CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept begroting MRDH 2027

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Aanbieden Jaarrekening 2025 MRDH, aanpassing begroting 2026 MRDH, concept ontwerpbegroting 2027 MRDH en zienswijze32.944 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij een worstcasescenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding verloren gaat, als hoog (90%) ingeschat. Hierdoor wordt de ondergrens voor risicoreserve vastgesteld op € 43 miljoen. Het verschil tussen de marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden gebruikt als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Mobiliteit (hoofdstuk 2.1.2). Hierdoor daalt de daarvoor benodigde BDU-bijdrage. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve voor financieringen in cijfers uitgewerkt. Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's)

Raming 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)

1.304.507.137

1.144.225.064

1.296.777.673

1.351.742.105

1.436.702.503

1.363.129.667

boekwaarde MVA HTM, RET en EBS

1.401.298.446

1.333.489.593

1.393.333.016

1.439.416.102

1.364.702.503

1.295.129.667

Economische waarde MVA (65% boekwaarde)

910.843.990

866.768.235

905.666.460

935.620.467

887.056.627

841.834.284

Dekkingstekort economische waarde versus financiering

393.663.147

277.456.829

391.111.213

416.121.639

549.645.876

521.295.383

Weging risico

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico

31.493.052

22.196.546

31.288.897

33.289.731

43.971.670

41.703.631

Netto/gewogen risico (ondergrens € 44 miljoen)

40.000.000

44.000.000

44.000.000

44.000.000

44.000.000

44.000.000

Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief

36.000.000

40.000.000

44.000.000

44.000.000

44.000.000

44.000.000

In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

7.443.723

8.769.301

6.743.819

11.755.872

11.925.642

11.760.304

Toevoeging opslag aan risicoreserve

4.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

0 3.443.723

0 4.769.301

0 6.743.819

0 11.755.872

0 11.925.642

0 11.760.304

In 2026 wordt de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten bereikt. Er is dan geen dekkingstekort op de vereiste reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2026 geen toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken.

49

Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2027: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering ov-bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:

€ 44 miljoen € 44 miljoen 1 (voldoende)

Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij een onderneming drijft voor activiteiten. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 sloten de MRDH en de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plusmethode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. Kengetallen Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Kengetal

2025

2026

2027

2028

2029

Begroting 2030

Netto schuldquote

158,7%

123,2%

124,9%

144,9%

159,8%

121,9%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-5,9%

-5,3%

-4,7%

8,7%

9,0%

-17,4%

Solvabiliteitsratio

2,3%

2,8%

2,7%

2,6%

2,5%

0,0%

Grondexploitatie

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Structurele exploitatieruimte

1,1%

1,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Belastingcapaciteit

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ongeveer 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.

Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH.

50

Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten.

4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Toekomstige investeringen worden gepland en begroot op basis van een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting en begrotingswijzigingen. Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2025 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, met uitzondering van gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven over de volgende termijnen: a. maximaal tien jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal tien jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. vijf jaar: telefooninstallaties; d. drie jaar: automatiseringsapparatuur; e. tien jaar: kantoormeubilair; f. maximaal tien jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving van activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaf.

Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van tien jaar. In 2017 is € 1,2 miljoen geïnvesteerd voor de verbouwing en herinrichting van dit pand. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen worden in tien jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en sloot daarvoor contracten af met gespecialiseerde marktpartijen.

51

Overige materiële vaste activa De kantoorinventaris en ICT-hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 kosteloos overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Naar aanleiding van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 is een nieuw datanetwerk aangelegd en is nieuw meubilair aangeschaft, met een totale investering van € 457.000. In 2018 zijn aanvullende ICT-investeringen gedaan. Deze hadden betrekking op de noodzakelijke vervanging van werkplekhardware in combinatie met de overstap naar een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (inclusief projectadministratie en verdere digitalisering van werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. Ook in de daaropvolgende jaren bleken investeringen noodzakelijk. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en de wijze van werken blijft voortdurend veranderen. Investeringen in kantoormeubilair worden in tien jaar afgeschreven, ICT-hardware in drie jaar en software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in zeven jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen.

Vanaf 2019 hebben onder meer de volgende grotere investeringen plaatsgevonden:  In 2019 zijn werkzaamheden uitgevoerd aan de parkeerplaats, het terras en de fietsenstalling.  In 2022 is in het kader van Het Nieuwe Werken geïnvesteerd in kantoormeubilair en vergaderfaciliteiten, waarbij zorgvuldig is gekeken naar maximaal hergebruik van bestaand meubilair.  In 2023 is geïnvesteerd in nieuwe koffiemachines.  In 2024 is gestart met de implementatie van diverse veiligheidsmaatregelen, zijn investeringen gedaan ten behoeve van live-uitzendingen en is geanticipeerd op technologisch noodzakelijke verbeteringen.  In 2025 zijn de resterende veiligheidsmaatregelen geïmplementeerd en is in enkele ruimtes vergadermeubilair en ICT-middelen vervangen. Voor 2026 staan meerdere investeringen gepland. Bij de start van de MRDH zijn de bureaus kosteloos overgenomen. Deze zijn inmiddels dusdanig verouderd dat vervanging noodzakelijk is. De totale kosten hiervoor zijn geraamd op € 100.000. Op ICT-gebied investeren we in nieuwe laptops en mobiele telefoons. In de afgelopen jaren is gebruikgemaakt van laptops via een bruikleenovereenkomst met de gemeente Den Haag. Deze overeenkomst loopt af, waardoor een eigen investering noodzakelijk wordt. De aanschaf van mobiele telefoons is daarnaast onder andere nodig om vervolgstappen te kunnen zetten op het gebied van informatieveiligheid.

De totale ICT-investering is geraamd op € 151.000.

52

Momenteel zijn wij bezig met het herzien en actualiseren van de meerjarige investeringsbegroting. Eventuele wijzigingen worden meegenomen in de eerste bestuursrapportage. Haltevoorzieningen Volgens de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zogenaamde abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen en het beheer en onderhoud zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten. De MRDH heeft hiervoor zelfstandig een contract aanbesteed. Het beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De haltevoorzieningen zijn per 31 december 2021 volledig afgeschreven. Gronden De MRDH bezit diverse percelen grond of heeft daarop een recht van opstal gevestigd voor de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen: Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432

Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan

Eigenaar Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH MRDH Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk Gemeente Rijswijk St. Medisch Centrum Haaglanden

Gerechtigde MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) geen geen MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (opstal) MRDH (erfpacht)

Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer

Er zijn geen financiële verplichtingen voor deze gronden.

53

4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie Per 1 januari 2026 heeft de MRDH-organisatie een verdere doorontwikkeling naar integraal werken ondergaan, waarbij bepaalde taken en verantwoordelijkheden zijn gewijzigd. De vaste formatie van de MRDH is, na vaststelling door het dagelijks bestuur op 30 juni 2025 en het algemeen bestuur op 11 juli 2025, gewijzigd van 95,60 fte naar 106,67 fte. De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Exploitatie en Subsidies, Beleid en Onderzoek en Projecten en Programma’s. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de afdelingen Bedrijfsvoering en Strategie en Omgeving. De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, stuurt zes leidinggevenden aan. De salarislasten van de secretaris-algemeen directeur wordt op dezelfde manier verdeeld als de salarislasten van alle andere staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 16% worden bekostigd uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% worden bekostigd uit de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdeling Exploitatie en Subsidies De afdeling Exploitatie en Subsidie is de schakel tussen beleid en uitvoering. De afdeling is verantwoordelijk voor het organiseren, financieren en verantwoorden van ov-concessies en mobiliteits- en economische projecten. Zij verzorgt subsidieverlening en -verantwoording, bewaakt de bekostiging en prestaties, en zorgt voor betrouwbare rapportages richting het Rijk en andere belanghebbenden. Er is één manager verantwoordelijk en geeft dagelijks leiding aan 19 fte. De ambtelijke inzet wordt voor 16% betaald uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% uit de BDU.

54

Afdeling Beleid en Onderzoek De afdeling werkt met gemeenten en partners aan beleidsontwikkeling en onderzoek voor mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat en ondersteunt bestuurlijke besluitvorming. Er is één manager verantwoordelijk en geeft dagelijks leiding aan 23 fte. De ambtelijke inzet wordt voor 16% betaald uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% uit de BDU. Afdeling Projecten en Programma’s De afdeling werkt met gemeenten en partners aan programma's en projecten voor mobiliteit en het economisch vestigingsklimaat. Er is één manager verantwoordelijk en geeft dagelijks leiding aan 24 fte. De ambtelijke inzet wordt voor 16% betaald uit de inwonerbijdrage EV en voor 84% uit de BDU. Afdeling MRDH Support Voor het behalen van de doelen uit de Strategische Agenda biedt de MRDH extra ondersteuning aan gemeenten: MRDH Support. Via MRDH Support kunnen gemeenten tijdelijk een beroep doen op medewerkers om hen te helpen bij de uitvoering van de regionale opgaven uit de strategische agenda. Zo boeken we met elkaar de gewenste resultaten uit de Strategische Agenda. De teamleider is verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing. Deze afdeling beschikt niet over een eigen begroting. Op 16 december 2022 heeft het algemeen bestuur vastgesteld dat voor dit onderdeel het budgetneutrale principe geldt voor de personeelslasten.

De personeelslasten van de medewerkers van MRDH Support worden gedekt uit de opbrengsten die de MRDH ontvangt van haar opdrachtgevers. Afdeling Bedrijfsvoering en Strategie en Omgeving De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in twee afdelingen. Bedrijfsvoering bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control, juridische zaken, HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. Strategie en Omgeving bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken, griffie, secretariaat en communicatie. De ambtelijke capaciteit voor deze afdelingen is tezamen 39,67 fte. De salarissen van de medewerkers komen voor 16% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 84% ten laste van de BDU. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 3,11 (prijspeil 2027) wordt in lijn met de afspraken (Kadernota MRDH begroting 2027) maximaal € 1,27 (prijspeil 2027) ingezet voor apparaatslasten. De werkelijke begroting voor apparaatslasten bedraagt in 2027 € 2.719.327 (zie tabel kostenverdeling hierna), dat is € 1,09 per inwoner (voor aantal inwoners zie hoofdstuk 7). Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die de Cao Gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam) De huidige cao betreft de periode tot en met 31 maart 2027.

Voor het jaar 2027 houden we rekening met een loonstijging van 3,5%. Dit percentage is gebaseerd op de Loonvoet sector overheid uit de concept MEV2026-publicatie van het CPB die in juli 2025 is verschenen en is opgenomen in de Kaderbrief begroting 2027 gemeenschappelijke regelingen. Naast deze indexering voert de MRDH geen correcties uit over het voorgaande jaar (2026).

55

Onderstaande tabel bevat de begrote personele formatie en de salariskosten die daaraan verbonden zijn (inclusief sociale lasten). Onderdeel

fte's 2027

Begroting 2027 (euro’s)

Secretaris-algemeen directeur

1,00

243.338

Afdeling Bedrijfsvoering

21,44

2.539.744

Afdeling Strategie en Omgeving

18,23

2.240.319

Afdeling Exploitatie en Subsidies

19,00

2.334.007

Afdeling Beleid en Onderzoek

23,00

3.062.567

Afdeling Projecten en Programma’s

24,00

3.162.817

Afdeling MRDH Support

0,00

0

106,67

13.582.792

Totalen * De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten

In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten.

De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (zoals ondersteuning, advies en opleidingen), financiën (zoals accountantskosten), facilitair (zoals huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (zoals licenties voor het document-managementsysteem), communicatie (zoals de kosten voor de website), bestuurszaken (zoals vergaderkosten, bekendmakingen, besluiten) en juridische zaken (zoals juridisch advies, bezwaar en beroepskosten). Informatiemanagement De komende jaren staat de implementatie en uitvoering van informatiebeveiliging centraal binnen het IT-team van de MRDH. Deze prioriteit volgt uit de naderende wet- en regelgeving rondom informatiebeveiliging (NIS2/BIO2). Uit het archiefinspectierapport blijkt dat de MRDH op dit gebied achterloopt. De organisatie erkent deze constatering. Om dit te verbeteren is er in 2025 formatieruimte vrijgemaakt en in 2026 een CISO (Chief Information Security Officer) aangesteld. Hiermee wordt er in 2026 stappen gezet om te voldoen aan de eisen van de BIO2 met een doorloop in 2027.

56

Naast deze focus op informatiebeveiliging blijven de lopende IT-projecten doorgaan. Hieronder volgt de planning voor 2027. Informatiebeveiliging, AVG en informatiebeheer Op basis van de BIO2 worden beleid en maatregelen ontwikkeld en geïmplementeerd, waaronder:  Het ontwikkelen en actueel houden van een informatiebeveiligingsbeleid.  Het vaststellen van rollen, verantwoordelijkheden en toegangsrechten.  Het uitvoeren van risicoanalyses en het implementeren van bijbehorende maatregelen.  Het opstellen van een ISMS (Information Security Management System) volgens de Plan-Do-Check-Act-cyclus.  Het opzetten van een Incident Response Plan (IRP).  Het implementeren van Business Continuity Management (BCM).  Het vergroten van bewustzijn bij medewerkers en managers over informatiebeveiliging. In 2024 heeft de archiefinspectie een rapport uitgebracht met aanbevelingen. Deze zijn de afgelopen 2 jaar opgepakt en in 2026 volgt een nieuwe archiefinspectie. Daarnaast wordt het informatiebeheerplan (IBP) geactualiseerd en breed bekendgemaakt binnen de organisatie. Dit plan is de leidraad voor het informatiebeheer binnen de MRDH. Prestatie indicatoren Informatiebeveiliging & AVG 2027 De MRDH is gevraagd om een aantal prestatie-indicatoren op te nemen als het gaat om informatiebeveiliging en gegevensbescherming. Deze tabel is hieronder opgenomen.

Streefwaarde Prestatie-indicator Toelichting / Acties 2027 Percentage medewerkers dat Met de aanstelling van de CISO jaarlijks security awareness training ≥ 75% wordt hier meer aandacht aan voltooit besteed. Het streven is om minimaal 1 Aantal uitgevoerde penetratietests 1 penetratietest per jaar uit te voeren. Opvolgingspercentage van ≥ 80% binnen 3 Extra capaciteit binnen IT om bevindingen uit penetratietests maanden opvolging te versnellen. Percentage kritieke systemen met Back-upmonitoring en test100% up-to-date back-ups herstelacties per kwartaal. Percentage leveranciers dat voldoet ≥ 80% aan gestelde beveiligingseisen Aantal uitgevoerde en ≥2 bijgewerkte DPIA's Monitoring op preventie, Max. 5 (intern & Aantal gemelde datalekken bewustwording en tijdige extern gemeld) afhandeling. IT-projecten 

Digitaliseren van het besluitvormingsproces Vanwege de uitloop van het SharePoint-project is de start van het project voor het digitaliseren van het besluitvormingsproces uitgesteld naar 2026. Het doel is om in 2027 het besluitvormingsproces volledig gedigitaliseerd te hebben.

57

Digitale handtekening Als onderdeel van het digitaliseren van het besluitvormingsproces wordt ook de implementatie van de digitale handtekening verder uitgebreid in 2027.

Implementatie van een CRM-systeem Met het oog op netwerkvorming wordt in 2026 een pilot uitgevoerd voor de implementatie van een CRM-systeem. Deze pilot wordt in 2026 geëvalueerd. Bij positieve resultaten zal het CRM-systeem in 2027 verder worden uitgerold.

4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Zoals de Wet open overheid vereist maakt de MRDH veel documenten al actief openbaar. Dit betreft:  Agenda’s  Vergaderstukken van alle openbare vergaderingen van de bestuursorganen  Vergaderverslagen  Besluitenlijsten van alle vergaderingen van de bestuursorganen (bestuurscommissies, adviescommissies, dagelijks bestuur, algemeen bestuur)  Beleidsstukken en reglementen  Persberichten  Overige relevante documenten Verder is er sinds januari 2025 een enorme toename van verzoeken met betrekking tot de Woo binnen bij de MRDH. Dit betreft:  Woo-verzoeken gericht aan de MRDH;  zienswijzeverzoeken, waarbij het Woo-verzoek is gericht aan een andere overheid. Deze overheid verzoekt de MRDH dan om een zienswijze op stukken waarbij de MRDH betrokken is. Om efficiënter te kunnen reageren op Woo-verzoeken heeft de MRDH in 2024 een digitaal programma in gebruik genomen, dat het weglakken van bepaalde stukken (bijvoorbeeld in verband met privacy) vergemakkelijkt. In januari 2026 is extra formatie toegevoegd voor het afhandelen van de toenemende Woo-verzoeken. Nadat 2026 in het teken van het opstellen van een actieplan voor uitgebreidere actieve openbaarmaking van stukken heeft gestaan, zal 2027 worden gebruikt voor implementatie hiervan.

4.7 Subsidies Op grond van de Financiële verordening van de MRDH geven we in deze paragraaf een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen. Deze subsidies zijn niet op grond van een bestaande verordening verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn enkele uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidieaanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23):  lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of;  lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt. 58

In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Voor de begroting 2027 worden de volgende subsidies begroot: Soort subsidie

Begrotingsprogramma Begunstigde

Begrotingspostsubsidie Mobiliteit

Begrotingspost- Economisch subsidie Vestigingsklimaat

Bedrag 2027 (€) toelichting Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van kennisproducten en het organiseren van netwerken. Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit een meerjarige subsidie verleend voor de periode 2024 tot en met 2027. Voor de periode na 2027 dienen nog subsidie afspraken te worden gemaakt. Voor deze nog te maken afspraken wordt in de begroting een bedrag van € 900.000 CROW 900.000 per jaar opgenomen, gelijk aan de huidige jaarsubsidie. InnovationQuarter is sinds de oprichting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) een belangrijke partner in het realiseren van doelstellingen van de MRDH als het gaat om versterking van het Economisch Vestigingsklimaat en het innovatie-ecosysteem. De afgelopen jaren heeft de MRDH jaarlijks subsidie verleend aan InnovationQuarter op de onderwerpen Innoveren, Investor Relations en het Secretariaat van de Economic Board ZuidHolland (EBZ).

Op 28 februari 2024 heeft de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat een meerjarige subsidie verleend aan InnovationQuarter voor de jaren 2024 tot en met 2026 voor de activiteiten die IQ jaarlijks middels een activiteitenlijst ter goedkeuring voorlegt aan de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat. Vanaf begrotingsjaar 2027 zijn er nog geen subsidieafspraken gemaakt. Voor deze nog te maken afspraken wordt in de begroting een bedrag van € 1.061.424 per jaar opgenomen. Dat betreft de subsidie voor het jaar 2026, verhoogd met een indexering van 3,8%, gelijk aan de InnovationQuarter 1.061.424 indexering van de inwonerbijdrage EV.

Het algemeen bestuur verstrekt voor het verlenen en vaststellen van deze subsidies een mandaat aan de betreffende bestuurscommissies. Dit mandaatbesluit maakt integraal onderdeel uit van deze begroting.

59

Hoofdstuk 5

FINANCIËLE BEGROTING 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2027 (euro's) Lasten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien

Raming 2025*

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

720.768.089 6.295.106 8.062.935 0

806.136.029 6.356.189 8.908.921 0

923.434.319 6.601.247 9.217.176 0

921.368.680 6.501.247 9.217.176 0

889.841.881 6.401.247 9.217.176 0

914.043.308 6.301.247 9.217.176 0

Totaal

735.126.130

821.401.139

939.252.742

937.087.103

905.460.305

929.561.731

Baten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

724.768.089 6.002.196 8.062.935

810.136.029 6.091.189 8.908.921

923.434.319 6.351.247 9.217.176

921.368.680 6.301.247 9.217.176

889.841.881 6.301.247 9.217.176

914.043.308 6.301.247 9.217.176

Totaal

738.833.220

825.136.139

939.002.742

936.887.103

905.360.304

929.561.731

Saldo van baten en lasten

3.707.090

3.735.000

-250.000

-200.000

-100.000

0

Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves

292.910 -4.000.000

265.000 -4.000.000

250.000 0

200.000 0

100.000 0

0 0

0

0

0

0

0

0

Resultaat

Begroting 2030

* De cijfers voor het jaar 2025 betreffen de cijfers van de tweede bestuursrapportage 2025. De cijfers voor het jaar 2026 bestaan uit de vastgestelde begroting 2026 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar verwijzen we naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen 20252030).

60

Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2027 per taakveld (euro's) Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling 0.4 Overhead 0.9 Vennootschapbelasting (Vpb)

Raming 2025*

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

55.597.467 647.564.129 17.606.093 6.295.106 8.062.935 400

62.800.644 724.607.867 18.727.119 6.356.189 8.908.921 400

85.450.337 813.481.554 24.502.028 6.601.247 9.217.176 400

75.116.546 818.687.363 27.564.372 6.501.247 9.217.176 400

55.845.107 802.765.952 31.230.422 6.401.247 9.217.176 400

63.978.216 817.047.655 33.017.038 6.301.247 9.217.176 400

Totaal

735.126.130

821.401.139

939.252.742

937.087.103

905.460.305

929.561.731

Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV

151.103.281 548.645.447 25.019.361 6.002.196 8.062.935

62.800.644 719.838.966 27.496.419 6.091.189 8.908.921

85.450.337 806.738.135 31.245.846 6.351.247 9.217.176

75.116.546 806.931.890 39.320.244 6.301.247 9.217.176

55.845.107 790.840.710 43.156.064 6.301.247 9.217.176

63.978.216 805.287.751 44.777.341 6.301.247 9.217.176

Totaal

738.833.220

825.136.139

939.002.742

936.887.103

905.360.304

929.561.731

Saldo van baten en lasten

3.707.090

3.735.000

-250.000

-200.000

-100.000

0

Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves

292.910 -4.000.000

265.000 -4.000.000

250.000 0

200.000 0

100.000 0

0 0

0

0

0

0

0

0

Resultaat

* De cijfers voor het jaar 2025 betreffen de cijfers van de tweede bestuursrapportage 2025. De cijfers voor het jaar 2026 bestaan uit de vastgestelde begroting 2026 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die bij de eerste bestuursrapportage 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd.

5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is. Dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materiële evenwicht van de begroting. Onder incidentele baten en lasten verstaan we onder meer de volgende posten:  stortingen in en onttrekkingen aan reserves;  bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 1 december 2025 van de commissie BBV. De grootste geldstroom, de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Met ingang van het begrotingsjaar 2024 worden de incidentele toevoegingen door het Rijk aan de BDU als structureel gekenmerkt, omdat ze niet van invloed zijn op het structurele begrotingssaldo (baten = lasten). Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel gekenmerkt. De volgende tabel geeft voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weer.

61

Incidentele baten en lasten (euro's)

Raming 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

Incidentele lasten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat

5.443.848

7.349.940

1.534.827

323.958

0

0

292.910

265.000

250.000

200.000

100.000

0

0

0

0

0

0

0

5.736.758

7.614.940

1.784.827

523.959

100.000

0

1.443.848

3.349.940

1.534.827

323.958

0

0

292.910

265.000

250.000

200.000

100.000

0

0

0

0

0

0

0

1.736.758

3.614.940

1.784.827

523.959

100.000

0

4.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Overhead Totaal Incidentele baten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Totaal Saldo van incidentele baten en lasten

Toelichting incidentele baten en lasten Mobiliteit De incidentele lasten in 2025 en 2026 betreffen hoofdzakelijk de toevoeging aan de risicoreserve financieringen (€ 4,0 miljoen, zie bijlage 1 Staat van reserves en fondsen). Daarnaast ontvangt de MRDH een specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Dit zijn middelen die in twee tranches door het Rijk ter beschikking zijn gesteld en waarvoor de maatregelen uiterlijk in 2027 moeten zijn uitgevoerd. Ook delen de MRDH en de Vervoerregio Amsterdam (VRA) in 2025 en 2026 de kosten voor de inzet van een Ploegleider Fietsparkeren in het kader van Tour de Force, de landelijke samenwerking die zich inzet voor een sterker fietsbeleid in Nederland. De geraamde inkomsten van de VRA in dit kader bedragen voor 2025 € 54.000. Specificatie Mobiliteit

Raming

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

(euro's)

2025

2026

2027

2028

2029

Toevoeging aan risicoreserve financieringen

4.000.000

4.000.000

0

0

0

0

Specifieke uitkering verkeersveiligheidsmaatregelen

1.389.848

3.295.940

1.534.827

323.958

0

0

54.000

54.000

0

0

0

0

5.443.848

7.349.940

1.534.827

323.958

0

0

Tour de Force Totaal

Begroting 2030

Economisch Vestigingsklimaat Incidentele lasten betreffen voornamelijk de inzet voor de Versnellingsaanpak. In totaal heeft het algemeen bestuur voor de Versnellingsaanpak bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2024 € 900.000 beschikbaar gesteld. Deze uitgaven worden gedekt uit de Egalisatiereserve vestigingsklimaat, een incidentele baat. De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten 2025 volgens een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn. Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's) Geraamde lasten

Geraamde baten Saldo baten en lasten (begrotingsssaldo voor bestemming) Beoogde toevoegingen aan reserves Beoogde onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming (geraamd resultaat) Waarvan incidentele lasten en incidentele toevoegingen aan reserves Waarvan incidentele baten en incidentele onttrekkingen aan reserves Saldo incidentele baten en lasten Structureel begrotingssaldo (geraamd structureel resultaat)

Raming 2025 735.126.130 738.833.220 3.707.090 -4.000.000 292.910 0 5.736.758 -1.736.758 4.000.000 4.000.000

Begroting 2026 821.401.139 825.136.139 3.735.000 -4.000.000 265.000 0 7.614.940 -3.614.940 4.000.000 4.000.000

Begroting 2027 939.252.742 939.002.742 -250.000 0 250.000 0 1.784.827 -1.784.827 0 0

Begroting 2028 937.087.103 936.887.103 -200.000 0 200.000 0 523.959 -523.959 0 0

Begroting 2029 905.460.305 905.360.304 -100.000 0 100.000 0 100.000 -100.000 0 0

Begroting 2030 929.561.731 929.561.731 0 0 0 0 0 0 0 0

62

Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.

5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2027 is opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en berekend volgens de percentages van de Financiële verordening. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single information, Single audit op basis van het baten- en lastenstelsel. Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering ov-bedrijven Eind 2016 besloot de MRDH om de financiering van activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Dit doet de MRDH voor zover de samenhangende kapitaallasten via de railconcessie worden vergoed. Hiervoor zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Na de opbouw van de nodige risicoreserve blijven hierdoor structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio.

Op 10 februari 2025 heeft het algemeen bestuur van de MRDH de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH vastgesteld en is de Verordening bussenleningen ingetrokken. In de Verordening verstrekking leningen voor bussen en stallingen Vervoersautoriteit MRDH is het nu ook mogelijk voor vervoerbedrijven om naast leningen voor zero-emissiebussen en bijbehorende laadinfrastructuur leningen aan te trekken voor de financiering van strategische busstallingslocaties. De financiële gevolgen hiervan worden toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer voldoen aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De begroting 2026 laat geen overbestedingstekorten zien. Hiermee voldoet de begroting aan het genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers Volgt in volgende versie na gereedkomen jaarrekening 2025 EMU-saldo Volgt in volgende versie na gereedkomen jaarrekening 2025

63

Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat er inzicht wordt gegeven in de jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. Sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget worden de verschuldigde bedragen voor vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar waarin zij verschuldigd zijn. Sinds 2022 biedt de cao de mogelijkheid om verlof te sparen. Vanwege het geringe bedrag worden er vooralsnog geen voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van deze begroting 2027 waren er geen afspraken of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- of afvloeiingsuitkeringen in 2027. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen behalve door hogere premies. Investeringen Een overzicht van de waardering en het onderhoud bestaande en toekomstige materiële vaste activa is te vinden in hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen). Financiering Een uitgebreide toelichting hierover staat in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2025 t/m 2030 staat in hoofdstuk 6 (Staat van reserves en fondsen).

64

Hoofdstuk 6

STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2025-2030

Omschrijving

Raming saldo 31-12-2025

Raming toevoeging 2026

Raming onttrekking 2026

Raming saldo 31-12-2026

Raming toevoeging 2027

Raming onttrekking 2027

Raming saldo 31-12-2027

Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves

5.741.693 40.000.000 45.202.898

0 4.000.000 4.000.000

265.000 0 265.000

5.476.693 44.000.000 48.937.898

0 0 0

250.000 0 250.000

5.226.693 44.000.000 48.687.898

Fondsen BDU Subtotaal fondsen

537.262.520 537.262.520

749.534.911 749.534.911

779.408.847 779.408.847

507.388.583 507.388.583

768.207.414 768.207.414

890.718.821 890.718.821

384.877.176 384.877.176

TOTAAL-GENERAAL

582.465.418

753.534.911

779.673.847

556.326.481

768.207.414

890.968.821

433.565.074

Omschrijving Reserves Egalisatiereserve EV Risicoreserve financieringen Subtotaal reserves Fondsen BDU Subtotaal fondsen TOTAAL-GENERAAL

Raming saldo 31-12-2027

Raming Raming toevoeging onttrekking 2028 2028

Raming saldo 31-12-2028

Raming toevoeging 2029

Raming onttrekking 2029

Raming saldo 31-12-2029

Raming Raming toevoeging onttrekking 2030 2030

Raming saldo 31-12-2030

5.226.693 0 200.000 5.026.692 44.000.000 0 0 44.000.000 48.687.898 0 200.000 48.487.897 0 0 384.877.176 788.609.329 881.789.654 291.696.852 384.877.176 788.609.329 881.789.654 291.696.852 0 433.565.074 788.609.329 881.989.654 340.184.749

0 0 0

100.000 0 100.000

4.926.692 44.000.000 48.387.897

0 0 0

4.926.692 44.000.000 48.387.897

0 0 0

788.642.906 846.750.993 233.588.764 788.633.952 869.331.143 152.891.574 788.642.906 846.750.993 233.588.764 788.633.952 869.331.143 152.891.574 788.642.906 846.850.993 281.976.662 788.633.952 869.331.143 201.279.470

65

Toelichting staat van reserves en fondsen Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten per jaareinde, op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Risicoreserve financieringen Meer informatie over de opbouw van deze reserve en het geraamde verloop daarvan staat in hoofdstuk 4.3 (paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds worden toegelicht in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen hebben betrekking op de BDU-bijdragen aan de exploitatie in het programma Mobiliteit zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten? programma Mobiliteit). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats om de kosten voor de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer te dekken (zie hiervoor hoofdstuk 3.2).

66

Hoofdstuk 7

INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2027 een bijdrage voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel staan de bijdragen per gemeente.

Gemeente

Aantal inwoners 31 december 2025 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwonerbijdrage 2027

Albrandswaard

26.560

3,11

82.602

Barendrecht

48.678

3,11

151.389

Capelle aan den IJssel

69.644

3,11

216.593

Delft

110.044

3,11

342.237

Den Haag

569.076

3,11

1.769.826

Krimpen aan den IJssel

29.869

3,11

92.893

Lansingerland

66.613

3,11

207.166

Leidschendam-Voorburg

78.915

3,11

245.426

Maassluis

37.136

3,11

115.493

Midden-Delfland

19.359

3,11

60.206

Nissewaard

89.111

3,11

277.135

Pijnacker-Nootdorp

58.749

3,11

182.709

Ridderkerk

48.070

3,11

149.498

Rijswijk (ZH.)

61.874

3,11

192.428

Rotterdam

674.485

3,11

2.097.648

Schiedam

82.055

3,11

255.191

Vlaardingen

77.462

3,11

240.907

Voorne aan Zee

75.000

3,11

233.250

Wassenaar

27.975

3,11

87.002

Westland

118.795

3,11

369.452

Zoetermeer

130.850

3,11

406.944

Totaal 2.500.320 7.775.995 (*) bron: CBS StatLine info van 23-2-2026. Wordt in definitieve begroting nog aangepast naar aantallen inwoners per 1 januari 2026 De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2026 met € 0,11 per inwoner (volgens Kadernota MRDH begroting 2027) naar € 3,11 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2027 € 7.775.995 en wordt voor € 6.301.247 verantwoord als baten voor de dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.2.2). Daarnaast wordt er voor de dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1.474.748 ingezet.

67

Hoofdstuk 8

BESLUIT Het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag; gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 september 2025; besluit: -

-

-

de begroting 2027 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2028-2030; de bestuurscommissie Vervoersautoriteit te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Mobiliteit; de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat te mandateren om begrotingspostsubsidies te verlenen en vast te stellen en dit mandaat te begrenzen tot de genoemde begunstigden en de daarbij behorende bedragen op het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 11 september 2026,

de secretaris,

de voorzitter,

Christel Mourik

Jan van Zanen

68

Bijlage 1 INDICATOREN In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). De ministeriële regeling bevat voor het taakveld Economie de volgende indicatoren: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting gaan we ervan uit dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over deze indicatoren, omdat dit geen wettelijke taak is van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De regeling bevat geen indicatoren voor Mobiliteit. In deze begroting worden wel de indicatoren met betrekking tot bestuur en bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4 5

Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Indicator Formatie

Apparaatskosten

Periode 2027 per 1000 inwoners 1 januari 2026 per 1000 inwoners 2027

Externe inhuur

2025

Overhead

2027

Bezetting

Waarde B2027 0,043 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 6,80 per inwoner 13,11% van de totale loonsom 0,98% van de totale lastenbegroting

Waarde B2026 0,038 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 6,10 per inwoner 12,77% van de totale loonsom 1,02% van de totale lastenbegroting

Ad 1) In de begroting 2027 bedraagt de formatie 106,67 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2025 2.500.320 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2026 bedraagt 91,14 fte. Dit betreft de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2025 2.500.320 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totaal begrote apparaatskosten bedragen in 2027 € 16.995.792 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2025 2.500.320 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) De totale loonsom bedroeg in 2025 € 10.349.739. De kosten voor externe inhuur bedroegen in 2025 € 1.356.719. Voor 1,9% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de begroting 2027 bedraagt de overhead € 9.217.176 (zie hoofdstuk 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 939.252.742 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan schommelen vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten. De kosten van overhead volgen de Notitie Overhead 2026 van de commissie BBV en de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.

Daarnaast is de organisatiestructuur per 1 januari 2026 gewijzigd.

69

Bijlage 2 DETAIL PROJECTEN EN PROGRAMMA’S MEERJARENBEELD BDU

Hierna volgt het overzicht van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven neemt het financieel commitment van de MRDH toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting (uitwerkings- en realisatiefase) of in de werkvoorraad (fase van onderzoek/initiatief, verkenningsfase, planstudiefase). Soms is het nodig om de financiële inzet van de MRDH eerder vast te leggen in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting. In het overzicht is dan een sterretje vermeld bij de projectfase, wat betekent dat het project is opgenomen in de begroting. In het meerjarenbeeld is daarnaast rekening gehouden met de gevolgen die infrastructurele projecten hebben op de exploitatielasten van het openbaar vervoer (zie laatste regel in het overzicht). Grote projecten (> € 10 miljoen subsidiabele kosten) hebben over het algemeen een lange doorlooptijd, waardoor het risico op prijsstijgingen bestaat.

Vergelijkbaar met de begroting 2026 indexeren we deze projecten standaard volgens de methode die bij het project is vastgesteld (zoals IBOI of GWW). Als er geen expliciet besluit is genomen over de indexering, indexeren we volgens de indexering van de BDU. De mutaties in het overzicht ten opzichte van de begroting 2026 hangen verder samen met besluitvorming in de bestuurscommissie. Het gaat dan bijvoorbeeld om besluitvorming over Metropolitane fietsroutes en besluitvorming over de toevoeging van projectbudget aan MIRT projecten in aanloop naar het BO-MIRT van januari 2026. Op basis van het uitgangspunt dat de begroting realistisch moet zijn is een enkel project verschoven van begroting naar meerjarenbeeld, bijvoorbeeld de fietsroute N14 Sijtwende, waarvoor het realisatiemoment onzeker is vanwege de koppeling met een gepauzeerd wegenproject van het Rijk. De MRDH inzet op de N57 betreft de invulling van het voormalige budget ‘Gebiedsuitwerking overig’. Het restant van dit budget valt nu vrij.

70

Projectnaam Lijn 19 Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied AVLM (Pilot MARTHA) INTHR Aanpassing Schiedam ivm 4 sporigheid Busstation Nissewaard Metrostation Nissewaard Move- CID Binckhorst no regret R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) Schiedam Fietscorridor Spaanse Polder - M4H fase 1 Plan toekomstvast tramnet Rotterdam Metronet MFR - Westland - Rotterdam MFR Rotterdam - Zoetermeer MFR Delft - Rotterdam Alexander Gekoppeld rijden RandstadRail, Spoorbeveiliging en Beurs MFR Rotterdam - Ridderkerk Nieuwe fietsbrug over de Vliet Beatrixlaan fase 1 Kruising Erasmusweg-Lozerlaan Move - Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland:

Subproject

MRDH bijdrage Fase 92 Realisatie 5 Realisatie 8 Realisatie 156 Realisatie 8 Realisatie 10 Realisatie 7 Realisatie 31 Realisatie 8 Realisatie 9 Realisatie 58 Realisatie 113 Realisatie 25 Realisatie 19 Realisatie 29 Realisatie 120 Uitwerking 32 Planstudie* 3 Planstudie* 9 Planstudie* 25 Planstudie* MFR Naaldwijk-Den Haag CID (Route E) 18 Planstudie* MFR Naaldwijk-Delft (Route G) 19 Planstudie* Greenport 3.0 13 Verkenning* Move – Gebiedsuitwerking - Voorne-Putten en Haven Rotterdam 9 Uitwerking Move - Regionale inzet restbudget weginfra (N57) 5 Planstudie* Move - Vlietlijn 143 Uitwerking Move - Stadsbrug & HOV Stadsbrug Rotterdam 228 Uitwerking HOV Maastunnel 8 Onderzoek/Initiatief* Algeracorridor 10 Uitwerking Move - Oude Lijn - Knooppunt Schiedam Centrum 17 Planstudie* Move - Oude Lijn - Knooppunt Laan van NOI 17 Planstudie* Move - Oude Lijn - Landschapsversterking Bijzonder Provinciaal Landschap 21 Verkenning* Programma kleine projecten 590 Uitwerking Hobbemaplein Planstudie Toekomstvast OV Zoetermeer Verkenning Fietsroute N14 Sijtwende Onderzoek/Initiatief P+R Onderzoek/Initiatief Movv ZoRo Onderzoek/Initiatief HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Onderzoek/Initiatief Movv Koningscorridor oost (excl Binckhorst) Onderzoek/Initiatief Movv Koningscorridor west (CS - Madurodam) Onderzoek/Initiatief Movv Koningscorridor west (Telderstracé)

Onderzoek/Initiatief Beatrixlaan fase 2 Onderzoek/Initiatief HOV Ridderkerk fase 2 Onderzoek/Initiatief Complexe schakels Onderzoek/Initiatief Spoorbeveiliging Onderzoek/Initiatief Uitvoeringsprogramma Onderzoek/Initiatief Weerbaarheid Onderzoek/Initiatief Exploitatie OV Exploitatie

bedragen x € 1.000.000, prijspeil 2026)

71

2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 na 2045 10 3 3 0 0 21 19 23 12 16 0 2 3 5 13 2 4 2 2 4 2 9 10 10 10 18 2 15 34 13 13 13 13 6 5 1 2 2 3 5 6 4 1 1 1 3 4 4 1 6 11 4 10 10 20 30 20 10 10 5 14 8 1 1 2 6 3 1 4 4 6 6 6 6 5 3 1 1 8 4 4 4 4 4 1 4 4 4 3 3 3 1 1 1 1 2 32 32 32 41 4 4 14 50 50 50 52 1 2 3 2 0 2 2 2 2 1 1 2 6 7 1 1 2 6 6 4 4 4 4 4 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30

Bijlage 3 INVESTERINGSPROGRAMMA VERVOERSAUTORITEIT 2027

72

Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2027 Inhoudsopgave 1.

Inleiding, achtergronden en kaders ...................................................................................................... 3 1.1. Inleiding ................................................................................................................................................................ 3 1.2. Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................................................................. 4 1.3. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................................................................. 5 1.4. Budgetten ............................................................................................................................................................. 7 2. Integrale programma’s ..................................................................................................................... 9 3. Afspraken BO MIRT ...................................................................................................................... 10 3.1. Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam ............................................................................................. 10 3.2. De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)-Binckhorst) ........................................ 12 3.3.

Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail en LeiZo................................................................................ 12 3.4. Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland ...................................................................................................... 13 3.5. MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en Haven Rotterdam ................................................ 13 3.6. Mobiliteitspakketten ............................................................................................................................................ 13 4. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren ................................................. 15 4.1. Programma’s Investeren in bereikbaarheid ........................................................................................................ 15 No Regret CID-Binckhorst .......................................................................................................................................... 15 De Vlietlijn (voorheen Bereikbaarheid CID-Binckhorst) .............................................................................................. 17 MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten .............................................................................................................

19 RandstadRail & Metronet ........................................................................................................................................... 20 Programma Toekomstvast Tramnet Rotterdam ......................................................................................................... 21 4.2. Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid ......................................................... 22 Stadsbrug, HOV en station Stadionpark ..................................................................................................................... 22 RandstadRail Gekoppeld rijden lijn 2 of lijn 3 ............................................................................................................. 24 Capaciteit Station Beurs ............................................................................................................................................. 25 Spoorbeveiliging samenloopdeel ................................................................................................................................ 26 Verkenning Koningscorridor .......................................................................................................................................

27 HOV Westland ............................................................................................................................................................ 28 4.3. Planstudies Investeren in bereikbaarheid........................................................................................................... 29 RandstadRail Gekoppeld rijden lijn 4 ......................................................................................................................... 29 Knooppunt Schiedam Centrum .................................................................................................................................. 30 Knooppunt Den Haag Laan van NOI .......................................................................................................................... 31 4.4. Planuitwerkingen Investeren in bereikbaarheid .................................................................................................. 32 Algeracorridor ............................................................................................................................................................. 32 Metrowerkplaats Waalhaven ...................................................................................................................................... 34 4.5.

Realisatie Investeren in bereikbaarheid ............................................................................................................. 35 Tramlijn 19b Delft ....................................................................................................................................................... 35 Frequentieverhoging Metronet ................................................................................................................................... 36 Blankenburgverbinding (Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland) .............................................................................. 37 Fietscorridor Schiedam............................................................................................................................................... 38 5. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren .......................................................................... 40 Duurzame Mobiliteit .................................................................................................................................................... 40 Smart Mobility ............................................................................................................................................................. 40 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17020769/2