschappelijke partners is dan nodig. De gemeenten zullen hierin een regiefunctie vervullen en zo de samenwerkingsketen faciliteren. Vanuit netwerken zorgen we dat cliënten de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Belangrijke samenwerkingspartner in deze transitie zijn de woningbouwcorporaties. Samen met de corporaties hebben we de uitdaging om beschikbare en betaalbare woonruimte beschikbaar te krijgen. Ook met de zorgverzekeraars en het zorgkantoor dient de samenwerking geïntensiveerd te worden. Dit betreft onder andere de transitie van mensen uit de kliniek en de uitname richting de Wlz. Clientproces Het implementeren van de regelgeving vindt plaats in de toegang. We zorgen dat de toegang de juiste informatie heeft en weet welke zorg er is ingekocht. Onderdeel hiervan is het opstellen van werkprocessen en samenwerkingsafspraken bestendigen. Een tweede belangrijk punt onder dit deelproject is het ontwikkelen en implementeren van een sluitende ketenaanpak. Daarnaast valt de implementatie van de openstelling van de Wlz onder dit onderdeel. Tot slot zal er een overgangsvoorstel voor cliënten gemaakt worden wanneer de inkoop is gerealiseerd. Planning Voor het uitvoeren van dit plan wordt gewerkt met de volgende planning.

De planning voor de stuurgroep/college/raad wordt door de werkgroepen geconcretiseerd en in de werkgroep doordecentralisatie samengebracht tot een totaalplanning.

13

6. Projectbeheersing In dit laatste hoofdstuk is de projectbeheersing opgenomen.

Structuur Voor het tot stand brengen van de uitvoering van dit plan wordt de volgende structuur voorgesteld:

De lokale lijn kan per gemeente verschillen. Formatie De operationalisatie van de doordecentralisatie vraagt om ontwikkelcapaciteit. Binnen de huidige fte’s is het niet mogelijk om dit waar te maken. Dit geldt zowel voor beleid als uitvoering. Voorgesteld wordt om projectformatie vanuit de centrummiddelen vrij te maken. Hieronder zijn de verschillende deelprojecten opgenomen en is een inschatting gemaakt van de extra benodigde capaciteit. Gezamenlijk vragen we de volgende projectformatie aan. Beleid Uitvoering

1,7 fte 0,5 fte

Omdat de doordecentralisatie een gezamenlijke opgave is van centrumgemeente en regiogemeenten is er een onderverdeling gemaakt in deelprojecten/werkzaamheden. Er is gekozen voor een volgende onderverdeling: Projectleider 24 uur/week Extra ambt draagkracht per gebied (HW/GO/Nissewaard/Voorne) 4 x 4 uur/week Trekkersrol per werkgroep 5 x 4 uur/week Uitvoering 16 uur/week

14

Iedere gemeente is gevraagd om aan te geven welke bijdrage er geleverd kan worden en waar de voorkeur ligt. Dit heeft geleid tot de volgende taakverdeling. Goeree Overflakkee

8 uur (extra ambt, WG Wonen)

Hoeksche Waard Nissewaard

12 uur (extra ambt, WG inkoop, WG Regelgeving) 32 uur (extra ambt, projectleider, WG MO) 16 uur (uitvoering/implementatie)

Voorne

8 uur (extra ambt, WG toegang)

Vervolg Nadat er akkoord is op de projectorganisatie zal er een projectleider geworven worden door de gemeente Nissewaard (iedere gemeente kan kandidaten aanleveren). De projectleider zal vervolgens de werkgroep doordecentralisatie bijeenroepen. De eerste taak van deze werkgroep is samen met de werkgroep trekkers bepalen wat de opdrachten van de werkgroepen gaan zijn. Iedere gemeente kan zelf vervolgens bepalen van welke werkgroepen hij lid wordt. Financiën De financiële impact van beschermd wonen/maatschappelijke opvang is om verschillende redenen groot. Oorzaken hiervoor zijn: - Het gaat om een open-einde regeling (iedere cliënt die de voorziening nodig heeft, heeft hier recht op) - Er is sprake van landelijke toegankelijkheid - Het is relatief dure gespecialiseerd zorg - De uitname naar de Wlz brengt financiële risico’s met zich mee - Er wordt in de komende tien jaar naar een objectief verdeelmodel toegewerkt We zullen de financiële onzekerheden inzichtelijk moeten maken om hier vervolgens sturing aan te geven zodat de risico’s beheersbaar gemaakt kunnen worden. Objectief verdeelmodel Met betrekking tot het verdeelmodel is op dit moment het volgende bekend: a) Het startpunt van het ingroeipad is dat alle gemeenten met een eerste stap middelen ontvangen op basis van de objectieve verdeling.

De eerste stap wordt dan in mindering gebracht op de historische middelen die de centrumgemeenten ontvangen. b) Per jaar neemt het historische deel van de centrumgemeenten af en neemt het objectieve deel voor alle gemeenten toe. Het expertiseteam adviseert om in een nadere analyse het principe van de “sprongen per jaar” nog nader te bepalen en in lijn te brengen met de verwachte in- en uitstroom van cliënten op landelijk niveau. Dit onderzoek dient plaats te vinden in Evaluatie verdeelmodellen sociaal domein (EVSD). c) Voor de eerste vier jaar na inwerkingtreding blijven de middelen voor de maatschappelijke opvang (inclusief middelen voor OGGZ en verslavingshulp) via de (huidige) objectieve4 verdeling verdeeld over de centrumgemeenten. Na deze periode vindt – tenzij uit de evaluatie blijkt dat dit (nog) niet voor de hand ligt – verdere verdeling over alle gemeenten plaats. d) De centrumgemeenten blijven financieel verantwoordelijk voor cliënten met een lopende indicatie voor beschermd wonen. Zodra er herindicatie plaatsvindt is de cliënt te zien als “nieuwe cliënt” en is de gemeente van herkomst (waar de cliënt in het BRP is ingeschreven voordat deze opnieuw een voorziening voor beschermd wonen ontvangt), een bepaalde periode financieel verantwoordelijk.

e) Voor nieuwe cliënten die gebruik maken van een voorziening voor beschermd wonen is de gemeente van herkomst gedurende een bepaalde periode financieel verantwoordelijk (zie bouwsteen 5. kostenverrekening of woonplaatsbeginsel). Na deze periode geldt dat de gemeente waar de cliënt is ingeschreven als financieel verantwoordelijke gemeente. f) Voor de groep cliënten die instromen in beschermd wonen waarbij de gemeente van herkomst niet is vast te stellen is, geldt dat er een vangnet dient te zijn ter dekking van de kosten die hiermee zijn gemoeid. Op dit moment is het onduidelijk om hoeveel cliënten het gaat en bij welke gemeenten zich dit vooral voordoet.

15

g) In het traject van EVSD vindt nadere uitwerking plaats van dit ingroeipad en wordt gekeken naar samenhang (en eventuele cumulatie) met de gehele verdeelsystematiek van het sociaal domein Randvoorwaarden Randvoorwaarden in dit traject zijn:     

Een goedgekeurd plan van aanpak; Bestemmen van de beschikbare middelen voor deze doelgroep; De te nemen besluiten passen binnen de projectplanningen en vinden tijdig en eenduidig plaats; Nauwe samenwerking tussen de gemeenten en de uitvoering is geborgd en is gegarandeerd gedurende de voorbereiding en uitvoering van de aanpak; Vrijgeven van projectformatie;

Risico’s en onzekerheden De volgende risico’s zijn aanwezig: Risico Capaciteit. In relatief korte tijd dient veel ontwikkeld te worden op een interactieve wijze. Om de transitie vorm te geven, de speerpunten op te pakken vormt de huidige capaciteit een risico. Financiën. Het verdeelmodel krijgt de komende jaren invulling deze onzekerheid vormt een risico. Een risico vormt de uitstroom naar de Wlz. Er is nog niet bekend wie er gaan uitstromen en gemeenten hebben weinig tot geen invloed op de indicatiestelling hiervan. Financiën. De middelen Beschermd Wonen en de maatschappelijke opvang dienen door alle gemeenten veiliggesteld te worden voor de uitvoering van deze taak. Het tijdspad is ambitieus.

De regionale samenwerking dient bestendigd te worden. Indien dit onvoldoende plaatsvindt is dat een risico voor het uitvoeren van de aanpak. Landelijke ontwikkelingen zijn ook nog volop in gang. Hierdoor verandert de uitgangspositie nog regelmatig.

Beheersmaatregel Op basis van bovenstaande planning wordt capaciteit vrijgemaakt voor de uitvoering per deelnemer. Indien dit niet mogelijk blijkt dan dienen taken niet opgepakt te worden of wordt de planning ruimer opgezet. Invloed uitoefenen in de landelijke gremia en aandacht blijven vragen voor een zorgvuldige implementatie. Deelname aan de regionale tafel implementatie Wlz

Tijdig de afdeling financiën betrekken en via de P&C-cyclus hier aandacht voor vragen.

Tussentijds monitoren of we op schema blijven en ruimte in het traject inbouwen om door te kunnen blijven ontwikkelen (o.a. in uitvoeringsprogramma en in de overeenkomsten) Het uitwerken van het samenwerkingsmodel is aan de voorkant van het proces geplaatst zodat vanuit een goede basis het vervolg opgepakt kan worden Invloed uitoefenen in de landelijke gremia en aandacht blijven vragen voor een zorgvuldige implementatie.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12726152/1