CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Concepverslag commissie Samenleving 15 oktober 2024

Commissie Samenleving 26 november 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststelling verslag van de vergadering van 15 oktober 20244.742 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Conceptverslag openbare vergadering commissie Samenleving van 15 oktober 2024 om 20:00 uur. Aanwezigen Voorzitter: H. Abrahams Leden: W.A.J. Borgonjen (CDA), M. Bunschoten (LEF!), W. Dedert (BVNL), E. van Dort (ONS Brielle), I. Dudink (ONS Brielle), B. Heijndijk (IBV), J. Houtman (D66), Krajenbrink (IBV), W. van der Linde (FVD), K. Muller (VVD), H. van Noort (GL-PvdA), E. Priester (PVaZ), M. de Rijke (LEF!), W. Smit (ONS Brielle), B. van Stijn (GL/PvdA), E.A. Thiel (VVD), R. Valk (FvD), van der Velden (VVD), G. Verkuijl (GL-PvdA), A. Vermeer (PVaZ), G.J. Witte (Vrij Voorne), M. Witte (Vrij Voorne), R. de Zoete (D66) Wethouders: Aart Jan Spoon, Robert van der Kooi, Daan van Orselen Commissiegriffier: Iryna Mikhalap Tevens aanwezig: Ronald de Vries 1.Opening en vaststelling agenda. Opening De voorzitter opent de vergadering van de commissie Samenleving en heet iedereen welkom en ook degenen die de vergadering thuis via het internet volgen. Afwezig met kennisgeving: Er zijn geen afmeldingen. Agenda: De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. Mededelingen: 2. Mededelingen. Wethouder van Orselen geeft aan dat de reden waarom het kredietvoorstel voor de padelbanen bij de Kooistee in de vorige raadsvergadering van de agenda is gehaald, zal worden toegelicht in een raadsinformatiebrief. In deze brief zullen ook de vragen van de fractie LEF! worden beantwoord.

Het voorstel zal opnieuw geagendeerd worden voor de raadsvergadering van 14 november 2024. 3. Spreekrecht. Er hebben zich geen insprekers aangemeld. 4. Vaststelling conceptverslag van de vergadering van 10 september 2024. Op pagina 5 wordt de naam van mevrouw Dudink (ONS Brielle) vervangen door de heer Smit. Het verslag wordt met deze aanpassing vastgesteld. 5. Vaststelling lijst van toezeggingen. Toezeggingen SL24-011, SL24-012 en SL24-014 worden van de lijst afgevoerd.

De toezeggingenlijst wordt verder conform vastgesteld. Agendapunt 6. Terugkoppeling uit de Gemeenschappelijke regelingen. Mevrouw Muller (VVD) geeft aan dat de op 2 oktober gehouden themabijeenkomst over Jeugdhulp, een zeer geslaagde bijeenkomst was. De daar gevoerde discussies sluiten naadloos aan bij de verordening jeugdhulp die nu op de agenda staat. Zij bedankt de toen aanwezigen voor hun actieve deelname, maar merkt op dat niet alle fracties waren echter vertegenwoordigd. Zij roept een ieder op om bij een volgende bijeenkomst wel aanwezig te zijn. Mevrouw A. Witte (Vrij Voorne) geeft aan dat de reden van die lage opkomt is te wijten aan de op hetzelfde tijdstip geplande bijeenkomst over de Regio Deal in Spijkenisse. Hierdoor werd men gedwongen om keuzes te maken. Agendapunt 7. Harmonisatie verordening antidiscriminatievoorziening gemeente Voorne aan Zee Mevrouw Bunschoten (LEF!) benadrukt dat het meldpunt discriminatie laagdrempelig moet zijn, waarbij de meldingen eenvoudig kunnen worden gedaan per brief, e-mail, telefonisch of fysiek op locatie. Zij zou graag in de verordening opgenomen willen zien dat alleen meldingen in behandeling worden genomen die niet anoniem zijn. Daarnaast ziet zij graag dat er in de verordening een definitie van discriminatie wordt opgenomen.

De heer De Zoete (D66) is zeer benieuwd welke organisatie een antidiscriminatie voorziening gaat inrichten en de nodige faciliteiten kan bieden. Mevrouw Dudink (ONS Brielle) vraagt zich af wat de wijzigingen zijn ten opzichte van de 3 verordeningen van de voormalige gemeenten. Is er een was-wordt lijst? Mevrouw Van der Velde (VVD) stelt dat het een korte verordening is met veel verwijzingen naar protocollen en vraagt zich af wanneer er een jaarverslag komt met een evaluatie over de ingediende klachten? Mevrouw Van Noort (GL/PvdA) zou de term ‘klager’ in de verordening graag vervangen zien worden door het wat vriendelijker woord ‘melder’. Wethouder Van Orselen geeft aan dat het hier gaat om een wettelijke harmonisatie. De uitvoering gebeurt door Radar. Hij ziet voorshands geen aanleiding om een definitie van het woord discriminatie in de verordening op te nemen. Hij zegt toe dat hij nog schriftelijk terug zal komen op de vragen van: mevrouw Bunschoten (LEF!) over het alleen in behandeling nemen van niet anonieme klachten en van mevrouw Van Noort (GL/PvdA) over het gebruik van een ander woord voor klager. Dit punt is rijp voor behandeling in de raad als Bespreekstuk. Agendapunt 8. Vaststellen Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2025 Mevrouw M. Witte (Vrij Voorne) geeft aan dat er echter nog veel onduidelijkheden zijn die in een grijs gebied vallen.

Het stuk is nog niet klaar voor behandeling in de raad. Het verschil in de criteria tussen het Persoonsgebonden Budget (PGB) en Zorg in Natura is niet geheel duidelijk. Bij spoedmeldingen wordt sowieso Zorg in Natura gehanteerd. Zij vindt dat dit voorstel niet rijp is voor behandeling in de raad. De heer Heijndijk (IBV) is van mening dat dit stuk wel rijp is voor behandeling in de raad. Alle documenten zijn naar zijn mening duidelijk geschreven, inclusief de antwoorden van het college. Mevrouw M. Witte (Vrij Voorne) geeft aan dat het haar gaat om verbetering van de dienstverlening. Dit komt echter nog niet duidelijk genoeg naar voren. De heer Smit (ONS Brielle) worstelt met de vastgestelde termijn voor de reactie. Hij vindt dat als iemand een melding maakt, hij binnen 14 dagen een nette ontvangstbevestiging moet krijgen. Hij zou graag willen dat de wethouder hier nog eens naar kijkt en daarop in de volgende raadsvergadering terug komt. Mevrouw Van Noort (GL/PvdA) deelt dezelfde zorgen als de heer Smit (ONS Brielle).

Daarnaast wil zij nog een opmerking maken over hoofdstuk 4, artikel 10. Daarin is de aanvraagprocedure dezelfde als voorheen in Westvoorne. Hoe moeten de inwoners van Hellevoetsluis en Brielle dat weten? Zij kon de informatie ook niet vinden op de website en wil hier graag duidelijkheid over vragen. Mevrouw Van der Velde (VVD) is akkoord met de voorgelegde verordening en geeft aan dat het een goed en concreet stuk is. Zij zou graag een evaluatie zien van de leeftijdsgrens van 75 jaar voor het taxivervoer. De heer Smit (ONS Brielle) vraagt aan mevrouw Van der Velden (VVD) wat daarbij dan de criteria zijn: Zij geeft daarop aan dat het daarbij gaat om de toenemende vergrijzing en de kosten van de 75plus pas. Mensen blijven nu langer vitaal. De heer Borgonjen (CDA) wil graag twee zaken bespreken. In een reactie van het college op het ASD advies wordt gezegd dat de eerste zes weken worden gebruikt voor een onderzoek en dat daarna de aanvraag kan worden ingediend. Vervolgens beslist het college binnen twee weken na de aanvraag. Dit lijkt hem omslachtig. Waarom niet direct de aanvraag indienen, het onderzoek uitvoeren en een beslissing nemen? Het tweede punt is dat je wellicht mooie termijnen kunt afspreken, maar als er om wat voor reden dan ook wachtlijsten ontstaan, dan lopen die termijnen uit de hand.

Hij zou dit proces graag willen monitoren en hij wil weten of er nu al wachtlijsten zijn en wat het college in dat geval doet. Mevrouw Vermeer (PVaZ) geeft aan dat de WMO natuurlijk is bedoeld om mensen met hulp langer zelfstandig thuis te Laten wonen en niet onbelangrijk een betere kwaliteit van wonen te bieden. Er is ook eerder gesproken over het belang van het tegengaan van fraude. De heer Heijndijk (IBV) wil een oproep doen bij het college om serieus te kijken naar de afhandelingstermijnen. Hij is blij dat de 75 + pas uit voormalig Westvoorne nu wordt overgenomen in Voorne aan Zee. Hij wacht de beantwoording van de wethouder af en hoopt dat er geen vertragingen zullen zijn, zodat we alles kunnen realiseren voor 1 januari. De heer Valk (FVD) begrijpt de genoemde punten en deadlines, maar we moeten geen valse verwachtingen wekken door aan te geven dat we deze deadlines zullen aanscherpen. Dit zou kunnen leiden tot klachten. Het is belangrijk om hierin consistent en realistisch te blijven. Wethouder Spoon geeft op de vraag va de heer Borgonjen (CDA) aan dat deze verordening essentieel is voor onze kwetsbare inwoners en hij wil graag benadrukken hoe belangrijk dit is voor de hele commissie. Het is de gemeentelijk taak om deze verordening zorgvuldig uit te voeren.

Hoewel het niet volledig harmonisatie betreft, moet het wel voor 1 januari gereed zijn, anders hebben we een probleem. Het blijft nog steeds een samengestelde verordening, maar we moeten vooruit. Hij hoort de signalen van raadsleden die zich zorgen maken over mogelijke versobering. Hij maakt duidelijk dat deze verordening geen versobering inhoudt. Hoewel de financiële toekomst onzeker is, is het doel om geen versobering in de nabije toekomst toe te passen. De 75 + pas blijft gehandhaafd. Het gaat om wettelijke afhandelingstermijnen van 6 en 2 weken die zijn opgenomen in de verordening. Men streeft naar kortere wachttijden. Op dit moment is er een achterstand die men met nieuw personeel hoopt in te lopen om wellicht de termijnen in de toekomst te verkorten. Spoedgevallen, zoals terugkeer uit ziekenhuizen, hebben al een voorrangsregeling. De heer Borgonjen (CDA) vraagt of het de meest geschikte procedure is om eerst onderzoek te doen en daarna de aanvraag in te dienen. Hij zou ook graag op de hoogte worden gehouden van de voortgang en geïnformeerd worden zodra de wachtlijst is opgelost. Mevrouw M. Witte (Vrij Voorne ) stelt dat er vooral de voorkeur wordt gegeven aan zorg in Natura, maar zorg in Natura is duurder dan een PGB. Wordt daar rekening mee gehouden? Mevrouw Van Noort (GL/PvdA) geeft aan dat zij geen informatie op de website kan vinden over de 75-plus pas.

Zou hier meer aandacht aan kunnen worden besteed? Mevrouw Vermeer (PvaZ) vraagt of het onderzoek inderdaad nog loopt en of we de resultaten spoedig kunnen verwachten. Wethouder Spoon zegt toe de 2 vragen over het eerste onderzoeken en de monitoring van de wachtlijst van de heer Borgonjen (CDA) en de vraag van mevrouw M. Witte (Vrij Voorne) dat zorg in natura duurder is dan het PGB nog schriftelijk te beantwoorden.

Dit punt is rijp voor behandeling in de raad als Bespreekstuk. Agendapunt 9. Beleidsplan voor- en vroegschoolse educatie 2025-2026 en subsidieverordening De heer Smit (ONS Brielle) vraagt of de wethouder tips kan geven over die specifieke groep kinderen die buiten de voorschoolse programma's valt en daardoor mogelijk achterloopt. Is er iets wat de gemeente hierin kan doen? Voor de rest vind hij het een goed stuk. Mevrouw Priester (PVaZ) is heel erg blij met deze subsidieverordening en met het beleidsplan. Het is belangrijk om een taalachterstand tijdig te signaleren. Zij vraagt of onze gemeente ook een peutermonitor gaat gebruiken en of de ouders begeleid worden. Mevrouw Muller (VVD) is ook erg blij met het voorliggende beleidsplan. Zoals al eerder benoemd, is de tijdige inzet op jonge leeftijd van groot belang. Zij is ook blij dat het beleidsplan spreekt over gelijke kansen voor alle kinderen, ongeacht achtergrond of omgeving. Mevrouw Verkuijl (L/PvdA) vindt het een goed stuk, is blij dat er een was-wordt lijst is en dat er een peutermonitor wordt toegepast, maar zou graag over 1,5 jaar een evaluatie zien. De heer De Zoete (D66) vindt het een goed stuk en wijst op het belang van ouderbetrokkenheid en hoe ouders aan informatie kunnen komen over allerlei regelingen. Wethouder Van der Kooi geeft aan dat er met de aanbieders resultaatgerichte afspraken gemaakt zijn.

Zelfs de inspectie heeft gevraagd of andere gemeentes dit beleid als voorbeeld mogen gebruiken. Hij zegt toe dat hij het aantal dropouts op zeer jonge leeftijd via de scholen zal trachten te achterhalen en daarop nog zal terugkomen. Men wil de peutermonitor inzetten vanaf 2025. Dit punt is rijp voor behandeling in de raad als Hamerstuk. Agendapunt 10. Vaststellen Verordening Jeugdhulp gemeente Voorne aan Zee 2025 Mevrouw Muller (VVD) complimenteert het college met het voorliggende stuk. De verordening jeugdhulp is uitermate belangrijk. Zij is er blij mee dat er rekening wordt gehouden met de context en dat het gezinssysteem onderdeel is van de beoordeling van de hulpvraag. Het is goed om te zien dat er aandacht is voor de overbelasting van ouders. Zij wil ook graag extra aandacht vragen voor overige gezinsleden, zoals broertjes en zusjes, die eveneens kunnen lijden onder deze situaties. Zij heeft namens de VVD een aantal vragen. Net zoals de ASD aangeeft, zijn de verschillen in percentages binnen het PGB voor ZZP'ers en instellingen onduidelijk. Wat wordt precies bedoeld met deze percentages en wat is de motivatie om deze verschillend te maken? Waarom is er voor gekozen om in het kader van de vervoersvergoeding te bepalen dat een kind van 9 jaar al zelfstandig met het OV kan reizen.

Is dat niet wat al te jong? De VVD zou graag zien dat er bij boven gebruikelijke zorg gekeken kan worden naar ontwikkelingsleeftijd en niet de kalenderleeftijd. Verder mist zij in het stuk een expliciet evaluatiemoment. Dit zou mooi passen in het hoofdstuk over de toegang tot de jeugdhulp. Ouders worden minimaal voorbereid op ouderschap. Zij vraagt om het stimuleren van initiatieven om via een actieve campagne ouders daarbij te ondersteunen. De heer Borgonjen (CDA) sluit zich aan bij het door mevrouw Muller (VVD) reeds gesignaleerde spanningsveld met betrekking tot de jeugdhulp en de financiële situatie hiervan. Uit de monitor jeugd van de GGD blijkt dat de vraag naar jeugdhulp toeneemt. Hij is dan ook benieuwd naar de hervormingsagenda en welke keuzes hierin gemaakt worden. Het CDA merkt uit de beleidsstukken een zekere aversie ten opzichte van het PGB. Hij vraagt zich af of dit de juiste benadering is. Ouders kunnen heel goed beoordelen wat beter is voor hun kind: een PGB of zorg in natura. Binnen deze kaders zou echter zowel PGB als zorg in natura gelijk behandeld moeten worden, zonder dat ouders eerst op een andere manier moeten bewijzen dat het PGB efficiënter en beter is. Mevrouw M. Witte (Vrij Voorne) sluit zich aan bij de voorgaande sprekers.

Tijdens de jeugdhulpbijeenkomst bleek duidelijk dat er een groot probleem was met de doorverwijzing door huisartsen naar medisch specialisten. Hoe gaat de wethouder dit probleem oplossen? De heer Smit (ONS Brielle) Er is een spanningsveld tussen enerzijds het bieden van goede hulp aan hen die het nodig hebben en anderzijds het beheersen van de kosten. Financiële beperkingen worden steeds nijpender en we moeten naar mogelijkheden zoeken om hiermee om te gaan. In diverse

bijeenkomsten is ook uitgebreid gesproken over de rol van lokale teams en de verwijzingen door huisartsen en medisch specialisten. Het is cruciaal om grip te krijgen op deze processen. Hij is benieuwd of dat lukt en kijk uit naar verdere uitleg. Hij is ook benieuwd naar het verschil in percentages binnen het PGB voor ZZP'ers en instellingen. Mevrouw Verkuijl (GL/PvdA) vraagt wanneer de evaluatie van dit stuk plaatsvindt. Zij zou ook graag antwoord hebben over het verschil tussen een ZZP’er en een instelling wat betreft de percentages van het PGB Mevrouw Vermeer (PVaZ) sluit zich aan bij de positieve signalen over de thema-avond. Over de stijgende kosten van de jeugdhulp zijn door PvaZ al vragen gesteld voor de begroting. Zij pleit ervoor dat er in de LEA (Lokale Educatieve Agenda) aandacht is voor jongeren die naar het voortgezet onderwijs gaan, zodat ze niet uit het oog raken. Wethouder Spoon bedankt voor de vele complimenten over de avond van een week geleden in het Droogdok. Het college gelooft dat deze verordening mede gezien de inbreng van de raads- en commissieleden een belangrijke bijdrage levert om hierin een financiële ombuiging te maken. Als het gaat om het PGB versus zorg in natura heeft het college de lijn gekozen om alleen een percentage van 90% en bijna 75% van het ZIN (Zorg in natura) tarief te vergoeden.

Men streeft naar een zorglandschap waar zorg in natura zoveel mogelijk geleverd kan worden. Dit verkleint de noodzaak om met het PGB zelf zorg in te kopen, aangezien er voordelen zijn aan zorg in natura. Zorg in natura ontzorgt ouders en verkleint de complexiteit voor hen. Men erkent echter dat sommige ouders niet capabel zijn om zelf zorg in te kopen. Belangrijker is dat de gemeente minder invloed heeft op de kwaliteit van de geboden zorg. Daarom stuurt men op zoveel mogelijk zorg in natura, zodat men de kwaliteit beter kan waarborgen. Er is een opmerking gemaakt over de percentages voor instellingen (90%) en ZZP'ers (75%). Deze korting is bedoeld om zoveel mogelijk mensen te laten kiezen voor zorg in natura, wat de administratieve controle vermindert. ZZP'ers hebben minder overheadkosten en kunnen voor een lagere prijs werken, dat geeft dus een lagere vergoeding. Bij de vragen over ouders en kinderen benadrukken we dat er aandacht is voor complexe problematiek. De leeftijdsgrens van kinderen die zelf met het OV kunnen is een landelijke richtlijn Bij de ontwikkelleeftijd wordt rekening gehouden met de MJI-methode die er voor zorgt dat we rekening houden met achterstanden in leefbaarheid en ontwikkeling. Evaluaties moeten minstens iedere twee jaar plaatsvinden.

Gezien de snelle ontwikkelingen in wetgeving en de stijgende kosten in de jeugdzorg, moet er dus mogelijk eerder worden geëvalueerd. Wat betreft doorverwijzingen vanuit huisartsen naar jeugdhulp, proberen we waar mogelijk invloed uit te oefenen, maar we kunnen niet meekijken in de spreekkamer. We streven naar normalisatie, zoals blijkt uit deze verordening. Kinderen moeten leren om te gaan met tegenslagen en niet altijd meteen worden doorverwezen naar duurdere jeugdhulp. De heer Borgonjen (CDA) De wethouder heeft hem nog niet overtuigd over het PGB. Daar spreekt toch duidelijk een achterstelling uit van de PGB ten opzichte van zorg in Natura. Mevrouw Witte (Vrij Voorne): De wethouder gaf aan dat de ambtelijke controle op het PGB meer werk met zich meebrengt. Maar zij neemt aan dat de kwaliteit van zorg in natura ook gecontroleerd moet worden. Hoe gebeurt dit als dat minder werk zou zijn? Mevrouw Muller (VVD) is tevreden met de beantwoording. Wat betreft de leeftijdsgrens van 9 jaar voor het OV begrijpt zij dat kinderen jonger dan 9 jaar vervoer kunnen krijgen als aantoonbaar is dat ouders het probleem niet zelf kunnen oplossen. Zijn kinderen ouder dan 9 jaar in staat om zelfstandig met het OV te reizen? Dit lijkt in tegenspraak met het gedeelte in de bijlage dat stelt dat kinderen tussen de 5 en 12 jaar vaak nog niet zelfredzaam genoeg zijn om zelfstandig te reizen.

Graag zou zij hierover meer duidelijkheid willen. Mevrouw Vermeer (PVaZ) wil nog even terugkomen op twee aspecten. Het eerste is de doorgaande lijn van nul tot 23 jaar. Hiermee bedoelt zij dat we ook aandacht moeten hebben voor vroegtijdige schooluitval. Zij wil de wethouder er nog aan helpen herinneren dat er naar aanleiding van deze thema-avond nog een raadsinformatiebrief zou komen. Wethouder Spoon, geeft op de vraag van de heer Borgonjen (CDA) aan dat zijn standpunt in principe niet veel verschilt van dat van hem. Een ouder moet zelf kiezen. Maar hij heeft als wethouder ook de

verantwoordelijkheid om de kosten en de overzichtelijkheid van het systeem binnen de perken te houden. Als de ouders echt zelf willen gaan voor een PGB dan kan dat. Bij de leeftijdsgrens van 9 jaar voor het OV is aansluiting gezocht bij de landelijke richtlijn. In het geval van de noodzaak tot maatwerk kan daar vanaf geweken worden, maar hij kan wel de toezegging doen dat als het echt nodig is er maatwerk zal worden geleverd. Tevens doet hij de toezegging dat de door mevrouw Vermeer (PvaZ) gevraagde raadsinformatiebrief die is toegezegd tijdens de bijeenkomst over Jeugdzorg binnenkort zal verschijnen. Dit punt rijp voor behandeling in de raad als Bespreekstuk. 11. Uitvoering Spreidingswet / huisvesting statushouders Dit punt is geagendeerd op verzoek van mevrouw De Rijke fractie LEF! Mevrouw De Rijke (LEF!) heeft dit onderwerp op de agenda gezet omdat er niet eerder een politieke discussie heeft plaatsgevonden, maar alleen een besloten bijeenkomst. Zij heeft er ook vele schriftelijke vragen over gesteld. Raadsleden zijn uitgenodigd voor een bezoek aan het schip en kregen een rondleiding. Het grootste gedeelte van de mannen op het schip zijn economische vluchtelingen. Het college gaf aan dat het niet aan hen is om een oordeel te vellen, maar aan de IND.

De gemeente zou maatregelen moeten nemen dat de opvanglocaties niet voor mensen zijn die op zoek zijn naar welvaart, maar alleen voor mensen uit onveilige situatie. Onze inwoners maken zich zorgen, voelen zich niet serieus genomen en vinden dat er tegen hen is gelogen. Het opvangschip ging inderdaad weg, maar er kwam een ander voor in de plaats. Van 50 mannen en vrouwen werden het ineens 150 statushouders, maar uiteindelijk bleken er 149 mannelijke asielzoekers en slechts één statushouder aan boord te zijn. Er kan ook geen zekerheid worden gegeven dat dit het laatste opvangschip op deze locatie is. De toekomstige bewoners van de Veerhaven begrijpen dat opvang van oorlogsvluchtelingen noodzakelijk is. Ze waren bereid tot compromissen, maar voelden zich door de gemeente niet serieus genomen. Heeft het college achteraf gezien foutieve informatie met de omwonenden gedeeld? En mocht dat zo zijn, kan dit nu rechtgezet worden. Kan het college aangeven wanneer iets wel openbaar gemaakt mag worden en wanneer niet? Waarom mag er gezien het delen van de brieven nu wel over gecommuniceerd worden dat er bijeenkomsten hebben plaatsgevonden? De heer Smit (ONS Brielle). Mevrouw De Rijke zegt dat het college heeft gelogen. En dat vind ik een hele zware uitdrukking. Kunt u mij de argumentatie daarvoor geven. Mevrouw De Rijke (LEF!) geeft aan dat zij dit niet heeft gezegd.

Ze heeft gezegd dat onze inwoners zich zorgen maken, zich niet serieus genomen voelen en vinden dat er gelogen is. De heer Borgonjen (CDA) wil benadrukken dat niet alleen echte vluchtelingen de enige groep is die bescherming nodig heeft. Het kan ook gaan om mensen die in eigen land gemarteld zijn om hun dissidente mening, bijvoorbeeld vluchtelingen uit Iran, of homoseksuelen die gevaar lopen. Dat zijn allemaal legitieme redenen om te vluchten. Over het weren van economische vluchtelingen is er wel brede overeenstemming. Als gemeente moeten wij ons houden aan landelijke regelgeving. Ziet Mevrouw De Rijke dat anders? Is mevrouw De Rijke tegen de aanwezigheid van de boot? Of zegt zij dat boten wel kunnen, maar minder hoog moeten zijn? Of heeft zij een andere locatie in gedachten binnen onze gemeente, waar opvang kan plaatsvinden, ervan uitgaande dat daar zowel oorlogsvluchtelingen als andere vluchtelingen zitten? In plaats van 450 opvangplekken heeft het college er nu 150 gerealiseerd. De spreidingswet is nog steeds niet ingetrokken. Hoe kijkt het college hiernaar u daar tegenaan? Is het college bang voor een aanwijzing? En hoe zit de provincie daarin? Mevrouw De Rijke (LEF!). Zij zou als eis willen meegeven dat er een voorkeur is voor een bepaalde samenstelling, maar ook de leefregels van het COA.

Het lijkt haar dat wij daar ook gewoon regels vanuit onze gemeente aan kunnen stellen. Zij is zeker niet tegen een boot in het algemeen. Alleen hier wonen 150 Mensen op en dat geeft gewoon veel meer geluid en eventueel overlast dan een andere boot. De locatiekeuze is aan het college. Dit is geen geschikte locatie, zeker met de nieuwe woningen die gebouwd worden en zijn. De heer Smit (ONS Brielle) wil weten of er klachten binnengekomen zijn en hoeveel het er zijn. Hij is het eens met Mevrouw De Rijke dat dit onderwerp ter tafel ligt, en het is goed dat we het hier een keer

over hebben. Hij denkt dat het college heel behoedzaam met deze situatie omgaat. De vraag van de heer Borgonjen is ook zeer relevant. Hij is benieuwd of er op dit moment klachten zijn van mensen die op de boot wonen. Hij heeft zelf nog geen klachten ontvangen. Van belang is dat we het hier over mensen hebben Mevrouw Vermeer (PVaZ) heeft inmiddels ook begrepen dat er een klankbordgroepen is opgericht vanuit omwonenden. Het blijft wel belangrijk om die goede voorlichting te geven en om de eventuele overlast te monitoren. Volgens mevrouw De Rijke (LEF!) is er nog geen klankboordgroep actief. Zij stelt ook de vraag aan het college hoe dit zit. De heer Van Stijn (GL/PvdA) is blij dat het gesprek wordt gevoerd. Er komen wellicht nog veel meer oorlogsslachtoffers deze kant op bijvoorbeeld uit Gaza of klimaatvluchtelingen. De heer Dedert ( BVNL) sluit zich volledig aan bij het verhaal van mevrouw de Rijke (LEF!) De heer Valk (FVD) vindt dat de uitvoering van de spreidingswet een enorme druk op Voorne aan Zee geeft, Het college geeft aan dat er sprake is van een breed algemeen maatschappelijk belang om het grote tekort aan opvangplekken voor asielzoekers te verminderen. Hiermee worden onze eigen inwoners op de tweede plaats gezet.

Vindt het college dat we de Spreidingswet gewoon moeten uitvoeren? Naar aanleiding van een vraag van de heer Borgonje (CDA) geeft hij aan dat er voor echte oorlogsslachtoffers wel een plek moet zijn, maar die plekken worden nu bezet door economische vluchtelingen. Wethouder Spoon Veel vragen horen in de Tweede Kamer thuis. Het college voert landelijke wetgeving uit. Hij is wethouder en geen minister en geeft aan dat de raads- en commissieleden niet in de Tweede Kamer zitten. Er zijn heel veel vragen ingesteld die In de Tweede Kamer thuishoren en waar hij niet op kan en gaat antwoorden. Hij is ingehuurd om zolang deze nog geldt de spreidingswet uit te voeren en daar kwam uit voort dat Voorne aan Zee voor 1 november in gezamenlijkheid met de regio gemeentes en daarna met de hele provincie Zuid Holland uitvoering moeten geven aan het opvangen van 431 asielzoekers per zomer 2025. Daar is hij mee aan de slag gegaan. Volgens de wet moet dat ook duurzaam zijn en tijdelijk, Toen kwamen we bij een schip uit met ruimte voor 150 personen.in de haven van Hellevoetsluis. Daarmee wordt natuurlijk bij lange na niet voldoen aan de 431 plekken die we zouden moeten bieden. Het college denkt daarmee toch een heel gedegen bod te doen om in ieder geval een flinke stap te zetten in het voldoen aan deze wet. Bij een instroom van ca 96.000 landelijk per jaar kom je uit op 431 plekken.

De instroom is veel lager. Dus met die 150 kom je al op 42 % uit. Dus we komen nu al een eind. De CdK en de minister zullen wel bepalen of dit voldoende is. Het college denkt dat dit ook voldoende is, omdat we zien dat tal van andere gemeenten ook niet aan de aantallen voldoen of in het geheel geen mensen opvangen. Hij doet de toezegging dat hij op de veiligheids- en RO vragen nog via het college een schriftelijke beantwoording komt. Men is verplicht om hiervoor samen te werken in de regio. Hij wil nog wel graag een ding kwijt. Fractie FVD stelt dat het college haar eigen inwoners op de tweede plaats stelt. Die opmerking werpt hij ver, heel ver van zich. Het college doet namelijk elke dag haar uiterste best voor al onze inwoners, die op welke partij dan ook stemmen om keihard te werken om woonruimte te creëren. Mevrouw De Rijke (LEF!) geeft aan dat haar vragen niet zijn beantwoord. De brieven van de bewoners heeft zij niet ontvangen en de vraag is ook of deze persoonlijk zijn beantwoord, Zij heeft gevraagd naar het document met de onderbouwing van de effecten fysieke leefomgeving en of het college achteraf gezien foutieve informatie met de omwonende heeft gedeeld en mocht het zo zijn of dit nog rechtgezet kan worden? En of het college kan aangeven wanneer iets wel openbaar gemaakt kan worden en wanneer niet.

En Waarom er nu wel ineens gecommuniceerd mag worden dat er een bijeenkomst heeft plaatsgevonden, terwijl dit allemaal achter gesloten deuren geheim en vertrouwelijk was? Wethouder Spoon zegt toe dat alle openstaande vragen van mevrouw De Rijke zoals die over veiligheid, RO en openbaarheid en alle overige open eindjes via een raadsinformatiebrief zullen worden beantwoord.

De heer Valk (FVD) heeft ook nog 2 onbeantwoorde vragen. Hij wil graag meer informatie over het aantal van 10% van de asielzoekers dat zich niet meldt. Mevrouw De Rijke (LEF!) blijft het oneens met de door het college verstrekte informatie aan de bewoners en de raad en wijst evenals de heer Valk op het feit dat 10% van de asielzoekers niet voldoet aan de meldingsplicht. Wethouder Spoon constateert dat er heel veel is gezegd en vragen zijn gesteld. Er zijn heel veel nuances hoe iedereen tegen de opvang aankijkt. Hij constateert ook dat er voor de door het college gegeven invulling aan de spreidingswet een breed draagvlak in de commissie is. 12. Rondvraag. De rondvraag is bedoeld voor politieke, dringende en actuele vragen die niet op een andere wijze gesteld kunnen worden. Er zijn vooraf geen rondvragen ingediend. 13. Sluiting. De voorzitter dankt een ieder voor de aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering. de commissiegriffier,

de voorzitter,

I.N. Mikhalap

H. Abrahams

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14855835/1