Concept begroting MRDH 2027
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2027 en meerjarenbegroting 2028-2030 Metropoolregio Rotterdam Den Haag
‘Met elkaar, voor elkaar’
1
Inhoud Met elkaar, voor elkaar
4
Leeswijzer
6
Hoofdstuk 1
7
SAMENHANG EN OPBOUW BEGROTING MRDH
7
Hoofdstuk 2
14
Begrotingsprogramma’s
14
2.1 Programma Mobiliteit 2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 2.1.2 Wat gaat het kosten?
2.2 Programma Economisch Vestigingsklimaat 2.2.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.2.1.1 Opdracht 2 – Toekomstbestendige economie stimuleren 2.2.1.2 Opdracht 4 – Vernieuwen van werklocaties 2.2.2 Wat gaat het kosten?
15 15 15 19 24 28
33 33 33 35 36
Hoofdstuk 3
38
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD EN VENNOOTSCHAPSBELASTING
38
3.1 Algemene dekkingsmiddelen
38
3.2 Overhead
38
3.3 Vennootschapsbelasting
40
Hoofdstuk 4
41
PARAGRAFEN
41
4.1 Financiering
41
4.2 Verbonden partijen
44
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s
47
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen
51
4.5 Bedrijfsvoering
54
4.6 Paragraaf Wet open overheid (Woo)
58
4.7 Subsidies
58
Hoofdstuk 5
60
FINANCIËLE BEGROTING
60
2
5.1 Overzicht baten en lasten
60
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten
61
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
63
Hoofdstuk 6
65
STAAT VAN RESERVES EN FONDSEN 2025-2030
65
Hoofdstuk 7
67
INWONERBIJDRAGEN PER GEMEENTE
67
Hoofdstuk 8
68
BESLUIT
68
Bijlage 1 INDICATOREN
69
Bijlage 2 DETAIL PROJECTEN EN PROGRAMMA’S MEERJARENBEELD BDU
70
Bijlage 3 INVESTERINGSPROGRAMMA VERVOERSAUTORITEIT 2027
72
3
Met elkaar, voor elkaar De metropoolregio staat voor grote en complexe opgaven, zoals internationale afhankelijkheden, vergrijzing, ruimtegebrek en druk op woning- en arbeidsmarkt. Opgaven waarbij keuzes, investeringen en samenwerking meer dan ooit bepalend zijn voor de kwaliteit van leven van de mensen die hier nu wonen, werken en ondernemen – én van de generaties na ons. Met de Strategische Agenda 2023–2026, die dit jaar herijkt wordt, de nieuwe Mobiliteitsvisie en de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat heeft de MRDH samen met de 21 gemeenten een stevige koers te pakken. Deze documenten vormen het kompas waarop wij ook in 2027 blijven varen. Niet als papieren ambities, maar als richtinggevende afspraken om samen aan de slag te gaan. Die gezamenlijke inzet is noodzakelijk. Onze regio groeit hard: richting 2040 verwelkomen we naar verwachting 400.000 nieuwe inwoners. Dat zet de bereikbaarheid onder druk, vraagt om voldoende en goed gespreide werkgelegenheid en legt extra spanning op onze leefomgeving. Tegelijkertijd staat de brede welvaart in onze regio onder druk en vraagt de sociaaleconomische versterking om gerichte keuzes, investeringen en samenwerking. Dat zijn forse opgaven. Maar ze bieden ook kansen.
Als we nu de juiste stappen zetten, kan onze metropoolregio opnieuw uitgroeien tot een landelijke koploper in bereikbaarheid, economisch perspectief en brede welvaart. Investeren in de MRDH loont: niet alleen voor onze regio, maar voor heel Nederland. In 2027 zijn nieuwe gemeenteraden en colleges, gevormd na de verkiezingen van 2026, volop aan de slag. Met nieuw elan en daadkracht. Die energie is nodig. De middelen die we gezamenlijk beschikbaar stellen, moeten optimaal worden benut. Onderbesteding mag geen vanzelfsprekendheid meer zijn. De gezamenlijke uitvoeringskracht van partijen binnen de metropoolregio kan en moet sterker. Deze begroting biedt daarvoor een solide én uitdagende basis. Van plannen naar impact De ambities uit onze strategische visies vragen om vasthoudendheid én wendbaarheid. We moeten kunnen prioriteren wanneer omstandigheden veranderen: als nieuwe projecten zich aandienen, als de groei van het openbaar vervoer stagneert, of als rijksmiddelen minder meestijgen met de inflatie dan nodig is. En dat laatste is nog altijd het geval. Daarbij hanteren we duidelijke leidende principes. We kiezen voor inzet die direct bijdraagt aan één of – bij voorkeur – meerdere doelen uit de Strategische Agenda, de Mobiliteitsvisie en de Economische Visie. Wat we doen moet aantoonbare impact hebben op de welvaart en welzijn in de regio.
En onze inzet moet evenwichtig verdeeld zijn over de regio en aansluiten bij de verschillende gebiedstypen. Onze financiële instrumenten ontwikkelen mee met deze koers. We verschuiven het accent van output naar impact: niet wat we doen staat centraal, maar wat het oplevert. We investeren gebiedsgericht, versterken samenhang tussen projecten en werken lokaal samen met oog voor het regionale belang. Eind 2026 leggen wij voorstellen voor om bestaande instrumenten aan te scherpen en waar nodig nieuwe in te zetten.
4
Een compactere en scherpere begroting De begroting 2027 bevat twee programma’s: Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. Met deze indeling brengen we focus en samenhang aan. De wettelijke taak verkeer en vervoer wordt gebundeld in één mobiliteitsprogramma, wat leidt tot een compactere, overzichtelijkere begroting en jaarrekening. Dit sluit aan bij de aanbevelingen van accountant en rekeningcommissie en maakt de begroting beter navolgbaar voor raden en colleges. Deze begroting is daarmee meer dan een financieel document. Het is een uitnodiging aan de 21 gemeenten om – met vertrouwen, scherpte en onderlinge verbondenheid – samen verder te bouwen aan een metropoolregio die werkt voor iedereen. Voor de mensen van vandaag. En voor de toekomst van morgen.
5
Leeswijzer Deze begroting bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting, conform de voorschriften in het Besluit begroting en verantwoording (BBV). De beleidsbegroting beslaat de hoofdstukken 2 tot en met 4, met hoofdstuk 1 als introductie van de integrale ambitie van de MRDH in relatie tot de Strategische Agenda. Daar is ook een overzicht aan gekoppeld van de integrale begroting. Hoofdstuk 5 bevat de verdere uitwerking van de financiële begroting en geeft een financiële samenvatting van de baten en lasten vanuit de programma’s, overhead en onvoorzien. Hoofdstuk 2 bevat als onderdeel van de beleidsbegroting (het programmaplan) de begrotingsprogramma’s Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s geven we steeds antwoord op drie vragen: (1) wat willen we bereiken, (2) wat gaan we daarvoor doen, en (3) wat gaat het kosten? Daarbij maken we onderscheid tussen programmalasten en apparaatslasten. Hoofdstuk 3 behandelt de overige onderdelen van het programmaplan: het overzicht algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de kosten van overhead en de vennootschapsbelasting. Hoofdstuk 4 bevat het laatste onderdeel van de beleidsbegroting: de paragrafen. Hierin komen achtereenvolgens financiering, verbonden partijen, weerstandsvermogen en risico’s, onderhoud van kapitaalgoederen, bedrijfsvoering en subsidies aan bod.
Hoofdstuk 5, de financiële begroting, bestaat uit drie onderwerpen: (1) het overzicht van baten en lasten, waarin per programma en per taakveld de baten en lasten worden verantwoord. (2) op basis van het overzicht incidentele baten en lasten kan worden beoordeeld of de begroting materieel in evenwicht is. (3) In de uiteenzetting van de financiële positie is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen en wordt ingegaan op het EMU-saldo. Hoofdstuk 6 bevat de staat van reserves en fondsen van 2025-2030. Hoofdstuk 7 bevat een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente. In de bijlagen zijn achtereenvolgens de indicatoren, detailprojecten en het meerjarenbeeld BDU en het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) opgenomen.
6
Hoofdstuk 1
SAMENHANG EN OPBOUW BEGROTING MRDH De Strategische Agenda 2023-2026 ‘Met elkaar, voor elkaar’ bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van deze begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert. Het verbeteren van de bereikbaarheid heeft een maatschappelijk én economisch doel: het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de inwoners van de regio. De Strategische Agenda bevat nog vijf opdrachten die terugkomen in de begroting. Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De activiteiten om de toenemende verstedelijking te faciliteren leveren een bijdrage aan brede welvaart. Brede welvaart betekent niet alleen kansen voor onze huidige inwoners, maar ook voor toekomstige inwoners. Door de groeiopgave zowel multimodaal als gebiedsgericht aan te pakken, vergroten we de kansen voor onze inwoners. Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Het aanpakken van de mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt en het verhogen van de productiviteit en bedrijvigheid zorgt voor de groei van welvaart en welzijn. De groei van het aantal arbeidsplaatsen en de invulling daarvan met geschikt personeel verhoogt de arbeidsparticipatie.
De extra arbeidsplaatsen en productiviteit dragen bij aan de ambitie van extra groei van welvaart en welzijn. Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Collectieve vormen van mobiliteit zorgen voor een prettige, duurzame leefomgeving waarin inwoners van de metropoolregio werk, opleidingen, voorzieningen en ook vrienden en familie makkelijk kunnen bereiken. Daarbij stimuleren we dat inwoners lopen, fietsen en gebruikmaken van het ov, zodat bestaande infrastructuur beter wordt benut en emissies worden verminderd. Hierdoor wordt de auto in sommige gebieden minder gebruikt. Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Onze inspanningen voor een samenhangend ruimtelijk-economisch beleid zorgen voor een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat dat bijdraagt aan brede welvaart. De aandacht voor duurzame kantorenlocaties in multimodaal bereikbare gebieden draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving. Banen bevinden zich dichtbij huidige en toekomstige inwoners. Door daarnaast winkelgebieden te vitaliseren en een divers winkelaanbod te behouden, blijven voorzieningen op korte afstand van woningen bereikbaar. Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk We houden de kwaliteit van het huidige netwerk op orde en verbeteren het waar dat nodig is.
Zo kunnen meer inwoners op een eenvoudige en prettige manier werk, opleiding, sociale contacten en voorzieningen bereiken. We dragen bij aan het veilig reizen en de gezondheid van onze inwoners. We verlichten de druk op het wegennet, zodat er voldoende ruimte blijft voor autoverkeer waar alternatief vervoer geen oplossing biedt.
7
In de Strategische Agenda zijn voor deze opdrachten beoogde resultaten geformuleerd. In deze begroting zijn twee begrotingsprogramma’s opgenomen waarin de opdrachten en bijbehorende resultaten uit de Strategische Agenda zijn uitgewerkt en geconcretiseerd door het beantwoorden van drie vragen. 1. Wat willen we bereiken (resultaten)? 2. Wat gaan we daarvoor doen (activiteiten)? 3. Wat mag dat kosten? Het begrotingsprogramma Mobiliteit bevat de wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. De huidige en nog te behalen resultaten en bijbehorende activiteiten uit de Strategische Agenda vullen we aan met de keuzes en bijbehorende “to-do’s” uit de Mobiliteitsvisie en de Visie Economisch Vestigingsklimaat, voor zover deze in de periode 2027-2030 tot uitvoering gaan komen.
De beide visies vormen voor toekomstige MRDH-begrotingen het richtinggevende kader. Deze visies worden in 2026 verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma voor de komende vijf tot tien jaar en op basis daarvan wordt de Strategische Agenda geactualiseerd voor de periode 20272030. Wat dat betreft is het strategische kader voor de begroting 2027 voorlopig nog de Strategische Agenda 2023-2026. De begroting 2027 wordt dan later, in het begrotingsjaar zelf, gewijzigd, waarmee visie, strategie en uitvoering weer op elkaar aansluiten.
8
Begrotingsprogramma’s In het volgende schema is opgenomen in welke begrotingsprogramma’s de opdrachten uit de Strategische Agenda worden uitgewerkt.
Programma’s MRDH-begroting 2027
Opdrachten Strategische Agenda MRDH 2023-2026
Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren
Mobiliteit
V
Opdracht 2 - Toekomstbestendige economie stimuleren Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren
V V
Opdracht 4 - Vernieuwen van werklocaties Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk
Economisch Vestigingsklimaat
V V
Verbeteren bereikbaarheid De opgaven binnen het programma Mobiliteit (hoofdstuk 2.1) worden grotendeels gefinancierd vanuit de reguliere rijksbijdrage: de Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks ontvangen we ongeveer € 775 miljoen aan BDU-middelen. Exploitatie OV Jaarlijks wordt ongeveer € 650 miljoen besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Hierin zijn ook de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur meegenomen. Investeringen Aan investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer wordt jaarlijks ongeveer 200 miljoen besteed. De MRDH zet in op een zo efficiënt en effectief mogelijk gebruik van de beschikbare investeringsmiddelen. Dit betekent dat we keuzes moeten maken, prioriteiten moeten stellen en daarnaast naar nieuwe of alternatieve financieringsvormen moeten zoeken. Bij de realisatie van nieuwe of aangepaste infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Via subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten wordt de investeringsruimte beschikbaar gesteld. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden. Voor het programma Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt in 2027 een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld.
We werken de concrete invulling van dit programma in samenspraak met de gemeenten uit in het voorjaar van 2026, met als doel de vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2026. Naast projecten in de begroting, lopen er diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de volgende fases:
9
Het financieel commitment van de MRDH neemt toe naarmate het project verder is uitgewerkt. De fase waarin een project zich bevindt, bepaalt of het wordt opgenomen in de (meerjaren)begroting of in de werkvoorraad. Soms is het nodig om de financiële inzet van de MRDH eerder vast te leggen in de begroting om te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) waarbij afspraken worden gemaakt tussen Rijk en regio. Ongeacht de fase waarin een MIRTproject zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de (meerjaren)begroting. Deze meerjarenbegroting geeft een overzicht van de beschikbare middelen per jaareinde voor de uitvoering van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is het resultaat van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die in de uitwerking- of realisatiefase zijn, of waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. Bij de begroting en de bestuursrapportages besluit het algemeen bestuur over het toevoegen van aanvullende financiële middelen aan de begroting.
De Metropoolregio Rotterdam Den Haag hanteert als uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan, mits het saldo van beschikbare middelen en bestedingen over een periode van vier jaar positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hanteert. De meerjarenbegroting van de BDU-middelen voldoet aan de wettelijke kaders.
10
Voor 2026 en de daaropvolgende begrotingsjaren verwachten we geen tekort:
Saldo BDU jaareinde 2025-2030 (miljoen €) 600,0 500,0 400,0 300,0 200,0 100,0 0,0 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Meerjarenbeeld BDU Het meerjarenbeeld BDU bevat het overzicht van alle inhoudelijke opgaven die direct bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda (inclusief werkvoorraad). Het geeft inzicht in de aansluiting tussen deze opgaven en de beschikbare middelen. Bijlage 2 bevat een gedetailleerd overzicht van de projecten en programma’s uit het meerjarenbeeld. Met deze investeringsopgave en een gelijkblijvende structurele inzet voor de exploitatie van het openbaar vervoer, laat het financiële meerjarenbeeld zien hoeveel BDUmiddelen per jaareinde beschikbaar zijn: 2300
Saldo BDU t/m 2045
1800
1300
800
300
-200
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 Begroting Meerjarenbeeld
11
De regio staat voor grote ambities en opgaven die substantiële investeringen vereisen, terwijl tegelijkertijd de druk op beschikbare middelen toeneemt. Om de agglomeratiekracht te versterken, de verstedelijkingsopgave mogelijk te maken en kansen voor inwoners te vergroten, zijn op de middellange en lange termijn nieuwe investeringen noodzakelijk. Tegelijkertijd dwingen factoren zoals teruglopende groei van het openbaar vervoer en achterblijvende indexatie van BDU‑middelen tot scherpere prioritering. Deze spanning tussen hoge ambities en beperkte middelen vraagt zowel om vasthoudendheid in het realiseren van strategische doelen als om wendbaarheid bij het inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Bij het maken van keuzes hanteren wij de leidende principes uit de Strategische Agenda, die richting geven aan prioritering en uitvoering. Tegelijkertijd zien we dat de uitvoeringskracht onder druk staat door beperkte capaciteit, complexiteit van projecten en langere vergunningprocedures. Hierdoor ontstaan vertragingen, komen investeringen later tot waarde en blijft beschikbare begrotingsruimte soms onbenut. Om dit te voorkomen zetten we in op versterking van de uitvoeringskracht, onder meer via MRDH Support, heldere prioritering op basis van vastgestelde visies, en strakkere sturing op subsidievoorwaarden, afspraken en monitoring.
Hierdoor worden middelen beter benut en blijven resultaten zichtbaar in de regio. Vernieuwen economie De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.1) worden bekostigd uit de jaarlijkse bijdrage per inwoner die de deelnemende gemeenten betalen. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Voor de begroting 2027 stellen de gemeenten een indexering van 3,8% voor. Het voorstel leidt tot een verhoging van de inwonerbijdrage van € 3,00 per inwoner voor de begroting 2026 naar € 3,11 per inwoner voor de begroting 2027 (Kadernota MRDH-begroting 2027). Dit gemeentelijke voorstel is verwerkt in deze begroting. Dit geld wordt primair besteed als bijdrage en cofinanciering aan gemeentelijke projecten. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten. Dit geldt voor projecten met regionale uitstraling die het economisch vestigingsklimaat versterken. Daarnaast wordt hiermee de regionale ambtelijke inzet bekostigd. Overhead Volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden binnen de programma’s de kosten van direct personeel verantwoord.
De overige apparaatslasten vallen onder de categorie ‘overhead’ en deze kosten worden apart en buiten de programma’s om verantwoord. De verdeelsleutel voor stafmedewerkers, de centrale directiefunctie en de overige bedrijfsvoeringskosten is 16% inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 84% BDU. De uitgangspunten voor de overhead zijn gebaseerd op de in december 2023 geactualiseerde Notitie Overhead van de Commissie BBV. Met ingang van begrotingsjaar 2026 is deze actualisatie van toepassing op gemeenschappelijke regelingen zoals de MRDH.
12
De begroting 2027 kent een omvang van € 939,3 miljoen aan lasten. Ter vergelijking zijn actuele cijfers opgenomen over 2025 en 2026. De cijfers van 2025 zijn gebaseerd op de 2e bestuursrapportage 2025. Voor 2026 zijn de cijfers afkomstig uit de vastgestelde begroting 2026 en de tot nu toe bekende wijzigingen, die voor besluitvorming worden voorgelegd bij de eerste bestuursrapportage 2026. Hierna volgt de totaalbegroting en de uitsplitsing over de programma’s. Programmabegroting 2027 (euro's) Lasten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
Raming 2025*
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
720.768.089 6.295.106 8.062.935 0
806.136.029 6.356.189 8.908.921 0
923.434.319 6.601.247 9.217.176 0
921.368.680 6.501.247 9.217.176 0
889.841.881 6.401.247 9.217.176 0
914.043.308 6.301.247 9.217.176 0
Totaal
735.126.130
821.401.139
939.252.742
937.087.103
905.460.305
929.561.731
Baten per programma 1. Mobiliteit 2. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
724.768.089 6.002.196 8.062.935
810.136.029 6.091.189 8.908.921
923.434.319 6.351.247 9.217.176
921.368.680 6.301.247 9.217.176
889.841.881 6.301.247 9.217.176
914.043.308 6.301.247 9.217.176
Totaal
738.833.220
825.136.139
939.002.742
936.887.103
905.360.304
929.561.731
Saldo van baten en lasten
3.707.090
3.735.000
-250.000
-200.000
-100.000
0
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves
292.910 -4.000.000
265.000 -4.000.000
250.000 0
200.000 0
100.000 0
0 0
0
0
0
0
0
0
Resultaat
Begroting 2030
De fluctuaties in de meerjarenbegrotingen worden toegelicht in de genoemde programma’s.
13
Hoofdstuk 2
Begrotingsprogramma’s De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 zijn uitgewerkt in begrotingsprogramma’s. De MRDH-begroting bevat hiervoor twee programma’s. Dat zijn de programma’s Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat. In deze programma’s beantwoorden we steeds drie vragen aan de hand van de vijf opdrachten: 1. Wat willen we bereiken? (resultaten), 2. Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en 3. Wat gaat het kosten? Binnen de MRDH-begroting is het verbeteren van de bereikbaarheid opgenomen in het begrotingsprogramma Mobiliteit. Dit programma omvat de uitvoering van wettelijke taken zoals concessieverlening voor het openbaar vervoer op grond van de Wet personenvervoer 2000, beheer en onderhoud en veiligheid van het lokaalspoor (tram en metro) op grond van de Wet lokaalspoor, en het overig verkeer- en vervoerbeleid op grond van de wet BDU verkeer en vervoer. Voor dit laatste zet de MRDH zich in voor algemene strategie- en beleidsontwikkeling, autonetwerk, verkeersmanagement en ITS, fietsnetwerk, ketenmobiliteit, reisgedrag en logistiek, duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid. Daarnaast zijn er opgaven die onderdeel worden van het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit. Het programma Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2.2) werkt de opdrachten voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat uit.
14
2.1 Programma Mobiliteit De begroting voor het programma Mobiliteit volgt de opdrachten uit de Strategische Agenda om de bereikbaarheid te verbeteren. Het gaat voor dit programma om de volgende drie opdrachten: opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Bij elke opdracht zijn in de Strategische Agenda resultaten beschreven. Deze resultaten beschrijven wat we willen bereiken. De resultaten zijn gekoppeld aan één of meer activiteiten. Deze activiteiten geven aan wat we gaan doen om deze resultaten te bereiken. De MRDH zet in op het efficiënte en effectieve gebruik van de beschikbare investeringsmiddelen. Dit betekent dat we keuzes moeten maken en prioriteiten moeten stellen. Daarnaast zoeken we naar nieuwe of alternatieve financieringsvormen. Bij de aanleg van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Gemeenten, provincie, waterschappen, Rijkswaterstaat en ProRail zijn de beherende partijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een belangrijke partner in de realisatie van projecten als cofinancier en in het ontwikkelen van nieuwe financierings- of bekostigingsmethoden.
Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het BO MIRT. Investeringsprogramma Vervoersautoriteit In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2027 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waar de MRDH een financiële bijdrage aan levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten, vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren en openbaar vervoer. De projecten, subsidies en studies zijn ingedeeld in grote en kleine projecten. De grens ligt bij € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor ov-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten. Die overige projecten zijn ingedeeld in de categorieën fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de Kleine projecten is in 2027 € 30 miljoen beschikbaar gesteld. In het late voorjaar van 2026 worden gemeenten en andere partners gevraagd om projecten aan te melden voor 2027. Na toetsing worden deze ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit voorgelegd. De besluitvorming over die aanmeldingen is gepland voor december 2026.
2.1.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.1.1.1 Opdracht 1 - Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren De metropoolregio groeit naar bijna drie miljoen inwoners in 2040. Die willen allemaal een baan, en prettig reizen en recreëren. Daarom investeren de 21 samenwerkende gemeenten in de bereikbaarheid, om zo de inwonersgroei in de regio duurzaam te ondersteunen. We zetten in op een goede bereikbaarheid van, naar en door de metropoolregio.
15
Gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) In het programma MoVe werken regionale partners (provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH) samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de opgave om verstedelijking en mobiliteit in samenhang op te pakken. We bepalen samen met Rijk en regio welke investeringen op de middellange en lange termijn nodig zijn om de bereikbaarheid in de groeiende regio te garanderen. Hier dragen we financieel aan bij. Welke resultaten willen we bereiken? - Een goede bereikbaarheid van nieuwe woon- en werklocaties zorgt ervoor dat inwoners en werknemers snel, betrouwbaar en duurzaam op hun bestemming komen. - Het verbinden van innovatie-, kennis- en onderwijsknooppunten, economische clusters en metropolitane centra zodat dit de regionale samenwerking, arbeidsmobiliteit en economische concurrentiekracht versterkt. - Een betrouwbaar en robuust netwerk voor iedereen: van, naar en door de metropoolregio zo rijdt bijvoorbeeld de metro in 2033 op de drukste trajecten elke vijf minuten. Het aantal dagelijkse metroreizigers op deze lijnen groeit daarmee van circa 280.000 naar 330.000.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Voorbereiden en nemen van een projectbeslissing voor MIRT planuitwerking De Vlietlijn en het uitwerken van het exploitatiebesluit voor het HOV. - Een tussentijds besluit nemen in de planuitwerking Stadsbrug en HOV als bouwsteen voor het projectbesluit in 2029. - Voorbereiden van een projectbeslissing voor de MIRT planuitwerking knooppunt Schiedam Centrum als onderdeel van de MIRT studie Oude Lijn. - Lobby Oude Lijn voeren voor de onderdelen waar nog geen financiële afspraken over zijn gemaakt met het Rijk en andere regionale partners. - Voorbereiden van een projectbeslissing voor de MIRT planuitwerking knooppunt Laan van NOI als onderdeel van de MIRT studie Oude Lijn. - Voorbereiden van een projectbeslissing voor de MIRT planuitwerking City Sprinters en nieuwe stations als onderdeel van de MIRT studie Oude Lijn, afhankelijk van de genomen besluiten in het BO MIRT 2026. - Uitvoeren van programma Metronet zodat tussen 2031 en 2033 de frequentie op de E- en C-lijn omhoog gaat. - Realisatiebesluit nemen voor het project Gekoppeld Rijden RandstadRail zodat de capaciteit op de HTM-lijn 4 voor 2030 vergroot met in de buitenruimte ingepaste haltes. - Planuitwerking continueren op basis van de in 2026 afgeronde verkenning knooppunt Beurs.
- Planuitwerking continueren op basis van de in 2026 afgeronde verkenning “RandstadRail 2050” (vernieuwing spoorbeveiliging). - Verdere planuitwerking en start eerste fase van de realisatiefase van de plannen voor de Algeracorridor. - Samen met partners het maatregelenpakket van de gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland uitvoeren, waarbij MRDH inzet op optimalisatie van het openbaar vervoer en realisatie van twee MFR-routes in het kader van de Gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland: Naaldwijk - Den Haag en Naaldwijk - Midden-Delfland – Delft.
16
-
-
-
Gebiedsuitwerking Voorne-Putten en Haven Rotterdam: We voeren samen met gemeenten, provincie Zuid-Holland, Waterschap en het Rijk het totale maatregelenpakket Voorne Putten zo spoedig mogelijk uit zoals afgesproken in BO MIRT 2022 door: Starten van de realisatie fietspad Trambaanpad door het Waterschap in het kader van de gebiedsuitwerking Voorne-Putten en haven Rotterdam. Adviseren aan de gemeente Voorne aan Zee bij verdere uitwerking (o.a. Definitief Ontwerp) aansluiting N57/Nieuweweg en bypass N57/N497. o Adviseren aan de provincie Zuid-Holland en het Waterschap bij verdere uitwerking fietsroute Markeburgweg (route Spijkenisse-Haven). o Specifiek voor de N57 zetten we actief in op lobby richting het Rijk voor voldoende financiële middelen en capaciteit, zodat ook de overige afspraken over de N57 zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd. o Binnen het traject NOVEX Haven zetten wij de verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten en de Haven op de agenda. Een goede bereikbaarheid is essentieel voor het investeringsklimaat in de Rotterdamse haven en de sociaaleconomische ontwikkeling van Voorne-Putten en daarmee voor de metropoolregio. Een multimodale adaptieve ontwikkelstrategie opstellen voor een gedeeld toekomstperspectief op investeringen in het mobiliteitsnetwerk.
Het subsidiëren van de uitvoering van fietsmaatregelen No Regret in de CID-Binckhorst voor de ontsluiting van de woningbouw. Via MoVe werken we samen aan de regionale agenda stadslogistiek om een schonere en efficiëntere logistieke keten te bewerkstelligen.
Structureel gezonde financiële situatie MRDH is voor haar investeringskracht grotendeels afhankelijk van de Brede Doeluitkering (BDU) die zij van het Rijk krijgt. Deze BDU staat onder druk, onder meer door de 10%-korting op SPUKregelingen, die ook de BDU onbedoeld trof. Na een succesvolle lobby is de korting verschoven van 2026 naar medio 2027, maar er is nog geen structurele oplossing voor herstel van deze Rijksfout. Ook houdt de BDU onvoldoende rekening met stijgende kosten en bijvoorbeeld areaaluitbreidingen. Samen met de Vervoerregio Amsterdam (VRA) zetten we massief in om te zorgen voor voldoende middelen voor uitvoering van ons takenpakket en opgaven. Welke resultaten willen we bereiken? - Een structureel gezonde BDU, die niet gekort wordt en die meebeweegt met de maatschappelijke opgaven en regionale inwonersgroei waarvoor de MRDH gesteld staat. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - We continueren de lobby bij het Rijk. Dit doen we samen met de Vervoerregio Amsterdam, met de deelnemende gemeenten binnen de MRDH en VRA en met andere partijen, zoals vervoerbedrijven en consumentenorganisaties. We blijven zowel ambtelijk als bestuurlijk en politiek (kabinet en Tweede Kamer) aandacht vragen voor de noodzaak van een structureel gezonde financiële situatie.
Corridoraanpak (als onderdeel van een integrale gebiedsontwikkeling) Investeringen in mobiliteit gaan hand in hand met oplossingen voor lokale en regionale uitdagingen. Dit betekent dat we mobiliteit koppelen aan verstedelijking, ruimtelijke ordening en sociaaleconomische doelen. Een corridor is een regionale verbinding tussen steden, dorpen of
17
hubs, inclusief de omliggende gebieden rondom mobiliteitsknooppunten. De corridoraanpak investeert in hoogwaardig OV en stemt mobiliteitsknooppunten en vervoer op elkaar af. Het gaat om de juiste ontwikkeling op de juiste plek, rekening houdend met de unieke gebiedskwaliteiten, bevolkingsdichtheid en mobiliteitsbehoefte van doelgroepen. Bij corridors met lopende, ruimtelijke trajecten sluiten we daarop aan, zoals bij lokale gebiedsontwikkelingen, Regiodeals, de NOVEX Zuidelijke Randstad, de NOVEX Rotterdamse haven en de NOVEX het Groene Hart. Aanvullend nodigen we betrokken andere partijen uit om te komen tot collectieve afspraken per corridor, waarbij we elkaars opgaven, inzet en middelen maximaal op elkaar afstemmen om impact te vergroten en effect te maximaliseren. Welke resultaten willen we bereiken? - Voor verschillende corridors afspraken vastleggen, met de samenwerkende gemeenten en private en publieke partners, die kansen, toegankelijkheid en welzijn voor inwoners van de metropoolregio versterken. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Opzetten van een corridoraanpak waarin de mobiliteitsopgaven en de ruimtelijke en sociaaleconomische vraagstukken in de corridors worden vertaald naar concrete uitvoeringsplannen (inclusief investeringspakketten), in samenwerking met de gemeenten en vervoerders.
- Ten uitvoer brengen van taken, plannen en/of opdrachten gerelateerd aan de nog op te stellen uitvoeringsprogramma MRDH 2026. OV-ontwikkelprogramma’s Rotterdam en Den Haag In lijn met de nieuwe mobiliteitsvisie ontwikkelen wij in het vervoersgebied van de RET publieke mobiliteit, bijvoorbeeld met het programma Toekomstvast Tramnet, het plan busnet, project HOV Ridderkerk en diverse knooppunten. Dat doen wij eveneens in het vervoersgebied van de HTM (OV Next), zoals de instroom van nieuwe stadstrams en realisatie van een nieuwe tramremise. Hiermee verbeteren wij de bereikbaarheid van onze regio. Welke resultaten willen we bereiken? - Stimuleren van meer reizigers in het OV. Bijdragen aan de verstedelijkings- en buitenruimteopgaven en het versterken van de samenwerking tussen de gemeenten, de MRDH en de vervoersbedrijven. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Versnellingsmaatregelen tramnet regio Rotterdam uitvoeren. - Realisatie van HOV Ridderkerk om een betere verbinding met het regionale OV netwerk te realiseren. - Voorbereiding van de uitvoering van het nieuwe plan busnet regio Rotterdam om beter aan te sluiten aan bij reizigerswensen, het huidige tram- en metronet en waar mogelijk de ontsluiting van nieuwe woon- en werklocaties en aansluitend op de opgave van publieke mobiliteit. - Afronding verkenning tram naar het Kralingse Bos Rotterdam.
- De realisatie van de instroom van de nieuwe, bredere en toegankelijke Haagse stadstrams (programma INTHR), inclusief uitvoering lijn 12, lijn 16 en de tramremise GAVI-terrein om daarmee de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren.
18
2.1.1.2 Opdracht 3 - Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Mobiliteit is er voor iedereen, overal en altijd beschikbaar. Mobiliteit en beweging versterken economische kracht en activiteit en versterken de samenleving door ontmoeting. We bouwen aan een samenhangend systeem van publieke en actieve mobiliteit. In een groeiende regio waar ruimte schaars is en waar behoud en versterking van leefkwaliteit noodzakelijk is, helpt deze inzet om de bereikbaarheid te verbeteren, efficiënte antwoorden te geven op de groeiende ruimtevraag, toegankelijkheid en betaalbaarheid te verbeteren, gezondheid te bevorderen en minder emissies uit te stoten. Het samenspel van verschillende vervoersvormen binnen publieke mobiliteit zorgt daarnaast voor een effectieve inzet van publieke middelen en schaarse arbeidskracht. Hiermee benutten we de bestaande infrastructuur beter, bieden we mensen meer kansen om maatschappelijk mee te doen, ondersteunen we de mobiliteitstransitie die in verschillende (stedelijke) gebieden van de regio is ingezet en dragen we bij aan de klimaatopgave. Ook het verminderen van netcongestie valt hieronder. Daarbij verschilt de aanpak per gebiedstype, omdat de mogelijkheden en behoeften in het (hoog) stedelijke gebied anders zijn dan in het meer landelijke gebied.
Naast fysieke ingrepen maakt mobiliteitsmanagement het mogelijk om lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit te stimuleren en spreiding van mobiliteit over de dag/week aan te moedigen. We stimuleren innovaties en nieuwe technologieën om de gewenste mobiliteitstransitie te bereiken. Efficiënt omgaan met de ruimte voor verkeer zorgt er in steden en dorpen voor dat er meer ruimte is voor het inrichten van een prettige leefomgeving. En dat is noodzakelijk gelet op de verwachte groei van inwoners in de aankomende jaren en andere opgaven in de openbare ruimte, zoals meer groen, voorzieningen en klimaatadaptatie. Publieke en actieve mobiliteit We werken samen toe naar optimaal vervoer voor elke reiziger in 2050: slim, vlot en verbonden, toegankelijk, inclusief, betrouwbaar, veilig, schoon en betaalbaar. We combineren waar mogelijk verschillende vormen van mobiliteit – openbaar vervoer, deelvervoer, doelgroepenvervoer, fietsen en lopen – tot samenhangend en toegankelijk vervoer, met maatwerk waar nodig. Welke resultaten willen we bereiken? - Een samenhangend systeem van publieke en actieve mobiliteit met hoogwaardig OV, mobiliteitsknooppunten als scharnier en fietsen, lopen en vraaggestuurd vervoer als fijnmazige toevoeging. - Met het mobiliteitssysteem de problemen rondom netcongestie verlichten.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - We starten pilots waarin we onderzoek doen naar de (on)mogelijkheden van een koppeling tussen openbaar vervoer, doelgroepenvervoer, kleinschalig vervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer voor publieke mobiliteit in samenwerking met de gemeenten, HTM, RET en streekvervoerders en zorgaanbieder(s). - Op basis van de tussenresultaten van het onderzoek naar publieke mobiliteit werken we samen met HTM, RET en streekvervoerder aan het mogelijk maken van combinaties van doelgroepenvervoer, gedeeld vervoer en bedrijfsvervoer. We bepalen welke bestaande OV-lijnen worden opgewaardeerd tot hoogwaardig OV en waar nieuw hoogwaardig OV wordt gerealiseerd. Daarbij bepalen we welke eisen we opnemen in nieuwe concessies en wat aanvullend geregeld wordt in de huidige concessies.
19
-
We realiseren projecten gekoppeld aan de stroomgrids van RET en HTM zoals laadinfrastructuur, energieopslag, energiebesparing, stroomaansluitingen voor bouwactiviteiten, om netcongestie te voorkomen of te verlichten.
Metropolitane fietsroutes (MFR) Metropolitane fietsroutes zijn hoogwaardige, regionale fietsroutes die het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer stimuleren. Op routeniveau zijn afspraken gemaakt over de ligging van het tracé, hoe om te gaan met complexe schakels, de kosten, te verkrijgen subsidie en de termijnen voor uitvoering. De verantwoordelijke wegbeheerders werken met elkaar aan realisatie. MRDH is betrokken als subsidieverlener. Welke resultaten willen we bereiken? - Circa 100 km Metropolitane fietsroutes realiseren tot en met 2028. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Subsidie verlenen aan routes waarvoor een SOK is getekend. - Maatwerk afspraken maken met gemeenten over de realisatie van complexe schakels binnen de routes. OV-concessies en jaarlijkse vervoersplannen Via de OV-concessies (Rail Rotterdam, Rail Haaglanden, Bus Rotterdam en omstreken, Bus Voorne-Putten en Rozenburg, Bus Haaglanden Stad, Bus Haaglanden Streek en Parkshuttle) en afgesproken jaarlijkse vervoerplannen kunnen wij de ov‑maatregelen ‘op straatniveau’ invoeren. We verlenen de concessies voor het OV (per bus, tram en metro) en stuurt op de kwaliteitseisen. We houden toezicht op de uitvoering en sturen op uitvoeringskwaliteit en reizigerstevredenheid. De vervoerders stellen jaarlijks vervoerplannen op voor verbeteringen aan het OV en voeren de verbeteringen uit.
De vervoerders doen voorstellen conform de verleende concessies binnen de financiële kaders en gemeenten adviseren vanuit lokaal perspectief op de vervoerplannen. Wij toetsen of deze voldoen aan de door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders. We kijken naar een procedure waarbij vervoerders meer ruimte wordt gegeven om binnen kaders het netwerk te optimaliseren en waar impactvolle besluiten bestuurlijk worden voorgelegd. Met de vaststelling van de Mobiliteitsvisie en in opmaat naar de nieuwe concessies zal het accent langzaam verschuiven van een puur openbaar vervoer concessie naar de samenhang met publieke mobiliteit. Welke resultaten willen we bereiken? - Een verbeterd mobiliteitssysteem dat makkelijk en aantrekkelijk is voor de reiziger. - Een systeem van publieke mobiliteit met openbaar vervoer als belangrijke drager dat is afgestemd op lopen en fietsen en dat past in de buitenruimte. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - We verlenen per 1 januari 2028 een nieuwe concessie aan RET. In de aanloop daar naar toe stellen we een Nota van Uitgangspunten op en een programma van eisen (PvE). Dit PvE zal ter inspraak voorgelegd worden aan relevante partijen. - Corona heeft de noodzaak tot een intensieve samenwerking tussen en met vervoerders onderstreept.
Vanuit de metropolitane gedachte van een optimaal en samenhangend vervoersysteem – concreet verwoordt in de mobiliteitsvisie – versterken we het partnerschap met en tussen RET en HTM. 20
-
De nota van uitgangspunten voor de nieuwe concessie RET wordt van kracht voor beide concessies. We doorlopen de vervoerplanprocedure inclusief de afrondende besluitvorming in de laatste bestuurscommissie Vervoersautoriteit voor de zomervakantie. In de Mobiliteitsvisie is benoemd welke rol openbaar vervoer (als onderdeel van het publieke mobiliteitssysteem) heeft in het verbeteren van de bereikbaarheid en het versterken van de economische kracht van de metropoolregio. Belangrijk daarvoor zijn de investeringen in nieuwe OV-lijnen en materieel als bussen, trams en metro’s. Daarnaast kan het Openbaar vervoer deze rol alleen goed invullen als de kwaliteit goed is: voor reizigers is het openbaar vervoer prettig, veilig, betrouwbaar en betaalbaar, en daarmee aantrekkelijk. Om deze kwaliteit te verhogen gaat de MRDH vanaf 2027 aan de slag met het programma 'Aantrekkelijk OV'. Dit programma bevat een meerjarig pakket van maatregelen, waarbij in ieder geval aandacht wordt besteed aan de sociale veiligheid, toegankelijkheid en de betaalbaarheid van het OV.
Innovaties in het regionale mobiliteitssysteem We ontwikkelen en delen kennis over Smart Mobility, deelmobiliteit en Automatisch Vervoer . We stimuleren het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. We hanteren een afweegkader voor Smart Mobility, waarbij bijdrage aan de opdrachten uit de Mobiliteitsvisie voorop staat. De MRDH is kennismakelaar en subsidieverlener voor de toepassing van innovaties en nieuwe technologieën. Wegbeheerders voeren de toepassingen uit en andere partijen, zoals vervoerders, realiseren innovatieprojecten, gestimuleerd door de MRDH. Welke resultaten willen we bereiken? - Kennis van Smart Mobility ontwikkelen en het toepassen van innovaties die het regionale mobiliteitssysteem verbeteren en vernieuwen. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - We vormen samen met kennisorganisaties, andere regio's en het ministerie van I&W een Toegepast technologieprogramma. Dit is langjarig programma dat kennis, inzicht en overzicht biedt in de toepasbaarheid van technologieën voor onze opgaven met aandacht voor menselijk gedrag en de acceptatie van nieuwe technologieën door gebruikers. - Samen met koplopers van wegbeheerders en vervoerders testen en passen we technologie toe die bijdragen aan sociale veiligheid, verkeersveiligheid, systeembenutting en efficiënt beheer en onderhoud.
Dit doen we vanuit de programma's verkeersveiligheid, Verkeersmanagement en Mobiliteitsmanagement in Zuid Holland Bereikbaar, programma's voor automatisch vervoer, deelmobiliteit, publieke mobiliteit. - De wereld wordt steeds meer digitaal, maar niet iedereen weet dat te benutten. Naast het verbeteren van de datakwaliteit bekijken we samen met aanbieders van digitale producten hoe we de acceptatie en het gebruik kunnen bevorderen. Denk daarbij aan slimme navigatiediensten, maar ook aandacht voor het veilig gebruik van rijhulpsystemen via het ADAS (Advanced Driver Assistance Systems) consortium. - We werken bij het project Martha (automatisch vervoer last mile) Rotterdam The Hague Airport de vervolgstap het rijden zonder safety driver verder uit. - Door middel van het uitvoeren van meerdere pilots autonoom rijden en de uitkomsten uit die pilots komen we tot een voorstel voor brede uitrol van autonoom busvervoer via een routekaart autonoom vervoer.
21
-
We werken het autonoom railvervoer (tram / metro) verder uit.
Duurzame Mobiliteit We ontwikkelen kennis en monitoren de effecten van duurzame mobiliteit op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof. Daarvoor gebruiken we het al ontwikkelde digitale platform: www.mrdh.nl/duurzamemobiliteit. We helpen maatregelen te realiseren die een effectieve bijdrage leveren aan verduurzaming, zoals deelmobiliteit en de werkgeversaanpak. Met deze activiteiten dragen we bij aan de Europese doelstelling: 55% reductie van de CO2 -uitstoot in 2030, zoals onderschreven in het regeerakkoord. De MRDH is kennismakelaar, adviseert gevraagd en ongevraagd de individuele gemeenten over duurzame mobiliteit en stelt de vervoerders in staat om maatregelen voor duurzame mobiliteit uit te voeren. We agenderen uitdagingen en randvoorwaarden voor duurzame mobiliteit bij andere partijen, zoals het Rijk en de provincie ZuidHolland. De individuele gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregelen voor duurzame mobiliteit. Welke resultaten willen we bereiken? - Minimaal 250 emissievrije bussen laten instromen in de concessies en hiermee verbeteren wij de luchtkwaliteit, verminderen wij de CO₂-uitstoot zorgen we voor een duurzaam en klimaatvriendelijk openbaar vervoer in de stad en regio. - Kennisontwikkeling en -deling van duurzame mobiliteit en monitoring van de effecten op de reductie van CO2, stikstof en fijnstof.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - De instroom van ZE-bussen vindt gefaseerd plaats. In 2027 stromen de resterende ZEbussen voor de EBS concessie Haaglanden streek in voor de locatie Poeldijk. - In december 2027 neemt EBS een nieuwe locatie met ZE bussen in Zoetermeer in gebruik. - Nieuwe effectbepaling CO2 reductie, stikstof en fijnstof. Deelmobiliteit in de regio In de mobiliteitsvisie is de koppeling gelegd met samenhangende thema’s, zoals ketenmobiliteit, verstedelijking en actieve, duurzame en deelmobiliteit. We bieden de gemeenten (als wegbeheerder) en andere partijen (grondeigenaren) de handvatten om zelf aan de slag te gaan met deeldiensten. Wegbeheerders en de andere partijen (grondeigenaren, vervoerders en marktpartijen) voeren projecten uit. Daarnaast is deelmobiliteit een belangrijk onderdeel van publieke mobiliteit. Welke resultaten willen we bereiken? - Deelmobiliteit positioneren als onderdeel van het multimodale regionale vervoersysteem van de metropoolregio Rotterdam Den Haag. - Kennisontwikkeling en kennisdeling over deelmobiliteit om in te kunnen spelen op de kansen die bijdragen aan het behalen van de doelen van gemeenten en de Strategische Agenda.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Start pilot Publiek regionaal deelfietsensysteem MRDH in de gemeenten Delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Zoetermeer, Rijswijk en Wassenaar.
22
Samenwerkings- en uitvoeringsorganisaties De MRDH is mede-initiatiefnemer en ‘moeder’ van Zuid-Holland Bereikbaar, een samenwerkingsen uitvoeringsorganisatie die de bereikbaarheid (acceptabele hinder) in de regio borgt gedurende de vele infrastructurele beheer-, onderhouds- en aanlegprojecten die in de komende decennia zijn gepland en de mobiliteitstransitie stimuleert. Daarnaast neemt MRDH deel aan de coöperatieve vereniging DOVA (Decentrale OV-Autoriteiten), waarin de opdrachtgevers voor het regionale openbaar vervoer (provincies en vervoerregio’s) met elkaar afspraken maken over bijvoorbeeld tarieven, sociale veiligheid en de afstemming met het Rijk. MRDH is mede-opdrachtgever en subsidieverlener aan het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV) die zorgt voor kennisdeling met regionale OV-autoriteiten en gemeenten. Verder werkt MRDH ook internationaal samen met metropolitane OV-opdrachtgevers in Europa (EMTA, BEST) op het gebied van benchmarking en kennisuitwisseling en agendasetting in de EU. MRDH neemt deel aan het Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW). NDW is verantwoordelijk voor de inwinning van auto, fiets data en tools voor invoer van wegwerkzaamheden en evenementen. Daarnaast voldoen de MRDH en de inliggende wegbeheerder door deelname aan NDW aan Europese data verplichtingen.
Welke resultaten willen we bereiken? - Het borgen van economische en maatschappelijke activiteit in een periode van grote infrastructurele onderhoudswerkzaamheden, het beperken van hinder en het stimuleren van structurele gedragsverandering; - Verbetering van de klantreis in het openbaar vervoer: betaalbaarheid, veiligheid, reisgemak, waarbij we gebruik maken van de nieuwste inzichten uit de sector; - Een gezonde financiële situatie voor het regionale verkeers- en OV-systeem. - Betrouwbare, actuele en uniforme mobiliteitsdata voor analyses en beleid, door inwinning van autodata (reistijden, intensiteiten, herkomst bestemming) en fietsdata voor sturing van verkeer, monitoring en het verkeersmodel. - Efficiëntere beleidsontwikkeling door gebruik te maken van de kennisproducten van het KPVV. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Samen met Zuid-Holland Bereikbaar en andere moederorganisaties uitvoering geven aan het strategisch koersdocument en de opgaven vertalen naar maatregelen die worden vastgelegd in het jaarplan. - De inzet vanuit MRDH wordt versterkt, in het bijzonder daar waar het gaat in het opstellen en uitvoeren van de gebiedsaanpakken in Haaglanden, Rotterdamse regio en ZuidHollandse eilanden met als doel de impact van groot onderhoud aan het netwerk zo goed als mogelijk te verzachten en bij te dragen aan duurzame gedragsverandering.
- Specifiek voor het gebied Rotterdamse regio wordt een (gebied overstijgende) bereikbaarheid strategie opgesteld voor het project vernieuwen van Brienenoord brug (meerjarige werkzaamheden, uitvoering eerste fase voorzien in 2029). - We monitoren de uitvoering van het jaarplan ZHB en sturen hier actief op. - We voeren een landelijke benchmark uit voor OV‑klanttevredenheid en een Europese benchmark voor inwonerstevredenheid over het OV - We delen kennis en maken als regionale OV-autoriteiten in landelijk verband afspraken met elkaar, met vervoerbedrijven en met Rijk over verbetering van de klantreis.
23
Toegankelijkheid OV De MRDH is in 2025 gestart met het uitvoeringsprogramma Toegankelijk OV 2024 – 2028. Wij hebben van het Rijk financiële middelen toegekend gekregen. In het uitvoeringsprogramma staan de activiteiten op het gebied van de toegankelijkheid van het openbaar beschreven waar de komende vier jaar mee aan de slag wordt gegaan. In 2025 is vanuit het uitvoeringsprogramma het project OV-coach gestart voor een periode van drie jaar. De OV-coach richt zich op de inwoners van de metropoolregio voor wie het gebruik van ov en fiets niet vanzelfsprekend is, maar wel aan te leren is. Welke resultaten willen we bereiken? - Iedereen kan veilig en zelfstandig met het OV reizen; - Toegankelijke reisinformatie verbeteren; - Aansluiting van het OV op de openbare ruimte verbeteren.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - Afspraken maken met gemeenten en vervoerders om de toegankelijkheid van de openbare ruimte rondom OV te verbeteren; - Ondersteunen van gemeenten bij de opzet en implementatie van het programma OV coach; - We gaan ons actief richten op het verbeteren van het ontsluiten van reisinformatie; - We zetten ons in om digitale reisinformatie van verschillende vervoerders zoveel mogelijk te uniformeren en op elkaar af te stemmen; - We gaan OV bedrijven stimuleren om te innoveren op het gebied van toegankelijke reisinformatie op haltes en stations (zoals ontwikkeling gezamenlijke apps van vervoerders); - Op landelijk niveau werken we actief mee om de datastroom naar reizigers over toegankelijkheid te uniformeren en actueel te houden.
2.1.1.3 Opdracht 5 - Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk De 21 gemeenten verbeteren de kwaliteit van het bestaande mobiliteitsnetwerk, inclusief de knooppunten van verschillende vervoerssystemen, zodat meer mensen het netwerk gebruiken en hoger waarderen. Zo verbeteren we de bereikbaarheid van de metropoolregio vanuit kwalitatief oogpunt en benutten we het bestaande netwerk beter. Een robuust, betrouwbaar, veilig en samenhangend netwerk in de metropoolregio blijft noodzakelijk. In het bijzonder voor de Mainport en de Greenport. Het vrachtverkeer maakt immers gebruik van hetzelfde autonetwerk. De aankomende decennia worden grootschalige werkzaamheden uitgevoerd voor beheer en onderhoud van de infrastructuur. Dit is noodzakelijk om de kwaliteit van het huidige netwerk op orde te houden. Maar dit betekent structurele en aanzienlijke hinder als gevolg van verminderde capaciteit op het wegennetwerk. Daarom werken we met acht partners samen in Zuid-Holland Bereikbaar om de hinder te beperken en om duurzame gedragsverandering te realiseren (zie opdracht 3).
24
Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid We werken vanuit de aanpak ‘Maak een punt van Nul’ aan het verminderen van het aantal slachtoffers in het verkeer. De vastgestelde verkeersveiligheidsagenda geeft een beeld van de risico’s van de infrastructuur, risico-gedragingen en risicogroepen in het verkeer. Hieruit is duidelijk waarop de komende jaren de focus ligt. De MRDH ondersteunt de individuele gemeenten met kennis, accountmanagement en financiële middelen bij de uitvoering van gedragsinterventies en infrastructurele maatregelen. De MRDH is gesprekspartner van het Rijk over het nationale verkeersveiligheidsbeleid en diens inzet in nationale kaders en (financiële) middelen. Welke resultaten willen we bereiken? - De MRDH en de gemeenten maken, conform het Strategische Plan Verkeersveiligheid (landelijk beleid) en de Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid MRDH (RUA), risicogestuurd verkeersveiligheidsbeleid, formuleren doelen/streefwaarden ten aanzien van risicolocaties en risicovol gedrag en baseren hun uitvoeringsprogramma op risicoanalyses. - De realisatie van projecten voor de verbetering van de verkeersveiligheid van het regionale mobiliteitsnetwerk. - Een toename van het aantal deelnemende scholen dat actief is met de programma’s SCHOOL op SEEF, TotallyTraffic en #impact.
Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - We ondersteunen de gemeenten door kennisdeling en met softwaretools bij de overgang van ongevalgestuurd beleid en uitvoering naar een risicogestuurde aanpak. Het reguliere MRDH-verkeersveiligheidsoverleg houdt hiervoor een belangrijke rol, ook voor kennisdeling vanuit landelijke instanties zoals Aanpak SPV en NDW. - We voeren het programmamanagement op verkeerseducatie en -voorlichting, om scholen deel te laten nemen aan programma's zoals SCHOOL op SEEF, TotallyTraffic en #IMPACT en campagnes door gemeente te laten uitvoeren. We helpen gemeenten bij het opnemen van de gedragsmaatregelen in hun lokaal verkeersveiligheidsbeleid. - We stimuleren gemeenten met de inzet van meer uitvoeringskracht, onder andere door MRDH support. Dit draagt bij aan het realiseren van de streefwaarden uit de Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid. - We rapporteren over de regionale ontwikkeling van de verkeersslachtoffer en risicoindicatoren. Deze ontwikkeling wordt onder meer gebruikt om de prioriteiten te stellen in de jaarplannen van ons Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid Zuid-Holland en als het gaat om de inzet van gedragsmaatregelen. - Voor de optimalisatie van verkeershandhaving voeren wij gesprekken met politie en gemeenten. Het streven is dat gemeenten verkeersveiligheid opnemen als onderwerp in het lokale integrale veiligheidsplan.
Dit draagt bij aan het regionale doel om te komen tot nul verkeerslachtoffers. Op landelijk niveau agenderen we verkeershandhaving binnen de Bestuurlijke Afspraken rond het Strategisch Plan Verkeersveiligheid. - We voeren tijdens een campagneperiode van zes weken minimaal één van de ontwikkelde voorlichtingscampagnes uit in de gehele regio, zoals: ''Houdt rekening met elkaar''. - We stimuleren gemeenten om activiteiten uit te voeren die de verkeersveiligheid vergroten, door kennisdeling in het MRDH-verkeersveiligheidsoverleg, subsidies en via de nieuwsbrief Verkeersveiligheid.
25
Autonetwerk en verkeersmanagement In een groeiende regio waarin mobiliteit cruciaal is voor economische en maatschappelijke activiteit zorgt noodzakelijk beheer en onderhoud aan Rijks- en andere infrastructuur voor extra druk. Het belang maximaal inzicht te hebben in beschikbare infrastructuur en deze capaciteit vervolgens beschikbaar te houden voor de meest urgente gebruikers, onderstrepen de noodzaak tot samenwerking. Als mede-initiatiefnemer en ‘moeder’ van Zuid Holland Bereikbaar zet MRDH in om het bestaande wegennetwerk te optimaliseren, het geven van advies over de aanpak van, de volgorde van uitvoering en de te nemen maatregelen binnen een vooraf afgesproken kader van hinder, economische en maatschappelijke belangen en kosten. Daarbij zoeken we naar aanvullende kansen, zoals fietsverbindingen en mobiliteitsoplossingen gericht op duurzame gedragsverandering. Bij de doorstromingsmaatregelen openbaar vervoer kijken we samen met de wegbeheerders waar bus en tram sneller door het netwerk kunnen rijden. Rotterdam, Drechtsteden en MRDH hebben hun inzet ten aanzien van ZHB versterkt. Gemeenten, provincie Zuid‑Holland en het Rijk (als wegbeheerders) zijn verantwoordelijk voor de realisatie van infrastructurele ingrepen en de afstemming van de wegwerkzaamheden met Zuid-Holland Bereikbaar als helpende schakel.
Welke resultaten willen we bereiken? - Verbeteren van de doorstroming en spreiding van personen- en goederenvervoer. - Goede afstemming rond de multimodale programmering werkzaamheden spoor & weg. - Optimaal gebruik van het bestaande wegennetwerk door wegbeheerders. Wat gaan we daarvoor doen in 2027? - We voeren een knelpuntenanalyse uit en analyseren de betrouwbaarheid en reistijd van het metropolitaan wegennet over het jaar 2026. - We stellen samen met de wegbeheerders vast of er knelpunten zijn op het metropolitane wegennet en starten waar nodig vervolgonderzoeken voor het oplossen van deze knelpunten. - We adviseren, ondersteunen en subsidiëren infrastructurele ingrepen van wegbeheerders na toetsing aan het regionale beleid (mobiliteitsvisie) en leveren inhoudelijke kennis (verkeerskundig, verkeersdata/monitoring en verkeersmodel). Voorbeelden zijn o.a. de A20 Coldenhovenlaan en mitigerende OV en fietsmaatregelen in het kader van de A4 Haaglanden-N14. - We werken samen met andere overheden aan een afgestemde planning en programmering van onderhoud en verkeersmanagement binnen uitvoeringsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. - We beheren en ontwikkelen het verkeer- en vervoermodel zodat het actueel en beschikbaar is voor gebruik door gemeenten en de werkorganisatie. In 2027 werken we aan een grote update (V-MRDH 5.0), met daarin een actueel basisjaar en nieuwere netwerken.
Programma Knooppunten De MRDH, stationbeheerders en gemeenten werken samen aan de kwaliteitsverbetering van bestaande knooppunten. Samen onderzochten en bepaalden we al welke knooppunten worden aangepakt. Vervolgens helpt de MRDH samen met betrokken partijen om de opgave uit te werken. We bespreken de raakvlakken tussen modaliteiten onderling en met de ruimtelijke omgeving en verkennen de oplossingsrichtingen. Daarbij zijn vijf aandachtspunten van belang: lokale aansluiting (o.a. toegankelijkheid), fietsparkeren, P+R, kwaliteitsbeleving en mobiliteitsdiensten. De gemeente 26