CConstaterende datVoorne aan Zee
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek Boomgaard, fase 1_ter vaststelling

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente Voorne aan ZeeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Boomgaard fase 124.678 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

DE BOOMGAARD, FASE 1 Voorne aan Zee Bestemmingsplan

1/2

2/2

DATUM KENMERK

20-02-2024 NL.IMRO.1992.BPBmgrd21-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

De Boomgaard, fase 1 I. de Feijter

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

GEM De Boomgaard CV 20221279

AUTEUR STATUS

I. de Feijter Ter vaststelling

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting Bijlage 1

Quickscan ecologie

Bijlage 2

Nader onderzoek ecologie

Bijlage 3

Waterhuishoudingsplan

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Nader (asbest)onderzoek in bodem

Bijlage 6

Overzicht kabels en leidingen

Bijlage 7

Programma van eisen nader archeologisch onderzoek

Bijlage 8

Stikstofberekening

Bijlage 9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.­beoordeling

Bijlage 10

Visiedocument Klimaatadaptatie en

Bijlage 11

Natuurinclusiviteit Beeldkwaliteitplan Beaugaard

Bijlage 12

Verkeersonderzoek

Bijlage 13

Akoestisch onderzoek

Bijlage 14

Nota inspraak en overleg

Bijlage 15

Nota beantwoording zienswijzen

Bijlagen regels Bijlage 1

Staat van horeca­activiteiten

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Quickscan ecologie

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis Document in het kader van de Wet natuurbescherming

Auteur en foto’s: V. Nederpel Status: Definitief Datum: 18-02-‘22

versie: 1.2

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Doel

3

1.3

Werkwijze

3

Huidige situatie

5

2.1

Ligging projectlocatie

5

2.2

Beschrijving projectlocatie

5

Bevindingen

7

3.1

Algehele natuurwaarde

7

3.2

Beschermde gebieden

12

3.3

Soorten uit de Vogelrichtlijn

12

3.4

Soorten uit de Habitatrichtlijn

13

3.5

Beschermingsregime andere soorten

18

3.6

Houtopstanden

21

Effecten van ingreep

24

4.1

Algemene natuurwaarden

24

4.2

Beschermde gebieden

28

4.3

Vogelrichtlijn

29

4.4

Habitatrichtlijn

29

4.5

Andere soorten

30

4.6

Houtopstanden

31

Conclusies

32

5.1

Algemene natuurwaarden

32

5.2

Beschermde gebieden

32

5.3

Vogelrichtlijn

32

5.4

Habitatrichtlijn

33

5.5

Andere soorten

33

5.6

Houtopstanden

33

Gebruikte documenten en literatuur

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

35

2

1.Inleiding 1.1

Aanleiding

Ontwikkelcombinatie Gem De Boomgaard CV is voornemens om het plangebied De Boomgaard in Hellevoetsluis te ontwikkelen tot woonomgeving. Om het gebied te laten voldoen aan de toekomstige gebruiksfunctie, worden ingrepen gedaan in de huidige situatie. Zo is het huidige voornemen rond de 800 woningen te realiseren op termijn, met de benodigde ontsluitingswegen en inrichting van de openbare ruimte. Dit heeft invloed op de aanwezige landschap, natuur en de soorten die daar voorkomen. Onderhavige document geeft enerzijds inzicht in verplichtingen aangaande de Wet natuurbescherming. Gezien de landschappelijke kwaliteiten en mogelijke beschermde natuurwaarden daarin, is het een kans om, bij ingrijpen in het gebied haar kwaliteiten en kenmerken in te zetten bij de nieuwe inrichting. Op dit moment is de toekomstige situatie nog niet op inrichtingsniveau vastgelegd, maar ontwerpen zijn er al wel. Voorafgaand aan het uitvoeren van de voorgenomen ingrepen in het openbare ruimte, dient een toetsing plaats te vinden op aanwezigheid van natuurwaarden. Deze toetsing vindt plaats in het kader van de Wet natuurbescherming. In het onderhavig document wordt ook ingegaan op de aanwezige waarden voor algehele biodiversiteit, klimaat en sociale veiligheid.

1.2

Doel

Onderhavige ecologische quickscan heeft primair tot doel om inzichtelijk te maken welke natuurwaarden verwacht kunnen worden op de projectlocatie, in welk beschermingsregime onder de Wet natuurbescherming deze natuurwaarden vallen en of er negatieve effecten verwacht kunnen worden ten gevolgen van de voorgenomen ingrepen. Vervolgens kan geconcludeerd worden of er nog verdere onderzoeken nodig zijn om uitspraken te kunnen doen over effecten. Tevens worden huidige gebiedskwaliteiten ten behoeve van biodiversiteit, klimaat en sociale veiligheid inzichtelijk gemaakt en kansen tot behouden en versterken na herinrichting gedeeld. Er zijn op basis van de bevindingen eerste aanbevelingen gedaan over hoe om te gaan met deze gebiedskwaliteiten bij de herinrichting, welke kansen er liggen deze te versterken en hoe te handelen bij de aanwezige invasieve exoten ter plekke om inheemse biodiversiteit te borgen. In een visiedocument natuurinclusief bouwen kan dit verder uitgediept en versterkt worden, wat als ontwerpopgave meegenomen kan worden.

1.3

Werkwijze

De ecologische quickscan is uitgevoerd door een ervaren medewerker van de divisie landschap en ecologie van Heijmans. De projectlocatie is bezocht op 9 december 2021 en de aanwezige situatie is visueel geïnspecteerd. Hierbij is niet alleen gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten, maar ook op sporen die wijzen op aanwezigheid op een ander tijdstip en de potenties die de projectlocatie heeft voor natuurwaarden. Er is bij de inspectie gebruik gemaakt van een camera, endoscoop, verrekijker, een zaklamp en een inspectiespiegel. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

3

Bij het opstellen van het document is gebruik gemaakt van reeds bekende gegevens uit eerdere onderzoeken, aangevuld met eigen bevindingen. Uit jarenlange ervaring is hierdoor een betrouwbare beschrijving volgens expert judgement opgesteld. Hierbij is de volledige projectlocatie bekeken, voor zover veilig toegankelijk. Voor het opstellen van de quickscan kon door gebruikmaking van de Heijmans ecologen een goede borging van ecologie plaatsvinden in de plannen en ontwikkeling. Hierdoor kunnen integraal overwegingen gemaakt worden voor de gehele gebiedsontwikkeling en is er betrokkenheid vanuit het bedrijf op een gepaste inspanning, waardoor het ontwikkelproces soepel doorlopen kan worden. De eventuele verdere stappen voor de Wet natuurbescherming worden door een onafhankelijk deskundige uitgevoerd.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

4

2. Huidige situatie 2.1 Ligging projectlocatie Het projectlocatie is gelegen aan de noordwestelijke rand van de bebouwde kern van stad Hellevoetsluis, provincie Zuid-Holland. Het plangebied is gelegen tussen de Ikkerseweg, Stormweg en Parnassialaan. In figuur 1 is de ligging van het projectgebied in Hellevoetsluis aangegeven.

Hellevoetsluis

Haringvliet Figuur 1. De ligging van het projectlocatie, in rood aangegeven, in de omgeving van Hellevoetsluis. (bron: Google Maps)

2.2 Beschrijving projectlocatie Op dit moment doet de projectlocatie vooral dienst voor agrarische doeleinden (akkers en boomgaard, deels niet meer in gebruik) en voormalig campingterrein met opgaand groen. Zie ook Bijlage 2 voor een foto impressie van het projectgebied. Op dit moment zijn de aanwezige ecotopen te beschrijven als een afwisseling van enkele gangbare akkers, graslanden, watergangen met 1:1 oevers met riet en enkele percelen met fruitbomen (diverse vormen en soorten pruim), omgeven door windsingels van voornamelijk zwarte els. Lokaal zijn er ook oudere en vervallen delen windsingel aanwezig, ook van schietwilgen en populieren. De boomgaarden zijn niet meer in gebruik en de fruitbomen zijn wat achterstallig in onderhoud. Tevens is aldaar braam- en kruidenruigte aanwezig en opschot van diverse jonge bomen, onder andere van wilde pruimen door worteluitloop en van kornoeljes. Er is een perceel aanwezig wat een voormalige camping betreft. Hier zijn geen Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

5

opstallen of roerend goed meer aanwezig, maar gevarieerd aanbod aan opgaande beplanting, met een groot aandeel cultivars hierin als Chinese kamperfoelie, laurierkers en Aziatische duizendknoop (vermoedelijk Sachileense). De inheemse beplanting bestaat onder andere uit schietwilg, zomereik, gewone es, esdoorn, berk, zwarte els, liguster, hazelaar, kornoelje, (tros-) vlier, eenstijlige meidoorn, bruidsluier, braam en klimop. Aangrenzend aan het plangebied, aan de noordwest zijde is een vuilstort aanwezig, welke aan uiterlijke kenmerken deels overeenkomt met het voormalige campingterrein maar meer bramenbegroeiing kent. De bodem is vochtig en voedselrijk, bestaat uit klei. Er is sprake van brakke invloeden in het oppervlaktewater (STOWA Deltafact rapport 2017). De oevers van de watergangen zijn steil (1:1) en met gras en riet bedekt. Er is geen sprake van een oeverzone. In het water is lokaal sterrekroos aanwezig, maar andere submerge of drijvende watervegetatie ontbreekt. Wilde ondergroei en bermvegetatie bestaat uit onder andere grote brandnetel, hondsdraf, kruipende boterbloem, fluitenkruid, paardenbloem, smeerwortel, wilde peen, grassen als gestreepte witbol, lokaal harig wilgenroosje en basterdwederik. Lokaal is opschot van de heester kornoelje en verwilderde/wilde pruim aanwezig in de boomgaarden.

Rond en lokaal direct grenzend aan het plangebied zijn het bebouwde gebied van Hellevoetsluis aanwezig, een volkstuinencomplex en gangbaar akkerland. De bebouwing rond het plangebied betreft woningen met pannendaken en spouwmuren en flats. Incidenteel zijn er ook andere vormen van kieren of kapotte boeiborden. In het plangebied is een woning met erf aanwezig, wat niet behoord tot het plangebied, maar geheel omsloten wordt hierdoor. De alhier aanwezige woning en schuur hebben pannendaken en spouwmuren, en diverse andere mogelijke potenties voor verblijfplaatsen voor beschermde soorten. De enige bebouwing ín het plangebied betreft enkele eenvoudige houten schuurtjes in slechte staat met golfplaten daken. Door en rond het plangebied zijn enkele verharde wegen aanwezig, deze zijn voor lokaal verkeer en hebben geen verlichting van straatlantaarns. Wel is er beperkte verlichting van het aanwezige woonerf en de reguliere verlichting van het bebouwde gebied van Hellevoetsluis. Zie figuur 2 voor een grotere weergave van de ecotopen van het plangebied.

Figuur 2. Overzicht projectlocatie De Boomgaard in luchtfoto aanzicht. (bron: Google Maps)

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

6

3. Bevindingen Onderstaand worden de bevindingen van zowel literatuur (NDFF, eerdere natuurtoetsen) als het eigen veldbezoek beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen zowel de algehele waarde van groen als de verschillende onderdelen van de Wet natuurbescherming. Op basis van expert judgement wordt een beoordeling gemaakt over de aanwezige of te verwachten natuurwaarden.

3.1 Algehele natuurwaarde We kennen allemaal de berichten van veranderingen in klimaat, afname in biodiversiteit, toename van plaagsoorten, mentale en fysieke gezondheidsklachten. We worden ons steeds bewuster van de inrichting van onze directe leefomgeving. Groen en natuur zijn voor ons als mens heel bepalend voor ons welzijn. Het levert wat we noemen eco-systeem diensten; als filteren van de lucht op fijnstof en vastleggen van CO2, het leveren van zuurstof, maar ook aanwezigheid van planten zorgt voor waterberging. De bodem rond planten als kruiden, struiken en bomen kan meer water bergen als bij bestrating of gazon, waardoor wateroverlast sterk beperkt kan worden. Een plant neemt water op en verdampt dit weer, wat verkoelend werkt in de zomer. Naast natuurlijk de schaduw en het voorkomen van opbouw in hitte stress door simpelweg hun aanwezigheid. Zo levert 1 volwassen boom hetzelfde koelende effect als 10 airco’s en verdampt wel 6000-8000 liter water op een zomerdag! Groen en natuur heeft ook een groot effect op onze sociale aspecten. Het biedt ruimte om te ontspannen als sporten, de hond uit te laten of een boek lezen in het park, maar ook een mooie plek om te ontmoeten bij een moestuin, speeltuin of bankje.

Alleen al een uitzicht op een groene omgeving werkt ontspannend en productie verhogend! In zekere zin heeft groen dus een belangrijke preventieve functie voor de lokale gezondheidszorg. Zeker wanneer toegepast groen onderdeel is van een park, groene buurt of wijk, versterken de verschillende natuurlijke aspecten in de bewoonde omgeving elkaar en wordt het netto effect nog groter. De gunstige effecten op het klimaat zijn groter, de biodiversiteit hoger en het woonplezier ook! Ook veel dieren zijn gebaat bij beplanting, zeker wanneer het de juiste beplanting betreft. Niet iedere plant of boom is hetzelfde namelijk. Zo dragen inheemse en regio-passende soorten die bloemen en bessen dragen bij aan een verblijf, verbinding en voedsel voor insecten, vogels en kleine zoogdieren als egels en vleermuizen. Deze dieren zijn ook voor ons mensen belangrijk, omdat we als mens simpelweg niet kunnen zonder deze diversiteit aan soorten. Ze zorgen voor bestuiving van onze voedselgewassen en houden plagen onder de duim bijvoorbeeld. Diverse roof-insecten en vogelsoorten zijn belangrijke natuurlijke vijanden zijn van spinselmot, eikenprocessierups en muggen, waardoor aanwezigheid van deze soorten beperkt blijft. Dit, samen met zwaluwen en vleermuizen zorgt voor vangen van wel duizenden muggen per etmaal, erg handig deze in de wijk te hebben. Biodiversiteit zit ook in minder zichtbare soorten.

Zo leven er allerlei soorten mossen, korstmossen, algen en kleinere organismen op bijvoorbeeld een boombast. Biodiversiteit zit ook in een gezonde bodem vele schimmels, bacteriën en micro organismen. Deze zijn nodig Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

7

om planten te laten groeien, omdat bv bomen niet zelf mineralen op kunnen nemen, maar dit in symbiose met schimmels wel kunnen. De wortels, maar ook kleine diertjes maken kleine gangetjes, grotere dieren als regenwormen, mollen en muizen maken grotere gangen. Hierdoor kan lucht in de bodem, wat nodig is voor een vitale beplanting, maar de sponswerking van de bodem neemt ook enorm toe. Dit hele deel van het lokale ecosysteem is dus van direct effect op allerlei makkelijk waarneembare vormen van biodiversiteit. Een bodem kent deze levensvormen in een goede balans pas als deze minimaal 25 jaar in rust is en op de juiste manier behandeld wordt (bv geen pesticiden, chemicaliën, sterke vermesting ed), een gerijpte bodem wordt dit genoemd. Daarmee is een gezonde bodem erg belangrijk voor een leefomgeving en is behoud of direct hergebruik van gerijpte gronden een directe aanleiding voor klimaatdoelen, biodiversiteit en welzijn. Gezien de situatie in het plangebied met gangbaar agrarisch gebruik en een vuilstort aangrenzend aan het plangebied, zal in een nadere fase benoemd moeten worden welke bestaande bodem aantrekkelijk is voor deze gezonde bodemsituatie in de nieuwe inrichting. Stimuleren en behouden van de biodiversiteit is dus van belang voor een gezonde leefomgeving, ook als er geen wettelijke verplichting is.

Bij toepassen van het juiste ruimtegebruik, waardevolle beplanting en gevelvoorzieningen, kunnen soorten gestimuleerd worden waardoor een natuurlijk evenwicht versneld wordt aangebracht. In het plangebied zijn diverse kwaliteiten voor het groen aanwezig, die onder deze algemene natuurwaarde vallen. Zo zijn er diverse vormen van inheemse en lokaal passende beplanting aanwezig. Dit met name als windsingels en opgaande beplanting op het voormalig campingterrein. Ook ruigte ondergroei en bermen vallen hieronder. Het behouden van diverse beplantingen welke langdurig veilig te behouden zijn kan een directe drager worden voor de toekomstige groenstructuren. Juist met oog op de genoemde kwaliteiten voor biodiversiteit, klimaat en welzijn, maar ook als identiteit voor het woongebied.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

8

Figuur 3. Aan de noordrand van het voormalige campingterrein is een rij knotwilgen aanwezig. Deze bomen zijn interessant te behouden, kunnen nog heel wat jaren mee en versterken de identiteit van de locatie.

Sommige houtsingels zijn echter van oudere leeftijd en aftakelend. Hierdoor kennen ze een hogere ecologische waarde voor potentieel aanwezige beschermde soorten (volgt verder in §3.3, 3.4 en 3.5). Ze zijn echter mogelijk niet op lange termijn veilig te behouden bij de nieuwe gebiedsfunctie. Een openbaar gebied moet immers voor algemene volksgezondheid veilig te betreden zijn. Dit dient nader inzichtelijk gemaakt te worden door een specialist. Zo ook een deel van de aanwezige fruitbomen, met name de oudere bomen westelijk van de Voorvorseweg (zie bijlage 3). Deze hebben dikwijls kenmerkende vormen als open komvorm, waarmee ze een duidelijke lokale identiteit dragen. Bij sommige hiervan zijn echter ook zwammen aanwezig aan de voet van de stam. Welke zwammen dit zijn en of dit effect heeft op de vitaliteit en langdurige instandhouding dient een specialist te bepalen. Mogelijk kan het behouden van (een deel van) de oudere bomen ter plekke en uitvoeren van onderhoudsbeheer zorgdragen voor een behoud voor de lange termijn. Een groot deel van de aanwezige windsingels (zie bijlage 3) en fruitbomen zijn in dermate vitale staat en leeftijd dat deze waardevol zijn te behouden. Dit met name voor de jongere bomen, welke vitaal zijn en zonder gaten en scheuren zijn. De eerste indruk is dat deze windsingels langdurig te behouden zijn.

Ze kunnen bij behoud waardevol zijn voor identiteit van de wijk, als volwassen groen in een nieuwe leefomgeving en uit behoud van algemene biodiversiteit en andere groenkwaliteiten. De windsingels lijken niet goed verplantbaar en met name waardevol als lijnvormig landschapselement in zowel huidige als mogelijk toekomstige gebruiksvorm. Deze zouden bijvoorbeeld verkeersroutes voor langzaamverkeer, wandelroutes of lokale ontsluitingswegen kunnen begeleiden. Op die manier kunnen ook gebruiksvormen voor beschermde ecologie zoals vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen behouden blijven in de nieuwe inrichting. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

9

In bijlage 3 zijn inzichtelijk gemaakt hoe tijdens de visuele inspectie de aanwezige ecotopen zijn beoordeeld. De lokale biodiversiteit en toekomstige groenkwaliteit wordt echter ook bedreigd. Er zijn op diverse plekken in het gebied invasieve plantsoorten aangetroffen. Deze soorten horen van oorsprong niet in het Nederlandse ecosysteem, maar kunnen zich hier door ontbreken van hun natuurlijke vijanden dermate handhaven dat ze inheemse soorten domineren. Vastgesteld is Aziatische duizendknoop, vermoedelijk Sachileense duizendknoop, welke vooral op en nabij het voormalige campingterrein is aangetroffen. Verdere verspreiding van deze soort dient voorkomen te worden om inheemse biodiversiteit en beeldkwaliteit te behouden. De soort kan makkelijk en effectief verspreiden door wortelstokken en delen van planten. Een stukje van 10 cm wat met maaisel verspreidt wordt, kan al een nieuwe groeiplek worden. Verspreiding via zaadzetting is zeldzamer, maar wordt steeds algemener door hybridiseren van diverse rassen onderling.

Figuur 4. De slootkant is met een klepelmaaier recent onderhouden, waarbij ook duizendknoop (bruine stengels op linker slootkant) is gemaaid en verspreidt.

Er is ook een tweede invasieve exoot aangetroffen en deze is lokaal zelfs in sterke mate aanwezig. Het betreft Reuzenberenklauw, welke op diverse percelen aanwezig is. Deze soort is vervelend in de beleving, omdat er brandharen aan zitten welke sterke irritatie veroorzaken.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

10

Figuur 5. Lokaal is reuzenberenklauw sterk aanwezig.

Op enkele plekken in de oostelijk boomgaard zijn mogelijke resten van reuzenspringbalsemien aangetroffen. Dit is tevens een invasieve exoot. Dit was echter niet goed meer vast te stellen, omdat deze soort snel vergaat in het najaar. Tijdens het groeiseizoen dient dit nader bekeken te worden. Ook van de invasieve exoten is in bijlage 3 een weergave verbeeld, voor zover waargenomen tijdens het veldbezoek.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

11

3.2 Beschermde gebieden Het gebied is gelegen in de gemeente Hellevoetsluis, aan de noordwestzijde van de huidige bebouwde kern. Het Natura 2000-gebied wat het dichtste bij gelegen is, is ‘Haringvliet’ op 1,5 km afstand. Zie Figuur 6 voor de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde gebieden.

Figuur 6. Ligging van het projectgebied, zie rode punt, ten opzichte van beschermde gebieden. Bron: Synbiosys.

Tijdens de werkzaamheden van realisatie van de herinrichting zullen trillingen en geluid geproduceerd worden. Wegens de afstand tot het Natura 2000 gebied, worden verstorende effecten niet verwacht, maar is incidentele verontrusting niet uit te sluiten. Effecten op instandhoudingsdoelen of habitatrichtlijnsoorten worden niet verwacht. Wegens de huidige stikstof beoordelingen en de afstand tot beschermde gebieden, kunnen effecten niet worden uitgesloten. Derhalve is een nadere toetsing voor de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden aanbevolen. Dit is separaat al ondervangen en uitgevoerd. De projectlocatie ligt op 640m van het Natuurnetwerk Nederland. Effecten worden voor het NNN echter niet beoordeeld buiten de gestelde gebiedsgrenzen (zogenoemde externe werking). Derhalve zijn effecten op het NNN door de ingreep redelijkerwijs uitgesloten.

3.3 Soorten uit de Vogelrichtlijn Het terrein is geschikt voor algemene broedvogels, als merel (Turdus merula), winterkoning (Troglodytes troglodytes) en houtduif (Columba palumbus). Op het terrein zijn tevens bomen aangetroffen met holtes welke in gebruik kunnen zijn door spechten als de grote bonte specht (Dedrocopus major) en spleten welke nestlocaties kunnen zijn voor boomkruiper (Certhia brachydactyla) bijvoorbeeld. Er is op het voormalige campingterrein een horst aangetroffen Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

12

met nabij een herhaaldelijk territoriaal paartje sperwer (Accipiter nisus). Vermoedelijk is de aangetroffen horst de bijbehorende nestplek van dit paartje. Gezien de beplantingen kan voorkomen van ransuil (Asio otus), buizerd (Buteo buteo) en boomvalk (Falco subbuteo) ook niet worden uitgesloten, hetzij als onderdeel van het leefgebied, hetzij voor een nestlocatie. Hoewel het plangebied zelf geen gebouwen kent anders dan houten schuren, is weldegelijk gelet op gebouw gebonden soorten. Dit om effecten op andere gebiedsfuncties te kunnen inschatten. Zo is op het erf van de woning omgeven door het plangebied een zeer vermoedelijke nestlocatie van kerkuil aanwezig in de schuur. Ook is een kerkuilenkast aanwezig in de westelijke grens van het plangebied bij de volkstuinen. De volkstuinen zijn geschikt leefgebied voor steenuil. Met deze potenties en sporen kan het plangebied deel uitmaken van een essentiële gebiedsfunctie als foerageergebied voor deze soorten. Nader onderzoek dient dit uit te wijzen. In de schuren en beplanting binnen de projectgrenzen zijn geen verder sporen van uilen aangetroffen. In het projectgebied zijn geen omstandigheden aanwezig welke geschikt zijn als broedlocatie van huismus (Passer domesticus) en gierzwaluw (Apus apus). Deze soorten worden niet verwacht broedend in het plangebied, maar wel in de bebouwing rond het plangebied.

Dan betreft het de bebouwing aan de Voorvorseweg, Stormweg, Helmstraat, Haagwinde en Verlengde Lagelandseweg. Een mogelijk incidenteel bezoek van gierzwaluw in of boven het plangebied kan niet worden uitgesloten. Effecten op deze soorten worden niet verwacht, aangezien hun vaste rust- en verblijfplaatsen of essentiële gebiedsfuncties niet worden aangetast. De huismus kan gebruik maken van de randen van het plangebied aansluitend op de genoemde straten als onderdeel van een groter leef- en foerageergebied. Enkele tientallen meters naast het plangebied is een torenvalkkast aanwezig. Dit is een potentiële nestlocatie, maar sporen of aanwezigheid zijn niet vastgesteld. Tijdens het veldbezoek zijn aangetroffen: ijsvogel, grote bonte specht, havik, buizerd, sperwer, boomkruiper, houtsnip, grote zilverreiger, zwarte kraai, diverse kleine zangvogels. Opsommend wordt de aanwezigheid van nesten of verblijfplaatsen van jaarrond beschermde vogels uit categorie 1-4 verwacht. Tijdens het broeden zijn alle inheemse vogels beschermd en mogen deze niet verstoord worden. Broeden vindt voornamelijk plaats tussen half maart en half juli. Veel algemene vogelsoorten zijn genoemd in de verdragen van Bonn en Bern, waaronder de genoemde soorten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn.

Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding.

3.4

Soorten uit de Habitatrichtlijn

Flora In het projectgebied zijn soorten aangetroffen van vochtige tot natte en voedselrijke omstandigheden. De plantensoorten zoals beschermd onder de Wet natuurbescherming zijn of verdwenen uit Nederland, zijn handmatig aangebrachte exemplaren, komen voor in Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

13

kalkarme moerassen/ wilgenbossen of worden aangetroffen in helder, voedselarm water (veengronden en duinvalleien). Gezien de biotopen in het plangebied kan het voorkomen van al deze soorten redelijkerwijs worden uitgesloten. In het kort betreft dit: •

Liggende raket (Sisymbrium supinum) en zomerschroeforchis (Spiranthes aestivalis): verdwenen uit Nederland.

•

Kleine vlotvaren (Salvinia natans): komt van nature niet in NL voor, recente meldingen zijn weggegooide aquariumplanten.

•

Geel schorpioenmos (Hamatocaulis vernicosus): kalkarme, ijzerrijke moerassen

•

Tonghaarmuts (Orthotrichum rogeri): vooral in jonge wilgenbossen en in jonge aanplant van zomereik.

•

Drijvende waterweegbree (Luronium natans): helder, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water

•

kruipend moerasscherm (Apium repens): zwak zure veen- of kleibodems, die ’s winters ondiep overstroomd worden.

•

Groenknolorchis (Liparis loeselii): natte duinvalleien en trilvenen

Vleermuizen Er zijn enkele windsingels (zie bijlage 3) en oudere schuren in verminderde staat aanwezig in het plangebied. Door de beperkte hoogte van deze oudere windsingels, hun locatie in struweel/ braamruigte en ontbreken van holtes op hoogte, lijken de potenties voor vaste rusten verblijfplaatsen beperkt. Echter, potenties voor een zomer- en/ of paarverblijf van bijvoorbeeld ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), watervleermuis (Myotis daubentonii), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) is niet uit te sluiten voor deze ecotopen.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

14

Figuur 7. De met name oudere windsingels bevatten lokaal scheuren en holtes. Alhier de zuidrand van het voormalig camping perceel.

Boombewonende soorten franjestaart (Myotis nattereri) en baardvleermuis (Myotis mystacinus) worden niet verwacht wegens ontbreken van oudere loofbossen in het plangebied en de directe omgeving. De jongere windsingels en fruitbomen van de boomgaarden hebben geen potenties voor vaste rust- en verblijfplaatsen, wegens ontbreken van scheuren en holtes. Er is in het plangebied geen sprake van geschikte omstandigheden voor een kraam- dan wel massa winterverblijf. De aanwezige gebouwen rond het plangebied hebben wel spouwmuren, randpannen en boeiborden, zodat het geschikt is voor een vaste rust- en verblijfplaats van vleermuizen. Dan betreft het de bebouwing aan de Voorvorseweg, Stormweg, Helmstraat, Haagwinde en Verlengde Lagelandseweg. In de ingreep zijn aantastingen van de gebouwen rond het plangebied niet voorzien. Door de aanwezige biotopen in het plangebied, en de bebouwing rond het plangebied (zowel de losse woning als de woonwijken) is het mogelijk dat ook gebouwbewonende soorten als watervleermuis, meervleermuis (Myotis dasycneme), gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger (Eptesicus serotinus) het plangebied gebruiken om te foerageren. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor een aantal soorten vleermuizen. Gezien de ligging, omvang en samenstelling is een essentiële functie niet uit te sluiten.

De beplanting op de voormalige boomgaarden zijn in hun huidige staat geschikt foerageergebied. Ook de windsingels en het perceel van de voormalige camping zijn geschikt als foerageergebied. De bredere watergang met haar oevers, langs de Parnassialaan is geschikt voor meer water gebonden soorten. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

15

Te verwachten soorten voor de gebiedsfunctie foerageergebied zijn ruige dwergvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. De beplantingen en met name aan de randen met open gebied, maar ook de watergang langs de Parassialaan vormt een onderdeel van lijnvormige elementen, waarmee ze mogelijk een onderdeel vormen van vliegroutes van vleermuizen. Uit nader onderzoek moet blijken of, door welke soorten en aantallen dit in gebruik is met welke functie. Overige zoogdieren De soorten otter (Lutra lutra), lynx (Lynx lynx), wolf (Canis lupus), wilde kat (Felis silvestris), hamster (Cricetus cricetus), hazelmuis (Muscardinus avellanarius) en zeezoogdieren worden niet verwacht in het plangebied. De nodige levensvoorwaarden (natte situaties, helder open water, akkers met randbeheer en graan en luzerne en holle bomen) voor deze soorten zijn niet in het projectgebied aanwezig of de soorten zijn geografisch niet te verwachten in het plangebied. De aanwezige biotopen bij de voormalige camping en de windsingels zijn geschikt als leefgebied voor de bever (Castor fiber). Echter, sporen van deze soort zijn niet aangetroffen in het plangebied en er is geen barrièrevrije verbinding met leefgebieden uit de omgeving. De bever wordt dan ook niet verwacht in het plangebied.

De noordse woelmuis (Microtus oeconomus) is bekend uit de omgeving van het plangebied, onder andere van de schorren langs het Haringvliet. Het is een soort die in plas-dras biotopen leeft en sterk beconcurreerd wordt door overige ware- en woelmuizen. De aansluitende watergangen tussen het Haringvliet en het plangebied zijn beschoeid en sterk gecultiveerd. In het plangebied zijn de oevers van de aanwezige watergangen steil, van klei en een 1:1 talud. Er is ofwel gras, ofwel (gemaaid) riet ofwel braamstruweel aanwezig. Hierdoor ontbreekt een oeverzone en gaat het water direct over in een droog biotoop. Ook ontbreken oeverkruiden en transparant riet. De nodige levensvoorwaarden voor deze soort zijn dan ook niet in het projectgebied aanwezig.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

16

Figuur 8. De aanwezige watergangen kennen steile klei oevers met een 1:1 talud. Er is ofwel gras, ofwel (gemaaid) riet ofwel braamstruweel aanwezig.

Reptielen De onder dit beschermingsregime voorkomende reptielen muurhagedis (Lacerta muralis), gladde slang (Coronella austriaca) en zandhagedis (Lacerta agilis) behoeven schrale, halfopen vegetatie met open zandplekjes of zijn op basis van geografisch verspreidingsgebied uit te sluiten. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen onder dit beschermingsregime vallende reptielen voorkomen. Indien er bouwwerkzaamheden plaatsvinden en er zand wordt aangebracht, wordt vestiging van zandhagedis niet verwacht. Deze soort is niet in staat zelfstandig het gebied tussen het verspreidingsgebied bij het duin en langs het Haringvliet en het plangebied te bereiken. Amfibieën In het plangebied is open water aanwezig. Er zijn smalle slootjes tussen de boomgaarden en bredere wateren in het open gebied. Het plangebied is dan ook geschikt voor de voortplanting van amfibieën. Echter, in het plangebied en de directe omgeving is geen geschikt voortplantingswater voor de zwaarder of strikt beschermde amfibieën boomkikker (Hyla arborea), geelbuikvuurpad (Bombina variegata), heikikker (Rana arvalis), kamsalamander (Triturus cristatus), knoflookpad (Pelobates fuscus), rugstreeppad (Pelobates fuscus) en vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) aanwezig. Tevens zijn diverse soorten onder dit regime geografisch uit te sluiten.

De aanwezigheid van overwinterende amfibieën die onder dit beschermingsregime vallen kan daarom ook redelijkerwijs worden uitgesloten. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

17

Indien er bouwwerkzaamheden plaatsvinden en er zand wordt aangebracht, dient het nemen van maatregelen overwogen te worden tegen vestiging van rugstreeppad. Deze soort is bekend langs het Haringvliet en houdt van zandlichamen en snel opwarmend water. De maatregelen deze soort te weren, bestaan ofwel uit het voorkomen van ondiepe plassen, wat lastig is gezien de klei ondergrond, ofwel door het plaatsen van een amfibieën scherm op relevante plekken, zodat de soort zich niet kan vestigen. Vissen In het plangebied is water aanwezig, dit is echter niet geschikt voor de onder dit regime beschermde soorten steur en houting. Deze hebben rivieren nodig waar onbeperkte migratie mogelijk is, wat niet aanwezig is in het plangebied. Libellen en vlinders In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. De Teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) is een nachtvlinder welke in toenemende mate in Nederland wordt aangetroffen. De waardplanten voor deze soort zijn wel aanwezig op het oostelijke boomgaardperceel van het plangebied en ook alleen daar in het plangebied (ten noorden van de Parnassialaan en ten oosten van de watergang). Wegens het zwervende karakter van de soort kan voorkomen niet geheel uitgesloten worden.

Daadwerkelijk voorkomen alhier als onderdeel van het plangebied dient uit een nader onderzoek blijken. Overige ongewervelden De onder dit beschermingsregime vallende soorten zijn Oeveraas (Palingenia longicauda), juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus). Deze soorten zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is maar één populatie nabij Maarheeze (NoordBrabant) bekend. De platte schijfhoren (Anisus vorticulus) behoeft zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. Vaak in draadalg-vegetaties, maar ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer, wortels van o.a. Lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water. In verband met het ontbreken in het plangebied van veensloten, regenwater gevoede wateren en vennen met schoon water kan het voorkomen van andere onder dit beschermingsregime vallende overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten.

3.5

Beschermingsregime andere soorten

Flora Op grond van de voedselrijke omstandigheden ter plekke en het ontbreken van geschikte muren worden geen beschermde planten verwacht. Ook werden tijdens het veldbezoek geen beschermde planten aangetroffen. Muizen, woelmuizen en spitsmuizen Onder dit beschermingsregime vallen een aantal soorten met een beperkt verspreidingsgebied of met bijzondere eisen aan hun leefomgeving. Het verspreidingsgebied van de eikelmuis Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

18

(Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in Zuid-Limburg. De soort grote bosmuis (Apodemus flavicollis), welke alleen voorkomt aan de oostgrens van Nederland. De veldspitsmuis (Crocidura leucodon) komt voor in voor in Twente en Zeeuws-Vlaanderen. De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met structuur- en kruidenrijke oevers en is niet bekend langs de noordoever van het Haringvliet. Daarmee is redelijkerwijs uit te sluiten dat deze soorten voorkomen in het projectgebied. Voor de overige ware muizen, woelmuizen en spitsmuizen geldt dat zij door de Provincie ZuidHolland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. Tevens ontbreken de benodigde voedselbomen in een dermate schaal dat het plangebied draagkrachtig genoeg kan zijn, of onderdeel kan zijn van een groter leefgebied. Een verbinding met dichtbij zijnde bekende verspreidingsgebied ontbreekt. Een essentiële functie of onderdeel van de functionele leefomgeving voor de eekhoorn is dan ook redelijkerwijs uit te sluiten. Haas, konijn, egel, vos en ree Tijdens het veldbezoek is een ree aangetroffen en veelvuldig sporen hiervan.

Uit mondelinge mededeling is op te maken dat vos aanwezig is, zowel in het plangebied als de aangrenzende perceel met houtopstanden aan de noordwest zijde. Tijdens het veldbezoek zijn ook diverse hazen aangetroffen. Konijn komt in de duinen nabij voor, maar wordt niet verwacht in het plangebied gezien het kleiige karakter, hiervan zijn ook geen sporen aangetroffen als holen. Deze soorten zijn door de Provincie Zuid-Holland voor ruimtelijke ingrepen allen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Marterachtigen In het projectgebied zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen als graafsporen, wissels, holtes of latrines. Het is echter op basis van aanwezige ecotopen en verspreiding niet uit te sluiten dat steenmarter (Martes foina) gebruik maakt van het plangebied. Verblijven van deze soort kunnen niet worden uitgesloten in de aanwezige schuren en gebouwen in aangrenzende omgeving. Het plangebied kan dienst doen als (essentieel) leefgebied voor de soort. Gezien ontbreken van groter aaneengesloten ouder bos met geschikte holtes wordt voorkomen van boommarter (Martes martes) dan ook redelijkerwijs uitgesloten. Echter, gezien een zeer recente waarneming van deze soort in de omgeving, kan incidenteel gebruik van het plangebied niet worden uitgesloten. Het plangebied ligt buiten de bekende verspreiding van de das (Meles meles).

Onder de Wet natuurbescherming zijn diverse kleine marterachtigen beschermd: bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis). Deze zijn gezien de aanwezige ecotopen niet uit te sluiten. In de Provincie Zuid-Holland zijn deze soorten echter vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

19

Overige zoogdieren De overige onder dit beschermingsregime vallende zoogdieren betreffen ofwel zeezoogdieren ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Daarom kan redelijkerwijs worden gesteld dat binnen het plangebied geen onder dit beschermingsregime vallende overige zoogdieren voorkomen. Vissen In het plangebied is open water aanwezig. Het voorkomen van vissen is dan ook niet uitgesloten. Echter zijn er geen verlandingssloten/vennen, en heldere zwak tot sterk stromende wateren met enige steen-/ grindinmenging in het bodemsubstraat aanwezig in het plangebied. Derhalve worden soorten onder dit beschermingsregime, te weten kwabaal (Lota lota), elrits (Phoxinus phoxinus), grote modderkruiper (Misgurnus fossilis), gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus), beekprik (Lampetra planeri), beekdonderpad (Cottus rhenanus) niet verwacht. Reptielen Het plangebied ligt buiten het bekende verspreidingsgebied van de ringslang (Natrix natrix)/ levendbarende hagedis (Zootoca vivipara), adder (Vipera berus), hazelworm (Anguis fragilis). Tevens kan op grond van het ontbreken van zoals schrale vegetatie met voldoende rustige, zonnige plekken het voorkomen van sommige van deze reptielen in het plangebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Amfibieën In het plangebied is open water aanwezig. Het plangebied is dan ook in potentie geschikt voor de voortplanting van amfibieën.

Het voorkomen van de onder dit regime beschermde soorten alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris), vinpootsalamander (Lissotriton helveticus) en vuursalamander (Salamandra salamandra) kan op basis van geografische spreiding worden uitgesloten. Ook in de directe omgeving is geen geschikt voortplantingswater voor beschermde amfibieën onder dit regime aanwezig. De aanwezigheid van overwinterende amfibieën kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax kl. esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Libellen en dagvlinders De in dit beschermingsregime opgenomen Grote vos (Nymphalis polychloros) wordt in het plangebied niet verwacht. De waardplanten iep, peer en zoete kers zijn niet aangetroffen in het plangebied. Breedbladige wilgen (boswilg, grauwe wilg, geoorde wilg) en ratelpopulier zijn ook beschreven als waardplant, maar deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Slechts lokaal zijn houtstapels en holle bomen aanwezig, maar deze zijn overschaduwd door andere bomen en redelijkerwijs uit te sluiten als overwinteringsplek. Ter verificatie is contact opgenomen met Kars Veling van de Vlinderstichting, een expert op dit gebied.

De vraag of het plangebied interessant is voor de soort, met oog op de aanwezige bomen en boomgaarden, is voorgelegd.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

20

Het deskundig oordeel gaf aan dat de soort vooral voorkomt op grote bomen, met name wilgen als grootste aandeel, maar ook wel volwassen zoete kers. Andere prunussoorten (zoals de pruimenbomen) zijn (nog) niet bekend als waardboom en is geen aanleiding toe voor dit moment dit aan te nemen. Ook gebruik van jong volwassen bomen of kleinere maten is niet waarschijnlijk of aannemelijk op basis van de kennis van nu. Omdat de soort aan de binnenduinrand (bos en parktuinen bij Rockanje op +-5 km) wel is vastgesteld, kan een incidenteel aanwezig individu niet compleet worden uitgesloten, maar een populatie of vast verblijvende individuen ter plekke is niet aannemelijk of in lijn der verwachting. Met het oog op dat we de ambitie nu verder verkennen om de bestaande bomen te behouden, blijft een groot deel hiervan behouden en zo beschikbaar. De conclusie is dan ook dat verdere verkenning of rekening houding met deze soort in deze situatie niet van toepassing is. In het plangebied zijn vele pruimenbomen aanwezig, als invulling van de boomgaarden. Pruimenbomen zijn een waardplant van de sleedoornpage (Thecla betulae), naast sleedoorns. De sleedoornpage is beschreven als een weinig mobile vlinder. Er zijn van beide soorten geen waarnemingen bekend uit de ruime omgeving van het plangebied.

De overige onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders behoeven voedselarme wateren en vegetaties. Door het ontbreken hiervan in het projectgebied, kan het voorkomen van onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders redelijkerwijs worden uitgesloten. Overige soorten Het plangebied bevind zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). De benodigde levensvoorwaarden hiervoor ontbreken tevens.

3.6 Houtopstanden Het plangebied is grotendeels gelegen buiten de vastgestelde bebouwde kom van de gemeente Hellevoetsluis (bron: gemeente Hellevoetsluis, 2019). De aanwezige houtopstanden in het plangebied, zijn niet gelegen binnen de vastgestelde bebouwde kom. Zie Figuur 9.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

21

Figuur 9. De aanwezige houtopstanden zijn niet gelegen in de vastgestelde bebouwde kom van de gemeente Hellevoetsluis.

Houtopstanden gelegen buiten de gemeentelijk vastgestelde bebouwde kom, kennen soms een verplichting aangaande artikel 4 van de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn diverse boomgaarden aanwezig, met windsingels. Deze zijn volgens artikel 4.1, lid c uitgesloten van verplichtingen aangaande de Wet natuurbescherming. Omdat het niet meer in actueel gebruik is, is er vooral bramenruigte ontstaan. Naast achterstallig onderhoud aan de fruitbomen, is er geen sprake van bosschages of een meer natuurlijke bestemming. Dit omdat er nog duidelijk een monocultuur is en natuurlijke processen en inmenging is van andere boomsoorten tot op heden achter blijft. Derhalve lijkt er geen grond te zijn af te wijken van dit uitsluitsel. Het perceel behorende tot de voormalige camping is tevens buiten de vastgestelde bebouwde kom gelegen en is niet uitgesloten van artikel 4.1, lid c. Derhalve is er sprake van een verplichting aangaande de aanwezige houtopstanden volgens de Wet natuurbescherming. Deze verplichting is volgens het bevoegd gezag alleen van toepassing, wanneer er houtopstanden vanaf 1000 m2 (10 are) of een bomenrij van meer dan 20 bomen gerooid wordt. De verplichting bestaat uit een melding Wet natuurbescherming en herplant.

Naast de verplichtingen Wet natuurbescherming aangaande houtopstanden, is er in de gemeente Hellevoetsluis tevens een APV van kracht voor houtopstanden (Algemeen Plaatselijke Verordening Hellevoetsluis, 22-03-2017 t/m 14-06-2020. Relevante onderdelen van deze APV voor houtopstanden uit onderhavige situatie, zijn ondervangen in de Omgevingsvergunning van artikel 4:11:

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

22

-

Bomen op gemeentelijke grond, diameterborsthoogte (ofwel dbh, gemeten op 1,30m) groter dan 0,30 meter, dient voor het vellen een omgevingsvergunning aangevraagd te worden.

-

Volgens artikel 4:11, lid2 a zijn dunningen uitgesloten van deze verplichting. Dit zou van toepassing kunnen zijn bij behouden van de houtopstanden zoals aanwezig, en slechts ter plekke dunnen om langdurige instandhouding te borgen.

Andere onderdelen aangaande gedenkbomen, dode houtopstand, plantenziektewet, bomen groter dan dbh 2,5 meter of krachtens een aanschrijving of last van het college uit oogpunt van veiligheid is niet aan de orde. Uit nadere inventarisatie van de aanwezige bomen in soort, dbh, vitaliteit en verplantbaarheid kan een afweging gemaakt worden of en wat van toepassing is voor de Omgevingsvergunning vellen houtopstanden.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

23

4.Effecten van ingreep 4.1 Algemene natuurwaarden Er zijn diverse vormen van natuurwaarden aanwezig in de huidige inrichting. Deze natuurwaarden bestaan uit een deel van de aanwezige beplanting en bodembiodiversiteit voor het lokale ecosysteem, klimaat, welzijn en landschapskarakter. Aanwezige beplanting en biodiversiteit Biodiversiteit bestaat voor een groot uit minder makkelijk waarneembare soorten. Deze vormen voor een belangrijk deel de basis van de waarneembare soorten en houden het lokale ecosysteem in stand. Om de bodembiodiversiteit met schimmels, bacteriën en micro organismen te behouden, heeft het de voorkeur aanwezige groendelen in geheel te conserveren. Indien de situatie ter plekke niet geconserveerd kan worden, kan de toplaag met het actieve bodemleven erin opzij gezet worden in ondiepe depots. Met name bij beplantingsvakken kan dit in de nieuwe inrichting een grote kickstart geven voor kwaliteiten voor beplanting en biodiversiteit. In het plangebied zijn diverse waarden aanwezig, die onder deze algemene natuurwaarde vallen. Zo zijn er diverse vormen van inheemse en lokaal passende beplanting aanwezig. Juist met oog op de genoemde kwaliteiten voor biodiversiteit, klimaat en welzijn, maar ook als identiteit voor het woongebied is dit wenselijk en aantrekkelijk.

Met name de windsingels en opgaande beplanting op het voormalig campingterrein zijn waardevol te conserveren en in te passen in de nieuwe inrichting. Het verkennen of het technisch haalbaar is de diverse beplantingen langdurig te behouden, dient door een specialist in latere fase gericht plaats te vinden. De kwaliteiten samenhangend met deze groenstructuren hebben doorgaans minimaal 20-25 jaar rijping nodig bij aanleg van nieuw groen in een wijk. Deze tijd wordt dus gewonnen bij behouden of hergebruiken ervan. In de periode van het nader onderzoek naar beschermde soorten volgens de Wet natuurbescherming, zou deze verkenning plaats kunnen vinden. Tevens zijn een groot deel van de aanwezige fruitbomen in dermate vitale staat en leeftijd dat deze waardevol zijn te behouden of te hergebruiken. Ze kunnen bij behoud/hergebruik waardevol zijn voor identiteit van de wijk, als volwassen groen in een nieuwe leefomgeving en uit behoud van algemene biodiversiteit en andere groenkwaliteiten. De windsingels lijken in eerste indruk niet goed verplantbaar en met name waardevol als lijnvormig landschapselement in zowel huidige als mogelijk toekomstige gebruiksvorm. Deze zouden bijvoorbeeld verkeersroutes voor langzaamverkeer of lokale ontsluitingswegen kunnen begeleiden.

Dan dient wel met zowel de bovengrondse beschikbare ruimte en nieuw gebruik als het ondergrondse rekening gehouden te worden. Doorgaans wordt door het Norminstituut Bomen een zone van kroonprojectie + 1,5m gehanteerd om ongemoeid te laten, uitgaande van dezelfde grondwaterstand. Op die manier kunnen ook gebruiksvormen voor beschermde ecologie zoals vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen behouden blijven in de nieuwe inrichting. Bij langdurig behouden van bomen, wordt de normering van het Handboek bomen aangehouden, namelijk het vrijhouden van de wortels gelijkende de boomkroonprojectie + 1 meter. In de praktijk houdt dit in voor de wat grotere windsingels een afstand van 7 meter tot Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

24

de stam, bij kleinere windsingels is dit kleiner. Dit verschilt dus per windsingel, afhankelijk van de omvang van de kroon. De windsingels bestaan vooral uit zwarte els en deze soort is zeer geschikt is voor kortzetten/ scheren om de kroon in te nemen. Voordat tot dergelijke ingrepen overgegaan wordt, dient een BEA (boom effect analyse) opgesteld te worden. Resultaten hieruit kunnen vervolgens gebruikt worden om af te zetten tegen ontwerp en inrichting. In een BEA dient vitaliteit, langdurig behoud en een beoordelen van de niet aan te tasten wortelzone rond de bomen centraal te staan. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met ondergrondse infra en funderingen voor bv verhardingen en wegen rond de wortelzone. Het uitvoeren van dermate groot onderhoud, heeft effect op de potenties voor ecologie. Derhalve wordt geadviseerd eerst ecologisch onderzoek uit te voeren voor die plekken waar dit relevant is. De jongere fruitbomen lijken nog vitaal en groeikrachtig, en zijn interessant te behouden ook als ze niet in de huidige groeiplaats gehandhaafd worden. Bij verplanten kunnen ze ook elders in de toekomstige inrichting meteen een waardevolle functie vervullen door hun omvang, karakter en biodiversiteitswaarde. Hiervoor zal een specialist in latere fase gericht een verkenning en uitspraken over moeten doen, zoals bovenstaand beschreven.

Het verplanten van bomen is duurder dan aanplant van eenjarig bosplantsoen, maar kent ook aanzienlijk grotere kwaliteiten. De oudere fruitbomen kunnen wellicht met de benodigde (deels) onderhoudsbeheer behouden blijven. De vitaliteit, omvang en leeftijd lijkt minder aantrekkelijk om de bomen te verplanten, maar de vitalere kunnen wel ter plekke gehandhaafd blijven. Uit nadere studie kan hierin een keuze gemaakt worden. Deze informatie is tevens nodig voor het inzichtelijk krijgen van verplichtingen aangaande een eventuele omgevingsvergunning rooien houtopstanden volgens de APV van de gemeente Hellevoetsluis. Invasieve exoten Er is met name bij het voormalige campingterrein Aziatische duizendknoop, vermoedelijk Sachileense duizendknoop, aangetroffen. Verdere verspreiding van deze soort dient voorkomen te worden om inheemse biodiversiteit en beeldkwaliteit te behouden. De soort kan makkelijk en effectief verspreiden door wortelstokken en delen van planten. Een stukje van 10 cm wat met maaisel verspreidt wordt, kan al een nieuwe groeiplek worden. Verspreiding via zaadzetting is zeldzamer, maar wordt steeds algemener door hybridiseren van diverse rassen onderling. De duizendknoop dient voorafgaand aan ingrepen en grondberoering verwijderd te worden.

Hoewel er diverse experimentele methodes beschikbaar zijn, is de grootste zekerheid op effectief verwijderen het ontgraven van de plant en de ruimte er omheen, volgens protocollen zoals van de BTL of de gemeente Hellevoetsluis. Dit is invasief en gezien de verspreiding in het plangebied, met name rond het perceel van de voormalige camping, gaat verwijderen door afgraving grote impact hebben op de hoedanigheid van de rest van het perceel. Gezien de potenties van het betreffende perceel, zal eerst nader onderzoek naar ecologie moeten plaatsvinden. De vrijkomende grond met wortels van Aziatische duizendknoop kan lokaal toegepast worden wanneer dit ingepakt en verstikt wordt. Afvoeren kan ook, maar wordt niet bij elke afvalverwerker geaccepteerd. Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

25

De tweede invasieve exoot aangetroffen en deze is lokaal zelfs in sterke mate aanwezig. Het betreft Reuzenberenklauw, welke op diverse percelen aanwezig is. Deze soort is vervelend in de beleving van mensen die het aanraken, omdat er brandharen aan zitten welke sterke irritatie en zelfs brandblaren veroorzaken. De manier van groeien en verspreiding is bij deze soort anders dan bij duizendknopen. Verspreiding vindt plaats door de zaden die zich op het scherm na de bloeiperiode vormen. De Reuzenberenklauw is te verwijderen door de planten uit te graven en te voorkomen dat de bloemschermen tijdens zaadzetting voor voortplanting zorgen. De plant draagt vanaf de nazomer zaden. Tevens is mogelijk invasieve exoot reuzenspringbalsemien aanwezig op het meest oostelijke boomgaard van het plangebied, dit dient nader bekeken te worden tijdens het groeiseizoen om hier uitsluitsel over te verkrijgen. In bijlage 3 is een weergave van de aangetroffen groeiplekken van de Aziatische duizendknoop en reuzenberenklauw te vinden. Gezien de onzekerheid van aanwezigheid van reuzenspringbalsemien is deze niet weergegeven. Proces en inrichting Voor het verkrijgen van de juiste inzichten en vaststellen van de waarden voor algemene natuurkwaliteiten en beschermde waarden volgens de Wet natuurbescherming is tijd nodig.

Een onderzoek voor de Wet natuurbescherming vraagt minimaal een volledig actief seizoen, vanaf de winter tot in ieder geval aanvang najaar. Dit staat nog los van eventuele verdere stappen, zoals compensatieverplichting voor inrichting van leefgebieden van beschermde soorten. Dit zal moeten blijken uit het nader onderzoek en vervolgens moeten worden ingericht. Anticiperen op het ontwikkelproces kan op diverse manieren: -

Door in de fasering van de bouw eerst te ontwikkelen daar waar minder potenties of minder essentiële levensfuncties verwacht worden, kan aldaar wellicht al aangevangen worden. De meeste potenties zijn bij de boomgaarden, windsingels aan de randen er omheen en het voormalig campingterrein.

-

Door de landschapsonderdelen te ontzien en te behouden waar de grootste potenties zijn vastgesteld en beschermde waarden verwacht worden, wordt mogelijk een negatief effect of aantasting op beschermde soorten voorkomen én kunnen de huidige niet beschermde natuurkwaliteiten behouden blijven. De grootste potenties zijn aangetroffen bij het perceel van de voormalige camping, de windsingels rond de boomgaard en bij de overgangen van het beplantte naar het open gebied. Bij langdurig behouden van bomen, wordt de normering van het Handboek bomen aangehouden, namelijk het vrijhouden van de wortels gelijkende de boomkroonprojectie + 1 meter. In de praktijk houdt dit in voor de wat grotere windsingels een afstand van 7 meter tot de stam, bij kleinere windsingels is dit kleiner. Dit verschilt dus voor de windsingels, afhankelijk van de omvang van de kroon. De windsingels bestaan vooral uit zwarte els en deze soort is zeer geschikt is voor kortzetten/ scheren om de kroon in te nemen. Voordat tot dergelijke ingrepen overgegaan wordt, dient een BEA (boom effect analyse) opgesteld te worden. Hierin dient vitaliteit, langdurig behoud en een

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

26

beoordelen van de niet aan te tasten wortelzone rond de bomen centraal te staan. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met ondergrondse infra en funderingen voor bv verhardingen en wegen rond de wortelzone. Het uitvoeren van dermate groot onderhoud, heeft effect op de potenties voor ecologie. Derhalve wordt geadviseerd eerst ecologisch onderzoek uit te voeren. Dit betekent niet alleen het fysiek ontzien van deze plekken tijdens de ontwikkeling, maar ook het inrichten van de plekken op een manier dat eventueel aanwezige gebiedsfuncties voor beschermde soorten behouden blijven op lange termijn. De windsingels kunnen bijvoorbeeld dienst doen als vleermuisvliegroute. Dit is uit het verleden ook bekend van de bredere watergang parallel aan de Parnassialaan. Langdurige instandhouding betekent dat er bijvoorbeeld geen doorgaand verkeer als auto’s langs mogen rijden en geen openbare verlichting geplaatst kan worden welke mogelijke verstoring geeft. Vleermuisvriendelijke verlichting kan wel, of voorkomen van (licht-) aantasting door ‘slim’ in te richten met armaturen, kleurkeuze of andere inrichtingsmaatregelen. -

Rond de nieuwe inrichting en bebouwing kan een robuuste groene mantel aangelegd worden richting het open gebied, vergelijkbaar met een bosrand. Daardoor worden diverse aanwezige gebiedsfuncties en de wijk ingepakt. Dit helpt de wijk van een koudere winterwind te beschermen en geeft een aantrekkelijker beeld van buiten naar het nieuwe woongebied. Dit heeft voordelen voor het aanzicht, voor biodiversiteit maar ook voor mogelijke beschermde soorten. De randen van het huidige gebied kennen een grote diversiteit en natuurkwaliteit, welke dan verlegd en uitgebreid wordt. Zo ontstaat het inlopen van tijd door gewenningsperioden en eventueel ongeschikt maken te laten overlappen. Het aanleggen kan al in een eerste fase en met gebruikmaking van huidige verplantbare beplanting, waardoor de rijpere beplanting is bij oplevering.

-

De aanwezige woning welke door het plangebied ontsloten wordt, maar ook de rand aan de andere bebouwing dient ook voorzien te zijn van een robuuste groene mantel. Robuust in omvang maar ook in dichtheid van groen. Gezien de sporen en potenties worden diverse beschermde soorten verwacht op het erf en de aanwezige gebouwen en de aangrenzende wijk van het plangebied. Door effecten op deze mogelijk aanwezige soorten te verzachten en hun leefbehoeftes te kunnen blijven voorzien, zijn negatieve effecten beperkt. Negatieve effecten kunnen ook optreden tijdens de gebruiksfase in vorm van toevoegen van licht en activiteit ten opzichte van het huidige gebruik. Het verzachten door landschappelijke inkleding is gunstig voor het proces Wet natuurbescherming, maar biedt ook een grotere kans op acceptatie door bestaande gebruikers van de omgeving in vorm van mens, plant en dier.

-

Ontwikkel natuurinclusief. Door de herinrichting als kans voor de lokale biodiversiteit en mogelijk beschermde soorten te zien en hun behoeftes te omarmen, kunnen ecosysteemdiensten ook optimaal bijdragen in de uiteindelijke inrichting. Hierbij kan ook het gemeentelijk beleid hierin meegenomen worden.

Ecologische quickscan De Boomgaard te Hellevoetsluis, 18-02-2022

27

Natuurinclusief ontwikkelen houdt in de lokaal aanwezige natuurwaarden te behouden en voort te zetten. Daarnaast wordt het lokale ecosysteem opgetuigd, door voor diverse soortgroepen voorzieningen in te richten voor voedsel-verbinding-verblijf. Denk hierbij aan beplanting wat inheems en regio passend is en vormgegeven uit natuurlijke opbouw van het systeem als onderdeel van de groeninrichting. Door de juiste soorten ontstaat schuilmogelijkheid, voedsel en een aansluitende groen/ blauwe structuur door de wijk. Er kan uitwisseling plaatsvinden met de omgeving en verschillende soortgroepen vinden hun leefvoorwaarden. Dit aangevuld met diverse verblijfs- en nestkasten voor bijvoorbeeld gierzwaluw, huismus, witte kwikstaart, huiszwaluw en andere gebouwnestelende vogels en een variatie aan vleermuiskasten zorgt dit voor een robuust en veerkrachtig systeem met alle voordelen van dien. Een mooie kans hierin welke ook goed aansluit bij de lokale karakter, is een voedselbos/ voedselroute door de nieuwe inrichting. Aanwezige fruitbomen, versterkt door andere rassen als appels, peren en kleinfruit als bessen, hebben waarde voor biodiversiteit en de andere natuurwaarden. Door de bloei en vruchten kan het een mooie impuls zijn voor de beleving en de wijk identiteit geven. Door dit pleksgewijs of als lint in te richten, kan het een herkenbaar deel zijn van de overige groeninrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13998183/1