CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptraadsbesluit vaststellen Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee 2024 - VERBETERD

Raadsvergadering 21 december 2023, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen Algemene Plaatselijke Verordening Voorne aan Zee 202423.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

10. De geluidnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. Voor de buitenruimte geldt geen ontheffing van de reguliere grenswaarden. Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5.

De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Geluidniveaus per grondgebied van de voormalige gemeenten: i. Westvoorne: Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan [aantal] dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) veroorzaakt door de inrichting, bedraagt niet meer dan 65 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur; 60 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 55 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. ii. Hellevoetsluis en Brielle: Het equivalente geluidniveau gedurende 3 minuten (LAeq, 3 min) veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan de in de tabel opgenomen waarden op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld of op 2/3e van de verdiepingshoogte. Tabel 4:3 07.00 - 19.00 uur 19.00-24.00/02.00 uur LAeq, 3 min op de gevel van gevoelige gebouwen 65 dB(A) 50 dB(A) LAeq, 3 min in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 50 dB(A) 35 B(A) 36 7. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8.

De in de tabel 4:3 aangegeven grenswaarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein. 9. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, (benoemd per grondgebied van de voormalige gemeenten) uiterlijk beëindigd om: a. Westvoorne maandag tot en met vrijdag om 01.00 uur en op zaterdag en zondag om 02.30 uur. b. Hellevoetsluis en Brielle 01.00 uur met uitzondering van de vrijdag, de zaterdag en dagen waar een feestdag op volgt. Hiervoor geldt dat het ten gehore brengen van extra muziek in de nacht van vrijdag op zaterdag, de nacht van zaterdag op zondag en van de nacht van de reguliere dag op de feestdag uiterlijk om 02.00 uur beëindigd. 10. De geluidsnorm, bedoeld in het zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 46

12. Omwonenden dienen door de houder van de inrichting tijdig in kennis worden gesteld van de festiviteit. 13. De genoemde geluidsniveaus in dit artikel gelden niet voor festiviteiten waar door de gemeente een maatwerkvoorschrift met betrekking tot het geluidsniveau is opgelegd. 14. Voor het grondgebied van de voormalige gemeente Brielle geldt dat het maximaal aantal incidentele festiviteiten als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt verminderd met de aangewezen collectieve festiviteiten, zoals bedoeld in artikel 4:2, indien deze gelden voor het gebied waarin een inrichting gevestigd is, alsmede met het aantal door de houder van de inrichting in de nabijheid van de inrichting georganiseerde evenementen in de zin van artikel 2:25.

Artikel 4:4 Verbod incidentele festiviteiten 1.

2.

Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen, indien: a.

De kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4:3 is gedaan;

b.

Gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die in de kennisgeving als bedoeld in artikel 4:3 zijn verstrekt;

c.

De houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te voorkomen;

d.

De burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft, hetzij op grond van het overschrijden van het maximum van twaalf incidentele festiviteiten, hetzij wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed;

De burgemeester meldt het verbod van een incidentele festiviteit binnen 5 werkdagen na ontvangst van de melding.

Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1.

Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

2.

Tabel 07.00-19.00 uur19.00-23.00 uur 23.00-07.00 uur LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

40 47

LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) dB(A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) dB(A) 3.

4. 5.

60 45

Voor de duur van [aantal] uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 4:2 en 4:3.

Artikel 4:5b Geluidhinder in de openlucht 1. Het is verboden buiten een inrichting in de openlucht een geluidsapparaat, toestel of machine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het college kan terreinen of wateren aanwijzen waar het verbod niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidsapparaten, toestellen of machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van geluidhinder. 4. De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betrekking hebben op: a. het maximale geluidsniveau; b. de situering van geluidsbronnen; c. de frequentie en tijden van gebruik. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4:6a (Geluid)hinder door dieren Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt. Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Artikel 4:7 (Gereserveerd) Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. 48

Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:10 Definities (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:11a Weigeringsgronden (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:11b Bijzondere vergunningsvoorschriften (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:11c Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:12 (Vervallen) Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:14 (Vervallen) Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:16 (Vervallen) Afdeling 5.

Kamperen buiten kampeerterreinen Artikel 4:17 Definitie (Vervallen) Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 49

(Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Afdeling 6. Strand en duin/natuurgebied Artikel 4:20 Vissen vanaf het strand 1. Het is verboden om gedurende het badseizoen op of aan het strand van strandpaal 12.000 tot strandpaal 13.300: a.

visnetten, fuiken en dergelijke vistuigen in zee te plaatsen of te hebben op een afstand minder dan vijfhonderd meter gemeten uit de zomerhoogwaterlijn;

b. te vissen tussen 08.00 uur en 18.00 uur. 2. Degene die buiten de periode van het badseizoen en waarvoor het verbod onder 1 a. niet geldt, visnetten, fuiken of dergelijke vistuigen in zee plaatst, is verplicht er voor te zorgen dat alle palen, stekken of andere obstakels, welke voor het bevestigen hiervan hebben gediend, of kunnen dienen, vóór de aanvang van het badseizoen volledig zijn verwijderd. Artikel 4:21 Zeilvaartuigen 1. Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeilvaartuig te bevinden op het strand tussen strandpaal 12.000 en 13.300 of op zee binnen een afstand van tweehonderd meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand. 2. Het college kan hiervoor ontheffing verlenen. Artikel 4:22 Verbod om met vaartuigen in de buurt van zwemplaatsen te zijn Het is verboden zich met een vaartuig te bevinden binnen een afstand van vijf meter van een zwemplaats. Artikel 4:23 Skivliegen Het is de bestuurder van een motorvaartuig verboden zijn vaartuig in de openbare wateren te gebruiken voor het voorttrekken van één of meer personen, die zich, direct of indirect verbonden met dit vaartuig, voortbewegen door de lucht aan een parachute, een vlieger of soortgelijk voorwerp.

Artikel 4:24 Zeil- en kitesurfplanken Het is verboden, voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet en het Binnenvaartpolitiereglement, om zonder daartoe bevoegd te zijn gedurende het badseizoen zich met een zeil- en kitesurfplank te bevinden op het strand of op zee binnen een afstand van 200 meter vanaf de zomerlaagwaterlijn nabij dit strand tussen de strandpalen 12.000 en 13.300. Artikel 4:25 Rijden op het strand (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:26 Dieren op het badstrand (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 4:27 Vuur op of aan het badstrand 1. Het is verboden vuur te stoken op of aan het Badstrand en in het duingebied, inclusief barbecues, fakkels, vuurkorven en dergelijke. 2. Het college kan voor dit verbod ontheffing verlenen. Artikel 4:27a Recreatieve bedrijfsactiviteiten (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving)

50

Artikel 4:28 Nadere regels gemeentelijk duingebied Met het oog op de openbare orde kan het college nadere regels stellen met betrekking tot het gemeentelijk duingebied.

Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Afdeling 1. Parkeerexcessen en stopverbod Artikel 5:1 (Vervallen) Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:4 Defecte voertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:5 Voertuigwrakken (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:7 Reclamevoertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:8 Grote voertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:9 Uitzichtbelemmerende voertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:12 Overlast van fiets of

bromfiets (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:12a (Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving)

51

Afdeling 2. Collecteren Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1.

Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2.

Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

3.

Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:

4. 5.

a.

in besloten kring;

b.

door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt of

c.

door een andere, door het college aangewezen instelling.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden geld of goederen in te zamelen op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 20.30 uur en 08.00 uur. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Afdeling 3. Venten Artikel 5:14 Definitie 1.

In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.

2.

Onder venten wordt niet verstaan: a.

het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

b.

het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;

c.

het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:15 Ventverbod 1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 3. Het is verboden te venten op zondagen en maandag tot en met zaterdag tussen 22.00 uur en 08.30 uur. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard. 5. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid is het verboden te venten op nader door het college aan te wijzen wegen, dagen of uren. Bij de aanwijzing van wegen, dagen, of 52

6.

uren kan het college bepalen dat het verbod niet dan wel uitsluitend geldt voor het venten van producten of diensten die vallen in door deze aangewezen productcategorieën of categorieën van diensten. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:16 (Vervallen) Afdeling 4. Standplaatsen Artikel 5:17 Definitie (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:21 (Vervallen) Afdeling 5. Snuffelmarkten Artikel 5:22 Definitie 1.

In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen.

2.

Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a.

een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;

b.

een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een snuffelmarkt te organiseren.

2.

Het verbod is niet van toepassing op ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

3.

De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

Afdeling 6. Openbaar water en waterstaatswerken Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 53

(Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:26 (Vervallen) Artikel 5:27 (Vervallen) Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken (Vervallen in verband met overgang naar de Verordening Fysieke Leefomgeving) Artikel 5:29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Vaarwegverordening Zuid-Holland.

Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.

Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:31a (Vervallen) Artikel 5:32 Crossterreinen 1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.

het voorkomen of beperken van overlast;

54

3.

b.

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

3.

4.

5.

a.

het voorkomen van overlast;

b.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

de veiligheid van het publiek.

Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a.

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

b.

binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Afdeling 8. Vuurverbod Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

55

1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;

c.

vuur voor koken, bakken en braden.

3.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Afdeling 9. Incidentele Asverstrooiing Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. openbare terreinen en gemeentelijke plantsoenen; c. het verbod zoals bedoeld in het eerste lid onder b geldt voor het Badstrand Rockanje uitsluitend in de periode van 1 april tot 1 oktober; d. op kinderspeelplaatsen, ligweiden en openbare sport- en spelterreinen. 2.

Incidentele asverstrooiing is toegestaan op de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen na verkregen toestemming van het college. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden.

Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

2.

In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, (artikel 2:12 eerste lid) en artikel 4:11 tweede lid.

3.

In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

56

Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: a. Opsporingsambtenaren, zoals genoemd in artikel 141 en 142 Wetboek van Strafvordering; b. De gemeentelijk toezichthouders; c. De bij de gemeente Voorne aan Zee in dienst zijnde ambtenaren die zijn belast met bouw- en woningtoezicht; d. De toezichthouders van het Stichting het Zuid Hollands Landschap, domein 2 Milieu en Welzijn voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Voorne aan Zee of een van diens rechtsvoorgangers; e. De toezichthouders van de vereniging Natuurmonumenten, domein 2 Milieu en Welzijn voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Voorne aan Zee of een van diens rechtsvoorgangers; f. De toezichthouders van Staatsbosbeheer, domein 2 Milieu en Welzijn voor zover aangesteld voor werkzaamheden binnen de gemeente Voorne aan Zee of een van diens rechtsvoorgangers. 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de artikelen 4:2, 4:3, 4:5 en 4:6 van deze verordening zijn mede belast de toezichthouders van de DCMR. 3. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Intrekking oude verordeningen De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Hellevoetsluis 2020, De Algemene Plaatselijke Verordening Westvoorne 2021 en de Algemene Plaatselijke Verordening Brielle 2015 worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt. Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1.

Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2.

Onder het overgangsrecht vallen in ieder geval: - alle in de voormalig genomen gemeente genomen aanwijzingsbesluiten en gemaakte beleidskeuzes, die hun grondslag vinden in de verordeningen bedoeld in artikel 6:4, voorzover hier (nog) niet in is voorzien voor de gemeente Voorne aan Zee. Ieder aanwijzingsbesluit en beleidskeuze geldt voor het grondgebied waarvoor zij zijn genomen, totdat het wordt ingetrokken of vervangen.

3.

Besluiten, genomen krachtens de Algemene Verordening voor het Recreatieschap VoornePutten-Rozenburg 2006, die golden op het moment van de inwerkingtreding van de Algemene plaatselijke verordening Voorne aan Zee 2024 en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op vergunningen die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Hellevoetsluis 2017 op grond van hoofdstuk 5, afdeling 4 juncto artikel 1:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hellevoetsluis 2017 voor onbepaalde tijd zijn verleend 57

(standplaatsvergunningen). Voor die vergunningen geldt dat zij 10 jaar na inwerkingtreding van het raadsbesluit van 13 december 2018 komen te vervallen. Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Voorne aan Zee 2024. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2023 De raad voornoemd, de griffier,

drs. A. (Ariëtte) Goslings

de voorzitter,

dr. P. (Peter) Rehwinkel

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13621787/3