Conceptverslag openbare vergadering commissie AZM van 3 april 2024 - VERVALLEN
Tekst van het document
Verslag openbare vergadering commissie Algemene Zaken en Middelen van 3 april 2024. Aanwezig: Voorzitter (plv.): H. de Jong Leden: W.A.J. Borgonjen (CDA), D. Bosgieter (VVD), M. de Brok (Fractie den Brok), M. Bunschoten (LEF!), M. van Buuren (BVNL), I.M. Dudink (ONS Brielle), L.M. Hamstra (VVD), E.S.J. Hoogzand (FVD), J. Houtman (D66), R. Kap (IBV), W. van der Linde (FVD), M. van Middelkoop (BVNL), E. Mulder (D66), E.S. Noordzij (IBV), R. Olijve (ONS Brielle), E. Priester (PVaZ), L.T. van Ravenhorst (GL/PvdA), B. van Rij (IBV), N. Schnocks (GL/PvdA), A. Vermeer (PVaZ), B. Vree (Vrij Voorne), G.J. Witte (Vrij Voorne) en A.A.R. Woudenberg (CDA). Portefeuillehouders: wethouders D.D. van Orselen, A.J. Spoon, R.M. van der Kooi en J. Postma Commissiegriffier: J.M.S. Mooldijk Tevens aanwezig: A. Goslings Afwezig met kennisgeving: J.J. ’t Mannetje (IBV) en W. Smit (ONS Brielle) 1. Opening en vaststelling agenda. Opening. De voorzitter opent de vergadering om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Tevens een welkom aan degenen die de vergadering thuis via het internet volgen. De heren J.J. ’t Mannetje (IBV) en W. Smit (ONS Brielle) hebben zich afgemeld. Vaststelling agenda. Op voorstel van de voorzitter en met instemming van de commissie wordt agendapunt 10 als eerste adviserend agendapunt behandelend. De agenda wordt met inachtneming van voorgaande vastgesteld. 2. Mededelingen.
Er zijn geen mededelingen. 3. Spreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht. 3. Spreekrecht. Er hebben zich geen insprekers gemeld. 4. Vaststelling verslag openbare vergadering commissie AZM van 28 februari 2024. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
5. Vaststellen lijst van toezeggingen. De toezeggingenlijst wordt ongewijzigd vastgesteld. 6. Gemeenschappelijke regeling Streekarchief (16662-2024). De commissie wordt gevraagd de raad te adviseren over het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Streekarchief Voorne-Putten. Zowel de gemeentelijke fusie als de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen hebben geleid tot dit wijzigingsvoorstel. Dhr. Woudenberg (CDA) gaat akkoord met de keuzes die zijn gemaakt wat participatie betreft. Daarnaast is het belangrijk om de ruimte te behouden tot het indienen van zienswijzen. Mw. Van der Linde (FVD) vraagt naar de toevoegingen ‘groot’ en ‘belangrijk’ bij zienswijzen, waarom kan niet bij alle maatschappelijke belangen en beleidswijzigingen advies gevraagd worden aan de gemeenteraden? Mw. Schnocks (GL-PvdA) vraagt naar de stemverhouding 1:1, levert dit geen problemen op bij het staken van de stemmen? Mw. Dudink (ONS Brielle) sluit zich aan bij de vraag van mw. Schnocks. Dhr. Bosgieter (VVD) gaat akkoord met het voorstel en is benieuwd naar het antwoord op de vraag over de stemverhouding. Mw. Den Brok (Fractie den Brok) benadrukt dat wijzigingen in stemverhouding en kostenverdeling buiten de wettelijke aanpassing vallen. Wethouder Postma beaamt dat de stemverhouding helaas niet een ideale situatie is.
Indien het voornemen tot toetreding van de gemeente Goeree-Overflakkee geen doorgang vindt, dan moet deze situatie opnieuw worden bekeken. De bijdrage van de deelnemende gemeenten was 49/51, die is gelijkgetrokken, dit heeft niets te maken met de stemverhouding. Grote en belangrijke zaken binnen de GR komen terug in de raad. Een evaluatie is opgenomen in de GR, de raad kan op deze wijze een vinger aan de pols houden. De voorzitter concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Het voorstel wordt als hamerstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 april 2024. 7. Wijziging gemeenschappelijke regeling Recreatiegebied Voorne-Putten 2024 (20921-2024). De commissie wordt gevraagd de raad te adviseren over het voorstel tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Recreatiegebied Voorne-Putten 2024. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft geleid tot dit wijzigingsvoorstel. Dhr. A.A.R. Woudenberg (CDA) wijst op art. 21 lid 1 Burgerparticipatie. Op welke wijze verhoudt zich dit tot het recht op burgerparticipatie, zeker nu het wetsvoorstel ‘Versterking participatie op decentraal niveau’ voorligt bij de Eerste Kamer. Graag een toelichting op de ‘mogelijkheid tot’ en het ‘recht op’. Dhr. L.T. van Ravenhorst (GL-PvdA) stelt vragen over een aantal artikelen: Art. 21 lid 1. Het bestuur beslist over de burgerparticipatie.
Als het onderwerp betrekking heeft op het grondgebied of omgeving van één partij, kan een andere partij dit dan tegenhouden? Art. 26 lid 1. Is de opsomming daar limitatief? Dhr. Van Ravenhorst noemt daarbij als voorbeeld veiligheid of gezondheid, zaken die ook in de Omgevingswet naar voren komen. Art. 26 lid 2. Eenzelfde vraag als bij art. 21. Wethouder Van der Kooi zegt toe deze technische vragen schriftelijk te beantwoorden. Dhr. Mulder (D66) mist gelijkluidendheid in de gevraagde beslissingen bij wijzigingen gemeenschappelijke regelingen. Wethouder Van der Kooi stelt dat de GR’en een eigen zelfstandigheid hebben en formeel ook niet aan elkaar verbonden zijn. Dhr. Mulder (D66) reageert bij interruptie dat het hem gaat om de afwijkende verwoording van de raadsbesluiten terwijl het feitelijk om hetzelfde gaat. De voorzitter concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Het voorstel wordt, in afwachting van de beantwoording technische vragen, als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 april 2024.
8. Kadernota 2025 GR SVHW (32501-2024). De commissie wordt gevraagd de raad te adviseren over het voorstel tot kennisname van de Kadernota 2025 van de gemeenschappelijke regeling SVHW. De Kadernota is de basis voor de nog op te stellen begroting 2025 van de SVHW. Er zijn door de fractie CDA technische vragen ingediend, welke deels zijn beantwoord. Mw. Den Brok (Fractie den Brok) spreekt van een zeer professionele gemeenschappelijke regeling, de wens tot toetreding van andere gemeenten bevestigt dit ook. Mw. Den Brok benoemt de foutieve uitingen in de media over bezwaar maken en de kosten daarvan, uiteindelijk worden de kosten doorberekend in de tarieven. Mw. Den Brok verzoekt het college om hier volgend jaar via de media meer aandacht aan te schenken, dat is dit jaar gemist. Het indexatiepercentage van 1 na 2025 noemt mw. Den Brok conservatief, de mogelijkheid tot het op dit punt indienen van een zienswijze op de begroting van de SVHW wordt geopperd. Dhr. Borgonjen (CDA) dankt het college voor de deelbeantwoording van de technische vragen. De SVHW heeft zich in positieve zin onderscheiden. Het is goed om de vinger aan de pols te houden om ervoor te waken dat de druk op de SVHW niet te groot wordt en de dienstverlening onder druk komt te staan. Graag aandacht voor de digibeet, ook vanaf 2030, wanneer de selfservicenorm van 95% als doel is gesteld.
Door signaalwerking bij achterstandsbetalingen komen tijdig degenen die zich in een financieel kwetsbare positie verkeren in het vizier, mogelijk kan de SVHW hierin een rol spelen. Dhr. Borgonjen vraagt of dit onderwerp ter sprake kan worden gebracht in het bestuur van de SVHW. Dhr. Van Ravenhorst (GL-PvdA) vraagt naar de oorzaak van de 33% gegrondverklaringen bezwaarschriften, ook een stijging ten opzichte van 2022. Helpt het ontmoedigingsbeleid tot bezwaar maken? Wethouder Van der Kooi neemt de opmerkingen van mw. Den Brok mee. De druk op de SVHW is inderdaad groot. Zowel het AB als het DB SVHW heeft uitgesproken de groei van de SVHW te willen temporiseren. Dhr. Borgonjen (CDA) vraagt bij interruptie of er op dit moment toetreders in de wachtkamer staan. Dit is niet het geval, aldus wethouder Van der Kooi. Er is aandacht voor de digibeet en de signaalwerking kan ter sprake worden gebracht bij de SVHW. De marge waarop de rechter toetst is klein, waardoor de waarde al snel afwijkt en het bezwaar gegrond wordt verklaard. Na veel jaren is nu een belangrijke stap gezet wat betreft de NCNPbureaus. De juiste waarde van de woning blijft wel van belang. Van een ontmoedigingsbeleid wil de wethouder liever niet spreken, naar de inzet en het promoten van de methode ‘ambtshalve wijziging’ gaat de voorkeur uit. Dit zal via de gemeentelijke website worden gecommuniceerd.
Op verzoek van dhr. Borgonjen (CDA) zegt de wethouder toe te informeren naar de mogelijkheden invoering signaalwerking, inclusief terugkoppeling richting raad. De voorzitter concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Het voorstel wordt, in afwachting van de beantwoording van de nog openstaande technische vragen fractie CDA, als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 april 2024. 9. Concept 3e wijziging GR SVHW 2023, indienen zienswijze (40176-2024). De commissie wordt gevraagd de raad te adviseren over het voorstel tot 3e wijziging van de gemeenschappelijke regeling SVHW 2023. De reden van dit voorstel is de voorgenomen toetreding van de gemeente Geertruidenberg per 1 januari 2025. Mw. Van der Linde (FVD) wijst op het niet in overeenstemming zijn van het raadsvoorstel en de oplegnotitie voor wat betreft het aantal stemmen van het DB Waterschap, als ook op een mogelijke vernummering in de GR SVHW (art. 2 moet art. 3 zijn). Wethouder Van der Kooi doet een oproep tot het vooraf tijdig indienen van technische vragen. In antwoord op de vraag van mw. Van der Linde stelt wethouder Van der Kooi dat het stemgewicht van het Waterschap 8 is. De voorzitter concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Het voorstel wordt als hamerstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 april 2024.
10. Aankoop woningen Brielle van Hef Wonen, inclusief presentatie (42432-2024). De commissie wordt gevraagd de raad te adviseren over het voorstel tot instemmen met de aankoop van woningen, gelegen in en om het centrum van Brielle en in een deel van Rugge, van Hef Wonen. Er zijn door de fractie CDA technische vragen ingediend, welke zijn beantwoord. Wethouder Van Orselen leidt het onderwerp in, schetst onder meer de voorgeschiedenis van het traject en spreekt, mede namens wethouder Spoon, dankbaarheid uit naar de samenwerkende coalitie, Woonbedrijf en raad. Dhr. Paré, teammanager van het Woonbedrijf, verzorgt aansluitend een presentatie. Dhr. Paré sluit af met de mededeling dat er nog een wijziging in het gevraagde besluit volgt, op verzoek van onder andere de Provincie, ter voorkoming van mogelijke verwarring wat terugvloeiïng van gelden betreft. Verhelderende vragen over de presentatie worden gesteld. Op een vraag van mw. Witte (Vrij Voorne) wordt toegelicht dat met ‘coalitie’ de coalitie van de samenwerkende partijen wordt bedoeld. Mw. Dudink (ONS Brielle) is blij met deze zet en wenst expliciet het voormalige college van Brielle, en dan met name voormalig wethouder Schoon, te bedanken. Dhr. Mulder (D66) vraagt naar de verdeling van de woningen, de reden van clustering van de woningen en waar die clustering teruggevonden kan worden. Dhr.
Paré meldt dat pas na het ondertekenen van de overeenkomst bekend zal worden gemaakt wie wat koopt, dan is er pas echt zekerheid. In hoofdlijnen gaat het om Rugge en centrum Brielle. De verdeling is dus wel bekend, maar nog niet bekend gemaakt. Wethouder Van Orselen vult aan: nog niet bekend gemaakt aan de huurders. Mw. Schocks (GLPvdA) vraagt uitleg over de term overbouwingen. Er zal worden verduurzaamd op eigen tempo, is gezegd. Mw. Schnocks spreekt de verwachting uit dat noodzakelijke verduurzamingsmaatregelen snel zullen worden uitgevoerd. Wat is de reactie van de bewoners? Dhr. Paré legt uit dat overbouwingen gebouwen zijn die een stukje over iemand anders grond staan. De snelheid van de verduurzamingsmaatregelen wordt ingepast in de reguliere snelheid. Acuut noodzakelijke maatregelen worden acuut opgepakt, overeenkomstig het huidige beleid van het Woonbedrijf. Er zijn geen signalen van bewoners ontvangen bij de coalitiepartners, gehoopt wordt op een positieve reactie. Dhr. Borgonjen (CDA) dankt voor de snelle beantwoording van de technische vragen en de presentatie.
Zit de huurverhoging jaarlijks aan het maximum of is er nog een marge? Wat is het gemiddelde energielabel van de huizen die worden overgenomen en dat van de huizen van het Woonbedrijf nu? Is er iets vernomen van de huurdersverenigingen? Zijn er specifieke risico’s of aandachtspunten benoemd bij de taxaties of due diligence? Het tekort loopt langzaam af naar € 0 in 2035. Kan hieruit worden geconcludeerd dat dat tekort al is gedekt in de begroting en dat er straks bij de begroting een meevaller ingeboekt kan worden? Dhr. Paré antwoordt dat de huurverhoging binnen de landelijke kaders maximaal is doorgevoerd. Deze middelen zijn ook, net als bij andere woningcorporaties die hetzelfde doen, hard nodig om de woningen te verduurzamen. Het maximum is ook behoorlijk laag te noemen. Het gemiddelde energielabel van de woningen in Brielle is slechter dan dat van de huidige woningen van het Woonbedrijf. De huurdersvereniging is akkoord met het op zich nemen van de vertegenwoordiging van de woningen in Brielle. Hulp vanuit het Woonbedrijf zal worden geboden om de vereniging in het zadel te helpen, hopelijk volgt ook de aansluiting van bestuursleden uit Brielle. De huurdersvereniging van Hef Wonen heeft positief geadviseerd op het voorstel tot overname. Specifieke risico’s vanuit de taxaties zijn niet anders dan geconstateerd in de due diligence.
Er wordt voor minder aangekocht en de rente zal waarschijnlijk lager zijn dan ingerekend, dus dat zijn meevallers. Mw. Vermeer (PVaZ) vindt de informatie zeer compleet, complimenten daarvoor. Zijn er vergelijkbare referentiekaders qua doorloopproces? Die zijn er wel, aldus dhr. Paré, maar specifiek kunnen deze niet worden benoemd. Mw. Hamstra (VVD) vraagt of het rapport van BDO uit 2021 is meegenomen voor wat betreft de wijze van afschrijven bij verduurzaming en investeringen. Dhr. Paré is bekend met het rapport, dit is meegenomen in het traject, maar het is nog niet zover dat het is meegenomen in de begroting. De verhelderende vragen over de presentatie zijn hierbij beantwoord, met dank aan dhr. Paré. De inhoudelijke behandeling van het agendapunt vangt aan. Mw. Van der Linde (FVD) wijst op de opgenomen regel over het CO2 neutraal zijn in 2050. Klimaat is niet beïnvloedbaar door de mens. Koop de huizen, zorg voor een prettig woongenot, maar het is niet nodig om het klimaat te redden. Dat geld kan beter besteed worden aan nuttigere zaken. Dhr. Van Buuren (BVNL) geeft complimenten voor de presentatie en vooral voor de moedige stap. Er wordt gesproken over grondtransacties
voor sociale bouw. Zijn de grondposities al verkocht of worden deze nog verdeeld binnen de coalitie, houden we dan nog grip op de sociale woningbouw? Is er nu met deze cijfers al rekening gehouden met de kosten voor onderhoud en verduurzaming? Is er in de doorrekening gerekend met een index op de huur? Dhr. Borgonjen (CDA) spreekt van een nuttig en nodig voorstel van grote omvang. Het verzoek wordt uitgesproken om de onderliggende brondocumenten, zoals position paper of taxatierapport, te delen met de raad. Verduurzaming is noodzakelijk, de CO2-reductie wordt hierbij en passant meegenomen, liefst in een winwinsituatie, zodat de huurder daarvan ook profiteert. De fractie CDA schaart zich dan ook niet achter het standpunt van de fractie van FVD. Mw. Hamstra (VVD) sluit zich aan bij de vorige spreker en komt terug op haar eerdere opmerking over de waardering en afschrijvingsmethoden. Uiteindelijk is de wens er om de sociale huursector verder omhoog te helpen in kwaliteit en omvang. Dhr. Kap (IBV) sluit zich aan bij de woorden van mw. Hamstra (VVD), er zit enige ruimte in de afschrijvingen van de woningen in de komende jaren. Dhr. Van Ravenhorst (GL-PvdA) adviseert positief over deze belangrijke stap. De sociale huurwoningen moeten beschikbaar blijven, belang wordt gehecht aan verduurzaming van de woningen.
Dank aan iedereen die dit voorbereid heeft, aangesloten wordt bij de woorden van dankzegging van mw. Dudink (ONS Brielle). Dhr. Mulder (D66) spreekt van een mooi proces en stelt blij te zijn met het voorstel als ook met de verduurzaming, in tegenstelling tot hetgeen de fractie FVD naar voren bracht. Aandacht wordt gevraagd voor de omvang van het project, het huidige woningbestand mag daar niet onder lijden. Wat is de motivatie voor het hanteren van een afschrijvingstermijn van 40 jaar voor woningen die niet nieuw zijn? Mw. Dudink (ONS Brielle) vindt deze stap een feestje waard. ONS Brielle is ook heel blij dat er in duurzaamheid geïnvesteerd zal worden, dit is veel waard voor zowel het milieu als voor de bewoners. ONS Brielle feliciteert het college en spreekt het vertrouwen uit in het Woonbedrijf. Mw. Den Brok (Fractie den Brok) is ook overtuigd van nut en noodzaak van deze stap, spreekt waardering en complimenten uit voor het gedegen onderzoek en staat volledig achter de verduurzaming. Mw. Vermeer (PVaZ) sluit zich vooral aan bij de woorden van mevrouw Dudink (ONS Brielle) en stelt zeer tevreden te zijn. Wethouder Spoon is blij dat het belang van deze stap wordt ingezien door de raad. Benadrukt wordt dat deze overname door de coalitie van samenwerkende partijen van groot belang is voor het sociaal woningbestand, zowel voor de inwoners als regionaal gezien.
De grondtransacties zoals genoemd door dhr. Van Buuren (BVNL) betreffen afspraken uit 2021, achteraf is gebleken – voor zover de wethouder bekend - dat het enkel om huizen ging. Wethouder Van Orselen zegt namens Woonbedrijf en de coalitie van samenwerkende partners dank voor het vertrouwen. De aspecten verduurzaming en CO2-neutraal zijn ingegeven door wet- en regelgeving. Voor 2030 heeft het Woonbedrijf ingezet op het hebben van energielabel A voor al het bezit, dit verandert niet met de voorgenomen uitbreiding van het woningbezit. Vragen over de afschrijvingsmethodiek liggen nu voor bij de commissie BBV. Het Woonbedrijf is qua fte uitgebreid om deze opgave aan te kunnen. Dhr. Paré vult aan dat kosten voor onderhoud en verduurzaming meegenomen zijn in de berekening van de businesscase voor de aankoop. Met de index op de huur is ook rekening gehouden, die is gemiddeld. De afschrijvingstermijn van 40 jaar is gelijk aan de termijn die Hef Wonen aanhield. Ter aanvulling op wethouder Spoon met betrekking tot de grondposities meldt dhr. Paré dat het toen ook ging om afspraken met betrekking tot nieuwbouwlocaties. In reactie op een vraag van dhr. Mulder (D66) bevestigt wethouder Spoon dat het om oude afspraken uit de afgeronde tranche 1 ging, waarbij het Woonbedrijf geen partij was. Deze afspraken maken geen onderdeel uit van dit voorstel. Mw.
Den Brok (Fractie den Brok) vraagt naar de wijze van opname in de begroting van overname fte’s van Hef Wonen. Dhr. Mulder (D66) dankt de wethouder voor de duidelijke beantwoording, het stuk kan wat de fractie D66 als bespreekstuk geagendeerd worden voor de raad. Dhr. Borgonjen (CDA) meldt blij te zijn met de rol die de andere woningcorporaties innemen, waardoor een deel van de sociale woningen behouden blijft. Deze woningcorporaties kunnen misschien in de toekomst ook een rol spelen in de uitbreiding van het sociale woningareaal. Is de investering tot het in 2030 komen van energielabel A opgenomen in de begroting? Dhr. Hoogzand (FVD) wenst te benadrukken achter het stuk te staan en wijst degenen die zich tegen de mening van de fractie FVD hebben uitgesproken op de YouTube film ‘Climate the movie’. Dhr. Van Buuren (BVNL) dankt het college voor de antwoorden en pleit voor agendering als hamerstuk.
Wethouder Van Orselen antwoordt dat er geen personeel van Hef Wonen is overgenomen door het Woonbedrijf. Het gemiddelde energielabel A in 2030 is ingesloten in de begroting, ook voor de 300 Vestiawoningen. In samenspraak met de griffie bevestigt de wethouder dat onderliggende (gezamenlijke coalitie-) brondocumenten op afspraak kunnen worden ingezien bij de griffie. Wethouder Van Orselen ziet het voorstel graag als bespreekstuk geagendeerd in de raad, het is een feestje waard. De voorzitter concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Het voorstel wordt, gezien de aanpassing van het beslispunt als ook het advies van de fractie D66, als bespreekstuk geagendeerd voor de raadsvergadering van 18 april 2024. Overige agendapunten. 11. Rondvraag. Mw. Den Brok (Fractie den Brok) vraagt of er mogelijk voor een betere verhouding kan worden gekozen bij het op locatie in gesprek gaan met de inwoners over de leefomgeving en wijst daarbij met name op de kern vm. gemeente Hellevoetsluis, waarbij enkel de locatie Struytse Hoeck wordt bezocht. Wethouder Van der Kooi zal de vraag voorleggen aan betreffende collegaportefeuillehouder. 12. Sluiting. De voorzitter dankt een ieder voor de aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering om 21.52 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Algemene Zaken en Middelen van dinsdag 21 mei 2024, de commissiegriffier,
de voorzitter,
J.M.S. Mooldijk-van Pelt
J.J. ’t Mannetje