concept-raadsbesluit
Tekst van het document
Artikel 39: Keuze invulling van de tegenprestatie De gemeente gaat uit van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de uitkeringsgerechtigden. We sluiten zo veel mogelijk aan op de interessegebieden van de uitkeringsgerechtigden. Daarmee wordt de motivatie tot het uitvoeren van de tegenprestatie vergroot. Tegelijk is de tegenprestatie niet vrijblijvend. Draagt de uitkeringsgerechtigde zelf een activiteit aan, dan toetst het college deze op additionaliteit en op haalbaarheid c.q. wenselijkheid. Zeker als het gaat om iemand met forse psychische beperkingen, is het belangrijk om niet alleen te kijken wat de uitkeringsgerechtigde zelf kan, maar ook wat de organisatie aan kan en te kijken naar de veiligheid voor de omgeving. Heeft iemand lichamelijke en/of psychische beperkingen, dan kan een arbeidsmedisch onderzoek worden uitgevoerd om te bepalen wat de mogelijkheden zijn. Voor de uitvoering van de tegenprestatie wordt de gemeente niet gecompenseerd. Om de kosten zoveel mogelijk te beperken, wordt daarom in eerste instantie met de uitkeringsgerechtigde samen gekeken naar activiteiten die binnen zijn of haar mogelijkheden liggen. Pas als dit geen uitkomst biedt, wordt een arbeidsmedisch onderzoek ingezet en aan de hand van de uitkomst van het onderzoek gekeken naar een passende activiteit.
Artikel 40: Geen werkzaamheden voorhanden voor de tegenprestatie In dit Artikel wordt bepaald dat geen tegenprestatie wordt opgedragen indien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn. Hiervan is sprake wanneer er geen maatschappelijk nuttige werkzaamheden binnen de eigen gemeentegrenzen voorhanden zijn. De Participatiewet verplicht gemeenten niet om buiten de eigen gemeentegrens een tegenprestatie te laten verrichten.
39
Artikel 41: Hardheidsclausule Aangezien maatwerk het uitgangspunt is van deze verordening, kunnen er altijd bijzondere gevallen zijn die een gemotiveerde afwijking ten gunste van belanghebbende rechtvaardigen, indien strikte toepassing van de bepalingen leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid van overwegende aard. Dit Artikel biedt daarvoor de mogelijkheid. Artikel 42: Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht Deze nieuwe re-intgratieverordening is opgesteld met 2 doelen: harmonisatie van het beleid van de 3 fusiegemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne; actualiseren van beleid naar aanleiding van de wetswijziging Breed offensief. Om deze reden is in Artikel XX is het intrekken van de oude participatieverordeningen van de fusiegemeenten als ook de verordening tegenprestatie van Westvoorne geregeld. In dit arikel is het overgangsrecht neergelegd. Het kan voorkomen dat personen een voorziening toegekend hebben gekregen op grond van de oude re-integratieverordening, die niet meer voldoet aan de voorwaarden uit deze verordening. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de oude participatieverordening voorzieningen bevat die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer worden verstrekt.
Ook is het denkbaar dat een persoon op grond van de oude participatieverordening wel in aanmerking zou komen voor een voorziening, maar door inwerkingtreding van deze verordening niet meer. De toegekende voorziening zou dan op grond van Artikel XX Gronden voor weigering of beëindiging, tweede lid moeten worden beëindigd. Om dit te voorkomen is in Artikel XX, tweede lid, geregeld dat dergelijke voorzieningen worden behouden voor ten hoogste de duur van 12 maanden of - als dit eerder is - voor de duur dat deze is verstrekt. Dit uiteraard voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de ‘oude’ participatieverordening. Wordt niet meer aan die voorwaarden voldaan, dan moet de voorziening worden beëindigd, bijvoorbeeld als een belanghebbende geen aanspraak meer heeft op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De periode van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening. Voortzetten toegekende voorzieningen Toegekende voorzieningen op grond van de ‘oude’ participatieverordening worden dus in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van die periode kan het college besluiten of een voorziening wordt voortgezet (vierde lid) Hierbij kan het college rekening houden met al gesloten overeenkomsten.
Voortzetting van een voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het college is gehouden de kosten van een dergelijke voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de voorziening. Lopende re-integratievoorzieningen kunnen in beginsel ná inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond volgens de overeenkomst. Voortzetting is niet mogelijk Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van de ‘oude’ participatieverordening of als de voorziening is toegekend voor een kortere duur dan12 maanden na inwerkingtreding van de verordening. Een voorziening dient immers niet langer te worden voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning. Ten aanzien van die voorziening blijft de ‘oude’ participatieatieverordening van toepassing (vierde lid).
40
Artikel 43: Inwerkingtreding en citeertitel Dit Artikel behoeft geen nadere toelichting. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Voorne aan Zee van 21 december 2023 de griffier, de voorzitter, drs. A. (Ariette) Goslings
dr. J.P. (Peter) Rehwinkel
41