Concept verslag raadsvergadering 25-09-2025
Tekst van het document
Verslag van de openbare raadsvergadering van de gemeente Voorne aan Zee, gehouden op donderdag 25 september 2025 om 20.00 uur in de raadszaal van het gemeentehuis te Hellevoetsluis. Aanwezig:
mevrouw I. Bakker-de Waal, mevrouw. G.J. Witte (Vrij Voorne) mevrouw H.D. Boender, Mw. E.A. Thiel, mevrouw M.P.W. van der Velden, mevrouw I.M. Dudink, mevrouw H. van Noort, mevrouw L.M. Hamstra, mevrouw M. de Rijke, mevrouw A. Vermeer, mevrouw J. Krajenbrink-Meinds, mevrouw B. (Bianca) Verschoor, mw. M.P. den Brok-Swakhoven en de heren. W.A.J. Borgonjen,. N.P. Braai, W.J. Dedert, F. Demirtürk, H. Heijndijk, E.S.J. Hoogzand, H. de Jong, E.G. Mulder, J. Noordermeer, E.S. Noordzij, F.J.M. de Reus, W. Smit, M. Soetens, B. van Stijn, N.P. Braal, A. van Vliet, B.J.W. Voncken, H. Westbroek, R. de Zoete
Mede aanwezig: wethouders mevrouw E. Priester-Tinkhof en de heren R.M. van der Kooi, A.J. Spoon, P. Schop, D.D. van Orselen en I.S. Bal. Afwezig:
de heer H.S.A. Abrahams, de heer H. Kap, de heer J. ’t Mannetje, de heer L.T. van Ravenhorst
Voorzitter:
burgemeester A.R.C. Scheepers
Griffier:
mevrouw A.C. Goslings
Notulist:
mevrouw C.E. Gravendeel – Boellaard (Notuleerservice Nederland)
1. Opening De voorzitter opent de vergadering om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom bij de eerste vergadering na het zomerreces. Een speciaal welkom voor gast van de raad mevrouw Breedveld en de kijkers thuis. De heren Kap en ’t Mannetje van het IBV zijn afwezig, evenals de heren Van Ravenhorst van GL/PvdA en Abrahams van CDA. De voorzitter wijst op de indeling van de raadszaal, die is gewijzigd opdat de publieke tribune een betere plek biedt aan de mensen die bij de vergadering te gast zijn. Daarnaast zijn er twee interruptiemicrofoons geplaatst. 2. Vaststelling agenda In de commissie AZM van 17 september jl. is voorgesteld om agendapunt 10, Startnotitie beleidskader dorps- en wijkraden, af te voeren. De raad stemt unaniem in met dit voorstel. Tevens is voorgesteld om agendapunt 12, Rapport van de rekenkamer informatievoorziening aan de raad, toe te voegen aan de hamerstukken. De raad stemt unaniem in met dit voorstel. Amendementen Voorgesteld wordt om aan agendapunt 9 een amendement van het CDA, Burgerinitiatief pumptrack, toe te voegen. De raad stemt unaniem in met dit voorstel. Moties Motie BVNL, Familiewonen in Voorne aan Zee Motie Vrij Voorne en ONS Brielle, Pilot e-Klok i.s.m. Stedin Motie CDA, Ongevraagde adviezen van de adviesraad Sociaal Domein Motie GL/PvdA, Integraal plan tegen geweld in afhankelijkheidsrelaties en femicide 1
Deze moties worden toegevoegd aan de agenda als punt 13a, 13b, 13c en 13d. De raad stemt hier unaniem mee in. De agenda wordt met doorvoering van bovengenoemde wijzigingen vastgesteld. 3. Mededelingen De aanwezigen hebben geen mededelingen. 4. Vaststelling verslag raadsvergadering, lijst van toezeggingen en overzicht van moties a. Verslag raadsvergaderingen d.d. 8 en 10 juli 2025 De beide verslagen worden ongewijzigd vastgesteld. b. Lijst van toezeggingen De heer Smit (ONS Brielle) verzoekt om toezegging 24-011, Aankoop Hefwoningen, niet af te voeren, omdat de raadsinformatiebrief d.d. 17 juli 2025 zijns inziens de vraag niet beantwoordt. De fractie van de Partij met Lef! verzoekt om toezegging 24-029 ook te laten staan. De raad stemt unaniem in met beide verzoeken. c. Overzicht van moties Mevrouw Witte (Vrij Voorne) wijst op de op 14 november 2024 ingediende motie Huisartsenzorg Voorne aan Zee. Aangegeven wordt dat het verzoek voor die motie kan worden afgevoerd omdat er een raadsinformatiebrief zou zijn geweest voor het zomerreces. Dat bleek te gaan om de brief IZA-GALA, waarin een klein artikel is opgenomen over de huisartsenzorg. Onderzocht zou worden of in het oude stadskantoor van Brielle huisartsen gevestigd kunnen worden. De brief komt volgens mevrouw Witte geenszins tegemoet aan het verzoek uit de motie.
Zij verzoekt daarom de motie niet af te voeren en deze tegemoet te komen met een antwoord. Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) wijst op de motie Investeringsfonds sportaccommodaties. Daarin wordt gevraagd om een beleidsmatige uitwerking voor te leggen aan de raad. Er is een raadsinformatiebrief ontvangen, maar daarmee is de motie nog niet in de raad besproken. Het verzoek is daarom de motie niet af te voeren. De raad stemt unaniem in met beide verzoeken. Mevrouw Verschoor (GL/PvdA) merkt op dat ten aanzien van de motie over de Rotterdampas staat vermeld dat hier in Q3 een antwoord op zou komen. Dit antwoord is nog niet ontvangen. De voorzitter reageert dat de raadsvergadering niet de plek is om dit te bespreken. 5. Ingekomen stukken De volgende stukken zijn ontvangen: - Het verzoek van de heer Borgonjen (CDA) om raadsinformatiebrief 143, Herontwikkeling stadskantoor Brielle, te agenderen voor de commissie; - Het verzoek van de heer Borgonjen (CDA) om motie 156, Woningprogramma Voorne aan Zee, te agenderen voor de commissie; - Het verzoek van de Partij met Lef! om raadsinformatiebrief 165, Exploitatieonderzoek sportaccommodaties, te agenderen voor de commissie. De verzoeken zullen worden voorgelegd aan de agendacommissie. De raad kan zich hierin vinden.
2
6. Spreekrecht Mevrouw Van der Molen, inwoner van Voorne aan Zee meldt zich als inspreker over agendapunt 13D, de motie van GL/PvdA, Integraal plan tegen geweld in afhankelijkheidsrelaties en femicide. Femicide is een gekaderd begrip, namelijk geweld tegen en moord op vrouwen omdat zij vrouw zijn. Een afhankelijkheidsrelatie is echter veel breder. Mevrouw Van der Molen zou graag zien dat hier meer onderzoek naar gedaan wordt. Zij is van mening dat het noodzakelijk is om hier ervaringsdeskundigen bij in te zetten. Te denken valt aan Veilig Thuis en Ervaring in huis (onderdeel van Veilig Thuis). Voormalig slachtoffers praten met slachtoffers, maar dan in de rol van overwinnaar. Vanuit hun ervaring met het herstel, komen ze dichter bij de slachtoffers. Dit doen zij door middel van scholing, maar ook door met docenten en leerlingen te spreken over wat geweld betekent. Ervaring in huis werkt samen met de politie, met opvanglocaties en met Filomena. Inwoners van Voorne aan Zee nemen al deel aan supportgroepen van Ervaring in huis. Financiering vindt op dit moment plaats uit het budget van Spijkenisse. In de motie staat dat er een plan moet komen. Mevrouw Van der Molen wijst op gemeente Rotterdam, waar Ervaring in huis dagelijks wordt ingezet en wekelijks scholingen en presentaties geeft. In de motie wordt ook gesproken over opvang.
Als de ketenpartners met elkaar verbonden zijn, is volgens mevrouw Van der Molen ook wel duidelijk waar een persoon met een hulpvraag terecht kan. Nazorg en ondersteuning waarover wordt gesproken, is er al. Het enige wat Voorne aan Zee hoeft te doen, is een budget beschikbaar te stellen. Mevrouw Van der Molen roept de aanwezigen op om voor de motie te stemmen. De raadsleden hebben geen vragen voor mevrouw Van der Molen. De voorzitter dankt haar voor haar inspreekbijdrage. Hamerstukken 7. Verantwoording fractievergoedingen 2024 Conform het voorstel wordt z.h.s. besloten 8. Ontslag op eigen verzoek van kinderombudsman en plaatsvervangend ombudsman, mevrouw C.A. Goudsmit Mevrouw Goudsmit heeft op 1 september 2025 laten weten per 1 maart 2026 haar ontslag aan te bieden als kinderombudsman van de gemeente Voorne aan Zee. Deze functie heeft zij zeven jaar met plezier en buitengewone inzet vervuld. De raad stemt in met haar ontslag. De griffier zal dit aan haar kenbaar maken onder dankzegging voor haar inzet voor kinderen in de verschillende gemeentes. Conform het voorstel wordt z.h.s. besloten. 12. Rapport rekenkamer “Informatievoorziening aan de raad” De rekenkamer concludeert dat de informatie aan de gemeenteraad verbeterd moet worden en beter moet aansluiten op het politiek-bestuurlijke proces.
De meerwaarde van de raad kan beter benut worden en bovendien is de informatiedichtheid erg groot. Aanbevolen wordt om onder meer het gedeelde kwaliteitscriteria te ontwikkelen voor raadsvoorstellen en informatie te richten op echt politiek relevante zaken. Binnenkort start een werkgroep om deze aanbevelingen te gaan uitwerken. De voorzitter benadrukt dat in dit rapport zeer waardevolle aanbevelingen staan om de kwaliteit van het lokale bestuur en de besluitvorming te verbeteren. Conform het voorstel wordt z.h.s. besloten. Bespreekstukken 9. Burgerinitiatief pumptrack De voorzitter zegt dat tijdens de raadsvergadering van 5 juni 2025 het burgerinitiatief ontvankelijk is verklaard door de raad. Het college vraagt de raad nu haar opdracht te geven 3
de genoemde locaties verder te onderzoeken en de mogelijkheid tot realisatie van een pumptrack mee te nemen in de planvorming voor een specifieke locatie. Dit voorstel is besproken in de Commissie Samenleving. Op basis daarvan is het volgende veranderd in het raadsvoorstel: Beschreven stond dat uit het vooronderzoek meerdere kansrijke locaties naar voren zijn gekomen, waaronder skatepark Oostvoorne, locatie Noordrand, locatie Korteweg en het sportveld aan de Hoogvlietlaan. Dit is veranderd in een tweetal beslispunten: 1. Uit het vooronderzoek komt locatie Noordrand als meest kansrijke locatie naar voren; 2. Uit het vooronderzoek komen de locaties Korteweg, het sportveld aan de Hoogvlietlaan en skatepark Oostvoorne als gemiddelde kansrijke locaties naar voren. De voorzitter uit zijn waardering voor het goed uitgewerkte burgerinitiatief en de grote passie en het doorzettingsvermogen waarmee dat is gedaan. Mevrouw Bakker-de Waal (CDA) heeft een amendement ingediend. Zij is van mening dat het initiatief verdient om goed overwogen te worden, zeker waar het gaat om de locaties. Het CDA is voorstander van de komst van een pumptrack in de gemeente. De eerste opdracht van de raad was volgens mevrouw Bakker-de Waal breder dan alleen kijken naar de locaties. Er is ook gevraagd om advies over de projectorganisatie en -financiering.
Zowel de raad als het college hebben nog geen groen licht gegeven voor de pumptrack. Er is enkel gevraagd om meer onderzoek. Mocht door onvoorziene omstandigheden of nadelen op de eerste locatie, een tweede of derde locatie in beeld komen, en daar maatschappelijk onrust over ontstaan, is het volgens mevrouw Bakker-de Waal goed om als raad te kunnen adviseren over de locatie richting het college. In het laatste beslispunt in het huidige raadsvoorstel staat dat de raad alleen geïnformeerd wordt over de planvorming rondom de realisatie en over de voortgang. Mevrouw Bakker-de Waal vindt dit erg mager. Het CDA adviseert vooral door te gaan met het onderzoek naar de locaties en te komen met een gedegen onderbouwd voorstel. Daarnaast verzoekt het CDA om de andere punten uit te werken uit het eerdere besluit van de raad. Daarbij werd verzocht om een advies over de projectorganisatie en een financieel plan voor de initiatiefnemers. Mevrouw Van der Velden (VVD) stelt voorop dat een pumptrack een mooi initiatief is. De VVD kan zich vinden in locatie Noordrand als meest kansrijke locatie. Zij ziet het amendement van het CDA als stok achter de deur, dat het initiatief daadwerkelijk op korte termijn gerealiseerd gaat worden.
De heer Smit (ONS Brielle) heeft in het presidium gevraagd om de beslispunten en verantwoordelijkheden van het burgerinitiatief in het algemeen met de raad te bespreken. Zijns inziens is dat nodig omdat vaak onduidelijk is hoe één en ander in elkaar zit, zo ook bij het burgerinitiatief pumptrack. Eerst was er sprake van 16 locaties, dat werden er vijf om ze beter te kunnen onderzoeken. De wethouder kwam vervolgens met een andere discussie, die niet in het voorstel stond. Dat betekende dat het voorstel aangescherpt moest worden. Al met al vindt de heer Smit het een rommelig verloop. Evenals de voorgaande sprekers, is hij er voorstander van om het plan zo snel mogelijk te realiseren. De heer Mulder (D66) interrumpeert de heer Smit. Hij wijst erop dat het amendement van het CDA een aanvulling is op de procedure. De heer Mulder vraagt de heer Smit of hij van mening is dat het amendement van het CDA standaard opgenomen zou moeten worden in de procedure. De voorzitter constateert dat de heer Mulder een ander onderwerp aansnijdt dan waarover vanavond vergaderd wordt, namelijk de procedure in plaats van het raadsvoorstel. Hij verzoekt de heer Smit zijn betoog af te ronden. De heer Smit voegt niets meer aan zijn betoog toe.
4
Mevrouw Witte (Vrij Voorne) wil de wethouder en het college bedanken voor het voorliggende voorstel. Tijdens de commissie is gebleken dat er een grote behoefte was om een voorkeurslocatie te onderzoeken. Zij is blij dat daaraan tegemoet is gekomen. Zij verzoekt wel om snel te handelen, ook om de financiering zeker te kunnen stellen. De heer Mulder (D66) geeft namens D66 een compliment aan de initiatiefnemers. Een pumptrack sluit aan bij de ambities van de gemeente. De heer Mulder benadrukt dat de materiaalkeuze belangrijk is en niet schadelijk mag zijn voor het milieu. Een pumptrack kan ook van ander materiaal zijn dan asfalt. Bij de uitwerking van de locatiekeuze, vraagt D66 het college in het bijzonder rekening te houden met de wensen van de initiatiefnemers, het draagvlak bij omwonenden en voor de structurele beheers- en onderhoudskosten. D66 wil dat meer inwoners de ruimte krijgen voor dit soort initiatieven. De heer Mulder voegt nog toe dat hij de heer Smit interrumpeerde omdat er gesproken werd over het proces waar kritiek op is en waar een amendement uit voortvloeit. Zijn bedoeling was om aan te geven dat het amendement een handreiking is voor de heer Smit. Mevrouw Krajenbrink-Meinds (IBV) uit haar waardering richting de initiatiefnemers.
Tevens dankt zij de wethouder dat hij gehonoreerd heeft wat er in de commissie speelde, namelijk het verzoek of de snelheid in het proces gehouden kon worden en of er prioritering aangebracht kon worden. Zij kan zich vinden in het amendement van het CDA. Tot slot verzoekt ze om een snelle realisatie. Mevrouw Vermeer (PVaZ) dankt de initiatiefnemers dat zij een voortrekkersrol op zich genomen hebben. Zij vraagt aandacht voor punt 4 in het voorstel, Communicatie en participatie. Zij verzoekt om participatie van ervaringsdeskundigen om er zeker van te zijn dat er goede en duurzame materialen gebruikt worden. Tot slot laat zij weten dat de PVaZ zich kan vinden in het amendement. De heer Van Stijn (GL/PvdA) sluit zich aan bij de gegeven complimenten aan de initiatiefnemers. Hij stelt voor om de kritiek op het proces aan de orde te laten komen bij een evaluatie na afloop. Hij hoopt dat het initiatief een inspiratie is voor andere inwoners om ook met voorstellen te komen. Tot slot laat hij weten dat GL/PvdA zich kan vinden in het amendement, mits dit niet leidt tot uitstel. De partij wenst te komen tot een snelle realisatie van de pumptrack. Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) uit namens de partij haar waardering voor de initiatiefnemers. Zij wijst op de lange procedures die demotiverend zijn voor inwoners om een burgerinitiatief in te dienen.
Voor het reces heeft een deel van de raad laten zien dat dit ook anders kan. Het initiatief draagt bij aan de gezondheid en beweging van de inwoners, maar wordt haars inziens bestraft door lange procedures, discussies en onderzoeken. Zij verzoekt om het initiatief zo snel mogelijk te realiseren. Partij met Lef! ondersteunt zowel het amendement van het CDA als het plan. Wethouder Van Orselen constateert dat de raad veel waardering heeft voor de initiatiefnemers. Hij gaat in op de gemaakte opmerkingen en licht toe dat het college en de initiatiefnemers gaan werken aan het inrichten van de projectorganisatie, maar dat dit afhankelijk is van waar de pumptrack gaat komen en hoe dit aangepakt gaat worden. Hij wijst erop dat het amendement gezien wordt als stok achter de deur, maar verzoekt om dit niet een stok voor de deur te laten worden. Uit meerdere betogen blijkt dat een snelle realisatie gewenst is. De heer Van Orselen benadrukt dat als er sprake is van verandering van bestemmingsplannen en procedures gaan lopen, dit tijd kan kosten. De heer Van Stijn (GL/PvdA) interrumpeert het betoog en vraagt de heer Van Orselen het laatstgenoemde te specificeren. 5
Wethouder Van Orselen antwoordt dit te zullen specificeren op het moment dat het besluit is genomen. Het verzoek om zo snel mogelijk de financiering veilig te stellen, heeft de aandacht evenals de duurzaamheid van de pumptrack. Dit burgerinitiatief is het eerste wat op deze manier behandeld wordt. Dat maakt het proces interessant. De procesevaluatie na afloop gaat er komen, maar ook tussentijds zullen evaluatiemomenten gepland worden. Wethouder Van Orselen benadrukt dat het hier gaat om een raadsbesluit en geen besluit van het college. Het college kan zich vinden in de wijzigingen van punt 7 en 8. De raad zal geïnformeerd en meegenomen worden bij alle ontwikkelingen. Aan punt 8 zit echter een keerzijde. Als bij elke wijziging opnieuw besluitvorming moet plaatsvinden, gaat er veel tijd verloren. De heer Van Orselen concludeert zich te kunnen vinden in het amendement, maar is van mening dat dit eigenlijk overbodig is, omdat iedereen hetzelfde doel nastreeft. Mevrouw Krajenbrink-Meinds (IBV) merkt op dat het IBV zich nog niet heeft uitgesproken over het amendement. Zij constateert dat wanneer punt 8 aangepast of verwijderd wordt, het IBV kan instemmen. Het amendement zoals nu geformuleerd kan tot vertraging leiden, wat niemand wil. De heer Mulder (D66) wenst dat nader ingegaan wordt op de materiaalkeuze, alvorens in te kunnen stemmen met het besluit.
Wethouder Van Orselen reageert dat de plek waar de pumptrack wordt gerealiseerd, bepalend zal zijn voor de materiaalkeuze. Hierbij wordt aandacht voor de duurzaamheid zeker meegenomen. Mevrouw Bakker-de Waal (CDA) verzoekt om een korte schorsing, aangezien een aantal mensen voorstellen heeft voor aanpassing van het amendement. De voorzitter stemt in met het verzoek en schorst de vergadering voor de duur van 5 minuten. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan mevrouw Bakker-de Waal (CDA). Mevrouw Bakker-de Waal (CDA) leest het amendement voor dat is aangepast naar aanleiding van de gegeven suggesties. Alleen punt 7 van het raadsvoorstel wordt aangepast en als volgt geformuleerd: Het college informeert de raad actief over de voortgang, ontwikkelingen en resultaten van het onderzoek en planvorming, middels een raadsinformatiebrief. De rest van het amendement komt te vervallen. Wethouder Van Orselen laat weten dat het college het aangepaste amendement ondersteunt. Stemming amendement Het amendement wordt met 31 stemmen voor unaniem aangenomen. Stemming voorstel Het voorstel wordt met 31 stemmen voor unaniem aangenomen. 10. Startnotitie beleidskader dorps- en wijkraden Dit agendapunt is afgevoerd. 11. Toetreding Goeree-Overflakkee gemeenschappelijke regeling Streekarchief 6
De voorzitter zegt dat het college afgelopen dinsdag nog een aangepast voorstel en conceptbesluit bij de stukken heeft gevoegd, waarbij naast een positief oordeel over het vaststellen van het wijzigingsontwerp ook een aantal aandachtspunten in een zienswijze is opgenomen. De heer Smit (ONS Brielle) wijst erop dat het vertrek van het streekarchief uit Brielle wordt ervaren als een grote aderlating. Oud-burgemeester Rensen heeft zich tevergeefs hard gemaakt voor het behoud ervan. De achterstand in de archivering van de gemeentelijke stukken is echter al zo lang het geval, dat ONS Brielle erkent dat er iets moet gebeuren en instemt met het voorstel tot toetreding. ONS Brielle vraagt zich af wat het voorstel gaat kosten en had gehoopt op een vertrouwelijke brief met nadere toelichting hierover. De raad wordt nu gevraagd om een oordeel over een voorstel waarvan de financiële gevolgen niet helemaal overzien kunnen worden. De heer De Jong (VVD) merkt op dat als gevolg van de ontwikkelingen binnen de huidige manier van archiveren, steeds meer sprake is van schaalvergroting. Dit is een noodzakelijke trend, omdat de benodigde kennis niet meer op het bestek van een kleinere gemeente geregeld kan worden. De VVD kan zich vinden in het voorstel om Goeree-Overflakkee in de gemeenschappelijke regeling te betrekken, waarmee de schaalgrootte en slagkracht groter wordt.
De VVD is eveneens benieuwd naar de uitgewerkte scenario’s en de kosten die daarmee gemoeid gaan. Mevrouw Verschoor (GL/PvdA) laat weten dat GL/PvdA positief is over het voorstel om het streekarchief toekomstbestendig te maken en samen te werken in een gemeenschappelijke regeling. Voor de inwoners betekent dit toegang tot de archieven, efficiëntere dienstverlening en een versterking van het historisch bewustzijn en culturele betrokkenheid. Risico’s die gezien worden zijn hogere kosten voor Voorne aan Zee en organisatorische complexiteit. Deze risico’s kunnen echter wel worden beheerst door goede financiële afspraken, planning en personeelsafspraken. Verwacht wordt dat het college dit meeneemt bij de definitieve overeenkomst en de raad op de hoogte houdt. De heer Borgonjen (CDA) merkt op dat de reden waarom dit voorstel geen hamerstuk is, ligt in het feit dat er een element aan is toegevoegd, namelijk de verdeling van de kosten van de nieuw te bouwen huisvesting. De heer Borgonjen is van mening dat dit de besluitvorming rommelig en verwarrend maakt. De wethouder heeft in de commissie meermalen naar voren gebracht, dat dit pas in november aan de orde komt, terwijl een stukje nu al aan de orde komt. Daarmee loopt het voorstel vooruit op de besluitvorming die in november verwacht wordt.
Het CDA is er niet van overtuigd dat het budgetneutraal of goedkoper wordt voor Voorne aan Zee en vraagt om een kritische beschouwing van de kosten. Het CDA erkent de belangrijke taak van het archief en stemt dan ook in met het voorstel, maar wel met de genoemde kanttekening. De heer Mulder (D66) laat weten dat D66 voorstander is van samenwerking met buurgemeenten. De organisatievorm die nu echter voorligt, betekent ook extra bestuurlijke drukte en verlies van directe invloed van de raad. Dat is voor D66 een zorg en reden om kritisch te zijn. Daar komt bij dat er sprake is van een tweesporenbeslissing. De toetreding van Goeree-Overflakkee en de keuze voor huisvesting. Hoewel de huisvesting formeel later in de besluitvorming terugkomt, zijn de twee met elkaar verbonden. Het risico van de nieuwe huisvesting komt volledig bij Voorne aan Zee te liggen, omdat Voorne aan Zee investeert in een nieuwe locatie op Kikkersbloem 3. Daarmee is de besluitvorming over toetreding volgens de heer Mulder niet neutraal. Voor D66 is het belangrijk dat dit risico niet onderschat wordt. De oude locatie kan worden gesloopt en de vrijgekomen ruimte biedt kansen voor sociale huur en betaalbare koopwoningen. Dat belang dient volgens D66 nadrukkelijk meegenomen te worden. D66 is voorstander van samenwerking maar nu nog niet via een 7
gemeenschappelijke regeling. D66 wenst eerst een integraal plan, waarin samenwerking, organisatievorm en huisvesting gezamenlijk worden afgewogen. Tot die tijd zou een samenwerkingsovereenkomst met Goeree-Overflakkee afgesloten kunnen worden, die de ruimte biedt om praktisch samen te werken, zonder dat Voorne aan Zee het risico draagt. Een andere optie is het sluiten van een intentieovereenkomst. Mevrouw Vermeer (PVaZ) deelt mee dat de fractie met het voorstel kan instemmen. De gehouden informatieavond heeft bijgedragen aan de bewustwording dat het van belang is dat het archief naar een nieuwe locatie gaat. Mevrouw Vermeer is van mening dat bij een gemeenschappelijke regeling ook gestreefd moet worden naar een evenredige kostenverdeling. Zij gaat ervan uit dat dit in het voorstel meegenomen wordt. Wethouder Priester is blij met de overwegend positieve reacties op de toetreding van Goeree-Overflakkee tot de gemeenschappelijke regeling Streekarchief. Zij uit haar begrip over de zorgen die er bestaan rondom de kosten. Zij verzekert de raad dat daar nog uitgebreid en zorgvuldig met de raad over zal worden gesproken. Het voorstel wordt met 27 stemmen voor (BVNL, CDA, FVD, Fractie Den Brok, GL/PvdA, IBV, PVaZ, Partij met Lef!, VVD, ONS Brielle (dhr. Smit)) en 4 stemmen tegen (D66, Vrij Voorne, ONS Brielle (mw. Dudink)) aangenomen. 13.
Verordening Fysieke Leefomgeving, eerste wijziging en de Restverordening Afvalstoffenverordening Voorne aan Zee 2025 (grondgebied voormalige gemeente Hellevoetsluis). Naar aanleiding van technische vragen zijn er voorafgaand aan de Commissie Ruimte al een aangepast raadsvoorstel en een conceptbesluit bijgevoegd. Die wijzigingen zijn vooral tekstueel en technisch van aard. Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) vraagt zich af of een weigering van de voorliggende verordening zou betekenen dat het college niet bevoegd is een afvalinzamelaar aan te stellen in de voormalige gemeente Hellevoetsluis. Gebleken is dat het aanwijzen van een afvalinzamelaar geen bevoegdheid is van het college. Als de raad de restverordening niet aanneemt, is het college niet bevoegd om Reinis aan te wijzen als afvalinzamelaar. Als de verordening wel wordt aangenomen, is het college per 1 oktober 2025 wel bevoegd om een afvalinzamelaar aan te wijzen. Volgens mevrouw De Rijke zijn de stappen die tot nu toe zijn genomen in tegenstelling tot wat de wethouder beweert, niet rechtmatig. Zij is van mening dat de raad tegen de muur is gezet en niet anders kan dan akkoord gaan met deze restverordening. In de schriftelijke beantwoording op de vragen van Partij met Lef!, geeft het college als antwoord dat de raad bij een nieuw afvalbeleid bepaalt wat de frequentie van het ophalen van afval wordt.
Volgens mevrouw De Rijke staat dit echter haaks op de verordening die vanavond wordt vastgesteld en waarin staat dat de frequentie een bevoegdheid van het college wordt. Mevrouw De Rijke vraagt de wethouder of hij kan toezeggen dat de bevoegdheid voor het vaststellen en eventueel veranderen van de frequentie van het ophalen van afval volledig ligt bij de gemeenteraad en dus niet bij het college. De heer Noordermeer (PVaZ) benadrukt dat het niet alleen gaat om het ophalen van afval, maar ook om afval dat bij de milieustraat wordt gebracht en hoe dit verwerkt wordt. Hij kan zich vinden in het betoog van mevrouw De Rijke, dat er sprake is van hiaten in de stukken van de gemeente Hellevoetsluis. Zijns inziens kunnen deze hiaten prima gerepareerd worden. Mevrouw De Rijke interrumpeert de heer Noordermeer en vraagt hem of hij ook ziet dat wat er tot nu toe binnen het dossier is gebeurd, onrechtmatig is. Het repareren van hiaten impliceert haars inziens niet dat wat in het verleden is gebeurd, ook gerepareerd wordt. 8
De heer Noordermeer reageert dat het erom gaat, dat er beslissingen zijn gemaakt met betrekking tot de afvalinzameling in Hellevoetsluis. Volgens hem moet er soms van koers gewijzigd worden en doet de gemeente het op dit punt goed. Mevrouw De Rijke interrumpeert opnieuw en wijst erop dat hier sprake is van een wethouder die heeft beweerd dat het aanwijzen van een afvalinzamelaar een bevoegdheid van het college is. Nu blijkt dat dit voor Hellevoetsluis niet zo was. De heer Noordermeer is van mening dat het gaat om hoe er nu verder wordt gegaan. Zijns inziens is het logisch om de samenwerking met Reinis aan te gaan. Hij wijst erop dat er een gezamenlijk grondstoffenplan moet komen en dat hier een goede discussie over gevoerd moet worden. Mevrouw Van Noort (GL/PvdA) geeft aan dat voor haar fractie van belang is dat het afvalbeleid zorgvuldig en toekomstgericht wordt ingericht. De fractie volgt het voorstel om Reinis per 1 oktober 2025 aan te wijzen als inzameldienst, zodat de continuïteit van de afvalinzameling in de gemeente gegarandeerd is. De fractie is tevreden met het feit dat de ingebrachte verbeteringen in de nieuwe stukken zijn toegepast en steunt de reparatie van de restverordening, zodat er een uniforme en rechtsgeldige basis is voor de afvalinzameling in heel Voorne aan Zee.
Tegelijkertijd wil GL/PvdA benadrukken dat de ambitie om een circulaire gemeente te worden voor de fractie belangrijk is. Daarom is het van belang dat na de transitie snel gestart wordt met het opstellen van een gezamenlijk grondstoffenbeleid, zodat de raad dit kan vaststellen. Mevrouw Van Noort is benieuwd naar de voordelen van de nieuwe dienst. De heer Hoogzand (FVD) geeft aan het betoog van mevrouw De Rijke te steunen en achter de vragen te staan die zij gesteld heeft. Wethouder Van Orselen begint met de constatering dat vanavond een verordening gerepareerd wordt, die voor Brielle en Westvoorne op 21 december 2023 al is vastgesteld. Het gaat daarbij om de afvalstoffenverordening en het opnemen ervan in de verordening fysieke leefomgeving. Hij licht toe dat de verordening betekent dat het college de inzamelaar aanwijst. Dit gaat niet alleen over Reinis, maar ook over de inzameling van textiel, glas et cetera. Door een verordening te publiceren, kunnen partijen de gemeente daarop aanspreken en kan de gemeente handhaven. Zonder verordening, zoals het geval is in Hellevoetsluis, kan iedereen afval gaan inzamelen. Met de voorliggende verordening wordt dit gerepareerd. Op het moment dat de gemeenteraad spreekt over het beleid rondom afval en het grondstoffenbeleid, ligt de bevoegdheid voor het vaststellen van de inzamelfrequentie bij de gemeenteraad.
Het gesprek zal dan ook gaan over circulariteit. Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) vraagt zich af hoe de verordening hierop aansluit, terugverwijzend naar het feit dat zij eerder aanhaalde, dat het college gaat over de inzamelfrequentie. Wethouder Van Orselen reageert dat de verordening een juridisch perspectief is dat door de gemeente naar buiten wordt gebracht, opdat de gemeente aangesproken kan worden, maar ook kan handhaven. In die zin ligt die bevoegdheid bij het college. Het neerzetten van de inzamelfrequentie, het type inzameling, de wijze van circulariteit et cetera ligt bij de raad op het moment dat er gesproken wordt over het grondstoffenbeleid of afvalbeleid. Daar maakt de raad de keuzes. De heer Van Orselen laat weten dat zodra de nieuwe inzamelaar actief is, zo snel mogelijk gestart zal worden met beleid rondom circulariteit. De heer Smit (ONS Brielle) vraagt of deze verordening betekent dat afval vanaf 1 oktober a.s. voorlopig opgehaald wordt op de wijze waarop het nu gebeurt. 9
Wethouder Van Orselen bevestigt dit. Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) verzoekt om een schorsing van de vergadering. De voorzitter stemt in met dit verzoek en schorst de vergadering voor de duur van 10 minuten. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan mevrouw De Rijke (Partij met Lef!). Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) stelt vast dat elke stap die genomen is om tot een nieuwe afvalinzamelaar te komen, niet rechtmatig is en ook niet zal worden. Zij neemt dit de wethouder zeer kwalijk en vindt het ernstig dat niemand in de raad hierover valt. Zij blijft van mening dat het college niet bevoegd was om Reinis aan te wijzen voor voormalige gemeente Hellevoetsluis. Het sturen van een raadsinformatiebrief op 18 september 2025 ziet zij als minachting voor de raad. De raad heeft geen andere keuze en zal in het belang van de inwoners met het voorstel moeten instemmen. Mevrouw Den Brok (Fractie den Brok) vat samen dat mevrouw De Rijke zegt dat in de verordening staat dat het bepalen van de inzamelfrequentie een bevoegdheid is van het college. Wethouder Van Orselen zegt dat het een bevoegdheid is van de raad. Mevrouw Den Brok meent dat als het een bevoegdheid is van de raad, de verordening aangepast zou moeten worden. Zij ontvangt graag meer toelichting. De heer Mulder (D66) wijst erop dat het inmiddels bijna 1 oktober is.
Zijns inziens kan de raad niet anders dan instemmen, ondanks het feit dat er stevige tegenargumenten zijn ingebracht. Het college heeft besloten om met Reinis in zee te gaan, terwijl er een andere aanbieder was die meer aandacht had voor het milieu en die wat D66 betreft de voorkeur had. De heer Mulder is van mening dat het belang van de burger op dit moment het zwaarst weegt en dat gezorgd moet worden dat er per 1 oktober een afvalinzamelaar is. D66 had graag gezien dat het anders was gelopen, maar zal instemmen met het voorliggende voorstel. De heer Hoogzand (FVD) verzoekt om een verklaring van de wethouder en het college, hoe de bevoegdheid tot stand is gekomen en er beslissingen zijn genomen terwijl de bevoegdheid er niet was. Mevrouw Witte (Vrij Voorne) laat weten dat Vrij Voorne het betoog ondersteunt van mevrouw De Rijke. De fractie dringt aan op een goede evaluatie van het proces met alle raadsleden en het college. Daarnaast ervaart de fractie ook met de rug tegen de muur te staan en niet de mogelijkheid te hebben om tegen het voorstel te kunnen stemmen. De fractie zal dan ook voor stemmen, met de kanttekeningen die zijn benoemd. De heer Noordermeer (PVaZ) merkt op dat het gaat om de juiste/laagste prijs, zoals in het geval van Reinis, maar ook om hoe gezorgd kan worden dat Voorne aan Zee samen met Nissewaard een circulaire gemeente wordt.
Mevrouw Witte (Vrij Voorne) interrumpeert en vraagt waaruit is gebleken dat Reinis de laagste prijs biedt. De heer Noordermeer (PVaZ) antwoordt dat hij dat zelf heeft bedacht. Hij wijst erop dat Reinis maar een deel is van het verhaal. Het gaat ook over klein chemisch afval, EPS, glas et cetera. De verwerking hiervan moet goed, netjes en goedkoop. Wethouder Van Orselen licht toe dat de verordening die de raad vaststelt openbaar inzichtelijk is. Daarmee wordt de bevoegdheid aan het college gegeven om een inzamelaar 10
aan te wijzen. Dat kan gebeuren op basis van een inbestedingscontract of een aanbestedingscontract. De keuze voor de inzamelaar is een ander proces. De heer Hoogzand (FVD) interrumpeert en vraagt of hij juist constateert dat het college de bevoegdheid wel had om de inzamelaar te kiezen. Wethouder Van Orselen licht toe dat de raad in 2023 in de verordening voor Brielle en Westvoorne de bevoegdheid heeft gedelegeerd aan het college. Het college kan met die bevoegdheid contractpartijen benoemen als exclusieve inzamelaar op het grondgebied. Op het moment dat een willekeurige andere inzamelaar actief wordt in Voorne, kan de gemeente daarop handhaven. Dit is echter niet gebeurd voor het grondgebied van Hellevoetsluis. Daarom ligt er nu een voorstel om dit te repareren. Mevrouw Den Brok (Fractie Den Brok) wijst erop dat in de verordening staat dat het bepalen van de inzamelfrequentie een bevoegdheid is van het college maar dat de wethouder mondeling toezegt dat het een bevoegdheid is van de raad. Zij is van mening dat dit ook in de verordening opgenomen moet worden. Wethouder Van Orselen wijst er nogmaals op dat de frequentie met de raad besproken wordt bij het grondstoffenbeleid en afvalbeleid. De raad markeert samen met het college op welke wijze en met welke frequentie er ingezameld gaat worden. Dat neemt het college mee en gaat dit uitvoeren op basis van de verordening.
Het college gaat uitvoeren wat het beleid voorschrijft. Mevrouw Den Brok (Fractie Den Brok) blijft van mening dat de verordening aangepast moet worden. Wethouder Van Orselen concludeert dat er sprake is van een meningsverschil. Het voorstel wordt met 30 stemmen voor (BVNL, CDA, D66, Fractie Den Brok, GL/PvdA, IBV, ONS Brielle, PVaZ, Partij met Lef!, VVD, Vrij Voorne) en 1 stem (FVD) tegen aangenomen. 13A. Motie BVNL, ‘Familiewonen in Voorne aan Zee’ De heer Dedert (BVNL) wijst erop dat in Voorne aan Zee sprake is van een groot woningtekort. Ondertussen beschikt de gemeente over voldoende tuinen, garages en bijgebouwen, die met kleine aanpassingen geschikt gemaakt zouden kunnen worden voor tijdelijk wonen. BVNL vindt dat de gemeente daar gebruik van moet maken, door inwoners de mogelijkheid te bieden om familie tijdelijk te huisvesten in een bijgebouw of een woonunit in de tuin. In de motie wordt het college gevraagd om de organisatie en uitvoering van familiewonen op te tuigen, voor de tijdelijke duur van maximaal 10 jaar, met duidelijke voorwaarden en met oog voor leefbaarheid en esthetiek. De heer Noordermeer (PVaZ) staat achter het principe van extra wonen en meer zaken toestaan. Hij heeft zelf ook een aantal moties met dit thema ingediend. Hij meent dat het college heeft toegezegd dat op dit gebied er iets aankomt binnen één of twee cycli.
Zijn voorstel is om deze motie te bespreken op het moment dat de commissie dan wel de raad eraan toe is. Voorts wijst de heer Noordermeer erop dat er wordt gesproken over een termijn van maximaal 10 jaar. Zijn voorstel is om dit ruimer te nemen. Tevens wordt in de motie gesproken over eerste graad, wat betekent dat een deel van de familie wordt uitgesloten. De heer Noordermeer stelt voor dit niet op deze wijze te beperken. De heer Hoogzand (FVD) laat weten dat FVD de motie begrijpt en sympathiek vindt, maar zich afvraagt of hier niet al een andere mogelijkheid voor bestaat. Zo niet, stelt FVD voor de motie meer kracht te geven door het een meer opdragend karakter te geven. 11
Mevrouw Bakker-de Waal (CDA) merkt op dat de raad voor de zomer een raadsinformatiebrief heeft ontvangen over pre-mantelzorgwoningen. Het is nu al mogelijk om voor maximaal 2 inwoners voor 10 jaar een pre-mantelzorgwoning te plaatsen. Het CDA zoekt naar de verschillen tussen familiewonen, pre-mantelzorgwoningen en andere vormen en verzoekt om duidelijke regels te maken die elkaar aanvullen en niet elkaar overlappen. Het CDA kan zich vinden in het voorstel van de heer Noordermeer om de motie te bespreken op het moment dat er ook andere zaken besproken worden die te maken hebben met dit onderwerp. Al met al is het CDA voorstander van extra woningen op percelen waar ruimte is. Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) laat weten dat de partij dit een lastige motie vindt en dacht dat het al mogelijk was om familie door middel van een vergunningsaanvraag achter op het erf te laten wonen. De partij kan zich minder vinden in het korte tijdspad. Uiterlijk 1 maart 2026 moet het college de raad informeren over de ervaringen met het familiewonen, terwijl hier eerst nog beleid op moet worden gemaakt. Voor het opstellen van het beleid is echter geen einddatum aangegeven in de motie. Verwacht wordt dat het gaat om een complexe opgave. De Partij met Lef! kijkt uit naar een uitgewerkt voorstel van het college, waarin een afweging gemaakt wordt tussen de voor- en nadelen van familiewonen.
De partij wil de motie graag steunen, maar hoopt dat BVNL de laatste bullet wil verwijderen en aan bullet 2 een einddatum wil toevoegen, zodat het college op korte termijn met een beleidsvoorstel moet komen. De heer De Jong (VVD) wijst erop dat al vele malen via moties of amendementen is gesproken over dit thema. Hij is benieuwd naar het betoog van de wethouder, waarvan hij weet dat hij al bezig is om beleid te ontwikkelen, waarin alle genoemde aspecten aan de orde komen. Mevrouw Witte (Vrij Voorne) kan zich vinden in het betoog van de heer Noordermeer. Als de motie kan worden aangepast en uitgebreid met de zaken die genoemd zijn, kan Vrij Voorne die zeker ondersteunen. Ook het betoog van mevrouw Bakker-de Waal heeft geleid tot nadenken. Mevrouw Witte oppert om niet alleen met elkaar na te denken over levensduurbestendige woningen maar ook over levensduurbestendige locaties, die wellicht in de toekomst meer mogelijkheden kunnen bieden dan individuele woningen. Mevrouw Verschoor (GL/PvdA) ziet de kansen die familiewonen biedt. Het tijdelijke karakter van maximaal 10 jaar geeft ruimte om ervaring op te doen, voordat landelijke regels worden vastgesteld. De fractie heeft echter twijfels bij de motie van BVNL. De insteek lijkt vooral gericht op gemak voor enkelen en laat te weinig zien dat rechtvaardigheid, betaalbaarheid en leefbaarheid wordt gewaarborgd.
Zonder duidelijke kaders en goede participatie kunnen misbruik, overlast, verlies van groen, parkeerdruk en geluidsoverlast ontstaan. Ook brandveiligheid en afstemming met landelijke wetgeving is belangrijk. Het lijkt de fractie beter om de motie in een bredere discussie te bespreken, waarbij bovengenoemde punten, maar ook financiële toegankelijkheid voor alle inkomens, kunnen worden besproken, zodat familiewonen niet alleen haalbaar is voor mensen met veel middelen. Wethouder Spoon constateert dat er al lang wordt gesproken over familiewonen. In Voorne aan Zee is het altijd bijwonen genoemd, wat op hetzelfde neerkomt. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie in april dit jaar, is een amendement aangenomen door de raad, waarin het college werd opgedragen beleidsregels te maken voor pre-mantelzorgwonen en bijwonen. Het mantelzorgwonen is landelijk al geregeld. Het college heeft het pre-mantelzorgwonen en het bijwonen uit elkaar gehaald, omdat met name het bijwonen wat schuurt met provinciale regels. Pre-mantelzorgwonen is door het college vastgesteld op 10 juni jl.. en daarover is een raadsinformatiebrief verstuurd op 13 juni jl.. In die brief heeft het college aangegeven verder te gaan met de uitwerking van beleidsregels met betrekking tot bijwonen. Vandaag heeft het college kans gezien om met de commissaris van de Koning te spreken waarbij 12
aandacht is gevraagd voor bijwonen. Het idee werd goed ontvangen en de verwachting is dat in Q4 de beleidsregels middels een raadsinformatiebrief kunnen worden gepresenteerd. De voorzitter constateert dat de wethouder nog niet aangegeven heeft hoe het college aankijkt tegen de motie als zodanig. Wethouder Spoon concludeert dat er nog veel vragen zijn over de motie. Hij adviseert de heer Dedert om de motie in te trekken of aan te houden en het college de gelegenheid te geven meer duidelijkheid te verschaffen over de regelgeving. De heer Dedert (BVNL) verzoekt om een schorsing. De voorzitter stemt in met dit verzoek en schorst de vergadering voor de duur van 5 minuten. De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Dedert. De heer Dedert (BVNL) laat weten blij te zijn met de mededeling van de wethouder dat het college bezig is met pre-mantelzorgwonen en verder gaat met bijwonen. De reacties van de overige raadsleden bestonden veelal uit positieve adviezen. BVNL houdt de motie aan en neemt de tijd om de opmerkingen te bespreken. De voorzitter concludeert dat motie 13A wordt aangehouden. 13B. Motie Vrij Voorne, ONS Brielle ‘Pilot e-Klok in samenwerking met Stedin Mevrouw Witte (Vrij Voorne) licht toe dat de motie gaat over het middelen in de energiebehoefte op bepaalde tijden.
Overdag wordt er veel elektriciteit geproduceerd, zonder dat daar afname tegenover staat. Op piekmomenten wordt er meer geconsumeerd dan er wordt geproduceerd. Als dit gemiddeld kan worden, is er sprake van een betere spreiding van de capaciteit, wat betekent dat er meer aansluitingen gerealiseerd kunnen worden binnen de huidige netcongestie. In Rotterdam is in samenwerking met Stedin de zogenaamde e-Klok gerealiseerd. Het verzoek is om vanuit Voorne aan Zee ook in overleg te treden met Steden om ditzelfde ook mogelijk te maken, zodat huidige en toekomstige huishoudens gebruik kunnen maken van die momenten, dat er wel productie is en weinig afname. In de motie wordt het college opgedragen in samenwerking met Stedin een pilot met de e-Klok in de gemeente Voorne aan Zee uit te voeren, hiervoor € 25.000 beschikbaar te stellen uit het budget duurzaamheid energietransitie en de raad uiterlijk 1 jaar na de start van de pilot te informeren over de resultaten. De heer Noordzij (IBV) concludeert dat het voorstel voornamelijk gaat om bewustwording. In de motie wordt gesproken over een pilot, maar wordt niet duidelijk wat die precies inhoudt. Ook wordt er gesproken over een app. De heer Noordzij wijst erop dat er al vele apps gebruikt worden, zeker door mensen die zelf stroom opwekken.
IBV kan zich niet vinden in de motie maar kan zich wel voorstellen dat vanuit het college nog wel een reactie kan komen over de bewustwording van inwoners. Die kunnen gewezen worden op de e-Klok en op de websites waar veel besparingstips op staan. De heer Noordzij voegt toe dat het meten op postcodegebied op dit moment nog niet mogelijk is. De heer Hoogzand (FVD) laat weten dat de FVD van mening is dat inwoners al voldoende subsidie ontvangen in het kader van duurzaamheid. De FVD gaat daarom niet mee in de motie. Mevrouw Den Brok (Fractie den Brok) wijst erop dat Stedin op haar website aangeeft dat een app voor de e-Klok nog in ontwikkeling is. De klok is nu door iedereen te bekijken op de website. Fractie den Brok ziet het nut van een extra pilot niet in.
13
Mevrouw De Rijke (Partij met Lef!) vindt het idee van de motie sympathiek, maar vraagt zich af of inwoners hierdoor hun gedrag aan zullen passen. Zij acht de kans op weinig animo reëel terwijl er wel € 25.000 voor wordt gevraagd. Bovendien is de gemeente afhankelijk van een externe partij die dit ontwikkelt en beheert. Daarmee lijkt het volgens mevrouw De Rijke meer op een marketingtool van Stedin waar de gemeente aan meebetaalt. Mevrouw Verschoor (GL/PvdA) laat weten dat de fractie de energietransitie steunt, evenals slimme oplossingen voor duurzaam gedrag. Deze motie geeft echter één commerciële partij een exclusieve positie, zonder dat onderzocht is of er alternatieven zijn en of andere partijen mee kunnen doen. GL/PvdA vindt dat gemeentelijk geld effectief en transparant moet worden ingezet. Mevrouw Witte (Vrij Voorne) interrumpeert mevrouw Verschoor en laat weten dat Stedin geen commerciële partij is, maar een netbeheerder. Mevrouw Verschoor merkt op dat een brief, advertentie of andere vormen van aandacht voor de energietransitie, waarbij de e-Klok als instrument kan worden gepresenteerd, ook mogelijkheden zijn binnen de bestaande middelen. Op die manier kan bewustwording bij inwoners en ondernemers worden gestimuleerd, zonder extra financiële of juridische risico’s voor de gemeente.
Wethouder Schop wijst erop dat via meerdere kanalen mensen al bewust worden gemaakt van verstandig energiegebruik. Een fysieke klok is symbolisch, hangt op één plek en is door de mensen thuis niet te zien. Het college kan zich dan ook niet vinden in het voorstel. De heer Schop oppert dat e-Klok die Stedin heeft, wel via de digitale borden gepromoot kan worden. Deze optie wil het college wel toezeggen. De motie wordt met 5 stemmen voor (D66, ONS Brielle, Vrij Voorne) en 26 stemmen tegen (BVNL, CDA, FVD, Fractie Den Brok, GL/PvdA, IBV, PVaZ, Partij met Lef!, VVD) verworpen. 13C. Motie CDA, Ongevraagde adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein Mevrouw Bakker-de Waal (CDA) licht toe dat vaak gesproken wordt over het belang van betrokken inwoners, over het versterken van een participatiesamenleving en over het serieus nemen van ervaringsdeskundigen. De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) bestaat uit een groep inwoners, die zich vrijwillig inzet om kritisch en betrokken mee te denken over het beleid dat mensen in kwetsbare posities raakt. Dit doen zij niet alleen wanneer erom gevraagd wordt, maar zij nemen hierbij ook zelf initiatief en geven ongevraagde adviezen aan het college. Mevrouw Bakker-de Waal beschouwt deze ongevraagde adviezen als waardevol. Op dit moment worden deze adviezen naar het college gestuurd en de raad krijgt deze niet automatisch onder ogen.
Het CDA vindt dit een gemiste kans. Het delen van de ongevraagde adviezen kan de gemeenteraad helpen bij besluitvorming. De motie vraagt het college om ongevraagde adviezen van de ASD actief met de gemeenteraad te delen, evenals de bestuurlijke reactie hierop. De heer Heijndijk (IBV) reageert dat de adviesraad voor het college is. De gemeenteraad maar ook inwoners kunnen altijd een vergadering van de adviesraad bijwonen. Als er adviezen zijn die enkel bedoeld zijn voor het college, hoeven deze niet met de gemeenteraad gedeeld te worden. Adviezen die wel van belang zijn voor de gemeenteraad worden al doorgestuurd. Het IBV vindt de motie overbodig en steunt deze dan ook niet. Mevrouw Van Noort (GL/PvdA) zegt dat ook al is de adviesraad er vooral om het college te adviseren, zij het eens is met de motie van het CDA. Zij haalt een voorbeeld aan waarbij de raad niet op de hoogte was van een verzoek van de adviesraad en dit als een gemis heeft ervaren. In Brielle worden de adviezen wel standaard gedeeld met de raad en zij stelt voor om dit in Voorne aan Zee ook te doen. 14
De heer Smit (ONS Brielle) merkt op dat de motie zijns inziens een systeemfout aangeeft. De adviesraad is bedoeld voor het geven van adviezen aan het college. Op het moment dat adviezen van de adviesraad aan de raad gegeven moeten worden, is de verhouding anders. De heer Smit vraagt zich af of dit in de regelingen zo is. De raad kan het college verzoeken om de ongevraagde adviezen bij bepaalde onderwerpen aan de raad te doen toekomen. Dat geeft een verzwaring aan het onderwerp dat de adviesraad aan de orde wil brengen. De heer Smit is van mening dat feitelijk niet kan wat in de motie staat, maar dat hij wel achter het verzoek aan het college staat om de adviezen kenbaar te maken bij de onderwerpen waar het past. Mevrouw Den Brok (Fractie den Brok) sluit zich aan bij de heer Smit. De adviesraad is een onafhankelijke adviesraad voor het college en niet voor de raad. Formeel gezien is het college niet bevoegd om adviezen van de adviesraad direct door te sturen naar de raad. Hiervoor zal eerst toestemming gevraagd moeten worden van de adviesraad. De heer Mulder (D66) laat weten dat D66 de motie steunt. Het delen van adviezen brengt volgens hem maximale transparantie met zich mee. Als het delen in strijd is met de regels, pleit hij ervoor om de regels aan te passen. De heer Hoogzand (FVD) schaart zich achter D66 en laat weten dat FVD de motie steunt.
Wethouder Priester licht toe dat als het college stukken verzendt waar de raad een besluit over moet nemen en waar de adviesraad over geadviseerd heeft, het advies van de adviesraad wordt toegevoegd. De adviesraad brengt echter ook ongevraagd advies uit over zaken die zij tegenkomen. Daar gaat de motie over. De motie vraagt om alle ongevraagde adviezen van de ASD gelijktijdig met het ontvangst door het college, actief ter informatie aan de gemeenteraad te sturen en eventuele bestuurlijke reacties op deze adviezen eveneens met de raad te delen. De verordening ASD stelt dat de adviesraad tot taak heeft het college te informeren en te adviseren en ontwikkelingen te signaleren die van belang zijn voor inwoners van Voorne aan Zee. De adviesraad richt zich dus primair op het college. De raad ontvangt op dit moment het jaarverslag van de ASD met daarin alle gevraagde en ongevraagde adviezen, inclusief de bijbehorende bestuurlijke reactie van het college. Het college vindt het geen probleem om de ongevraagde adviezen naar de raad te sturen, maar voegt dan wel graag eerst de bestuurlijke reactie toe. Onderzocht is of de verordening hiervoor aangepast moet worden. Dat is niet het geval. Mevrouw Den Brok (Fractie den Brok) interrumpeert de wethouder en vraagt of het college de ongevraagde adviezen doorzet zonder hiervoor eerst toestemming te vragen van de adviesraad.
Wethouder Priester antwoordt dat de adviesraad bezig is met een professionalisering, waarin dit punt opgenomen zal worden. Gezien de goede samenwerking met de adviesraad, zal het verkrijgen van toestemming volgens haar geen probleem zijn. Als het woord gelijktijdig uit de motie wordt verwijderd, kan het college de motie ondersteunen. Mevrouw Bakker-de Waal (CDA) kan zich vinden in het voorstel van mevrouw Priester. Stemming gewijzigde motie De motie wordt met 30 stemmen voor (CDA, D66, FVD, Fractie Den Brok, GL/PvdA, IBV, ONS Brielle, PVaZ, Partij met Lef!, VVD, Vrij Voorne) en 1 stem tegen (BVNL) aangenomen. 13D. Motie GL/PvdA, ‘Naar een integraal plan tegen geweld in afhankelijkheidsrelaties en femicide’ 15
De heer Van Stijn (GL/PvdA) geeft het college een compliment voor de snelheid waarmee gereageerd is op de motie. Hij verwijst naar het betoog van mevrouw Van der Molen eerder op de avond. Ter illustratie van de motie laat hij weten dat Veilig Thuis in 2024 440 meldingen heeft ontvangen van huiselijk geweld. Deze cijfers staan los van alle gevallen die niet bekend zijn. Voor de fractie zijn twee zaken van belang: Afstemming en samenhangend beleid in samenwerking met alle betrokken mensen; Een signaal van de raad dat de problematiek serieus genomen wordt en betrokkenen daarmee een stem en een steun in de rug geven. De heer Van Stijn wijst op één wijziging in de motie, betreffende de laatste bullet. Daar staat eerste helft 2026 maar dan zal er sprake zijn van een nieuwe raad en mogelijk ook een nieuwe wethouder. Zijn voorstel is om dit te wijzigen in Q1 2026. Mevrouw Boender (VVD) wijst erop dat de VVD in mei ook al aandacht voor dit onderwerp heeft gevraagd, waarop antwoord is ontvangen van wethouder Priester. Zij liet weten dat femicide al een plek heeft binnen het Sociaal Domein en binnen het integraal veiligheidsplan. Zij vraagt aan de wethouder wat nog verder ontwikkeld zou moeten worden naast alles wat al gedaan wordt. De heer Hoogzand (FVD) laat weten dat FVD het een sympathieke motie vindt, maar nog twijfelt of hij voor of tegen stemt.
Op dit moment ziet FVD nog geen toegevoegde waarde aan alles wat al gedaan kan worden. FVD vraagt de wethouder of er signalen zijn dat er te weinig gedaan wordt. FVD ziet voldoende instanties die hulp kunnen bieden en oppert meer bekendheid te geven aan waar men terecht kan. De FVD adviseert de indieners consistentie te betrachten met de landelijke politiek waarbij GL/PvdA tegen stemde bij een soortgelijke motie. Mevrouw Vermeer (Partij Voorne aan Zee) uit haar bewondering voor inspreekster Van der Molen. Zij laat weten dat binnen de fractie ook veel over het onderwerp gesproken wordt. De fractie wenst van de wethouder te horen wat er nu al wordt gedaan. De heer Soetens (IBV) sluit zich aan bij de voorgaande sprekers. Het IBV vraagt zich af wat van het landelijke beleid opgepakt en doorgevoerd kan worden in de gemeente. De heer Mulder (D66) wijst op het betoog van de inspreekster, waarin zij wees op de inzet van ervaringsdeskundigen. Hij vraagt of de wethouder kan aangeven in hoeverre deze inzet al in het instrumentarium is opgenomen. Wethouder Priester dankt mevrouw Van der Molen voor het inspreken en wijst erop dat in de raadsinformatiebrief die deze week verstrekt is, stond vermeld wat de gemeente op lokaal niveau reeds aan maatregelen heeft getroffen met betrekking tot dit onderwerp. Zij merkt op dat de motie en de brief elkaar mogelijk hebben gekruist.
In de brief wordt de raad geïnformeerd over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, die aansluit bij landelijke en regionale strategieën, zoals het plan Stop femicide. Structureel wordt ingezet op preventie, signalering en hulpverlening. Ook wordt jaarlijks aandacht besteed aan Orange the world, de wereldwijde campagne om geweld tegen vrouwen en meisjes te beëindigen. Verder wordt actief deelgenomen aan de campagne Is dit liefde?. Mevrouw Priester verwijst naar een video die de gemeente gepost heeft op Facebook en Instagram. Deze indringende video richt zich op het vroegtijdig herkennen van ongezonde en onveilige relaties en het bespreekbaar maken van waarschuwingssignalen. De gemeente biedt het AWARE-systeem aan. Dit is een persoonlijk alarmsysteem, dat direct in contact staat met de politie. Ook binnen het veiligheidsdomein is femicide een belangrijk onderwerp. Er wordt expliciet ingezet op vroegsignalering en preventie om escalatie te voorkomen. Tussen de verschillende maatschappelijke instanties bestaat een zeer nauwe samenwerking en actieve informatieuitwisseling. De burgemeester heeft de portefeuille Zorg en Veiligheid binnen het samenwerkingsverband van de 23 samenwerkende gemeenten in de regio Haaglanden, 16
Goeree-Overflakkee, Krimpenerwaard en Midden-Holland onder zich. Femicide heeft hierin de bijzondere aandacht. Mevrouw Priester vindt de motie bijzonder sympathiek, maar op dit moment overbodig. Zij merkt nog op dat zij in de veronderstelling verkeert dat de gemeente samenwerkt met Ervaring in huis. Zij gaat dit na en komt hier schriftelijk op terug. Tot slot wijst mevrouw Priester erop dat het plan van aanpak dermate specifiek en uitgebreid is, dat het volgens haar te ver gaat om dat plan van uitvoering door de raad te laten vaststellen. Zij doet daarom een beroep op het vertrouwen van de raad. De heer Van Stijn (GL/PvdA) gaat in op de uitspraak van mevrouw Priester dat de motie overbodig is. Hij wijst nogmaals op het betoog van mevrouw Van der Molen en de meldingen die bij Veilig Thuis zijn binnengekomen. Zijns inziens wijst dit erop dat het allemaal nog niet zo goed loopt. Hij benadrukt het belang van de betrokkenheid van ervaringsdeskundigen. Vervolgens gaat hij in op de uitspraak van de heer Hoogzand over de consistentie met de landelijke politiek. De heer Van Stijn benadrukt dat de lokale fractie zelf bepaalt wat zij belangrijk vindt. Wethouder Priester reageert op de heer Van Stijn door te formuleren dat de motie in lijn is met het beleid en daarmee niet nodig is. De heer Smit (ONS Brielle) is van mening dat de wethouder bedoelt dat de motie ondersteunend is.
De heer Heijndijk (IBV) verzoekt het college en de agendacommissie om dit onderwerp te agenderen in de commissie. De motie wordt met 11 stemmen voor (D66, Fractie Den Brok, GL/PvdA, ONS Brielle, Partij met Lef!, Vrij Voorne, IBV (dhr. Westbroek)) en 20 stemmen tegen (BVNL, CDA, FVD, PVaZ, VVD, IBV (mw. Krajenbrink-Meinds en de heren Demirtürk, Heijndijk, Noordzij, De Reus, Soetens en Voncken)) verworpen. 15. Sluiting De voorzitter stelt voor om, alvorens tot sluiting van het openbare gedeelte van de raadsvergadering over te gaan, op basis van artikel 23 lid 2 van de gemeentewet de vergadering in beslotenheid voort te zetten, gelet op het feit dat er geheimhouding ligt op de onderliggende bescheiden. De voorzitter sluit de openbare vergadering om 22.49 uur met dank aan de deelnemers, de mensen op de publieke tribune en de kijkers thuis voor hun interesse.
17